Skip to main content

Full text of "X Dossiers, De – Wat België Niet Mocht Weten Over De Zaak Dutroux"

See other formats


Copyright @ Annemie Bulté, Douglas De Coninck, Marie-Jeanne Van Heeswyck / 
Uitgeverij Houtekiet 1999 

Uitgeverij Houtekiet, Vrijiieidstraat 33, B-2000 

vVntwerpen E-mail info@houtekiet.com 

Uitgeverij Fontein, Prinses Marielaan 8, NL-3743 JA 

Baarn E-mail info@fonteinbaam.nl 

Vormgeving 

(Zizó!) ISBN 90 

5240 536 O D 1999 

4765 29 NUGI 

661/654 



Annemie Bulté Douglas 
De Coninck Marie-Jeanne 
Van Heeswyck 



DE X DOSSIERS 

Wat België niet mocht weten over 
de zaak-Dutroux 



Houtekiet / Fontein 



We raakten de tel kwijt van het aantal mensen dat ons op de een of andere 
manier hielp. Sommigen zouden we graag bijzonder bedanken, van anderen 
weten we dat ze hun namen hier liever niet zien staan. Daarom: bedankt 
André, Anne, Anne-Marie, Ayfer, Bruno, Carine, Caspar, Christian, 
Christine, Claude, Daniël, Danny, Donatienne, echtpaar uit Zellik, Eddy, 
Elio, Els, Erwin, Filip, ¥lurk, Frans, Frans, Gaby, Guendalina, Hadewych, 
Hans, Hilde, jan. Jan, Jean-Luc, Jean-Philippe, José, Laurent, Lieve, Loretta, 
Luc, Mare, Mare, Marcel, Marco, Marie-Noëlle, Michel, Michel, Mike, 
Monique, Paëlla, Patricia, Patrick, Paul, Pina, Pol, Raf, Regina, Rita, Ruf, 
Saskia, Serge, Tania, Theo, Tintin, Tiny, Veerle, Vero, Véronique, Walter, 
Wemer, Willy, Yoia, Zoë... Tegen de anderen zeggen we het gewoon. 

Bijzondere dank aan OUvier Taymans, die voor dit boek véél meer was dan 

vertaler en die eigenhjk ook veel meer verdient dan dit korte zinnetje. Dank 

ook, vooral eigenlijk, aan de mensen die tijd wilden vrijmaken om met ons 

te praten. Voor Tracy, Max en Juliette. 



Inhoud 

1 Winter 1995 

1 . Het assisenproces van Jean-Paul Raemaekers 8 

2. Gevecht om de getuigenis van een gek 21 

3. Het bizarre proces- verbaal van commissaris Mamette 30 

2 Zomer 1996 

1. Bekentenissen van Michel Lehèvre 42 

2. Leven en werk van Bemard Weinstein 54 

3. De verhoren van Michèle Martin 65 

4. Leven en werk van Mare Dutroux 78 

5. Een Vlaamse familie in Bertrix 93 

6. Leven en werk van Michel Nihoul 116 

3 Herfst 1996 

1 . Het eerste contact met getuige XI 132 

2. Het eerste verhoor van getuige XI 138 

3. Het onderzoek naar de moord op Carine Dellaert 154 

4. Het eerste verhoor van XI over 'Kristien 175 

5. Het tweede verhoor van XI over 'Kristien 192 

6. Het onderzoek naar de moord op Christine Van Hees 213 

7. Het vergeten rapport van de Belgische Staatsveiligheid 243 

8. De moord op een camping in Oud-Heverlee 258 

4 Winter 1996-97 

1 . De valse beschuldigingen tegen Elio Di Rupo 270 

2. De huiszoeking bij de vzw Abrasax 276 

3. Grote nutteloze graafwerken in Jumet 280 

5 Lente 1997 

1 . De perikelen rond getuige Nathalie W. 308 

2. De getuigenissen van X2, X3, X4, X69 en VMl 319 

3. Jeugdvriendinnen en experts over XI 340 

4. Mare Dutroux en serieverkrachter L.V. 358 

5. Hanim Ayse Mazibas en Naatje van Zwaren de Zwarenstein 368 

6. De moord op Katrien De Cuyper 379 

6 1997-1999 

1 . Het eerste rapport van herlezing over XI 398 

2. Het tweede en het derde rapport van herlezing over XI 422 

3. Het indrukwekkende relatienetwerk van Michel Nihoul 453 

4. Het vierde rapport van herlezing over XI 47 1 

5 . Het vervalste dossier van het Gentse parket 49 1 

6. Onderzoeksrechter Jacques Pignolet op drift 521 

Slotbescliouwing 533 

Index 540 



Perhaps it is better to be irresponsible and 
right than to be responsible and wrong. 

WINSTON CHURCHILL 



1 Winter 1995 

Jean-Paul Raemaekers 



1 Ik zal de machinerie in werking zetten. ' 

Jean-Paul Raemaekers, 27 januari 1995 



Naar de normen van het naar passie en doodslag hunkerende assisenpubliek 
dreigt het een vervelende vertoning te worden. Er is niemand vermoord, ont- 
voerd of gegijzeld. Van de man die terechtstaat heeft niemand ooit gehoord. 
De hem ten laste gelegde feiten heeft hij bekend. Als er hier al iets 
sensationeels mag worden verwacht, dan zal zich dat vast achter gesloten 
deuren afspelen. De habitués van het Brusselse assisenhof maken zich in de 
ochtend van maandag 23 januari 1995 op voor een dagenlang technisch- 
procedureel debat over de psyche van de beklaagde. De verdediging vraagt de 
internering. Al even voorspelbaar zal openbaar aanklager Raymond Loop aan 
het einde van de week pleiten voor een straf die tot voorbeeld kan strekken. 

De beklaagde is de 45-jarige Brusselaar Jean-Paul Raemaekers. Hij moet 
zich verantwoorden voor het verkrachten en folteren van drie kinderen: acht, 
negen en tien jaar oud. De bewijslast is overtuigend. Ze bestaat uit negen door 
hemzelf vervaardigde filmopnamen waarop dat allemaal duidelijk te zien is. 
Aangezien Raemaekers ia 1989 al eens voor gelijkaardige feiten werd 
veroordeeld, laat de afloop van het proces zich raden. De voortekenen zijn 
voor hem nog minder gunstig wanneer op de eerste procesdag blijkt dat zijn 
advocaat, de succesvolle assisenpleiter Jean-Paul Dumont, niet is komen 
opdagen. Hij laat zich vervangen door zijn confraters Mare Depaus en Patrick 
Gueuning. De verdediging üjkt al bij voorbaat te berusten in het hopeloze van 
de toestand. 

De enige die dat anders ziet, is Jean-Paul Raemaekers zelf Hij speelt het 
van goedheid doordrongen burgermannetje dat door één stommiteit zijn tot 
dan toe onbesproken leven heeft verwoest. Hij is fris geschoren en gekapt. 
Spreekt aanvankelijk slechts wanneer hem dat wordt gevraagd. Wanneer hij 
spreekt, dan doet hij dat met pathos, zichzelf verliezend in lyrische 
beschouwingen die voorbijgaan aan de aanleiding tot zijn aanwezigheid hier. 
Raemaekers praat aan een razend 



8 



snel tempo en slaagt erin om een verontschuldigende, bijna onderdanige toon 
aan te slaan. "Ik wil niets verbergen en ben van plan open kaart te spelen', ant- 
woordt hij op de eerste vraag van voorzitster Karin Gerard. Hij omschrijft 
zijn seksuele geaardheid als "een bijzonder groot probleem'. Ja, hij heeft de 
filmpjes ook bekeken, maar kon eerst niet geloven dat hij het was, die bij het 
penetreren van het meisje schaterlachte naarmate zij het uitschreeuwde van de 
pijn. Wanneer zoiets gebeurde, zegt hij, verloor hij helemaal de controle over 
zichzelf. "Ter compensatie van mijn ziekte heb ik altijd getracht het goede te 
doen', wentelt hij zich in de rol van patiënt. "Vaak heb ik anoniem 
schenkingen gedaan aar stichtingen en weeshuizen." 

Enkele jurjdeden suffen al weg wanneer Karin Gerard die eerste dag het 
obligate onderwerp aansnijdt: zijn jeugd. Die was triest, zoals bij nagenoeg 
elke assisenbeklaagde. Raemaekers is niet de naam waarmee hij ter wereld is 
gekomen. Hij wordt op 25 juni 1949 geboren als het tot dan toe enige kind 
van ene Rose Wattiez uit Etterbeek. De alleenstaande vrouw laat hem na 
anderhalf jaar achter bij de diensten van de Openbare Onderstand in Brussel. 
Hij leert zijn eerste woordjes in een weeshuis, en wordt in 1954 geadopteerd 
door de familie Raemaekers-Doumont. Het gezinshoofd, Armand 
Raemaekers, is een kortstondig in België vertoevende koloniaal. De familie 
neemt de kleine Jean-Paul mee naar Belgisch Congo, van waaruit ze na het 
uitroepen van de onafhankelijkheid terugkeert. Het is niet duidelijk wat de 
drukbezette familie ertoe mag hebben bewogen om in Brussel een kind van 
vijf te gaan opscharrelen. Terug in België, plaatst de familie haar inmiddels 
elfjarige adoptiezoon in een internaat. Daar blijft Jean-Paul Raemaekers tot hij 
er op zijn zeventiende wordt we^estuurd wegens zedenfeiten met jongere 
medeleerlingen. "Zij heeft mij verkocht voor veertigduizend frank', fulmineert 
de beklaagde, wanneer rechter Gerard de naam Rose Wattiez uitspreekt. Met 
zijn biologische vader loopt hij evenmin hoog op. Luidens de akte van 
beschuldiging gaat het om Fran^ois Deliens, bisschop bij de dissidente 
GaUisch-kathoMeke Kerk in Luik. De man is gehuwd en heeft vijf kinderen. 
Volgens Raemaekers moeten daar nog negen onechte worden bijgeteld, onder 
wie hijzelf. Tijdens het vooronderzoek heeft Rose Wattiez dat bevestigd: 
Deliens is de vader. Wanneer de bisschop enkele dagen later als getuige wordt 
opgeroepen, zal hij dit met grote heftigheid ontkennen. 

Groter nog dan Raemaekers' wrok jegens de bisschop, is die jegens zijn 
pleegouders. "Daar Ugt de oorzaak', roept hij uit. "Bij die familie kreeg ik meer 
slaag dan eten. Ik Mjd er nog steeds onder dat ik nooit de nestwarmte van een 
gezin 

heb gekend. Door wat daar gebeurde, heb ik haatgevoelens ontwikkeld 
tegenover vrouwen. Ik ben gewelddadig tegen hen.' De voorzitster wil het 
echter niet over ' vrouwen hebben, maar over kinderen. "Ik wil mijn 
problemen niet verdoezelen', plooit Raemaekers terug. "Ik streef vooral de 
waarheid na.' 

Dat is tijdens het vooronderzoek anders niet gebleken, repliceert de voorzit- 
ster. De filmopnamen die voor het openbaar ministerie de bewijsvoering 
vormen, dateren uit de periode van augustus 1992 tot maart 1993. Twee 
maanden lang heeft Raemaekers volgehouden dat hij met de productie ervan 
niks te maken 



9 



heeft. Hij beweert eerst dat hij de banden gekocht heeft en dat de dader 
iemand is die op hem lijkt. Het zijn zijn eigen dochtertjes - op dat ogenblik 
pas elf en negen jaar oud - die hem tijdens het onderzoek de das omdoen. Op 
foto's van de opnamen herkennen zij hun klasvriendinnetjes Nancy P en 
Nelly D.V. Nancy, tien, en Nelly, acht jaar oud, zijn halfzussen uit een sociaal 
achtergesteld gezin waarvan de moeder aan de schoolpoort kennis heeft 
gemaakt met de vriendelijke mijnheer Raemaekers. Hij helpt haar en haar 
levensgezel aan een huurwoning en ze worden goede vrienden. Hoewel ze 
daar niet om vragen, mogen Nelly en Nancy nu en dan bij hun vriendinnetjes 
ten huize Raemaekers overnachten. En dan gebeurt het. "Zoiets had ik van 
Jean-Paul nooit durven denken', zegt Nancy's vader tijdens zijn verhoor. 
Nelly bezorgt de speurders een materieel bewijsstuk: de nachtjapon die ze op 
bevel van Raemaekers moest dragen tijdens de opnamesessies. Volgens 
Nancy bleven ze wel twintig keer overnachten, volgens Nelly was het iets 
meer dan tien keer. NeUy dissocieert, zo vernemen de speurders. Ze heeft een 
deel van die afschuwelijke herinneringen verdrongen en reageert woedend 
wanneer iemand haar eraan tracht te herinneren. Op één punt is de versie van 
de kinderen eensluidend: Raemaekers handelde altijd alleen. Van zodra zijn 
vrouw het huis uit was, bracht hij zijn camera in gereedheid. Stribbelden ze 
tegen, dan werden ze genadeloos geslagen en dreigde Raemaekers ermee hen 
naar een plaats te brengen waar het nog veel erger zou zijn. Eén keer kwam 
Nancy P thuis met een blauw oog. Ze vertelde haar moeder dat ze tegen een 
deur gelopen was. Moeder zocht er verder niets achter. 

Op een van de foto's wordt ook Angéüque D.G. herkend. Zij is negen 
wanneer ze eind 1992 tweemaal bij Raemaekers blijft overnachten. Haar foto 
komt uit een opname die veertien minuten en vijf seconden heeft geduurd. In 
de loop van de week zullen de juryleden de tape te zien krijgen. In 
tegenstelling tot Nancy en Nelly heeft AngéMque aan het begin van de 
opname geen flauw benul van wat er zal gebeuren. Het aanvankelijk 
goedlachse kind is na enkele minuten radeloos van angst en schreeuwt 
luidkeels om haar moeder. Raemaekers penetreert meermaals en verplicht 
haar hem te pijpen. Aan het eind van de marteling zegt hij, luid lachend: 
"Goed, dan doen we morgen de tweede helft.' De plaats waar het gebeurt, is 
op de tape makkelijk te herkennen. Het is Raemaekers' appartement aan de 
Louisalaan in Brussel. 

- Waarom nam u die scènes op? 

- Daar was veel geld mee te verdienen. Je kon die cassettes ook 
uitwisselen. - Met wie? 

- Dat gebeurde binnen een omvangrijk pedofïUenetwerk dat actief is in 
België, Nederland en Duitsland. Ikzelf was maar een kleine schakel. 

- Wie waren de anderen? 

Daarover wens ik nu geen verklaringen af te leggen.' 

Als eerste getuige komt 's namiddags de Brusselse onderzoeksrechter Damien 
Vandermeersch aan het woord. Hij vertelt het hof hoe hij bijna per toeval op 
het 



10 



spoor van de videobanden kwam in mei 1993. Vandermeersch' collega Jean- 
Claude Van Espen heeft enkele weken daarvoor een internationaal 
aanhoudingsmandaat laten uitvaardigen tegen Raemaekers omdat die er 
vandoor is gegaan met de miljoenen die goedgelovige bele^ers aan zijn 
nepfirma PEFI toevertrouwden. Hij is samen met zijn echtgenote Régine 
Depeint gevlucht naar Nederland. De Nederlandse Centrale Recherche weet 
hem op vrijdag 21 mei op te sporen in Rotterdam. Raemaekers wordt 
gearresteerd in een hotel, als hij op het punt staat een plaatselijke seksshop 
over te nemen, zo leert de inhoud van zijn aktetas. Daarin steekt ook 2 miljoen 
frank cash. Diezelfde dag wordt een huiszoeking verricht in zijn woning, aan 
de Dorpsweg 198 A te Rotterdam. Er wordt beslag gelegd op een hoeveelheid 
in Belgische en Nederlandse gemeentehuizen ontvreemde blanco 
identiteitsbewijzen. De rechercheurs vinden ook administratieve stukken die 
erop wijzen dat Raemaekers in de Rotterdamse rosse buurt eigenaar is 
geworden van een prostitutiebar. Het is een Nederlandse speurder die 
geïntrigeerd raakt door de overmatige hoeveelheid pornografische tijdschriften 
en videobanden in de woning. Ze zijn door de eigenaar geordend en 
gerangschikt met de manie van een postzegelverzamelaar:'De speurder bekijkt 
een video en moet daarna even gaan zitten. De tapes laten scènes zien waarin 
meestal Aziatische en soms ook Europese kinderen door een sadist worden 
verkracht. De stem van de sadist klinkt de Belgische speurders bekend in de 
oren. 

Op 24 mei 1993 wordt Raemaekers aan België uitgeleverd. Naast het 
PEFIonderzoek, wordt bij het Brusselse parket een tweede dossier- 
Raemaekers geopend, waarover Vandermeersch de leiding krijgt.' Hij gelast 
meteen bijkomende huiszoekingen. De voor het proces meest relevante vangst 
gebeurt op 10 juni op een tweede adres van Raemaekers in Rotterdam, waar 
nog eens 125 videobanden en vier ouderwetse filmrolletjes worden ontdekt. 

Over het totale aantal bij Raemaekers ontdekte videobanden rept 
Vandermeersch in zijn getuigenis met geen woord. Blijkens de door advocaat- 
generaal Loop opgestelde akte van beschuldiging kunnen er tijdens het proces 
slechts negen gebruikt worden als overtuigings stukken. Het gaat om het 
beperkte aantal banden waarop zowel slachtoffer als dader konden worden 
geïdentificeerd. "Dit was een geval waarin we er ons ten voUe van bewust 
waren dat we enkel het topje van de ijsberg te zien kregen', bMkt een Brusselse 
BOB'er later terug. "Maar zelfs dat kleine topje was van een zo zwaarwichtige 
aard dat het voor een rechtbank kon volstaan. En ja, zo is België dan. 
Pragmatisch. Liever dan toe te staan dat het onderzoek kolossale proporties 
aanneemt, laat men slechts net zo lang zoeken tot er voldoende bewijzen zijn 
om levenslang te verkrijgen. Daar in Rotterdam zijn er in totaal vierduizend 
videobanden aangetroffen. Ik herinner mij dat goed, want dat was een van de 
redenen waarom we twee vrachtwagens hebben moeten huren.' 

De akte van beschuldiging beschrijft de inhoud van de negen videobanden 
als volgt: "Het scenario was meestal hetzelfde. Hij filmde een meisje in 
nachtkleed dat zich begon uit te kleden. De man vroeg haar op het bed of op 
een tafel te gaan liggen. Ze moest haar benen spreiden en haar mond openen. 
Daarop stelde 



11 



de man met behulp van zijn geslachtsdeel daden van vaginale en orale penetratie, 
tot hij ejaculeerde. De angst en de onwü van de slachtoffers was manifest De 
dader aarzelde niet om hen te bedreigen. Hij filmde zelf het spektalcel waarvan 
hij tegelijkertijd regisseur en acteur was. Hij onderbrak trouwens regelmatig zijn 
handelingen om het objectief van de camera bij te stellen of om het gezichtsveld 
te veranderen." 

Er is iets bizars aan de relatie tussen Jean-Paul Raemaekers en zijn echtgenote, 
Régine Depeint Als gedelegeerd bestuurster van PEFT gold het internationaal 
aanhoudingsmandaat net zo goed voor haar als voor hem. En hoewel tijdens het 
proces al gauw blijkt dat zij - net als Raemaekers' twee vorige echtgenotes - zwaar 
te lijden heeft gehad onder zijn woede-uitbarstingen, wist zij volgens 
Vandermeersch van zijn pedofiele schaduwzijde niets af 'De beklaagde was zie- 
dend toen hij vemam dat we haar de videobanden hadden laten bekijken. Dat 
was echter nodig om het onderzoek vooruit te helpen.' Het verhoren van 
Raemaekers verliep aanvankelijk inderdaad niet van een leien dakje, vervolgt hij. 
'Hij weigerde ook maar één verklaring af te leggen. Hij gedroeg zich agressief en 
opstandig.' 

Het duurt tot 16 september 1993 alvorens Raemaekers zijn onden^ragers 
iets wil vertellen over de cassettes. Wat ze daar in beslag hebben genomen, zegt 
hij dan, is maar een deel van zijn collectie. Tegelijk met zijn bekentenissen volgen 
toespelingen op pedofilienetwerken, hooggeplaatste klanten en een verregaande 
relativering van zijn eigen rol in dat enigmatische geheel. 

- Maar u vond geen sporen terug van medeplichtigen? 

- Op de banden die wij konden bekijken is alleen hij te zien. Uit de beelden 
blijkt trouwens dat hij alleen de camera bediende. 

- Er waren geen andere volwassenen bij betrokken? 

- Nee. De beklaagde beweerde tijdens de verhoren dat die er bij andere 
gelegenheden wél waren. Hij verklaarde toen dat hij zich in een moeilijke 

situatie bevond want dat hij de namen zou moeten noemen van een 
politicus en een hogere legerofficier. Hij zei ons ook dat hij met deze twee 
heren had deelgenomen aan seksfuiven op een adres in de FrankUn 

Rooseveltlaan te Brussel. Daarop waren volgens hem ook een magistraat, 
een advocaat en verschillende leden van het diplomatiek korps aanwezig. 

Op zijn bankje zit Jean-Paul Raemaekers onrustig heen en weer te schuiven. Zo te 
zien trekt hij zich aMes wat over hem wordt gezegd vreselijk aan, maar uit zijn 
grimassen kan niemand opmaken of hij dat doet om de beschuldigingen bij te 
treden of net niet. Uit wat de juryleden tot hiertoe over de beklaagde hebben ver- 
nomen, kunnen ze enkel onthouden dat ze aan het einde van de week zullen 
moeten oordelen over een afstotelijk wezen. Zijn geklets over hooggeplaatste He- 
den Hjkt perfect te kaderen in het beeld van de krampachtig naar verantwoording 
zoekende mislukkeling. 

"Voor de speurders was dit een verschrikkelijke ervaring', gaat Vander 



12 



meersch verder. "We werden als het ware ooggetuige van een gruwelijk, misse- 
lijkmakend misdrijf. Nu eens was de camera gericht op de positie van het kind 
ten opzichte van haar verkrachter, dan weer in close-up op het gezicht van het 
slachtoffertje. Regelmatig konden we horen dat de kinderen werden geslagen 
om hen tot seks te dwingen. Op een van de banden hoorden we hem zeggen 
dat ze moest ophouden met huilen. Hij dreigde ermee de hele scène van voren 
af aan te herbeginnen, indien zou blijken dat de beeldkwaliteit niet goed genoeg 
was.' 

De bewuste scène, legt Vandermeersch uit, duurde exact twintig minuten 
en zeven seconden. Nancy P moet Raemaekers pijpen en zijn sperma 
doorslikken. Voor het zover komt, gaat hij opnieuw tegen haar tekeer. "Het is 
haar schuld, zegt hij, dat de camera niet goed gericht stond en dat alles de 
volgende dag nog eens zal moeten worden overgedaan. Op de tape horen we 
het meisje "merci" zeggen, wanneer ze te horen krijgt dat het genoeg geweest is 
voor vandaag. Deze kinderen zijn voor hun leven getekend. Tijdens het 
vooronderzoek ontmoette ik de moeder van een van de drie meisjes. Zij zei dat 
ze het gevoel had dat ze haar kind voorgoed verloren had. Ik trachtte een van 
de kinderen te spreken, maar dat lukte niet Het is trouwens opmerkelijk dat 
deze kinderen nooit hebben gesproken over de nachtmerrie die ze hebben 
beleefd.' 

Op de tweede dag van het proces nemen de experts plaats in de 
getuigenbanken. In een gezamenlijk opgesteld rapport hebben de Brusselse 
psychiaters Crochelet en Delattre op 6 maart 1994 al uiting gegeven aan hun 
pessimisme over de kansen op "genezing' van Jean-Paul Raemaekers. "Het 
enige wat hem ertoe zou kunnen aanzetten zich te laten behandelen, is de angst 
voor een penale sanctie', zegt dokter Delattre. Beide psychiaters achten 
Raemaekers verantwoordelijk voor zijn daden. Het is Raemaekers zelf die hen 
met breedvoerige pleidooien voor internering nog het meest in die conclusie 
heeft gesterkt. Hij weet dat dat de enige uitweg is om binnen een termijn van 
enkele jaren zijn leven van voorheen te hervatten - wat ook zijn bedoeling Mjkt 
te zijn. "Toch is hij geen gewone pedofiel', benadrukt Delattre. "Bij hem is 
seksuele perversie slechts één facet van een psychopathisch gedrag dat 
verschillende vormen kan aannemen. Zijn gedrag kenmerkt zich door een 
bijwijlen hysterische aandrang om in de rol van iemand anders, liefst een 
gewichtig personage, te kruipen. Dat doet hij dan met zoveel overtuiging dat hij 
zijn eigen leugens gaat geloven. Zijn hele leven stond in het teken van een 
innige hunkering naar die andere ik, naar respect.' In hun rapport kennen de 
psychiaters hem nog enkele opvallende eigenschappen toe: theatraHteit, 
mythomanie, megalomanie, paranoia, hysterie, narcisme, extreme impulsiviteit, 
afwezigheid van elke vorm van angst In het rapport van CrocheletDelattre 
staat één zinnetje dat, indien het bijtijds was opgemerkt, twee jaar later de 
Belgische staat tientallen miljoenen had kunnen besparen in Jumet. Het 
zinnetje komt uit een passage waarin de artsen zich wagen aan een voorspelling 
over hoe Jean-Paul Raemaekers tijdens een langdurige gevangenschap zal 
evolueren. Er zijn twee mogelijkheden, stellen ze. Ofwel gaat hij er psychisch 
helemaal onderdoor, ofwel "zal hij voor zichzelf een rol in scène zetten die hem 
meer aan 



13 



gepast Kjkt aan de actuele omstandigheden van dat moment'. 

De derde psy die ten tonele versctiijnt, is de Brusselse dokter Berger. Hij is 
de man die in 1991 geacht werd Raemaekers te begeleiden na zijn vervroegde 
voorwaardelijke vrijlating. "Maar niemand heeft mij toen meegedeeld dat ik te 
maken had met een pedofiel', getuigt Berger. ~En nu weten we dus dat hij reeds 
tijdens de therapie begonnen is met de activiteiten waarvoor hij nu terechtstaat.' 
In tegenstelling tot zijn tu'ee ambtgenoten gelooft Berger wel in de heilzaamheid 
van internering. Volgens hem is het proces op zich een belangrijk onderdeel van 
de therapie die Raemaekers zou moeten volgen. "Voor een mythomaan als hij is 
er geen zwaardere straf denkbaar dan de ultieme confrontatie met zichzelf. Dat 
is wat hier gebeurt.' 

Op de derde dag van het proces komen de drie ex-echtgenotes getuigen. 
Ze hangen een na een het beeld op van een aanvankelijk uitermate charmante 
en attente Ware Jacob die na verloop van enkele maanden veranderde in een 
obsessionele binnenhuistiran. "Hij heeft zijn eigen kinderen veel en hard 
geslagen, maar nooit verkracht', is zowat het enige positieve gegeven dat 
Régine Depeint aan het portret kan toevoegen. Heel even wordt het proces 
vermakelijk, wanneer blijkt dat Raemaekers zich aan de een voorstelde als 
Alexandre de Saügny en aan de ander als Alexandre Hartway La Tour. Bij een 
derde huwelijk voegde hij de naam van zijn vrouw toe aan de zijne. Dat werd 
dan Alexandre Jean-Paul Raemaekers de Peint. Er is een constante: Jean-Paul 
Raemaekers wordt het liefst Alexandre genoemd. 

De morele consulenten komen aan het woord. Zij bezochten 
Raemaekers in de gevangenis. "Hij vertelde me dat hij slechts een klein radertje 
is in een veel groter netwerk', verklaart een van hen. "Hij zegt dat hij kleine 
meisjes heeft geleverd voor seksfuiven waarop machtige en belangrijke 
personen aanwezig waren. Nee, namen heeft hij nooit genoemd. Wat ik me 
wel goed herinner, is dat hij op een zekere dag zei: als ik praat, dan ontploft dit 
land.' 

Mevrouw Fran9oise de Saligny volgt dagelijks met grote belangstelling het ver- 
loop van het assisenproces in _L« Soir. Zij is cultureel attachee op de Finse 
ambassade in Brussel en geniet in Parijs een zekere faam met haar essays over 
schone kunsten. Fran^oise de SaHgny is niet weinig trots op haar afkomst. 
Haar vader heeft ooit de hele stamboom van de de Saügny's in kaart gebracht 
en kwam tot de jammerlijke bevinding dat zij, Frangoise, de laatste telg is van 
het geslacht. In de zomer van 19S7 kreeg Frangoise de Saligny een exemplaar 
van een Franstalige krant onder de neus geschoven. Een collega vroeg haar of 
dit misschien familie van haar was. Ze las met verbazing: "Alexandre de 
Saligny is schrijver. Hij geniet naar eigen zeggen veel roem in Frankrijk. Maar 
het toeval wil dat hij geboren werd in Brussel en nog steeds zeer veel 
genegenheid heeft voor België. Na Parijs te hebben veroverd, wil hij nu 
doorbreken in zijn eigen land. Naar aanleiding van de verschijning van zijn 
tweeëntwintigste boek wU hij zich bekendmaken bij het Belgische publiek. 
Daarom gaf hij gisteren een persconferentie in het Pershuis te Namen.( ...)'5 



14 



Mevrouw de Saligny krijgt een exemplaar van het vermelde boek, L^s anges 
se parient, te pakken. Ze stoot op een resem onnozele rijmpjes over "de dingen 
des levens'. Er zit een los briefde bij het boek. Daar staat: "Wü u een boek 

uitgeven? 

Ik help u. Wü u een boek schrijven? Ik schrijf het voor u.' Getekend: 
Alexandre de Saligny. Mevrouw de Saligny begint te lezen. Na twee pagina's 
rust haar vinger op de eerste taalfout en belt ze haar advocaat Alain 
Berenboom. Enkele dagen later belt die haar terug: "Het is erger dan u kon 
vermoeden.' 

De bijgenaamde Alexandre de Saligny kwam al meermaals in aanraking 
met het gerecht.' Van zodra hij bij zijn eerste baantje, op een 
verzekeringskantoor, geld in zijn handen krijgt, gaat hij ermee aan de haal. 
Daarvoor wordt hij op 8 

mei 1979 veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf' In 1980 wordt Raemaekers 
drie keer veroordeeld. De correctionele rechtbank van Brugge legt hem een 
levenslang rijverbod op wegens een dodelijk verkeersongeval. In Brussel 
volgen veroordelingen wegens een poging tot afpersing (vier maanden cel) en 
oplichting (twee maanden cel). Tijdens zijn eerste penitentiaire verlof, in 1981 , 
neemt Raemaekers de wijk naar Frankrijk. Vijf jaar later moet hij wegens 
alweer nieuwe problemen in omgekeerde richting vluchten.' 

Aan het eind van het onderhoud met zijn cliënte, moet advocaat 
Berenboom nog één veroordeling vermelden: op 5 juni 1987, door de 
correctionele rechtbank van Namen, opnieuw wegens oplichting. Hoe 
Raemaekers het voor elkaar krijgt is een raadsel, maar hij loopt gewoon vrij 
rond, geeft zelfs persconferenties. Zijn valse naam dient blijkbaar niet om zich 
voor justitie te verbergen. Op de achterflap van de boekjes die hij publiceert, 
prijkt zijn eigen foto en vermeldt een korte - met fictieve literaire prijzen 
aangedikte - biografie zijn geboortedatum en de naam van zijn moeder. 

Jean-Paul Raemaekers betrekt in 1987 een herenhuis in de Paul Dejaerlaan in 
Sint-GiUis. Het is zo'n buurt van fraaie, negentiende-eeuwse huizen waar nogal 
wat pas uit de echt gescheiden veertigers neerstrijken met de intentie om van het 
leven toch nog iets moois te maken. Raemaekers introduceert zichzelf in dit 
milieu als schrijver, impresario, filosoof en meesterschaker. Nu en dan laat hij 
zich tegenover vrienden iets ontvallen over zijn adellijke afkomst, maar wat de 
meesten bijblijft is zijn met grote overtuiging gebrachte stelling dat hij de zoon is 
van de bisschop van Luik. Alexandre, zoals hij zich consequent laat noemen, kan 
inderdaad schaken als. geen ander, herinneren zijn vrienden zich. "Hij was zo'n 
speler die er genoegen in schepte het op avondmarkten tegen vijf of tien 
opponenten tegelijk op te nemen.' 

Zijn uitgevershuis bevindt zich in de Lombardijestraat 4, Sint-GiUis. Het 
bedrijfje, Editions Impériales d'Occident, wordt gesticht op 1 maart 1987. Het 
gros van de boekjes die er in de etalage Hggen, vermeldt Alexandre de Saligny als 
auteur. Het zijn er geen 401, zoals de schrijver-uitgever op een achterflap ver- 
kondigt, maar toch meer dan tien. Een ervan bevat het libretto van een nooit uit- 
gevoerde opera, l^a Belle de Budapest, een andere is de biografie van de Italiaans- 
Belgische charmezanger Rocco Di Quinto, die aan het begin van de jaren '80 in 
het Waalse landsdeel kortstondig van het sterrendom mag proeven. Rocco Di 

1 1; 



Quinto, zo kan de lezer ontdekken, doet het met de minderjarige zangeresjes 
uit zijn koortje. Bij één ervan verwekt hij een kind. "De nieuwe wetgeving op 
de kinderarbeid dreigt de nochtans veelbelovende carrière van Rocco Di 
Quinto et les Rockets te fnuiken', schrijft Alexandre de Saligny.' 

Naarmate Frangoise de Saligny verder navraag laat doen, wordt de zaak 
er alleen geheimzinniger op. De man die haar naam stal, bezit drie 
fonkelnieuwe wagens: een Jaguar en twee Porsches. In de cafés van Sint-GiUis 
zwaait hij met dikke stapels bankbiljetten. Hij reist voortdurend Voor zaken'. 
In zijn maar zelden geopend winkeltje is nochtans nooit een klant te zien. 

Op 13 oktober 1988 wordt de Paul Dejaerlaan opgeschrikt door een 
inval door de zedenbrigade van de Brusselse gerechtelijke politie (CtPP). Een 
deur wordt ingebeukt. Er komt een megafoon bij te pas om de verdachte in te 
rekenen, die zich op een bovenverdieping in een kleerkast heeft verschanst. 
Aan de actie is een observatieronde van een week voorafgegaan. Raemaekers, 
getipt over de gerechtelijke actie, is naar Nederland gevlucht en denkt na een 
week ten onrechte dat het gevaar geweken is. Mevrouw Fran9oise de Saligny 
leest het in de krant. Raemaekers wordt beschuldigd van de veelvuldige 
verkrachting van IsabeUe L., een meisje van elf. In augustus 1988 heeft hij 
haar ouders verzekerd dat ze begiftigd is met "een gouden stem' en dringend 
een plaatje moet opnemen. Dat dient bij voorkeur te gebeuren in Manilla, 
waar de opnamestudio's 'goedkoop' zijn. Hij krijgt de ouders zo gek 205.000 
frank te investeren in het project. Vanuit Manilla laat hij vaderlief per 
postwissel nog eens 250.000 frank storten. Want de kleine IsabeUe maakt 
zoveel indruk op de lokale platenbonzen dat er nu al sprake is van een elpee... 
Eenenveertig dagen lang vertoeft IsabeUe op de Filippijnen in het gezelschap 
van haar "impresario'. Die brengt haar inderdaad naar een studio, maar niet 
naar de opnamestudio die ze verwacht. In de hotelkamer staat een 
videocamera klaar op een statier 

Tijdens het onderzoek komt ook aan het Hcht dat de verdachte in de 
weken voor zijn arrestatie drukdoende was administratieve formaliteiten te 
vervuUen voor de oprichting van een vzw genaamd SOS Enfants en Détresse 
(SOS Kinderen in Nood). Hij was van plan om zijn boekhandel op te doeken 
en in de vrijgekomen ruimte een opvangtehuis voor probleemkinderen te 
openen. In 1986, zo blijkt later, is hij gedurende een jaar de officieuze voogd 
geweest van een dertienjarig meisje dat door haar moeder, een marginale 
vrouw uit Charleroi, niet langer gewenst was. Sylviane B., die bij Raemaekers 
inwoonde, vertelt dat ze meermaals is verkracht en mishandeld. Niemand wil 
Sylviane B. geloven, ook haar moeder niet - zelfs niet wanneer de naam van 
de van pedofiHe beschuldigde Raemaekers wordt uitgesmeerd in de pers. Het 
is de moeder die er met één verklaring - "dat verzint ze' - voor zorgt dat de 
getuigenis van Sylviane B. zonder gevolg zal blijven. Dat is tot op heden zo. 

Op 7 juni 1989 wordt Raemaekers veroordeeld wegens valse 
naamdracht. Ten gevolge van een klacht van Fran9oise de Saligny mag 
hij zijn geliefkoosde pseudoniem nooit meer gebruiken." Niet eens drie 
weken later volgt een nieuwe veroordeling. Voor wat hij Isabelle L. 
aandeed, krijgt hij van de correctionele 



16 



rechtbank in Brussel een celstraf van vijf jaar, waarvan twee met uitstel. 
Tijdens dit proces ontkent Raemaekers het licht van de zon. In tegenstelling 
tot wat het kind beweert, heeft hij haar nooit gepenetreerd en heeft hij haar 
nooit verplicht om hem te pijpen, zo luidt het. Vier jaar later, tijdens de 
huiszoekingen in Rotterdam, vinden de speurders een opname terug waarop 
te zien is dat Isabelle L. de waarheid sprak. Ook blijkt nu dat in ManiUa nog 
een ander kind voor de camera werd mishandeld. Het gaat om een Füippijns 
meisje waarvoor niet eens een poging tot identificatie wordt ondernomen." 

Zo deplorabel als Jean-Paul Raemaekers in 1989 van het Brusselse toneel 
verdwijnt, zo glorieus staat hij er twee jaar later terug. Na een derde van zijn 
straf te hebben uitgezeten, komt hij op 14 oktober 1991 vrij en huurt hij een 

kantoorpand op de Louisalaan in Brussel. Op het nummer 163, vlakbij de 
hoofdzetel van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, afficheert 
hij met kortetermijnrentes tot 22 procent en meer. Raemaekers is nu 
belegger. "De nummer één in internationale beleggingen', klinkt het in een 
advertentie in de Gouden Gids. Op 3 maart 1992, pas anderhalf jaar na de 
feitelijke start van zijn beleggerskantoor, richt hij bij de rechtbank van 
Koophandel in Brussel zijn vennootschap Placements Experts Finance 
Internationale (PEFI) op. Raemaekers bombardeert zijn echtgenote tot 
gedelegeerd bestuurder cn benoemt zichzelf tot "PDG'.*^^ Niemand weet hoe 
dat komt, maar Raemaekers is vermogender dan ooit. Hij maakt in de zomer 
van 1992 korte reizen naar Paraguay en Nigeria. "In Paraguay heb ik toen een 
bank opgericht, dat gaat daar vrij makkelijk', zal hij later verkondigen." 

Enkele weken voor Raemaekers' vertrek naar Paraguay, stapt journalist 
Guy Legrand het kantoor van PEFI binnen. Legrand verzorgt voor het 
weekblad Trends de beleggersrubriek, zit wat verveeld met de nakende 
komkommertijd en wil ook wel eens lachen. De realiteit overtreft zijn 
stoutste verwachtingen. "Merkwaardig hoe een huis van zo'n gewicht zo 
onbekend gebleven is', spot iiij een week later in Trends.*1 5 Een uur lang 
heeft Raemaekers hem om de oren geslagen met Luxemburgse rentevoeten 
die eerst 10 procent en een kwartier later al 1 3,5 procent bedragen. Wat Guy 
Legrand het meest is bijgebleven, is de conversatie die op gang kwam toen hij 
zijn blik Het rusten op de met kleine papieren vlaggetjes beprikte wereldkaart. 

- En wat is dat? 

- Dat geeft u een impressie van de landen waar wij actief zijn. 

- Dat is wel érg indrukwekkend voor een zo jonge 
vennootschap. - Oh, maar we breiden uit. Ziet u dat 
kantoorgebouw hiernaast? - Dat mooie nieuwe pand? 

- Ja, wel, daar huren wij vanaf september 250 vierkante meter. 

Aan het einde van het onderhoud, weet Legrand nog, sprak Raemaekers al 
over "tien verdiepingen', pretendeerde hij dagelijks aandelenpakketten van 
vele hon 



17 



derden miljoenen te verhandelen en had hij het over 65 banken uit evenveel lan- 
den waarmee hij dagelijks onderhandelde... "Ik trok enkele van de door hem 
genoemde banken na. Zoals ik kon verwachten, bleken ze niet te bestaan. '*^'^ 
Van één ding staat Legrand wel te kijken. Jean-Paul Raemaekers blijkt, zoals hij 
beweert, inderdaad lid te zijn van de Mensa, de vereniging van zelfverklaarde 
superintellectuelen. Om dat te bewijzen heeft hij op 11 juni 1992 een grote 
advertentie geplaatst in de beurskrant Echo de la Beurse. Daarin brengt hij 
verslag uit van de lezing die hij enkele dagen daarvoor op een bijeenkomst van 
de Mensa in de buurt van Charleroi heeft gegeven. 

Het is niet toegelaten om het lidmaatschap aan te wenden voor 
commerciële doeleinden, maar de Mensa krijgt de tijd niet om Raemaekers op 
de vingers te tikken. Op 2 juni 1992 wordt hij door onderzoeksrechter Van 
Espen in beschuldiging gesteld wegens "het ongeoorloofd beroep doen op het 
openbare spaarwezen, valsheid in geschriften en gebruik daarvan'. Het is de 
Commissie voor het Bank- en Financiewezen die al in februari 1992 naar het 
Brusselse parket is gestapt, nog voor PEFI goed en wel opgericht is. PEFI heeft 
geen vergunning als internationaal belegger. Wat Raemaekers hoort voor te 
leggen, is een mandaat van een erkende buitenlandse bank. "Oh, dat haal ik wel 
even', vertelt Raemaekers de mensen van de commissie, wanneer zij hem op het 
matje roepen. Wat later staat hij er terug, mét het gevraagde attest Het is 
afkomstig van de International Swan Bank uit Paraguay. Voor de Commissie 
voor het Bank- en Financiewezen erachter komt dat die bank niet bestaat, heeft 
iemand ontdekt dat het attest nagemaakt is in het copycenter om de hoek. 

Op 22 januari 1993 legt de Brusselse rechtbank van koophandel de firma 
een handelsverbod op. Dc procedure is een maat voor niets, want PEFI is al op 
30 augustus 1992 in vereffening gegaan. Daarna blijft Raemaekers nog even geld 
verhandelen onder firmanamen als International Swan Bank of Universal 
Brokers Company Exco. Een van zijn laatste klanten wordt de Franse zangeres 
Chantal Goya. Raemaekers "leent' haar 200 miljoen frank en attente advocaten 
kunnen maar net verhinderen dat Raemaekers middels een vervalste 
handtekening met een deel van de borgstelling aan de haal gaat. 200 miljoen 
frank is wel zo ongeveer de omvang van de put die PEFI geslagen heeft. 

Zo is het ongeveer gegaan, al heeft niemand ooit kunnen verklaren hoe 
Raemaekers, amper ontslagen uit de gevangenis, een pand kon huren op de 
Louisalaan. "Ik verhandelde pedofiele cassettes', zegt Raemaekers openhartig tij- 
dens een van de vele telefoongesprekken cüe we in het voorjaar van 1997 met 
hem in de gevangenis van Namen voeren. "Zo'n netwerk, daar is veel geld mee 
gemoeid. En welk geld, denkt u, werd er belegd via PEFI? Dat waren de 
opbrengsten van een handel in kinderporno.'" 

Op 30 juni 1994 veroordeelt de Brusselse correctionele rechtbank 
Raemaekers tot zes jaar effectieve celstraf wegens oplichting, bedrieglijk 
bankroet en misbruik van vertrouwen. Hij gaat in beroep, maar krijgt een 
zwaardere straf 

Het hof van beroep geeft hem op 5 januari 1995 zeven jaar effectief Raemaekers 



18 



zit in die dagen in een gevangeniscel met een bang hart een ander proces af te 
wachten, dat van het Brusselse assisenhof. 

Net voor de jury zich op vrijdag 27 januari 1995 terugtrekt voor de 
beraadslaging, krijgt de beklaagde het laatste woord. Hij heeft begrepen dat de 
zaken er niet al te best voorstaan en vervalt in een lang uitgesponnen betoog. 
Hij spreekt opnieuw razendsnel, om nu en dan zijn woorden te laten stokken. 
Jean-Paul Raemaekers vraagt vergiffenis. Aan de kinderen, aan hun familie, aan 
al diegenen die ik kwaad heb berokkend... Ik zal mij niet beklagen over de straf 
die ik verdien. Mijn spijt is gemeend. Ik hoop alleen dat men mij wil behandelen 
tijdens mijn straf. Wanneer ik kinderen zie, dan wordt de opwinding sterker dan 
mezelf.. Ik, de aanrander, de oplichter, ik wü boete doen. Maar meer dan dat. Ik 
zal de machinerie in werking zetten. Ik ben de zondebok die nu de gevangenis 
in gaat, terwijl de hoge pieten buiten schot blijven.' Er ontstaat verwarring in de 
rechtszaal. De beklaagde tovert een vel papier tevoorschijn, begint er ostentatief 
mee te zwaaien en maakt aanstalten om er een hele resem namen van klanten 
van voor te lezen. Voorzitster Karin Gerard grijpt naar de hamer. 

- Mijnheer Raemaekers, wat u doet is ontoelaatbaar! 

- Maar ik kan het bewijzen, mevrouw de voorzitter. 

- Ik wü akte nemen van uw plotse verzoek om dan toch de namen te gaan 
noemen van medeplichtigen, maar ik kan niet toestaan dat dit tijdens een 
openbare zitting gebeurt. 

- Goed, ik zal de namen later aan de bevoegde instanties meedelen. Dan wil ik 
toch besluiten met de medcdcHng dat ik op een veilige plek ook nog een 
hoeveelheid videobanden heb bewaard die mijn gelijk bewijzen. Bovendien 
heb ik bij een notaris een honderd vijftig pagina's tellende verklaring 
achtergelaten. Die zal aan de justitie worden overgemaakt van zodra mij iets 
overkomt." 

Het papier wordt overgemaakt aan het Brusselse parket en zal later dienen als 
basis voor enkele informatieve onderzoeken die in 1995 bij het Brusselse parket 
worden geopend. Met trülende hand heeft Raemaekers vijf namen neergepend. 
De eerste is die van een Bmsselse magistraat, de vier anderen zijn schuldeisers in 
het dossier-PEFI.*!'^ 

Drie uur na dit incident keert de jurj' terug. Op aHe haar gestelde vragen is 
het antwoord ja. Schuldig over de hele kjn. Rechter Karin Gerard veroordeelt 
Jean-Paul Raemaekers tot levenslange dwangarbeid. 

NOTEN 

1 Telex persagentschap Belga, 23 januari 1995. 

2 Reconstructie op basis van krantenartikels en gesprekken met aanwezigen. 

3 Dossier 5192 van onderzoeksrechter Van Espen. 

4 Akte van beschuldiging voor het parket-generaal van Brussel, Raymond Loop, 2 

december 1994. 

5 Vers 1'Avenir, 25 juli 1987. 



19 



6 Het eerste contact met justitie beleeft Raemaekers in het begin van de jaren zeventig wan- 

neer hij als negentienjarige in Blankenberge fietsen steelt en minderjarige meisjes 
lastigvalt. 

7 7 Wegens frauduleus bankroet, oplichting, misbruik van vertrouwen en uitgifte van valse 

cheques. 

8 De correctionele rechtbank van Parijs veroordeelt hem op 20 maart 1991 bij verstek tot 3 
jaar cel wegens oplichting. 

9 Le Rêve de Di Quinto Rocco, Alexandre de Saligny, Editions Impériales d'Occident, 

blz. 90-93. 

10 La Dernière Heure, 15 oktober 1988. 

11 Op strafe van een dwangsom van 50.000 frank. 

12 Tijdens het correctionele proces op 29 juni 1989 wordt Raemaekers in een moeite door 

wel veroordeeld wegens het toebrengen van slagen en verwondingen aan een 
secretaresse die voor hem werkte. 

13 Zijn eerdere veroordelingen laten Raemaekers niet toe zelf een bestuursmandaat 

te bekleden. 

14 Telefonisch contact met Jean-Paul Raemaekers, 28 juni 
1997. 

15 Trends, 2 juli 1992. 

16 Gesprek met Guy Legrand, januari 1997. 

17 Telefonisch contact met Jean-Paul Raemaekers, 23 juni 1997. 

18 Reconstructie op basis van krantenartikels en gesprekken met aanwezigen. 

19 Het document wordt voor verder onderzoek overgemaakt aan het Brusselse parket. BOB 

Brussel, 27 maart 1995, pv 104.017. 



20 



2^ 'Ik kwam tot de bevinding dat hij contacten had 

met niet-geidentificeerde personen die geen enkel 
spoor achterlieten van hun bezoeken. ' 

Vroegere advocaat Jean-Paul Raemaekers, 28 oktober 1996 

Zoals steeds zijn ze van de partij. De sjacheraars, de vrekken, de antiekhandela- 
ren, de roddeltantes van om de hoek en de klanten van de rommeknafkt. Het is 
donderdag 7 december 1995, Iaat in de namiddag. In de hangar in de 
Onafhankelijkheidsstraat in het Brusselse Molenbeek werkt de veilingmeester 
zich op een drafje door de loten met nummers 182 tot 308. Hij wil naar huis. 
Deurwaarder Michel Leroy en zijn assistent Fran^ois Daniël willen dat ook. Het 
publiek biedt wispelturig. Lot 203, bestaande uit twee tv-toesteUen, gaat onder 
de hamer voor niet meer dan duizend frank. Een Durst-vergroter, normaal 
toch een hoop geld waard, gaat van de hand voor 300 frank. Lot 232, de 
Corona-naaimachine, geraakt niet verkocht. Voor lot 216, een doos met twintig 
cd's in, wordt dan weer driftig over en weer geboden. Opbrengst: 6.000 frank. 
Voor lot 243, bestaande uit 27 videocassettes, gaat het tot 1.600 frank. Lot 255, 
goed voor 322 originele videocassettes, verandert voor het uitzonderlijk hoge 
bedrag van 20.000 frank van eigenaar. En 430 door de vorige bezitter zelf 
opgenomen banden (en 60 lege VHS-doosjes), haalt het ook al niet onaardige 
bedrag van 8.000 frank. 'Er valt geen lijn in te trekken', zegt een kenner. "De 
aanwezigheid van twee geobsedeerde verzamelaars kan volstaan om enkele 
waardeloze stukken plots peperduur te maken.' 

Misschien is dat de simpele verklaring waarom de videobanden van Jean- 
Paul Raemaekers die dag zo'n hoge toppen scheren tijdens de openbare veiling 
van de resterende activa van de nv PEFI. Niettemin is de verrassing bij het par- 
ket van Neufchateau totaal wanneer de pers eind 1997 over deze openbare ver- 
koop bericht.' Tot dan toe heeft niemand opgemerkt dat dit het 
onwaarschijnlijke lot is geworden van de inboedel van een van de weinige 
groothandelaars in kinderporno die de Belgische justitie ooit kon snappen. 



21 



De speurders weten al enige tijd dat een deel van Raemaekers' videocollectie 
tijdens het gerechtelijk onderzoek verloren is gegaan, maar hebben er het raden 
naar hoe. Op 17 februari 1997 stuurt de curator van PEFI, de Brusselse 
advocaat Tom Gutt, een brief naar het Brusselse parket.' Uit berichten in de 
pers over de door Jean-Paul Raemaekers gedirigeerde graafwerken in een oude 
steenkoolmijn te Jumet maakt hij op dat Neufchateau geïnteresseerd is in diens 
verleden. In zijn brief drukt Gutt zijn verwondering uit over het feit dat 
niemand hem tot dusver heeft benaderd. Hij legt uit hoe kort na Raemaekers' 
arrestatie een hele vracht videocassettes voor zijn deur werd afgezet. Tn totaal 
gaat het om zo'n tweeduizend cassettes', schrijft Gutt. 'Deze cassettes zijn 
nooit door het gerecht gevisioneerd. Ze zijn destijds geselecteerd op basis van 
de etiketten die Jean-Paul Raemaekers erop had gekleefd.*3 

De rekening klopt als een bus. In Rotterdam zijn destijds een kleine vier- 
duizend videobanden opgehaald. In het onderzoek dat de eigenaar naar het 
assisenhof leidde, zijn er daarvan slechts een goede tweeduizend bekeken door 
de BOB. De tweeduizend resterende tapes, waarvan niet uit te sluiten valt dat 
er tussen de vele kilometers gewone tv-opnames en onschuldige speelfilms ook 
kinderporno zit, liggen opgestapeld in een hangar van gerechtelijk expert 
André Fourneau in Anderlecht. Die wü er wegens plaatsgebrek zo snel 
mogelijk van af en heeft er bij Gutt al op aangedrongen de hele zwik te laten 
verbranden. 

Wanneer speurders van de Brusselse BOB op 12 maart 1997 in de hangar 

te Anderlecht de hele vracht komen ophalen, vinden ze geen tweeduizend, 
maar 797 videobanden.' Lange tijd nemen ze vrede met de veronderstelling dat 
de curator zich heeft vergist en dat zijn mededeling over 'tweeduizend 
cassettes' op een al te ruwe schatting berust. Nu blijkt dat op 7 december 1995 
in Molenbeek in totaal 779 cassettes zijn geveild. Wie dit getal optelt bij 797, 
komt in de buurt van de tweeduizend waar Gutt het in zijn brief over heeft. 
Deze conclusie dringt zich op: het Brusselse parket heeft minstens de helft van 
de buit stomweg verloren laten gaan. Onderzoeksrechter Van Espen, die het 
onderzoek rond PEFI leidde, houdt vol dat hij de totale omvang van de 
collectie heeft gemeld aan al wie die hoorde te kennen. Zijn collega Damien 
Vandermeersch zegt dat hij nooit weet heeft gehad van tweeduizend niet 
onderzochte videobanden. 

Op de 797 gerecupereerde banden wordt geen enkele verdachte scène 
aangetroffen. Maar er zijn redenen om te geloven dat de 779 geveilde 
exemplaren van een verdachter aUooi waren. Blijkens het proces-verbaal van 
de veiling zitten er 322 'originele videocassettes' tussen.' Dat zijn aangekochte 
speelfilms. Het is bekend dat pedofielen de gewoonte hebben hun geliefkoosde 
scènes te vermommen door ze pal middenin onschuldige speelfilms te 
monteren - bij voorkeur een Walt Disney. De afschuwelijkste scènes staan 
doorgaans precies op die banden waarvan de verpakking dat het minst laat 
vermoeden. 

Het staat vast dat Jean-Paul Raemaekers zich grote zorgen maakte over zijn 
videocollectie. Goed een maand nadat hij in Rotterdam is opgepakt, richt hij 
vanuit de gevangenis een handgeschreven smeekbede aan curator Tom Gutt: 
Tk veroor 



22 



loof mij u bij deze te verzoeken om de teru^ave van bepaalde goederen voor 
deze worden verkocht en die door uw zorgen bewaard worden bij mijnheer 
Fourneau. Te weten: de kleren van mijn drie kinderen (11 jaar, 9 jaar en 10 
maanden), de kleren van mijn echtgenote, mijn eigen kleren, persoonlijke 
voorwerpen van onze drie kinderen, de knuffeldieren van onze kinderen, de 
schoolschriften en schoolboeken van onze kinderen, de videocassettes die wij 
van de televisie hebben opgenomen, alles wat onverkoopbaar is." 

Raemaekers is er in die periode duidelijk nog van overtuigd dat staalhard 
ontkennen en bluffen de beste strategie is. Hij leeft in de hoop, zo blijkt later, 
dat duistere krachten binnen het Belgische rechtssysteem hem wel te hulp 
zullen snellen. In tegenstelling tot kleren, schoolschriften en teddyberen, krijgt 
hij zijn cassettes niet terug. Wat dus ook niet betekent dat het Bmsselse 
gerecht dit materiaal ten voUe zal exploiteren. "Men wist daar perfect wie ik 
was en wie ik, als ik dat wou, in opspraak kon brengen', vertelt Raemaekers 
later. 'Na mijn arrestatie heeft men mij signalen gestuurd. Men zou mij laten 
interneren. Op die manier zou ik na een jaar of wat terug op vrije voeten zijn. 
Ik kan niet verklaren waarom het fout gelopen is en men mij toch levenslang 
gegeven heeft. AUe bewijzen in de richting van de mensen voor wie ik werkte, 
die men in 1993 gevonden heeft, zijn tijdens het onderzoek al weggemoffeld." 

Hoe geloofwaardig is Raemaekers? Een Brusselse BOB'er die hem 
meermaals ondervroeg, weet het na al die keren nog altijd niet. 'Soms denk ik: 
dit heeft geen zin, hij is knettergek, we verliezen onze tijd. Anderzijds kan je er 
niet omheen dat 

hij jarenlang middenin een crimineel milieu heeft gezeten waar we weinig of 
niets over weten. Hij was het die ons uitlegde dat er onder pedofielen vooral 
ruilhandel bedreven wordt. Dat is, de wilde verhalen ten spijt, de thesis die we 
tot nader order aanhouden: hij is voor de camera kinderen beginnen 
verkrachten omdat hij zelf geen materiaal had om te ruilen. Nu, hoe je het ook 
draait of keert, Raemaekers moét wel een bron van nuttige informatie zijn.' 

Reeds in de eerste dagen na het assisenproces, wekt Raemaekers de interesse 
van de Brusselse BOB. En dat niet alleen vanwege het dreigement dat hij 'de 
machinerie in werking zal stellen'. Na zijn proces tracht Raemaekers de op dat 
vlak nogal sceptische speurders ervan te overtuigen dat Nancy P en Nelly D.V, 
zoals de meeste andere slachtoffertjes, door hun moeder voor een appel en een 
ei 'verhuurd' werden. Dixit Raemaekers was hun moeder perfect op de hoogte 
van wat er gebeurde. Dat hij haar tijdens het onderzoek buiten schot hield, 
zegt Raemaekers, 'was een deel van de afspraak. 

Op 1 februari 1995, niet eens een week na het proces, doet BOB'er Boon 
een verbijsterende ontdekking. Op de rekening van Raemaekers in de 
gevangenis van Vorst is een aantal anonieme stortingen gedaan. Als er al eens 
een naam wordt vermeld, dan is dat 'Madrid' of 'Leclercq'. Boon kan 
aanvankelijk enkel het postkantoor terugvinden van waaruit het geld, veelal 
sommen van duizend of tweeduizend frank, aan het loket zijn gestort. Het 
postkantoor bevindt zich in de Dokter Dejaselaan 22 in Schaarbeek. In die 
straat, noch in de omliggende buurt. 



23 



woont niemand met de naam Madrid of Leclercq. In de Dokter Dejaselaan 
woont wel de moeder van Nancy en Nelly. Na lang zoeken kan Boon aan de 
hand van het handschrift op twee postmandaten de anonieme schenker 
identificeren. Het is de moeder.' 

Men kan aannemen dat beroepsintrigant Raemaekers haar destijds geld 
geleend heeft, en dat zij haar schuld in kleine schijven aan het aflossen is. Het 
kan, maar voor al wie ook maar enkele seconden te zien kreeg van de 
martelgang van Nancy en Nelly is het totaal uitgesloten dat een moeder de 
dader ook maar een halve frank zou toestoppen - zeker als die in de 
gevangenis zit. De twee meisjes wonen in 1995 overigens niet meer bij hun 
moeder. 

Wanneer Raemaekers op 20 februari 1995 wordt verhoord door de BOB, 
legt hij uit dat hij in totaal al om en bij de 400.000 frank heeft geïncasseerd 
aan zwijggeld, afkomstig van anonieme pedofielen of van ouders die hem hun 
kinderen verhuurden. Wat de moeder van Nancy en Nelly betreft, verklaart 
hij zonder verpinken dat ze haar dochters op geregelde tijdstippen naar rato 
van 10.000 frank voor een uur of twee "uideende' aan volwassen mannen. Hij 
noemt ook namen van deze 'klanten.' Tijdens datzelfde verhoor, het eerste 
sinds zijn veroordeling, heeft Raemaekers het over seksfuiven met 
minderjarigen op verschillende adressen in Brussel en geeft hij de voornamen 
op van wat ogenschijnlijk kleine radertjes zijn van een omvangrijke, goed 
geoliede machine. Hij vermeldt onder meer het adres van een opnamestudio 
in de Molièrelaan in Ukkel, waar op bestelling van pedofielen videofilms 
werden opgenomen en waar hij naar eigen zeggen ook nog eens met Isabelle 
L. langs is geweest." Pas een kleine twee jaar later blijkt dat Raemaekers hier 
doelt op een opnamestudio waarvan een van de zaakvoerders in het midden 
van de jaren '80 zakelijke banden heeft met een andere firma waar in die tijd, 
onmiddeUijk na zijn aankomst in België, niemand minder dan Bernard 
Weinstein werkte. 

Begin 1995 kunnen ze bij de BOB nog niet weten wie Bernard Weinstein 
is. En zelfs al zou de Fransman toen al hun aandacht hebben getrokken, zou 
toeval een valabele verklaring kunnen zijn. Over de post-Raemaekers- 
onderzoeken hangt in die periode een schaduw van twijfel. De speurders 
krijgen geen hoogte van deze kwibus. Nu eens vertolkt hij de rol van 
combattieve spijtoptant en is wraak zijn enige motief om te praten. Dan weer 
kijkt hij op zijn ondervragers neer, zinspeelt hij met fonkelende ogen op steun 
van belangrijke personen die dit onderzoek in een mum van tijd kunnen laten 
beëindigen. 

Wanneer twee Brusselse BOB'ers zich op 15 maart 1995 met het oog op 
een tweede verhoor aanmelden in de gevangenis van Vorst, weigert 
Raemaekers zijn cel te verlaten. Het enige wat ze van hem te horen krijgen, is 
dat hij "onder zware 

druk' staat. I lij is nog nerveuzer dan normaal en zegt dat zijn advocaten hem 
verboden hebben om nog langer verklaringen af te leggen aan de rijkswacht. 
Het aantal mensen dat Raemaekers sinds 1 februari 1995 in de gevangenis 
is komen opzoeken, is zonder meer indrukwekkend. Hij heeft zesentwintig keer 
bezoek gekregen. Niet slecht voor een pas tot levenslange dwangarbeid veroor 
deelde pedofiel. Opvallend is het hoge aantal advocaten uit de directe entourage 



24 



van zijn aanvankelijke raadsman Jean-Paul Dumont dat in de gevangenis van 
Vorst langskomt: Mare Depaus, Patrick Gueuning en Sylvie Théron. Ook 
Dumont zelf en advocaat Jean-Marie Flagothier komen Raemaekers in die perio- 
de opzoeken." Hij krijgt ook het bezoek van de Brusselse handelsrechter 
Raymond De Smedt. Die is als vrijwilliger actief bij de SAJ Autrement, een orga- 
nisatie die bijstand verleent aan gedetineerden. Aan hem overhandigt 
Raemaekers een lange en emotionele brief waarin hij te kennen geeft dat hij niet 
langer door de BOB wil worden verhoord, maar enkel nog door de gerechtelijke 
politie. In de brief, die op 22 maart 1995 bij de Brusselse procureur Benoit 
Dejemeppe belandt, belooft hij harde bewijzen te zullen leveren over een pedo- 
fiele rechter, een belangrijke witwasoperatie, een moord, een geheime terroristi- 
sche groepering, en nog wat losse informatie over de Agusta-affaire, een pedofi- 
Henetwerk en de roze balletten. Of Dejemeppe hiervan onder de indmk is, is niet 
geweten. Zeker is dat hij niet ingaat op Raemaekers' verzoek. Het onderzoek 
blijft in handen van de BOB, die zich in eerste instantie zal interesseren in het 
waarom van Raemaekers' plotse voorkeur voor de Brusselse GP 

Volgens de registers van de gevangenis van Vorst is er tussen 20 februari en 
15 maart geen enkele GP'er Raemaekers komen opzoeken. "Toch zijn er toen 
twee speurders van de gerechtelijke politie gekomen', verklaart Raemaekers 
anderhalf jaar later, wanneer de contacten met de BOB weer optimaal zijn. "Ze 
waren gestuurd door de Brusselse commissaris Georges Marnette. Hij is een 
goede vriend van Jean-Paul Dumont. Het was Dumont die me elk contact met 
de rijkswacht verbood. Ik zou mijn informatie alleen aan de GP geven, maar 
slechts nadat die zou zijn gefilterd en gecontroleerd door Dumont.'*! 2 

Als alles volgens plan was verlopen, dan was Jean-Paul Dumont vandaag minis- 
ter geweest, voorzitter van de PSC of toch zeker iets van die strekking. In de 
jaren zeventig was hij een van de bekendste ^go/öfe» bojs van de PSC. Jarenlang 
was hij voorzitter van de PSC-jongerenafdeling. Hij sloot zich aan bij de Cepic, 
de ultrarechtse studiegroep van de PSC, gesticht en geleid door ex-premier Paul 
Vanden Boeynants. Meerdere prominente Cepic-leden - oud-premier Paul 
Vanden Boeynants en baron Benoit de Bonvoisin op kop - zouden later net als 
het Cepic zelf betrokken raken bij allerlei dubieuze affaires, tot en met de 
financiering van het extreem-rechtse Front de lajeunesse. Als beloftevolle 
advocaat verdedigde Dumont later de leden van deze terreurgroep, waarvan een 
aantal veroordeeld werd wegens brandstichting bij het linkse weekblad Pour in 
1981.*P Het werden de eerste namen in een klantenbestand dat, retroactief 
bekeken, gerust zou kunnen dienen als een trefwoordenregister voor twintig jaar 
georganiseerde criminaliteit in België. Vermeende leden van de Bende van Nijvel 
(Adriano Vittorio), exrijkswachter Madani Bouhouche, Eric Lammers (van het 
neonazistische Wesdand New Post), leden van de bende rond Patrick Haemers 
(Axel Zeven), Michel Nihoul, de gewezen Brusselse GP-commissaris Frans 
Reyniers, koppelbazen-godfather Carmelo Bongiorno... Het is wellicht een 
onvolledige opsomming, maar ze biedt terzelfder tijd een inzicht in de 
invloedssferen waarin 



25 



Jean-Paul Dumont vertoeft. Aan het einde van de jaren tachtig wordt Dumont 
het informele hoofd van een Idein Icringetje van advocaten dat zich jarenlang 
rond dezelfde cliënten en dezelfde dossiers manifesteert. Bijvoorbeeld rond de in 
ontelbaar veel affaires verwikkelde baron de Bonvoisin. Dumont deelt zijn kan- 
toor in die tijd met advocaat Didier De Quévy, de advocaat van Mare Dutroux in 
1989. Hij werkt voorts nauw samen met Martial Lancaster, de inmiddels van het 
toneel verdwenen PhUippe Deleuze, nauw bevriend met Michel Nihoul, en JuMen 
Pierre, de huidige advocaat van Dutroux. 

De val van Jean-Paul Dumont is even spectaculair als zijn kHm naar de top. 
In juli '95 wordt hij aan de balie voor negen maanden geschorst: voor zeden- 
schennis en omdat hij zich wegens ziekte verontschuldigde op een groot assisen- 
proces in Luik en dezelfde namiddag deelnam aan een tv-debat. In dezelfde 
periode ontvangt de Brusselse substituut Jean-Fran^ois Godbüle een factuur 
voor visitekaartjes die hij nooit heeft besteld. Het onderzoek wijst uit dat 
Dumont ze heeft laten drukken. Het gerucht gaat dat hij ze in de Brusselse 
bordelen wou verspreiden. Substituut Godbüle leidt op dat ogenblik 
onderzoeken tegen Carmelo Bongiorno en Benoit de Bonvoisin. De Brusselse 
PSC, waarvoor Dumont vandaag enkel nog een mandaat als gemeenteraadslid in 
Ukkel bekleedt, is hem liever kwijt dan rijk. 

Dat commissaris Georges Marnette en advocaat Jean-Paul Dumont dikke vrien- 
den zijn, is geen geheim. Hoe dik, is minder duidelijk. Begin 1997 signaleert een 
Hd van het kabinet van minister van Binnenlandse Zaken Johan Vande Lanotte 
aan het parket in Neufchateau dat de advocaat en de commissaris samen een 
bedrijf hebben opgericht in Montréal, in Canada, en daar regelmatig in eikaars 
gezelschap zijn gezien. Brusselse magistraten verklaren in dezelfde periode in het 
weekblad Humo dat Dumont een vaste tipgever is van Marnette. De twee zou- 
den elkaar regelmatig ontmoeten in het restaurant Mok ma Zwet, een etablisse- 
ment dat zijn bekendheid vooral dankt aan het feit dat een gangster van de bende 
rond Patrick Haemers er in de jaren tachtig een tijdlang kon onderduiken. Een 
andere vaste ontmoetingsplaats is het restaurant Le Vieux BruxeUes in de 
Brusselse Ilot Sacré. Het wordt uitgebaat door ene Michel Lavalle, over wie 
Achflle Haemers, vader van, zegt dat hij hem geld gegeven heeft om een zaak te 
beginnen. Hierover aangesproken door Humo, zegt Marnette dat leden van de 
Brusselse GP geregeld lunches organiseerden in een van de zaken van Lavalle. 
Ook de vroegere Brusselse hoofdcommissaris Frans Reyniers en grote baas 
Christian De Vroom kwamen er vaak. Wat Dumont betreft, zegt Marnette dat ze 
elkaar in 1984 leerden kennen en "zoetjesaan' vrienden zijn geworden. "Nu en 
dan gingen we samen uit eten. Niet vaak, alles samen hooguit tien keer. We had- 
den een duidelijke afspraak: tijdens het eten werd nooit over gerechtelijke affaires 
gepraat waarin één van ons betrokken was.'*14 

Het is niet zo uitzonderlijk dat rijkswacht en GP elkaar via slinkse wegen een 
zaak trachten af te snoepen. Het onbegrijpelijke aan de interesse van Dumont en 



26 



Marnette voor Raemaekers, is dat alles in feite draait rond de verklaringen van 
een gek. Pas anderhalf jaar na de feiten krijgen Brusselse BOB'ers, inmiddels 
ingeschakeld in het onderzoek te Neufchateau, van een erg bevoorrechte getuige 
te horen wat er in de weken en maanden na het assisenproces écht is gebeurd. 
Op 28 oktober 1996 verhoren zij Mare Depaus, de man die een week voor de 
aanvang van het proces van Jean-Paul Dumont te horen kreeg dat hij, samen met 
diens medewerker Patrick Gueuning, "dit zaakje' even zou moeten overnemen. 
Dumont vertelde hen dat hij een depressie had, wat hem een paar weken 
daarvoor ook al verplicht had de verdediging van Madani Bouhouche uit handen 
te geven voor het Brabantse assisenhof "Hij vond dat we meer kans hadden met 
twee jonge advocaten dan met een gevestigde advocaat, want zo kon een 
amalgaam en ambiguïteit tussen cliënt en advocaat worden vermeden', zegt 
Depaus. 

Voor Depaus, dan vijfendertig jaar oud, is het proces van Raemaekers 

uitgedraaid op een debacle. Eind 1996 is hij al geen advocaat meer, wat voor de 
speurders het voordeel heeft dat ze hem kunnen verhoren zonder een 
bemoeizuchtige stafhouder erbij. Depaus legt hen uit dat Raemaekers hem al 
tijdens de eerste gesprekken heeft ingelicht over zijn voornemen om, mocht het 
fout aflopen, in de rechtszaal aan te kondigen dat hij "hooggeplaatsten' wil 
aanklagen. Het is hem niet duidelijk of er een verband bestaat tussen dat plan en 
het afhaken van Dumont. De toppleiter volgde het proces intensief maar achter 
de schermen, weet Depaus nog. Hij was constant bereikbaar en stippelde vanuit 
zijn kantoor de te volgen strategie uit. "Het kwam ons voor dat Dumont de enige 
was in wie Raemaekers een volledig vertrouwen had.' 

Omtrent Raemaekers' onwil om nog langer de BOB te woord te staan, kan 
de ex-advocaat zich herinneren dat hij zelf nog, na het proces, naar onderzoeks- 
rechter Vandermeersch stapte met dit voorstel: strafvermindering in ruil voor 
informatie. Vandermeersch wees het aanbod af. Luidens Depaus ging Dumont 
pas daarna de GP-piste bewandelen. "Ik heb toen na bemiddeling door meester 
Dumont - aan wie ik raad had gevraagd - twee inspecteurs van de GP ontmoet 
Nadien zag ik in dat ik mijn handen in een wespennest had gestoken. Toen heb 
ik me uit die demarche temggetrokken.' 

- U gebruikte het woord "wespennest'. Kunt u preciseren wat u bedoelt? 

Ik gebruikte het woord "wespennest' omdat de zaak in het begin eenvoudig 
leek. Raemaekers beschikte over een zeker aantal informaties en wou daarover 
negotiëren. De eerste demarche bestond erin de haalbaarheid en de 
modaliteiten van die onderhandeling na te gaan. Na mijn bezoek aan 
onderzoeksrechter Vandermeersch ben ik me de vraag gaan stellen welke de 
steun was die de speurders vanwege hun hiërarchie genoten. Anderzijds bleek 
dat er een rivaliteit bestond binnen deze politiedienst en op het einde kwam ik 
tot de bevinding dat Raemaekers contacten had met niet-geïdentificeerde 
personen die geen enkel spoor achterlieten van hun bezoeken. Al deze 
elementen deden me inzien dat ik een spel aan het spelen was waarvan ik niet 
eens de helft van de regels kende. Het is in die context dat ik me heb 
teru^etrokken. 



O 27 



- Racmaekcrs verklaart dat de gerechtelijke politie door Dumont werd gekozen in 
functie van zijn goede contacten met commissaris Marnette. Kunt u dat 
bevestigen en kunt u ons iets zeggen over die contacten? 

- Ik weet niet of de GP door meester Dumont werd gekozen vanwege zijn 
contacten met commissaris Marnette, maar het klopt dat meester Dumont en 
commissaris Marnette elkaar al lang kennen (...). 

-Tijdens zijn verhoren heeft Raemakers ons gezegd dat hij over documenten 

beschikte, zelfs over videocassettes om zijn informatie te ondersteimen. Had u 

weet van het bestaan van deze documenten? 
-Ja, ik weet dat deze documenten bestaan. Indien de onderhandelingen waren 

geslaagd, was het de bedoeling dat ik zou instaan voor het bekomen ervan, maar 

op dit ogenblik weet ik niet waar ze zich bevinden. 

- U zegt dat deze documenten bestaan. Heeft u 2e ooit zelf 
gezien? - Ik heb ze nooit zelf gezien, 

- Heeft Raemaekers u destijds gezegd waar ze zich bevonden en waar u zich 
zou moeten begeven om ze op te halen? 

- Neen." 



De weinige vrienden die Raemaekers vandaag nog heeft, zijn over de bezwarende 
doctimenten en videobanden net zo affirmatief als Mare Depaus, die ochtend in de 
kantoren van de Brusselse BOB. "De kluis bevindt zich in een bankgebouw in Zürich', 
verzekert een van hen ons begin 1997. Een andere vertrouwenspersoon meent te weten 
dat Raemaekers zijn handel heeft verborgen in Peru of in Paraguay. Op 
samenzweerderige toon heet het dan dat hij niet zo gek is als hij Kjkt en zichzelf heeft 
voorzien van "een levensverzekering'. 

Van enige lotsverbetering merkt Raemaekers in 1995 en 1996 nochtans niets. Hij 
verhuist naar de onder gedetineerden meest verafschuwde plek van het land: de 
gevangenis van Bergen, In de smerige en overbevolkte instelling vangt hij verhalen op 
over doodgepeste pedofielen en meent hij getuige te zijn van een voedselvergiftiging die 
de annalen ingaat als "zelfmoord'. Raemaekers sKkt verdovende pillen alsof het snoepjes 
zijn. In Bergen laat hij de gebeurtenissen in een roes aan zich voorbijgaan. Occasioneel 
belt hij zijn boezemvriend, John M. Verswyver, om hem te melden dat "ze' hem 
"verraden' hebben en dat zijn wraak zoet zal zijn - als die dag ooit komt. Hij 
bewerkstelligt een overplaatsing naar de gevangenis van Namen, wordt ziek, en zakt 
steeds dieper weg in de inertie. 

Dan barst de zaak-Dutroux los. 
NOTEN 

1 De Morgen, 12 november 1997. 

2 Tom Gutt duikt kortstondig op in de affaire-Dutroux. Hij is de raadsman van de 
Nigeriaanse familie West. De familie leeft in Elsene bij de sekte Celestian Church of Christ, de 
vermeende spil in een circuit van mensenhandel dat is opgezet door Annie Boutje 

3 Brief van Tom Gutt, 17 februari 1997. BOB Brussel, 6 maart 1997, pv's 150.635 en 
150.636. 



28 



4 BOB Brussel, 12 maart 1997 pv 150.693. 

5 Het proces-verbaal van de veiling leert nog meer over Jean-Paul Raemaekers. 
Tussen de te veilen voorwerpen stak een opmerkelijk groot aantal interne 
documenten van de vrijmetselarij. Vermoedelijk was Raemaekers niet alleen Hd van 
de Mensa, maar ook van een loge. 

6 Brief van Jean-Paul Raemaekers aan meester Tom Gutt, 7 juli 1993. 

7 Telefonische contacten met Jean-Paul Raemaekers, juni 1997. 

8 Vaststellingen BOB Brussel, 1 en 2 februari 1995, pv's 101.299 en 101.923. 

9 Wanneer ze op 1 maart 7995 verhoord wordt, ontkent Nancy P dit. Zowel 
haar ondervragers als de psychologe die daarbij bijstand verleent, kunnen zich 
niet van de indruk ontdoen dat het meisje heel wat verbergt. 

10 Verhoor Jean-Paul Raemaekers, BOB Brussel, 20 februari 1995, pv 10 
1.925. 11 Vaststellingen BOB Brussel, 15 maart 1995, pv 103.625. 

12 Verhoren Jean-Paul Raemaekers, BOB Brussel, 19 oktober 1996, pv 115.417 

en 29 oktober 1996. pv 116.351. 

13 Pour stond toen op het punt uit te pakken met onthullingen over het onderzoek in 

de zaakPinon, beter bekend als het dossier van de Roze Balletten, waarin 
toppolitici en magistraten ervan verdacht werden deel te nemen aan seksfuiven met 
minderjarigen. 

14 HUde Geens en Raf SauvUler, Humo, 18 februari 1997. 

15 Verhoor Mare Depaus, BOB Brussel, 28 oktober 1996, pv 116.342. 



29 



3 

'Op deze cassettes, zei hij, 

zijn hooggeplaatste personen te zien. ' 

Celgenoot van Jean-Paul Raemaekers, 21 september 
1996 

- Wat vind jij hier nu van? 

- Pfft. 

- Het doet je niks? 

- Waar de mensen zich toch druk over maken... Mij Hjkt dit de normaalste 
zaak van de wereld. 

- Alexandre, het land staat op stelten. 

- Allemaal hypocrieten. Weet je, in België zijn er families die bereid zijn 
hun kinderen te verkopen voor tweehonderd- of driehonderdduizend 
frank. Dan mag je ermee doen wat je wQ. Ze zijn mij meer dan eens 
aangeboden. 

Het is deze conversatie, vertelt Serge Loriaux een maand later, die hem tot het 
besef bracht dat hij zes weken lang een benepen ruimte heeft gedeeld met een 
creatuur dat in weinig of niets moet onderdoen voor Mare Dutroux hemzelve. 
Begin augustus kreeg Loriaux van de gevangenisdirectie in Namen te horen dat 
hij naar een andere cel zou worden overgebracht. De man die hij daar aantrof, 
was zielsgelukkig vanwege het feit dat hij hier en niet in Bergen zat. Hij stelde 
zich voor als Alexandre de Saügny, bankdirecteur. 

Uit de manier waarop hij dat zei, kon Loriaux opmaken dat ze toch iets 
met elkaar gemeen hadden. Hijzelf is een nihilistische veertiger die 
'kunstschilder' antwoordt wanneer men hem vraagt hoe hij aan de kost kwam 
voor hij hier verzeild raakte. In het vonnis van de rechtbank van Namen, 
wordt hij anders omschreven: 'Een onverbeterlijke oplichter.' Serge Loriaux 
deed bij kredietverleners allerhande gouden zaakjes na de ontdekking dat er 
een brave borst rondloopt die dezelfde naam draagt als hij, en bovendien op 
dezelfde dag geboren werd. 



Loriaux en Raemaekers kunnen het aanvankelijk goed met elkaar vinden. De 



30 



een komt over een jaar of wat vrij, maar zit tot over zijn oren in de schulden. 
Voor de ander zwaait de gevangenispoort in geen geval voor de eeu\\^dsseHng 
open, maar Hjkt geld geen zorg te zijn. In drie jaar tijd, zo heeft Loriaux zich 
laten vertellen, heeft Raemaekers in de gevangenis 600.000 frank uitgegeven 
aan luxegoederen, leningen aan medegevangenen en onfrisse zaakjes waar 
onder de gedetineerden veel over wordt gepraat, maar waar niemand het fijne 
van weet. Intrigerend, zo ontdekken Brusselse BOB'ers later, is dat 
Raemaekers geen frank hoeft uit te geven aan advocatenkosten. Zijn huidige 
advocaat is Jean-Marie Flagothier, een heerschap dat in de jaren tachtig actief 
was bij de poujadistische middenstandspartij RAD/UDRT Volgens privé- 
detective André Rogge was hij ook Md van de door de Gladio-affaire in 
opspraak gekomen organisatie van Brabantse Reserve Officieren, afgekort de 
BROL' Een van de prominente leden van dit militaristische clubje is de zoon 
van oud-premier Paul Vanden Boeynants. 

Van Flagothier kan zonder overdrijven worden gezegd dat hij tot de 
laatste der militante Belgen behoort. De minzame intellectueel heeft zijn 
praktijk in de schaduw van het Atomium en is gespecialiseerd in militair recht. 
Het is niet duidelijk wat hem er vanaf 1995 toe beweegt om zich 
voluntaristisch in te zetten voor het toch wel hopeloze geval Raemaekers. 
Tijdens discrete gesprekken met journalisten zal Flagothier zich meermaals 
laten ontvallen dat het aan hem te danken is dat Raemaekers kon worden 
losgeweekt uit de sferen van Jean-Paul Dumont. Kwatongen beweren dan 
weer dat Dumont en Flagothier onder één hoedje spelen en samen de tot 
levenslange dwangarbeid veroordeelde pedofiel als een joker willen uitspelen in 
een bizar spel van mistgordijnen en valse beschuldigingen dat vanaf augustus 
1996 het land in zijn greep zal houden. 

Meester Jean-Marie Flagothier gaat Raemaekers minstens een keer per 
week opzoeken in de gevangenis. In combinatie met zijn genereuze levensstijl 
verhogen de veelvuldige bezoekjes de street credibility die hij onder de 
gedetineerden geniet. Raemaekers is permanent op zoek naar iemand om 
zaakjes mee te beklinken, vertelt Serge Loriaux de speurders. Zo schijnt hij op 
zoek te zijn naar een huurmoordenaar, zonder daarbij te preciseren wie het 
doelwit wezen mag. Ook hem, Loriaux, is een aanbod gedaan. Raemaekers 
heeft hem gevraagd om na zijn vrijlating een reis te maken buiten Europa, om 
daar voor hem een hoeveelheid documenten en videobanden te gaan ophalen. 
Het gesprek ging over Peru, waar Raemaekers naar eigen zeggen een vüla 
bezit, en waar Loriaux - als hij dat wou - ook nog als huisschilder aan de slag 
kon. Loriaux maakt zijn celgenoot duidelijk dat er een wezenlijk verschil 
bestaat tussen een linnen doek en een huisgevel, maar dat verandert niets aan 
Raemaekers' vaste voornemen zijn nieuwe vriend met een of andere missie te 
belasten. Loriaux heeft daar in eerste instantie wel oren naar. Hij weet dat 
gerechtsdeurwaarders en incassobureaus hem achterna zullen zitten, zodra hij 
in februari 1998 vrijkomt.*2 

Serge Loriaux heeft een tv- toestel gehuurd en mist vanaf 16 augustus geen 
seconde van de nieuwsberichten. Sabine en Laetitia die riUend in een 
politiewagen worden geleid. Procureur Michel Bourlet, die onder de flitsende 
fototoestellen 



31 



aankondigt dat hij het immense genoegen heeft de bevrijding van niet één 
maar twee meisjes te mogen melden. Vreugde\'uren in Kain en Bertrix. De 
geboeide Mare Dutroux op de trappen van het justitiepaleis in Neufchateau. 
Michel Nihoul. De graafmachines in Sars-la-Buissière. De doodsprentjes van 
JuMe en Melissa. Raemaelters Idjlct mee en lean zich niet bedwingen om de 
beelden van commentaar te voorzien. Uit wat Raemaekers zoal zegt, kan 
Loriaux opmaken dat deze hele affaire zijns inziens niet meer is dan een fait 
divers waarvan de draag\^djdte in het niets verzinkt bij wat hij weet en bezit. 
"Hij zei me voortdurend dat de cassettes die de politie aan zijn vrouw had laten 
zien, niets voorstelden in vergelijking met de cassettes die hij zegt te bezitten', 
verklaart Loriaux aan de BOB. 'Hij vertelde me dat op deze cassettes pedofiele 
scènes te zien waren met belangrijke Belgische personaliteiten. Hij zei dat als 
deze cassettes in handen zouden vallen van de justitie, dit een enorme schok 
zou teweegbrengen. Te oordelen aan zijn woorden waren er zelfs ministers bij 
betrokken? Steeds afgaand op de woorden van zijn celgenoot, ziet Loriaux een 
triviale reden waarom Raemaekers de bergplaats van zijn schat niet 
onvoorwaardelijk wil prijsgeven en de eventuele overdracht ervan liever 
eigenhandig controleert: "Er zit ook materiaal tussen dat van die aard is dat het 
hemzelf een tweede veroordeling tot levenslange dwangarbeid kan opleveren.' 

Binnen het Belgische gevangeniswezen leidt de zaak-Dutroux vrij snel tot 
een kleine interne volksverhuizing. Zonder dat daar veel uitleg over gegeven 
wordt, scheiden de directies hun zedendelinquenten van de overige gedetineer- 
den. Zo komt het dat Loriaux midden september naar een andere cel wordt 
overgeplaatst. Hij biedt de speurders aan vrijwillig terug bij Raemaekers te gaan 
zitten, zodat hij hem, nu hij toch zijn vertrouwen heeft gewonnen, verder kan 
uithoren. De BOB'ers zijn opgetogen over dit voorstel, maar stuiten op 
tegenkanting bij de gevangenisdirectie in Namen. 

Wanneer op zondag 18 augustus 1996 een stille stoet van rouwenden in Sars- 
laBuissière bloemen gaat neerleggen bij het tijdeMjke graf van JuUe en Melissa, 
vergapen voorbijgangers zich aan een kleine affiche voor het raam van café 
1'Embuscade. Op de affiche, een fotokopie van slechte kwaliteit, is het gezicht 
te zien van een meisje. Sylvie CarHn, heet ze. Negentien jaar oud. Verdwenen 
op 15 december 1994 in Rocourt. Sylvie CarUn? Daar had nog niemand van 
gehoord. In de dagen die volgen, publiceren kranten dagelijks steeds langer 
wordende lijsten van verdwenen of in onopgehelderde omstandigheden 
vermoorde kinderen. In Neufchateau worden de speurders bedolven onder de 
tips. Het wordt onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte en procureur Michel 
Bourlet duidelijk dat ze hier te maken hebben met een vorm van criminaliteit 
waarvan tot nu toe amper het bestaan is vermoed. Mare Dutroux verlegt de 
grenzen van de ratio. Naast het opduiken van een hele reeks sporen, worden 
de magistraten in Neufchateau ook bevangen door een puur menselijk, bijna 
intuïtief aanvoelen dat de ontspoorde psyche van één man niet kan volstaan 
om dit te verklaren. Hoewel (nog) onbewezen, wordt het bestaan van een 
crimineel netwerk achter Mare Dutroux en 



32 



Michel Nihoul in die eerste dagen als een zekerheid aanzien. Dat wordt het 
nog meer wanneer de eerste bedreigingen worden geuit. Michel Bourlet en 
Jean-Marc Connerotte gaan leven als gegijzelden. Ze worden permanent 
bewaakt door ploegen van het Speciaal Interventie Eskadron (SIE) van de 
rijkswacht. De woning van Connerotte is een versterkte burcht. Middenin die 
heksenketel blijft Bourlet in contact met de ouders van vermoorde en vermiste 
kinderen. Connerotte levert dagelijks huiszoekingsmandaten af Half 
Henegouwen wordt omgewoeld. 

Er is nood aan versterking. Op dinsdag 20 augustus belooft justitieminister 
Stefaan De Clerck tijdens een werkvergadering in Neufchateau een forse 
uitbreiding van de middelen. De Clerck wordt die dag, bij het verlaten van het 
kleine justitiepaleis, belegerd door binnen- en buitenlandse persmensen. Hij 
brengt nog gauw een bezoek aan de getroffen families Russo en Lejeune in 
Grace-HoUogne en is maar wat gelukkig dat hij iéts beloven kan: nooit eerder 
zullen zoveel speurders tegelijk op één dossier hebben gewerkt als in de zaak- 
Dutroux. Tijdens de werkvergadering zijn daar afspraken over gemaakt. 

Jacques Langlois, een magistraat van PSC-strekking uit Aarlen, wordt 
tijdelijk benoemd als tweede onderzoeksrechter in Neufchateau. Hij moet alle 
dossiers die niet met de zaak-Dutroux verbonden zijn overnemen van 
Connerotte, zodat die zich ten voUe op het onderzoek naar de 
pedofilienetwerken kan toeleggen. Tientallen politiemensen hebben op 
maandag 19 augustus al gereageerd op een oproep vanuit Neufchateau om 
mee te werken aan het onderzoek. In enkele uren tijd wordt een poMtieleger op 
de been gebracht en de verdeling van de taken is een kwestie van improvisatie. 
Wie op het juiste moment op de juiste plaats is, rijft de grote brokken binnen. 
De onderzoeken rond Mare Dutroux, Michèle Martin en Michel Lelièvre 
blijven grotendeels in handen van de rijkswachtbrigades van Neufchateau, 
Marche-en-Famenne, Bastenaken en omgeving.' Om de uit de activiteiten van 
Dutroux voortvloeiende geldstromen in kaart te brengen, wordt een beroep 
gedaan op speurders van de financiële sectie (3KOS) van de Brusselse BOB. 
Het ontrafelen van de precieze rol van Michel Nihoul wordt een missie voor 
de nationale brigade van de GP, bijgestaan door de Brusselse GP 

Een van de markantste figuren die Neufchateau spontaan te hulp snelt, is 
Georges Marnette, de Brusselse GP-commissaris die begin 1995 zoveel 
interesse betoonde voor Jean-Paul Raemaekers. Marnette heeft medio 1996 
een nog grotendeels onbesproken reputatie als doorgewinterde "superfük'. Hij 
kan bogen op een kwarteeuw ervaring, rolde talloze kleine en grote 
gangsterbendes op, specialiseerde zich onder meer in zedendossiers en leidt in 
1996 de anti-banditismecel. Dezelfde Marnette is in 1984 als een van de 
eersten ter plaatse bij een van de grootste criminele mysteries van het land: de 
'zelfmoord' van WNP-leider Paul Latinus. Marnette heeft Latinus daarvoor 
meermaals verhoord. Hij vervult halfweg de jaren negentig de rol die die 
andere 'superflik' vroeger op zich nam en van wie hij jarenlang de rechterhand 
is geweest: Frans Reyniers, van zijn troon gestoten wegens al te nauwe banden 
met het criminele milieu. Net als Reyniers in zijn gloriejaren, is Marnette bij de 
Brusselse parketjournalisten razend populair. Altijd bereikbaar, altijd bereid om 
te kletsen. Jarenlang houdt hij, elke dag, een informele persbriefing. 



33 



Georges Mamette kent het hoofdstedelijke criminele wereldje door en 
door. In de dagen na de arrestatie van Michel Nihoul gaat hij er prat op dat hij 
in de jaren tachtig nog eigenhandig de seksclub Les Atrébates, een van de vaste 
adressen van Nihoul, heeft laten sluiten. Zo staat het ook in de kranten, en wie 
afgaat op wat hij daarin over Mamette verneemt, kan niet anders besluiten dan 
dat hij in deze zaak de juiste man op de juiste plaats is. Wat weinigen weten, is 
dat Les Atrébates helemaal niet door Marnette is gesloten, maar door de 
Brusselse BOB. Sterker nog, de vroegere uitbater Michel Forgeot zal later aan 
het gerecht verklaren dat Marnette in die tijd een trouwe bezoeker was van zijn 
club. In Neufchateau komt de oppositie tegen Marnette dan ook van meet af 
aan van de BOB. Hij kent het milieu té goed, zegt men daar. Zijn banden met 
Jean-Paul Dumont zouden in dit dossier vervelend kunnen worden, oppert 
men. Met de figuur van Michel Nihoul is het onderzoek in de richting van het 
uiterst rechtse Brusselse PSC-miUeu aan het evolueren. 

Er gaat geen week voorbij of Marnette slaat in Neufchateau vriend en 
vijand met verstomming. Hij heeft iets zéér interessants, vertelt hij aan al wie 
het horen wil. Hij, eerstaanwezend commissaris Georges Marnette, heeft de 
hand weten te leggen op het onomstotelijke bewijs van een materieel verband 
tussen Mare Dutroux en het dossier van Jean-Paul Raemaekers. 'Deze vondst is 
van het allergrootste belang', zal Marnette later in een interview verduidelijken. 
'Dit bewijst dat Dutroux niet zomaar de chef is van een kleine criminele bende 
in Charleroi, maar dat hij wel degelijk banden had met een andere groepering." 
Het 'bewijsstuk' bestaat uit een uitvergroot beeldfragment uit een van de bij 
Raemaekers in beslag genomen videobanden. In een proces-verbaal ter attentie 
van Connerotte meldt Marnette op 31 augustus 1996: "Onze aandacht werd in 
het bijzonder getrokken door de foto, aangeduid met "P37 letter I", waarop een 
scène te zien is waarin een meisje (voor ons onbekend) vaginaal gepenetreerd 
wordt door een man. (...) Teneinde tot de beste wetenschappelijke indicaties te 
komen, hebben wij het laboratorium van de wetenschappelijke politie, in de 
persoon van operator Nowak Michel, belast met een vergelijkend onderzoek 
van de foto van Mare Dutroux, genomen op 04.02.1986 door de BOB van 
Charleroi (fotokopie in bijlage) en de foto uit het dossier waarvan sprake (...). 
Op basis van dit onderzoek Hjkt het ons vanuit wetenschappelijk oogpunt 
redelijk te stellen dat de persoon op de pornografische foto wel degelijk de 
voornoemde Mare Dutroux is.*6 

Op het einde van zijn proces-verbaal uit Mamette onverholen kritiek op 
de Brusselse BOB. Als bijlage voegt hij naast de foto nog een recent 
krantenknipsel waarin naar aanleiding van de zaak-Dutroux wordt 
beschreven hoe Raemaekers tijdens zijn proces aankondigde dat hij 'namen 
van hooggeplaatsten' zou noemen.' In zijn pv stelt Marnette fijntjes dat aan 
het spectaculaire aanbod van Raemaekers om een hem onbekende reden 
geen gevolg gegeven is. 

Onder de politiemensen die de financiële sectie van de Brusselse BOB 
in Neufchateau heeft afgevaardigd, zitten ook eerste wachtmeester Eric Eloir 
en zijn collega's Luc Delmartino en Dany Lesciauskas. Zij hebben een jaar 
eerder al ach 



34 



ter een wispelturige Raemaekers aangehold, tot ze moesten ontdekken dat Jean- 
Paul Dumont zijn cliënt had verboden nog langer met hen te praten. Het is niet 
onbegrijpelijk dat de BOB'ers paars uitslaan wanneer ze lucht krijgen van de 
stunt van Marnette. Zij kennen het dossier vrij goed en beschouwen zijn 
procesverbaal als pure demagogie. Ze ontw^aren een nieuwe zet van Dumont en 
vinden gehoor bij Bourlet en Connerotte. Niet de Brusselse GP, maar de BOB 
zal dit spoor verder moeten uitpluizen. Overigens zijn de informatiedossiers 
Raemaekers-bis nooit afgesloten.*8 Er is dus geen enkele objectieve reden om 
Raemaekers nu plots aan Marnette toe te vertrouwen. 

Zaterdag 7 september 1996 is een dag van blij weerzien tussen Raemaekers en 
de BOB'ers. Het is inmiddels alweer anderhalf jaar geleden dat ze tegenover 
elkaar zaten. Raemaekers is geen haar veranderd, merken ze. Nog steeds maakt 
zijn woordenvloed het nauwelijks mogelijk om op een ernstige manier een 
vraag te stellen of, als er al een komt, het antwoord te noteren. De BOB'ers 
hebben het al lang opgegeven om de chaotische bespiegelingen van 
Raemaekers letterlijk weer te geven in hun pv's. Ze zijn al gelukkig als ze erin 
slagen de essentie van zijn betoog op ietwat overzichtelijke wijze samengevat te 
lirijgen. Waar ze moeilijker aan kunnen wennen, zijn Raemaekers' wisselende 
stemmingen. "In 1994 is er zo eens een scène geweest tijdens een verhoor', zegt 
een van de BOB'ers. "Van het ene moment op het andere veranderde zijn 
gezicht van kleur. Hij bonkte agressief op tafel en krijste als een Spaanse furie. 
Niemand begreep wat er gebeurde. "Haal die verrader weg!", gilde hij. De 
zogenaamde verrader bleek een rijkswachter te zijn die de hele tijd achterin het 
lokaal had gezeten en meeluisterde. Raemaekers had op een bepaald ogenblik 
een ongelovige grijns rond zijn mond zien verschijnen. Op andere dagen 
maakte Raemaekers zich boos omdat hij slecht geslapen had, of omdat hij vond 
dat de BOB nu maar eens iedereen moest gaan arresteren van wie hij de naam 
genoemd had. Het ergste wat je hem kon aandoen, was hem negeren. Dan kon 
hij beginnen huilen als een klein kind. Maar het allerergst was zijn manie voor 
complotten, zijn permanente staat van paranoia. Op een ochtend haalden we 
hem op uit de gevangenis en weigerde hij uit zijn cel te komen. "Ze" hadden 
"het" geprobeerd, zei hij. Hij baadde in het zweet. Wat hebben ze geprobeerd? 
Er kwam een paniekerig verhaal over mannen die die nacht zijn cel waren 
binnengeslopen en hadden geprobeerd om hem te vermoorden. Hij had 
gedroomd, zoveel was duidelijk. Maar dat mocht je niet hardop zeggen. Hij is 
toen een hele week wakker gebleven, want "ze" zouden "het" zeker opnieuw 
proberen. Aan het eind van die week was hij een wrak. Dat is het hele 
probleem met Raemaekers. Hij weet veel, erg veel. Maar een deel van de dingen 
die hij vertelt, bestaan waarschijnlijk alleen in zijn fantasie of hebben daar door 
zijn grenzeloze paranoia een andere vorm gekregen.' 

Het is, begrijpt Raemaekers die zaterdagochtend meteen, de zaak-Dutroux die 
ervoor heeft gezorgd dat hij opnieuw in het middelpunt van de belangstelling 
staat. Tegenover zijn ondervragers neemt hij zijn pose van burgermannetje aan 
en 



35 



zegt hij diep geschokt te zijn door de gebeurtenissen van de afgelopen weken. 
Nee, hij zoekt niet naar excuses voor zijn eigen wandaden, maar dit... dit is toch 
iets heel anders. Hijzelf heeft misschien levens verwoest, maar kinderen ver- 
moord? Dat niet. Op plechtstatige toon geeft Raemaekers te kennen dat hij deze 
keer onvoorwaardelijk zal meewerken met justitie. 

Hoewel Raemaekers officieel verhoord wordt binnen het kader van het basis- 
dossier-Dutroux, komen de BOB'ers die dag niets te weten over Dutroux en 
consorten. De BOB'ers hebben de allergrootste twijfels bij het "bewijsstuk' van 
Marnette. Het wazige beeldfragment met het nummer P371 is hen niet onbe- 
kend. Daarop is een man te zien met Dutroux-kapsel, een Dutroux-snor en een 
Dutroux-bril die volgens Marnette een kind aan het verkrachten is. Het fragment 
is echter al enkele jaren eerder geanalyseerd. Op basis van meubels, behang en 
kledingstukken is toen geconcludeerd dat het uit het begin of midden van de 
jaren zeventig moet dateren. Raemaekers zelf spreekt met enig misprijzen over 
"oldies'. Dat zijn veelal 8 millimeter-filmpjes van seksfuiven met kinderen die pas 
daarna zijn overgezet op VHS. Dit materiaal wordt wel nog steeds, meestal bij 
gebrek aan beter, intensief geruild onder minder kapitaalkrachtige pedofielen, 
maar heeft in de loop der jaren een eindeloos lange weg afgelegd. In de tijd waar- 
in de P371 -opname gemaakt is, was Mare Dutroux nog een prille twintiger die er 
totaal anders moet hebben uitgezien dan de man op de foto. 

Raemaekers geeft te kennen dat hij Dutroux nooit heeft ontmoet. Het P371- 
beeld zegt hem wel iets. "Het is een oude bekende uit het milieu', legt hij uit. En 
als de BOB'ers de moeite zouden nemen om na te gaan of er op de originele 
beeldband ook klank te horen is, dan zouden ze merken dat de would be- 
Dutroux Nederlands spreekt - een taal die Dutroux vreemd is.*9 

Raemaekers zelf neemt tijdens zijn verhoor van 7 september de draad weer 
op waar hij hem anderhalf jaar eerder heeft laten liggen: het circuit van de par- 
touzes (Frans voor groepsseksfuiven of orgieën) uit het Brussel van de jaren 
tachtig. Hij praat urenlang over een seksfuif met minderjarigen die in 1992 zou 
hebben plaatsgevonden in een witte villa te Meise. Hij geeft een beschrijving van 
de vüla, met een salvo aan details over de kleur van het plafond, de tapijten, de 
kleur van de canapés etc. De witte villa zal later veelvuldig opduiken in andere 
getuigenissen. Raemaekers beschrijft hoe vijf kinderen, van wie hij de leeftijd op 
negen tot dertien jaar schat, verkracht worden door een tiental mannen. Het ging 
om lieden die hij niet of nauwelijks kent, maar van wie hij zich wel het 
wagenpark - Jaguars, BMWs en Mercedessen - kan herinneren. Een van de 
aanwezigen was een bekende Brusselse advocaat, zegt hij. Dit soort feestjes werd 
luidens Raemaekers wel vaker georganiseerd, maar wat hem die keer schokte, 
"was het feit dat er geen vrouwen aanwezig waren.' Op zondag 15 september 
geeft hij nog meer details en tekent hij een plattegrond van de viüa *1() 

Het is vooral naar aanleiding van deze verklaring dat onderzoeksrechter 
Connerotte eind september het dossier 111/96 opent.*ll Binnen de rijkswacht 
wordt dit deel van het onderzoek Opération Dauphin gedoopt. Ondanks het 
feit dat men inmiddels wel weet dat het proces- verbaal van Marnette geen hout 



36 



snijdt, geldt het als initieel pv van het dossier 111/96 dat Raemaekers met 
Dutroux verbindt. Los daarvan zijn er immers wel aanwijzingen dat de feiten 
waarover Raemaekers getuigt, in verband te brengen zijn met het 
relatienetwerk rond Michel Nihoul. 

In zijn proces-verbaal heeft Marnette het bewuste fragment aangeduid 
met de code P37I. Dat laat vermoeden dat de GP de banden is gaan ophalen 
bij de griffie in Brussel. Niets is minder waar, zo blijkt. Het duurt een maand 
vooraleer de BOB'ers alle nog beschikbare banden hebben bekeken. Begin 
oktober melden zij aan Connerotte; "Ten gevolge van zijn verklaringen, 
hebben wij bij de diensten van commissaris Marnette de in beslag genomen 
cassettes opgehaald die hij had onttrokken aan de griffie van de correctionele 
rechtbank. Wij hebben deze cassettes bekeken en we hebben de bewuste scène 
niet teruggevonden. Vervolgens hebben wij alle in dossiers ten laste van Jean- 
Paul Raemaekers in beslag genomen goederen laten opvragen. Wij hebben 
vastgesteld dat de bewuste cassettes vernietigd zijn(...). Sta ons toe te stellen 
dat wij niet begrijpen wat het doel is van de door Marnette afgelegde 
verklaringen. Het lijkt ons wenselijk de heer Marnette om uitleg te vragen over 
welke elementen nu precies als basis hebben gediend voor zijn pv van 
31/08/96."' 

Het heeft er aUe schijn van dat Marnette Raemaekers bij de zaak- 
Dutroux heeft betrokken met behulp van een vals pv. "De achterliggende 

bedoeling was evident', blikt een BOB'er later temg. "Net als een dik jaar 
daarvoor, in maart 1995, wou hij de controle verwerven over Raemaekers, bij 
voorkeur door hem zelf te gaan verhoren. Waarom weten we niet. Maar als je 
ziet wat Marnette korte tijd later heeft uitgespookt met EHo Di Rupo, dan 
hebben we op z'n minst een sterk vermoeden.' 

Het is op zich niet uitzonderlijk dat in beslag genomen goederen vernietigd 
worden. Zeker indien ze deel uitmaken van een strafrechtelijk onderzoek dat 
al aanleiding heeft gegeven tot een veroordeling en waarbij elke kans op 
verbreking daarvan verstreken is. In het geval van Raemaekers bestaan er in 
1996 bij het Brusselse parket echter nog diverse gerechtelijke onderzoeken 
waarvoor de in beslag genomen videobanden in theorie nuttig bewijsmateriaal 
kunnen vormen. En toch gebeurt het. Met net zoveel gemak als ze op een 
openbare veiling terechtkomen, gaan de Raemaekers-tapes de oven in. 

Over de kelders van het Brusselse justitiepaleis gaan de wildste 
verhalen. Er liggen gigantische bergen bewijsmateriaal uit oude 
gerechtelijke dossiers opgestapeld waarin naar verluidt alleen de ratten nog 
hun weg weten te vinden. Voor een stapel videobanden is op 27 februari 
1995 geen plaats meer. Die dag beslist het Brusselse hof van beroep om ze 
te laten vernietigen. De beslissing wordt met een ongeziene efficiëntie 
genomen: de eerste dag na het verstrijken van Raemaekers' termijn om in 
beroep te gaan tegen zijn veroordeling tot levenslange dwangarbeid. Het 
haastige besluit om dat te doen, ontdekt BOB'er Eloir later, is genomen 
door advocaat-generaal Marchal. Op 16 juni 1996 zijn de videobanden 
vernietigd, op drie na. Twee banden mochten van Marchal lüet verdwijnen, 
eentje werd bij het vernietigen vergeten.* 13 



37 



Achteraf bekeken lijkt het alsof Marnette met zijn pv van 31 augustus 1996 
precies het omgekeerde bereikt heeft van wat hij beoogde. In plaats van 
Raemaekers binnen te rijven als "informant', moet hij machteloos toezien hoe 
de concurrenten van de BOB dat doen. 

Op 12, 13 en 15 september 1996 maken de kranten Le Soir en La Libre 
Belgiqiie zonder een duidelijke aanleiding melding van Jean-Paul Raemaekers 
en de belangstelling van het parket van Neufchateau voor zijn verleden. "Het 
is duidelijk dat het doel van deze artikelen er niet in bestaat nieuwe informatie 
over het onderzoek ter kennis te brengen van het publiek, maar enkel de 
aandacht van "sommigen" te vestigen op de verklaringen van Raemaekers', 
klinkt het later in een proces-verbaal van de BOB'ers Eric Eloir en Luc 
Delmartino." Vooral de artikelen van Gilbert Dupont van La Dernière Heure, 
in wie ze de boezemvriend van Marnette vermoeden, genieten hun bijzondere 
aandacht. Dupont kan zijn diepe droefenis en verontwaardiging niet 
verbergen wanneer hij op 31 oktober 1996, in primeur weliswaar, melding 
moet maken van het feit dat Marnette het onderzoeksteam in Neufchateau 
met slaande deuren verlaten heeft. In een artikel getiteld "Het onderzoek 
loopt niet langer gesmeerd' maakt de journalist gewag van "vermomde pressie' 
en "sabotage' van het onderzoek-Nihoul." Op dezelfde pagina als de lofzang 
staat nog een merkwaardig artikel, eveneens ondertekend door Gilbert 
Dupont. Daarin wordt melding gemaakt van een inbraak, door onbekenden, 
bij advocaat Jean-Paul Dumont. De wereld is klein, zo blijkt: "Men ging aan 
de haal met vijftigduizend frank, maar vooral ook met een welbepaalde 
geluidscassette, blijkbaar uitgekozen, aangezien andere cassettes niet werden 
meegenomen. Het ging enkel om een cassette waarop de advocaat een 
onderhoud had geregistreerd met een vroegere cliënt, thans opgesloten in de 
gevangenis van Namen. Stippen we aan dat de advocaat heeft geweigerd om 
te zijner gunste tussenbeide te komen. Wie is die cliënt? Niemand minder dan 
de Brusselaar JeanPaul Raemaekers..." 

Het artikel is de Brusselse BOB'ers Eloir en Delmartino niet ontgaan. 
Twee manifeste onjuistheden vallen hen op. Eén: het klopt allerminst dat 
Dumont destijds zou hebben geweigerd Raemaekers bij te staan, integendeel. 
Twee, en meer intrigerend: er is helemaal geen cassette gestolen bij Dumont. 
Toen zij vernamen dat er zou zijn ingebroken in het kantoor van de advocaat, 
hebben ze zelf onmiddellijk contact opgenomen met de politie van Vorst. De 
officier van wacht faxt hen het proces-verbaal dat op 29 oktober 1996 is 
opgesteld na het binnenlopen van de klacht, en voegt er ook een 
computerprint bij van de dienst 101, waar de klacht is gemeld." De inbraak, 
zo kunnen de BOB'ers daaruit opmaken, vond plaats in de nacht van 28 op 29 
oktober en is 's ochtends vastgesteld. De politie van Vorst, zo blijkt, is echter 
pas om 16.45 uur in de namiddag verwittigd via de dienst 101 en is om 17.19 
uur ter plaatse. Van advocaten zou je op z'n minst mogen verwachten dat ze 
weten hoe ze moeten reageren op een inbraak, maar de associés van Dumont 
laten vreemd genoeg een voUe werkdag verstrijken alvorens de politie te 
bellen. Voor de politie kwam, is de Brusselse GP in alle discretie al ter plaatse 
geweest.*18 



38 



"Dit was waarschijnlijk een van de laatste interventies van commissaris 
Marnette, voor zijn vertrek met vakantie', stellen de twee BOB'ers in een 
procesverbaal." In datzelfde document zeggen ze ook: AI deze elementen 
bevestigen onze eerdere conclusies: Raemaekers hindert, en het is mogelijk 
dat men hem tracht te intimideren.*20 

Ze vrezen dat het de bedoeling is dat Raemaekers het artikel onder ogen 
krijgt. Dat er nooit een bandje is gestolen, lijkt wel zeker te zijn wanneer advo- 
caat Dumont in de avond van 31 oktober via een persmededeling "formeel ont- 
kent' dat er in zijn kantoor iets anders zou zijn ontvreemd dan een bedrag van 
50.000 frank. 

De sfeer is dus gespannen. Zonder dat er een bewijs is geleverd van het 
bestaan van iets als een invloedrijk Brussels pedofüienetwerk, versterken de 
incidenten en de politionele spelletjes in de maand oktober 1996 het vermoeden 
dat de onrust in bepaalde kringen groot is. 

NOTEN 

1 Begin 1997 verdiept privé-detective André Rogge zich in de gegevens die hebben geleid 
tot de graafwerken in Jumet. Het is zijn overtuiging dat de hele operatie is opgezet met 
de hulp van Flagothier. Rogge zegt dat hij de naam van de advocaat aantrof in de statuten 
van de BROC. 

2 Raemaekers zal Loriaux overigens aan een advocaat helpen. Dat wordt de hoger al beschreven Jean- 
Marie Flagothier, zijn eigen raadsman dus. In de maanden die volgen zal Raemaekers nog meer 
celgenoten toevoegen aan het klantenbestand van Flagothier. 3 Verhoor Serge Loriaux, BOB 
Brussel, 21 september 1996, pv 116.342. 

4 Ook de gerechtelijke politie van Aarlen is bij dit centrale onderdeel van het 
onderzoek betrokken. 

5 Interview met Georges Marnette in het weekblad Ciné Keime, januari 1997. 

6 GP Brussel, 31 augustus 1996, pv 38.649. 

7 Het gaat om een artikel uit Het Nieuwsblad onder de kop: Als ik spreek, barst dit land.' 

8 Het gaat om de dossiers met deze notitienummers: BR 37.66.104743/95, 
BR 37.66.104744/95 en BR 37.66.104748/95 . 

9 Verhoor Jean-Paul Raemaekers, BOB Brussel, 7 september 1996, pv 
113.243 

10 Verhoor Jean-Paul Raeinaekers, BOB Brussel, 15 septeinber 1996, pv 
113.454. 

1 1 Connerotte heeft op dat ogenblik, naast het "basisdossier' rond de ontvoering van en 
de moord op kinderen tegen Mare Dutroux en consorten (86/96), al vier nevendossiers 
geopend: autozwendel (87/96), verdwijning Loubna Benaïssa (108/96), verklaringen 
XI, X2, X3 en X4 (96/109) en verklaringen Nathalie W (1 10/96). Later komen daar 
nog bij: bescherming XI (136/96) en het netwerk rond zakenman L.V uit Walcourt 
(139/96). 

12 Vaststellingen BOB Brussel, 11 oktober 1996, pv 
115.411. 

13 Vaststellingen BOB Brussel, 11 oktober 1996, pv 
115.411. 

14 BOB Brussel, 28 oktober 1996, pv 116.342. 

15 Een jaar later zal Gilbert Dupont met even grote stelligheid berichten over het feit 
dat dankzij het noeste werk van Marnette en zijn collega's gebleken is dat Michel 
Nihoul zo onschuldig is als een lam. 



39 



16 La Dernière Heute, 31 oktober 1996. 

17 Politie Vorst, 29 olctober 1996, pv 4185 en telex dienst 101, nr B961024882. 

18 In telex 619 van de politie van Vorst staat: ^Iemand van het labo van de GP was al ter 
plaatse en heek het nodige gedaan.' 
19 BOB Brussel, 28 oktober 1996, pv 
116.342. 20 BOB Brussel, 31 oktober 1996, 
pv 116.351 



.40 



Zomer 1996 

Mare Dutroux en Michel Nihoul 



1 



'WatAn en Eejje betreft, sprak Mare 
Dutroux van een bestelling.' 

Michel Lelièvre, 19 augustus 1996 



In het huis van zijn grootmoeder in het Naamse Tamines zit Benoit Lelièvre 
met ongeloof naar het tv-scherm te staren. De schriele jongeman die hij op het 
journaal in kogelvrije vest de trappen van het justitiepaleis open af ziet 
huppelen, dat is zijn broer. "Ik kan niet geloven dat dit zijn idee is geweest', 
zegt Benoit. "Hij was zo onzeker. Zolang ik hem ken, heeft hij nooit goed 
geweten wat hij wilde in het leven. Altijd weer had hij een nieuwe passie. Nu 
eens auto's, dan ging hij verwoed fotografie studeren, een maand later verkocht 
hij drugs. Altijd liet hij zich op sleeptouw nemen door anderen.' 

Vader is al van het toneel verdwenen wanneer Michel Lelièvre op 1 1 mei 
1971 ter wereld komt in Tamines. Zijn moeder is zeventien. Ze heeft haar 
jeugd doorgebracht in opvangtehuizen en viel daarna in de armen van 
verkeerde mannen. Een sociaal assistente brengt de baby na tien maanden naar 
een pleeggezin. Twee jaar later komt Benoit ter wereld, om kort daarna in 
datzelfde gezin te worden opgenomen, josette Dumont ontfermt zich behalve 
over de eigen vierkoppige kroost nog eens over vier geplaatste kinderen. In dit 
grote christelijke gezin staan goede manieren en zondags kerkbezoek centraal. 
"We waren overbeschermd', vindt Benoit. "Op dat uur moest je opstaan, dan 
moest je thuis zijn om te eten, dan moest het licht in de slaapkamer uit... Voor 
alles waren er regels." 

Michel is vijf wanneer zijn moeder trouwt met haar jeugdliefde, Christian 
Lelièvre - die de twee broertjes een familienaam zal geven. "Eerst waren ze bHj', 
herinnert josette Dumont zich nog. "Mama was eindelijk zoals de andere 
mama's. Maar de stemming sloeg snel om.' Michel en Benoit blijven bij het 
pleeggezin. Christian LeHèvre brengt het gros van zijn tijd door met drank en 
gokken. Na twaalf jaar trekt hij opnieuw in bij zijn ouders in Saint-Servais. Niet 
lang daarna, op kersmacht 1988, wordt de oude buurman in Tamines, Edward 
Nadej, beroofd en met een bijl vermoord. Christian Lelièvre wordt later door 
het as si 



42 



senhof van Namen schuldig bevonden aan roof en krijgt vijf jaar cel.*2 

De verhouding tussen vader en stiefzonen loopt niet over rozen. Negen jaar 
is Michel, wanneer josette Dumont veranderingen in zijn gedrag rapporteert aan 
de sociaal assistente. "Hij werd tegendraads en wild. Zijn schoolresultaten 
gingen naar beneden. Hij vertrouwde niemand meer. Ik dacht dat het met de 
puberteit te maken had. Later ben ik de link gaan leggen met de bezoeken aan 
hun ouders. Er is één weekeinde geweest waarop er iets moet gebeurd zijn. 
Wekenlang zijn ze onhandelbaar geweest. Geen van beiden wilde er iets over 
zeggen. Vele jaren later maakte Benoit er een opmerking over, toen ik hem 
uitleg gaf over de seksualiteit. Hij zuchtte: Si Je pouvais retrouver mes sept ans. ' 

Eens ze meerderjarig zijn, gaan de broers elk hun eigen weg. Aan het einde 
van de jaren tachtig zwerft Michel Lelièvre van het ene adres naar het andere in 
SambreviUe en Namen. Bij de politie kent men hem als een kleine, ongevaarlijke 
druggebruiker. Hij komt in 1990 en '91 aan de kost als monitor op vakantie- 
kolonies voor kinderen, en probeert het nog even als klusjesman. Om zijn duur- 
der wordende druggebruik te bekostigen, start Lelièvre een straathandeltje in 
cocaïne. Eind 1993 vliegt hij daarvoor voor een jaar achter de tralies. De man 
die hij in de gevangenis van Vorst leert kennen, belooft hem op het rechte pad 
te brengen. Hij heet Casper FHer. De Nederlandse homofiel heeft voor Lelièvre 
een boontje én een baantje. Na zijn vrijlating wordt hij pompbediende in 
Hastière, nabij Dinant. Flier brengt hem in contact met Michel Nihoul. Vreemd 
genoeg klikt het meteen met de grootsprakerige Brusselaar. LeHèvre stelt Nihoul 
aan zijn vriendenkring voor als "de man die aËes kan regelen'. De avances van 
FHer interesseren hem minder. Hij verlaat het pompstation en zoekt zijn heil in 
de autoschrootsector. De eerste die hij daar tegen het lijf loopt is Michael 
Diakostavrianos, handelaar in autobanden en -wrakken. Diakostavrianos kent 
wel een plek waar Lelièvre kan logeren. Het huis in Jemeppe-sur-Sambre, waar 
Diakosta zijn autobanden stapelt, is rommelig maar ruim. De eigenaar. Mare 
Dutroux, is een schappelijke kerel, zegt Diakostavrianos. Het is de zomer van 
1995. 

Het huis is inderdaad een puinhoop, maar Lelièvre stelt zich tevreden met 
een dunne matras en een paar planken als nachtkastje. In ruil vraagt de huisbaas 
hem of hij "af een toe een klusje kan helpen opknappen'. De onverschilligheid 
waarmee LeHèvre instemt, roept bij Dutroux herinneringen op aan Jean Van 
Peteghem, de al even roekeloze nietsnut met wie hij in het midden van de jaren 
tachtig kinderen ont\roerde. Hij leent hem geld. Terugbetalen is niet LeHèvres 
sterkste punt. "Spijt? Na elke ontvoering had ik spijt', zegt LeHèvre later. "Hij zei 
altijd dat ik schulden had en dat ik die moest inlossen.' Later geeft LeHèvre toe 
dat het om belacheHjk lage bedragen ging, en dat hij in feite telkens weer 
bezweek onder Dutroux' psychologische overwicht. "Hij heeft me verpHcht om 
te helpen bij die ontvoeringen, gewoon verplicht. In het begin geloofde ik het 
niet. Zelfs toen ik An en Eefje in die auto deed stappen, geloofde ik gewoon 
niet dat het gebeurde. Wat later die nacht, toen we met autopech langs de kant 
van de weg stonden, stelde ik voor om de meisjes daar achter te laten. Geen 
sprake van, zei 



43 



Dutroux. Ik had de kracht niet om te reageren (...). Ik had de middelen niet om 
hem uitleg te vragen. Ik heb getracht om erover te praten met Sandra, een 
vriendin, en ook met mijn moeder. Het is er nooit van gekomen.*3 

Samen met Diakostavrianos reist LeHèvre vanaf juni 1995 vaak met een lading 

autobanden naar Slovakije, waar ze zich voordoen als goed boerende westerlin- 
gen. Dutroux vergezelt hen zo vaak als hij kan. Tijdens de eerste reis ontmoet 
LeHèvre in een badhuis in Trencin Vanda Ducka, een armzalige secretaresse. 
Tivee weken na de geboorte van hun baby, op 22 juni 1996, zien ze elkaar voor 
het laatst. LeMèvre belooft dat hij in augustus zal terugkomen. Op 10 augustus 
1996 krijgt Vanda hem nog even aan de telefoon. Hij maakt een nerveuze 
indruk, bedenkt ze. Tk ben die avond naar dancing La Büche gegaan om me af 
te reageren', beschrijft Leüèvre later de uren na de ontvoering van Laetitia 
Delhez. Tk was enorm nerveus en heb een shot genomen." Zijn woorden 
komen uit de tekst van een verhoor dat het land zal veranderen. De bekentenis 
van Michel Leüèvre is de dominosteen die het systeem-Dutroux omver zal 
doen vallen. LeMèvre praat. De andere arrestanten doen dat aanvankelijk niet. 

Wat er die vrijdagavond met Laetitia gebeurd is, weet Leüèvre niet. Hij 
preciseert tijdens een volgend verhoor dat de buren van Dutroux stonden toe 
te kijken toen hij het slapende meisje uit de auto laadde en naar binnen droeg. 
Dutroux had haar in een deken gewikkeld. Tk zag hen kijken en heb gezegd 
dat ze dronken was.' Tijdens de rit naar Marcineïïe, weet hij nog, heeft 
Dutroux hem een en ander verteld. "Hij zei dat hij niet de enige was die dit 
soort dingen deed. En hij zei ook dat hij altijd op bestelling werkte." 

In de avond van 15 augustus worden in Kain en Bertrix opsporingsaffiches 
gerecycleerd als brandstof voor vreugdevuren. Mensen komen op straat, 
trachten een glimp op te vangen van de verloren gewaande kinderen. Ook 
Mare Dutroux zit te genieten, zij het dan in een verhoorkamer te Marche-en- 
Famenne. Het is 21.30 uur. Enkele uren eerder heeft hij zijn historische 
woorden gesproken: Tk zal u twee meisjes geven.' De bevrijding is onder zijn 
voorwaarden verlopen. Dutroux stapte mee de kelder in, opende zelf het luik 
en nam de omhelzingen van de getraumatiseerde kinderen triomfantelijk in 
ontvangst. 

Waarom? Waarom? Tk wou een wereld voor mezelf creëren. Het idee is 
gegroeid na mijn vrijlating. Ik kon niet meer leven in de maatschappij zoals ze 
is. Het is de schuld van anderen dat ik zo geworden ben. Het was kiezen tussen 
het bezit van een meisje of zelfmoord (...). Ik heb mijn bekentenissen afgelegd 
en u de bergplaats aangewezen, omdat ik niet wou dat de meisjes zouden 
afzien." Als je de verhoorteksten van die eerste dagen overloopt, hoor je 
Dutroux rekenen en speculeren. Hij kent de hem aanbelangende delen van het 
Belgisch Wetboek van Strafvordering uit het hoofd. Hij wil er vanaf geraken 
met een dubbele ontvoering. Geen moord. Die avond vraagt rijkswachter 
Demouün hem wie ^]u\ie' is. Dutroux geeft geen krimp. "Sabine voelde zich 
eenzaam. Ze wou gezelschap en sprak me voortdurend over haar 
klasgenootje. Het meisje heette Juüe 



44 



Lejeune. Vandaar.' Dutroux grijnst. Het woord Julie, weet hij wel, is door Juüe 
Lejeune met een stiftje neergeschreven op een muur in de kooi van 
Marcinelle. Het verhoor wordt onderbroken. De speurders trekken een en 
ander na. Wat blijkt? Sabine Dardenne had inderdaad een vriendin in haar klas 
die toevallig dezelfde naam droeg als het lotgenootje van Melissa Russo. Om 
21.55 uur staan Demouün en zijn collega er weer. Dutroux heeft zitten 
tobben. Hij heeft met LeHèvre nooit gesproken over Juüe en Melissa, maar 
acht hem wel in staat om dadeüjk, in één moeite door, alles te bekennen. 
Dutroux denkt een uits^^eg te zien. 

Als je je achteraf tracht te verplaatsen in de geest van Dutroux, wordt 
meteen duidelijk dat Michel Leüèvre wel onschuldig moét zijn aan de 
ontvoering van Juüe en MeMssa. Dutroux bekent die avond spontaan de 
ontvoering van An Marchal en Eefje Lambrecks, niet die van Julie en Melissa.' 
Büjkbaar kan Leüèvre enkel met betrekking tot An en Eefje een risico vormen. 
De "bekentenis' heeft iets hilarisch: Tk ben vorig jaar met Leüèvre naar 
Oostende gegaan. Hij had me gezegd dat hij in contact stond met een netwerk 
dat meisjes kocht voor prostitutie. Ze betaalden honderdduizend frank per 
meisje. We zijn toen vertrokken met de Citroen CX maar we kregen autopech 
(...). Een week later zijn we teruggegaan. Er stonden twee meisjes te liften en 
we hebben ze meegenomen. We hebben ze een slaapmiddel doen sükken. 
Leüèvre is gestopt aan een telefooncabine en heeft iemand gebeld, hij heeft 
niet gezegd wie. We hebben de meisjes meegenomen naar de Route de 
PhiUppevUle. Leüèvre heeft de meisjes toen in de Ford Siërra gelegd en is 
ermee weggereden. De volgende dag heeft hij mij dan betaald.*8 

De speurders twijfelen. Dat ze een bende hebben opgerold die kinderen 
ontvoerde, lijkt vast te staan. Bij Michel Lelièvre kunnen ze zich echter met de 
beste wil van de wereld geen leider voorsteUen. Bendeleiders praten doorgaans 
niet, ze worden erin gepraat. 

Wanneer Mchel Lelièvre in de voormiddag van 16 augustus zijn relaas over 
de ontvoering van Sabine Dardenne doet, gebeurt dat op een toon die eerder 
zou moeten slaan op een amateuristisch voorbereide autodiefstal. "Dutroux is 
me toen komen ophalen bij mijn moeder', zegt Lelièvre achteloos. "Het kind 
reed met de fiets naar school. Dutroux heeft haar gepakt toen we haar voorbij 
reden met de mobilhome.' Met dezelfde vanzelfsprekendheid legt hij uit waarom 
Sabine ontvoerd werd. "Dutroux heeft me later uitgelegd dat het hier ging om 
een besteUing en dat ze alweer vertrokken was.*9 

's Namiddags worden Lelièvre foto's voorgelegd van An en Eefje. Hij 
heeft weinig uitieg nodig. "Dat zijn die meisjes die we toen aan de kust ontvoerd 
hebben. Ik heb geen flauw idee wat er van hen geworden is.' Michel Leüèvre 
lijkt allang te hebben begrepen dat er geen ontkomen meer aan is. Zijn vrije 
leven is voorbij. Hij blijft praten. "Dutroux wou dat ik de man met wie hij 
voorheen kinderen ontvoerde zou vervangen', legt hij uit. "Ik denk dat die 
persoon Weinstein was.' Die avond vertelt LeHèvre het verhaal van de twee 
Ieren, zoals het later door het onderzoek zal worden bevestigd. In Oostende - 
ter hoogte van het stedeüjk 



45 



zwembad, blijkt later - zagen ze de twee meisjes liften die Dutroux eerder had 
opgemerkt in de kusttram. Ze waren de laatste reizigers op de laatste tram die 
Oostende als eindstation had. De meisjes moesten nog een heel eind verder. 
Ze stapten in de CX Nog voor die de E40 richting Brussel opreed, lagen ze al 
verdoofd op de achterbank. Een uurtje later viel de auto in panne. Op een 
parking langs de E19-autosnelweg wekte Dutroux twee in hun auto slapende 
leren. Die reden met hem naar Sars-la-Buissière waar ze mochten 
overnachten. Dutroux keerde terug met een Ford Siërra en pikte Leüèvre en 
de twee meisjes op.*10 

Het bleef Leüèvre lange tijd een raadsel waarom Dutroux het waanzinnige 
risico nam om zijn handlanger en de t\^'ee slachtoffers in het holst van de nacht 
achter te laten langs een autosnelweg. Toch denkt hij het antwoord te kennen: 
"De ochtend na de ontvoering had Dutroux een belangrijke afspraak. Hij is pas 
omstreeks vijf of zes uur 's avonds teruggekomen. De dag daarop ben ik zelf 
naar Slovakije vertrokken. Wat An en Eef)e betreft, sprak Dutroux van een 
bestelling.' Tijdens datzelfde verhoor zegt hij ook: "We hebben heel vaak 
verkenningstochten ondernomen.'*l 1 

In de namiddag van vrijdag 16 augustus is de schok na de tweevoudige bekente- 
nissen over An en Eef)e amper verwerkt, of daar komt nog meer nieuws uit de 
verhoorkamer van Mare Dutroux. De op hem afgevuurde vragen hebben hem 
duidelijk gemaakt dat de speurders ook over Julie en Melissa alles al weten. Hij 
kiest voor dezelfde uitweg als de vorige avond, en wijst opnieuw de jonge junkie 
aan als het kopstuk. "Michel Leüèvre ken ik al twee jaar, hij zei altijd dat hij alles 
kon krijgen wat hij wou. Op een dag vroeg ik hem een meisje, wat natuurlijk 
niet ernstig bedoeld was. Oké, zei Leüèvre, dat zal vijftigduizend frank kosten. 
Wat later kwam ik terug thuis en trof ik daar Julie en Melissa aan. Lelièvre zei 
dat hij ze samen met Bernard Weinstein had ontvoerd. Ik wou ze helemaal niet 
en heb nog gezocht naar een manier om ze te kunnen laten gaan. Eerst 
verbleven ze boven in een kamer, daarna heb ik de kelder ingericht.' Dutroux 
beweert dat An en Eefje ontvoerd werden door Weinstein en Lelièvre en dat 
zijn aandeel beperkt bleef tot het depanneren met de Ford Fiesta. Tk heb ze in 
de kamer met kettingen vastgemaakt aan het bed', zegt hij nog. "Er was een 
probleem, want op dat ogenblik zaten Julie en Melissa nog in dat huis. Na 
enkele dagen zijn Weinstein en Lelièvre An en Eefje komen ophalen. Er was 
nog een derde man bij. Ik heb de twee meisjes daarna nooit meer teruggezien.' 

Enkele uren na dit verhoor staat Mare Dutroux in Sars-la-Buissière in het 
ruime weiland achter de woning van Michèle Martin. Geëscorteerd door politie- 
mensen baant hij zich een weg langs de nog niet weggetakelde autowrakken. De 
massaal aanwezige pers is op een ruime afstand gehouden. "Hier is het', zegt 
Dutroux, een plek helemaal achteraan het weiland aanwijzend. Tijdens zijn ver- 
hoor, de vorige dag, heeft een BOB'er Dutroux in de hoek gedrumd. Werd hij 
op 6 december 1995 niet gearresteerd door de politie van Charleroi vanwege 
een of andere gijzelingsactie? Wie zorgde er voor Julie en Melissa tijdens zijn 
gevangenschap? "We moesten inderdaad een oplossing vinden voor JuUe en 
Melissa', 



46 



antwoordde Dutroux. "Weinstein zag er maar één: hen allebei doden. Ik wou 
dat niet. Daarom heb ik Weinstein Rohypnol toegediend en heb ik hem levend 
begraven (...). Het was de bedoeling dat Lelièvre de kinderen eten zou brengen. 
Ik had hem daarvoor vijftigduizend frank gegeven. Toen ik uit de gevangenis 
kwam, leefden Julie en Melissa nog, maar ze waren er heel slecht aan toe. Julie 
is na enkele uren gestorven, Melissa vier of vijf dagen later (...). Ik heb hen 
begraven in Sars-la-Buissière en ben bereid de plaats aan te wijzen waar de drie 
lichamen liggen."*12 

Wanneer Dutroux die zaterdag de begraafplaats van Julie Le jeune, Melissa 
Russo en Bernard Weinstein aanwijst, doet hij dat achteloos. Hij heeft meer 
belangstelling voor de kraanman dan voor de put. De ingezette machine is zijn 
eigen Liebherr. Dutroux geeft te kennen dat de kraanman er weinig van bakt, 
maakt grapjes: "Zo dadelijk valt hij zelf in de put.' Onderzoeksrechters Jean- 
Marc Connerotte en Martine Doutrèwe staan met verstomming toe te kijken 
wanneer Dutroux voorstelt om het zelf te doen: Als hij zo doorgaat, staan we 
hier morgen nog. 

Mare Dutroux wordt die avond in de gevangenis in elkaar getimmerd door enke- 
le medegedetineerden. Hij verwijt het gerecht dat het hem onvoldoende 
beschermt en weigert elke verdere medewerking. Van haar kant blijft Michèle 
Martin tijdens haar verhoren achter de feiten aanhollen. Sabine en Laetitia? Dat 
kan of wü ze niet geloven. Een geheime bergplaats in de kelder? Daar wist ze 
niks van af. Julie en Melissa? Niet op de hoogte. Drie lijken in haar tuin? Niet te 
geloven. Wat ze haar ondervragers van de GP van Aarlen wel kan vertellen - 
maar dat weten ze inmiddels al - is dat haar man "de voorbije week veel contact 
had met een zekere Jean-Mchel uit Brussel.*! 3 De genaamde Michel Nihoul is 
op vrijdag 16 augustus gearresteerd. Een vergissing, zegt hij. 

En Michel Lelièvre? Hij praat. Weinstein komt ter sprake. "Die had 
dezelfde voorkeur voor meisjes als Dutroux', zegt Lelièvre. Hij herinnert zich 
hoe ze op een dag met z'n drieën naar een uitzending op de vrije zender Fun 
Radio luisterden. Een jong meisje vertelde over haar relatie met een oudere man. 
"Het viel me op dat Weinstein de anderen tot stilte maande om te kunnen 
luisteren. Dutroux merkte toen op dat Weinstein van kleine meisjes hield." 
Hoewel het Lelièvre bekend moet zijn dat de Fransman inmiddels dood is, 
zuivert hij hem van alle schuld voor de ontvoering van An en Eefje. "Dat waren 
Dutroux en ik.' Met de ontvoering van JuHe en Melissa heeft hijzelf niks te 
maken, zegt hij fel Dan, opnieuw over An en Eef)e: "Dutroux zei me later dat 
hij de twee meisjes had overgebracht naar de plaats waar ze moesten zijn. Ik 
begreep daaruit dat het ging om de persoon die de bestelling geplaatst had.'*15 

Ook over Laetitia hoorde Lelièvre iets zeggen waamit hij meende te 
kunnen opmaken dat het hier om "een bestelling' ging. Drie dagen na de 
ontvoering, net voor zijn arrestatie, heeft Dutroux hem nog verteld dat "de klus 
erop zit'.*16 Voor Michel Lelièvre is het de evidentie zelve dat hij maar een 
kleine, onbeduidende schakel was in een netwerk dat zowel kinderen als 
volwassen vrouwen zou ver 



47 



handelen. "Terwijl we zochten naar meisjes, legde Dutroux mij uit dat ze aan 
bepaalde kenmerken moesten voldoen', verklaart hij op 19 augustus. "Hij zei 
dat hij Nihoul had gevraagd of hij plaatsen in België kende waar ze de meisjes 
konden laten werken. Nihoul had ja gezegd. Ze konden de meisjes van 
Slovakije overbrengen (...). Kort na de ontvoering van An en Eefje kwam er 
een man met een Mercedes 190, oud model, aan in Sars-la-Buissière. Dutroux 
heeft me toen gezegd dat diegenen die de bestelling hadden geplaatst de 
meisjes waren komen bekijken, maar dat ze hem niet interesseerden. Dutroux 
had schrik van hem. Hi] was die man nog geld verschuldigd. Ik heb An en 
Eefje nog gezien na het bezoek van die man. Ze waren naakt. Zo kunnen ze 
niet ontsnappen, zei Dutroux. Ik zag hoe een van hen verplicht werd tegels te 
poetsen in Marcinelle.'*17 

Twee dagen later komen er bij LeMèvre nog meer herinneringen 
opborrelen over An en Eefje. "Het is Dutroux zelf die ze uitgekleed heeft', 
vertelt hij. "De kettingen en de sloten waarmee hij ze vastmaakte, waren nieuw. 
De dag voordat ik naar Slovakije vertrok, heb ik An en Eef)e nog gezien in 
Marcinelle. Dutroux stelde me voor dat ik een van hen zou verkrachten. Want, 
zei hij, als je terugkomt zullen ze er waarschijnlijk niet meer zijn."*18 LeHèvre 
heeft de twee Hasseltse meisjes daarna inderdaad nooit meer gezien. 

22 augustus 1996. Michel LeMèvre praat over Sabine Dardenne. Mare 
Dutroux was razend toen bleek dat hij, LeMèvre, tijdens het schaken van het 
meisje ei zo na haar fiets vergat mee te nemen. "Hij heeft een heel scenario uit- 
gewerkt om haar te doen geloven dat haar ouders het losgeld niet wilden 
betalen en dat zijn chef haar wou doden. Dutroux zou de rol van haar 
beschermer spelen. Ik heb dat spel niet meegespeeld. Ik zag het meisje huilen 
(...). Dutroux zei achteraf dat zij de dochter was van een rijkswachter. Hij legde 
uit dat hij de meisjes conditioneerde, zodat ze gehoorzaam en onderdanig 
waren eens ze bij de klanten terechtkwamen.'*^' 

Sabine Dardenne kan zich niet herinneren ooit iemand anders te hebben 
gezien dan Mare Dutroux. Het meisje houdt zich verbazingwekkend kranig, 
wanneer ze op 20 augustus 1996 wordt verhoord. Op dinsdag 28 mei 1996 
was ze per fiets van haar woning in Kain vertrokken om 7.20 uur. Het was nog 
donker buiten. De straat was slecht verMcht. Ze werd in een bestelwagen 
gesleurd. De man met de snor probeerde haar te verdoven met pillen en 
druppels die hij in haar mond trachtte te krijgen. Het lukte niet. Ze sMkte niet 
door en was nog wakker toen ze omstreeks 10.30 uur in MarcineUe 
aankwamen. Ze werd in een ijzeren koffer geduwd en zo naar binnen gebracht. 
Op de eerste verdieping ging de koffer open. Ze moest zich uitkleden. Ze werd 
aan een bed vastgeketend en verbleef enkele dagen in een kamer. "Toen heeft 
hij me gezegd dat mijn ouders geen losgeld wilden betalen en dat de chef hem 
had gezegd dat hij mij moest doden. Hij beloofde me dat hij me zou 
verstoppen. Hij bracht me naar de kelder.' Daar kwam ze enkel nog uit 
wanneer hij er was. Eén keer bleef ze acht dagen lang in de kelder. Was 
Dutroux er wel, dan aten ze samen en verpMchtte hij haar om met hem naar 
een pornofilm te kijken. Dutroux Met haar ook het huis schoonmaken. "Niet in 
de kelder, daar was het heel vuil', stipt Sabine aan. "Daar werd nooit 



48 



gekuist (...) Hij vertelde me dat de chef zelf ook kinderen had en dat hij rijker 
was dan een minister. Hij vertelde me dat hij zeven huizen bezat die alle door 
honden bewaakt werden en dat hij al heel lang deel uitmaakte van de 
bende.'*20 

Nauwgezet overloopt Sabine Dardenne met de speurders haar dagboek 
dat in de kelder werd teruggevonden. Het is Dutroux nooit opgevallen dat ze 
daarin met kruisjes en sterretjes de dagen aanstipte waarop ze misbruikt werd. 
Ze gebruikte ook codes om zijn aan- en afwezigheden in Marcinelle bij te 
houden, p staat voor parti, R staat voor retour. Als bewijsmateriaal kan dat 
teMen. "Op een dag kwam hij me halen. Hij nam me mee naar de kamer op de 
eerste verdieping en ;toonde me Laetitia. Hij had haar met een voet aan het 
bed vastgeketend. Ze sMep. Wat later verpMchtte hij haar om samen met hem 
een bad te nemen.' Laetitia, weet het meisje nog, is pas op 12 augustus, drie 
dagen na haar ontvoering, overgebracht naar de kelder. 

Wanneer Sabine Dardenne gevraagd wordt welke medicijnen Dutroux 
haar in die periode van tweeëneenhalve maand zoal heeft doen slikken, komt 
er opnieuw een vrij nauwkeurig antwoord. Ook dat heeft ze genoteerd: 
Haldol, Fru-Zepam, Mycolog, Neutacetim en nog een boel pillen waarvan ze 
de naam niet kent .*21 Haldol heeft dezelfde effecten als Rohypnol. In de 
Verenigde Staten is het een populaire rage drug. Het slachtoffer kan zich 
achteraf niets herinneren van wat er gebeurd is. 

Op zaterdag 23 augustus klapt Michel LeMèvre dicht. Hij legt een korte 
verklaring "buiten procedure' af. Zo kan hij vermijden dat de andere 
arrestanten of hun advocaten die onder ogen krijgen. "Ik vrees voor mijn 
leven als Nihoul te weten komt wat ik over hem verklaar', zegt LeMèvre. "Hij 
heeft gezegd dat, als ik hem verlink, ze mij zullen weten te vinden, om het 
even waar en wanneer. Bij Nihoul telt het principe van dienst-wederdienst.' 
Waar hij Nihoul enkele dagen eerder nog aanwees als de man die de 
ontvoerde kinderen bestelde, klinkt alles nu plots anders: "Wij mochten zijn 
auto hersteMen, maar dat maakte deel uit van een deal waarbij we meisjes 
moesten vinden in Slovakije. '*22 Na die dag wordt Michel LeMèvre nooit 
meer de praatvaar die hij eerst was. 

Op 29 augustus probeert de BOB het nog eens. "Nihoul heeft mij 
bedreigd', zegt Lelièvre opnieuw. Tijdens dit verhoor wringt hij zich in 
bochten om over alle mogelijke verdachte handeltjes van en met Nihoul te 
praten, maar niét meer over ontvoerde kinderen. In zijn ijver reikt hij de 
speurders echter een gegeven aan dat bij velen de oren doet flapperen: "Op 
10 augustus heeft Nihoul mij tienduizend XTC-pillen gegeven, aan 80 
frank per stuk.'*23 10 augustus. Dat is een dag na de ontvoering van 
Laetitia. In één adem voegt Lehèvre er echter aan toe dat de drugs dienden 
ter compensatie van de kosten voor de reparatie van de auto van Michel 
Nihoul. Niks geen verband met kinderontvoeringen dus. Want nu is het 
hem plots helemaal duidelijk geworden dat wanneer Nihoul met Dutroux 
sprak over 'meisjes', het niet om kinderen ging, maar om Oost-Europese 
prostituees: "Het ging om meerderjarige meisjes met een paspoort. Nihoul 
drong echt op de meisjes aan. Hij zou 50.000 frank per meisje betalen. 
Maar voor het lukte, werden we gearresteerd.'*^ 

49 



De banden die de bende-Dutroux in Oost-Europa had, gaan de speurders 
steeds meer intrigeren. Procureur Michel Bourlet heeft al in het openbaar uiting 
gegeven aan zijn hoop An en Eefje nog levend terug te vinden.*25 Uit de vage 
verklaringen van Dutroux en Lelièvre daarover, leiden de speurders af dat ze 
misschien in een prostitutienetwerk in het Oostblok zijn beland. Eind augustus 
gaat een rogatoire commissie op pad. Er wordt gezocht in de rosse buurten van 
Bratislava, maar vrij snel wordt duidelijk dat dit onzinnig is. Waarom zou 
iemand in Vlaanderen tienermeisjes ontvoeren en ze plaatsen in een land waar 
de tienerprostitutie helaas al zo weüg tiert? 

Op 3 september is de zaak-Dutroux aan zijn derde schok toe. De stoffelijke resten 

van An en Eefje worden ontdekt onder een betonnen vloer in de rue Daubresse te 
Jumet. De speurders menen dat Lelièvre hen valse hoop heeft willen geven en 
concentreren zich nu opnieuw op Mare Dutroux. Hij praat weer, en speelt zijn spel. 
Nu Lelièvre geneutraliseerd is, kan hij zijn rol als feitelijke leider van het onderzoek 
weer op zich nemen. An en Eef)e zijn drie weken in Marcinelle gebleven', zegt 
Mare Dutroux. 'Er was geen sprake van een bestelling. Na de ont\roering zijn ze 
nooit ergens anders geweest dan in Marcinelle. Tot Weinstein hen kwam ophalen. 
Hij wou ze in een netwerk plaatsen. Later ben ik erachter gekomen dat hij ze 
vermoord had. Hij zei me dat hij geen andere keuze had. ' 

En zo begint de Grote Dutroux Show. Bernard Weinstein kan er vanuit 
zijn graf niets meer tegen beginnen. Er zijn anders wel materiële indicaties die 
toelaten te t\^djfelen aan wat Dutroux poneert. Op 16 augustus worden tijdens 
een huiszoeking in Sars-la-Buissière haren van de twee Limburgse meisjes 
aangetroffen in een autowrak.*27 Het is een zwarte Chevyvan die op naam 
staat van Diakostavrianos.*28 Zou het kunnen dat die wagen gediend heeft 
voor het transport van de meisjes, hetzij bij hun ontvoering, hetzij nadien? Nee, 
zeggen Diakostavrianos en Dutroux. De Chevyvan staat al sinds 1994 weg te 
roesten in Sars. De zoon van de Dutroux' buurman, OKvier Baudson, kan dat 
bevestigen. De Chevyvan is omringd door een hoop andere wrakken en kan in 
de zomer van 1995 onmogelijk gereden hebben. Aangezien de Baudsons met 
Dutroux in een permanent territoriaal conflict verwikkeld waren, zouden zij de 
minste beweging van de auto zeker opgemerkt hebben.*^' 

Hoe kwamen de haren van zowel An als Eefje dan in de Chevyvan 
terecht? Tk zou het niet weten', zegt Dutroux. Tk weet dat Danny, die hielp bij 
het verbouwen van het huis in Sars, enkele weken in die auto geslapen heeft. 
Misschien heeft Michèle Martin de was gedaan van Danny en is die vermengd 
geraakt met andere was.'*30 AUes is mogelijk. 

In de nacht van de ontvoering van An en Eefje signaleerde een getuige in 
Oostende anders wel het merkwaardige rijgedrag van een Chevrolet Dodge. 
Dat is een soort wagen dat sterk Hjkt op een Chevyvan. *31 Dutroux noch 
Diakostavrianos laten zich uit het lood slaan. De wagen heeft niet meer gereden 
sinds midden 1994, bezweert Diakostavrianos: "De versnellingsbak was kapot. 



50 



Daarom stond de wagen bij Dutroux. '"'^ Half november wordt Diakostavrianos 
geconfronteerd met twee deskundigenverslagen. Uit het eerste blijkt dat het nu 
wetenschappelijk bewezen is dat de haren van An en Eefje zijn. Uit het tweede 
valt op te maken dat de Chevyvan enkele maanden geleden wél nog gereden moet 
hebben. Bovendien is er een getuige in Lodelinsart die er zijn hoofd op wil 
verwedden dat hij Diakostavrianos eind 1995 nog met de wagen heeft zien rijden. 
Tk stel me vragen bij de capaciteiten van jullie autodeskundige', repliceert 
Diakostavrianos.*'' Begin 1997 stoten de speurders op een van 9 januari 1991 
daterende factuur voor het plaatsen van een nieuwe versnellingsbak in de be\^aiste 
C^hevwan.*'* Het is misschien al voorgekomen dat onhandige bestuurders in vier 
jaar tijd een versnellingsbak naar de bliksem weten te helpen, maar waarschijnlijk 
is het niet. 

En toen? Niets meer. Het onderzoek naar de haartjes in de Chevv^'an 
blijft steken bij een discrepantie tussen materiële bewijzen en ontkenningen van 
de betrokkenen. Nadat onderzoeksrechter Jacques Langlois het roer overneemt 
van Connerotte, geraakt de Chevjwan in de vergetelheid. Diakostavrianos wordt 
vrijgelaten. Nog steeds weet niemand hoe de haartjes in de Chevyvan terecht 
zijn gekomen. 

Paul Marchal, vader van An, is ongerust. Op 25 november 1997, kort nadat men 
hem toegang heeft verschaft tot het gerechtelijk dossier over An en Eefje in 
Neufchateau, haalt hij in de pers zwaar uit naar Langlois. Volgens Marchal zijn 
bepaalde stukken uit het dossier verdwenen en kan uit de lectuur van het geheel 
opgemaakt worden 'dat bepaalde pistes omtrent mogelijke opdrachtgevers voor 
de ontvoering van mijn dochter niet verder zijn onderzocht'. C3ok is hem de 
merkwaardige evolutie in de verklaringen van LeUèvre opgevallen. Paul Marchal 
vraagt zich af waarom er niet met man en macht is gespeurd naar de bezoeker van 
Dutroux die zich met een oude Mercedes 190 verplaatste. Als enige reactie op de 
aantijgingen van Marchal, laat Langlois weten dat zijn advocaat "misschien niet in 
de goede doos heeft gekeken'. 

Marchal heeft intussen al laten weten dat ze hem niet zullen zien tijdens de 
schijnvertoning die het assisenproces van Mare Dutroux volgens hem zal 
worden. Want er is meer. Eind augustus 1996 signaleert een agent van de 
Blankenbergse gemeentepolitie aan Neufchateau dat een informant hem 
vertelde dat An en Eefje kort na hun ontvoering naar een landhuisje aan de 
rand van het polderdorpje VUssegem, niet zo ver van Blankenberge, zijn 
overgebracht. Het huisje zou in de zomer van 1995 kortstondig zijn bewoond 
door ene Pierre B.*35 De boerderij, die 200 meter van de weg Hgt en 
verscholen is achter struiken, staat sinds 1994 leeg. Wanneer Connerotte er op 
1 oktober 1996 een huiszoeking laat verrichten, vindt men aanwijzingen dat 
daar in de zomer van 1995 niet alleen Pierre B., maar luidens de omwonenden 
ook "enkele Franssprekende lieden' hebben vertoefd en er met een 
graafinachine in de weer zijn geweest. Er wordt een bivakmuts gevonden, een 
mUitaire parka en een notablok met een verwijzing naar Pierre B.*36 Het 
landhuis is eigendom van de Blankenbergse restaurantuitbater L. 



51 



De man heeft een vriend wiens naam in Neufdiateau een belletje doet rinkelen: 
hoteluitbater Marcel M., eveneens uit Blankenberge. Dat is een kennis van 
Mare Dutroux. Tijdens een huiszoeking bij Dutroux in Marcinelle stootten de 
speurders op 24 augustus 1996 op het privé-telefoonnummer van Marcel M.^' 
Het nummer staat opgeschreven in een boekje dat voorts verschillende 
adressen en telefoonnummers in Tsjechië en Slovakije vermeldt. Ook Marcel 
M. is geen onbekende bij het gerecht. Sinds medio '96 loopt tegen hem een 
onderzoek rond een handel in Braziliaanse vrouwen. 

Bewijzen? Geen. De veronderstelling dat An en Eefje werkelijk in het 
landhuisje in VHssegem zouden hebben vertoefd, lijkt onzinnig sinds men de 
twee Ieren terugvond die in de nacht van 22 op 23 augustus 1995 een Mft gaven 
aan Dutroux. Maar wat er daarna met An en Eefje gebeurde, weet niemand. 
Tenzij je onvoorwaardelijk geloof hecht aan wat Mare Dutroux vertelt. 



NOTEN 

1 Gesprek met Benoit Lelièvre, december 1996 

2 Voor moord zijn er onvoldoende bewijzen. 

3 Verhoor Michel Lelièvre, BOB Brussel, 13 november 1996, pv 116.213. 

4 Verhoor Michel Lelièvre, BOB Neufchateau, 15 augustus 1996, pv 100.210 L166. 

5 Verhoor Michel Lelièvre, BOB Neufchdteau, 19 augustus 1996, pv 100.223 L160. 

6 Verhoor Mare Dutroux, BOB Marche-en-Famerme, 15 augustus 1996, pv 100.204 L107. 7 
Dat de speurders in Neufchdteau hem er dan al van verdenken ook Julie en MeUssa te hebben 

ontvoerd, komt slechts doordat dat BOB'er René Michaux twee dagen eerder in allerijl vanuit 
Charleroi is overgekomen met gegevens over de later veel besproken Othello. 8 Verhoor Mare 
Dutroux, BOB Marche-en-Famenne, 15 augustus 1996, pv 100.225 L108. 
9 Verhoor Michel Lelièvre, BOB Neufchdteau, 16 augustus 1996, pv 100.215. 
10 Dit gebeurde, zoals later zou blijken, op de El 9 te Woutersbrakel. Dutroux beschuldigt 

Lelièvre ervan dat hij in diens afwezigheid een van de twee meisjes verkrachtte. Lelièvre 

zal dit altijd verontwaardigd blijven ontkennen. 

11 Verhoor Michel Lelièvre, BOB Neufchéteau, 16 augustus 1996, pv 100.215. 

12 Verhoor Mare Dutroux, BOB Marche-en-Famenne, 16 augustus 1996, pv 100.226 L106. 

13 Verhoor Michèle Martin, GPP Aarlen, 17 augustus 1996, pv 2.538. 

14 Verhoor Michel Lelièvre, BOB Neufchéteau, 16 augustus 1996, pv 100.218 L163. 15 Verhoor 
Michel Lelièvre, BOB Neufchateau, 17 augustus 1996, pv 100.221 L162. 16 Verhoor Michel 
Lelièvre, BOB Neufchdteau, 19 augustus 1996, pv 100.223 L160. 17 Verhoor Michel Lelièvre, BOB 
Neufchateau, 19 augustus 1996, pv 100.225 L159. 18 Verhoor Michel Lelièvre, BOB Neufchateau, 

21 augustus 1996, pv 100.234 L158. 19 Verhoor Michel Lelièvre, BOB Neufchateau, 22 augustus 
1996, pv 100.241 L157. 20 Verhoor Sabine Dardenne, BOB Neufchateau, 20 augustus 1996, pv 
100.236 LI 14. 21 Het gaat hoofdzakelijk om zware verdovende middelen. 

22 Verhoor Michel Lelièvre, BOB Neufchateau, 23 augustus 1996, rapport Z23. 23 
Verhoor Michel Lelièvre, 29 augustus 1996, BOB Neufchateau, pv 2557 Z39. 24 
Verhoor Michel Lelièvre, BOB Neufchateau, 29 augustus 1996, pv 100.258 Z51. 25 
De hoop is op zeker ogenblik zo groot dat de krant Het Belang van Limburg eind 



52 



augustus een extra-editie' aankondigt om de bevrijding van de twee Hasseltse 
meisjes te melden. 

26 Verhoor Mare Dutroux, BOB Marche-en-Famenne, 2 september 1996, pv 100.214 L217. 

27 Analyse door het Nationaal Instituut voor de Criminalistiek (NICC), vervat in rapport 

aan BOB Neufchateau, 8 november 1996, pv L3093. 

28 Bestelwagen van het merk Chevrolet. 

29 Verhoor Olivier Baudson, GPP Aarlen, 26 november 1996, pv 
L3336 30 Verhoor Mare Dutroux, BOB Brussel, 12 november 1996, pv 
116.189 31 Rijkswacht Oostende, 22 augustus 1996, pv 103.674. 

32 Verhoren Michael Diakostavrianos, BOB Neufchateau, 4 november 

1996, pv's 100.494 L3088 en 100.496 LR3088. 

33 Verhoor Michael Diakostavrianos, BOB Neufchateau, 15 november 1996, pv 100.525. 

34 BOB Neufchateau, 30 januari 1997, pv 100.094. 

35 Politie Blankenberge, 27 augustus 1996, pv 
3.378. 36 BOB Brussel, 1 oktober 1996, pv 
114.675. 

37 BOB Brussel, 24 augustus 1996, pv 112.405. 



53 



2 'Hij zei dat hij de hond honger liet lijden 
om hem agressief te maken. ' 

Buurman van Bernard Weinstein, september 1996 

- Waar speelden de feiten zich af? 

- Ik heb hem verdoofd in Marcinelle. 

- Hoe heeft u dat gedaan? 

- Ik heb hem uitgenodigd voor het avondeten. Ik heb hem boterhammen 
gegeven. Ik weet niet meer wat er tussen zat. Toen hij slaperig werd, heb 
ik hem er nog wat extra gegeven, deze keer ging het om volledige 
tabletten. 

- Uw antwoord is ons niet helemaal duidelijk. Kunt u iets preciezer zijn? 

- Wat de boterhammen betreft, weet ik dat we er bereid hadden in Sars, maar 
ik ben niet zeker of het die waren die we hem toen gegeven hebben. 

- Wie heeft de boterhammen in Sars gesmeerd? 

- Mijn vrouw. 

- Wie heeft dat product erin gedaan? 
-ik. 

- Om welk product ging het? - Rohypnol. 

- Had u voorzien dat u Weinstein bij zijn bezoek zou doden? 

- Ja, ik had eerst geprobeerd om hem het idee om de meisjes te doden uit 
het hoofd te praten.' Maar hij begon in omgekeerde zin te argumenteren 
(...). 

- Hoe heeft u het lichaam doen verdwijnen? 

- Vroeg in de ochtend heb ik hem in de put gegooid die ik eerder gemaakt 

had en die heb ik dan weer dichtgegooid. 

- Waarom was die put daar en sinds wanneer? 

- Ik was beginnen oefenen met de machine. Ik had uitgeprobeerd hoe diep je 
ermee kon gaan. Om de machine te testen. Die put heb ik enkele dagen voor 
de moord op Weinstein gegraven. 



- Hoe heeft u het lichaam verplaatst? 



54 



- Ik heb hem gebracht met de Fiesta, de auto die ik van hem had gekocht. 

- Was hij al dood? 

- Nee, van Rohypnol ga je niet dood. 

- U heeft de hele nacht gewacht. Bestond er geen risico dat hij 's 
ochtends wakker zou worden? 

- Nee, ik ken het effect van Rohypnol. 

- Had u al eerder getracht Weinstein te elimineren? - Nee. 

- Waarom koos u precies dat moment? - De tijd begon te dringen.' 

Voor Mare Dutroux blijven verhoren een spel. Het is een eindeloos afwegen van 
mogelijkheden, uitproberen van vluchtwegen en nijdig afwijzen van tegenspraak. 
Als een ervaren schaker verplaatst hij lopers en pionnen met een duidelijk doel. Bij 
hem is dat koning noch koningin, maar een vanuit strikt strafrechtelijk oogpunt 
maximaal minimaliseren van zijn eigen rol. Dit dialoogje komt uit een verhoor van 
19 september 1996. Een maand eerder is Dutroux ondervraagd over wat er met An 
en Eefje is gebeurd. "Bernard Weinstein heeft hen gedood, en begraven in zijn 
hangar', luidde het antwoord die dag. "Dat heeft hij me in zijn laatste uren verteld, 
net voor ik hem vermoordde.'*3Vreemd hoe een hulpeloos verdoofde man plots 
blijkt te kunnen praten, maar het heeft weinig zin om Dutroux op contradicties te 
wijzen. Eerder dan wie merkt hij die op en weet hij gauw een passende verklaring 
te bedenken. De beschuldiging van Weinstein omtrent An en Eefje kwam er enkele 
uren voor Dutroux' macabere onemanshow in de rue Daubresse in Jumet. Staand 
op het graf van An en Eefje wees hij toen om zich heen: "Daar zouden jullie 
moeten zoeken, of daar. Enfin, ik weet het ook niet. Zoals ik al zei, was ik er zelf 
niet bij.' 

Bernard Weinstein werd vermoord met een boterham. Met paté, preciseert Michèle 
Martin. *4 Er valt niet zo direct een belachelijker doodsoorzaak te bedenken voor 
een gangster met een palmares als het zijne. De meest enigmatische van alle 
hoofdpersonages in de Dutroux-saga vindt de dood in de laatste dagen van 
november 1995.^ Het is dan net geen twintig jaar geleden dat hij in eigen land 
kortstondig tot publieke vijand nummer 1 werd uitgeroepen. 

Op 24 december 1975 wordt in Orsay, bezuiden Parijs, de vermiste 
gendarme André Levèque uit een auto gegooid. De vorige dag heeft Levèque in 
het stadje Tavemy, enkele honderden kilometer daarvandaan, twee boeven 
betrapt bij het stelen van een auto. De dieven blijken zwaarbewapend en weten te 
ontkomen door de jonge wetsdienaar in de auto te sleuren en gegijzeld te 
houden. De behouden thuiskomst van Levèque is het startsein voor een 
landelijke klopjacht. Op 25 december 1975 worden de twee gijzelnemers in een 
Parijse voorstad gesignaleerd. Ze hebben het gemunt op een 2 PK'tje van twee 
houthakkers, maar worden betrapt. De dieven schieten een van de houthakkers in 
het been en vluchten te voet het uitgestrekte bos in. Vierhonderd politiemensen 
kammen het bos uit, 

55 



maar zonder resultaat. De Franse pers vergelijkt hun daden met de in die tijd 
volle zalen trekkende slechterik Phantomas. Pas na enkele dagen wordt duidelijk 
wie ze zijn. Het gaat om de 26-jarige Patrick DubouiUe en de drie jaar jongere 
maar als 'zeer gevaarlijk' omschreven Bernard Weinstetn.*6 De twee mannen 
maken deel uit van een bende die in Parijs een spoor van autodiefstallen en 
overvallen heeft getrokken. Weinstein laat een bizar handelsmerk achter. Hij 
heeft iets met dieren. Hij lijkt er een morbide genoegen in te scheppen om ze 
dood te martelen. Tijdens de doUe tocht door Frankrijk doodt hij de waakhond 
van een garagist. Elders legt hij een lawaaierige papegaai met een lasbrander het 
zwijgen op. 

Op 11 februari 1976 wordt Weinstein gearresteerd. DubouiUe wordt niet 
lang daarna gegrepen. In februari 1981 verschijnen ze samen voor het 
assisenhof van Val d'Oise wegens diefstallen, ontvoering en gijzeling, 
moordpoging en 

gewelddadigheden. Het openbaar ministerie vraagt levenslange opsluiting voor 
Weinstein en twintig jaar cel voor DubouiUe. De advocaten wijzen op de onge- 
lukkige jeugd van beiden. Weinstein krijgt vijftien jaar, DubouiUe twintig. "Het 
was zo'n beleefde jongen, altijd bereid een handje toe te steken', zucht buur- 
vrouw Lips-Magotte. Drie jaar lang is ze zijn buurvrouw geweest in de rue 
Daubresse in Jumet. Op een goede dag in 1992 nam hij zijn intrek in de leeg- 
staande houten chalet aan de overkant van de straat. Niemand uit de buurt wist 
waar hij vandaan kwam. Zelf was hij niet zo spraakzaam. 'Hij leefde in de scha- 
duw', weet mevrouw Lips nog. 'Overdag waren de gordijnen gesloten, maar 
elke nacht rond halfelf trok hij op pad.' Twee jaar lang heeft ze zijn vier kippen 
en zijn Mechelse herder gevoederd omdat Bernard ze verwaarloosde. Daar 
heeft ze inmiddels spijt van. Tk heb hem ooit eens gevraagd waarom die hond 
zo weinig te eten kreeg', vertelt Eric, een andere buur. 'Hij zei dat hij de hond 
honger liet lijden om hem agressief te maken.' 

Weinstein verspreidt een weerzinwekkende lijfgeur. Hij heeft een 
grondige afkeer van water en zeep. In de rue Daubresse noemen ze hem Ie rat. 
Hij heeft er amper zijn intrek genomen, of zijn chalet wordt herschapen in een 
vuilnisbelt van schroot, afgedankte koelkasten, oude kranten, pornoboekjes en 
vuile matrassen. AUes wat hij langs de weg vond, sleepte hij daarbinnen', zegt 
mevrouw Lips. Weinsteins moeder komt in oktober 1 995 bij hem logeren om 
orde te scheppen in de chaos, maar vertrekt tien dagen later ontmoedigd. Voor 
elke hoop vuil die ze had verwijderd, kwam er een nieuwe in de plaats. 

'Huiszoeking onmogelijk, eerst aUes leegmaken en chalet afbreken', heet 
het op 22 augustus 1996 in het proces-verbaal over een van de eerste 
afstappingen in de rue Daubresse. Later zullen politiemensen de resultaten van 
de huiszoekingen 

bij Weinstein per vrachtwagen overbrengen naar de rijkswachtkazerne van 
Jumet, waar op de binnenkoer een schroothoop van potentiële 
aanknopingspunten zal ontstaan. Een betonmolen, een speleologenladder, 
stratenplannen, een gestolen tachograaf, videobanden, een krantenknipsel over 
Adolf Hitier, kinderkleren... het is maar een kleine greep uit de duizenden 
voorwerpen. Een tijdlang hopen de speurders dat een blijkbaar van een 
scoutsgroep afkomstig sjaaltje hen iets wijzer 



56 



zal maken over de betrokkenheid van Weinstein bij andere dan de gekende 
ontvoeringen. Een rondvraag bij alle scoutsgroepen van het land levert niets 
op. Alleen als iemand in de straat autopech heeft, weet men Weinstein te 
vinden. Wordt hij gehaat door elke hond, poes of cavia die zijn geur opsnuift, 
dan is het alsof zijn aanwezigheid een bezwerend effect heeft op auto's. I lij 
verricht er wonderen mee. Weinstein is in de jaren zestig als puber naar Parijs 
getrokken en kreeg er als straatboefje de technieken van de autodiefstal goed 
onder de knie. Het stelen van een auto kostte hem enkele seconden. 

21oktober 1983. In de gevangenis van het Franse MeHn, waar Weinstein op dat 
ogenblik zit, arriveert een brief van de Belgische professor Charles Schuknan. 
Hij staat aan het hoofd van de dienst urologie van het Erasmus-ziekenhuis in 
Anderlecht. In dit schrijven, op briefpapier van het ziekenhuis en gericht aan 
de penitentiaire administratie, breekt Schulman een lans voor de 
voorwaardelijke vrijlating van Weinstein. Hij belooft dat een collega-psychiater 
hem in België onder zijn hoede zal nemen.*7 Of dit pleidooi er voor iets 
tussenzit is niet geweten, maar op 6 november 1985, na het uitzitten van bijna 
twee derde van zijn straf, is Weinstein vrij. Wanneer Schulman begin 1997 
wordt verhoord, geeft hij meteen toe dat er van enige psychologische opvang 
in België nooit sprake is geweest. Hij legt uit dat hij de brief op aandringen van 
zijn echtgenote schreef Zij is de zus van Bernard Weinstein. 

Veel kan zij ook niet vertellen over de broer die ze tot 1985 in geen dertig 
jaar meer had gezien. Mireille Weinstein is sinds de dood van haar vader, toen 
ze nog in de luiers zat, van Bernard gescheiden in verschülende opvangfamiUes. 
Ze had via de pers vernomen dat hij in Frankrijk in de cel zat - wat haar niet 
verwonderde. 'Op zijn vijftiende was Bernard al onhandelbaar', weet Mireille 
nog. 'Toen ben ik naar België verhuisd en verloren we elkaar helemaal uit het 
oog.'*8 Het was de advocaat van Bernard die zuslief op het spoor kwam en 
vaststelde dat de positie van haar man perspectieven opende. 'Ja, ik meende 
dat hij een tweede kans verdiende', aldus Schulman.*9 

Op 28 november 1985, drie weken na zijn vrijlating, meldt Bernard Weinstein 
zich aan in België. Mireüle snelt hem te hulp. Vanaf 1 december kan hij al aan 
de slag bij de BVBA Video Promotion van Schulmans broer Joseph. De firma 
heeft als voornaamste activiteit het kopiëren van videobanden en is gevestigd 
in de Marconistraat 167 te Vorst. Het adres ver\^djst naar een sinds 1976 
leegstaand fabriekspand van Acec. Video Promotion heeft een klein gedeelte 
van het vervallen gebouw tot filmstudio omgebouwd. 'Weinstein werkte er als 
kopieerder van videobanden in de nachtploeg', weet Joseph Schulman nog, die 
zich verder, tien jaar na datum, niet zoveel meer weet te herinneren. 'Het was 
een gesloten man, altijd in zijn eentje, met een absolute desinteresse voor seks.' 
De voormalige zaakvoerder heeft geen flauw idee of Bernard Weinstein buiten 
zijn diensturen ooit voor eigen rekening in de weer is geweest. Zijn eigen 
firma's hebben zich in elk geval nooit beziggehouden met porno, zegt 
Schulman, die anderzijds wel toegeeft 



57 



dat hij in de jaren zeventig graag het Brusselse partouzemilieu 
frequenteerde.*! O Het mini-imperium van door Joseph Schulman gerunde 
videobedrijfjes zal begin 1997 lange tijd de interesse opwekken van de 
speurders in Neufchateau. Diezelfde Schulman is ook gedelegeerd bestuurder 
van de BVBA Audio Corporation, die in de jaren tachtig een opnamestudio 
uitbaat in de Ukkelse MoHèrelaan 86, de studio die Jean-Paul Raemaekers in 
1995 al eens heeft aangewezen als zijnde een plek waar in de jaren tachtig 
pedofiele fikns werden gedraaid.*! 1 Als bij toeval is datzelfde gebouw na 

1991 opgekocht door de Brusselse pediater Claude C.*12 Hij is de man waar 
Annie Bouty en Michel Nüioul hun kinderen lieten behandelen. En soms is 
de wereld nog kleiner dan je zou durven denken. Amper vrijgekomen na zijn 
veroordeling voor zijn betrokkenheid bij de ontvoering van oud-premier Paul 
Vanden Boeynants, mag de Brusselse exadvocaat Michel Vander Eist vanaf 

1992 geregeld optreden als adviseur voor de BVBA Audio Corporation. *13 In 
de ogen van procureur Michel Bourlet is hij begin 1997 echter vooral de 
verschaffer van een (naar achteraf bMjkt vals) aMbi aan Michel Nüioul in het 
onderzoek naar de ontvoering van Laetitia Delhez en tevens een van de 
namen die meermaals vallen in de nevendossiers van de zaakDutroux. 

Er worden begin 1997 in totaal elf huiszoekingen verricht bij de 
gebroeders Schulman, hun zakenpartners, de zetels van hun videobedrijfjes 
en bankkluizen. In één van de bedrijfjes levert dat een aanwijzing op van 
fiscale fraude (via KB Lux), maar geen enkel spoor naar de vermoede handel 
in porno. 

Bernard Weinstein blijft maar anderhalf jaar bij Video Promotion 
werken. Vanaf 1987 sukkelt hij als mecanicien van de ene interimbaan naar de 
andere. In Sint-CjiUis opent hij een kleine garage voor moto's - een smeerboel. 
Een jaar later leert hij autohandelaar Gérard Pinon kennen, die in Charleroi 
en omgeving een tudntigtal garageboxen, depots en appartementen bezit. Het 
kükt tussen beide mannen. Weinstein steekt Pinons huis in brand - wat met 
het oog op een verzekeringspremie ook afgesproken is. Hij voelt zich 
aangetrokken tot het ordeloze milieu van de Henegouwse schroot- en 
autozwendelaars en verhuist. Hij gaat eerst in Lodelinsart wonen, om in 
januari 1992 aan te belanden in de rue Daubresse. Hij koopt het pand voor 1 
miljoen frank. 

Rijk is Bernard Weinstein nooit geweest. Van begin 1993 tot zijn dood in 
1995 moet hij maandelijks, na aftrek van afbetalingen, zien rond te komen met 
minder dan 10.000 frank, zo leert een analyse van zijn bankrekeningen." Geld 
uitgeven doet hij wel. Tijdens een huiszoeking in de race Daubresse stoten de 
speurders op een factuur voor een reeks aankopen in de Makro naar rato van 
400.000 frank. Het in kaart brengen van het aantal gekochte en verkochte auto's 
is onbegonnen werk. "Het is duidelijk dat hij over niet aangegeven inkomsten 
beschikte', luidt de conclusie van de speurders. 

Er is weinig geweten over hoe en wanneer Weinstein en Dutroux elkaar 
ontmoetten. Dutroux zegt dat ze elkaar al vele jaren kennen - via Pinon - maar 
pas begin 1994 vrienden werden. "Weinstein was zijn beste vriend', weet 
Michèle 



58 



Martin. "Wanneer die twee samen waren, was ik er te veel aan.'*15 Volgens 
haar waren auto's en wapens hun voornaamste gemeenschappelijke 
interessegebieden. Later legt ze uit dat ze samen het luik van de kinderkooi 
ontwierpen. 

Van vriendschappelijke gevoelens jegens Weinstein is in de 
verhoorkamer van Dutroux anders weinig te merken. Hij schildert Weinstein 
af als "een crapuul met een impotentieprobleem', die niet alleen de moord op 
An en Eefje op zijn geweten heeft, maar ook de kat martelde, JuMe en MeHssa 
ontvoerde, zijn handen nooit van de meisjes kon houden en uiteindelijk 
besliste dat ze maar beter konden verdwijnen. Weinstein is voor Dutroux de 
perfecte zondebok. 

In de nacht van 4 op 5 november 1995 weerklinken schoten in de race 
Daubresse te Jumet. In het donker ziet de politie een man weghollen van wie 
later wordt aangenomen dat het Bernard Weinstein is. Dat is logisch, want zijn 
chalet vormt het middelpunt van de politionele drukte. Op aanwijzingen van 
een geagiteerd tienermeisje worden daar twee jonge boeven gevonden. Ze zijn 
met kettingen vastgebonden, in een diepe slaap verzonken en worden door de 
politie met draagberries naar buiten gebracht. Pas 's anderdaags kan uit hun 
relaas worden opgemaakt dat hun gijzeling verband hield met een dispuut 
onder autodieven. Een van de gegijzelde jongeren, Pierre Rochow, heeft 
samen met zijn trawant Philippe Divers een met Belgacom-kabels beladen 
vrachtwagen gestolen bij Fabricom in Braine-l'AUeud. Dat is kennelijk gebeurd 
met de assistentie van Dutroux en Weinstein. De dieven brengen de buit 
immers onder in een door Mchèle Martin gehuurde hangar, op het terrein van 
autohandelaar Gérard Pinon. Hij is niet alleen bevriend met Dutroux en 
Weinstein, maar ook met Georges Zicot, inspecteur bij de gerechtelijke politie 
van Charleroi en specialist in autodiefstallen. Pinon heeft van de door 
verzekeringsmaatschappijen uitgekeerde vinderslonen een handeltje gemaakt. 
Hij brengt Zicot op de hoogte van de "grote vis' die in zijn hangar staat. Zicot 
komt de truck daar persoonlijk ophalen en parkeert hem ergens langs de kant 
van de weg. In het proces-verbaal dat hij over de "ontdekking' van de 
vrachtwagen opstelt, rept hij met geen woord over de loods. Om zijn 
informant te beschermen, legt hij later uit.' 

De verzekeringsmaatschappij Royale Beige betaalde voor de 
teruggevonden vrachtwagen een beloning van 150.000 frank uit aan Pinon. 
Toen Dutroux en Weinstein ontdekten dat het vehikel verdwenen was, 
verdachten ze echter 

Rochow en Divers. Dutroux repte zich naar de chalet van Weinstein, die de 
twee boefjes opbelde en vriendelijk vroeg of ze 'even langs konden komen'. 
Dat was het begin van de gijzeling. De twee jongeren bleven ook in hun 
hachehjke situatie volhouden dat ze geen flauw idee hadden waar de 
vrachtwagen wezen mocht. Daarop sprong Dutroux in zijn auto en ging hij 
de vriendin van Rochow oppikken, om haar bij de anderen te brengen. Toen 
ze ook daarna bleven bezweren dat ze niks afwisten over die verdomde 
vrachtwagen, deed Dutroux hen Rohypnol slikken. Terwijl Weinstein de 
slapende gijzelaars bewaakte, ging Dutroux 's nachts zelf op zoek naar de 
vrachtwagen. Toen liep het mis. Het meisje, dat niet geketend werd, had 
haar pilletje niet doorgeslikt. Toen ze Weinstein op een 59 



stoel zag indommelen, ontsnapte ze en verwittigde de politie. 

De beschrijving die de vriendin van Rochow aan de poHtie geeft, laat 
weinig twijfel bestaan over de dader. Ze heeft het over een zekere Mare met 
een snor en een lui oog, uit MarcineUe. Een van de andere gijzelaars kan zelfs 
de straat aanduiden waar hij woont. De agenten Huberland en Gonzalez weten 
al op 6 november 1995 Mare Dutroux te identificeren als de hoofddader.*17 
Toch verstrijkt er nog een maand voor de politie ertoe komt hem aan te 
houden. Het snappen van Dutroux gebeurt volgens de methode die de 
gemeentepolitie toepast bij het innen van achterstallige boeten. De burger 
wordt middels een convocatiebriefje uitgenodigd om zich naar het 
politiebureau te begeven. Bij Dutroux - die aUe tijd krijgt om een nepverhaal 
op te bouwen - verstrijkt er een maand alvorens de politie ertoe komt zo'n 
briefje te versturen. 

Op 6 december 1995 begeeft Mare Dutroux zich vrijwillig en vol vertrou- 
wen naar de politie van Charleroi. Hij wordt er verhoord door inspecteur De 
Windt en gaat er klaarblijkelijk van uit dat hij over een halfuurtje terug thuis zal 
zijn. Hij heeft het met Rochow en Divers op een akkoordje gegooid. In ruil 
voor het blauwblauw laten van de gijzeling heeft hij hen wat geld gegeven. 
Maar het loopt mis. De Windt krijgt een van beiden tijdens de confrontatie 
met Dutroux aan het praten. Een dag later wordt Dutroux onder 
aanhoudingsmandaat geplaatst door onderzoeksrechter Lorent. Hij zal in 
voorarrest blijven zitten tot 20 maart 1996.*18 Als we Dutroux mogen 
geloven, is dat het doodvonnis voor Julie en Melissa. Want volgens hem 
vertoeven zij op dat ogenblik nog steeds in zijn kelder te MarcineUe en zullen 
ze daar vanaf 6 december helemaal aan hun lot worden overgelaten. 

Over wat er in de maand voor Dutroux' arrestatie gebeurt, zijn maar weinig 

zekerheden. Een ervan is dat Bernard Weinstein wordt vermoord. Na de nacht 
van de gijzeling duikt de Fransman eerst een paar dagen onder bij Gérard 
Pinon.'*19 Op 8 november 1995 wordt hij opgemerkt aan het loket van een 
BBLfiliaal in het gezelschap van een oudere dame. Het is zijn moeder die in 
België op bezoek is omdat haar zoon zich weer in nesten gewerkt heeft. 
Weinstein incasseert die dag een Franse cheque van 636.000 frank.*20 Dat geld 
zal later bij Dutroux zelf opduiken en vormt volgens Michèle Martin het 
motief voor de moord. Een paar dagen na de geldafhaHng gaan Dutroux en 
Weinstein bij Michel Nihoul en Annie Bouty in Brussel op bezoek om hen te 
vragen Weinstein een vals paspoort te bezorgen. *21 Weinstein moet het land 
uit, zoveel is duidelijk. De grens zal hij echter nooit meer zien. Afgaand op wat 
Dutroux daar zelf over zegt, wordt Weinstein midden november opgesloten in 
de kinderkooi die hij zelf heeft helpen bouwen. Dutroux dient hem naar eigen 
zeggen dagelijks enkele druppels Haldol toe via het drink^^ater dat hij in kelder 
achterlaat.*22 Tot de dag komt waarop Michèle Martin een boterham smeert. 

Het is niet bekend waar JuMe en Melissa verblijven op het ogenblik dat 
Weinstein in de kelder vertoeft. Misschien op de bovenverdieping, maar dat 
zou niet verstandig zijn van Dutroux. Aangezien Divers en Rochow hem 
gezien heb 



60 



ben, moet hij beseffen dat er een reëel risico van een huiszoeking bestaat. Dat 
Dutroux op voorhand wist dat de politie hem nog een maand lang met rust zou 
laten en/ of dat de huiszoeking uiteindelijk zou worden uitgevoerd door een 
hoogst onoordeelkundige René Michaux, lijkt weinig plausibel. In zijn huis te 
MarcineUe houdt Dutroux wel adressen bij van cafés in Charleroi waar politie- 
mensen in burger neerstrijken en die worden uitgebaat door tipgevers, maar die 
kennis kan onmogeUjk een garantie bieden. *23 

Dutroux heeft het in de maand november 1995 razend dmk. Hij vindt de tijd om 
op 9 november samen met Martin een lening ter waarde van 1 miljoen frank af te 
sluiten voor 'renovatiewerken' aan het huis in MarcineUe, waar JuUe en MeUssa 
op dat ogenbUk nog opgesloten zouden zitten.*24 Op 22 november gaat 
Dutroux Michèle Martin opzoeken aan het kraambed. Terwijl hij kennismaakt 
met zijn kersverse dochter Céüne, meldt Dutroux droogweg aan zijn vrouw dat 
hij definitief zal "afrekenen met Weinstein'.^^s Mare Dutroux is blijkbaar zelden 
thuis. Waren JuUe en MeUssa half november al dood? Waren ze tijdeUjk elders 
ondergebracht? De wazige reconstructie van de doUe maand november 1995 
geeft niet aUeen een potentieel krediet aan de vele getuigen die later zuUen ver- 
klaren dat zij JuUe en/of MeUssa ergens gezien hebben, maar laat ook toe te ver- 
onderstellen dat er heel wat gebeurd is waar het parket in Neufchateau tot op 
heden enkel het raden naar heeft. 

Daags na de gijzelingsactie in Jumet wordt in Keumiée, nabij het Naamse 
SambreviUe, het Ujk gevonden van Bruno TagUaferro. Ook de jonge autosloper 
heeft bewogen weken achter de rug, al is het niet duideUjk of dat komt door pro- 
blemen met zijn Italiaanse adoptieve famiUe, dan wel door zijn contacten met 
Dutroux' vaste kornuit in de autozwendel: Michael Diakostavrianos. TagUaferro 
verbleef vanaf midden oktober drie weken lang bij zijn famiUe in Portugal en is 
in het etmaal voor zijn dood in een non-stop autorit naar België teruggekeerd. 
Meer hoeft de Naamse wetsdokter Servais niet te weten. Hij neemt niet de moei- 
te om een bloedstaal te nemen, stelt een C3-formuUer op waarop hij een 'natuur- 
Ujke dood' vermeldt en rustig specificeert dat Bruno TagUaferro bezweken is aan 
een hartaanval. 

De naam van TagUaferro wordt eind 1996 teruggevonden tussen de spuUen 

van Diakostavrianos.*26 Dat is niet de enige reden waarom onderzoeksrechter 
Jean-Marc Connerotte meteen het Ujk van de ongelukkige dertiger laat 
opgraven. 

Op zijn kabinet heeft hij eind augustus een onderhoud gehad met een ietw^at 
geagiteerde blonde vrouw. Ze heet Fabienne Jaupart en is de weduwe van 
Bruno TagUaferro. Zij heeft al in november '95 staan roepen dat haar man 
vermoord werd, maar werd door parket en poUtiediensten in Namen op 
hoongelach onthaald. Nu de zaak-Dutroux uitgebroken is, is het haar allemaal 
'perfect duideUjk'. Ze kan zich als de dag van gisteren herinneren dat een van 
de politiemannen die als eerste ter plaatse was om de dood van TagUaferro 
vast te stellen, Georges Zicot was. Michael Diakostavrianos is voor haar 
helemaal geen onbekende. Ze vertelt dat ze hem ooit heeft opgemerkt in een 
leren pak, klaar voor een SM-feest. Bruno was verwikkeld in een autohandel 
die te maken zou kunnen hebben met 



61 



de ontvoering van Juüe en Meüssa', zegt ze, "Bruno hield in een koffer de 
bewijzen bij over een aantal malversaties. Hij wist dat hij zou sterven en 
noemde me zelfs een dag: de vijfde.'*27 Naargelang de stemming van Jaupart 
brengt ze de inhoud van de koffer in verband met de overige leden van de 
familie Tagliaferro - met wie ze duidelijk in onmin leeft - a met een wagen die 
haar man in de zomer van 1995 demonteerde en die wel eens gebruikt zou 
kunnen zijn bij de ontvoering van de twee meisjes.*28 

Jaupart spreekt ook over een merkwaardig voorval met Michel Nihoul, 
die ze in juni 1996 samen met Diakostavrianos in een groene Mercedes 
opmerkte voor een benzinestation in Moignelée. Dat vertelt ze halfweg 1997, 
wanneer ze verhoord wordt door de voor de commissie- Verwilghen 
werkende raadsheer Etienne Marique. Volgens haar is Nihoul een goede 
kennis van de familie TagMaferro en kocht hij ooit een Golf bij haar man. De 
dubbele ontmoeting aan het benzinestation vond volgens haar op 25 juni 
1996 plaats. "Ik wou met Diakostavrianos een probleem regelen omtfent de 
inventaris die na de dood van Bruno was gemaakt', legt ze uit. "Bruno leverde 
autobanden aan Diakostavrianos. Ik eiste dat hij ze me zou terugbezorgen. 
Hij heeft toen een papiertje opgesteld dat geantidateerd werd op 22 juni 1996. 
Dat gebeurde op aanraden van Nihoul, die achter het stuur zat. Hij wou de 
datum niet veranderen. '*29 25 juni 1995 was de dag na de ontvoering van 
Juüe en Meüssa. 

Het relaas van Jaupart wekt extreme reacties op. Ze was naar eigen 
zeggen vanaf haar tiende zelf een slachtoffer van pedofilie. Bruno was haar 
God, en had gezworen haar te wreken. In een van haar verklaringen heeft ze 
het over jachtpartijen waarvan hij, tijdens zijn legerdienst bij de para's in 
Flawinnes, getuige was en die sterk doen denken aan wat diezelfde para's vele 
jaren later tijdens een missie in Somalië uitvoeren. De luisterbereidheid voor 
de lichtelijk paranoïde vrouw is - zoals bij alle latere getuigen - van korte duur. 
Connerotte kan nog wel het lijk van haar man laten opgraven. Specialisten 
van de FBI komen tot de conclusie dat Jaupart ten minste op dat punt gelijk 
had. Haar man is blijkbaar vergiftigd. Door Dutroux? Door zijn maats? Met 
het wegsturen van Connerotte verdwijnt ook de ijver om dat te achterhalen. 

Vanaf oktober 1997 kondigt de Luikse procureur-generaal Anne Thily aan dat 
het dossier 87/96 (autozwendel) niet in Neufchateau kan blijven. De 
magistrate vindt dat het omvangrijke dossier van de kindermoorden niet 
nodeloos belast moet worden met het kluwen van auto-, drugs- en 
wapenhandel in het milieu van de Henegouwse hricoleurs. Volgens Thily 
bestaat het risico dat "de jury op het assisenproces er niets meer van zou 
begrijpen'. Ze geeft de opdracht om het af te splitsen. 

In mei 1998 is de zogenaamde saucissage een feit. Alles wat niet 
rechtstreeks met de kindermoorden te maken heeft, wordt losgehaakt. Een 
deel van dossier 87/96 wordt overgeheveld naar het parket van Nijvel. Het 
onderzoek naar de moord op Tagliaferro keert temg naar het arrondissement 
waar het eerst verkeerdelijk werd aangezien als volkomen onschuldig: naar 
Namen dus. Enkel het 



62 



onderzoek naar de moord op Weinstein en de gijzeling van de drie jongeren 
blijven in handen van Neufchateau. 

De ouders van Juüe Lejeune en Meüssa Russo blijven zich tot op het 
laatste moment verzetten tegen de "saucissage'. Zij vinden dat er een te nauwe 
band bestaat tussen de onderzoeken naar de kindermoorden en de 
onderzoeken inzake autozwendel. "Heel wat zaken zijn niet onderzocht', 
vinden Carine en Gino Russo, die in april '97 nog naar het parket van 
Neufchateau stappen met het nieuws dat een getuige uit het dossier 
autozwendel enkele dagen eerder vermoord werd in Luik. De vrouw, wier lijk 
werd opgevist uit de Maas, was goed bevriend met de vader van Pierre 
Rochow. Haar verklaringen zouden een verband aantonen tussen de 
verdwijning van Julie en Meüssa en het milieu van de autozwendel. Het is noch 
het eerste, noch het laatste Mjk. Net voor Kerstmis 1998 wordt ook Fabienne 
Jaupart vermoord. 

NOTEN 

1 Julie en Melissa. 

2 Verhoor Mare Dutroux, BOB Marche-en-Famenne, 19 september 1996, pv 100.212 LIOO. 

3 Verhoor Mare Dutroux, BOB Marche-en-Famenne, 26 augustus 1996, pv 100.213 L1216. 

4 Verhoor Michèle Martin, GPP Aarlen, 28 augustus 1996, pv 2.555. 

5 Dit tijdstip is door Dutroux zelf genoemd en stemt weUicht overeen met de werkelijkheid. Blijkens 
de factuur kocht Dutroux de graafmachine waarmee hij het graf voor Weinstein groef op 24 november 
1995. Op 5 december 1995 werd hij gearresteerd. Logischerwijze moet de overlijdensdatum van 
Weinstein daartussen liggen. 

6 Bemard Weinstein is op 4 maart 1952 geboren in Nantes. 

7 Brief Charles Schulman, 21 oktober 1983, teruggevonden door BOB Brussel, 27 november 1996, 
pv 117.538. 

8 Verhoor Mireille Weinstein, BOB Brussel, 27 februari 1997, pv 150.481. 9 Verhoor Charles 
Schulman, BOB Brussel, 27 februari 1997, pv 150.397. 10 Schulman bezocht de Etterbeekse privé-club 
La Piscine, in die periode het Brusselse Mekka van de seksfuiven. Hij zegt dat hij er nooit minderjarigen 
heeft gezien. Verhoor Joseph Schulman, 27 februari 1997, BOB Brussel, pv 150.432. 

11 Samenvatting "dossier-Molière', BOB Brussel, 10 februari 1997, pv 150.080. 12 BOB Brussel, 10 

februari 1997, pv 150.080. 

13 BOB Brussel, 26 maart 1997, pv 150.928. 

14 Rapport BOB Brussel, 25 november 1996, pv 116.224. 

15 Verhoor Michèle Martin, GP Aarlen, 20 augustus 1996, pv 2541. 

16 Onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte ziet dat in september 1996 anders. Hij laat Zicot aanhouden 
omdat hij hem ervan verdenkt bescherming te hebben verleend aan Dutroux en co. 

17 Dit blijkt uit een pv dat inspecteur Philippe De Windt van de politie van Charleroi hierover een maand 
later opstelt, op 7 december 1995, pv SJ/896. 

18 Het welzijn van zijn pasgeboren dochter Céline wordt het doorslaggevende element 



63 



waardoor Dutroux zo snel zijn vrijheid terugkrijgt. Aangezien hij in 1989 tot 13,5 
jaar cel is veroordeeld wegens het gijzelen en seksueel misbruiken van minderjarigen, 
is het op zijn minst merkwaardig te noemen dat Dutroux niet de rest van zijn straf 
moet uitzitten. Het verdoven en aan de ketting leggen van de drie jongeren kan 
moeilijk anders worden aanzien dan als een recidive. 

19 Vijf maanden na zijn arrestatie zal Dutroux ook Gérard Pinon bij de moord op 

Weinstein betrekken. Hij vertelt dan dat Pinon hem geholpen heeft bij het begraven 
van het üjk. Verhoor Mare Dutroux, BOB Bastogne, 11 januari 1997, pv, L4174. 

20 Twee weken eerder heeft Weinstein ook al een bedrag van 162.374 frank van zijn 

rekening gehaald. 

21 Nihoul gaat met Dutroux en Weinstein aankloppen bij Bouty. Nihoul en Bouty 

geven dat toe, maar geen van beiden kan zich de exacte datum herinneren. Nihoul 
heeft kennelijk een blanco Portugees paspoort op het oog waarvan Bouty er al 
enkele verkocht aan Nigeriaanse asielzoekers. Bouty herinnert zich Dutroux en 
Weinstein als "zeer vuU' en schat dat ze hen hooguit gedurende vijf minuten gezien 
heeft. Verhoor Annie Bout\', 
7 september 1996, GP Brussel, pv 10.451. 

22 Verhoor Mare Dutroux, BOB Bastenaken, 1 1 januari 1997, pv L4174. 

23 Huiszoeking BOB Brussel, 24 augustus 1996, pv 112.091. 

24 BOB Brussel, 26 augustus 1996, pv 112.730. 

25 Diezelfde dag wordt in Obaix, een dorp in de buurt van Charleroi waar 
Dutroux opgroeide, een meisje bijna dodelijk aangerand. De gebruikte wagen Hjkt 
op die van Weinstein en lange rijd rusten er verdenkingen op Mare Dutrotix. 

26 VaststeUingen BOB Brussel, 15 september 1996, pv 113.897. 

27 Verhoor Fabienne jaupart, BOB Neufchateau, 9 september 1996, pv 100.360. 

28 In de documenten zou sprake zijn van een Citroen AX. In het dossier-Dutroux 
is later sprake van een gestolen Citroen BX. 

29 Verhoor Fabienne Jaupart, raadsheer Marique, 5 juni 1997. 



64 



Ik had verder willen gaan, maar een 
onbedwingbare kracht verhinderde mij 
dat. ' 

Michèle Martin, 28 augustus 1996 



- Waar verbleven ze? 

- In het begin bleven ze in de kinderkamer, in stapelbedden. 

- Op welke manier zorgde u ervoor dat ze in het huis bleven? 

- Ik had hen eenvoudigweg uitgelegd dat we losgeld gevraagd hadden, dat ze 
daar moesten blijven opdat er geen problemen zouden ontstaan (...). 

- Na hoeveel rijd zijn JuKe en MeHssa overgebracht naar de kooi? 

- Het kwam er eerst op aan de ruimte in de kooi in te richten. Er was nog niets 
klaar, behalve de devir. Die was al klaar voor gebruik. Ik heb er houten balken 
aangebracht die konden dienen als geraamte voor een bed. Ik heb er twee 
bankjes geplaatst en een opklapbare tafel. Daarop heb ik een kleurentelevisie en 
een Sega megadrive, met cassettes, gezet. Ik heb de stroomtoevoer weggestopt 
achter een plaatje tegen het plafond, waar ik tevens een verluchtingssysteem 
bouwde. Bernard Weinstein heeft het metalen rek ontworpen en ook het luik in 
het midden. Ik heb er stopcontacten en verlichting geüistalleerd. De verHchring 
bestond uit een neonbuis, een lamp van zesrig of honderd watt, en één van 
vijfentwinrig watt. Er was een klein muurkastje dat ik Hnks van de klaptafel heb 
opgehangen, en waarop ik een spiegel en de twee fittingen voor de lampen - met 
schakelaar - heb gezet. Ik heb het daar geel geschilderd. Dat is een vrolijk 
makende kleur. Daarom heb ik geel gekozen, trouwens. De werken hebben een 
week geduurd. 

- Werden de meisjes in die periode vastgebonden? 

- Ik heb de lichamen van de meisjes pas vastgebonden nadat ze overleden waren. 

- Hoe vaak is Bernard Weinstein zich over de meisjes komen "ontfermen'? 

- Nooit. 

- Welk belang had hij er dan bij om 'jonge meisjes ter beschikking te hebben'? 

- Hij stelde er zich tevreden mee om met hen te spelen. Hij was trouwens kwaad omwille van 
de situarie die ik hem opdrong. Hij vond dat het zo geen nut had. 65 



- Welk belang had hij dan? 



- Het enige belang dat hij had was hetzelfde als het mijne. De meisjes 
zouden opgroeien en zich aan ons hechten. We waren overeengekomen 
dat Juüe voor mij was, en Meüssa voor hem. 

- Hoe lang dacht u te moeten wachten? 

- Op zijn minst tot hun puberteit. 

- Waarom? 

- Omdat je met een klein meisje niks kan aanvangen. 

- Wat was u van plan om met hen te doen, eens ze de puberteit bereikt 
zouden hebben? 

- We zouden normaal geleefd hebben, als een koppel. Naar mijn idee zouden 
we niet het minste geweld moeten gebruiken. Dat was niet mijn intentie. 

- En van Weinstein? 

- Hij was nogal ambigu. In die zin dat hij heel vriendelijk kon zijn, maar er 
soms van hield om anderen te pijnigen, te doen Hjden. Hij bracht zijn tijd 
door met het doen krijsen van mijn kat 

- Hoeveel moest hij u betalen voor het "onderhouden' van Meüssa? 

- Duizend frank per week, alles inbegrepen. Maar hij was het snel beu. Na 
enkele weken, twee maanden ongeveer, wou hij dat de meisjes verdwenen. 
Ik denk dat hij hen wou doden. Hij zei dat hij bereid was om het te doen. Ik 
heb hem geantwoord dat ik aMes voor mijn rekening zou nemen, maar dat 
ik niet wou dat ze uit de weg zouden worden geruimd. 

- Hoe wou hij hen uit de weg ruimen? 

- Ik heb geen flauw idee. Ik heb me die vraag zelfs nooit gesteld.' 

Een van de weinigen die van meet af aan inziet met wat voor bijzonder geval 
men hier geconfronteerd wordt, is Jean-Marc Connerotte. Al in de eerste dagen 
van het onderzoek neemt hij contact op met een speciale eenheid van de FBI in 
Quantico, Virginia. Daar houdt de Child Abduction and Serial Killer Unit zich 
exclusief bezig met het opstellen van daderprofielen, het ontwikkelen van 
aangepaste verhoortechnieken en het interpreteren van de signalen die dit soort 
misdadigers uitstuurt. Aan de andere kant van de oceaan weet men weinig over 
Dutroux, maar bepaalde vuistregels gelden altijd. ~Wees achterdochtig 
tegenover elke uitspraak van Dutroux die in zijn eigen voordeel Hjkt te spelen', 
krijgt Neufchateau als raad mee. Er is iets wat de mensen van de FBI niet goed 
begrijpen aan die kleine besnorde Belg. "Hij is atypisch', zegt special agent 
Gregg McCrary. Het komt occasioneel wel eens voor dat dit soort criminelen 
zich laat omringen door onmondige handlangers, maar dat zijn er doorgaans 
hooguit één of ts^^ee. Bij Dutroux heeft men al weet van Michèle Martin, Michel 
Leüèvre en Bernard Weinstein. Dat deze Dutroux daarnaast nog aan anderen, 
zoals Claude Thirault, openhartig ging vragen of die niet even wat wou 
bijverdienen met het helpen schaken van een kind, is iets dat ze bij de FBI in 
geen enkel profiel gekaderd krijgen. 

Het ondervragen van iemand als Dutroux is hoe dan ook een uitputtende 
onderneming, zegt McCrary tijdens een telefonisch interview met een Belgische 



66 



journalist ~De truc bestaat erin om, als ondervrager, je eigen gevoelens uit te 
schakelen. Inspelen op schuldgevoelens helpt bij dit soort daders niet. Ze 
hebben die gevoelens niet Wanneer ik zelf met een psychopaat praat, doe ik 
alsof ik net iets minder intelligent ben dan hij. Ik wü hem begrijpen, maar ik 
heb zijn hulp nodig om het mij uit te leggen. Het geeft hem de indruk dat hij 
de situatie controleert. Het kan ook geen kwaad bewondering te tonen voor de 
manier waarop hij iedereen te skm af is geweest. Je probeert de manipulator te 
manipuleren.' 

Ook op dit punt schort er iets aan het fenomeen Dutroux. De ontvoering van 
Laetitia Deüiez, met een bestelwagen die vanwege een defecte knalpot ver- 
schrikkelijk veel lawaai maakte, kan bezwaarlijk als uitermate listig worden aan- 
zien. De motorpech bij de ontvoering van An en Eef)e wijst evenmin op een 
gedegen voorbereiding. Misschien is dit toch niet zo verwonderlijk, denkt 
McCrary. "Na een tijd gaat zo iemand zich onaantastbaar voelen. Het feit dat 
de politie hem al aan de tand heeft gevoeld, zal hem alleen maar zelfzekerder 
maken.' 

Lang voor het gerechtelijk onderzoek dat zal uitwijzen, voorspelt McCrary al 
dat het weinig waarschijnlijk is dat Dutroux eind 1995, na zijn arrestatie, ande- 
ren zou hebben belast met de zorg voor Juüe en Melissa. "Dat zou er nu net op 
neerkomen dat hij de controle uit handen geeft Wij kijken altijd eerst naar de 
manier waarop de dader zich van de lijken ontdoet. Als het gaat om een 
organi^ed offender, wat Dutroux lijkt te zijn, dan zal hij al het mogelijke doen om 
de controle te behouden over de situatie, ook wanneer de slachtoffers dood 
zijn. Hij dumpt ze dus niet ergens langs de kant van de weg, maar begraaft ze 
in zijn eigen huis.'*2 

Het inwinnen van advies bij Amerikaanse specialisten is iets wat alleen in de 
eerste weken van het onderzoek gebeurt. Het is zoals met de 
veiligheidsmaatregelen rond de verschijningen van Dutroux, Nüioul, LeHèvre 
en Martin voor de raadkamer. Aanvankelijk wemelt het in Neufchateau van de 
politiemensen en krijgen de verdachten kogelvrije vesten aangemeten. 
Naarmate de maanden verstrijken, treedt de normalisering in - business as 
usual. Politiemensen met grote ervaring in het klissen van bankovervallers en 
gauwdieven, maar weinig met kinderhandel zoeken tijdens de verhoren bijna 
intuïtief naar dingen die ze herkennen, die ze in hun eigen leefwereld kunnen 
plaatsen. Ze willen begrijpen - zoals iedereen. Michèle Martin mag na verloop 
van tijd al eens ongeboeid het justitiepaleis van Neufchateau betreden. Later 
ook Mare Dutroux, met de gekende gevolgen. 

De demystificatie van wat eerst aanzien wordt als een "crimineel netwerk' 
begint bij de gerechtelijke politie van Aarlen. Daar heeft GP-inspecteur 
Masson de leiding over wat in feite hét grote mysterie zou moeten zijn. Toch 
brengt dat de poHtieman er al na enkele weken toe her en der te verkondigen 
dat die hele zaakDutroux "verschrikkelijk overroepen' is. De taak van Masson 
en zijn collega's bestaat erin Michèle Martin te verhoren. Vijftien jaar lang is ze 
een marionet geweest en sinds haar man niet langer aan de touwtjes trekt, is ze 
een eenzaam 



67 



brokje ellende. Het onthaal in de gevangenis is haar niet al te best bekomen. AI 
in de eerste week is ze door medegedetineerden in elkaar geslagen. De slagen en 
verwensingen lijken haar niet te raken. Het enige waar Martin naar uitkijkt, zijn 
brieven van haar kinderen of andere hulpmiddelen die haar heel even kunnen 
doen terugkeren naar de tijd waarin haar universum beperkt was tot een chao- 
tisch huishouden. In Aarlen zullen ze gaandeweg ontdekken dat Michèle Martin 
in ruQ voor een paar breinaalden inschikkelijker kan worden. Leep of lomp? 
Masson en zijn collega's houden het op lomp. 

"Ze deed alles voor die man', zegt een buurvrouw uit de woonwijk 
Chenois-Waterloo. Aan tafel stond ze haar kotelet af omdat hij niet genoeg had. 
Dan at zij maar niet.' De bejaarde dame heeft de op 15 januari 1960 geboren 
Michèle Martin zien opgroeien als het stille buurmeisje dat maar moeizaam 
vanonder moeders rokken vandaan kwam. Haar vader kwam om in een 
verkeersongeval toen ze zes was. Michèle mocht bi na nooit het huis uit.' 
Studeren doet ze voorbeeldig. Wanneer Michèle Martin haar diploma van 
onderwijzeres haalt, heeft ze nog niet veel van de wereld gezien. Tot ze 
Dutroux leerde kennen', vertelt de buurvrouw. "Hij was haar eerste grote 
liefde. Toen knipte ze de navelstreng door.' Het huishouden Dutroux-Martin 
wordt er één van een onbeschrijflijke wanorde: torens vuile afwas, etensresten in 
elke hoek, rondslingerende kleren. Maar de meubels zijn nieuw en duur: leren 
bankstellen, hifi-installaties, dure televisietoestellen. Dutroux is een dief. Martin 
heeft dat altijd geweten. Ooit is hij thuisgekomen met een gigantische vracht 
pralines, de buit na een overval op een prahnefabriek, samen met Patrice 
Charbonnier. Het is bij diezelfde Charbonnier, een van de kopstukken van de 
bende die in de jaren negentig enkele overvallen op geldtransporten pleegt, dat 
Dutroux inspiratie opdoet voor de bouw van zijn kinderkooi.*' Charbonnier was 
een schoolvriend van Dutroux. Ze liepen elkaar later opnieuw tegen het Hjf bij 
een motorbende in de buurt van Nijvel. Hij kan model staan voor het slag van 
figuren waar Martin naar leert opkijken. Ze past zich aan. "Wanneer Michèle 
achter het stuur kroop, moest zelfs de beste chauffeur het onderspit delven', 
vertelt haar overbuur in Waterloo. "Bestelwagens, kleine vrachtwagens..ze 
manoeuvreerde dat het een lust was. Opgeheven hoofd, zelfverzekerde blik in de 
achtemitkijkspiegel. Zonder auto leek Martin een stille, kleurloze vrouw. Achter 
het stuur veranderde ze in een kampioene.' 

Zij is de chauffeur van de bestelwagen waarin Dutroux en Jean Van 
Peteghem in de )aren tachtig de kinderen op de achterbank in bedwang houden 
Ze bewaakt hen terwijl Dutroux om de hoek videomateriaal gaat huren. Ze kijkt 
onverschiUig toe hoe Dutroux de ogen van de wenende meisjes beplakt met 
pleisters en hen dwingt om naakt te poseren. Terwijl Dutroux hen verkracht, 
gaat zij boodschappen doen. 

Tijdens het eerste gerechtelijk onderzoek blijft Mchèle Martin eerst maan- 
denlang halsstarrig zwijgen. Wanneer ze dan toch tot bekentenissen komt, heet 
het dat ze zweeg uit angst voor Dutroux. "Ik ben het slachtoffer van mijn 
naïviteit, van mijn goed hart, van de slagen die ik kreeg', jammert ze. Naïef? Via 
haar psychiater, de stokoude dokter Emile Dumont uit Ukkel, waagt ze wat later 
een 



68 



poging om zich ontoerekeningsvatbaar te laten verklaren. Het mislukt. Tijdens 
het proces leren psychiatrische verslagen dat ze nooit debiel, gestoord of wat 
dan ook is geweest. Kort voor het begin van het proces tracht ze nog haar 
bekentenissen in te trekken. Haar ondervragers hebben haar bedreigd, heet het 
dan. Dat ook haar advocaat er niet in is geslaagd om haar uit de rechtzaal weg 
te houden, was niet haar maar zijn schuld. "Hij maakt misbruik van mijn 
wanhoop', schrijft ze haar moeder. Op 4 november 1988 veroordeelt de 
correctionele rechtbank van Charleroi Michèle Martin tot drie jaar effectieve 
gevangenisstraf. Haar actieve betrokkenheid bij twee ontvoeringen wordt 
bewezen geacht. Het vonnis is vrij mild. Toch gaat ze in beroep. Dat gebeurt 
op aanraden van Dutroux, die aanstuurt op vrijspraak - hij wil dat zij net als hij 
volhoudt dat alles op een gerechtelijke dwaling berust. 

Gedurende de volledige periode van detentie blijven Dutroux en Martin 
elkaar onophoudelijk schrijven en moed inpraten, hun versies over de feiten op 
elkaar afstemmen en hun wederzijdse overtuiging confirmeren dat de wereld 
onrechtvaardig is. Michèle Martin geeft haar man tips om de psychiaters op een 
verkeerd been te zetten. In omgekeerde richting is de goede raad weinig waard. 
Het Hof van Beroep in Bergen verhoogt haar straf op 27 april 1989 tot vijf jaar 
cel. Ze zal er twee jaar van uitzitten. Haar leven tussen de celmuren staat in het 
teken van wat ze veinst te zijn: een goede moeder die haar kinderen innig mist. 
In mei 1991 wordt Michèle Martin vervroegd vrijgelaten. "Om uit de verstik- 
kende greep van Dutroux los te raken', heet het in de verslagen van toen. Dat is 
helaas niet gelukt, moet Michèle Martin vijf jaar later met een zucht erkennen. 

Er was een tijd, vertelt Michèle Martin de Aarlense GP'ers, dat Mare met 
een condoom vrijde. Na afloop knoopte hij dat condoom dicht. Dan moest 
ze het twee dagen lang in haar vagina meedragen. Vervolgens prikte Dutroux 
er gaatjes in met een naald, om het opnieuw bij haar in te brengen. Hij had in 
een populair-wetenschappelijk magazine gelezen dat "vrouwelijke' 
spermatozoïden langer overleefden dan mannelijke. Hij wou absoluut een 
dochter. Het lukte. Op 24 november 1995 wordt CéUne geboren. "In die 
periode zei hij dat hij van plan was om later incest te plegen', vertelt Martin 
midden 1997. "Ik heb hem toen gezegd dat ik hem zou vermoorden als hij 
dat zou doen.' 

Dat Dutroux niet van zonen hield, wist Martin al sinds haar eerste 
zwangerschap, van Frédéric. Op weg naar het moederhuis deed hij haar 
hollen en in de weken voor de bevalling verplichtte hij haar tot zwaar werk 

op een bou\^rwerf 

Klopt er iets van dit verhaal of niet? Alleen Dutroux en Martin weten het. 
Zeker is dat Aarlense GP'ers haar na enkele maanden niet meer zien als 

bendelid, maar als slachtoffer. 

In de eerste dagen en weken na haar arrestatie in augustus 1996 wint 
Michèle Martin het qua koppig zwijgen nochtans met vele lengten 
voorsprong Op Dutroux en Lelièvre. "Ik kan dit niet geloven, de mobilhome 
was trouwens kapot', reageert ze wanneer de speurders haar op woensdag 14 
augustus komen melden dat Dutroux heeft toegegeven dat hij Laetitia DeUiez 
de vorige vrijdag met zijn wagen heeft opgepikt ^ Wanneer men haar 
diezelfde dag aan de tand 



69 



voelt over waar zij die vrijdag heeft uitgehangen, heeft Martin een alibi klaar 
dat zo overtuigend is dat het haast voorbereid Hjkt: ze is toen met de kinderen 
naar Dinant getrokken en heeft een afgestempeld ticketje met datum en uur 
van hun bezoek aan de kabelbaan op zak.*5 "Wel, ik had geen weet van die 
kinderkooi', antwoordt ze wanneer men haar in de avond van 15 augustus 
signaleert dat Sabine en Laetitia daaruit zijn bevrijd.* ~Ik dacht dat hij die 
graafmachine gekocht had om het terrein in Sars te nivelleren', klinkt het op 18 
augustus, daags na de ontdekking van de lijkjes van Julie en MelissaJ Twee 
dagen daarna stellen de speurders nogmaals enkele vragen over de kinderkooi. 
Ze wist dat Dutroux en Weinstein in de kelder iets aan het bouwen waren, 
maar niet wat het was. "Tijdens de werken mocht ik van hen niet naar de kelder 
gaan.'*8 

Michèle Martin doet in die eerste twee weken rigoureus wat Dutroux haar 
bij de vorige gelegenheid heeft opgedragen: ontkennen tot ze erbij doodvalt. 
Het duurt tot woensdag 28 augustus 1996. "Het is beter om tahula rasa te 
maken', zegt Michèle Martin aan het begin van dat verhoor. 28 augustus is het 
beginpunt van een eerste geloofsstrijd onder speurders. Meent ze het echt, of is 
wat nu volgt slechts fase twee van de Dutroux-strategie? Is het niet toevallig 
dat dit bijna gelijktijdig met het dichtklappen van Lelièvre gebeurt? 

Die dag distantieert Michèle Martin zich van haar God. Ze legt uit dat ze 
van elkaar aan het weg groeien waren na de ontvoering van Julie en Melissa. 
Nadien hadden ze geen seksuele betrekkingen meer gehad. Hij wou niet meer, 
zij evenmin. "Mare bracht mij op de hoogte van zes ontvoeringen die hij in een 
periode van ongeveer een jaar heeft uitgevoerd. In chronologische volgorde 
gaat het om de ontvoeringen van JuHe en Melissa, die van An en Eefje, die van 
Sabine en uiteindelijk die van Laetitia (...). Wat de ontvoering van Juüe en 
Melissa betreft, en als mijn geheugen me niet in steek laat, moet het midden 
1995 of iets later geweest zijn dat Mare me daarover sprak. Ik had al over hun 
verdwijning horen spreken op de radio, maar ik had hem er niets over 
gevraagd. Uit zichzelf legde hij me uit dat hij ze samen met Weinstein had 
ontvoerd met een wagen die ze hadden gestolen. Meer details heeft hij me 
daarover nooit gegeven. Ik was van mijn stuk gebracht, die eerste keer dat hij 
erover sprak. Ik vroeg me af of hij de waarheid sprak of blufte. Ik herinner me 
nog dat ik hem vroeg wat hij met hen wou doen en vooral waarom hij hen had 
ontvoerd. Hij zei dat ze voor hem waren (...). Ik ben er zeker van, en daarvoor 
baseer ik me op wat Mare me zei, dat de kelder nog niet uitgerust was voor hij 
Juüe en Melissa ontvoerde. Mare vertelde me in het begin dat ze in een kamer 
op een bovenverdieping sliepen. In mijn ogen waren het Bernard en mijn man 
die de bergplaats hebben ingericht. Telkens ik in die warme maanden van 1995 
naar Marcinelle ging, was Bernard daar. Ik weet dat hij een uitstekende doe- 
het-zelver was. Ik was verbijsterd over wat hij me had gezegd. Ik weet nog hoe 
hij me op een dag vertelde - diezelfde dag of later, ik weet het niet meer - dat 
ze IJulie en Melissa, nvda] naar de radio luisterden en speelden, dat ze plezier 
maakten. Ik moet aanstippen dat ik hen tijdens mijn schaarse bezoeken aan 
Mare niet heb gezien - niet de een, niet de ander. Nee, ik heb ze ook nooit 
horen lachen.*9 



70 



De ontvoering van An en Eef)e vernam ze naar eigen zeggen op dezelfde 
manier. Dutroux vertelde haar dat hij deze twee meisjes samen met Michel 
Lelièvre had ontvoerd. Weinstein wist van de ontvoering. Het was de periode 
dat hij zowat permanent met haar man optrok. Omtrent het motief maakte 
ze uit een conversatie met Dutroux op dat Weinstein "verlegen' was en dat hij 
zijn vriend op deze manier wou helpen. De vier meisjes hebben volgens 
Michèle Martin maar korte tijd samen in Marcinelle verbleven. Ze is er vrij 
zeker van dat An en Eefje nooit geweten hebben dat Julie en Melissa in 
hetzelfde huis vertoefden. Toen ze in die periode in Marcinelle kwam, 
mocht ze niet naar boven. Vermoedelijk verbleven An en Eefje in de kelder 
en Julie en Melissa boven, of omgekeerd. "Kort nadat het nieuwe schooljaar 
begon, vertelde Mare me dat hij de twee grote meisjes niet langer in huis 
wilde houden en dat hij ze, met diens hulp, naar Weinstein had gebracht 
zodat die alleen over hen kon beschikken (...). Op een avond in september 
1995 kwam Mare me opzoeken in het huis in Sars en vertelde hij me dat ze 
allebei dood waren. Toen hij me dat vertelde, had hij de tranen in de ogen. 
Hij kwam naar me toe en nam me in mijn armen. Alsof ik samen met hem 
moest huilen. Hij heeft me toen ook gezegd dat hij ze aan Bernard had 
gegeven en dat hij hem medicijnen had bezorgd om hen te doen inslapen. Hij 
zei me dat hij er verder niet over wou praten en dat hij er ook nooit meer 
over zou praten. Hij nam zo'n houding aan alsof het hem pijn had gedaan, 
maar voor mij was het duidelijk dat hij hen samen met Bernard had 
vermoord. Hij voegde eraan toe dat hij hen bij Bernard onder iets had 
begraven - iets dat ze eerst hadden moeten wegnemen. Hij gaf me de indruk 
dat daar waar ze begraven lagen, ze nooit zouden worden teruggevonden.' 
Maar waarom heeft hij hen vermoord? Michèle Martin denkt even na. "Mare 
heeft me uitgelegd dat ze hinderden. Op klaarlichte dag kon hij met hen niets 
beginnen.'*! O 

Een klein jaar na deze verklaring zal Michèle Martin haar man in nog 
explicietere termen beschuldigen van het misdrijf waarvoor hij de schuld ten 
allen prijze in iemand anders schoenen wil schuiven, maar tegelijk ook een 
duidelijke nuance aanbrengen bij zijn opzet. Ze vertoefde bij haar moeder in 
Waterloo toen ze die dag, eind juni 1995 op de televisie hoorde praten over 
twee verdwenen kindsen in Grace-HoUogne. "De volgende dag is Mare me 
komen opzoeken in Sars om me te melden dat hij en Bernard deze meisjes 
hebben ontvoerd. Hij heeft me die dag enkele details gegeven, zoals het feit 
dat ze zich hadden vergist. Net na de ontvoering, vertelde hij me, realiseerden 
ze zich dat ze te jong waren. Bij verschillende gelegenheden heeft hij me 
achteraf ook uitgelegd dat hij Weinstein heeft uitgescholden omdat die de 
wagen niet snel genoeg startte en dat de ontmoeting met de twee meisjes 
toevallig en onvoorbereid tot stand kwam.'*ll 

De pv's die inspecteur Masson en zijn collega's over de verhoren van Michèle 
Martin opstellen, wijken in hun vorm af van die van hun collega's die zich 
over Dutroux Lelièvre en Nihoul ontfermen. Daar wordt meestal de vraag 
en antwoord-stijl gebezigd, om tot een zo getrouw mogelijke weergave te 
komen van wat de verdachte precies heeft gezegd. Bij de GP van Aarlen Hgt 
dat anders. Nu 



71 



en dan stippen ze nadrukkelijk aan dat Michèle Martin te kennen heeft gegeven 
dat ze "de waarheid, de absolute waarheid' zal spreken. Martin spaart geen 
moeite om haar goede wil te demonstreren. weet dat ik destijds veroordeeld 
ben voor de deelname aan twee ontvoeringen', zegt ze halfweg 1997, bUjkbaar 
spontaan, tijdens een verhoor. "Wel, in feite waren het er drie." Dat is leuk om 
weten, maar wellicht is het Michèle Martin ook wel bekend dat ze daarvoor niet 
meer veroordeeld kan worden, aangezien het proces over die feiten al voorbij 
is. Of ze nu meteen de status van absoluut geloofwaardige spijtoptant verdient, 
is niet zo zeker. Onderzoeksrechter Jacques Langlois ligt er vandaag niet meer 
van wakker, maar een ernstige analyse van wat Martin in de loop der maanden 
verklaart, leidt tot het sterke vermoeden dat zij altijd Dutroux' partner in crime 
gebleven is - ook na augustus 1996. 

Op 6 december 1995 wordt Mare Dutroux aangehouden. Hij blijft tot 20 maart 
in de gevangenis van Jamioulx zitten. Het is de tijd van de huiszoekingen van 
BOB'er René Michaux in het huis te Marcinelle. Hij hoort er kinderstemmen, 
maar negeert ze. Hij neemt er op 13 december 1995 een videoband in beslag 
met het opschrift Perdu de Vue, Mare. ' Hij vindt er ook kettingen, hangsloten 
en sleutels - vermoedelijk spullen waarmee An en Eef)e zijn vastgeketend. Een 
speculum, een potje vaginale crème, chloroform... Ruim drie jaar na de feiten 
blijkt dat Michaux ook beslag legde op een videoband waarop Dutroux de 
werken aan zijn kelder en de verkrachting van een Tsjechisch meisje heeft 
gefilmd. Het feit dat dat daar allemaal zomaar in huis rondslingert, toont niet 
alleen aan dat Michaux onwaarschijnlijk nalatig te werk is gegaan, maar ook dat 
Michèle Martin bezwaarlijk kan volhouden dat ze als zeer geregelde bezoekster 
van dat huis niet meer dan een vaag idee had van wat Dutroux zoal uitspookte. 
Op 19 december 1995 doorzoeken Michaux en zijn mannen opnieuw het huis 
in Marcinelle. Het resultaat is net zo deplorabel als zes dagen eerder. 

Op 23 december 1995 gaat Michèle Martin aankloppen bij Freddy 
Lavergne. Hij is de slotenmaker die de nieuwe huissleutels bijhoudt. Hij kan haar 
niet helpen, zegt hij. Wil ze het huis van haar ex binnen - Dutroux en Martin zijn 
gescheiden en wonen apart met het oog op hogere uitkeringen - dan moet ze dat 
via de politie regelen. Martin gaat aankloppen bij inspecteur Phiüppe De Windt 
van de politie van Charleroi. Via hem komt het verzoek terecht bij Michaux, die 
de sleutels laat afgeven in de gevangenis van Jamioulx. Eens Michèle Martin de 
sleutels daar op 6 januari 1996 kan gaan ophalen, houden alle materieel 
verifieerbare zekerheden op te bestaan. Zij wü het huis in Marcinelle binnen, dat 
staat vast. Maar waarom? Om JuUe en Melissa eten te brengen, zeggen Dutroux 
en Martin. 

Dutroux beweert eerst dat hij Weinstein de opdracht gaf om dat te doen. 
Eens die versie achterhaald is - Weinstein was al dood - zegt Dutroux dat het 

Leüèvre was die zich van deze taak moest kwijten en daar 50.000 frank voor 
ontving. Lelièvre ontkent dat bij hoog en bij laag. Uiteindelijk blijkt dat 
Dutroux het in november 1995 op een akkoordje heeft gegooid met de 
gijzelaars van de 



72 



rue Daubresse en die bewuste dag in het politiecommissariaat moet hebben 
gedacht dat er geen enkel risico op een arrestatie bestond. Eens het onderzoek 
zover staat, heeft Dutroux een nieuwe versie klaar: de arrestatie kwam 
inderdaad als een verrassing, en nu is het Michèle Martin die de kinderen eten 
zou gaan brengen.*! 4 Michèle Martin bevestigt. Een beetje toch. 

Na de sleutels te hebben opgehaald, is ze een eerste keer naar Marcinelle 
gegaan, vertelt Michèle Martin op 28 augustus 1996. In de gang heeft ze wat 
staan dubben, aarzelen en moed trachten bijeen te rapen. Uiteindelijk, zegt ze, 
is ze onverrichter zake terug naar buiten gegaan. Ze durfde niet. Aan het einde 
van de maand januari 1996 ben ik teruggegaan', aldus Michèle Martin. "Ik ben 
afgedaald in de kelder, ik beefde als een riet. Toen ik voor de schuilplaats 
stond, werd ik bevangen door een zwaar dilemma. Enerzijds wou ik de 
schuilplaats openmaken, maar anderzijds wou ik niet medeplichtig worden aan 
hun daden. Toch wou ik die kinderen ook helpen. Tegelijkertijd had ik schrik 
van hen, hoewel daar geen enkele reden voor was. Ik weigerde nog steeds te 
geloven dat die meisjes daar konden zitten. In mijn geest was hun plaats 
ingenomen door leeuwen - wüde beesten die me konden verscheuren. Ik weet 
dat dat moeilijk te vatten is, maar ik was ver weg van de realiteit. Ik ben toen 
aan het rek aan de ingang van de bergplaats beginnen rukken. Ik kreeg maar 
geen beweging in dat ding. Uiteindelijk, toen ik er met alle macht aan trok, is 
het luik opengegaan en uit haar hengsels gevallen. Ik heb het luik, dat eigenlijk 
diende als deur, terug rechtgezet en er de opening opnieuw mee afgedekt. Er 
bleek een kleine opening tussen die deur en de ingang van de bergplaats te 
zitten. Toen ben ik gevlucht, bij mezelf bedenkend dat de deur een beetje 
openstond en de meisjes dus weg konden.' 

Uit wat Michèle Martin vervolgens verklaart, kan worden opgemaakt dat 
haar ondervragers haar geweten helpen sussen. De meisjes zijn niet ontsnapt, 
stelt ze samen met de Aarlense GP'ers vast. "Ik had ook geen flauw idee van de 
inrichting van die bergplaats', zo vermeldt het proces-verbaal. "Mare had me 
alleen maar gezegd de deur open te doen en daar eten achter te laten. U doet 
mij opmerken dat er zich aan de binnenkant van de schuilplaats een getraliede 
deur bevindt, een soort doorgeefluik. U preciseert mij dat deze deur en het 
doorgeefluik links van de ingang van de schuilplaats gesitueerd zijn en dat men, 
om ze op te merken, absoluut de schuilplaats moet binnengaan. Ik zweer u dat 
ik die tralies of het doorgeefluik nooit heb gezien, omdat ik alleen maar eten 
heb achtergelaten aan de ingang. Ik had verder willen gaan, maar een 
onbedwingbare kracht verhinderde mij dat. Het is moeilijk om uit te leggen hoe 
ik eraan toe was - ook nu. Ik kan onmogelijk ze^en in welke staat ik toen 
verkeerde. Ik ben toen terug naar boven gegaan en heb de woning verlaten. 
Vandaag vraag ik me nog steeds af hoe ik bij mijn moeder geraakt ben.' 

Dat is dus de enige keer dat Michèle Martin na de ontvoering van Julie en 
Melissa in de kelder van Marcinelle is afgedaald. Tussen dat moment, eind 
januari 1996 en het ogenblik waarop Dutroux vrijkwam en met haar de schade 
ging opmeten, moet er wel nog iemand anders in het huis geweest zijn, zegt 
Martin. "Ik heb dat gemerkt doordat er in het huis bepaalde voorwerpen van 
plaats ver 



73 



andefd waren. Toen ik Mare terug ging opzoeken in de gevangenis - hij was de 
enige met -wie ik over de kinderen kon praten - heb ik gezegd dat ik het eten 
achter de deur van de bergplaats heb achtergelaten, maar dat het me daarna 
niet meer lukte om die goed te sluiten. Hij is in een razende woedebui 
uitgebarsten en zei me dat ik absoluut moest terugkeren om de deur te gaan 
sluiten. Ik ben nooit meer terug in die kelder geweest. Dat was voor mij 
gewoon onmogelijk.' 

Uiteindelijk keert Michèle Martin naar eigen zeggen in de maand februari 
wel nog op geregelde tijdstippen terug naar MarcineUe. Niet voor de kinderen, 
maar om de honden te voederen en uit te laten. Nadat ze heeft vastgesteld dat 
onbekenden het huis zijn binnengedrongen, heeft ze er twee Duitse herders 
naartoe gebracht. Om de vier dagen komt ze er, meestal vergezeld door haar 
moeder, grote blikken hondenvoer openen. Het hondenvoer haalt ze in de 
winkel om de hoek. Daar hangen, net als in het postkantoor, de portretten van 
Julie en MeHssa. "Ik wens te preciseren dat de twee honden de kinderen geen 
kwaad hebben kunnen doen', zegt Michèle Martin tijdens haar verhoor. "( ...) Ik 
verzeker u dat aMes wat ik u zonet heb uitgelegd een bewijs is van mijn goede 
wil, dat ik nooit van wat dan ook op de hoogte ben geweest.*15 Dat is ook wat 
haar advocaat later tijdens tv-debatten zal verkondigen: Michèle Martin wist 
weinig, maar helpt het onderzoek zoveel ze kan. 

Michèle Martin üegt. Ze kent de kelder wel degelijk. Heel goed zelfs. Het 
bewijs is een pot verf Tijdens een verhoor op 22 juli 1997 gaat ze terug naar de 
gebeurtenissen van twee jaar eerder - een week of drie na de ontvoering van 
JuHe en MeMssa. Michèle Martin verklaart nu plots: Tk moet u ook zeggen dat 
toen de inrichting van de schuilplaats beëindigd was. Dutroux mij verplicht 
heeft om ze te schilderen (...). Wat de keuze van de kleur geel betreft, zei hij me 
dat die de zon afbeeldde en dus opvrolijkte. In eerste instantie weigerde ik te 
doen wat hij me vroeg. Dutroux is toen zo erg beginnen aandringen en zijn 
stem verheffen, dat ik me uiteindelijk moest schikken naar wat hij wenste. Hij 
is met mij afgedaald in de schuilplaats. Hij heeft me alles getoond wat ik moest 
schilderen, te weten de muren en het plafond, tot boven de tralies aan de 
binnenkant die de schuilplaats in tweeën deelde (...).*16 

Als er begin 1996 behalve Mare Dutroux iemand was die wist dat er zich 
achter het luik in de kelder nog een traliehek bevond, dan was het Michèle 
Martin. Hoe kan ze dan volhouden dat haar geweten gesust was toen ze bij 
haar "bezoek' in de maand januari wat eten achterliet bij het openstaande luik? 
Wie logisch doordenkt, komt tot de onvoorstelbare conclusie dat ze de 
martelgang van de twee kinderen er alleen op verergerde door wat voeding 
binnen hun gezichtsveld te zetten, zonder dat ze daar met hun handen bij 
konden. 

Volgens Dutroux leefden JuUe en MeUssa nog toen hij op 20 maart 1996 
de gevangenis mocht verlaten en zich naar MarcineUe repte. Als dat klopt, 
hebben de kinderen 104 dagen overleefd op een rantsoen van enkele 
conservenblikken en flessen water die volgens Dutroux "proviand voor een 
maand' vormden. Gesteld dat Dutroux niet liegt - wat in feite een gewaagde 
stelling is - dan hebben JuMe en MeMssa zich minstens even heldhaftig gedragen 
als pakweg Bobby 



74 



Sands, de beroemde militant van het Ierse Republikeinse bevrijdingsleger, het 
IRA. Hij stierf op 5 mei 1981 na een hongerstaking die 66 dagen geduurd had. 
66 dagen, zo heette het toen, was zowat een record. 

Eind december 1996, nadat hij heeft zitten blokken op het voor hem toe- 
gankelijke gerechtelijke dossier, corrigeert Dutroux zichzelf er was eten voor 
■twee maanden'. Dan nog blijft het quasi-onmogelijk dat de twee kinderen het 
hebben overleefd. Dit is het probleem: niemand weet hoeveel proviand JuHe 
en MeHssa kregen. Op grond van de hoeveelheid blikken en flessen die 
Dutroux bij Sabine Dardenne en Laetitia DeUiez achterliet, gaat 
onderzoeksrechter Langlois eind 1998 te rade bij professor Jaroslaw 
Kolanowski, endocrinoloog en voedingsspeciaHst van de Université 
Cathoüque de Louvain (UCL). Kolanowski berekent dat het technisch 
"mogeHjk' is om 104 dagen te overleven met het door Dutroux achtergelaten 
rantsoen, maar dan wel mits een zéér oordeelkundige dosering van de 
beschikbare voeding. In zijn rapport stipt hij aan dat het erg onwaarschijnHjk 
mag worden geacht dat JuUe en MeHssa zichzelf een zo extreem streng dieet 
konden hebben opgelegd. Hoe kan men van twee kinderen van acht verlangen 
dat zij, zonder de einddatum van hun hongersnood te kennen, tot een juiste 
dosering komen? De professor wijst ook op het feit dat na de huiszoekingen 
van Michaux, in het putje van de winter, de stroom is afgesloten. Daardoor 
kon het door Dutroux en Weinstein geplaatste verluchtings systeem niet 
werken. MogeHjk maar zeer onwaarschijnHjk, zo luidt dus de conclusie van de 
expert." 

Gino Russo, de vader van MeUssa, reageert ontzet op de conclusie die 
Langlois aan het werk van de expert koppelt: Tn zijn rapport somt die 
professor pagina na pagina onbet\^dstbare redenen op waarom het niét kan, 
maar aan het eind luidt het dan in de rubriek "conclusies" dat het in theorie 
eigenUjk wél kan. Iedereen ziet dat het anders is, maar wanneer Langlois dan 
voor de raadkamer melding komt maken van dit rapport onthoudt hij alleen 
dat ene zinnetje: het kan. Het gevolg is dat de advocaten van Dutroux er in 
de procedure nu al vanuit kunnen gaan dat het klopt dat Julie en MeUssa in 
maart 1996 nog leefden. Dat is dan de juridische werkeHjkheid. Al wie kan 
lezen, ziet dat het omgekeerd is.'^* 

JuUe en MeUssa zijn in de tweede helft van 1995 door getuigen in het 
gezelschap van een Franssprekend koppel opgemerkt in Knokke, 
Blankenberge, Zwitserland en in prostitutiebars in Charleroi. Bepaalde 
getuigenissen bevatten in die tijd al vage omschrijvingen die kunnen doen 
denken aan Dutroux, Martin en/of Weinstein. De speurders van Langlois 
bestempelen de getuigenissen een na een af als zijnde fout, toevaUig of 
gebaseerd op fantasie. Dat zijn ze misschien ook, maar erg geruststellend is 
het allemaal niet. Er is bijvoorbeeld een aanwijsbare reden waarom Martin van 
Dutroux de opdracht kreeg om zich met twee herdershonden naar MarcineUe 
te reppen en die heeft waarschijnUjk niks te maken met JuHe en MeHssa. Dit is 
de echte reden: tijdens Dutroux' gevangenschap is er ingebroken. Wie wil 
geloven dat JuHe en MeHssa na de twee huiszoekingen van Michaux nog 
steeds in het huis te MarcineUe verbleven, moet dat erbij nemen. Boven hun 
hoofden werd een inbraak gepleegd. 



75 



Kort na het losbarsten van de zaak-Dutroux, loopt buurvrouw Viviane 
C. in MarcineUe niet zonder trots uit te bazuinen dat ze "dat monster' al eens 
een peer heeft gestoofd. Wat ze verkondigt, wordt aanvankelijk door niemand 
geloofd. Naar eigen zeggen is ze eind 1995 of begin '96 - daar wü ze vanaf zijn 
- samen met haar vriend André F. en diens zus Georgette L. het leegstaande 
huis van Dutroux binnengedrongen. Ze heeft ze onder meer zijn pc, een 
stapel videocassettes, een pennenzak en nog een hoop andere op het eerste 
gezicht nochtans waardeloze spullen meegenomen. Viviane C. moet even 
gaan zitten wanneer ze van de politie verneemt dat er redenen zijn om te 
denken dat Juüe en Melissa op dat ogenblik in datzelfde huis aan het 
verhongeren waren.*! 9 André F. lijkt de ernst van de situatie minder goed in 
te zien en vertelt doodleuk dat hij tijdens de inbraak "beneden een deur 
hoorde opengaan' en om die reden in paniek op de vlucht is geslagen is. F. is 
er in de maand aprü trouwens opnieuw - weerom met enkele vrienden - gaan 
stelen.*20 

Het reconstrueren van de door Viviane, Georgette en André vergaarde 
buit wordt een hopeloze onderneming. Ze leidt naar de meest troosteloze 
buurten van Charleroi, waar ruilhandel welig tiert. Wanneer ze wordt 
geïnterpelleerd door de politie, moet Georgette L. tot haar grote 
spijt melden dat haar vriend de videobanden heeft uitgewist door er 
tekenfilms op te tapen voor haar kinderen.*21 Het zou wel eens kunnen dat 
de man hiermee essentiële onderzoekssporen heeft vernietigd. De 
Commodore-pc van Dutroux wordt teruggevonden bij Nadia L. Die heeft er 
een harde schijf laten inbouwen en heeft nagenoeg alle bestanden gewist, 
onder andere een oude adressenlijst.*22 

In de gevangenis breit Michèle Martin dat het een lieve lust is. Van de 
Aarlense GP'ers krijgt ze signalen dat ze er "niet zo slecht voorstaat'. 
Misschien is de dag waarop Frédéric, Andy en Céüne het breiwerk kunnen 
passen al niet zo veraf meer. 

NOTEN 

1 Verhoor Mare Dutroux, BOB Marchc-cn-ramcnne, 19 september 
1996. 2 De Morgen, 23 augustus 1996. 
3 Eind 1996 wordt tijdens een huiszoeking bij Charbonnier een gelijkaardige verborgen 

kelderruimte ontdekt. De Henegouwse gangster gebruikte ze om gestolen goederen en 

geld in te verstoppen. 

4 Verhoor Michèle Martin, GP Aarlen, 14 augustus 1996, pv 2.533. 5 Verhoor Michèle Martin, 
GP Aarlen, 14 augustus 1996, pv 2.534 6 Verhoor Michèle Martin, GP Aarlen, 15 augustus 1996, pv 
2.535. 7 Verhoor Michèle Martin, GP Aarlen, 17 augustus 1996, pv 2.540. 8 Verhoor 
Michèle Martin, GP Aarlen, 18 augustus 1996, pv 2.541. 

9 Verhoor Michèle Martin, GP Aarlen, 28 augustus 1996, pv 2.555. Bij de vertaling naar 
het Nederlands is het taalgebruik lichtjes bijgeschaafd om het geheel beter begrijpelijk te 
maken. 

10 Verhoor Michèle Martin, GP Aarlen, 28 augustus 1996, pv 2.555. 



76 



11 Verhoor Michèle Martin, GP Aarlen, 22 juli 1997, pv 8.177 12 Verhoor Michèle Martin, 

GP Aarlen, 22 juli 1997, pv 8.177 13 De videoband is op 20 maart 1996 terugbezorgd aan 
Mare Dutroux en achteraf nooit meer teruggezien. Afgaand op het opschrift op de doos, 
bevatte ze een opname van een eind 1996 uitgezonden opsporingsprogramma op het Franse 
TFl. Daarin werd aandacht besteed aan de verdwijningen van Julie en Melissa. 

14 Verhoor Mare Dutroux, BOB Marche-en-Famenne, 19 september 1996. 

15 Verhoor Michèle Martin, GP Aarlen, 28 augustus 1996, pv 2.555. 

16 Verhoor Michèle Martin, GP Aarlen, 22 juli 1997, pv 8.177. 

17 Delen van het rapport van professor Kofanowski lekken op 10 februari 1999 uit in de 

kranten La Lanteme en Het Belang van Umburg. 

18 Telefonisch contact met Gino Russo, 10 februari 1999. 

19 Vaststellingen, BOB Brussel, 15 september 1996, pv 114.105. 

20 Verhoren Viviane C, André F. e.a., BOB Brussel, 16 september 1996, pv 
113.921 21 Huiszoeking bij Georgette L., politie Charleroi, 16 september 1996, pv 
22.881. 22 Analyse BOB Brussel, 17 september 1996, pv 114.241 



77 



'Waarom ziet iedereen mij 



als de grote zondebolc?' 

Mare Dutroux, december 1996 



- Hoe kon u weten dat uw vrouw echt voor de meisjes zorgde? 

- Ze heeft me verzekerd dat ze de voorraden aangevuld had op de dag dat dat luik 
naar beneden kwam. Ze heeft me toen uitgelegd welke problemen ze had gekend om 
de deur weer op z'n plaats te krijgen. Ik heb nooit gedacht dat ze de meisjes geen eten 
zou geven. Toen ze me in de gevangenis kwam opzoeken, zei ze van wel. Ik heb toen 
nagedacht en begon te beseffen dat ze loog. (...) 

- Waarom heeft u dan geen enkele maatregel genomen tegenover Lelièvre, aangezien 
hij in uw versie van de feiten 50.000 frank had ont\rangen om zich over de meisjes 
te ontfermen. 

- Ik heb geprobeerd hem te contacteren. Ik heb getracht het telefoonnummer van zijn 
moeder te pakken te krijgen. Men heeft mij geantwoord dat het een geheim nummer 
was. 



Schuld is in de ogen van Mare Dutroux tets wat iedereenkan dragen, behalve hijzelf 

Voor zijn ondervragers is hij een verdachte met bijzondere regels. Regel één luidt: 
gebruik nooit het woord "slachtoffer' wanneer het om iemand anders gaat. Hij is 
hét grote slachtoffer in deze zaak van een slechte wereld van onbegrip, van een 
ellendige jeugd. Aan de vrouwen die hem in de gevangenis schrijven, zet hij 
verhalen uiteen over zijn ongelukkige jeugd. En dan ver\^ijst hij graag naar de 
zelfmoord van zijn mentaal gehandicapte broer in 1993.' 

Zijn vader, Victor Dutroux, is na augustus 1996 niet te beroerd om de pers te 
onderhouden over zijn zoon. Daarbij stipt hij met enige nadruk aan dat hij altijd 
grote twijfels heeft gehad over de biologische band. Jeanine en ik kenden elkaar 
zeven maanden toen Mare geboren werd. Jeanine zei dat hij te vroeg geboren was, 
en ik geloofde dat. Tot ik vemam dat het kind drieëneenhalve küo woog. Het 
gewicht van een volgroeide baby.' 



78 



Mare komt op 6 november 1956 ter wereld. Victor verblijft dan al in Burundi, 
waar hij als onderwijzer een onbezorgd bestaan tegemoet lijkt te gaan. Jeanine reist 
hem achterna met de baby. Kort na de onafhankelijkheid van Burundi, keert het 
gezin temg en vestigt het zich in Obaix, een slaperig dorp ten noorden van 
Charleroi. Daar komen er later nog drie broers en een zusje bij. Victor is een 
dictatoriaal gezinshoofd. Hij deelt klappen uit voor onbenulligheden, eist absolute 
stilte tijdens zijn siësta, laat zijn kinderen onkruid wieden op het moment dat hun 
favoriete t\r-programma wordt uitgezonden. In het huis slingeren pornobladen 
rond. De kinderen wekken bij de mensen in het dorp medelijden op. Altijd netjes 
gekleed, maar zo zielig. Thuis gaat Mare als een razende tekeer. "Hij gooide al zijn 
speelgoed op een hoop en ging erop li^en als een kip op haar eieren, zodat zijn 
broer er niet bij kon', herinnert Victor zich. Op een dag slingerde hij een baksteen 
naar vaders hoofd. Meer dan eens vinden zijn ouders in die tijd een korte 
mededeling van de school in de bus: "Uw zoon is ongewenst in ons instituut.' Een 
studiejaar voltooien op dezelfde school wordt als een prestatie gezien. 

Op zijn negende neemt Mare Dutroux twee boekentassen mee naar school: 
één met schoolboeken, de andere met strips die hij voor 1 frank per dag aan klas- 
genootjes verhuurt. De kinderen die niet betalen krijgen een dreun. Na de strips 
volgen pornofoto's en daarna komen gestolen brommers. Na schooltijd verdient 
hij als puber wat bij door een oudere homoseksueel te helpen masturberen. 
Ondanks alles behaalt Dutroux nipt het A3-diploma van elektricien en vindt hij 
een baantje bij Glaverbel. Nu hij geld verdient, gaat het thuis van kwaad naar erger. 
Sinds Victor er in 1972 is uitgetrokken, lijden de jongere kinderen nog meer onder 
de tirannie van hun oudste broer. Hij eist elke dag zijn steak, weigert om "zijn' fles 
cola te delen en behandelt zijn gehandicapte broer als een hond. Moeder is 
hertrouwd, en omdat Mare er niet in slaagt deze indringer weg te pesten, vertrekt 
hij zelf In de fabriek slaat hij een slecht figuur, maar de baas toont begrip "omdat 
hij nog zo jong is en al alleen woont'. Niet alleen daar lukt het Dutroux om 
mededogen af te dwingen. Tijdens de medische keuring met het oog op militaire 
dienst veinst hij problemen aan een oor. Hij moet niet naar het leger en begint te 
geloven dat hij onkwetsbaar is. Beschermd door een onzichtbare kracht 

We schrijven 1976. Mare is twintig en vindt in het broze, twee jaar jongere 
weesmeisje Fran^oise D. een gewillig oor voor zijn verhalen over zijn trieste 
bestaan als verschoppeling. Hij leert haar kennen op de schaatsbaan. Foto's van 
toen doen een zeemzoete love story vermoeden, maar foto's zijn schijn. Hij kan het 
niet hebben dat Fran^oise D. meer aandacht schenkt aan de eerste baby dan aan 
hem. 's Avonds horen de buren de alleen achtergelaten kinderen wenen. Pa en ma 
zijn op stap. Dutroux heeft inmiddels zijn baantje opgegeven en wordt 
schroothandelaar. Hij gaat 's nachts gasflessen stelen, auto-onderdelen, 
bromfietsen... Is hij niet aan het knutselen met wrakken, dan gaat hij schaatsen. Dat 
doet hij in eerste instantie in Charleroi, maar vanaf 1981 ook in Bmssel. De 
schaatsbanen van Vorst en 



79 



Montignies-suf-Sambfe genieten zijn voorkeur. I-Iij trekt hiervoor ook regelma- 
tig naar Namen, Valenciennes, Doornik, Brugge en Sint-Lambrechts-Woluwe.' 
In Charleroi speelt hij mee in het ijshockeyteam Okapi. "Dat was wel 
merkwaardig, als je daar nu aan terugdenkt', zegt Armand De Beyn, die daar in 
die tijd ook vaak ging schaatsen. "Dat is een bourgeoissport. Binnen de ploeg 
viel hij een beetje uit de toon.' 

Op zondag 12 oktober 1980 komt Armand De Beyn onzacht in 
aanraking met de jongeman met het snorretje. Die schept er die namiddag 
plezier in om tegen hoge snelheid tienermeisjes omver te schaatsen en zich dan 
met gespeelde bezorgdheid over hen te buigen. Hij graait onder hun rokjes en 
betast hun borsten. De Beyn, 21 jaar, is die dag met zijn 19-jarige vriendinnetje 
naar de schaatsbaan gekomen en zij is al een paar keer het slachtoffer geweest. 
De Beyn heeft de snor al een paar keer duidelijk gemaakt dat het nu welletjes 
is. Na de vierde botsing doet hij dat weer. Enkele tellen later rollen hij en 
Dutroux vechtend over het ijs. Het lijkt een ridicuul incident, maar Dutroux 
roept er de politie van Charleroi bij. Die verhoort de omstanders en stelt een 
lijvig dossier op. 

Armand De Beyn is vandaag waarschijnlijk de enige Belg die kan zeggen 
dat hij een strafblad heeft waarop de naam Mare Dutroux voorkomt in de 
rubriek "slachtoffer'. De vechtpartij kost hem op 28 mei 1984 een veroordeling 
door de correctionele rechtbank van Charleroi wegens het opzettelijk 
toebrengen van slagen en verwondingen. "Toen ik hem zovele jaren later op tv 
zag, geloofde ik mijn ogen niet', vertelt De Beyn. "Maar hij was het wel degelijk, 
die etter die vijf jaar lang is blijven procederen vanwege wat trekken en duwen 
op de schaatsbaan. Die hele affaire heeft mij toen meer dan honderdduizend 
frank gekost, waaronder meer dan zestigduizend frank aan medische kosten en 
een schadevergoeding. Ik heb ik 1997 enkele voorzichtige stappen gezet om tot 
een of andere vorm van rehabilitatie te komen, maar heb me bedacht. Iets in 
mij zegt me dat ik de zaak beter laat rusten. Er gebeurden echt waanzinnige 
dingen. De politie had alleen aandacht voor de verklaringen van vrienden van 
Dutroux, die unisono verklaarden dat ik begonnen was. Eén schaatser was zo 
geschokt door wat hij zag en hoorde, dat hij naar de zitting kwam om te 
getuigen. Wel, plots kwamen daar uit het niets twee rijkswachters te voorschijn 
die hem escorteerden en zo bij de rechter de indruk wekten dat de man die een 
verklaring in mijn voordeel kwam afleggen een arrestant was. Dat was ook wat 
de rechter dacht." 

De documenten die De Beyn over de zaak heeft bijgehouden, bieden een 
inzicht over hoe Mare Dutroux in het begin van de jaren tachtig de wereld ziet. 
Met de lichte kneuzing aan zijn duim die hij aan de "aanslag' heeft 
overgehouden, 

tracht hij het statuut van blijvende arbeidsongeschiktheid te bekomen. Een 
zekere dokter Draux heeft een diagnose in die zin opgesteld. Omdat de 
rechtbank in Charleroi hem op dat punt niet is gevolgd, tekent Dutroux 
meteen beroep aan tegen het vonnis. En ongelofelijk maar waar: ook het parket 
van Charleroi gaat in beroep omdat het blijkbaar meent dat die arme Dutroux 
niet voldoende genoegdoening heeft gekregen. In mei 1985 bevestigt het Hof 
van Beroep in Bergen ten dele de straf van De Beyn.*5 Het Hof wijst een arts 
aan die de blijven 



80 



de kwetsuren van Dutroux zal onderzoeken met het oog op het al of niet toe- 
kennen van een maandelijkse invaUditeitsuitkering. *6"Mijn advocaat, die ik dus 
ook nog moest betalen, zei me dat dit allemaal verschrikkelijk abnormaal was', 
aldus Armand De Beyn. "Maar ja, wat doe je eraan?' 

In 1981 hangt Dutroux vaak rond in Brussel. Hij rijdt in die tijd rond met een 
kleine bestelwagen waarin hij regelmatig blijft overnachten. Tenminste, dat is 
wat zijn kompaan uit die tijd afleidt uit het feit dat er achterin een matras ligt. 
De kompaan heet Fran9is H. en is net als Dutroux een goede schaatser. Samen 
zijn ze occasioneel opzichter op de Nationale Ijsbaan in Vorst, waardoor ze 
gratis op de baan mogen. Allebei laten ze hun oog vallen op de blonde 
onderwijzeres die er vaak rondjes komt trekken. Dutroux wint het pleit. Hij 
verlaat Fran^oise D. en zijn twee kinderen. Meer nog dan haar Voorgangster zal 
Michèle Martin van Mare Dutroux alles accepteren. Ze zal zijn slagen 
stilzwijgend incasseren, zijn misstappen dekken, en uiteindelijk ook deelnemen 
aan zijn misdaden. 

Op 9 juni 1983 pleegt Dutroux zijn eerste roof van juwelen en geld bij een 

bejaarde vrouw, wier vagina hij bewerkt met een scheermesje. Wat later leert 
hij Jean Van Peteghem kennen, een jonge, roekeloze marginaal met een passie 
voor wapens en een permanent geldgebrek. Met Van Peteghem zal hij zijn 
eerste door het gerecht opgemerkte reeks kinderontvoeringen plegen. Ze 
proberen het eerst in Obaix. Een 18-jarig meisje wordt op weg naar huis in 
een auto getrokken. Haar ogen worden bedekt met pleisters. Bij een 
vuilnisbelt wordt het meisje eruit gegooid en verplicht om zich uit te kleden, 
onder de bedreiging van een mes. Haar hulpkreten worden gesmoord in een 
lange tongzoen. "Trouw niet, dit is zoals het huwelijk', zegt Dutroux haar. Hij 
stopt het meisje een biljet van honderd frank toe en zet haar af in de buurt 
van het station. Een paar weken later wacht een elfjarig meisje aan het 
zwembad van Gilly hetzelfde lot. Gaandeweg wordt het procédé verfijnd. 
Dutroux verkent zwembaden en scholen en noteert tijdstippen en plaatsen die 
interessant zijn voor ontvoeringen. De slachtoffers worden nu naar de Route 
de PhUippeviUe 128 in MarcineUe gebracht, of het leegstaande huis ernaast. 

De ontvoerders dissen hun slachtoffers absurde verhalen op. Dutroux 
imiteert verschillende stemmen om de slachtoffers te doen geloven dat het 
gaat om een bende van vijf de gek, de stomme, de Italiaan, de slager en de 
zachtaardige. Die laatste is dan Dutroux zelf Hij brengt telkens een paar uren 
met de meisjes alleen door. Hij onderhoudt hen urenlang over de kosmos en 
het zwarte gat, autosport en zichzelf Hij verweeft de dramatische ervaringen 
van Van Peteghem in zijn eigen levensverhaal: hij doet zich voor als een 22- 
jarige wees, die zijn 18jarige vriendin MaryUne verloren heeft. Ze is een jaar 
eerder door een vrachtwagen gegrepen. De slachtoffers worden getekend 
voor hun leven. Urenlang worden ze verkracht, daarna als afval op straat 
gegooid. De scènes worden gefilmd met een gehuurde videocamera. Waarom 
Dutroux fiknt en wat er met de opnamen gebeurt, is later blijkbaar niemand 
een zorg. Het is uiteindelijk het detail over de aanrijding van MaryHne dat de 
rijkswacht op het spoor zet van de ont 



81 



voerders. In de statistieken trekt men alle jonge meisjes na die door een 
vrachtsA^agen zijn overreden. *7 

Gezien de ernst van de zaak wü het parket van Charleroi Dutroux voor 
het Assisenhof brengen. Maar dat heeft het in die tijd te druk met de bende 
van de Borinage, waarin de Nijvelse procureur Jean Deprêtre - verkeerdelijk - 
de bende van Nijvel ontwaart. De procureur-generaal van Bergen wil er niet 
nog eens een slopend assisenproces bij. Dus wordt het de correctionele 
rechtbank. Die verklaart zich op 4 november 1988 onbevoegd. Dit is 
overduidelijk een assisenzaak, vindt men in Charleroi.*8 Dutroux, Martin en 
Van Peteghem verschijnen op 26 april 1989 voor het Hof van Beroep in 
Bergen. Op het proces is één journalist aanwezig. Het is midden de jaren '80. 
In België ligt nog niemand wakker van kinderontvoerders. Het persagentschap 
Belga maakt de volgende dag in een kort bericht melding van "een zaak van 
zedenmisdrijven'. En verder: "Rekening houdend met de ernst van de feiten, 
en de vernederende behandeling die ze hun slachtoffers lieten ondergaan, met 
alle psychologische gevolgen van dien, veroordeelde het Hof Dutroux tot 13 
jaar en 6 maanden opsluiting en een boete van 6.000 fr. Van Peteghem kreeg 
6 jaar en 6 maanden opsluiting. Martin 5 jaar in plaats van 3. Het Hof nam 
Dutroux en Van Peteghem ook voor 5 jaar hun burgerlijke en poKtieke 
rechten af.' 

De psychologen en maatschappelijke werkers in de gevangenis van Jamiouk 
weten in 1986 niet wat ze met Dutroux aanmoeten. Hij blijft volhouden dat 
hij onschuldig is en schreeuwt moord en brand bij elke toespeling op het 
mogelijke tegendeel. Een hele rij advocaten passeert de revue voor er een is 
die Dutroux bevalt. Het is de Brusselse advocaat Didier de Quévy. Het feit dat 
hij een advocaat heeft, zet geen rem op Dutroux' ijver. In zijn cel houdt hij 
zich dag in dag uit bezig met het uitvlooien van de getuigenissen van zijn 
slachtoffers. Het resultaat zijn tientallen pagina's bemerkingen van het genre: 
"Hoe kan Deborah N. beweren dat ik gestopt ben om mijn nummerplaat te 
veranderen, als de onderzoekers zelf hebben vastgesteld dat de schroeven 
verroest waren?' Of: "De bestelwagen die de getuige zag was de mijne niet. Bij 
mij kleven er geen stickers op de achterruit.' 

Daniël Dejasse deelt in die periode twee maanden lang de cel met 
Dutroux. Hij herinnert zich zijn talenten als schaker, zijn woede-uitbarstingen 
bij het ontwaren van een sigaret, zijn obsessionele nachtelijke jachten op 
imaginaire muggen - zelfs 's winters - en zijn werkelijk buiten alle proporties 
vallende consumptie van suiker. De gesprekken vond hij anders best 
vermakelijk. "Hij zat constant te jammeren over het onrecht dat hem was 
aangedaan, maar anderzijds legde hij me uit hoe ze te werk waren gegaan, hoe 
ze die meisjes hadden ontvoerd. Er hing zo'n sfeertje van "wij mannen onder 
elkaar". Hij kon urenlang praten over wat hij voor zijn seksuele heldendaden 
aanzag. Van die verhalen over een koppeltje dat aan de cafétoog staat te 
tongzoenen. Hij gaat naast hen staan en begint onder het rokje van dat meisje 
te friemelen. "En ze zei niks, ze Het me gewoon doen!" riep hij triomfantelijk 
uit.' 



82 



Er is een gedachte die Daniël Dejasse sinds augustus 1996 nu en dan uit 
z'n slaap houdt. "Ik heb een vage herinnering aan een gesprek waarvan ik denk 
dat ik het was die opmerkte: je zou in je huis kelders moeten bouwen en daar 
die meisjes in opsluiten, dan kunnen ze je niet meer verklikken. Dat was niet 
ernstig bedoeld natuurlijk. Het was eerder sarcasme. Nu heb ik soms het 
gevoel dat de affaire -Dutroux het resultaat is van een slecht begrepen grap van 
mij. Hij heeft me voorgesteld om hem na mijn vrijlating te helpen bij de 
bouwwerken. Hij sprak over luchtverversingssystemen en zo. Hij zag het al 
helemaal voor zich. Hij was heel ernstig, heel vastbesloten. Toen ik dat in de 
gaten kreeg, zei ik vanzelfsprekend nee. Meteen daarna heeft hij er via zijn 
connecties binnen de gevangenis voor gezorgd dat ik naar een andere cel werd 
overgeplaatst.'*9 

Zes jaar in de cel vliegen voorbij. Dutroux gedraagt zich als een voorbeeldige 
gevangene. Hij slaagt erin penitentiair verlof te bekomen om voor zijn demente 
grootmoeder te gaan zorgen. Zijn begeleider wordt misselijk wanneer hij samen 
met Dutroux bij de bejaarde vrouw in Jemeppe-sur-Sambre aankomt. De vrouw 
zit als een hoopje ellende temidden van een stinkende vuilnisbelt vol vlooien, 
uitwerpselen en kattenbraaksel. Dutroux speelt de toegewijde kleinzoon die met 
plezier de smerigheid van de grond krabt. Het zal hem in de gevangenis alleen 
extra krediet opleveren. Hij krijgt nog een paar keren onbegeleid verlof om de 
grote schoonmaak te voltooien. Wanneer hij 48 uur te laat binnenkomt, wordt 
dat niet eens gerapporteerd. Eens de helft van zijn straf erop zit, dient hij een 
aanvraag in voor een voorwaardelijke invrijheidstelling. Psychologische en 
sociale bijstand vindt Dutroux niks, maar hij is wel bereid om zich na zijn 
vrijlating te laten volgen door de dan al bijna 70-jarige dokter Emile Dumont. 
Het is dezelfde Ukkelse arts bij wie Michèle Martin eerder een soort attest van 
ontoerekeningsvatbaarheid heeft trachten te bekomen en die a volonté 
voorschriften aflevert voor Rohypnol, Haldol en de anticonceptiepil. Van 
Dumont krijgt Martin een drievoudige portie. Dutroux verkoopt de stripjes later 
door aan Michel Nihoul. 

Het is tevens Dumont die ervoor zorgt dat Dutroux bekomt wat via het 
proces tegen Armand De Beyn niet lukte. De bejaarde arts verklaart hem voor 
66 procent invalide wegens "nervositeit'. Dit gebeurt op 9 april 1992, drie dagen 
nadat justitieminister Melchior Wathelet zijn handtekening heeft geplaatst onder 
een aanvraag tot voorwaardelijke invrijheidstelling. 

Dutroux is een vrij man met een plan. Hij heeft zich in zijn cel door dikke cur- 
sussen fysica, wiskunde en elektriciteit gewerkt. Aan de hand van een studie van 
zijn eigen tijdelijke verblijfplaats en van enkele doe-het-zelf-handboeken, is er in 
zijn hoofd een lijstje van kleine bouwwerken ontstaan die moeten worden uitge- 
voerd. Hij heeft de werking van bepaalde verdovende middelen bestudeerd, test- 
te die in de gevangenis zelfs op medegevangenen, en later ook op Michèle 
Martin en zijn zoon Frédéric, toen die op een dag niet tijdig naar bed wou. In 
zijn huizen zullen de speurders later duizenden pillen aantreffen. Bijna alle 
meisjes die na 



83 



1992 in zijn handen vallen, krijgen Rohypnol of Haldol toegediend. Dutroux 
onthoudt zelf nauwgezet de toegediende middelen en hun werking. Laetitia 
DeUiez kreeg tijdens haar ontvoering acht Rohypnolpillen, zo kan hij zijn onder- 
vragers vertellen. Sabine Dardenne kreeg er tien ("waarvan ze er vijf uitspuwde'). 
Later, tijdens hun gevangenschap, kregen ze elk in totaal nog eens dertig drup- 
pels Haldol. An Marchal en Eefje Lambrecks kregen, na te zijn ingestapt, elk vijf 
Rohypnolpillen en daarna nog eens dertig druppels Haldol. Over Juüe en 
Meüssa beweert Dutroux dat ze nooit wat dan ook kregen toegediend.* 10 

Aan de hand van medische voorschriften en lege of voUe doosjes, 
komen de speurders begin 1997 tot een voorlopige Mjst van wat de 
medicijnkast van Mare Dutroux in vijf jaar tijd moet hebben bevat. 893 
capsules Rohypnol, 32 flesjes Haldol (30 milliHtcr), 636 capsules Rédomex, 70 
capsules Flunitrazepam, 105 capsules Microgym en 105 capsules Réactivan. 
Daar zit genoeg tussen om 2 a 3.000 vrouwen mee te verdoven. Het is dit 
soort overwegingen dat zelfs de meest gematigde politiemensen wel eens doet 
twijfelen of men alle namen van Dutroux' slachtoffers wel kent. Het overgrote 
deel van het chemische arsenaal is aangelegd met voorschriften die dokter 
Dumont jarenlang zorgeloos afleverde. Net zo min als het bij hem opkomt te 
vragen wat Michèle Martin aanmoet met een drievoudige portie 
anticonceptiepillen, zal hij ook nooit bil Dutroux informeren naar wat hij met 
al dat verdovende spul van plan is. Dumont zal ook nooit een - nochtans bij 
wet verpUcht - therapeutisch verslag opstellen over de consultaties door 
Dutroux. Hij komt gewoon langs, betaalt het vaste tarief van 1.350 frank en 
vertrekt weer, met het noodzakelijke attest dat aantoont dat hij zich laat 
Volgen'.*! 1 De huisapotheek laat Dutroux toe met zijn slachtoffers te doen 
wat hij wM, zonder dat zij daar zelf iets van merken of herinneren. "Eén van de 
typische kenmerken van Rohypnol is dat het het voor een bepaalde geheugen 
periode helemaal uitschakelt', zegt dokter Peter Van Breuseghem, die in 
Brussel een verbeten kruistocht voert tegen RohyPnol. In de VS heeft 
RohYPnol niet voor niets de bijnaam vergeetpil' of mind eraser (...). Iemand 
die Rohypnol heeft genomen, slaapt niet. Die kan praten en lopen en al wat je 
wü. Maar Rohypnol maakt je willoos. Het geeft je het idee dat je toestemt in 
wat er gebeurt.'* 12 

In haar advies aan minister Wathelet vermeldde de Observatie- en 
Behandelingseenheid (OBE) van de gevangenis van Bergen begin J992 'maat- 
schappelijke reïntegratie door middel van een baan als argument pro 
vervroegde vrijlating van Dutroux. Daags nadat Dutroux de gevangenis verlaat 
zet dr. Dumont de wereld op zijn kop. In een medisch getuigschrift dat moet 
dienen om Dutroux' invaliditeit te motiveren stelt hij dat "betrokkene door 
zijn verblijf in de gevangenis depressief geworden is.' Wie het verloop van de 
twee procedures naast elkaar legt, kan niet anders dan besluiten dat Dutroux 
wordt vrijgelaten omdat hij een baan moet zoeken én terzelfder tijd ongeschikt 
wordt bevonden om een baan te hebben. Zijn statuut van invalide levert hem 
een maandinkomen op dat veel hoger ligt dan wat hij als werkloze zou kunnen 
bekomen. Om de geldstroom op te drijven, zijn Dutroux en Martin in 1988 in 
de gevangenis getrouwd, om later met dezelfde doelstelling weer te scheiden. 



84 



Vanaf midden 1991 begint Mare Dutroux verwoed oude krotten op te 
kopen in de streek van Charleroi. Een huis voor 300.000 frank in Marchienne- 
au-Pont. Een ander in Mont-sur-Marchienne (La Docherie) voor 350.000 
frank. Een bouwvaUige hoeve in Sars-la-Buissière, waar hij als steuntrekkende 
tijdens een openbare veiling met een brede grijns het bod van buurman- 
garagist Fernand Baudson overklast. Waar Dutroux het geld vandaan haalt, is 
een raadsel. In vier jaar tijd harkt de ex -gedetineerde, die officieel een Riziv- 
uitkering van 38.000 frank geniet, een vermogen van 6,5 miljoen frank bij 
elkaar. 

"Waarom ziet iedereen mij als de grote zondebok?' vraagt Dutroux zijn onder- 
vragers eind 1996. Ook dan blijft hij erbij dat hem in deze affaire slechts een 
minimale schuld kan treffen. "De grote boosdoeners zijn Weinstein en 
LeHèvre.' En wat Michèle Martin betreft, acht hij het onvergeeflijk dat ze naliet 
Juüe en Meüssa eten te brengen. Zijn ondervragers zijn al bKj dat hij iéts zegt. 
Op 19 september 1996 legt hij voor het eerst een verklaring af over wat hij 
omschrijft als "de catastrofe' die hij op 20 maart 1996, de dag van zijn 
vrijlating, in de kelder te MarcineMe aantrof Wat dan volgt, is een ijseüjk 
gedetailleerde beschrijving van de toestand van de volgens hem meer dood 
dan levende Juüe en Meüssa. "Ze hadden in plastic flessen geürineerd, overal 
lagen er papieren zakdoeken', laat hij noteren. Dutroux geniet van de weerzin 
die zijn woorden opwekken. Wanneer hij aan het eind van het verhoor 
vaststelt dat ze hem in de tekst van het procesverbaal hebben doen zeggen dat 
de lichamen van de twee meisjes "op matrassen lagen', neemt hij de balpen ter 
hand en brengt hij een kleine correctie aan. Hij schrapt het woord matrassen. 
Om heel precies te zijn, moet er staan: "planken'. 

Tijdens het urenlang durende verhoor beweert Dutroux dat Meüssa nog 
net overeind kon komen en prevelen dat ze niet meer wist wanneer ze voor 
het laatst gegeten had, maar wel nog dat ze vier dagen geleden nog iets 
gedronken had. "Ik heb me gehaast om water te gaan halen, en een pipet', 
vertelt Dutroux. "Op die manier heb ik Juüe druppel na druppel doen drinken. 
Daarna heb ik Meüssa wat te drinken gegeven. Ik heb toen een bad tot tien 
centimeter hoogte gevuld met warm water, op zevenendertig graden. Ik ben 
naar beneden gegaan om Juüe te halen en heb haar in het bad gezet. Toen ben 
ik Meüssa gaan halen en heb haar eveneens in het bad gezet.' 

Dat was het einde. Juüe was dood. Hij vertelde Meüssa dat haar 
vriendinnetje "naar het hospitaal' was gebracht, waste haar en legde haar in zijn 
bed. "Op de plaats waar ik zelf normaal slaap', benadrukt Dutroux. "Ik zette de 
verwarming op de hoogste stand en dekte haar toe. Ik ben in mijn spullen 
gaan zoeken en vond een doos Madeleine-koekjes. Ik ben terug naar boven 
gegaan om er haar enkele te geven. Ze heeft een halve opgegeten. Ze heeft 
ook nog een klein beetje gedronken. Ik wou ten allen prijze dat ze iets at of 
dronk. Ze had heel veel moeite om te sükken. Ik heb bij haar gewaakt. Ik ben 
daar vier dagen lang gebleven. Mijn vrouw was daar, toen ik in dat huis 
aankwam. Ik weet niet meer wanneer ze vertrokken is. Ik herinner me dat ik 
haar verpHcht heb het huis schoon te maken, want het was onmogeüjk om er 
een pas te verzetten zonder in de hon 



85 



denstront te trappen. Het was afschuwelijk. Mijn vrouw heeft me geen enkele 
keer geholpen bij het verzorgen van de meisjes. Ze stond daar als een plant (...). 
Ik heb helemaal alleen mijn plan moeten trekken. Wat Julie betreft, weet ik niet 
meer hoe ik het gedaan heb.' 

Het komt hierop neer - Dutroux vertelt alsof hij het over een pop heeft - 
dat hij haar ledematen vastbond met wasdraad. Want het lichaam moest in een 
vuilniszak passen en die zak moest in de ijskast kunnen. "Ik wist immers niet hoe- 
lang ik aan het hoofdeinde van het bed bij MeHssa zou moeten blijven', geeft 
Dutroux als uitleg. "Ik was ervan overtuigd dat ze na enkele dagen opnieuw vol- 
doende kracht zou hebben. Ik heb dus permanent bij haar gewaakt en op een 
gegeven moment kreeg ze moeilijkheden om te ademen.' Dutroux geeft een hele 
uitleg, beschrijft hoe hij vier dagen lang als een volleerde arts voor het leven van 
MeMssa heeft gevochten en op zeker moment uitgeput in slaap viel naast het bed. 

- Toen ik wakker werd, was ze overleden. 

- Wat heeft u toen gedaan? 

- Ik heb haar naar beneden gebracht en heb haar eveneens in een plastic zak 
gestopt. Ik heb dat gedaan na een moment van rouw. Ik was uitgeput. 

- En wat heeft u toen gedaan? 

- Ik heb JuUe uit de ijskast gehaald en heb de twee lichamen 
meegenomen naar Sars." 

Er is een magere troost voor wie zich tracht voor te stellen hoe dit alles in zijn 
werk kan zijn gegaan: naar meer dan alle waarschijnlijkheid helemaal anders. Eind 
augustus 1996 vinden speurders van de Brusselse BOB in het huis te MarcineMe 
de portefeuille van Mare Dutroux.*14 Daarin steekt onder meer een 
aankoopkaart van het grootwarenhuis Makro in Charleroi. De kaart is voorzien 
van een magnetische strook, wat toelaat het koopgedrag van de houder van dag 
tot dag te reconstrueren. Wanneer de speurders dat laten doen, blijkt dat Dutroux 
op 21 maart 1996 in de Makro te Charleroi is geweest. 21 maart is één dag na zijn 
vrijlating, de dag waarover Dutroux zelf beweerde dat hij onophoudelijk in de 
weer was met het trachten redden van MeMssa. Wat deed Dutroux in de Makro? 
Ook dat valt via de kaart te achterhalen. Hij kocht er een pneumatische krik. 'Die 
krik had ik nodig om de schuifdeur in de kelder te herstellen', legt Dutroux later 
uit.*15 

Blijft Dutroux tegen het materieel aantoonbare tegendeel in zweren bij zijn 
eerste verhaal, dan ondergaat het relaas van Michèle Martin over 21 maart 1996 
na verloop van tijd wel een hele evolutie. Eerst heet het dat ze Dutroux met de 
wagen is gaan ophalen in de gevangenis en ze daama samen koers zetten 
richting Marcinelle. Daar liep hij meteen naar de kelder. Terug boven gekomen, 
schold hij haar verrot. "Toen hij me daama met de wagen terug naar Waterloo 
bracht, zei hij me onderweg dat hij maar niet kon begrijpen waarom ik niet 
meer had ondernomen voor de kinderen', aldus Martin, in november 1996.*^^ 
In deze versie luidt het dat Dutroux haar de volgende dag aan de telefoon zei 
dat JuHe dood 



86 



was en MeHssa stervende. Dat Hjkt op een volmondige bevestiging van wat 
Dutroux heeft verteld, maar toch is het dat niet. Wat is er dan met Juüe en Meüssa 
gebeurd op het ogenblik dat Dutroux haar een Kft geeft richting Waterloo? Laat 
hij de kinderen nog enkele uren langer verhongeren? De verleiding is groot om te 
denken dat Juüe en MeHssa allang niet meer in de kelder zaten, of dat Dutroux 
hen bewust de hongerdood Het sterven. Na al deze contradicties Hjkt het wel vast 
te staan dat, als Dutroux Martin naar MarcineHe stuurde, dit niks te maken had 
met voeding - tenzij eten voor de twee Duitse herders. 

In de zomer van 1997 komt Michèle Martin met een nieuw feitenrelaas aandra- 
ven. Deze keer is er helemaal geen sprake meer van dat JuHe of MeHssa in maart 
1996 nog zouden hebben geleefd. Ze komen helemaal niet meer in het stuk voor. 
Het verhaal begint op de dag van Dutroux' vrijlating. 

- Hij had gevraagd dat ik me naar Marcinelle zou begeven om de deur voor 

hem te openen. We zijn minstens anderhalf uur lang in het huis gebleven. 
Mare Dutroux heeft tweemaal de ronde van het huis gedaan. Ik herinner me 
dat hij naar de zolder is gegaan om te kijken langs waar de inbrekers konden 
zijn binnen geraakt. Het was niet diezelfde dag, maar de dag erna dat ik 
opnieuw langsging in Marcinelle en bemerkte dat hij een nieuwe krik had 
gekocht. Hij zei me dat die van de Makro in LodeHnsart kwam. 

- Waarom had hij die krik gekocht? 

- Hij zei dat die moest dienen om de poort naar de bergplaats in de kelder te 
herstellen (...). Pas later, nadat JuHe en MeHssa begraven waren, heb ik hem 
op zijn vraag geholpen om met die krik de schuifdeur weer vast te zetten. 
Dutroux duwde ze in de hengsels, terwijl ik ze overeind moest houden.*! 7 

De pneumatische krik leert ons nog meer. In juni 1998 pubUceert het steunco- 
mité van de ouders van JuHe en MeHssa een brochure waarin een aantal vragen 
worden gesteld over het onderzoek in Neufchateau.*18 Aan de hand van 
metingen en een vergeüjking met de precieze functies van de door Dutroux 
aangekochte krik, komt het comité tot de bevinding dat één mens, laat staan een 
vrouw, onmogeHjk genoeg kracht kan bezitten om een luik van dat formaat uit 
zijn hengsels te trekken. Wie heeft het dan gedaan? Zelfs wie bHnd gaat op de 
verklaringen die Dutroux hierover aflegt, zal daarin contradicties aantreffen die 
toelaten te veronderstellen dat een onbekende tussen 5 december 1995 en 20 
maart 1996 in de kinderkooi te MarcineHe is geweest. Op 18 december 1996 
verklaart Dutroux: "Na mijn vrijlating vond ik een klein bassin onder het bed 
van de meisjes. Michèle Martin moet daar dus toch minstens één keer geweest 
zijn. Voor de ingang, maar buiten het bereik van de meisjes, had ze wat voedsel 
achtergelaten. De naar beneden gevallen schuifdeur had ze geblokkeerd met 
kolenzakken.'*^' 

Er is nog een bijkomend element dat op vrij ordinaire gronden aantoont 
dat Dutroux in de eerste dagen na zijn vrijlating andere beslommeringen had 
dan de 



87 



gezondheidstoestand van Juüe en Melissa - waarbij opnieuw de vraag rijst of er 
ook maar één detail van zijn verhaal kan kloppen. Uit een analyse van 
Dutroux' financiële verrichtingen blijkt dat hij op 22 maart 1996 naar het 
bele^ingskantoor Riga in Marcinelle is geweest om er zijn aandelen in 
Recticel te gaan verhandelen. Ook de confi-ontatie met dit objectieve gegeven 
doet Dutroux niet uit z'n lood slaan. 22 maart is twee dagen na zijn vrijlating. 
'Oh, de tweeëntwintigste maart', reageert hij. 'Dat was die dag dat het weer 
wat beter ging met Melissa.'*20 

Net zo laconiek beantwoordt Mare Dutroux de hem gestelde vragen over 
zijn miljoenen. Hij heeft verstand van beleggen, heet het. En met auto's is ook 
geld te verdienen, knipoogt hij veelbetekenend. Tijdens hun zoektochten in de 
huizen van Dutroux hebben de speurders inderdaad aanwijzingen aangetroffen 
over zijn betrokkenheid bij een zwart autohandeltje. In verhouding tot pakweg 
Michael Diakostavrianos en Gérard Pinon, leek hij binnen deze bende echter 
eerder de rol van passieve dienstverlener te hebben vervuld. Tussen 1985 en 
1992 heeft Mare Dutroux zes jaar in de gevangenis gezeten. In de vier jaar die 
volgden werd hij miljonair. 

Beleggingen dus. Drie maanden lang hebben de financiële experts van de 
antenne-Neufchateau (BOB Brussel) op basis van de bij beleggingskantoren 
en banken opgevraagde stukken geldstromen in kaart zitten brengen. 34.624 
ftank: dat is het ronduit lachwekkende resultaat van Dutroux' activiteiten als 
belegger tussen midden 1992 en augustus 1996. 34.624 frank, jamaar, merkt 
Dutroux op wanneer hij hierover wordt verhoord, men moet ook rekening 
houden met de "couponnekes' in Luxemburg.*21 Hij wijst de speurders op 
zijn Atoma-schriftje waarin hij zorgvuldig zijn Luxemburgse inkomsten 
noteerde. 80.000 frank is dat, stellen de BOB'ers vast. Maar dat resultaat 
bereikt hij met geleend geld. Voor de aankoop van de hoeve in Sars-la- 
Buissière gaat hij bijvoorbeeld een lening aan van 1,5 miljoen. ~Om een juist 
beeld te krijgen van de reële winst zouden we de interesten van die lening 
moeten aftrekken van die tachtigduizend frank', merken de speurders op. 
Dutroux heeft ook successen geboekt op de beurs - met op een gegeven 
moment een bonus van meer dan 200.000 frank - maar verliest nagenoeg al 
zijn winst door onwaarschijnlijke vergissingen. Op 15 december 1994 komt hij 
op het onzalige idee om zijn warrants van Union Minière te verkopen. Hij 
verliest 400.000 frank. De vrije val van de beursnotering van Union Minière 
begint al midden november. De zaakvoerster van Riga tracht hem 
onmiddellijk te verwittigen over de dreigende financiële catastrofe, maar 
Dutroux blijkt onbereikbaar. Hij vindt het niet erg. Hij volgde de toestand op 
de voet in l'Echo de la Bourse en was er de hele tijd van overtuigd dat voor 
Union Minière het tij wel zou keren - wat dus niet gebeurde. 

Omtrent de verifieerbare inkomsten van Mare Dutroux, zijn er evenveel 
redenen om een samenhang met ontvoeringen van kinderen te veronderstellen 
als er zijn om genoegen te nemen met de uitleg die Dutroux zelf geeft: een 
gelukje hier, een gelukje daar. Op 22 augustus 1995 worden in Oostende An 
Marchal en Eefje Lambrecks ontvoerd. In de maand september 1995 
incasseert Dutroux op 



88 



zijn rekening 979-3848463-90 bij Argenta in twee schijven een bedrag van 
380.000 frank. De herkomst van dit geld is niet na te trekken. Het gaat om stor- 
tingen die Dutroux zelf aan het loket heeft gedaan. In de maand november 
1995 volgt opnieuw zo'n dubbele storting aan het loket, dit keer ter waarde van 
142.000 frank. 

Op 28 mei 1996 wordt in Kain Sabine Dardenne ontvoerd. Drie dagen 
later komt er een storting, opnieuw aan het loket, van een eerste schijf van wat 
een totaalbedrag van 130.000 frank zal worden. De tweede storting volgt op 23 
juli.*22 

Ook een maand na de verdwijning van Kim en Ken Heyrman, op 4 januari 

1994, wordt Dutroux rijker: een storting van 50.000 frank. De som wordt op 11 
februari 1994 gestort op de rekening met nummer 979-1909670-36 van Michèle 
Martin.*23 De meest opvallende financiële schokbeweging doet zich voor in 
februari 1984, in de vier dagen na de moord op het Brusselse meisje Christine 
Van Hees. Twee dagen na die moord opent Dutroux onder het nummer 125- 
3655647-02 een rekening bij de bank Crédit Professionnel. In vier schijven ont- 
vangt hij in totaal een som van 200.000 frank.*24 

Mare Dutroux heeft wel degelijk een aantal financiële meevallers gekend. 
Een erfenis van zijn grootvader in 1992, een verzekeringsuitkering van meer 
dan een miljoen na een brand in 1993, een zeer royaal vergoede klus als 
bou\^rv'akker, het half miljoen dat hij na de moord op Bernard Weinstein in 
diens chalet aantreft. Dutroux geeft echter ook veel uit. Het half müjoen van 
Weinstein wordt meteen gespendeerd aan de aankoop van een tweede 
graafmachine en zijn Renault Traffic. Van de meeste huizen die hij koopt, 
schommelt de waarde vaak slechts tussen de 300.000 en de 500.000 frank. Dat 
is spotgoedkoop. Anderzijds zijn er in België maar weinig steuntrekkenden die - 
zelfs al klussen ze hier en daar wat bij en zelfs al stelen ze auto's - zich één 
eigen huis kunnen veroorloven. Het klopt ook dat Dutroux om onduidelijke 
redenen voortdurend geldsommen deed heen en weer reizen van de ene 
rekening naar de andere. Daardoor kan één som geld meer dan eens verdacht 
lijken. En toch kom je er ook zo niet uit. Met zijn beleggingen heeft Dutroux 
weinig of niets verdiend. Met wat dan wel? 

Op 9 december 1996 stuurt eerste opperwachtmeester Baudouin Dernicourt 
van de BOB Brussel zijn verslag over het financiële luik van het Dutroux-onder- 
zoek naar onderzoeksrechter Langlois. Hij komt tot dit nogal verrassende besluit: 
'Geen enkele van de tot dusver gedane vaststellingen laat ons toe aan te tonen 
dat Dutroux financieel voordeel heeft geboekt uit een handel in kinderen. Indien 
dit het geval is, lijken deze eventuele geldstromen zich niet in België te situeren. 
Dutroux bezit rekeningen in Slowakije en Luxemburg, maar daarover hebben wij 
geen informatie. '*25 

Dernicourt noemt invaüditeitsuitkeringen, huurgelden voor woningen en 
hangars, verzekeringsfraude, economisch inzicht, schroothandel, occulte bezig- 
heden in de bouwsector en diefstallen als voornaamste bronnen van inkomsten. 
Hij kan lang niet alle inkomsten verklaren, maar te oordelen aan zijn rapport is de 
rijkswachter voor alle sommen die vragen oproepen Mare Dutroux zelf gaan 
vethoren en hem gaan vragen waar het vandaan komt. Daarop heeft Dutroux 



89 



geantwoord: diefstallen, schroothandel, zwartwerk, et cetera. Langlois neemt het 
rapport van Demicourt dankbaar in ontvangst. 

Wanneer anderhalf jaar later de XI -affaire het land op stelten zet, onthouden 
Carine en Gino Russo zich van commentaar. Ze kennen het dossier onvol- 
doende om zich een oordeel te vormen over de geloofwaardigheid van de X 
getuigen, geven ze toe. Wat hen wel verontrust, is dat Brusselse BOB'ers elkaar 
plots ongelimiteerd beschuldigen van valsheid in geschriften en manipulaties. 
"Het gaat hier toch nog altijd over de zaak-Dutroux', merkt Gino Russo tijdens 
een tv-programma op. Dat klopt, en de onrust is niet ongegrond. Baudouin 
Demicourt is tevens de man die in een latere fase van het onderzoek de leiding 
zal nemen over de destructie van het Xl-dossier. 

Hoe beangstigend weinig er geweten is over het lot van Julie, Melissa, An en 
Eefje - en hoezeer niemand dat nog echt Kjkt te willen weten - bHjkt op 29 maart 
1999. Die dag pakt journalist Michel Bouffioux in de krant Le Matin uit met wat 
men anderhalf jaar eerder een bom zou hebben genoemd. Bouffioux heeft de 
hand weten te leggen op een verklaring die Michel Leüèvre in oktober 1997 
aflegde tegenover de GP van Aarlen. Door in het tv-zaaltje van de gevangenis 
mee te kijken naar een Hve-uitzending over de commissie-Dutroux over een 
zoveelste "gemiste kans' bij Operatie Othello, herinnert hij zich plots iets.*26 In 
het midden van de maand september 1995 was hij op bezoek geweest bij Mare 
Dutroux in Marcineüe. JuHe en Melissa moeten daar toen nog in de kelder 
hebben gezeten en mogelijk waren ook An en Eefje nog in leven. Kj reed in die 
tijd met zijn grijze Toyota Starlet, met nummerplaat NCL561- waarvoor hij naar 
goede gewoonte met niets in orde was. Leüèvre vertrok net van bij Dutroux, 
maar werd tegengehouden door enkele rijkswachters die zich met een Pontiac 
aan de kant van de weg hadden opgesteld. "Ze vroegen me waar ik vandaan 
kwam, vroegen naar mijn autopapieren en doorzochten mijn auto helemaal. Ze 
zijn teruggekeerd naar hun dienst\^'agen en ik heb een uur moeten wachten tot ze 
temgkwamen. Ik heb hen aangesproken omdat het zo lang duurde. Ze 
antwoordden dat ze op instructies wachtten. In feite was ik helemaal niet in orde 
met de inschrijving, de wegentaks, de technische controle en de verzekeringen. 
Ik dacht dat ze mijn auto in beslag zouden nemen. Ik was op dit vlak een 
recidivist. '*27 

Michel Leüèvre werd in die tijd ook geseind in het Centraal 
Signalementenblad. Elke politieman die hem zag, had de taak hem te arresteren. 
Hij had nog zes maanden celstraf uit te zitten. Tot zijn eigen grote verbazing 
kreeg hij van de rijkswachters zijn autopapieren terug. Hij mocht doorrijden. 
Leüèvre denkt nu dat deze controle kaderde in Operatie OtheUo. Gedurende het 
uur dat hij daar stond te blinken, werd geen enkele andere automobilist gecon- 
troleerd. Als dat klopt, heeft de rijkswacht eens te meer het land belogen. Nadat 
ze zich eerst in bochten wrong om te ontkennen dat Operatie Othello niets te 
maken had met de verdwijning van Juüe en Meüssa en de commissie- Verwilghen 
onomstoteüjk kon bewijzen dat dat wel zo was, verklaarde de rijkswachttop dat 
ze niet anders kon dan op de meest discrete wijze te werk gaan. Dutroux en zijn 



90 



kompanen mochten vooral niet in de gaten krijgen dat ze werden geobserveerd 
door de POSA. Om die reden, aldus de rijkswacht, werden Dutroux, Martin en 
anderen destijds nooit verhoord. Deed men dat wel, dan rees het risico dat de 
ontvoerde kinderen stante pede uit de weg zouden worden geruimd. 

Indien de controle van Michel Leüèvre inderdaad "midden september 1995' 
plaatsvond, dan zou dat wel eens heel precies het gevolg geweest kunnen zijn. 
Michèle Martin zegt dat An en Eefje "kort na het begin van het nieuwe school- 
jaar' vermoord werden. Dutroux zelf zegt in een van zijn verklaringen dat de 
twee Limburgse meisjes "drie weken in Marcineüe gebleven' zijn. Wie drie weken 
optelt bij 23 augustus 1995, de nacht van de ontvoering, komt uit in het midden 
van de maand september. Als dit klopt, moet ik concluderen dat mijn dochter 
wel eens vermoord zou kunnen zijn omdat Dutroux in paniek geraakte', reageert 
Paul Marchal. "Zelfs als zou büjken dat de rijkswachters die Leüèvre tegenhielden 
niets te maken hadden met Operatie OtheUo, en het slechts een ongelukkig 
toeval was, büjft het resultaat hetzelfde. In alle scenario's had de rijkswacht toen 
alle knipperlichten moeten laten branden en Dutroux en zijn bende onmiddellijk 
oppakken. Als ze daar een uur staan te wachten op instructies, moeten die 
rijkswachters toch geïnformeerd geweest zijn over Operatie Otheüo? Sorry hoor, 
maar ik word zot van de gedachte dat ze toen onder elkaar besüst zouden 
hebben om voor het gemak en voor het imago van het korps te doen alsof hun 
neuzen bloedden. Men dwingt mij bijna naar de conclusie dat men Dutroux 
bewust een signaal wou geven.'*28 

De rijkswacht heeft nooit willen reageren op het bericht in Le Matin. " De 
chronologie üjkt anders alles te verklaren. Op 19 september 1995 besüste de 
rijkswacht om onduideüjke redenen de geheime POSA-observaties van de al 
even geheime Operatie Otheüo te onderbreken.*30 Dat was mogeüjk een dag na 
het Leüèvre-incident. 

NOTEN 

1 Verhoor Mare Dutroux, BOB Marche-en-Famenne, 19 september 1996. 

2 De andere kinderen verging het beter: twee broers van Mare Dutroux 

werden postbode, zijn zus is verpleegster. 

3 Het is Mare Dutroux zelf cüe tegenover zijn ondervragers dit hele üjstje 
afdreunt. BOB Bmssel, 17 december 1996, pv 100.468. 

Gesprek met Armand De Beyn, ii januari 1999. 
5 Zijn "aandeel in de feiten' wordt teruggeschroefd van 50 naar 10 procent, 
maar aan de schadevergoeding die hij heeft moeten betalen, verandert er 
niets. Arrest Hof van Beroep Bergen, 21 mei 1985, zaak 479H84. 
Het gaat om dr. Bemard Minet uit Gembloux. Hoe die reageerde op 
Dutroux' klachten over zijn duim, is niet bekend. Zeker is wel dat Mare 
Dutroux korte tijd later gearresteerd wordt vanwege een reeks ontvoeringen 
en verkrachtingen van minderjarige meisjes. 

7 In het begin van de jaren negentig, kort na zijn vrijlating, ondergaat Jean 
Van Peteghem hetzelfde lot. Hij wordt overreden door een stadsbus in 
Luik. 

8 Aüeen Michèle Martin wordt veroordeeld, tot drie jaar effectieve 
gevangenisstraf Tegen het 



91 



advies van haar advocaat in, krijgt Dutroux haar zover om beroep aan te tekenen. 

9 Gesprek met Daniël Dejasse, 15 juli 1998. 

10 Verhoor Mare Dutroux, BOB Marche-en-Famenne, 11 januari 1997, pv 
100.016. 

11 Hui.szoeking bij Dr. Eraile Dumont, 30 augustus 1996, pv 112.705. 

12 Interview Dr. Peter Van Breuseghem, Humo, 6 april 1999. 

13 Verhoor Mare Dutroux, BOB Marche-en-Famenne, 19 september 1996. 

14 BOB Brussel, 26 augustus 1996, pv 112.676 

15 Verhoor Mare Dutroux, BOB Brussel, 14 november 1996, pv 116.207. 16 

Verhoor Michèle Martin, BOB Brussel, 6 november 1996, pv 116.201. 17 Verhoor 
Michèle Martin, GP Aarlen, 22 juli 1997, pv 8.177. 

18 De brochure getiteld Au Nom de Quoi? kwam er als reactie op de omstreden 
RTBf-uitzending Au Nom de la Loi, waarin op basis van een eenzijdige 
interpretatie van de verklaringen van Michèle Martin (dezelfde als in dit 
hoofdstuk) werd geconcludeerd dat Julie en Melissa eind 1995 of begin 1996 
onmogelijk het huis te Marcinelle kunnen hebben verlaten. 

19 Verhoor Mare Dutroux, BOB Marche-en-Famenne, 18 december 1996, pv 
100.477. 20 Verhoor Mare Dutroux, BOB Brussel, 11 november 1996, pv 116.183 
21 Verhoor Mare Dutroux, BOB Brussel, 14 november 1996, pv 116.207. 22 BOB 
Brussel en BOB Thuin, 23 augustus 1996, pv's 112.546 en 100.518 23 BOB 
Brussel, 23 augustus 1996, pv 1 12.647. 

24 BOB Brussel, 2 juni 1997, pv 151.797. 

25 Rapport BOB Brussel, 9 december 1996, pv 117.370. 

26 Het gaat om de extra-zitting van 14 oktober 1997, waar de commissie tot haar 
verbazing kennis neemt van een poging tot autodiefstal door Mare Dutroux, heel 
kort voor de ontvoering van juUe en Melissa. De verantwoordelijken voor Operatie 
Othello waren hiervan op de hoogte, maar lieten ook deze kans om Dutroux te 
verhoren voorbijgaan. 

27 Verhoor Michel Lelièvre, GP Aarlen, oktober 1997, pv 8147. Overgenomen uit 

LeMatin, 29 maart 1999. 

28 Telefonisch contact met Paul Marchal, 29 maart 1999. 

29 Een telefonisch contact met de persdienst van de rijkswacht op 29 maart 1999 

leverde niets meer op dan ^geen commentaar.' 

30 Er volgden nog twee POSA-observaties op 13 en 16 oktober 1995. 



92 



5 'Tijdens mijn verblijf in dat huis heb ik 
Dutroux twee namen horen noemen: 
Michel en Jean-Michel' 

Laetitia Delhez, 19 augustus 1996 



Niets is zo deplorabel als een vakantie met acht mensen die in een chalet onder 
het geluid van de tikkende regen op eikaars Hp zitten te kijken. De strips waren 
uitgelezen, op de camping kon Karaoke niemand nog boeien. Het bleef maar 
regenen. Mevrouw V had zich neergelegd bij een mislukte vakantie. Maar toen, 
die ochtend, scheen plots de zon. "Luister kinderen', klapte moeder in de 
handen. "Wat gaan we vandaag doen?' "Zwemmen!' gilden de kleinsten. "In 
Bertrix is er een mooi zwembad', stelde Daan, de oudste zoon, voor.' 

Om vijf voor twee in de namiddag arriveert op de parking van het 
zwembad van Bertrix de overvolle minibus van de Vlaamse familie V Twee 
parkeerplaatsen verder staat een fonkelnieuwe rode BMW serie 5. Vader V 
geeft acht monden de kost door te werken in een autofabriek en draait 
bewonderend rond het glimmende koetswerk. Dan valt zijn oog op de 
verroeste bestelwagen ernaast. Na de zomer wil het gezin een nieuwe wagen 
kopen en vanuit die optiek levert het wrak heel wat stof tot hilariteit. "Bezie dat 
hier eens', lacht mevrouw V "Kijk, hij gaat zijn knalpot verliezen. En met die 
banden geraakt hij ook niet ver meer.' Oma probeert door de donkere 
raampjes naar binnen te gluren, maar geeft brommend op: "Net een 
varkenstal.' 

Aan het zwembad wacht de familie een tegenvaller. Het is gereserveerd 
voor een groep gehandicapte kinderen en gaat pas om drie uur weer open voor 
het publiek. De vier jongste kinderen gaan stoeien op het speelplein naast het 
zwembad. Tegen het poortje leunt een donkerharige man met een snor. "Die 
man viel op omdat er daar verder zo weinig volwassenen waren', zegt mevrouw 
V later. "Bij de ingang van de atletiekpiste, enkele meters verder, stond nog een 
ander bizar heerschap naar de kinderen te kijken. Pafferig gezicht. Haar in een 
scheiding. Omvangrijke buik. Wit hemd, donkerblauwe kostuumbroek.' Op het 
speelplein zelf bemerkt mevrouw V nog drie vrouwen. Twee moeders aan een 
glijbaan en, 

93 



afgezonderd op een bank, een blonde vrouw met een losjes gebonden 
paardenstaart. Naast haar staat een buggj^ waarin een baby ligt te slapen. 
Terwijl mevrouw V en haar man op de oprit overleggen - wachten of een 
ander zwembad zoeken? - loopt een jonge magere kerel voorbij. 'Een 
nonchalant type met een jeansbroek en een leren vest. Hij liep recht op die 
met de snor af en wisselde enkele woorden. Toen Mep hij naar die dikke en 
fluisterde wat. Daarna vatte hij post aan de deur van het zwembad.' 

Ook het cafetaria is dicht. Ander zwembad dan maar. Het is twintig na 
twee. Mevrouw V roept naar de kinderen. Dat is het moment dat ze zich 
achteraf het scherpst herinnert. 'De twee mannen aan de omheining draaiden 
zich om en keken mij aan. Ze praatten met elkaar op fluistertoon, in het Frans. 
Ze bleven me maar aanstaren.' Als een kloek die haar kuikens telt, keert 
moeder V zich bij het verlaten van de plek nog eens om. Dat doet ze altijd 
sinds ze op een zaterdag de kleinste thuis vergat en dat pas merkte bij de 
aankomst in de supermarkt. 'Die mannen aan het zwembad keken ons nog 
steeds na, de hele tijd. Het was echt raar hoor.'*2 

OP vrijdag 16 augustus maakt België kennis met Mare Dutroux, Mchèle Martin, 
Michel Leüèvre en Michel Nihoul. In de chalet te Poupehan geeft één van de 
kinderen een gil wanneer de verdachten op het kleine beeldschermpje ver- 
schijnen. 'Zij waren het, honderd procent zeker', zegt mevrouw V AUevier. We 
hebben ons toen het hele weekeinde zitten afvragen of we naar de rijkswacht 
zouden stappen of niet. Tenslotte hadden ze de daders al.' 'Misschien', oppert 
vader, 'is het voor het gerecht wel interessant om te weten dat de bende daar 's 
namiddags al stond.' De ouders beslissen dat alleen zijzelf en hun oudste zoon 
zullen getuigen. 'Daan herinnerde zich vooral Nihoul, die aan de atletiekpiste 
stond', zegt mevrouw V 'Daan zit in een sportclub en wou de piste bekijken. H;j 
heeft daar twintig minuten lang schouder aan schouder gestaan met Nihoul.' Wie 
moeder V hoort praten over zwembad, adetiekpiste en speeltuin, denkt spontaan 
aan een immens sport- en recreatiecomplex. De enige manier om te begrijpen 
hoe dicht deze mensen met hun ogen op de situatie zaten, bestaat erin om zelf 
naar Bertrix te gaan en even de omgeving in je op te nemen. AUes heeft zich 
afgespeeld binnen enkele vierkante meters. 

Mevrouw V heeft geen flauw idee in welk wespennest ze zich stort, wanneer 
ze op maandag 19 augustus de deur openduwt van de gammele openbare tele- 
fooncel op het pleintje van Poupehan. Even later rijden twee rijkswachters van 
de brigade Bouillon met hun combi het kampeerterrein op om de verklaringen 
van vader en moeder op te nemen. Waren in Bertrix op 9 augustus, herkenden 
Dutroux, Leüèvre, Martin en Nihoul, noteren ze kort.' Aan de familie vragen ze 
om twee dagen later nog even naar het bureau te komen. 

In Bouillon krijgen vader, moeder en zoon die woensdag een niet echt van 
werkijver overlopende rijkswachter tegenover zich. Voor hem is de zaak- 
Dutroux zo klaar als een klontje. De daders zijn gearresteerd. Het enige wat deze 
mensen.kunnen bijbrengen, zijn zaken die men in Neufchateau al weet. Het valt 
hem wel 



94 



op dat de drie Vlaamse toeristen hun best doen om zich de twintig minuten zo 
accuraat mogelijk voor de geest te halen. In hun relaas zitten kleine elementen 
die de speurders zullen natrekken en die kloppen: de kleur van de buggy van 
Michèle Martin, de broek van Dutroux, het hemd van Nihoul 

Laetitia DeUiez is ontvoerd op vrijdag 9 augustus, omstreeks 21 uur. Twee 
getuigen hebben de ontvoerders gezien: een non en een student. De non zag 
de witte bestelwagen in de vooravond, de student vroeg in de namiddag. 
Omstreeks 13 uur, denkt hij. De student is eind augustus een nationale held. Al 
van kindsaf heeft hij een manie voor autoplaten. Die ene \^ist hij te onthouden 
omdat ze zowel de initialen als een deel van de geboortedatum van zijn zus 
Frédérique bevatte. Het geheugen van de student is het Waterloo van Dutroux. 
Het is hij die de speurders op het juiste spoor bracht. Dus gaat iedereen, ook 
de rijkswachter in Bouillon, er logischerwijze vanuit dat Dutroux, Nihoul en co 
al op vrijdagmiddag in Bertrix waren. De familie V schikt zich zonder meer 
naar die logica. Pro forma wordt haar gevraagd wat ze zich verder nog van die 
bewuste dag kan herinneren. 'Die avondmarkt', merkt vader V op. 'We zijn na 
het zwemmen nog door het dorpje Rochehaut gereden. Daar was die 
avondmarkt.' De rijkswachter draait zich om, wenkt een collega. 

- Zeg, die avondmarkt in Rochehaut, wanneer was dat ook 
alweer? - Laat eens denken. Ik heb daar nog zelf het 
verkeer staan regelen. - Was dat niet op de dag van de 
ontvoering van Laetitia? 
-Ja, die vrijdag. Dat moet toen geweest zijn.*5 



Laetitia DeUiez heeft tijdens haar ontvoering twee mannen gezien: Mare 

Dutroux en Michel Lelièvre. Nihoul heeft ze nooit opgemerkt, vertelt ze de 
speurders op 19 augustus. Die avond werd ze vanuit de bestelwagen 
aangesproken door Lelièvre. Daarop greep Dutroux haar langs achteren vast 
en duwde haar in de wagen. Laetitia onderging dezelfde Rohypnol-behandeling 
als Sabine Dardenne. 'Ik ben wakker geworden in een verhoogd bedje', zegt 
ze. 'Ik had alleen nog mijn slip aan. Ik was aan een bed vastgeketend. Later 
heeft Dutroux me daar ook op mijn rug vastgebonden (...). Toen hij me eten 
kwam brengen, droeg hij zelf alleen een onderbroek. Hij verplichtte me om 
samen met hem een bad te nemen.' 

Laetitia kreeg van Dutroux hetzelfde verhaal opgedist als Sabine: haar 
ouders willen het losgeld niet betalen en de chef is van mening dat ze dan maar 
moet sterven. Zo werd het afdalen in de kelder haar keuze, niet de zijne. Veel 
gegeten heeft ze tijdens haar verblijf in Marcinelle niet. 'We mochten slechts 
een conservenblik openen indien Dutroux twee dagen niet was langsgekomen. 
Onze behoeften moesten we in plastic emmers doen. Die mochten pas 
worden leeggemaakt van zodra ze tot de rand gevuld waren (...) Dutroux 
noemde mij IsabeUe.' 

Na het uitbreken van de zaak-Dutroux wordt wekenlang gespeculeerd 
over video's en foto's die in zijn huizen zouden zijn aangetroffen. Uiteindelijk 
zal blijken dat daar niets van aan is. Die vaststelling brengt velen tot het inzicht 
dat de zaak helemaal niet zo buitensporig is als ze Hjkt. Het gaat hier kennelijk 
om een 



95 



geïsoleerde pervert, die kinderen "voor eigen gebruik' ontvoerde. Tijdens haar 
verhoor zegt Laetitia Delhez iets dat andere interpretaties toelaat: "Dutroux 
had foto's gemaakt van Sabine en liet me die zien.' Bij Mare Dutroux zijn nooit 
foto's teruggevonden van Sabine Dardenne. Niemand weet waar ze zijn. 
Waarom maakte Dutroux ze? Om er zelf naar te kijken, of ten behoeve van 
anderen? Er is nog een andere opmerking van Laetitia die de aandacht van de 
speurders vasthoudt. "Tijdens mijn verblijf in dat huis heb ik Dutroux twee 
namen horen noemen: Michel en Jean-Michel. Ik hoorde hem ook zeggen: pa a 
marché. " 

In de avond van woensdag 14 augustus 1996, 24 uur voor de bevrijding van 
Laetitia, valt de 23e brigade van de gerechtelijke politie binnen in de flat van 
Michel Nihoul op de Jasparlaan 89 in Sint-GiUis. Er is niemand thuis. Op een 
bureau in de werkkamer treffen de speurders twee telefoonnummers aan. Het 
eerste is dat van Mare Dutroux, het tweede hoort bij de bieper van Michel 
LeHèvre. Van de bewoner hebben de speurders op dat ogenblik niet veel meer 
in handen dan een vage omschrijving als "Brussels zakenman' en de 
wetenschap dat hij in de dagen voor en na de ont\roering permanent in 
telefonisch contact stond met Dutroux en Leüèvre. In de uren voor hun 
arrestatie, toen in het huis van Michèle Martin in Sars-la-Buissière de Mjn werd 
afgetapt, hoorden ze de stem van Nihoul. Daar werd later ook een Post-it 
aangetroffen met zijn telefoonnummer. Het handschrift is van Martin, de 
boodschap verraadt hoe Nihoul zich Het noemen: het was een verzoek terug te 
bellen raar 'Jean-Michel de Bruxelles: ' 

Via het ZoUer/Malicieux-systeem zijn de in- en uitgaande telefoongesprek- 
ken van Dutroux nagetrokken. Daarbij valt op hoe intensief de contacten zijn. 
In de dagen voor de ontvoering telefoneren Nihoul en Dutroux tot vijf keer 
per dag met elkaar. Sommige gesprekken zijn kort, andere duren bijna een 
halfuur. Op 10 augustus, daags na, belt Dutroux opnieuw met Nihoul. 
Zondagavond 11 augustus belt Nihoul met Dutroux. Op 12 en 13 augustus 
hangt Nihoul opnieuw aan de Hjn. Van het laatste gesprek bestaat een 
bandopname waarin Nihoul dreigende taal spreekt: Als LeMèvre mij doubleert, 
zal ik hem weten te vinden." Nihoul zal altijd volhouden dat deze telefoontjes 
alleen betrekking hadden op zijn auto, die LeHèvre zou laten hersteUen. 
Volgens hem is dat ook bewezen. "De hoorn werd telkens opgenomen door 
een vrouw. De tweede keer vroeg die vrouw me wat ik nu eigenHjk wou. 
Daarop antwoordde ik dat het ging om mijn auto en dat ik wou weten of die 
klaar was.'*9 De vrouw die de telefoon opneemt, is een rijkswachtster. De 
aanhouding van Dutroux is in het grootste geheim verlopen en er is een 
patrouille ter plaatse gebleven om het komen en gaan in de hoeve te Sars te 
volgen. Want op 13 augustus is Laetitia nog niet teruggevonden. 

Wanneer de GP'ers in die avond het appartement van Nihoul 
doorzoeken, doen ze dat aanvankeUjk met de stiUe hoop daar Laetitia Delhez 
aan te treffen. Dat is niet het geval. Op een drafje doorbladeren ze de 
aanwezige documenten en vormen ze zich een beeld van de grootsprakerige 
charlatan die het tegenwoordig blijkbaar niet zo breed meer heeft. Ze vinden 
verzekeringspoHssen terug. 



96 



autopapieren, brieven waarin gewag wordt gemaakt van vastgoedexpertises - 
onder meer voor rekening van Michel LeHèvre. De buurvrouw van een verdie- 
ping hoger komt aanbellen. Annie Bouty, ex-advocate en ex-vriendin van 
Nihoul, heeft de invasie zitten aankijken en vraagt beleefd waar Nihoul al die 
aandacht aan dankt. "Ik zal hem wel voor u beUen', stelt ze GP-commissaris 
Raymond Drisket behulpzaam voor. 

Nihoul wü die avond liever niet in de kijker lopen. Wanneer Drisket hem 
via Bouty aan de telefoon krijgt, zit hij slechts een paar kilometer verderop in 
Jette, bij zijn vriendin Marleen De Cockere. Drisket vraagt Nihoul om zich 
aan te bieden voor een verhoor in verband met de verdwijning van Laetitia 
Delhez. Nihoul houdt de boot af. "Ik heb daar niets meer te maken en ik zit 
hier nu trouwens in Zeebrugge.' Met Drisket wordt afgesproken dat hij zich 
op maandag 1 9 augustus zal aanbieden bij de GP in Brussel. Nihoul zal later 
de schouders ophalen over de vraag waarom hij loog. "Ik had geen zin om de 
nacht door te brengen bij de poHtie."*10 

Michel Nihoul staat bekend als een nachtmens, maar de ochtend na de 
huiszoeking staat hij vroeg op en verdwijnt van de aardbol. Marleen De 
Cockere ziet hem tussen zeven en acht uur 's ochtends vertrekken. Ze brengt 
zelf de dag door bij haar zus in Zeebrugge, en ziet hem pas 's avonds even 
voor zevenen terug.*! 5 Ook Annie Bouty weet niet waar hij op 15 augustus 
heeft uitgehangen. Ze heeft hem die ochtend heel even gezien, omdat hij haar 
auto kwam lenen. "Nihoul zag er erg moe uit', weet Bouty nog. "Het was alsof 
hij een zware nacht achter de rug had. Hij zei me dat hij de BOB'er Vannesse 
uit Dinant, voor wie hij tipgever was, nog wilde zien voor hij verhoord zou 
worden. Hij is daar echter niet in geslaagd. '*12 

Of Michel Nihoul de mysterieuze opdrachtgever achter de 
kinderontvoeringen is of niet, één ding is wel zeker. Het moet hem in de 
avond van woensdag 14 augustus 1996 perfect duidelijk zijn dat Dutroux in 
nesten zit. De huiszoeking in zijn flat, de wetenschap dat daar gezocht is naar 
Laetitia en het feit dat in Sars de telefoon werd opgenomen door een vreemde 
vrouw, moeten voor hem voldoende indicaties zijn dat zijn slonzige vriend 
ervan verdacht wordt het meisje te hebben ontvoerd. In de ochtend van 14 
augustus hebben twee Vlaamse kranten bovendien al gemeld dat er in dat 
verband "enkele verdachten zijn opgepakt' in Charleroi.*13 In zijn memoires, 
die hij eind 1997 in de gevangenis neerpent, schrijft Nihoul dat hij die 
donderdag 15 augustus rustig is gaan doorbrengen in het dorpje Agimont in 
de buurt van Dinant, waar de familie van Bouty een huis bezit. In dit 
feitenrelaas is geen sprake van een poging om Vannesse te contacteren. 
Nihoul stelt het voor als een onbezorgde zonnige dag: "In de ochtend rij ik 
naar Agimont, zoals voorzien. Rond 15 uur belt men mij vanuit het kantoor 
van Annie in Brussel, om te melden dat de heer Drisket langs is geweest en 
me snel wenst te ontmoeten. Het weekend begint goed! Via de GSM bereik ik 
Drisket en hij vraagt waar ik ben. Ik zeg het hem. Hij eist dat ik stante pede 
naar hem toekom. Hierop repliceer ik dat we reeds een afspraak hebben. Hij 
houdt het been stijf en ik geef toe. We zien elkaar om 19 uur. Op dat ogenbHk 
heb ik nog geen 



97 



flauw idee van de ernst van de zaak. Ik vernam dat Dutroux en Lelièvre waren 
aangehouden. Denkt u dat ik me, indien ik me iets te verwijten, in de muü van 
de wolf had gestort?'*14 De speurders zelf hebben een andere versie. Daarin 
zou Nihoul aan Drisket gezegd hebben dat hij "in Frankrijk' zit en dat geen 
haar op zijn hoofd eraan denkt om naar Brussel terug te keren. Pas nadat 
Drisket heeft gedreigd met een internationaal aanhoudingsmandaat van 
Connerotte, stemt Nihoul in met een verhoor, diezelfde avond. 

Omstreeks 19 uur, bijna gelijktijdig met de bevrijding van Laetitia en 
Sabine, stapt hij de kantoren van de GP binnen. Tijdens zijn allereerste verhoor 
zet Nihoul de toon die hij bij de vele volgende gelegenheden zal aanhouden. Hij 
wil charmeren en overklassen tegelijk. "Michel Lelièvre? Een hulpeloze junk die 
ik twee jaar geleden voor het eerst heb ontmoet. Ik geloof dat hij sjoemelt in 
auto's.' Het portret van Dutroux is niet veel flatterender. Een viespeuk, zegt 
Nihoul, een amateur-pervert die de illusie koesterde om zijn verkrotte boerderij 
om te toveren tot een seksclub. 'Hij sprak van een club voor échangisten', legt 
Nihoul uit. 'Toen hij hoorde dat ik bouwkundig expert was, vroeg hij me daar- 
over advies. Ik heb hem dat afgeraden. Dat is de enige keer dat ik bij hem thuis 
ben geweest.'*! 5 Nihoul preciseert later dat deze ontmoeting, gevolgd door een 
vluchtige expertise, dateert van 13 september 1995. 

Terwijl Nihoul zich uitslooft om zoveel mogelijk afstand te nemen van het 
gebroed uit Charleroi, kletsen Dutroux en Lelièvre honderduit over hem. 
Lelièvre is de eerste om te praten over een prostitutienetwerk dat tussen België 
en het Oostblok zou worden opgezet. De meisjesronselaar in Slowakije zou ene 
Yano zijn, de vader van hun Slowaakse vriendin Eva. De centrale flguur in 
België, zegt Lelièvre, is Nihoul. Hij zou de contacten leggen met de bars om de 
meisjes te plaatsen. Ook Dutroux beschouwt Nihoul als een invloedrijk pooier. 
"Lelièvre bracht me met hem in contact omdat hij meisjes zocht om hen in een 
prostitutienetwerk te zetten. Hij wilde Tsjechische en Slowaakse meisjes. Hij 
wist dat ik contacten had in Slowakije. Het is nooit doorgegaan. Hij beloofde 
30.000 frank per meisje. Hij vroeg er een of twee per keer, niet meer. Die man 
gaf me de indruk dat hij aUes kon doen. Hij had een lange arm. Daarna zijn we 
regelmatig naar hem teruggegaan en heb ik vernomen dat hij voor papieren kon 
zorgen, en dat soort dingen.' 

Het is de eerste en de laatste keer dat Dutroux in dergelijke termen over 
zijn Brusselse vriend spreekt. Even fanatiek als hij hem de volgende maanden 
zal vrijpleiten van elke betrokkenheid, laat hij op 24 augustus van Nihoul geen 
spaander heel: 'Hij raadde me aan om sadomasochistische orgieën te 
organiseren omdat dat meer geld opbracht.' Nihoul is zelf een fervent 
aanhanger van SM, zegt Dutroux nog.*16 

Michèle Martin komt pas begin september los. 'De laatste tijd waren er 
veelvuldige en nauwe contacten met Nihoul', vertelt ze. 'Het weekeinde van 9 
en 10 augustus heeft Nihoul ongewoon vaak gebeld. Dutroux ging hem 
bezoeken in Brussel, Nihoul telefoneerde naar Sars. Nihoul heeft ook relaties in 
Duitsland en 



98 



Slowakije. Van Mare weet ik dat hij van vrouwen en orgieën houdt. Verder 

weet ik dat hij, Nihoul, drugs levert aan Lelièvre en in valse papieren doet.' 
Volgens Martin is Nihoul verschillende keren op bezoek geweest in 
Marcinelle, en dit in augustus 1995, wanneer JuHe en Melissa daar in de 
kelder opgesloten zitten. Ze heeft maar één omschrijving voor Nihoul: 'Een 
groot varken.' Ze was getuige van een vreemd gesprek tussen haar man en 
Lelièvre, net voor die in juni 1996 samen naar Slowakije vertrokken. 'Mare 
zei tegen Michel dat ze nog een meisje nodig hadden voor Nihoul. Ik weet 
niet of het meisje van België of van Slowakije moest komen. Waarschijnlijk 
moet er een net\^rerk bestaan.'*18 

Geconfronteerd met dit soort verklaringen beschouwt Connerotte 
Nihoul na enkele dagen als doelwit nummer 1. De publieke opinie denkt er 
net zo over. In de avond van 20 augustus 1996 maakt het land via de televisie 
kennis met Virginie Baranyanka en Frédéric Clément de Cléty, de twee 
advocaten van Michel Nihoul. Zij is een kleurlinge, hij lijkt zo weggelopen uit 
de rol van slechterik in Miami Vice. 'Het enige wat ze tegen mijn cHënt 
hebben, zijn enkele telefoontjes met Dutroux', bezweert Baranyanka de 
journalisten. "Wij zuUen aantonen dat het allemaal draait om een misverstand. 
Dutroux zou de auto van monsieur Nihoul herstellen en treuzelde. Daarom 
belde mijn cliënt zo vaak.'*^' 

Michel Nihoul is sinds jaar en dag goed bevriend met Raphael Munoz, baas 
van Café du Port in Laken, en eigenaar van een garage. De twee zijn hemd en 
broek. Een tijdlang gingen ze samen naar de manege in Oppem-Meise, waar ze 
een paard hadden. Nihoul is ook een tijd gedomicilieerd op het adres van de 
Lakense automecanicien.*20 Je zou kunnen veronderstellen dat Nihoul voor 
problemen met zijn Audi 80 slechts één adres had: Munoz. In de maand juH 
1996 is er effectief een probleem. Aan zijn auto kon je zien in wat voor 
precaire financiële toestand Michel toen verkeerde', zegt zijn vriend Léopold 
Godfraind. 'AUes wat aan die bak kon rammelen, rammelde. Iedereen vroeg 
zich af hoe lang het nog zou duren voor hij in panne zou staan.'*20 Buiten 
Munoz kent Nihoul nog meer mensen in de autobranche. In de jaren tachtig is 
hij als radioman bij de vrije zender Radio Activité goed bevriend geraakt met 
de bonzen van het bekende Brusselse takelbedrijf Radar, voor wie hij 
reclamespotjes uitzond. Een van zijn vrienden bij Radar ontmoette Nihoul 
regelmatig in zijn stamkroeg The Dolo. 

Al wie ooit het ongeluk heeft gekend om in Brussel zijn wagen we^etakeld 
te zien, weet hoe ongenadig firma's als Radar kunnen zijn bij het aanrekenen 
van staHingskosten. Uitgerekend de firma Radar moet op 31 juli 1996 rond het 
mid-daguur in Brussel uitrukken om een blauwe Audi 80 weg te takelen. In de 
wagen zitten Michel Lelièvre en Damien Randazzo. Die laatste is een 
autoknutselaar uit Fleurus, die nergens als dusdanig geregistreerd staat en niet 
eens telefoon heeft. Niet Munoz, maar hij wordt geacht de Audi 80 te 
herstellen. 'Er is te veel werk aan om het hier te doen', heeft Randazzo die 
middag gezegd. De wagen moet naar de garage in Fleurus. Dat de problemen 
ernstig zijn, blijkt na tweehonderd meter. Nabij de Naamse Poort vallen 
Lelièvre en Randazzo stil. De Audi blokkeert een kruispunt en lokt een 
politiewagen. De agenten bekijken de nummer 



99 



plaat, stellen vast dat die ingeschreven staat op naam van ene Marleen De 
Cockere en monsteren de twee inzittenden.*22 Leüèvre moet zijn papieren 
tonen. Ui) staat sinds 29 november 1995 geseind in Centraal Signalementenblad 
(CSB) van de Belgische politiediensten en mag meteen een en ander komen 
uitlegen op het commissariaat. XeHèvre was vrij snel temg', herinnert De 
Cockere zich. "Hij was vergezeld door politiemannen. Het hele gezelschap is 
toen naar Annie Bouty getrokken. '^^ Na wat discussie mag Leüèvre beschikken. 
De Audi niet. Die staat nu op de parking van Radar. 

De vraag rijst wat Nihoul ertoe bewogen mag hebben om zijn Audi aan 
Leüèvre toe te vertrouwen en ook na dit kostelijke incident geen reden te zien 
om een eenvoudiger oplossing te bedenken. Dat Leüèvre en Randazzo knoeiers 
zijn, heeft hij al ondervonden. In zijn boek vertelt Nihoul over zijn eerste 
kennismaking met de "autobranche' van Dutroux en LeHèvre, medio 1995, 
ergens in de buurt van Charleroi: "Het speet me onmiddeUijk dat ik gekomen 
was, want uit het gesprek dat hij [LeHèvre, nvda] met zijn vriend voerde bleek 
vrij gauw dat hij evenveel van mechaniek afwist als ik van tandheelkunde (...). 
Na tien minuten vroeg ik me echt af wat ik eigenlijk kwam doen in dat verlaten 
gat.'*24 Het ten tweeden male aankloppen bij Leüèvre, heet het later, is Nihoul 
ingegeven omdat die hem eind juli 1996 nog 15.000 frank moet en dat bedrag 
ongeveer de kosten van de reparatie dekt. Die uitleg kan kloppen, maar vloekt 
met de hoge kosten om een wagen elf dagen lang bij Radar te laten stallen. Zo 
lang zal het duren voor Leüèvre de wagen laat ophalen. Nihoul zegt dat hij de 
factuur, ondanks zijn goede contacten daar, wel degelijk heeft moeten betalen - 
wat klopt, aangezien de factuur wordt teruggevonden in het huis van Mare 
Dutroux.*25 

Om de Audi in Fleurus te krijgen, is er nood aan een takelwagen. Leüèvre 
weet dat Dutroux er één heeft en laat Nihoul in de eerste dagen van augustus 
weten dat alles langs die weg wel in orde komt. Het duurt tot zaterdag 10 
augustus - daags na de ontvoering van Laetitia - voor Leüèvre ten tonele 
verschijnt. Enkel om te melden dat Dutroux "straks zal komen', zegt Nihoul. 
Dutroux laat zich die dag niet zien. Hij komt de auto pas 's anderendaags, op 1 1 
augustus wegslepen. Het verhaal wordt nog absurder. Wat blijkt? Damien 
Randazzo vertrekt op 15 augustus 1996 voor drie weken met vakantie. Er 
resten hem dus nog drie werkdagen om de klus te klaren. "Dat is ook de reden 
waarom ik de hele tijd belde', zegt Nihoul later, die schijnbaar altijd geweten 
heeft dat Randazzo op het punt stond om naar Italië te vertrekken. "Ik wou 
mijn auto voor 15 augustus kon terugkrijgen!' 

Ook zonder al dat getelefoneer had Nihoul in elk geval nog drie weken 
moeten wachten. Want wanneer de speurders eind augustus de Audi 80 van 
Nihoul terugvinden in Fleurus, heeft Randazzo er nog steeds geen vinger naar 
uitgestoken. "Geef toe', zegt een speurder. "We mochten ons toch wel enkele 
vragen steUen. Dat verhaal over die Audi rammelde nog meer dan die Audi 
zelf' Wanneer de speurders hem op 15 augustus vragen wanneer hij voor het 
laatst contact had met Leüèvre, beweert Nihoul eerst dat hij hem al "in geen 
twee 



100 



weken meer' heeft gezien, om zich een paar uur later te herinneren dat Leüèvre 
vorige zaterdag nog is langs geweest.*26 Vrij snel büjkt dat Nihoul het "tuig uit 
Charleroi' beter kent dan hij wil toegeven. Tijdens een huiszoeking in Leüèvres 
huis in Jemeppe-sur-Sambre worden op 22 augustus documenten van Nihoul 
teruggevonden.*27 Datzelfde huis is eerder door de politie onbewoonbaar ver- 
klaard, waarna Nihoul als een reddende engel overkwam uit Brussel om als 
■expert' het tegendeel te attesteren. Ook over het aantal keren dat hij Dutroux 
ontmoette, geeft Nihoul büjk van een slecht geheugen. Aanvankeüjk houdt hij 
het op "hooguit drie, vier keer misschien.' Hij kan zelfs een lijstje maken. De 
eerste ontmoeting volgde na zijn autoprobleem in september 1995, toen 
Leüèvre er niets van bakte. Bij de expertise van het huis in Jemeppe-sur- 
Sambre, was Dutroux er - als eigenaar - ook bij. Dat was de tweede keer. Later 
zijn Dutroux en Leüèvre nog eens op bezoek gekomen in Brussel. En dan was 
er nog dat laatste bezoek op zondag 11 augustus, toen Dutroux met de 
takelwagen kwam. "Et voMa, dat is aUes', zegt Nihoul. *28 

Het lijstje van Nihoul is onvolledig. Annie Bouty heeft het tijdens haar 
verhoor op 9 september 1996 over een etentje bij haar thuis, waarop Nihoul 
zowel Dutroux als Leüèvre had meegebracht. Dat herinnerde ze zich goed, 
want ze hield niet zo van die ongewassen pummels. Nihoul ging erg 
gemoedeüjk om met dit duo, weet Bout)' nog. "Ik ben er zeker van dat ze die 
avond voor en na het etentje nog verdere contacten hadden. Het is 
onmogelijk dat Nihoul zich dat etentje niet herinnert.'*^' Geconfronteerd met 
deze verklaring, geeft Nihoul toe dat er een etentje is geweest. Michel LeHèvre 
maakt het lijstje nog wat langer. Hij heeft het over een XTC-deal die in de 
maand juni 1996 werd afgesloten op het appartement van Nihoul. Nihoul 
zou XTC leveren. Dutroux schoot het geld voor, hijzelf zou de drugs 
verkopen. Op zeker ogenbük, aldus Leüèvre, hadden Dutroux en Nihoul ook 
plannen voor de levering van een dertigtal wapens aan Nihoul, die ze dan zou 
doorverkopen aan een Afrikaanse vriend van Bouty.*30 Leüèvre verklapt 
tussendoor ook nog dat hij ergens in 1995 tien dagen lang heeft gelogeerd bij 
Annie Bouty. "Een week, op de sofa', verbetert Bouty. "Op vraag van 
Nihoul.' De reactie van Nihoul evolueert hier van "onmogeüjk' naar "één 
nacht' tot "misschien wat langer'. Wat Nihoul zich aanvankeüjk evenmin 
herinnert, is de komst van Mare Dutroux en Bernard Weinstein, wanneer zij 
in november 1995 bij hem aankloppen voor een vals paspoort. Als Annie 
Bout)' dat zegt, zal het wel waar zijn zeker', berust Nihoul.*31 

Na enkele verhoren verandert Nihoul het geweer van schouder. Hij 
vertelt zijn ondervragers dat hij deze bende in feite wou infütreren ten behoeve 
van Gérard Vannesse, zijn maatje bij de BOB van Dinant. Daarom had hij 
tegenover Dutroux hoog van de toren geblazen toen die was beginnen praten 
over zijn plannen voor een prostitutienetwerk Nihoul geeft toe dat hij hiervan 
op de hoogte was. "Maar ik dacht dat het om grotere meisjes zou gaan, niet om 
minderjarigen.' Kort na het uitbreken van de zaak Dutroux zit in een Brusselse 
gevangenis de jonge Britse drugkoerier David Walsh zich voor zijn 
televisietoestel op te vreten. 



101 



Elke keef als de buikige man in kostuum in beeld verschijnt, bekruipt hem de 

neiging om zijn toestel te bekogelen met alles wat in zijn cel los of vast zit. Walsh 
is een vroegere bajesvriend van Michel Leüèvre en Casper FHer. Hij toerde in aprü 
1996 in België rond met een lading van 5.000 XTC -pillen en 15 küogram 
amfetamines. Van zijn opdrachtgever kreeg hij 200.000 frank om het goedje naar 
Noorwegen of Zweden te smokkelen. Onderweg heeft Walsh andere plannen 
gemaakt. Indien hij de drugs zelf verkoopt, in België bijvoorbeeld, valt er voor 
hem veel meer aan te verdienen. Hij klopt aan bij Michel Nihoul, een oude 
bekende. Samen met Nihoul en LeMèvre is hij ooit naar Marokko gereisd om er 
een gestolen auto te verkopen. Nihoul ontvangt Walsh met open armen. 
Aangezien de Brit in België nog gezocht wordt in een opHchtingszaak, laat hij hem 
onderduiken in het appartement van Marleen De Cockere. 

Nihoul belooft Walsh de hele vracht drugs binnen de 48 uur te verkopen, 
zodat ze samen een deel van de opbrengst kunnen opstrijken. Nihoul doet echter 
iets anders. Hij trekt naar Vannesse en verlinkt Walsh. De arrestatie van Walsh 
wordt een zaak voor de sectie dmgs van de Brusselse BOB. Ze vindt plaats op 
dinsdag 23 aprü 1996, de verjaardag van Michel Nihoul. Nihoul leidt de operatie 
zowat persoonlijk. Hij doet Walsh in de straten van Brussel achter hem aan rijden 
tot aan een kruispunt waar hij rendez-vous heeft met de BOB. Nihoul stopt voor 
een verkeerslicht en zorgt ervoor dat Walsh niet meer voor- of achteruit kan. In 
zijn auto vinden de BOB'ers de 15 kilogram amfetamines terug. En de XTC- 
piHen? Verdwenen. Daar waar in de notities van Vannesse wel sprake is van XTC, 
reppen de Brusselse BOB'ers er met geen woord meer over.*32 

En toch komen de XTC-piUen terug boven water. In de zaak-Dutroux. Het 
begint al bij die allereerste huiszoeking, in de avond van 14 augustus 1996. 
Annie Bout)', die tegenover de GP'ers de behulpzaamheid zelve is, bekent 
achteraf dat ze stiekem twee enveloppen met XTC-pülen heeft 
verdonkeremaand. Ze is ermee naar het gelijkvloers gegaan, en heeft ze daar in 
de brievenbus van Nihoul gedropt. Op bevel van Nihoul zelf, zegt ze, nadat ze 
hem aan de telefoon had. Ook de ochtend na de huiszoeking, wanneer Nihoul 
bij haar langskomt om haar auto te lenen, is hij bezorgd om de pillen. "Tijdens 
een conversatie met Marleen De Cockere heeft hij gezegd dat het probleem was 
dat Leüèvre pillen had gekregen', verklaart Bouty.*^^ 

Michel Lelièvre heeft effectief duizend XTC-pillen ontvangen. Op 
zaterdag 10 augustus 1996 nota bene, enkele uren na de ontvoering van Laetitia 
DeUiez. Op het ogenblik van zijn arrestatie, drie dagen later, heeft hij er nog 
zeshonderd in zijn bezit, die door zijn vriendin Marj'se B. prompt worden 
doorgespoeld in het toilet. Wanneer de speurders daar binnenvallen, vinden ze 
er nog 144 terug. De pillen zijn wit en gemarkeerd met een ster. De bedoeling, 
legt Lelièvre op 29 augustus uit, was dat hij ze in het nachdeven in Charleroi zou 
gaan verkopen en per pil 80 frank zou afdragen aan Nihoul. De reparatie van de 
Audi 80, waarvan de kosten geschat werden op 16.000 frank, was part of the 
deal. Lelièvre zou Randazzo zelf betalen met de opbrengst van de XTC-pülen. 
Het is uitgerekend bij het ter sprake komen van de XTC-handel dat Michel 



102 



Lelièvre zijn ondervragers te kennen geeft dat hij "met de dood bedreigd is' en 
"beter niet zou praten' - iets wat hij na 29 augustus ook bijna niet meer zal 
doen. "In mei 1996 stelde Nihoul ons een partij XTC-pülen voor', zegt 
Lelièvre nog. 'Dat was in de periode toen de plannen voor de meisjeshandel 
met Slowakije vorm begonnen te krijgen. '*34 

Dat Lelièvre toen wel degelijk duizend pülen ontving, wordt bevestigd door 
Maryse B. en door een vriend die zich herinnert hoe de piUen diezelfde dag 
verpakt werden in pakjes van telkens vijftig stuks.*^^ j-[et jg natuurlijk mogelijk 
dat het samenvallen van de ontvoering en de overdracht van XTC binnen 
enkele uren op toeval berust. Binnen die hjjpothese zou het dan gaan om een 
zaak die enkel Lelièvre en Nihoul aanbelangt. Maar zie: op 22 augustus 1996 
worden ook bij Mare Dutroux XTC-piUen teruggevonden. Het gaat opnieuw 
om witte piüen met een sterretje in. Leden van de financiële sectie van de 
Brusselse BOB treffen ze aan in een vals plafond van de badkamer van zijn 
huis in MarcineUe. Dutroux heeft ze daar verstopt in een Tupperware- 
doosje.*36 De pillen zijn hem geleverd door Michel Nihoul, zegt Dutroux. 

Na Operatie Othello ontbrak dit er nog aan. Blijkbaar heeft de Bmsselse 
BC5B de ontvoering van Laetitia Delhez gefinancierd. Dat is althans de 
overtuiging van de speurders van toen. Michel Nihoul was in april 1996 (nog) 
niet geregistreerd als informant. Hij kon dus niet langs de normale, officiële 
weg worden vergoed voor zijn zeer actieve bijdrage aan de arrestatie van 
Walsh. Gesteld dat de BOB Nihoul inderdaad "vergoedde' door een oogje 
dicht te knijpen voor de 5.000 XT(]-pülen, kon men daar niet weten dat die 
enkele maanden later bij een stel kinderontvoerders zouden worden 
teruggevonden. Maar de paniek bij de Bmsselse BOB is er eind augustus niet 
minder om. De Brusselse BC5B-commandant Jean-Marie Brabant trekt 
spoorslags naar Neufchateau om Connerotte te smeken geen huiszoekingen te 
verrichten bij zijn diensten. 

Connerotte is dat in die dagen effectief van plan, omwiUe van de ontdekking 
dat de Brusselse BOB hem heeft belogen toen hij bij aUe poHtiediensten van het 
land navraag deed over Nihoul en Bouty. De diensten van Brabant lieten weten 
dat ze het duo niet kenden. Even later bleek dat de financiële sectie van de 
Brusselse BOB ooit het onderzoek had gevoerd rond zowel de zaak SOS Sahel 
als rond het frauduleuze faülissement van Annie Bout)' et Associés. Wat 
Brabant en Connerotte precies hebben besproken, is niet geweten, maar 
volgens betrokken speurders eindigt het met de belofte dat de beste krachten 
binnen de financiële sectie voor onbepaalde duur exclusief voor Bourlet en 
Connerotte zuUen werken. Zo gebeurt het ook. "In Neufchateau hadden ze 
toen weinig keuze', zegt een speurder. "Na wat er gebeurd was rond Georges 
Marnette en Georges Zicot waren ook de relaties met de GP erg verzuurd.' 

Met de XTC-handel Hjken op het eerste zicht niet direct fenomenale bedragen 
gemoeid, maar in alle hypothesen botst ze frontaal met de uitieg als zouden de 
telefonische contacten tussen Nihoul, Lelièvre en Dutroux enkel verband 
houden 



103 



met het herstellen van een Audi 80. Indien Leüèvre effectief duizend keer 80 
frank vangt voor de XTC-piUen, dan heeft Michel Nüioul hem geen 16.000 
frank gegeven, maar 80.000. Michel Nihoul is een gewiekst onderhandelaar. 
Het is op zich al bizar dat hij zich in vijfvoud zou misrekenen. Het is al even 
onaannemelijk dat hij de marktprijzen niet zouden kennen. Michel LeUèvre is 
zowat 24 uur per dag in de weer met drugs, maar vertelt de speurders in 
Neufchateau halfweg 1997 dat hij de pillen wilde verkopen voor niet 80 
maar... 20 frank per stuk. Die uitleg dateert uit een periode waarin Dutroux, 
Nihoul en Leüèvre in de gevangenis van Aarlen af en toe gezamenlijk worden 
gelucht en al wandelend hun versies op elkaar kunnen afstemmen. De uitleg 
van Leüèvre üjkt het gevolg te zijn van een van deze gesprekjes. Twintig frank 
voor een XTC-pil? Enkele telefoontjes naar drugsspeciaüsten bij de Belgische 
poütiediensten maken duidelijk dat de gemiddelde straatwaarde van een XTC- 
pü in de zomer van 1996 rond de 500 frank schommelde. Ook Leüèvre weet 
dat. Wanneer hij in de begindagen van het onderzoek wordt ondervraagd over 
zijn druggebruik, zegt hij zelf Tn 1994 gebruikte ik dagelijks XTC. Ik betaalde 
500 frank per pü.'*37 

Daags na de ontvoering van Laetitia Delhez is dus een drugslading ter 
waarde van ongeveer een half miljoen frank uitbetaald aan de ontvoerders. 
Met pakweg de moorden op minister van Staat André Cools en de Vlaamse 
rVK-dierenarts Karei Van Noppen waren kleinere bedragen gemoeid. Het is 
overigens onduideMjk wat Dutroux met XTC-piUen zou aanmoeten, tenzij te 
gelde maken. Hij leeft als een asceet. Hij is een fanatieke anti-roker, drinkt 
geen alcohol en verafschuwt drugs. 

"Leüèvre is een leugenaar, ik heb niks te maken met XTC', fulmineert Michel 
Nihoul, wanneer hij op 29 augustus 1996 wordt ondervraagd over de pillen. 
"Leüèvre is die middag [10 augustus, nvda] niet eens bij mij boven geweest! 
Waar zou ik hem die dan pillen gegeven hebben?!'*38 In de gevangenis vertelt 
Walsh dat de XTC verstopt zat in het reservewiel van zijn auto. Annie Bouty 
heeft dat wiel zien staan in het bureau van Nihoul. Hiermee geconfronteerd, 
geeft Nihoul uiteindeHjk toe dat Walsh het reservewiel met de XTC-pülen bij 
Bout)' moet hebben achtergelaten. Nihoul: "Leüèvre is op 10 augustus bij mij 
langs geweest om een papier op te halen voor die auto die nog bij Radar 
stond. Hij moet toen ook Bouty bezocht hebben, en Walsh moet hem daar de 
XTC-piUen gegeven hebben.'*39 Het XTC-onderzoek büjft in die fase steken. 
Nihoul beschuldigt anderen, anderen beschuldigen Nihoul. 

Een raadsel blijft ook wat er gebeurd is met de computer van Michel 
Nihoul. De speurders van de Brusselse GP steRen vast dat er na diens 
arrestatie op 15 augustus nog iemand bestanden heeft uitgeveegd. Tijdens de 
huiszoekingen in zijn flat hebben ze het ook bizar gevonden dat er in het hele 
appartement geen enkele vingerafdruk van Nihoul te vinden was. Uit wat van 
de computerbestanden overbüjft, kunnen de GP'ers opmaken dat Nihoul in 
contact stond met Thierr\' De Haan. Dat is een topman van de 
verzekeringsmaatschappij Royale Beige. Het is diezelfde De Haan die een rol 
speelde in de opüchtingszaak met de 



104 



gestolen vrachtwagen van Fabricom, die onrechtstreeks leidde tot de 

gijzeüngsactie van de drie jongeren door Dutroux en Weinstcin in Jumet.*40 De 
Haan zal voor die feiten in september 1996 worden gearresteerd, maar ook snel 
weer vrijgelaten. 

Na de vakantie heeft de kroostrijke famüie V de draad van het normale gezins- 
leven weer opgenomen. De kinderen gaan naar school. De keuken wordt ver- 
bouwd. Er wordt nog steeds uitgekeken naar een nieuwe fanuliewagen. Af en 
toe krijgt de famiüe bericht van de Brusselse GP, die een deel van het 
onderzoek Nihoul voert. Als contactpersoon krijgt ze commissaris Phiüppe 
Beneux toegewezen. Hij is de Nederlandstaüge rechterhand van Georges 
Marnette. Eind september heeft de famiüe V een afspraak met Beneux om 
samen naar de gevangenis van Aarlen te rijden voor een confrontatie met 
Nihoul achter spiegelglas. "Die confrontaties, dat was nogal een organisatie', 
mijmert mevrouw V "Mijn man, mijn zoon en ik reden eerst naar Bmssel. 
Vandaar vertrokken we dan met twee GP-speurders naar Aarlen. Mijn man had 
speciaal verlof moeten nemen.' Aan de eerste rit bewaart mevrouw V weinig 
goede herinneringen. Ze vindt het vreemd dat Beneux haar onderweg al üjkt te 
wiUen voorbereiden op een afknapper. "Die commissaris zei ons dat ze al 
genoeg hadden tegen Nihoul, dat het niet erg zou zijn als we hem niet zouden 
herkennen. Wij keken elkaar aan. "We zullen zelf wel zien of we hem 
herkennen', antwoordde mijn man.' 

In zijn memoires schrijft Nihoul dat hij nooit ofte nooit heeft getracht zich te 
onttrekken aan een verhoor. Onschuldig als was, was hij altijd paraat om dat te 
demonstreren, zelfs wanneer hij zich ziek voelde.*41 Die dag is daar weinig van 
te merken. De Vlaamse famiüe krijgt Nihoul niet te zien. "We hebben drie uur 
zitten wachten in dat zaaltje', weet mevrouw V nog. Toen kwamen ze ons 
zeggen dat Nihoul niet uit zijn cel wilde komen omdat hij zich niet lekker 
voelde. Goed, wij terug naar Brussel. Korte tijd later hoorden we een bericht op 
de radio: "De confrontatie tussen Michel Nihoul en de kroongetuigen van 
Bertrix is niet doorgegaan. De getuigen uit Vlaanderen hebben zich nameüjk 
teruggetrokken.' Paf, daar sta je dan. We hebben geprotesteerd, maar de mensen 
van de GP zeiden dat we ons daar niets van aan moesten trekken.' 
Het gerucht büjkt hardnekkig en haalt de volgende dag bijna aUe kranten. 
Viriginie Baranyanka verklaart zonder bükken of blozen in de tv-journaals dat 
de getuigen uit Bertrix hebben toegegeven dat ze zich hebben vergist. Op 11 
okto 

ber wordt een nieuwe poging tot confrontatie ondernomen. Dit keer lukt het 
wel. Vader, moeder en zoon herkennen de buikige man aan het zwembad for- 
meel. "Het was Nihoul, zeker weten', vertelt mevrouw V Daarmee is de kous 
niet af Er moet een proces-verbaal worden opgesteld over de confrontatie. 
Commissaris Beneux verhoort haar. 

- Het was hem. Die man die ik aan het zwembad van Bertrix zag. Ik ben 

honderd procent zeker. 

- Hoeveel procent zegt u? 
Honderd procent. 



105 



- Honderd procent zekerheid kunt u nooit liebben, mevrouw. Zo kan ik dat hier niet 
noteren .*42 

Mevrouw V. is wat van haar stuk gebracht en na wat discussie over 
percentages, wordt een compromis bereikt. 98 procent. "Ik had nooit eerder 
een confrontatie meegemaakt', zegt ze. "Wist ik veel hoe dat in zijn werk ging. 
Achteraf hoorde ik van mijn man en mijn zoon dat er tegenover hen door de 
andere GP'ers geen punt was van gemaakt of ze nu honderd procent of 
absoluut zeker waren.' Achteraf blijkt dat van de drie na de confrontatie 
opgestelde processen-verbaal die van zoon Daan het duidelijkst is. Daar staat: 
"... herkent formeel Michel Nihoul als zijnde de persoon die op 9 augustus 
1996 aanwezig was te Bertrix en die aan het begin van de namiddag geleund 
tegen het hek van de atletiekpiste stond. Hij droeg een blauwe pantalon en een 
wit hemd met lange mouwen.'*43 

Dat is anders niet wat de pers over de Vlaamse familie schrijft. "Tijdens 
een confrontatie, vorige zaterdag, herkenden getuigen die Nihoul bij de 
verdwijning van Laetitia in Bertrix meenden gezien te hebben, hem niet', heet 
het enkele dagen later in Het Nieuwsblad *AA En wanneer het Franstalig 
weekblad Vif een jaar later uitpakt met een groot dossier-Nihoul, klinkt het 
zo: "Een moeder van zes kinderen meent in Nihoul de man te herkennen die ze 
aan het speelplein in Bertrix zag, maar "zonder 100 procent zeker te zijn."'*45 

Weken verstrijken. Wanneer het gezin V iets over zichzelf in de pers leest, heet 
het consequent dat zij volstrekt ongeloofwaardig zijn of zich hebben terugge- 
trokken. Op 28 januari 1997 wordt het mevrouw V teveel en belt ze naar het 
kabinet van justitieminister Stefaan De Clerck. Deze informeert in de maand 
februari 1997 bij de Luikse procureur-generaal Anne Thüy. "De familie is ten 
zeerste verwonderd via de pers te moeten vernemen dat de getuigen die Nihoul 
herkenden, zich zouden teruggetrokken hebben', aldus De Clerck, die er in zijn 
brief op aandringt dat de familie nogmaals zou worden verhoord.*46 Dit gebeurt 
op 5 maart 1997. Vader, moeder en zoon herhalen hun verklaringen, moeder V 
laat acteren: "Wanneer uit de processen-verbaal van de rijkswacht of van de 
gerechtelijke politie niet zou blijken dat ik Nihoul herkend heb, dan is dit geba- 
seerd op een misverstand bij de rijkswacht te Bouillon, mede gezien het taalver- 
schil tussen de verbalisanten en mijzelf (ik spreek geen Frans). Ook bij de con- 
frontatie via het doorkijkvenster heb ik Nihoul formeel herkend. Ik ben er mij 
van bewust dat de heer Beneux van de gerechtelijke politie te Brussel aan mijn 
getuigenis twijfelde, maar ik was en ik ben nog steeds formeel dat ik Nihoul op 
09.08.1996 te Bertrix heb gezien en als dusdanig op foto en bij de confrontatie 
heb herkend.'*47 

De berichtenstroom stopt niet, integendeel. De pers heeft beslist dat de 
familie zich teruggetrokken heeft, en terugtrekken zal ze zich. Op een dag belt 
mevrouw V naar een Vlaamse krant. Ze krijgt een journalist aan de Hjn die haar 
onomwonden verwijt dat er van haar hele verhaal "niets klopt' en dat hij dat 
weet van "iemand van de gerechtelijke politie van Brussel'. De journalist geeft 
haar nog 



106 



te kennen dat ze misschien beter achter de kookpotten zou gaan staan. 

Een gevoel van vijandigheid heeft de familie al langer. Bij een terugrit 
huiswaarts na een confrontatie met Michèle Martin wordt haar auto 
kilometerslang gevolgd. In februari krijgt de familie te kampen met 
telefoonterreur. "We belden 

naar mijnheer Beneux, die ons zei dat we ons daar niks van moesten 
aantrekken.' In dezelfde periode wordt moeder V ei zo na van haar sokken 
gereden terwijl ze voor haar woning in een bushokje staat te wachten. Daarna 
trachten twee mannen hun huis binnen te dringen. Moeder V noteert de 
nummerplaat van de twee mannen, maakt die over aan de politie en komt niet 
meer te weten dan dat het een huurwagen betrof. "Op de duur waren we écht 
bang', zegt mevrouw V "Meerdere keren hebben we eraan gedacht om onze 
getuigenis inderdaad terug te trekken. Om van al die ellende af te zijn. Wij 
hebben die Nihoul er nooit van beticht dat hij dat meisje ontvoerd heeft. Ik 
weet alleen dat we hem gezien hebben, die namiddag aan het zwembad van 
Bertrix, samen met Dutroux.' 

Phüippe Beneux blijft er twee jaar na datum rustig bij, en meent dat hem niks te 
ver\\djten valt. Hij en zijn mannen hebben destijds als gekken aan het dossier- 
Nihoul gewerkt, zegt hij. Ter illustratie trekt hij een bureaukast open die van 
onder tot boven gevuld is met mappen vol verklaringen van mensen die Nihoul 
ooit ergens hebben gezien. Beneux is ervan overtuigd dat het gros van deze getui- 
gen bevangen werd door de toen heersende Dutroux-psychose. Dat er achteraf 
een hele polemiek is ontstaan rond het onderzoeksdeel Nihoul, is iets wat hem 
nooit heeft verbaasd. "In Neufchateau hadden ze beslist dat de commissarissen 
Suys en Drisket de hiërarchische oversten werden van Marnette. Puur formeel 
was daar niks mee mis, maar het temperament van Marnette kennende, voelde ik 
als man van het terrein meteen aan dat dit hier in Brussel grote problemen zou 
geven. Er zijn in beide richtingen fouten gemaakt, denk ik, maar het resultaat was 
wel dat men ons na het vertrek van Marnette - met slaande deuren, weet u nog - 
alleen nog inschakelde voor het vuüe werk. Eén keer zijn we uren onderweg 
geweest om te luisteren naar een vriendelijke mijnheer die ons vertelde dat hij 
Nihoul gezien had. Ergens op een trein, in 1987. Om u een idee te geven.' 

Het woord "stiptheidsactie' neemt Beneux niet in de mond, maar zijn uitleg 
maakt wel duidelijk dat de Brusselse GP'ers eind 1996 zelden meer deden dan 
wat hen formeel gevraagd werd. "Persoonlijk heb ik zo mijn ideeën over het nut 
van confrontaties met een persoon van wie het gelaat elke dag op de televisie te 
zien is en over wie dan gezegd wordt dat hij de grootste crimineel aller tijden is', 
zegt Beneux. "Dat was toen het geval met Nihoul. Ik denk dat ik die moeder 
goed heb ingeschat. Ik heb haar inderdaad gezegd dat ze nooit honderd procent 
zeker kon zijn en ook dat ze zich niet verplicht moest voelen om hem te 
herkennen. Maar dit was het probleem: zij voélde zich verplicht. En met haar 
wellicht ook de andere familieleden. Ik geloof rotsvast in de goede trouw van 
die mensen, maar een gerechtelijk onderzoek hoort a charge en a décharge te 
verlopen. Ik heb dus netjes genoteerd wat ze zei, ook al had ik door wat ik 
inmiddels wist de grootste twijfels.'*48 



107 



Ef is inderdaad iets wat de Vlaamse familie niet weet. Voor de dag waarover zij 
beweren Michel Nihoul te hebben gezien in Bertrix, vrijdag 9 augustus 1996, 
heeft de man een alibi als een huis. Wanneer Michel Nihoul op 27 augustus - 
vreemd genoeg pas elf dagen na zijn arrestatie - voor het eerst op de proppen 
komt met zijn alibi, wordt dit aanvankelijk dijenkletsend weggelachen door de 
speurders. Het is afkomstig van niemand minder dan Michel Vander Eist. Deze 
gewezen advocaat is na de ontvoering van oud-premier Vanden Boeynants door 
het Brusselse assisenhof tot acht jaar cel veroordeeld, onder meer wegens het 
verschaffen van een vals aUbi aan leden van de bende rond Patrick Haemers. 
Een dubieuzere alibiverschaffer is in het koninkrijk niet te vinden. Nihoul 
vertelt dat hij in 1989 in de gevangenis kennis heeft gemaakt met Vander Eist, 
dat ze vrienden geworden zijn en dat ze die bewuste vrijdag bijna de hele dag 
samen op pad zijn geweest. Op het ogenblik dat in Bertrix Laetitia werd 
ontvoerd, zat hij op een barbecue in de tuin van Vander Eist in Linkebeek.**' 
'In Bertrix ben ik al twintig jaar niet meer geweest', zegt Nihoul. 'Die vrijdag de 
negende was ik bijna de hele dag samen met Michel Vander Eist.'*50 

Daags nadat Nihoul dit heeft gezegd, wordt Vander Eist bij de GP 
uitgenodigd om zijn verhaal te doen. De ex-advocaat lijkt wel zoiets te hebben 
verwacht, en beschrijft van uur tot uur waar ze op vrijdag 9 augustus samen 
zijn geweest, 's Ochtends, zegt hij, hadden ze een afspraak met twee 
kaderleden van de brouwerij Alken-Maes, omdat Nihoul een Brusselse 
taverne wilde overnemen. 'Ook mijn vriendin, Annie Noël, heeft ons gezien', 
vervolgt Vander Eist. 'Om kwart voor een moesten we op het gemeentehuis 
van Elsene zijn. Om dertien uur zijn we gaan eten in een restaurant op het 
Ferdinand Cockplein en om halfdrie zijn we iets gaan drinken in een café 
langs de Winston ChurchiUlaan.' Vander Eist kan ook nog Philippe Cravatte 
vermelden, een van de aanwezigen op de barbecue. Uit wat Vander Eist 
vertelt, kunnen de speurders opmaken dat hij Nüiouls tijdsgebruik ook voor 
de twee dagen vóór 9 augustus dekt. Want toen heeft Nihoul hem samen met 
een Afrikaanse zwartwerker geholpen bij het opkalefateren van een 
appartement van Vander Eist in de August Lambiottestraat in Schaarbeek.*51 
Dat is nog eens wat je noemt een alibi. 

Nog voor Vander Eist die dag de gebouwen van de GP mag verlaten, 
worden de twee kaderleden van Alken-Maes op de rooster gelegd. Zij 
bevestigen zowaar het verhaal. Op vrijdag 9 augustus 1996 hadden zij om 
11.00 uur 's ochtends een onderhoud met de heren Vander Eist en 
Nihoul. *52 Het aUbi wordt nog krachtiger wanneer een ambtenaar van de 
dienst Riolen in Elsene beaamt dat hij het duo omstreeks 12.30 uur inderdaad 
heeft gezien in het gemeentehuis. Vanuit Brussel is het minstens anderhalf uur 
rijden naar Bertrix. Met deze gegevens voor ogen, is het onmogelijk dat de 
Vlaamse familie Nihoul die dag omstreeks 14.00 aan het zwembad kan 
hebben gezien. 

Ook Annie Noël wordt verhoord. Haar geheugen is zomogelijk nog 
scherper dan dat van haar levensgezel. Op 7 augustus hebben Vander Eist en 
Nihoul samen staan schilderen en behangen in de August Lambiottestraat, 
weet ze. Op 8 augustus trokken de twee mannen eveneens samen op, zo zegt 
ze. Wat 9 augus 



108 



tus betreft, herhaalt ze van uur tot uur dezelfde afspraken en ontmoetingsplaat- 
sen zoals Vander Eist eerder deed. 'En 's avonds was er die barbecue.' Op die 
barbecue waren aanwezig: zijzelf, haar twee kinderen. Vander Eist, Philippe 
Cravatte, Nihoul en 'zijn vriendin'.*53 

Vander Eist wordt opnieuw verhoord. Nihoul zat zonder wagen, weet hij 
nog, en moest overal heen gebracht worden. Om 15.30 uur Met Vander Eist 
hem uitstappen voor zijn appartement in Sint-Gillis. Kort daarvoor werd vanuit 
de auto per GSM naar Marleen De Cockere gebeld, om haar uit te nodigen voor 
de barbecue. Dat idee was 's namiddags gegroeid. 'Omstreeks acht uur 's 
avonds zijn Nihoul en Bout)' daar aangekomen', zegt Vander Eist. 'Cravatte is 
daar pas om tien uur aangekomen. Nihoul was de eerste die vertrok, iets na 
middernacht.'*54 Later wordt ook nog Marleen De Cockere verhoord, die het 
verloop van de barbecue bevestigt, en zich ook kan herinneren dat ze omstreeks 
15.15 uur een telefoontje kreeg van Nihoul, met de uitgenodiging voor de 
barbecue. Bij GSM-operator Proximus wordt bevestigd dat Nihoul om 15.15 
uur vanuit de zone Brussel naar De Cockere heeft gebeld. 

Prachtig. En toch zijn er enkele details die niet kloppen. Volgens Vander 
Eist kwam Nihoul samen met Annie Bouty naar de barbecue, volgens alle 
anderen was dat Marleen De Cockere. Philippe Cravatte zegt dat Vander Eist 
hem 'begin augustus' al uimodigde voor de barbecue..*55 De anderen houden 
vol dat het idee die namiddag spontaan is ontstaan, vanwege het warme weer. 
Dan nog dit. Dat Nihoul zijn Audi tegen beter weten in aan Michel Lelièvre 
toevertrouwt, komt doordat hij in augustus 1996 in geldnood zit. Dat is zijn 
verklaring voor de vele telefoontjes naar Dutroux. Een deel van zijn alibi berust 
dan weer op gesprekken over de overname van de Danish Tavern langs de 
Troonstraat in Elsene. Het is weinigen gegeven om zonder een rode duit een 
chique etablissement over te nemen. 

In de maanden en jaren die op zijn arrestatie volgen, zal heel België zich een 
mening vormen over het al of niet betrokken zijn van Michel Nihoul bij de zaak- 
Dutroux. Het natrekken van het alibi verloopt echter met de routine van een 
handtasdiefstal. Een poging om te achterhalen waar het vlees is gekocht, wordt 
niet ondernomen. Van enige duiding bij het personage genaamd Philippe 
Cravatte is in de processen-verbaal van de Brusselse GP geen spoor terug te 
vinden. Cravatte is niemand minder dan de zakelijke rechterhand van de Luikse 
zakenman Léon Deferm, beroemd omwille van zijn rol in de Agusta-affaire, 
toen hij via zijn bedrijf Trident de Italiaanse helikopterbouwer verloste van de 
plicht om voor een half miljard compensatiebestellingen te plaatsen bij een 
Belgisch bedrijf. Veel waarnemers blijven er tot vandaag van overtuigd dat de 
moord op André Cools een onrechtstreeks gevolg is van die interventie. Vander 
Eist, Cravatte, Nihoul... Men mag gerust spreken van een barbecue met een 
bijzonder publiek. 

Zou het kunnen dat de familie V Dutroux, Lelièvre en Martin zag, en zich de 
aanwezigheid van Nihoul enkel verbeeldde? Nee. Voor de Brusselse GP'ers 
staat 



109 



het na enkele weken vast dat de familie zich alles heeft verbeeld. Want ook de drie 
anderen kunnen in de namiddag van 9 augustus niet in Bertrix zijn geweest. Mare 
Dutroux zegt dat hij pas om 14.30 uur samen met Leüèvre is vertrokken vanuit 
MarcineUe. Ter hoogte van Gedinne, luidt het, kregen ze motorpech en hielden ze 
halt voor een garage. Daar zat garagehouder J.L. tot 18.30 uur aan zijn Renault 
Trafic te sleutelen. J.L. bevestigt: Dutroux heeft tijdens het wachten vanuit de 
garage naar zijn verzekeringsmakelaar gebeld. Ook dit telefoontje wordt 
teruggevonden. Conclusie: Dutroux en Leüèvre zijn inderdaad, zoals ze zelf ver- 
klaren, pas om 19.30 uur in Bertrix aangekomen. En Michèle Martin was er niét 
bij. Zij kan de kaartjes voorleggen waarmee ze in de namiddag van 9 augustus met 
haar kinderen in de kabelbaan naar de citadel van Dinant is gestapt. Begin 1997 
wint de overtuiging veld dat Phüippe Beneux justitie een hoop tijd en energie 
heeft bespaard door de Vlaamse familie te "ontmaskeren'. 

Tijdens de zomervakantie van 1997 trekt de familie V opnieuw naar de Ardennen, 
maar beleeft er geen vermeldenswaardige avonturen meer. Dat gebeurt wel enkele 
weken later, wanneer moeder V het bezoek krijgt van een ploeg van het RTBf- 
programma Au Nom de la Loi. Ze heeft ermee ingestemd om één keer - 
onherkenbaar - voor de televisie haar verhaal te doen. I let wordt een afknapper. 
Het programma heeft alles weg van een ode aan Michel Nüioul, "slachtoffer van 
de gerechtelijke dwaling van de eeuw'. Aan de hand van een reconstructie van het 
alibi voor 9 augustus wordt de familie genadeloos de grond ingeboord, le Van de 
belofte om onherkenbaar blijven - met behulp van een wazig beeld - is weinig in 
huis gekomen, merkt ze de volgende ochtend, wanneer ze bij de bakker wordt 
begroet: "We hebben u gisteravond gezien op tv.' Het wordt mevrouw V teveel. 
Met haar boodschappentas nog in de hand, belt ze die ochtend naar het justi- 
tiepaleis van Neufchateau. Met een benepen stemmetje vraagt ze naar procureur 
Bourlet Ze krijgt hem vrij snel aan de Mjn. 

- Mijnheer Bourlet, ik zal het maar meteen ze^en: wij trekken ons terug als 
getuigen. 

- Terugtrekken? Waarom? 

- Wij zijn al die miserie meer dan beu, mijnheer. Niemand neemt ons ernstig 

als we zeggen dat er rare dingen gebeuren rond ons huis. En gisteren op 
televisie... Die journalist was supervriendelijk toen hij bij ons thuis kwam... 
En toen, dat programma... 

- Terugtrekken is een probleem, mevrouw. Wij kunnen uw verklaringen niet 
zomaar uit dat dossier verwijderen. Als u zich echt wilt terugtrekken, dan zit 
er niets anders op dan te laten acteren dat u al die tijd gelogen heeft. 

- Mijnheer de procureur, wij zijn een christelijke familie! Als er één ding is 
dat wij nooit doen, dan is het liegen. 

"Ik weet het verdorie toch goed genoeg', roept mevrouw V uit. "Het was die dag 
dat we naar het zwembad zijn gegaan en daama nog naar de avondmarkt.' Het 
gesprek kabbelt nog even verder. Net voor hij wü inhaken, krijgt Bourlet een 
ingeving. 



110 



- Waar was die avondmarkt eigenlijk? 

- In Rochehaut. Maar dat hebben we vorig jaar al allemaal uitgelegd 
aan de rijkswacht van Bouillon.*57, 

Michel Bourlet woont zelf in de buurt van Rochehaut, en houdt zelf ook van 
avondmarkten. Hij krabt even in zijn haar en verbleekt. Niet eens een uur later 
vertrekt vanuit Neufchateau een speurdersteam naar Bouillon. Het keert terug met 
een vel papier: "Betreft: U.V 584.2 - P.RP/Watrisse - Avondmarkt in Rochehaut. 
Mijnheer, het Coüege van Burgemeester en Schepenen van de Stad Bouillon, in 
haar zitting van 4 juni 1996, neemt acte van uw schrijven van 24 mei jongstleden, 
waarbij u vraagt een avondmarkt te mogen inrichten te Rochehaut op donderdag 8 
augustus van 17 tot 23 uur (...)' 

Zelden heeft een onbenullig administratief stuk zoveel waarde gehad als de ken- 
nisgeving van burgemeester Pierret van Bouillon dat hij toestemming geeft voor de 
organisatie van een avondmarkt in Rochehaut. In één klap is elke contradictie 
tussen het relaas van de familie V en de realiteit van de zaak-Dutroux verdwenen. 
Het is bijna niet te vatten dat het een jaar moest duren, want in feite stak de 
ongemeen simpele oplossing eind 1996 al in het dossier. Hoe was de zaakDutroux 
ook alweer begonnen? Met een student in Bertrix die de bestelwagen van Dutroux 
opmerkte en de nummerplaat noteerde, toch? Ook de student zweert op het hoofd 
van zijn moeder dat hij de bestelwagen die vrijdag in de vroege namiddag heeft 
opgemerkt. Ook hij is al geconfronteerd met het tijdsgebruik van Dutroux en 
Lelièvre. Even diep nadenken bracht hem tot een kapitale correctie. Hij zag de 
bestelwagen niet in de vroege namiddag van vrijdag 9, maar van donderdag 8 
augustus, op het moment van de verkenningsrit. Zijn oriëntatiepunt is de 
getuigenis van zijn zus. Die had enkele uren voor de ontvoering van Laetitia een 
man zien plassen in de vestiaire van het zwembad. Die bestelwagen stond daar een 
dag eerder, realiseerde de student zich. Mare Dutroux en Michel Lelièvre hebben 
bekend dat zij, alvorens Laetitia te gaan ontvoeren, een verkenningsrit hebben 
uitgevoerd in Bertrix.^s Dutroux heeft toen trouwens een fiets gestolen voor zijn 
zoon, weet Lelièvre nog. 

Vrij snel blijkt dat de rijkswachter die de tweede verklaring van de familie V 

opnam, zich inderdaad heeft vergist over de datum van de avondmarkt. "Ja, wat wil 
u', bHkt mevrouw V later temg. "Bij de rijkswacht van Bouillon zeiden ze ons dat 
die avondmarkt op vrijdag was doorgegaan. Die mensen zullen het wel weten, 
dachten we.' De kleine onoplettendheid van de rijkswachter heeft voor het dossier- 
Nihoul grote gevolgen. Het hele onderzoek rond het aHbi van Nihoul, nu voor 8 
augustus, moet een jaar na datum helemaal worden overgedaan. De familie V zal in 
totaal elf keer ondervraagd worden. Wat ze precies die dag gedaan hebben, wie ze 
gezien hebben. "Ze vroegen ons zelfs wat we daar gekocht hadden', zegt mevrouw 
V "Ook dat wist ik nog goed: een Ardense salami, twee T-shirts en een paar 
bokalen artisanaal fruitsap. Die hele dag zit in ons 



111 



geheugen gebeiteld. Wij waren getuige van een Idinlcende ruzie tussen twee 
marktkramers. Een verkoper van modelveranda's was met een volgeladen 
vrachtwagen naar het hoogste punt van de steile helling gereden en dreigde te 
kapseizen. Hij stond op het terrein van een andere handelaar. De politie is toen 
moeten tussenkomen.' 

Er wordt navraag gedaan bij de politie van Bouillon. Dat van die veranda- 
handelaar klopt. De drie gezinsleden krijgen opnieuw een reeks foto's te zien van de 
auto's en wrakstukken uit de achtertuin van Dutroux. Ze halen er de Renault Trafic 
van Dutroux uit - hij had er twee - die ze op de parking van het zwembad hebben 
staan bewonderen. Het is dezelfde wagen als diegene die de student heeft 
aangewezen. 

Naast de Vlaamse familie verklaarden nog zeven andere getuigen in Bertrix dat 
ze Nihoul in Bertrix hadden gezien. Sommigen spraken van 8 augustus, anderen 
twijfelden over de exacte dag. Mevrouw M.H. is formeel dat ze Nihoul de avond 
voor de ontvoering heeft gezien op het Croix-Mauray-plein in Bertrix. Een jonge 
kokkin van de nabijgelegen camping heeft Nihoul even na middernacht aan de kant 
van de weg zien staan, naast de stilstaande bestelwagen van Dutroux. "Onze dagtaak 
zat erop, ik reed met een groep vrienden naar huis', vertelt ze. "We kwamen ter 
hoogte van Herbeumont, vlakbij Bertrix. Daar stond die bestelwagen. We 
vertraagden, omdat het leek alsof ze autopech hadden. Daardoor kon ik de mensen 
die ernaast stonden goed bekijken. Over één van hen ben ik formeel. Dat was 
Nihoul. Ik herinner me dit zo goed omdat de rijkswacht heel snel na de verdwijning 
van Laetitia op de camping al navraag kwam doen.' Het duurt tot het voorjaar van 
1 998 tot Raymond Drisket en de twee collega's die hij dan nog overhoudt met de 
moed der wanhoop nog enkele huiszoekingen gaan verrichten bij Michel Vander 
Eist en in het appartement in Schaarbeek waar hij en Nihoul op 7 en 8 augustus 
zouden hebben staan schilderen. De taak van de speurders is haast onmogelijk: 
anderhalf jaar na de feiten nagaan of Nihoul daar toen was of niet. Noël en Vander 
Eist zwaaien met facturen van een Brusselse doe-het-zelf-zaak. Daaruit blijkt wel 
dat er inderdaad verf en behang is aangekocht, maar niet dat Nihoul op 8 augustus 
1 996 aan het schilderen was. Vander Eist maakt het de speurders overigens niet 
makkelijk. Na de zaakDutroux heeft hij het land verlaten, om in Gambia een 
hotelproject op te starten. Bij een van zijn occasionele aanwezigheden in België, in 
mei 1 999, worden hij en zijn levensgezellin nog maar eens verhoord. En dan wordt 
het ongelofelijke plots waar. Hij komt terug op zijn eerdere verklaringen over die 
achtste augustus. Vander Eist betwist dat hij het met kwaad opzet deed. Alles 
berustte op een kleine vergetelheid, heet het. "Destijds hebben ze nüj tussen de soep 
en de patatten gevraagd waar en wanneer ik Nihoul in de dagen voor de ontvoering 
heb gezien', legt hij ons uit. "Ik dacht dat we op 8 augustus hadden staan schilderen. 
Blijkbaar heb ik mij vergist. Tijdens mijn laatste verhoor hebben ze die Afrikaan 
erbij geroepen en die was, agenda in de hand, heel formeel: het was niet de zevende 
en de achtste, maar de zesde en de zevende augustus dat we daar met Nihoul 



112 



hebben gewerkt. Ik heb toen aan de speurders gezegd: als hij dat zegt, zal dat wel 

zo zijn. Pardon hee, zeg. 

Ook Annie Noël is medio 1999 plots "heel zeker' dat Michel Nihoul op 8 
augustus verstek liet gaan voor de werken in het appartement. Hij zou zelfs spe- 
ciaal hebben gebeld om te melden dat hij die dag verhinderd was, heet het nu. 
Jamaar, als dat allemaal zo belangrijk was, dan had men dat in 1 996 maar moe- 
ten verifiëren', zegt Vander Eist. Zou u mij zovele jaren later kunnen vertellen 
wat u op 8 en 9 augustus 1 996 hebt gedaan, tenzij u die dag gehuwd bent of jarig 

Bij de Brusselse GP reageert men geprikkeld op het intrekken van het alibi. 
Vander Eist is jarenlang advocaat geweest en weet beter dan wie ook hoe ver- 
strekkend de gevolgen van zijn verklaringen kunnen zijn, merkt men in die hoek 
op. Als hij nu komt beweren dat wij de gangen van Nihoul voor 7 en 8 augustus 
tussen de soep en de patatten hebben nagetrokken, dan liegt hij', zegt een GP'er. 
"Wij zijn daar toen drie volle dagen mee bezig geweest. En toen was er geen 
sprake van twijfel hoor. Toen was hij zo formeel als hij maar zijn kon: op 8 
augustus had hij met Nihoul staan schilderen. Ik vind dit héél vreemd.' 

NOTEN 

1 Pseudoniem. 

2 Gesprek met mevrouw V, 20 september 1997. 

3 Verhoor vader en moeder V, rijkswacht Bouillon, 19 augustus 1996, pv 100.588 L209. 

4 Tijdens het verhoor worden foto's voorgelegd van de verdachten. Dutroux, Nihoul en 
Martin worden formeel herkend, van Lelièvre zijn ze iets minder zeker. Verhoren moeder, 
vader en Daan V, rijkswacht Bouillon, 22 augustus 1996, pv 100.600 L205. 

5 Reconstructie op basis van gesprekken speurders en met moeder V 

6 Verhoor Laetitia Delhez, BOB Marche-en-Famenne, pv 100.228 LI 15. 

7 Vaststellingen Michèle Martin, BOB Brussel, 23 augustus 1996, pv 112.281. 

8 BOB Brussel, 4 september 1996, pv 1 12.357. 

9 Verhoor Michel Nihoul, nationale brigade GP, 19 december 1996 pv 10.813 L38. 

10 Verhoor Michel Nihoul, 27 augustus 1996, GP Aarlen, pv 2.233 L491. 

11 Verhoor Marleen De Cokere, GP Brussel, 17 augustus 1996, 37.557 Z16. 

12 Verhoor Annie Bouty, 26 september 1996, GP Brussel, pv 10.505 L2025. 

13 De Morgen en Het Belang van Limburg. Beide kranten worden op dinsdagavond te laat op 
de hoogte gebracht over het persembargo dat procureur Bourlet op de valreep heeft 
afgekondigd. 

14 Geruchten en Feiten, Michel Nihoul, Dark & Light Publication, 1998, pagina 140. 

15 Verhoor Michel Nihoul, nationale brigade GP, 15 augustus 1996, pv 10.406 L204. 

16 Verhoor Mare Dutroux, BOB Bastenaken, 24 augustus 1996, pv 100.230. 

17 Al deze verklaringen dateren van de eerste weken na de arrestaties van het centrale trio. 
Zoals al aangegeven, wijzigen zij vanaf begin september eenstemmig hun versies en heet 
het plots dat Nihoul met de hele zaak van de verdwenen meisjes niets te maken heeft. 

18 Verhoor Michèle Martin, 3 september 1996, GP Aarlen, pv 2.570 L913. 

19 Tv-joumaals, 20 augustus 1996. 



113 



20 Het gaat om de Van GuUickstraat 7 in Laken. Vaststellingen GP Brussel, 7 oktober 1996, 

pv 10.531 L2412. Nihoul zegt dat hij dit adres enkel als postbus gebruikte. 

21 Gesprek met Léopold Godfraind, 4 maart 1998. 

22 Het kenteken was FBD444. 

23 Verhoor Maneen De Cockere, 16 september 1996, GP Brussel, pv 39.144 L1614. 

24 Geruchten en Feiten, Michel Nihoul, Dark & Light Publication, 1998, pagina 128. 

25 Verhoor Michel Nihoul, nationale brigade GP, 19 december 1996, pv 10.813 L38 en vaststelling 
BOB Charleroi, 1 september 1996, pv 103.313. 

26 Verhoor Michel Nihoul, nationale brigade GP, 15 augustus 1996, pv 10.406 L204. 

27 BOB Brussel, 24 augustus 1996, pv 1 12.649. In datzelfde huis wordt ook een stratenplan 

van Oostende teruggevonden, waar An en Eefje werden ontvoerd. 

28 Verhoor Michel Nihoul, 29 augustus 96, GP Aarlen, pv 2.235 Zl 1 . 

29 Verhoor Annie Bouty, 9 september 1996, GP Brussel, pv 38.663 LI 251. 

30 Verhoor Michel Lelièvre, BOB Neufchateau, 23 augustus 1996, rapport Z23. 

31 Verhoor Michel Nihoul, nationale brigade GP, 8 september 1996, pv 10.452 z41. 

32 Vanuit de gevangenis probeert Walsh de Brusselse BOB'ers te spreken te krijgen over 

de XTC-pillen, maar zij tonen zich niet geïnteresseerd. 

33 Verhoor Annie Bouty, GP Brussel, 26 september 1996, pv 10.505 L2025. 

34 Verhoor Michel Lelièvre, BOB Neufchateau, 29 augustus 1996, pv 2557 Z39. 

35 Verhoor Marino S., BOB Neufchateau, 2 december 1996, pv 100.590. 

36 BOB Brussel, 4 september 1996, pv 112.357. 

37 Verhoor Michel Lelièvre, 6 november 1996, BOB Brussel, pv 116.192. 

38 Verhoor Michel Nihoul, 29 augustus 1996, GP Aarlen, pv 2.235 Zl 1. 

39 Verhoor Michel Nihoul, nationale brigade GP, 20 december 1996, pv 10.815 L3824. 

40 Vaststellingen GP Brussel, 23 september 1996, pv 41.052 L2040. 

41 Geruchten en Feiten, Michel Nihoul, Dark & Light Publication, 1998, pagina 174. 

42 Reconstructie op basis van gesprek met mevrouw V, 20 september 1997. 

43 Verhoor Daan V, GP Brussel, 12 oktober 1996, pv 40.670 L279. 

44 Het Nieuwsblad 17 oktober 1996. 

45 Le Vif/VExpress, 12 september 1997. 

46 Brief Stefaan De Clerck aan procureur-generaal Anne Thily, 14 februari 1997, 

ref. CAB/Al/132/060297/acd. 

47 Verhoor vader, moeder en Daan V, nationale brigade GP, 5 maart 1997, pv 10.165. 

48 Gesprek met Philippe Beneux, 29 juni 1999. 

49 Vander Eist en Nihoul zaten in 1989 gelijktijdig in voorarrest in Vorst, de een vanwege de 

ontvoering van VdB, de ander vanwege de fraudezaak SOS Sahel. Sommige getuigen 
beweren dat de twee mannen elkaar al langer kenden. 

50 Verhoor Michel Nihoul, 27 augustus 1996, GP Aarlen, pv 2.233 L491. 

51 Verhoor Michel Vander Eist, GP Brussel, 28 augustus 1996, pv's 36.161 en 37.440. 

52 Verhoor van de heren Vandanune en Schoonjans (Alken-Maes), GP Brussel, 28 augustus 

1996, pv 34.379. 

53 Verhoor Annie Noël, GP Brussel, 28 augustus 1996, pv 34.311. 

54 Verhoor Michel Vander Eist, GP Brussel, 28 augustus 1996, pv 34. 439. 

55 Verhoor Philippe Cravatte, GP Brussel, 28 augustus 1996, pv 34.310. 



114 



56 Au Nom de la Loi, RTBf-televisie, 17 september 1997. 

57 Reconstructie op basis van gesprek met mevrouw V, 20 september 1997. 

58 Verhoor Michel Lelièvre, BOB Marche-en-Famenne, 15 augustus 1996, pv 100.204 en verhoor Mare Dutroux, 
BOB Brussel, 5 november 1996, pv 116.180. 

59 Gesprek met Michel Vander Eist, 24 juni 1999. 



115 



'Ik vind het vreemd dat mijnheer Marnette 
een onderzoek voerde rond The Dolo, 
terwijl hij zelf kwam partouzeren' 

Uitbater The Dolo, 30 december 1996 



"Mijn cliënt is een windverkoper', zegt advocate Virginie Baranyanka. "Aan de 
telefoon kon hij bijvoorbeeld minutenlang tegen de kiestoon praten. Af en toe 
gooide hij daar dan oui monsieur Ie ministre, non monsieur Ie ministre tussen.' 
Edouard Nihoul, Brussels PRL-politicus en hofleverancier van taart en gebak, 
heeft gelijksoortige ervaringen. De patissier schreeuwt eind 1996 van de daken 
dat hij géén familie is, maar de door de Michel Nihoul zelf verspreide roddel 
blijkt onuitroeibaar. De etalage op de chique Louizalaan wordt besmeurd met 
tomaten en eieren. Een chauffeur rijdt met een vrachts^^agen vol aardappelen 
de winkel achterwaarts binnen. Halfweg 1997 legt de zaak de boeken neer. Een 
van de laatste grote bestellingen was een verjaardagstaart voor de koning. Een 
rabarbertaart, blikt een nostalgische Edouard Nihoul later temg.*l 

De speurders van de cel-ObeHx zijn er nooit helemaal in geslaagd om 
hoogte te krijgen van Michel Nihoul.*2 Hij is bouwkundig ingenieur geweest, 
impresario, cafébaas, traiteur in schaaldieren, ontwikkelingshelper en 
briMenverkoper. Tn elk belangrijk onderzoek maken we een schematische 
voorstelling van de entourage van een verdachte, met pijltjes en cirkels', zegt 
een crimineel analist. "Meestal maakt dat aües wat overzichtelijker. Bij Nihoul 
gebeurde het omgekeerde. Er kwam een gigantisch spinnenweb tevoorschijn, 
iets wat je doorgaans alleen aantreft als je een hele bende doorlicht. Alles zat 
door elkaar; advocaten en hoge ambtenaren, politiemensen en prostituees, 
schroothandelaars, magistraten, drugdealers... En dit, verspreid over alle 
uithoeken van het land.' 

Wanneer Michel Nihoul op 23 april 1941 geboren wordt in Verviers, als 
jongste zoon uit een eenvoudig gezin, werkt vader als bureauchef in een textiel- 
fabriek. Moeder is huisvrouw. Tot hun achttiende worden de kinderen 's 
avonds om tien uur stipt naar bed gestuurd. Michel is een normale, brave 
jongen. Een beetje grootsprakerig, dat wel. In het begin van de jaren zestig leidt 
hij een kleur 



116 



loos bestaan als huisschilder. In de weekeindes flaneert hij langs de 
roulettetafels van het casino in Middelkerke. "Zijn vader was daar croupier 
geworden', vertelt een kennis uit die tijd. "Hij deed zich daar voor als journaKst 
bij RTL.'*3 In werkelijkheid vult hij de rekken in de Grand Bazar in Luik of 
komt hij aan de kost als vrachtwagenchauffeur. Een baantje vinden is nooit een 
probleem. Het behouden wel. In de jaren zestig opent hij in Spa de discotheek 
Le Truc. Volgens Nihoul is het "the place te be' en "stroomden de 
gelegenheden van de concurrentie leeg'. AUe vedetten, acteurs en toenmalige 
beroemdheden waren er kind aan huis, zegt hij.*4 

Het zelfgeschreven succesverhaal van Nihoul is van korte duur, zo leert 
een blik op de veroordelingen die hij in de loop der jaren opstapelt. In 1973 
gebeurt dat een eerste keer wegens frauduleus bankroet, herhaaldelijk misbruik 
van vertrouwen, oplichting en het uitschrijven van ongedekte cheques. Een jaar 
later, op 3 maart 1974, wordt hij persoonlijk failliet verklaard als enige 
bestuurder van de vennootschap United Corporation. Van de straf die hij in 
1973 oploopt, één jaar cel met vier maanden uitstel, zal hij dankzij koninklijke 
gratie maar goed twee maanden uitzitten.*5 Achtervolgd door schuldeisers trekt 
Nihoul naar Brussel, waar hij verder het ene faillissement na het andere 
cumuleert.*6 Voor het opzetten van steeds weer nieuwe vennootschappen 
maakt hij gebruik van stromannen. Nadat hij achtereenvolgens 
binnenhuisarchitect, juridisch adviseur en vastgoedagent is geweest, wordt 
Nihoul in september 1980 door de Bmsselse handelsrechtbank een derde keer 
persoonlijk failliet verklaard. In datzelfde jaar volgt een nieuwe veroordeling 
wegens frauduleus bankroet. Dat weerhoudt hem er niet van om meteen twee 
andere maatschappijen op te richten: Blo Plantal en Blo Clinic. Die gaan - kan 
het anders - over kop in 1982. 

"Zo'n man is Nihoul, leven op de rug van anderen', omschrijft zijn 
Nederlandse zakenpartner Casper Flier hem in september 1996 in een interview 
met het weekblad Vrij Nederland "En als Jean-Michel drinkt, wordt hij verve- 
lend. Vulgair, ordinair. Hij zit altijd en eeuwig te zeiken over seks, te veel om 
het ook te doen.' Een andere kortstondige zakenparmer van Nihoul is Jacques 
V .K, die een tijdlang als koerier werkt in een visflrma van Nihoul. "Traiteur in 
schaaldieren noemde hij dat', zegt de koerier. "Ik reed voor tweehonderdvijftig 
frank per uur door Brussel met een kofferbak vol mosselen. De stank in mijn 
auto was om misselijk van te worden. Geld voor een aparte laadbak had hij 
niet.' 

Ondanks zijn debacles in de zakenwereld ontdekt Nihoul al snel het geheim om 
hogerop te raken. Zijn motto is: Als je maar relaties hebt.' In 1974 loopt hij in 
de armen van advocate Annie Bouty.*7 Het minste wat van haar gezegd kan 
worden, is dat ze relaties heeft. Ze is haar loopbaan begonnen als stagiaire bij 
Jacques Marres, gespecialiseerd in Zaïrese affaires en raadsman van ex-president 
Mobutu Sese Seko. Bouty zal zich later specialiseren in een Afrikaans cliënteel. 
Ze kent mensen op administraties, kabinetten, parketten en ambassades, maar 
ook in bankmiddens en in de voetbalwereld. Nihoul vindt snel zijn eigen weg in 
de hoofdstad. De jaren tachtig zijn de gloriejaren van de vrije radio. De 
Etterbeekse 



117 



zender Radio Activité wordt zijn springplank. In zijn programma's voert hij 
lokale politici en prostituees op. 's Avonds laat hij zich als populaire dj 
omringen door een sHert jongeren en artiesten, voor wie hij feestjes 
organiseert in de Etterbeekse gemeentezaal De Gerlache. 

Michel Nihoul kan een publiek onderhouden. Met hem erbij is het altijd 
lachen geblazen. In de coulissen van zijn zangfestivals maakt hij er een 
gezellige boel van met Franse vedettes voor wie het tienerpubliek in zwijm 
valt. Tussen cognac en sigaar ontvouwt hij tegenover zanger Claude Barzotti 
zijn ambitieuze plan om een eigen zender op te richten, "met nog méér 
uitstraling'. Het is niet duidelijk hoe Nihoul de zanger zo gek krijgt om hem 
550.000 frank te lenen, maar niet lang daarna wordt het radiostation JMB - 
~Jean-Michel Bruxelles' - boven de doopvont gehouden. Barzotti ziet zijn geld 
nooit terug, doet nog een poging voor de rechter, wint de zaak, maar hoort 
niets meer van Nihoul.*8 

Radio JMB zendt uit vanop de zevenentwintigste verdieping van de 
Brusselse Rogiertoren. Een verdieping lager is op dat ogenblik het 
hoofdkwartier van de PRL gehuisvest. Nihoul wordt snel kind aan huis bij de 
Franstalige liberale partij, waar minister van Justitie Jean Gol op dat ogenblik 
incontournable is. Een uitgesproken poHtieke overtuiging heeft Nihoul anders 
niet. Hij heeft even goede vrienden bij de Brusselse PSC. Advocaat-politicus 
Phiüppe Deleuze is al sinds het einde van de jaren zeventig een persoonlijke 
vriend.*9 Deleuze bekleedt talloze mandaten in de publieke sector. Als 
advocaat verdedigt hij de belangen van de PSC in de sociale 
bouwmaatschappij La vie Laekenoise.*10 Onder de vleugels van oud-premier 
Paul Vanden Boeynants beleeft hij hoogdagen. Hij krijgt de controle over de 
boekhouding van de vzw Tentoonstellingspark op de Heizei toevertrouwd en 
wordt voorzitter van de Openbare Leningskas (de "Berg van Barmhartigheid'). 

Het zijn speciale tijden. Binnen de Brusselse PSC heeft de Cepic het 
voor het ze^en, en binnen het schepencollege is de half-seniele PS- 
burgemeester Hervé Brouhon geen partij voor de vanuit de coulissen aan alle 
touwtjes trekkende VdB. Hij is voorzitter van de vzw Tentoonstellingspark. 
Die beheert de meest lucratieve stadseigendommen - vooral op de Heizei - als 
een multinational. Op de rekeningen van de vzw passeren miljarden en 
controle is er niet of nauwelijks. Voor de mensen die in deze biotoop leven, 
gelden geen wetten van openbaar bestuur. Het ritselen is de norm geworden. 
Edouard Nihoul, de ongelukkige patissier, was in die tijd voorzitter van de 
Brusselse Cepic.*l 1 Volgens hem werkte zijn verfoeide naamgenoot in die tijd 
als animator en organisator van aUes-en-nog-wat voor Paul Vanden Boeynants 
en zijn vriendin Viviane Baro. "Michel Nihoul hielp tijdens hun electorale 
campagnes. VdB kon hem op een gegeven moment niet meer luchten of zien. 
Ik heb in het boek van Michel Nihoul gelezen dat hij nu ontkent dat hij ooit 
iets te maken heeft gehad met Vanden Boeynants. Ik moet daar mee 
lachen.'*! 2 

PhiUppe Deleuze wordt midden 1992 verplicht om op te stappen als 
voorzitter van de Openbare Leningskas na klachten over gesjoemel. Die 
luiden zijn politieke ondergang in, want een jaar later wordt hij aangehouden 
op verdenking 



118 



van oplichting en geldverduistering op de vastgoedmarkt.*! 3 Van dat soort 
problemen is nog lang geen sprake wanneer hij in de t\^reede helft van de jaren 
tachtig samen met Michel Nihoul een handeltje in de juridische branche opzet. 
Hun cliënteel bestaat uit Nigeriaanse asielzoekers en gedetineerden. De 
handelswaar bestaat uit "tussenkomsten' op het ministerie van justitie, met als 
specialiteiten: voorwaardelijke invrijheidstellingen, verblijfsvergunningen en 
gratieverzoeken. Dat gebeurt eerst onder de dekmantel van de vennootschap 
Nihoul et Associés en later de samen met Annie Bouty opgerichte vzw 
Cadreco.*^'' "Dankzij mijn contacten op het ministerie van justitie heb ik een 
aantal dossiers van voon^^aardelijke invrijheidstelling kunnen vooruithelpen 
voor advocaten, maar vooral voor Phüippe Deleuze', zegt Nihoul later. "Ik Het 
me daarvoor betalen. (...) De advocaat bereidde het dossier voor. Vervolgens 
tikte ik de aanvraag over, op briefpapier met mijn naam in de hoofding, en liet 
ik het dossier opvolgen. De betaling gebeurde altijd cash. Ik heb een twintigtal 
dossiers moeten behandelen, wat me ongeveer een half miljoen frank 
opleverde. Het heeft net zo lang geduurd als de PRL aan de macht was.'*! 5 

In een berg papier die eind 1996 wordt aangetroffen in de kelder van Annie 
Bouty, zit de correspondentie met het ministerie van justitie in de jaren tachtig. 
In een brief van 2! januari !987 bedankt Nihoul Jean-Claude Godfroid, admi- 
nistratief directeur bij Vreemdelingenzaken voor diens verschillende 
tussenkomsten. Vooral die Godfroid heeft bijgedragen tot het succes van zijn 
juridisch winkeltje, zo verklaart Nihoul. "Ik kende hem onder andere via 
minister Gol zelf, zijn persattaché Burstin, en de zuster van Godfroid, die 
directrice was van de Office des Propriétaires.'*^^ Wanneer de ambtenaar zelf 
aan de tand gevoeld wordt, ontkent hij aanvankelijk over de hele Mjn: tot voor 
de zaak-Dutroux heeft hij nog nooit van die Nihoul gehoord. Tijdens het 
urenlange verhoor zal Godfroid zich gaandeweg herinneren dat hij Annie 
Bouty wel een paar keer heeft ontmoet. Wanneer de speurders hem enkele 
brieven voorleggen, krijgt hij het moeilijk. "Het is mogelijk dat ik op Nihoul 
geantwoord heb zonder het te weten."*!7 

In de papierhoop in de kelder van Annie Bouty zit ook het dossier van 
Francis Osubu. In een brief van 5 november 1987 vraagt Nihoul aan Godfroid 
een tussenkomst voor deze Nigeriaan tegen wie een uitwijzingsprocedure 
loopt. 

Osubu is in 1983 in België gearriveerd. Hij is een van de honderden 
Nigerianen die na hun aankomst in België zijn gaan aankloppen bij Bouty. "In 
het midden van de jaren tachtig lag bij elke Nigeriaan die in Zaventem landde 
de naam van Annie Bouty op de Hppen', zegt Casper Füer daarover later. Füer 
maakte deel uit van de vzw Cadreco. "Bouty had relaties met de Nigeriaanse 
regering en werd daar een beetje beschouwd als een mama. Veel Afrikanen 
kwamen in België met een statuut van student. We verdienden tussen de 
tienduizend en de twintigduizend frank per visum.'*! 8 

De onderwijsinstelling waar Cadreco veelal mee samenwerkt, is de in 
Antwerpen gevestigde European University die er in 1997 van wordt 
beschuldigd een "diplomafabriek' te zijn en die in Vlaanderen de moeilijk te 
begrijpen steun geniet van een aantal vooraanstaande CVP-politici. Volgens 
ex-cursisten is het 



119 



onderwijs als "big business.' De lessen volgen mag, maar hoeft niet. Ook 
Francis Osubu wordt er ingeschreven. Heel wat advocaten springen voor hem 
in de bres: Annie Bout)% Phiüppe Deleuze en Mare Van Vlaenderen, 
verbonden aan Cadreco. De ijver die Nihoul en Bouty aan de dag leggen om 
Osubu in het land te houden is echt wel opvallend. "Dit dossier was in 
verscheidene opzichten bijzonder', stipt de commissie- Verwilghen in haar 
tweede eindrapport aan.*19 Op 16 januari 1988 treedt Osubu in het huwelijk 
met een Belgische moeder van drie kinderen. Op 26 maart 1991 wordt hij tot 
acht jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens verkrachting van de minderjarige 
dochter van zijn echtgenote. De hele clan rond Nihoul en Bouty heeft zich de 
voeten van onder het Hjf gelopen voor een pedofiel. 

Nihoul is ook creatief op andere vlakken, zoals verkiezingscampagnes. Met 
feestelijke happenings en bals populaires, timmert hij vanaf 1982 mee aan de 
politieke weg van onder meer enkele Brusselse advocaten uit de rechtervleugel 
van de PSC. Hij organiseert feesten voor advocaat Jean-Paul Dumont in 
restaurant Les Marroniers en loodst Philippe Deleuze binnen op de 
gemeenteraad met de wellicht aan een cafétoog verzonnen slogan Tour une vilk 
heureuse, vote^ Deleuze. *20 Nihoul ontmoet in het advocatenmiUeu rond 
Dumont ook de Ukkelse advocaat Didier de Quévy, de verdediger van Mare 
Dutroux in 1989. Volgens het weekblad Humo dateert de eerste ontmoeting 
tussen Nihoul en De Quévy al van in het begin van de jaren tachtig. Philippe 
Deleuze zou De Quévy gevraagd hebben om in de voetbalploeg van Michel 
Nihoul te spelen: JMB-Fortis.*21 

Na zijn breuk met Annie Bouty in 1982 loopt Michel Nihoul tijdens een 
seksfuif in de Atrebatenstraat de charmante Marleen De Cockere tegen het lijf. 
Met haar gaat hij op de Brusselse Zavel de club Le Clin d'oeil runnen. "Het 
was een taverne waar heel Brussel elkaar ontmoette', vertelt De Cockere. *22 
Wat bedoeld wordt met "heel Brussel' is niet helemaal duidelijk. Eén van de 
vaste klanten in Le Clin d'oeil was Patrick Haemers, de latere overvaller van 
geldtransporten en ontvoerder van VdB. In die tijd maakt hij samen met 
enkele rijkeluiszoontjes het nachdeven onveilig en draaft hij op als geldkoerier 
voor enkele kopstukken uit de zakelijk-politieke PSC-kringen. Nihoul is ook 
een oude bekende van vader Achüles Haemers, die hij heeft leren kennen in 
1974 in de maatschappij Confortex en later nog vele malen tegen het lijf zal 
lopen in zijn stamcafé The Dolo.*23 Nihoul is kind aan huis in dezelfde bars 
als beruchte leden van het misdaadmilieu: Madani Bouhouche, Robert Beijer, 
Jean Bultot, Frédéric Godfroid. Nihoul had ook vriendschappelijke contacten 
met een andere bekende onderwereldfiguur in Brussel, Rachid Errahmani. Het 
parket in Neufchateau beschikt over foto's met Errahmani, Nihoul en Philippe 
Deleuze erop. Errahmani, bijgenaamd Le Prince, werd vermoord op het 
Rouppeplein door een nacht^^^aker van een hotel. Hij werd destijds door 
verschillende getuigen in verband gebracht met seksfeesten met minderjarigen. 

Het café Le CMn d'Oeü is onrechtstreeks gefinancierd door het Centre 
Médical de 1'Est (CME), een Luiks ziekenhuisproject. Deze affaire bezegelde 
het 



120 



einde van de relatie tussen Nihoul en Bouty. Zij valt voor de charmes van 

dokter Guffens, algemeen directeur van CME, die op 18 december 1981 door 
de correctionele rechtbank van Luik wordt veroordeeld wegens verduistering 
van CME -geld, waarover hij zelf beweerde dat het gebruikt werd om enkele 
PS-kop stukken om te kopen. Nihoul slaagt erin Guffens ervan te overtuigen 
dat hij in beroep moet gaan en hem 5 miljoen frank geven zodat hij de 
raadsheren van het Hof van Beroep kan omkopen. Guffens hapt toe, Nihoul 
gaat het geld van een rekening in Zwitserland afhalen, en opent zijn café. 
Guffens kreeg in beroep een nog zwaardere straf De hele kwestie trekt later 
de aandacht van de commissieVerwilghen. Die krijgt het vonnis onder ogen 
waarmee de Brusselse handelsrechtbank op 11 mei 1989 het faillissement heeft 
uitgesproken over de door Nihoul ingepalmde ontwikkelingsorganisatie SOS 
Sahel. Op de Mjst van schuldvorderingen treft de commissie ook de som van 5 
miljoen frank aan die Nihoul nog aan Guffens moet. "Dit Mjkt op een zeer 
eenvoudige techniek om zich te ontdoen van omvangrijke persoonlijke 
schulden', zegt de commissie, die vindt dat de zaak "nader onderzoek vereist.' 
Want: "De voorzitter van de kamer van de handelsrechtbank die het vonnis 
velde zou wel een goede vriend van Michel Nihoul zijn geweest.'*24 

Voor een politieman zijn er minder omslachtige taken denkbaar dan het 
afnemen van een verhoor van Nihoul. Hoe ziek en verzwakt hij zich tijdens 
publieke verschijningen ook voordoet, zo monter en zelfzeker is hij tijdens zijn 
verhoren. Ongeacht de vragen die hem worden gesteld, ontpopt hij zich 
telkens weer tot een niet in te tomen zwanzer. "Had ik u al verteld over 
Doudou?' klinkt het op 10 oktober 1996. Doudou blijkt advocaat, trouwe 
klant van The Dolo en verslaafd aan seks. "Hij heeft net gepostuleerd voor de 
functie van magistraat', voegt Nihoul er fijntjes aan toe, alvorens een pittig 
verhaal aan te snijden over de dag waarop hij ontdekte dat Doudou -'zijn echte 
naam ontsnapt mij nu even' - een fervent aanhanger was van SM en zich 
geregeld Het behandelen door Roxanne, een travestiet die zijn kunstjes op 
video vastlegde. "Op een dag betaalde Doudou 25.000 frank om zich te laten 
opsluiten, vastgebonden met handboeien in een kooi. En dat voor een halve 
dag.'*25 

Soms Mjkt het alsof de grappen en grollen van Nihoul geen ander doel heb- 
ben dan de speurders horendol te maken. Het uitspitten van het videociccuit 
van Roxanne - volgens Nihoul waren de scènes zo gewelddadig dat de 
cameraman ervan moest kotsen - leiden hen naar het zoveelste dode spoor. 
Het is Nihoul zelf die kort na zijn arrestatie is beginnen kletsen over de 
Brusselse beau monde. Hij vindt het prettig om daarover op te scheppen bij zijn 
op dat vlak blijkbaar nogal onwetende ondervragers. 

- Les Atrébates was dus uw eerste ervaring op het vlak van seksfeesten. 
Welke waren de andere plaatsen die u frequenteerde? 

- (De ondervraagde staat op en maakt op een schoolbord een over^chtelijke lijst van 
plaatsen die hij heeft bekocht.) Het is de Dolo die altijd mijn voorkeur heeft 
genoten. 



121 



op dat gebied was het voor mij mijn hoofdkwartier. Daarnaast heb ik, 
chronogisch, ook La Piscine in Etterbeek bezocht. Het was op 
zaterdagen. Ik ben daar twaalf keer langs geweest. Bon, ik ben vier keer 
in een club geweest die Le Tróne heette (...). 

Wanneer Nihoul tien minuten later gaat zitten, staan op het bord een twintigtal 
namen van clubs. "Ik heb gepartouzeerd tussen 1981 en 1994', zegt hij nog. En 
er was natuurlijk ook nog het kasteel van Faulx-les-Tombes. Niet hij 
organiseerde daar seksfuiven, maar zijn vriend Michel Forgeot, de uitbater van 
The Dolo. 'Er zijn twee van die avonden geweest, maar ik heb daar maar een 
keer aan deelgenomen. En dan nog, er waren tweehonderd mensen. Stel u 
voor: honderd manmem en honderd vrouwen. Die macht ben ik aam de bar 
gebleven. Ik was compleet dronken. In de partouzes was ik niet van de 
exhibitionistische soort. Ik verkoos me af te zonderem. Die avond was dat 
onmogelijk.'*26 

Diverse getuigen vertellen een ander verhaal over het kasteel dat in die 
tijd eigendom was van de gemeente Etterbeek. Nihoul kwam er veel vaker, 
zeggen ze. Hij heeft er zelfs een tijdje samen met Marleen De Cokere een 
optrekje in gehad. Het was de tijd van Radio Activité en zaal De Gerlache. Een 
aantal jongeren van de vrije radio ging mee maar Faulx-les-Tombes. 'Rond de 
feestjes in het kasteel hing een echte mythe', weet een geluidstechnicus nog. 
Een telefoniste, die er een tijdlang als kamermeisje werkte, herinnert zich dat 
het personeel tijdens seksfuiven gewoon werd weggestuurd .*27 Het vaste 
bewakingspersoneel werd vervangen door de politie van Etterbeek. De 
commissie- Verwilghen sprak in haar eindrapport van 'een schoolvoorbeeld 
van van overheidswege niet alleen getolereerde, maar zelfs aangemoedigde 
normvervaging.'*27 

Eind 1996 en begin 1997 zal de Brusselse BOB meer dam twintig ex- 
medewerkers van het vroegere radiostation ondervragen. Over Faulx-les- 
Tombes herinneren ze zich wilde taferelen, sperma in de gordijnen, maakte 
vrouwen die gillend door de gang holden en mannen die hem achtervolgden, 
een reusachtige taart die in plakjes versneden op het lichaam van een meisje 
werden geserveerd... maar geen kinderen. Het onderzoek rond Faulx-les- 
Tombes eindigt met het trekken van de grootste gemene deler in de 
verklaringen - velen spreken over orgieën, bijma niemand over pedofilie. Een 
van de meest markante elementen in het dossier duikt op in maart 1997. Het 
wordt aangereikt door een vastgoedmakelaar uit Hoei. Hij is in 1990 door de 
gemeente Etterbeek belast met de verkoop van het kasteel. Hij herinnert zich 
zijn eerste bezoek aan Faulx-les-Tombes nog levendig. Tn de kelders waren er 
overal matrassen achtergelaten en er hing nog een vrouwenslip in een luster. 
Gemeentelijke arbeiders vertelden me dat daar regelmatig seksfuiven waren 
georganiseerd.' Het kasteel had eigenschappen waarvan hij dacht dat die alleen 
in sprookjes en ridderverhalen bestonden: 'Onder het kasteel liep een geheime 
ondergrondse gang, die de twee torens met elkaar verbond.'*29 

De verhalen over seksfeesten zorgen ma de arrestatie van Nihoul voor 
grote nervositeit. Burgemeesters, schepenen en gewezen ministers worden in 
verlegenheid gebracht door oude foto's, waarop ze te zien zijn aam de zijde 
van Nihoul tijdens een vrolijke braspartij. Velen reageren met een 
persmededeling waarin ze 



122 



zeggen dat ze 'die mam' nooit hebben gekend. Van zijn kant goochelt Nihoul 

in de verhoorkamer met namen: Serge Kubla, Jean-Claude Van Cauwenbergh, 
Phüippe Maystadt, Phüippe Moureaux, Fran^ois-Xavier de Donnéa, Léon 
Defosset, Jean-Louis Thys, André Monteyne, Paul Vanden Boeynants, Viviane 

Baro, Freddy Thielemans, Francis Burstin... 'En wist u dat ik nog een tijdje 
heb gereden met de oude Chevrolet van de Brusselse minister-president 
Charles Picqué?' 

Onderzoeksrechter Connerotte zal tegenover de commissie- Verwilghen 
waarschuwen voor overhaaste conclusies. De namenlijst is een amalgaam. Van 
de raseesten onder hen heeft Nihoul waarschijnlijk ooit eens vluchtig de hand 
geschud tijdens een of andere receptie - meer niet. Het getraumatiseerde België 
is in die tijd echter niet echt vatbaar voor nuance. Op 27 september 1996 laat 
de Etterbeekse burgemeester Vincent De Wolf The Dolo sluiten. Officieel 
doet hij dat wegens klachten over nachtlawaai, de echte aanleiding is natuurlijk 
de zaakDutroux. De media stellen de zaak nogal simplistisch voor. The Dolo is 
geen seksclub, maar een gewoon café dat gefrequenteerd wordt door mensen 
die elkaar leerden kenmem in het échangistenmilieu. Het probleem is niet dat 
The Dolo een duivels hol van seks en chantage zou zijn. Het échte probleem 
Mjkt te zijn dat de Belgische justitie er maar niet in slaagt politiemensen te 
vinden die objectief onderzoek kunnen verrichten rond het klantenbestand van 
deze bar. Wanmeer er in september 1996 een huiszoeking wordt verricht, 
wordt er geen enkel bezwarend element gevonden. Behalve dit: de uitbaters 
zijn blijkbaar op voorhand getipt door leden van het Etterbeekse 
politiekorps.*30 

De geschiedenis van The Dolo begint in 1975. Dam opent in de Etterbeekse 

Atrebatenstraat 154, in een gewoon herenhuis op de eerste verdieping, een 
privédub waar aam groepseks en partnerruil wordt gedaan. De uitbaters 
vormen een koppel, Michel Forgeot, een ingeweken Fransman, en Dolores 
Bara. De club is enkel voor ingewijden toegankelijk - er is geen uithangbord - 
en opereert onder verschillende namen: vzw ACH, vzw MI-DO, APV De 
bezoekers spreken makkeüjkheidshalve over 'Les Atrébates'. Nihoul is er sinds 
1981 een vaste klant en wordt algauw goede maatjes met Forgeot en Bara. 
Forgeot zal altijd ontkennen dat hier ook minderjarigen zijn gekomen - de 
leeftijd van de klanten werd aan de ingang altijd nauwgezet gecontroleerd. 
Toch wordt de club in 1983 na een afstapping door de Brusselse BOB 
gesloten wegens 'het aanzetten tot ontucht'*31 Ook de Brusselse GP is een 
paar keer op bezoek geweest, maar dat bleef altijd zonder gevolg, zegt Michel 
Forgeot later. Dat verbaast hem niet. De Brusselse GP-commissaris Georges 
Marnette is in die periode, samen met zijn collega Frans Reyniers, een van de 
vaste klanten in de club. Ook GP'er Guy CoUignon was vaak van de partij. 'Ik 
vind het nogal vreemd dat mijnheer Marnette een onderzoek voerde rond The 
Dolo, terwijl hij er zelf kwam partouzered, zegt Forgeot. 'Ik heb hem 
persoonlijk zien deelnemen aam seksfuiven. Het gaat hier dus niet om zaken 
die mij zouden zijn verteld. Hetzelfde geldt voor al die andere personen die ik 
heb vermeld als deelnemers.'*32 In een interview zal Forgeot er 

123 



later als anekdote nog bij vertellen dat de GP'ers bij hun aankomst de 
gewoonte hadden om hem hun dienstu'apens te overhandigen, zodat hij het 
veilig kon opbergen. De Dolo-uitbater is tijdens zijn verhoor door de BOB 
goed op dreef. Hi] heeft zijn buik meer dan vol van de mythe die rond zijn 
etablissement is gegroeid. Hij noemt de namen van andere klanten in Les 
Atrébates: de gewezen Brusselse substituut Claude Leroy, ex-minister Jean Gol 
en zijn rechterhand Francis Burstin, een zekere Doudou, vrederechter Bernard 
De Visscher, een bekende Belgische oud-wielrenner, een zanger, enkele 
magistraten, drie rijkswachters, mensen van de NAVO, politiemannen van 
Etterbeek. 

The Dolo, in de Philippe Baucqstraat, opende de deuren in 1987. Alleen de 
zeer goede klanten verhuizen mee naar de seksclub die café geworden was. 
Forgeot vermeldt de oude vrederechter De Visscher, vier Etterbeekse agenten, 
de voorzitter van een handelsrechtbank, een hoge piet van de belastingen, een 
paar GP'ers en BOB'ers, advocaat Michel Vander Eist, AcWUes Haemers, 
MarieClaire De Gieter, Albert Toch... Ook Toch is commissaris bij de 
Brusselse GP Na het uitbreken van de zaak-Dutroux is hij er als de kippen bij 
om zijn steentje bij te dragen tot het onderzoek in Neufchateau. Op 23 
augustus 1996 gaat hij Forgeot als eerste verhoren. 

Ook Nüioul kent Toch zeer goed - al meer dan tien jaar. De GP'er wipte 
geregeld binnen in Le clin d'Oeü. Nihoul heeft ooit een poging gewaagd om 
tipgever te spelen in een drugstransactie - wat op niets is uitgedraaid. Tochs 
spontane bijdrage aan het onderzoek leert dat de rol van Nihoul zeker niet mag 
worden overroepen. In zijn proces-verbaal heeft hij het over de fijne winterse 
oesteravonden die Nihoul in The Dolo organiseerde. Hij kan melden dat 
Nihoul volgens diezelfde Forgeot een affahulateur (een fantast) is en een 
liefhebber van partnerruil zonder meer. Hij heeft nooit iets met jonge meisjes 
gehad, rapporteert Toch. Hij zet de speurders van de cel-Obelix ook op weg 
naar de piste van de Confrérie des Brasseurs.^' Dat is een soort biergilde 
waarover Nihoul achteraf bereidwillig verklaart dat het lidmaatschap 
voornamelijk via seksfuiven geregeld werd. Pas achteraf blijkt dat ook Toch 
zelf lid is van die gilde... Wanneer Forgeot zich enkele maanden later bij de 
Brusselse BOB aanmeldt voor een tweede verhoor en een salvo van namen 
van prominente klanten lost, doet hij dat spontaan. 'Dit is niet meer normaal', 
denkt Christian Dubois wanneer hij op 29 november 1995 weer zo'n melding 
krijgt. Het is al een tijdje aan de gang. Nu komt de klacht van twee meisjes uit 
Bergen, twaalf en dertien jaar oud. Toen ze die ochtend met de boekentas op 
de rug naar school stapten, waren ze gevolgd door een traag rijdende witte 
Mercedes, ouder model, met twee mensen erin." Dubois is inspecteur bij de 
politie van La Louvière. Op zijn bureau ligt al een heel stapeltje van die 
verklaringen. Het is begonnen in de maand september en het houdt niet op. 
Witte Mercedessen, steeds weer witte Mercedessen. Als iemand al eens acht 
slaat op de nummerplaat, blijkt die Frans te zijn. Nu eens komt de klacht van 
een bezorgde schooljuf die merkte dat er iemand aan de poort vanuit zo'n auto 
foto's zat te maken van de kinderen, dan weer van een bezorgde moeder. 



124 



Dubois is al lang genoeg politieman om te weten dat hij vanuit zijn positie 
slechts een fractie van de werkelijkheid ziet. Veel kinderen zullen het niet eens 
vertellen omdat hun ouders zouden kunnen besluiten dat ze te veel naar de 
televisie kijken. De inspecteur is ongerust. 

Zijn collega's lachen hem uit, spreken van een urhan legend, hysterie. 
Roodkapje en de Boze Wolf. Christian Dubois is echter niet van zijn stuk te 
brengen. Op 28 september 1995 is over ~de problematiek van de witte 
Mercedessen' 

met een aantal rijkswachtbrigades vergaderd in Cul-des-Sarts. Daar hebben ze 
inmiddels al weet van meldingen in Bergen, La Louvière en Charleroi. Enkele 
weken later is de lijst al aangevuld met nog eens een vijftiental getuigenissen 
vanuit Couvin, Thuin, Chimay en Beaumont. 

De vergadering in Cul-des-Sarts werd geleid door opperwachtmeester 
René Michaux van de BOB van Charleroi. Die is met iets groots bezig, meent 
Dubois. Dat is dus ook zo. Michaux is de leider van de geheime Operatie 
Othello, waarmee de rijkswacht stiekem JuUe en MeMssa hoopt te kunnen 
terugvinden. "Bij hem moet ik wezen', denkt Dubois op 13 december. Het is 
een gedenkwaardige dag. Michaux heeft die ochtend zijn rampzalige 
huiszoeking verricht bij Mare Dutroux in Marcineüe. De BOB'er blijft niet 
onberoerd bij wat Dubois hem in een haastig telefoontje te melden heeft. Hij 
stapt diezelfde namiddag in zijn wagen en rijdt naar La Louvière, waar Dubois 
hem inlicht over het zeer verontrustende verhaal dat een informant hem is 
komen vertellen. De informant is niet (]laude Thirault en ook niet rijkswachter 
Christophe Pettens. Hij staat geheel los van het rijtje van tipgevers dat 
aanleiding heeft gegeven tot Operatie Othello. Volgens de informant van 
Dubois zit er een pedofilienet\^'erk achter het hoge aantal getuigenissen. In het 
proces-verbaal dat Dubois over zijn informant heeft opgesteld - en waarvan hij 
Michaux een kopie bezorgt - staat nog meer: ~De Mercedessen die in de buurt 
gezien worden horen bij een netwerk van kindersmokkelaars. De uitvalsbasis is 
Schaarbeek, een bedrijf dat Asco zou heten. Ze fotograferen meisjes en stellen 
een catalogus samen met het oog op ontvoering. De smokkelaars hebben zes 
of zeven voertuigen, allemaal met valse Franse nummerplaten. De kinderen 
worden gefotografeerd, ontvoerd en geëxporteerd naar landen in het 
voormalig Oostblok of naar Thailand. De ontvoerders krijgen 300.000 
Belgische frank per kind. De kinderen worden eerst een tijdje in België 
opgesloten.'*35 

De informant van Dubois situeert Asco in die tijd, we schrijven december 
1995, in de Fonsnylaan, 'in Schaarbeek'. Dubois kent Brussel ook wel een 
beetje. De Fonsnylaan Hgt niet in Schaarbeek, maar in Sint-GiUis, vlakbij het 
Zuidstation. Een technicality, denkt Dubois. Flij kan niet veel meer doen dan 
zijn informatie doorspelen aan anderen met een ruimere bevoegdheid dan hij. 
Hij is tenslotte maar politieman in La Louvière. 

De commissie- Verwüghen zal er zich later nogmaals over verbazen, maar 
Michaux noteert en doet verder niets. Op het moment van het gesprek met 
Michaux had Dubois nochtans zeer sterk het gevoel dat ze samen - en 
onafhankelijk van elkaar - hetzelfde op het spoor waren gekomen. Ook 
Dubois heeft op 



125 



13 december al van Dutroux gehoord. "Ik herinner me dat Michaux me 
vertelde dat Dutroux naar Oostbloklanden ging', verklaart hij later tegenover 
het Comité P "De bedragen die hij noemde voor de ontvoeringen, kwamen 
overeen met hetgeen mijn informant me had verteld.' Dubois heeft achteraf 
van de hele zaak niets meer gehoord. Hij heeft geen enkele reactie ontvangen, 
niet van andere politiekorpsen en niet van de parketten. 

~Nu nog Mg ik daar 's nachts van wakker', zegt Christian Dubois drie jaar 
later. "Ik voel mij verantwoordelijk. Ik heb daarna, in 1996, nog opzoekingen 
gedaan rond Mare Dutroux. Ik zat achter mijn bureau, ik had zijn adres, ik 
kende zijn antecedenten. Ik hield dat in mijn handen en las. Je voélde het 
gewoon. Dit was de man die we zochten! Ik had toen een koevoet en een 
geweer moeten kopen en zelf, tegen alle regels in, dat huis in MarcineUe binnen 
gaan. En alles afbreken tot ik die kinderen had. Dat had mij dan gerust mijn 
baan mogen kosten. Het was het risico waard. Ik heb het overwogen, en ik heb 
het niet gedaan. Telkens ik foto's van JuHe en MeMssa zie, krijg ik opnieuw een 
krop in mijn keel en schiet die gedachte door mijn hoofd: ik had jullie moeten 
redden.'* 3 6 

Dubois vindt Asco in 1996 niet in Schaarbeek noch elders in Brussel 
terug. Hij heeft te weinig informatie om eventueel de connectie te kunnen 
maken tussen Mare Dutroux en het geheimzinnige bedrijf. Steun krijgt hij 
steeds minder. Zijn baas, commissaris Monique Devodder, laat geen 
gelegenheid onbenut om zijn obsessie voor deze zaak te ridiculiseren. Ze doet 
dat zelfs op de televisie, in januari 1996 in een uitzending van Au Nom de la 
Loi. "Het zijn uitsluitend geruchten', benadrukt ze omtrent de getuigenissen 
over kinderlokkers in witte Mercedessen.*37 

Begin 1996 wordt Dubois gedetacheerd naar de Algemene Politie 
Steundienst, op het ministerie van Binnenlandse Zaken in Brussel. Zijn functie 
is voortaan van louter ondersteunende aard. Dat belet hem niet om in de com- 
puterbestanden van de APSD verder te speuren rond Dutroux. Hij stelt zich de 
vraag die leden van de commissie- Verwilghen enkele maanden later zeer intens 
zal bezighouden: weten de in Luik voor de verdwijning van JuHe en MeHssa 
bevoegde speurders eigenlijk wel wat daar in Charleroi allemaal boven water is 
gekomen rond Mare Dutroux en de verdachte gebeurtenissen van eind 1995? 
Dus stuurt hij op 18 juni 1996 een fax naar de Luikse GP-commissaris Daniël 
Lamoque waarin hij nogmaals de gegevens van zijn informant spiegelt aan wat 
geweten is over Dutroux.*38 Maar ook dan: geen reactie. Lamoque zal zich 
later verweren met een dicht aan de waanzin grenzend argument. In de fax van 
Dubois was een tikfout geslopen. Omtrent de bende met de Mercedessen 
schreef Dubois dat die het gemunt had op "mineurs' - (mannelijke) 
minderjarigen. Lamoque besloot daaruit dat de bende blijkbaar alleen jongetjes 
viseerde en dus niet in aanmerking hoefde te worden genomen in de zaak-Julie 
en Melis sa.*39 

Schuilt er niet een zekere pathos in Dubois' zelfverwijt? Per slot van 
rekening is er geen enkel bewijs voorhanden dat er een verband zou bestaan 
tussen Asco en Mare Dutroux. "Maar verdomme, dat was het nu net', zegt 
Christian Dubois. "Er bestond wél een verband en ik heb het niet gezien!' Het 
vermoedelijke ver 



126 



band is buikig, Brussels en joviaal. Zijn naam: Michel Nihoul. 

De vennootschap Achats Services Commerces, afgekort Asco, wordt op 2 
juli 1991 boven de doopvont gehouden en vestigt zich in Honelles, een plaatsje 
ten zuidwesten van Bergen, op enkele kilometers van de Franse grens. Het 
bedrijf 

koopt her en der oude auto's en exporteert ze naar Afrika. De stichters van 
Asco zijn Michel Forgeot, Marleen De Cokere en Jean-Louis Delamotte. Forgeot 
en De Cokere fungeren in deze vennootschap als stromannen, zo blijkt later. 
Delamotte is een Fransman uit een familie van ijzerhandelaars die al sinds het 
einde van de jaren zeventig deel uitmaakt van de groep rond The Dolo en tot de 
beste vrienden van Michel Nihoul wordt gerekend. Met hem richtte Nihoul ver- 
schillende bedrij^es op, onder meer DCN La Maison des Chefs. Nadat hij in 
Frankrijk meerdere veroordelingen opliep wegens fiscale fraude, bedrog en frau- 
duleus bankroet, is hij in België komen wonen. In zijn boek gaat Nihoul uitvoerig 
in op de Asco-episode. Hij omschrijft het als één grote grap en typeert 
Delamotte in de hem eigen stijl als "iemand aan wie men beter zijn achterwerk 
laat zien dan zijn portefeuille.' Hij schrijft ook dat hij Delamotte pas in 1989 
leerde kennen. Nochtans bestaat de indruk dat Nihoul en Delamotte eikaars ach- 
terwerken reeds in de vroege jaren tachtig hebben kunnen bewonderen. Volgens 
Forgeot was Delamotte een vaste klant in de seksclub APV in de 
Atrebatenstraat.*40 APV sloot de deuren in... 1983. Het is dus wel opvallend dat 
Nihoul zich zoveel moeite getroost om zich van Delamotte en Asco te distantië- 
ren. De commissie-Verwüghen stelt van haar kant vast dat hij "in 1994 op zijn 
minst de feitelijke zaakvoerder van Asco was.'*41 

Was Asco ook het bedrijfje waar de informant van Christian Dubois eind 
1995 over sprak? Veel wijst in die richting. Asco beschikte over een vijftal witte 
Mercedessen, allemaal met Franse nummerplaat. Die stonden echter niet inge- 
schreven op naam van het bedrijf zelf, maar op naam van Soparauto. Dat is een 
firma van Jean-Louis Delamotte die op hetzelfde adres als Asco gevestigd is. De 
handelsactiviteiten van Asco spelen zich hoofdzakelijk af in de omgeving van... 
het Brusselse Zuidstation. Daar krioelt het van de versjacheraars van auto's. In 
die tijd vindt daar ook wekelijks de grootste automarkt van België plaats. Asco 
had een garage aan de Fonsnylaan', zegt Dubois. "Begrijpt u het nu? Ik had in 
1995 niet alleen een spoor naar Dutroux, maar naar Dutroux én Nihoul. En dat 
in een onderzoek naar kinderontvoerders. Mag ik dan alstublieft razend zijn?' 

Wanneer Asco eind 1994 failliet gaat, is de curator AzéHe Gallee. Zij is op dat 
ogenblik de vriendin van de gewezen notaris Jacques Haustrate. Het kan toeval 
zijn, maar de Brusselse BOB komt die naam in september 1996 tegen op... een 
computerdiskette van Mare Dutroux. Ze hebben enkele diskettes gevonden in 
zijn huis te MarcineUe die een deel van zijn privé-administratie bevatten.*42 

Jacques Haustrate is geen onbekende. Hij is eind 1987 gearresteerd in een 
zaak die toen veel ophef maakte, niet alleen omdat er honderden miljoenen mee 
waren gemoeid, maar ook omdat alles draaide rond een crimineel geworden 
commissaris van de Brusselse GP en een substituut van het Brusselse parket. De 
commissaris heette Frédéric Godfroid, de magistraat Claude Leroy. Die laatste 
was 



127 



vaste klant in The Dolo en Les Atrébates. Godfroid was eveneens een 
nachtlevenkennis van Nihoul. De bende van Godfroid heeft de Unerg- 
aandelen gestolen. Het gerecht vond een deel ervan terug bij Leroy en 
Haustrate.*43 

Er zijn redenen om te geloven dat Asco het bindmiddel was tussen het 
decadente Brusselse milieu van Nihoul en Leroy en de marginale entourage 
van Dutroux. In het huis van Michael Diakostavrianos vinden de speurders 
eind augustus 1996 een briefje terug dat Casper FHer op 18 april 1994 richtte 
aan Michel Leüèvre. Daarin heeft Flier het over een "gemiste afspraak, enkele 
dagen eerder. Die bestond erin om Claude Leroy te gaan opwachten wanneer 
die de gevangenis zou verlaten.*44 'We moeten dit soort fouten in de 
toekomst absoluut zien te vermijden', schrijft Flier. 

Claude Leroy vindt de opwinding over zijn contacten met Nihoul en 
Leüèvre overdreven. Hij kent ze, dat klopt. Hij ontmoette Lelièvre en FKer 
naar eigen zeggen in de gevangenis.*45 Ze boden hem aan, geheel vrijwiUig, 
om hem na zijn vrijlating te helpen. Via Annie Bouty bekwam hij zo een 
appartement in de Rassonstraat 47 in Schaarbeek. Dat is een adres waar tal 
van figuren uit de vrolijke bende rond Nihoul en Bouty in de loop der jaren 
een onderkomen vinden: van enkele Afrikaanse voetballertjes tot FHer, Leroy 
en Alexis Alewaeters, veroordeeld in het proces rond cocaïne- en seksfuiven 
in de Mirano. Zou dit adres in Schaarbeek de verklaring kunnen zijn waarom 
de informant van Dubois de Fonsnylaan in de verkeerde Brusselse gemeente 
situeerde? Er is iets intrigerende aan het briefje van FHer aan Lelièvre. Het 
klinkt niet echt als een ordinaire vriendendienst aan een man die ze zomaar 
sympathiek vinden. "Het is van primordiaal belang dat we Leroy helpen', 
schrijft FHer nog. Er wordt een nieuwe afspraak met de ex-substituut 
vastgelegd: Aan het Zuidstation in Brussel.'*46 

België is een klein land. Het leggen van al deze verbanden is misschien een 
vrij gratuite bezigheid. Het is bijvoorbeeld niet voorstelbaar dat men in het 
stadje Honelles niets zou hebben gemerkt van een komen en gaan van 
verdachte sujetten die handel drijven in jonge vrouwen - of kinderen. Maar 
dat is het nu net. Begin 1994 hielden de agenten van Honelles de mensen van 
Asco al in het oog. 

Zodra Nihoul gearresteerd is, halen veldwachter Eric Moulard en zijn 
collega's het dossier uit 1994 weer boven. Ze sturen het naar Neufchateau en 
doen een beroep op de bevolking om zoveel mogelijk bijkomende 
inlichtingen te krijgen. "Een plaatselijk krantje heeft deze oproep zelfs 
geplaatst met een foto van Nihoul', legt Eric Moulard uit. "Maar dat leverde 
niet echt veel op. We kregen slechts een enkele getuigenis. Uiteindelijk 
hebben we besloten om langs alle huizen te gaan in het dorp, zo kregen we 
genoeg informatie bij elkaar om toch zo'n vijftig processen- verbaal op te 
kunnen stellen. '*47 

Deze inlichtingen blijken interessant te zijn. In geen van de getuigenissen 
is sprake van Mare Dutroux, maar verschillende inwoners van HonneMes 
verklaren wel dat ze in en rond het gebouwtje van Asco Michèle Martin, Michel 
Lelièvre en Bemard Weinstein meermaals hebben gezien. Te oordelen aan 
sommige getuigenissen werden er niet alleen auto's verhandeld. "In het café Le 
Pigenonnier 



128 



betaalde Nihoul meestal met briefjes van vijfduizend frank', herinnert een van 

hen zich. "Na het faillissement van Asco werden in het gebouw vijf matrassen 
aangetroffen.' De huidige huurster bevestigt dat: "Wat ik vreemd vond, is dat ik 
daar behalve die matrassen ook babymelk aantrof Nihoul was altijd omringd 
door jonge negerinnetjes.' Deze getuigenis wordt bevestigd door andere. "Die 
vrouwen verbleven in dat gebouw van Asco', zegt een buurtbewoner. "Het 
waren buitenlandse vrouwen. Het leek alsof ze daar in transit zaten.' Er is, zo 
blijkt, in Honelles ook een heel dispuut geweest met een buurman omdat 
Delamotte en Nihoul op het bedrijfsterrein een gigantische kuü hadden 
gegraven die ze volpropten met vuilniszakken en daarna weer dicht gooiden, zo 
verklaren verschillende bewoners, onder wie de buurman zelf. 

Voor zover we konden nagaan, zijn er nooit graafwerken uitgevoerd in 
Honelles. 

NOTEN 

1 Interview Edouard Nihoul, De Morgen, 20 augustus 1998. 

2 Speciale onderzoekscel bij de 23e brigade van de gerechtelijke politie. 

3 Verhoor Philippe Bouveroux, 28 februari 1997, GP Brussel, pv 10.168 Z218. 

4 Geruchten en Feiten, Michel Nihoul, Dark & Light Publication, 1998. 

5 De straf wordt in 1976 bevestigd door het hof van beroep in Brussel. 

6 Om zijn activiteiten als zakenman te kunnen voortzetten, begint Michel Nihoul vanaf 1987 al zijn 
documenten te ondertekenen met Jean-Michel in plaats van Michel. Met de initialen JM zaait hij verwarring 
met de naam van zijn zoon " Jean-Marc'. 

7 Nihoul heeft al een mislukt huwelijk achter de rug met kapster Adrienne G., waarmee hij drie kinderen 
krijgt. 

8 Verhoor Claude Barzotti, 13 november 1996, GP Brussel, pv 43.568 L3 109. 

9 De ontmoeting verloopt via Annie Bouty, die een oude studiegenoot is van Philippe Deleuze en met wie 
ze een tijdlang op hetzelfde bureau werkt. 

10 Deleuze zetelt ook in de raden van bestuur van de Brusselse groothandelmarkt (de Vroegmarkt), de 
Animatiekommissie' voor Brussel-Noord, het Brussels comité voor de schoolmaaltijden, het Koninklijk 
Parktheater, de Baden van Brussel, de Dienst voor Internationaal Toerisme, de Dienst Hulp aan Families en 
verschillende sportverenigingen. 

1 1 Edouard Nihoul maakte later de overstap naar de PRL. 

12 Gesprek met Edouard Nihoul, 19 augustus 1998. 

13 Deleuze heeft samen met de immobiliënmakelaar Jean Lefort zo'n 50 miljoen frank verduisterd, cliënten 
opgelicht en documenten doen verdwijnen. Op 27 juni 1996 veroordeelt de Brusselse correctionele rechtbank 
Deleuze tot 30 maanden voorwaardelijke celstraf. 

14 Cabinet de droit et conciliation. 

15 Verhoor Michel Nihoul, 10 oktober 1996, GP Brussel, pv 10.547 L2332. 

16 Verhoor Michel Nihoul, 13 oktober 1996, GP nationale brigade, pv 10.550 L2437 

17 Verhoor J. Godfroid, 8 november 1996, 23e brigade GP, pv 10.646 L3148 L3149. 

18 "Les bonnen affaires africaines d'Annie Bouty, Télé Moustiqtie, 19 december 1996. 

19 Tweede eindrapport commissie-Verwilghen, 5.1.5. De kring van Nihoul en de 



129 



verblijfsvergunningen voor vreemdelingen. 

20 Dumont treedt later voor Nihoul op als advocaat in de rechtszaak SOS Sahel, samen met 

Martial Lancaster. 

21 Humo, 18 februari 1997. 

22 Verhoor Marleen De Cockere, 16 september 1996, GP Brussel, pv 39.144 L1614. 

23 Verhoor Michel Nihoul, 24 september 1996, 23e brigade GP, pv 10.461 L1870. 

24 Het gaat om L., een klant van de Etterbeekse club The Dolo. Tweede eindrapport 

conmiissie Verwilghen, 5.1.3. 

25 Doudou stelde zich inderdaad kandidaat voor de functie als magistraat, maar greep naast 

de benoeming. 

26 Verhoor Michel Nihoul, 10 oktober 1996, nationale brigade GP, pv 10.547 L2332. 

27 Verhoor Sandrine M., BOB Brussel, 15 november 1996, pv 117.102. 

28 Tweede eindrapport commissie Verwilghen, Afdeling 3.1.2.3. 

29 Verhoor Pierre jammar, 24 maart 1997, BOB Brussel, pv 150.719. Het kasteel werd voor 

27 miljoen frank aan een Vlaamse zakenman verkocht. 

30 De commissie- Verwilghen merkt dit op in haar tweede eindrapport. 

31 De exploitanten gaan in eerste aanleg vrijuit, maar worden op 15 april 1988 in beroep 

veroordeeld. 

32 Verhoor Michel Forgeot, 30 december 1996, BOB Brussel, pv 119.249. 

33 Verhoor Michel Forgeot, 23 augustus 1996, GP Brussel, pv 38.352 L424. 

34 Politie La Louvière, 29 november 1995, pv 6304. 

35 Politie La Louvière, 13 december 1995. 

36 Gesprek met Christian Dubois, 19 maart 1999. 

37 In deel 3.1.8 van haar tweede eindrapport heeft de commissie-Verwilghen het over 
'De informatie van de heer Dubois: ze als verdacht voorstellen in plaats van ze gebruiken.' 

38 Fax Christian Dubois aan GP-commissaris Daniël Lamoque, 18 juni 1996, rel'. 1P60. 

39 En, voegt hij er ook nog aan toe: ~De feiten en de gebruikte auto's stemden niet overeen.' 

Verhoor Daniël Laoque, Comité P, 27 november 1996. 

40 Verhoor Michel Forgeot, GP Brussel, 23 augustus 1996, pv 38.352. 

41 Tweede eindrapport commissie-Verwilghen, Afdeling 4.4.5. De commissie verwijst naar 

een verhoor van Michel Nihoul door de GP van Bergen op 1 1 december 1995. 

42 Vaststellingen BOB Brussel, 4 september 1996, pv 113.124. 

43 Haustrate en Leroy werden in 1993 door de correctionele rechtbank van Brussel 

vrijgesproken. Dat ze de gestolen aandelen geheeld hadden, werd bewezen geacht, maar 
doordat het onderzoek te lang aansleepte, waren de feiten al verjaard. 

44 De ex-magistraat is na de Unerg-affaire van het ene fraudeonderzoek in het andere 

gesukkeld en verblijft een tijdlang in de gevangenis van Vorst. 

45 Verhoor Claude Leroy, GP Brussel, 20 november 1996, pv 43.569. 

46 Vaststellingen BOB Brussel, 29 augustus 1996, pv 112.861. 

47 'La piste des Mercedes blanches', Télé Moustique, 10 februari 1997. 



130 



3 Herfst 1996 

Xl meldt zich 



1 



'Ik hoop dat u beseft waar u aan begint. ' 

XI, 19 september 1996 



Te oordelen aan de voorpagina's van de kranten, heeft de ontdekking van de 

stoffelijke resten van An Marchal en Eefje Lambrecks het land dicht bij de 
emotionele pijngrens gebracht. Het is woensdag 4 september 1996. In 
Neufchateau gunnen Bourlet en Connerotte zichzelf noch hun politiemensen 
enige adempauze. Op twee fronten wordt een golf van nieuwe arrestaties 
voorbereid. In Charleroi spitst het onderzoek zich toe op het milieu van de 
autozwendel, en meer bepaald op GP-inspecteur Georges Zicot. In Brussel 
mogen vroegere zakenrelaties van Michel Nihoul zich aan een bezoek van de 
speurders verwachten. Die dag heeft Connerotte een onderhoud met 
rijkswachtadjudant Patriek De Baets. De situatie van de Brusselse BOB' er in 
het onderzoek-Neufchateau is een beetje die van het vijfde wiel aan de wagen. 
Samen met enkele collega's heeft De Baets zich vastgebeten in het vermeende 
financiële netwerk rond Mare Dutroux, maar daar zijn ze snel mee klaar. 
Ofwel is Dutroux een kleine sjoemelaar, ofwel een grote die weinig of geen 
sporen achterlaat. 

De Baets kan bogen op een bewogen staat van dienst bij de rijkswacht. Aan 
het begin van de jaren tachtig behoort hij tot het kleine groepje van pioniers van 
de fiscale fraudebestrijding. De zaak-Kirschen, Stella Artois, Feluy, Assubel... 
het is maar een kleine greep uit de resem beladen dossiers die de Don 
Quichottes van de rijkswacht, al of niet gesteund door de Bijzondere 
Belastingsinspectie (BBI), in die tijd tot een goed einde brengen. Op 
rijkswachtniveau is De Baets de 'chef van de financiële speurders. Hij raakt 
goed bevriend met BBI-baas Marcel Lamy en .wordt geprezen door enkele 
magistraten die hun carrière bouwen op zijn werk. In 1987 krijgt De Baets loon 
naar werken. Hij komt bij de Brusselse BOB aan het hoofd te staan van de 
derde Criminele Opsporingssectie (3kos) , in het politie-Bargoens meestal 
'derde SRC' genaamd. Voor de 3kos wordt de bestrijding van de 
witteboordencriminaliteit een stokpaardje. De generale staf, steeds te 



132 



vinden voor wat concurrentie met de GP, vindt het allemaal prima. De Baets 
en zijn mannen kunnen er een grenzeloos genoegen in scheppen om gewapend 
met een huiszoekingsmandaat binnen te stappen bij de groten uit de financiële 
wereld en hun kantoor overhoop te halen. Onder meer baron de Bonvoisin, de 
Franse PDG Pineau-Valencienne en spoorbaas Etienne Schouppe mogen dit 
ondervinden. 

Een van de grootste successen van de 3kos blijft het ontrafelen van het 
criminele netwerk van koppelbazen rond de Henegouwse peetvader Carmelo 
Bongiorno. De specialiteit van de mensen van het 3kos maakt dat ze haast per 
manent oog in oog staan met dezelfde kringen van haute finance, valse adel en 
politieke sjoemelaars. De advocaten waarmee ze in te maken krijgen, zijn veelal 
dezelfden: Jean-Paul Dumont en kornuiten ontbreken slechts bij uitzondering 
op het appèl. Ook baron de Bonvoisin en zijn stromannen zijn in de dossiers 
van het 3KOS alomtegenwoordig. Waar vele anderen voor hem faalden, is De 
Baets geslaagd. Dankzij de Cidep-affaire wordt hij de eerste en tot dusver enige 
politieman die immuun bleef voor de bodemloze trukendoos waarmee de 
Bonvoisin in de loop der jaren elke gerechtelijke actie tegen zijn persoon wist te 
pareren.*! 

Bourlet en Connerotte kennen De Baets heel goed. Net als zij krijgt ook de 
adjudant vaker dan hem lief is te horen dat hij te werk gaat als een 'cowboy. 
Zijn bijnaam roept evenzeer gelijkenissen op met het aureool dat boven de 
hoofden van de twee magistraten hangt - al heeft De Baets ze enkel aan zijn 
haarkleur te danken. Men noemt hem "de witte'. Bourlet en Connerotte willen 
hem ten aRen prijze bij de zaak-Dutroux betrekken. Want het was - alweer - de 
3K0S die in 1992 in de marge van het onderzoek naar de moord op minister 
van Staat André Cools het spoor van de gestolen waardepapieren uitvlooide. 

Vergaderen met Connerotte is onbegonnen werk, merkt De Baets die 
woensdagnamiddag. De onderzoeksrechter kan geen zin afronden of daar 
rinkelt de telefoon. Dat is nu niet anders. Intéressant, out, oui', zegt Connerotte 
steeds weer, in een nerveuze poging elk gesprek zo bondig mogelijk te houden, 
maar anderzijds niet bij machte zijn nieuwsgierigheid te bedwingen. Uit het 
gebrabbel kan De Baets opmaken dat de gesprekspartner een Nederlandstalige 
vrouw is die Frans wil spreken en dat Connerotte van zijn kant wil laten blijken 
dat hij enkele woordjes Nederlands kent. "Moment', hoort hij hem plots 
zuchten alvorens hem de hoorn in zijn handen te duwen. Het probleem, 
begrijpt De Baets, is dat de vrouw een adres in Gent tracht te dicteren. Ze stelt 
zich aan De Baets voor als "Tania uit Gent'. De wijze waarop ze haar adres, 
met de schelle Gentse "a', uitspreekt, doet hem begrijpen dat dit nog wel even 
had kunnen duren. Hij krijgt van Tania ook wat uitleg. Ze zegt iemand te 
kennen die slachtoffer is geweest van "het netwerk rond Michel Nihoul'. De 
Baets overhandigt Connerotte enkele notities. "Interessant', zegt die nog.*2 

Drie dagen later, op zaterdag 7 september 1996, moet De Baets opnieuw 
in Neufchateau zijn. De adjudant krijgt van Connerotte het kantschrift 
genummerd 62 bis mee. Opdracht: de genaamde Tania V gaan verhoren in 
Gent. "Nihoul?' 



133 



werpt De Baets op. "Er was toch afgesproken dat de gerechtelijke Nihoul zou 
doen?' Nee, knikt Connerotte. In enkele dagen tijd hebben zich rond 
commissaris Marnette net iets te veel incidenten voorgedaan, vindt hij. Het 
ogenschijnlijk valse pv van Marnette over Jean-Paul Raemaekers is trouwens 
de reden waarom De Baets en drie van zijn collega's die dag naar Neufchateau 
zijn getrokken. En er is nog meer. Toen Annic Bout}' ccn eerste keer werd 
verhoord, had zij het plots over twee nachtelijke telefoongesprekken die ze 
onlangs voerde met... Georges Marnette.*3 Wat er toen precies is gezegd, is 
een goed bewaard geheim. Nu is telefoneren in België niet verboden - en zijn 
het overigens de ondergeschikten van Marnette zelf die de verklaring van 
Bouty opnamen - maar hier bleef het niet bij. Kort nadat Bouty was 
gearresteerd, werd Marnette aangesproken door de Bmsselse procureur Benoit 
Dejemeppe. Die vroeg hem of die even kon nagaan op welke gronden dat was 
gebeurd en wat zij zoal had verklaard. Het is niet Marnette zelf, maar de 
nationale GP-commissaris Eddy Suys die Connerotte inlichtte over de 
interventie van Dejemeppe.*4 'Daarom heb ik Kever dat jullie dit doen', zegt 
Connerotte. Op maandag 9 september gaan adjudant Patriek De Baets en 
eerste wachtmeester Philippe Hupez op pad. 

Ze voelen haar verbazing. Het drieletterwoord BOB, legt Tania V later uit, 
associeert ze intuïtief met kort geknipte lui die vanuit R4'tjes linkse 
demonstranten fotograferen. ~Je mag alleen praten met Connerotte of 
Bourlet', heeft haar vriendin haar op het hart gedrukt. Dat is de reden waarom 
Tania op 4 september naar eigen zeggen van 's ochtends af urenlang de 
telefooncentrale van het justitiepaleis in Neufchateau heeft zitten terroriseren. 
Als ik dan later hoor dat ik met opzet zou hebben gebeld op een ogenblik dat 
De Baets daar zat, dat wij elkaar kenden er, dat alles opgezet spel was, dan 
moet ik hard lachen', zegt Tania V.*5 

Ze steekt aarzelend van wal. De vrouw heeft iets hulpeloos over zich. Ze 
praat zacht. Ze heeft haar vriendin - van wie ze de naam niet wil noemen - aan 
het einde van de jaren tachtig leren kennen bij de vzw Tegen Haar Wil, een 
opvanghuis voor seksueel mishandelde vrouwen in Gent. Drie weken geleden, 
vertelt Tania, kwam ze op bezoek. De tv stond aan. 'Ze zag die Bmsselaar de 
trappen van het justitiepaleis van Neufchateau afdalen. Ze kromp ineen. Ken 
je die, vroeg ik. Ze knikte. We hebben toen de hele nacht zitten praten. Ze had 
me al vaker verteld over haar jeugd, over haar pooier die haar uitleende, maar 
nooit met zoveel details. Van de meeste van haar daders heeft ze nooit de 
familienamen gekend, zei ze. Voor haar was Nihoul MicK Ik hoor haar nog 
zeggen: Nihoul, echt een naam voor hem.' 

De Baets en Hupez blijven de hele namiddag zitten. Nu en dan kijken ze 
elkaar ongelovig aan. Het door Tania navertelde verhaal gaat over een machtig 
netwerk van kinderprostitutie, kindermoorden, handel in videocassettes, de rol 
van Nihoul als organisator van seksfuiven met kinderen... 'Tja, we kunnen 
hier natuurlijk weinig mee aanvangen als we uw vriendin zelf niet te spreken 
krijgen', merkt De Baets op. Tania geeft hem weinig hoop. 'Ze heeft het 
netwerk eigenlijk pas vorig jaar definitief verlaten. Ze heeft een gezin en tracht 
een nieuw leven op 



134 



te bouwen. Ik geloof nooit dat ze dat allemaal zal willen opgeven. Ze is 

trouwens erg bang.' 

Wanneer de BOB'ers aanstalten maken om te vertrekken, is het voor Tania 
min of meer duidelijk dat ze geen al te beste beurt heeft gemaakt. Ze geloven er 
niks van en laten daar enkel uit beleefdheid niks van merken, denkt ze. Dan 
schiet het haar te binnen dat haar vriendin in 1989 een manuscript heeft 
geschreven waarmee ze ooit nog naar de Leuvense uitgever Acco is getrokken. 
Ergens heeft ze nog een exemplaar liggen, een bundeltje fotokopieën met een 
gekleurd voorblad. In het manuscript, waarschuwt Tania, staat maar een klein, 
onschuldig deel van het verhaal. Ze overhandigt een exemplaar aan De Baets. 
Die doorbladert de bundel vluchtig en laat zijn oog rusten op de laatste pagina. 
Daar staat: Regina Louf, december 1 989. 

- Zo maakt u het ons wel erg gemakkelijk. 

- Hemel, staat haar naam erin? Ze vermoordt me. 

- Tja, nu we haar naam kennen, kunt u haar net zo goed even 
bellen. - Misschien is dat beter, ja. 

De twee BC5B'ers horen hoe Tania zich in bochten wringt om haar vriendin te 
verzekeren dat het allemaal uitstekend is verlopen, dat die twee rijkswachters 
geen bullebakken zijn en dat ze er een hele namiddag mee heeft zitten praten. 

'Ze zitten hier trouwens nog steeds.' Er volgt een lange stilte. Regina Louf heeft 
blijkbaar begrepen dat ze haar anonimiteit nu al mag vergeten. Dan wenkt Tania 
De Baets: 'Ze wil met u praten.' 

De stem klinkt totaal anders dan diegene die de publieke opinie anderhalf jaar 
later zal schokken. Stil, neerslachtig. Het valt De Baets op dat de vrouw zichzelf 

blijkbaar als een potentiële Neufchateau-verdachte ziet. 'Ik beklaag me nu al dat 
ik Tania heb gevraagd contact op te nemen', zucht ze. De Baets tracht haar 
gerust te stellen. Anoniem getuigen kan. Dat valt te regelen. 'Goed, één keer 
dan. Maar jullie moeten beloven dat jullie me daarna met rust laten.' Patriek De 
Baets en Regina Louf maken een afspraak voor zondag 15 september. De meest 
recente richtlijnen voor de opvang van incestslachtoffers indachtig, zal hij haar 
verhoren in de zaal Serge Creuz van de Brusselse BOB. Dat is een met vier 
videocamera's uitgeruste verhoorkamer die het mogelijk maakt dat slachtoffers, 
doorgaans kinderen, hun verhaal slechts één keer hoeven te doen. 
Regina Louf stuurt haar kat. Op de dag dat het verhoor zou plaatsvinden, krijgt 
De Baets een telefoontje van Bie Heyse, een therapeute uit Gent, die informeert 
of ze daar bij de rijkswacht 'helemaal gek geworden zijn'. Haar patiënte, zegt 
Heyse, lijdt aan dissociatieve stoornissen. 'En ja, die zijn een gevolg van het 
zware seksueel misbruik in haar jeugd. Haar therapie is een succes aan het 
worden. Als jullie haar nu gaan verplichten om al die gebeurtenissen van vroeger 
weer op te rakelen, kan ik niet instaan voor de gevolgen.' 
Jammer, denkt De Baets. In overleg met Bourlet was al een juridisch kader 
Uitgedokterd dat zou toelaten haar te verhoren als anonieme getuige. Ze had 
zelfs 

135 



al een code gekregen: XI. Het manuscript is overgemaakt aan het CBO, en er 
zijn al opzoekingen verricht rond de daarin vermelde "pooier' Tony V. *6 De 
Baets piekert nog over een andere manier om meer te weten te komen over 
deze vrouw, wanneer in de namiddag van 20 september zijn gsm rinkelt: 
"Hallo, Regina Louf hier. Ik heb me bedacht. Ik heb lang met mijn man en 
mijn therapeute gepraat. Ze zijn akkoord.' 

Later legt ze uit dat ze na het eerste contact met De Baets geen oog meer 
dicht deed. "Ik dacht: ze hebben nu mijn naam, binnen de kortste keren staan 
ze hier toch. Dus leek het me beter om toch maar zelf de stap te zetten.' 
Majoor Daniël Decraene van het CBO is in het bureau van De Baets aanwezig 
wanneer het onverhoopte telefoontje binnenloopt. Er wordt meteen 
afgesproken voor dezelfde avond. Het enthousiasme onder de speurders is 
groot. Want zonder de medewerking van Regina Louf zou er inderdaad 
evengoed een onderzoek zijn gestart. Een dag eerder, op 19 september, is 
Operatie Bagou officieel gelanceerd.*7 Phiüppe Hupez stelt het initiële proces- 
verbaal op: Anonieme informatie. Een handelsreiziger uit Antwerpen 
bijgenaamd Tony leverde in de jaren '80 kinderen aan pedofielen. Hij was 
hoofdzakelijk actief in Antwerpen en Vlaanderen, maar ook in Brussel. De 
kinderen werden geleverd door hun familie. De volwassenen hadden seksuele 
betrekkingen met de kinderen. Er werden foto's getrokken en video-opnamen 
gemaakt. Soms werd er geweld gebruikt. Het maken van foto- en video- 
opnamen gebeurde in de lokalen van een pubüciteitsfirma. De klanten kozen 
zelf de plaatsen. De slachtoffers hebben schrik om te praten omwille van de 
mogelijke gevolgen voor hun ouders. Een van de beschuldigden in dossier 
86/96 zou klant geweest zijn. Het is ons niet bekend wie."*8 

De laatste twee zinnen doen de waarheid geweld aan. De Baets en Hupez 
weten perfect dat de van Tania V verkregen informatie vooral betrekking heeft 
op Michel Nihoul. De reden waarom ze dit verzwijgen, heeft echter weinig te 
maken met wantrouwen jegens de GP Het is juridische spitstechnologie met 
een dubbel doel. Nihoul is aangehouden en heeft toegang tot de dossiers die 
tegen hem worden aangelegd in Neufchateau. Door in het initiële proces- 
verbaal zijn naam weg te laten, wordt dit omzeild. Men heeft in die begindagen 
trouwens geen flauw idee welk vlees men met XI in de kuip heeft. Indien 
achteraf zou blijken dat zij een fantaste is, zou dat in het voordeel spelen van 
Dutroux en co. Daarom worden de krachtlijnen van wat er te gebeuren staat 
verduidelijkt in een aan het pv vastgehechte confidentiële nota aan Bourlet. 
Het resultaat is een nieuw dossier, het supergeheime dossier met het nummer 
109/96. 

Het laatste wat De Baets haar die dag aan de telefoon hoort zeggen, is 
iets wat hem in de maanden die volgen nog lang zal heugen: "Ik hoop dat u 
beseft waar u aan begint.' De Baets grinnikt. Dat hebben ze hem al vaker 
gezegd. "Goed', besluit Regina Louf. "U zal in elk geval nooit kunnen zeggen 
dat ik u niet gewaarschuwd heb. Ze zullen u niet laten doen.' 

NOTEN 

1 Cidep was de naam van een door de Bonvoisin via stromannen geleide 
handelsdrukkerij 

136 



waar politici van alle mogelijke strekkingen gratis verkiezingsdrukwerk konden 
bekomen en zichzelf zo, veelal zonder het te beseffen, schatplichtig maakten aan hem. 
De Bonvoisin liep in deze zaak een vrij zware celstraf op, maar vecht die nu aan bij het 
Hof van Beroep in Bergen. Dit gebeurde na een eerdere procedureslag waarbij het Hof 
van Cassatie een arrest van het Brusselse Hof van Beroep vernietigde. Het proces moet 
daardoor worden overgedaan. 

2 Het telefoontje zal later het voorwerp uitmaken van het onderzoek 231/97 van de 
Brusselse onderzoeksrechter Pignolet. Hem is verteld dat het hier ging om een complot 
om de Xlpiste te lanceren en dat Tania V opzettelijk belde op het ogenblik dat De Baets 
in het bureau van Connerotte aanwezig was. Anderhalf jaar intensief onderzoek levert 
geen enkele ernstige indicatie in die zin op. 

3 Verhoor Annie Bouty, GP Brussel, 4 september 1996, pv 38.914 Z46. 

4 Marnette vertelt het voorval bij wijze van anekdote aan Suys, maar weigert iets op 
papier te zetten "tegen onze bazen'. Daarop neemt Suys maar zelf het initiatief. 

5 Gesprek met Tania V, 21 juni 1998. 

6 Regina Louf recupereerde het manuscript grotendeels in haar eind 1998 verschenen 
boek Zwijgen is voor daders (Houtekiet / Fontein). 

7 Bagou is het Franse woord voor "vlotte babbel'. 

8 Informatie, 19 september 1996, BOB Brussel, pv 112.360 (samenvatting). 



137 



2 



'Mijn God, laat me niet nog eens 

terugkomen. ' Getuige Xl, 20 september 1996 



- Laat ons beginnen met uw leven in Knokke. Of liever: zeg ons eerst uw 
naam uw voornaam, geboorteplaats en geboortedatum. Dan komen we aan uw 
opvoeding, waar die plaatsvond, en van daaruit gaan we naar de perioden die 
belangrijk zijn. - Voor mij zijn ze belangrijk Mijn naam is Regina Lou£. 
Geboren in de tijd van de flowerpower, de tijd van de eerste mens op de maan. 
Geboren in Gent op 29 januari 1969 en verhuisd naar Knokke, bij mijn 
grootmoeder, toen ik anderhalf jaar oud was. 

- Hoe heetten uw vader en uw moeder? 

- Dat is moeilijk.. Mijn vader, mijn moeder...' 

- Uw grootouders langs uw moederskant? 

- Hem heb ik niet gekend. Hij is gestorven in 1958 of zo. Hij was 
politiecommissaris. Mijn grootmoeder is gestorven in maart 1996. 

- Hoelang zijt gij bij uw grootmoeder blijven wonen? 

- Tot ik tieneneenhalf jaar oud was. 

- Ging u in die periode naar school? 

- Ja, natuurlijk. In de visitatieschool van het Heilig Hart. 

- Zijn er zaken uit die periode waarover ge wilt praten? 

- Wat wilt ge weten?' 



In die eerste minuten van het eerste verhoor wordt de toon gezet. Ondervragers De 
Baets en Hupez trachten zich strikt aan de regels te houden en slaan een droge, 
afstandelijke toon aan. Ook al heeft zij dat aan de telefoon al uitgelegd, mogen ze 
haar niet vragen: ben je toen seksueel misbruikt? De vraagstelling, zo is hen op het 
hart gedrukt, moet neutraal zijn. De voor het onderzoek relevante informatie moet 
van haar komen. Van niemand anders. XI heeft het zo niet begrepen. Wanneer men 
haar vraagt of ze "daarover kan praten', antwoordt ze ja 



138 



met een blik van: daarvoor zit ik hier toch? Krijgt ze het gevoel dat men haar 
zaken wil doen herhalen die ze al eerder buiten de context van het verhoor heeft 
gezegd, gaapt ze haar ondervragers niet begrijpend aan. "Eigenlijk zocht ik naar 
een manier om er na één verhoor van af te geraken', blikt XI later terug. "Ik wou 
hen enkel vertellen hoe een netwerk van kinderprostitutie werkt, wat de interne 
codes zijn, hoe men slachtoffers zo ver krijgt dat ze een leven lang blijven 
zwijgen. Ik kon mij niet voorstellen dat ze zich voor nüjn verleden zouden 
interesseren.' 

Er is op 20 september geen sprake van moorden of sadistische sekspelletjes 
met kinderen. Onderwerpen die haar bij volgende gelegenheden tot breedvoerige 
beschouwingen zullen leiden, wimpelt ze af met een "neen' of in het beste geval 
met: "Ik denk dat ik het onbewust vergeten ben.' De eerste antwoorden van XI 
zijn vaak uitermate contradictorisch met wat ze later zal verklaren. Op 20 sep- 
tember heet het dat ze op haar twaalfde door haar pooier, Tony, is ontmaagd in 
het bed van haar moeder. Later zal ze spreken over een zwangerschap op haar 
tiende. En toch bevat het eerste verhoor al indicaties dat de getuige de zaken 
rooskleuriger voorstelt dan ze dat volgens haar zijn. Ze schrikt op wanneer De 
Baets haar vraagt of haar moeder dan niets had gemerkt van een bloedvlek op de 
matras. "Oh, ik bloedde maar een heel klein beetje.' 

Met zin voor detail beschrijft XI hoe haar grootmoeder in Knokke haar op een 
dag voorstelde aan een Franstalige gepensioneerde die permanent in de mondaine 
badplaats leek te resideren en die door iedereen werd aangesproken als 
"Monsieur'. Hij was een van haar eerste klanten. Ze was, zegt ze, anderhalf jaar 
oud. Grootmoeder slaagde erin de eigenschappen van een Spartaanse opvoeding 
te vermengen met die van het veeleisende pooierschap. "Ik moest er ook schoon- 
maken. Op een dag was ik enkele plinten vergeten te poetsen. Ze zei er niks over. 
Nee, ze negeerde me. Drie weken lang zei ze geen woord. Tot ik me voor haar op 
m'n knieën gooide en smeekte: maar zeg me dan toch wat ik verkeerd heb 
gedaan! Dan kwam het: je hebt die plinten niet gepoetst. Zo was ze. Bij haar 
kwam het erop aan perfecter te zijn dan perfect.' Bij het aanwijzen van klanten 
was oma net zo communicatief. "Toen ik thuiskwam, hing er aan een haakje een 
sleutel van een van de negen kamers die de villa telde.' Dan had ze er veelal het 
raden naar wat deze klant precies verlangde. Deed ze onbewust niet precies wat 
er van haar werd verwacht, dan kreeg ze straf. Zo bepaalden de klanten mee haar 
referentiekader van goed en slecht. 

- Toen ge daarnet over "Monsieur' sprak, hebt ge gezegd dat hij twee tot 
driemaal per week kwam. Deden de andere klanten dat ook? 

- Ja. Tenminste, in de rustige perioden. November, januari, februari. Dan 
had ik leuke vakanties. Als ik er toen één per dag had, was ik tevreden.' 

- Als ge er één per dag had, waart ge tevreden? 

- Ja, dat was weinig. Niet dat ik het leuk vond hoor. 

- Maar hoeveel mensen kwamen er dan per 
dag? 

- Hoeveel mensen er ..? 
-Ja? 



139 



- Pfft... Als alle kamers volzet waren? 

- Waren het allemaal van die types? 

- Nee niet allemaal, niet allemaal. Maar toch. Zelfs al waren het er maar twee 
of drie... 

- Goed, we spreken hier van twee tot drie personen per dag? 

- ja, zeker tijdens het seizoen. 

- Moest ge dan niet naar school? 

- Toch wel. 

- Hoe combineerde ge dat dat dan met uw activiteiten daar? 

- Dat was niet moeilijk. Ik ging naar school en 's middags kwam ik naar huis 
om te eten. 's Avonds, ja, om vier uur. De school was afgelopen om vier uur. 
(...) 

- Hebt ge nooit over die periode gesproken met uw moeder? 

- Nee. 

- Zelfs nu niet? Bezoekt ge uw moeder nog? 

- Ik bezoek haar nu en dan, ja. Mijn moeder ligt op sterven. Waarschijnlijk 
haalt ze het einde van de winter niet. Wat moet ik haar nog zeggen? 
Godverdoirmie, ik zie er écht het nut niet van in. 

- Ge zijt getrouwd, ge hebt kinderen. Gaat ge uw moeder bezoeken met uw 
kinderen? 

- Nu en dan ga ik op visite, ja. 

- En is er dan nooit een intiem contact geweest met uw moeder? Om te praten 
over wat er bij uw grootmoeder is gebeurd? 

- Nee, nee. 

- Nooit? 

- Ik heb pogingen ondernomen, ik heb pogingen ondernomen, maar... 

- Pogingen, met welk doel? 

- Wel ja, pogingen om te vertellen wat er gebeurd is. En ze heeft onmiddellijk 
gezegd dat dat onmogelijk was, dat het niet waar was. Eirfin, ze wou dan 
zelfmoord plegen, begon medicijnen te slikken en haar haren uit te rukken... 
Dan dacht ik: hola. (...) Ik had geen zin om ook nog haar dood op mijn 

geweten te hebben. 

Tony V werkt in 1980 als vertegenwoordiger voor het Duitse merk van honden- 
accessoires Gimpet. In die hoedanigheid komt hij in 1980 het hondenkapsalon van 
haar moeder binnengewaaid. XI wordt verliefd op de Antwerpse macho. Hij is 
zevenentwintig jaar ouder dan zij. Hij stuurt het half verwilderde kind naar de 
kapper, leert het make-up gebruiken, koopt rode lingerie. Hij komt haar vanaf het 
laatste jaar in de lagere school regelmatig afhalen. Eerst voor eigen gebruik, daarna 
om haar uit te lenen. 

- Waren er ook andere kinderen? 

- Soms waren er andere kinderen, ja. Niet altijd, maar er waren er. Nu, ik had 
weinig contact met hen. Alleen met Flo. Haar kende ik. 

- Waren er ook andere personen aanwezig op die seksfuiven? 

- Dat varieerde, maar ik denk dat er toch altijd minstens zes of zeven personen 
waren. 

Na een uur of drie merken de BOB'ers hoe het humeur van de getuige omslaat. 



140 



De lacherige, zelfzekere antwoorden blijven uit. Haar woorden komen minder snel 
en ze spreekt raadselachtige zinnetjes uit waar geen veldere toelichting bij volgt: 
"Ik voelde me schuldig... Omdat ik dat meisje niet kon helpen. Omdat ik haar niet 
kon beschermen. Ik heb alles geprobeerd. Ik trachtte haar af te leiden.' De Baets 
snijdt een ander onderwerp aan. Pornofilms. 

- Hoeveel keren? 

- Zoveel keren dat ik het op het eind echt niet meer wist. Zoveel 
keren... 

- En de acteurs waren altijd dezelfden? Was het altijd Pascal?*3 

- Nee, er waren anderen. Soms was ik gebUnddoekt of droegen zij maskers. Of 
zoiets. Dat gebeurde... 

- Welk soort maskers? 

- Van die dingen die ge in de winkel kunt kopen. In seksshops. AUez, hoe heet 
dat... SM-spullen en zo. Pff. Van die dingen in leer. Er waren soms SM- 
attributen, apparaten en zo. Pff. 

- Maar dat werd altijd 
gefilmd? 

- Dat werd gefilmd (...). 

- Gaat het? Niet te moe? 

- Nee, ik ben niet moe. Maar het is moeilijk om de juiste woorden te vinden 
(...). 

- Hebt ge onlangs klanten herkend? 

- ja, op de 
televisie. 
-Wie? 

- Nihoul. Dat is al sinds die eerste keer dat ik hem op de televisie zag... ik kan 
zijn naam maar niet onthouden. Uiteindelijk ben ik op teletekst gaan kijken. Zo 
van: waw, ik ken zijn naam. Jaja, meteen, onmiddellijk. 

XI meent zich te herinneren dat ze Nihoul in 1982 leerde kennen. Hij was een van 
die maimen, vertelt ze, die opgewonden raakte wanneer het meisje zich verzette, 
zodat een verkrachting werd gesimuleerd. Eén keer, zegt ze, deed Nihoul haar 
bijna stikken door een kussen op haar hoofd te drukken. XI houdt niet van 
fotoconfrontaties, zo wordt meteen duidelijk. Ze maakt een afwerend gebaar 
wanneer men een stapeltje foto's van auto's voor haar uitspreidt. Wanneer men haar 
confronteert met de inmiddels wereldwijd door kranten, weekbladen en tvstations 
afgebeelde foto van de ongeschoren Nihoul in de pose van de verschrikkelijke 
boef,*4 knikt ze dan weer nee. Die kent ze niet. "We moeten hier nog wel ergens 
foto's liggen hebben van Nihoul in kostuum, met een stropdas', zegt De Baets. "Bij 
mij thuis liggen er ook nog enkele', zegt XI zonder te verpinken.*5 Het is niet die 
belofte, die achteraf loos blijkt, die de BOB'ers doen besluiten dat ze XI een 
tweede keer wiUen verhoren, maar de passage die daarna volgt. Ze legt uit dat 
Nihoul haar meestal meenam naar een appartement waarvan ze aanneemt dat het 
niet het zijne was. 

- Kunt gij dat appartement beschrijven? Kunt ge er u iets van herinneren? Was 
het één kamer of was het een appartement? Of was het een huis? 



141 



- Binnenin was er een nogal ouderwetse grote deur met gietijzer ervoor en 
glas. Welja, ik wil zeggen: een raam en dan gietijzer. Ge gingt daar binnen en 
dan moest ge naar links. Trappen. Toen had ge... goh, hoe was het ook weer... 
een trap voor u. Ge ging naar boven. En dan links waren er trappen naar 
beneden (...). Er stonden antieken voorwerpen. Ge kwam er binnen in een 
kamer. Die gaf uit op een binnentuin. Niet zo groot. 

- Waren er planten? 

- Jaja, die waren er. Wat was er nog? Weet ik veel, een boom. Een 
dennenboom. Euh, en voor de rest normale dingen. Struiken. Ja, zoiets. Dat 
was het ongeveer. 

Met deze dialoog begint de zaak-Xl. Want wat niemand in de verhoorkamer op 
dat ogenblik weet, is dat ze hortend en stotend een min of meer accurate beschrij- 
ving heeft opgegeven van een appartement dat Annie Bouty tot in het begin van 
de jaren '80 betrok in de Dupréstraat in Jette - in spiegelbeeld weliswaar. * Het is 
iets wat de speurders later vaker zal opvallen. In elk van haar beschrijvingen 
dient links te worden vervangen door rechts en omgekeerd. Die ochtend, het is 
inmiddels halftwee, blijft De Baets zoeken naar een zwakke plek in het 
afweersysteem van zijn getuige. Hij probeert het met humor. 

- Waren er in die periode onder de klanten uit de omgeving van Gent ook 
bekende personen? 

- Dat is moeilijk te zeggen als ze niet aangekleed zijn. 

- Ja, en het ene naakte achterwerk ziet er hetzelfde uit als het andere. 

- En als ge hun hoofd niet eens ziet. 

- Ja. dat weet ik maar, cuh. 

- Ik mag dat in feite niet zeggen. Er waren zoveel mensen die goed konden 
kletsen en leuteren over van alles en nog wat, maar of ze belangrijk waren... 

allez ja. 

- Hebt ge, toen ge ouder waart, mensen kunnen identificeren? Dat ge zo zei: 
hee, die riep daar, zijn gezicht heb ik al eerder gezien? 

- Jawel, maar dat is helemaal niet prettig. Ge vergeet dat onmiddellijk. En het 
is zo gênant trouwens. Soms was het van: godverdomme, bekijk dat nu. 
Maar ongeveer een half uur later wist ik het al niet meer. Het is ellendig. 
Het maakt het allemaal zo frustrerend voor mij. Ik bedoel: ik zou jullie zo 
graag antwoorden geven. 

Het antwoord komt er na een korte pauze. Op de videoband is te zien hoe XI 
ongemakkelijk heen en weer zit te schuiven en duidelijk maakt dat het voor haar 
welletjes is geweest. "Mijn God, laat me niet nog eens terugkomen', brengt ze aan 
het eind van het verhoor uit. XI heeft vier kinderen en moet elke ochtend om 
zeven uur op. De drempel waar hij bij een volgende gelegenheid overheen zal 
moeten, begrijpt De Baets, is het moeilijk te vatten schuldbesef waaronder ze 
gebukt lijkt te gaan. 

- Ziezo, het is kwart voor drie, we stoppen ermee. We gaan een nachtje 
slapen. 

Een nachtje! 



142 



- Een week om te slapen dan. 

- Pf.. ziedaar het gebruikelijke 
enthousiasme. 

- Is dat niet goed? 

- Zeker. 

- Het is beter enthousiast te zijn dan... 

- Ja, uiteraard, uiteraard. Hoeveel tijd, ik bedoel... wat heb ik mezelf nu toch 
weer in de problemen gewerkt. Ik bedoel: hoeveel tijd zal dit niet kosten? 

Het tweede verhoor vindt een week later plaats, op 30 september. Dit is een goede 
piste, zo lijkt het. 

- Ik heb haar daar nog gezien. 
-Waar? 

- Daarvoor. 

- In Gent? 

- Bij Nihoul. 

- In Brussel? 
-Ja. 

- In een club? 

- In Brussel, ja. Maar dat is ook alles wat ik weet 
hoor. 

- Hebt ge gezien dat ze misbruikt werd? 

- Niet dat ik het gemerkt heb.' 



Het is dan al halftwee 's ochtends. De Baets en Hupez kijken elkaar aan. De foto 
die ze haar hebben getoond, is een jeugdfoto van Nathalie W, het eerste slachtoffer 
dat in Neufchateau kwam getuigen over het bestaan van invloedrijke netwerken 
van kinderprostitutie in België. Nathalie beschuldigde Michel Nihoul ervan dat hij 
haar driemaal heeft verkracht toen ze nog een kind was. Ze heeft hem, zegt ze, een 
paar keer gezien in de seksclub les Atrébates. XI situeert haar in de periode 1982- 
'83. Het zal niet vaak voorkomen dat XI een datum juist heeft, maar deze keer 
kennelijk wel. In de gebouwen van de BOB heeft ze tot op dat ogenblik nooit het 
pad gekruist van Nathalie W, ze kan haar niet hebben gezien. En zelfs al was dat 
gebeurd, is het zeer twijfelachtig of dat zou hebben geholpen. Er zijn weinig of 
geen gelijkenissen tussen de Nathalie W van nu en de meer dan vijftien jaar oude 
foto. 

XI heeft haar twee ondervragers eerder die dag al overtuigd. Wanneer ze haar 
in de vooravond in Gent gaan ophalen, maken ze bij het binnenrijden van Brussel 
een ommetje via het Instituut van het Heilig Hart. Van daaruit rijden ze het 
centrum van Jette binnen. Wanneer ze een laan met bomen indraaien, wordt XI op 
de achterbank onrustig. De laan is in dat gedeelte slechts langs een kant bebouwd. 
Aan de andere kant is er een spoorweg. XI lost geen woord en kijkt ostentatief in 
de richting van de spoorweg. "Hier was het', zegt ze plots. De laan waar ze 
doorrijden is de Dupréstraat.* 8 



143 



Het tweede verhoor begint met een relaas over hoe XI als kleuter werd verkracht 
door een hond. De eerste keer dat dat gebeurde, vertelt ze, had grootmoeder de 
zaken slecht voorbereid. Ze was niet vastgebonden en begon wild om zich heen te 
trappen, wat tot gevolg had dat de Duitse herder haar in het gezicht beet. "Een 
ongeval', heette het op school. Dit soort scènes, vertelt ze, werd gefilmd. Op 
bestelling. Na de honden kwamen de mannen. "Blijkbaar raakten ze opgewonden 
door die honden.' Er was een vast cliënteel, zegt XI. Ze beschrijft ook minder 
macabere gebeurtenissen, onder meer in een hotel in Knokke. Ze noemt de namen 
van vier andere kinderen die er door hun ouders werden uitgeleend, onder wie 
Conny De Windt. *9 

In de week voor het tweede verhoor heeft XI Dc Bacts gebeld om hem te 
melden dat ze een boel dingen bewust verzwegen heeft. Ze twijfelde of ze de twee 
BOB'ers kon vertrouwen, zegt ze, en ze vreest ook dat men haar niet zal geloven. 
"De volgende keer zal ze concreter zijn', beloofde zc. Dc eerste naam die XI die 
nacht vermeldt, is er meteen een die inslaat als een bom. Het is O., een bekende 
politicus uit de streek waar ze opgroeide. Hij was een van de centrale figuren op de 
seksfuiven in het hotel, vertelt ze. 

- Herinnert ge u de voornamen van andere personen uit dc entourage van 0. 
"die daar aanwezig waren? Namen of voornamen van personen die ge later 
kunt hebben gezien op de televisie of... weet ik veel waar? 

- ja, er zijn er die ik later heb ... Het is toch bizar. Het is heel bizar dat... er 
waren af en toe mensen uit de politieke wereld die ik later op de televisie heb 
herkend. 

- Kunt ge de namen van deze politici 
noemen? - Oh, op dat moment niet. 

- Toen niet, maar nu misschien wel? 

- ja, maar goed. Voor die enkele keren dat ik ze op de televisie heb gezien, om 
maar te zeggen, eh... Ik heb toen N." herkend en... ik ben aan het nadenken 
over zijn naam, maar ik slaag er niet in om hem te vinden. Hij is nochtans erg 
bekend. Hij werkt nog steeds aan de zijde van E.*12 



Haar ondervragers dringen aan. Willen weten of ook hij tot de CVP behoorde. - 
Was het iemand uit dezelfde entourage als O.? 

- Ik geloof, het is een beetje gemeen om het te zeggen, dat er bij waren die 
gerold zijn. In die zin dat er personen aanwezig waren die niet wisten waaraan 
ze begonnen. - En deze persoon was een van hen? 

- Dat was een van 
hen. - Dus, in feite 
was hij... 

- Dat zagt ge meteen aan hun reacties. Dat zagt ge aan hun reacties of niet, allez 
ja... - Het behoorde niet tot hun gewoonten? 

Aan hun zenuwachtigheid en hun ongemak, al die dingen. Ge zag onmiddellijk 
of het iemand was die... (...) 



144 



e aandacht verlegt zich naar oud-toppoliticus E., van wie volgens XI zeker niet 
kan worden gezegd dat hij onder sociale dwang tot seks met kinderen kwam. Ze 
werd naar eigen zeggen meermaals door haar grootmoeder naar 's mans verblijf 
gestuurd. Ze geeft een vrij uitvoerige beschrijving. Gaandeweg begrijpen de 
speurders dat wanneer hun getuige al eens namen noemt, dat dit voor een stuk 
komt doordat die mensen achteraf een zekere roem genoten. Van de chiropractor, 
de dokter, de koloniaal, de Duitser en de Engelsman zullen ze nooit de identiteit 
kunnen achterhalen. Van die ene - in de jaren zeventig nogal bekende - sportman 
dan weer wel. In een manege in Knokke werd hij door vrienden in een kleine 
ruimte opgesloten met XI. "Ik wist wat er moest gebeuren, maar hij niet.' 

En dat allemaal onder het goedkeurend oog van een hoogbejaarde groot- 
moeder? De ouders en grootouders gaan de BOB'ers meer en meer intrigeren. 
Oma deed het zeker niet uit voluntarisme, zegt XI. De gepensioneerde vrouw, die 
na de dood van haar man nooit werkte, leidde ccn luxueus leven cn genoot aanzien 
in Knokke en daarbuiten. Ze liet zich overal per taxi vervoeren, kocht producten 
van dure merken en gaf nu en dan een familielid een "ruggensteuntje'. Het is iets 
wat Dc Baets moeilijk kan vatten, dat dubbelleven. In haar Knokse periode ging 
ze braafjes naar school en volgde ze balletlessen. Na haar verhuizing naar Gent 
werd de lijn van dat dubbelleven doorgetrokken, zegt ze. Op haar vijftiende werd 
ze zwanger cn deed Tony haar een abortus ondergaan. Over haar moeder vertelt ze 
dat die heel precies wist wat Tony met haar uitspookte. Ze bracht haar dochter zelf 
met de wagen naar nachtclubs in de buurt van Gent, waar SM-fuiven 
plaatsvonden. 

- Zou uw vader op de hoogte kunnen zijn van de feiten? 

- Mijn vader... mijn vader is een speciaal geval. Moest ge het hem 
vragen... hij zou alleen maar nee zeggen. Nee. Hij heeft het nooit willen 
zien. En als mijn vader denkt dat er niets is gebeurd, dan is er niets 
gebeurd. Wel ja, 't is te zeggen... 

- Is uw vader op de hoogte van wat er gebeurde in de tweede periode, 
die tussen twaalf en zestien jaar? 

- Op een dag heeft Erwin het hem 
gezegd. - Wie heeft het hem 
gezegd? 

- Erwin, mijn man. Hij heeft het een keer gezegd toen hij heel kwaad was. 
Daarop heeft mijn vader geantwoord, in enkele woorden: "Wel, hebt ge dat 
nog steeds in uw hoofd zitten?' 

- Dus, in feite was dat een 
bekentenis? - Zo kwam dat bij 
mij over, ja... 

Rond middernacht krijgt XI het lastig. De Baets confronteert haar met de ene 
foto na de andere. Ze herkent wel een foto van de beruchte tent Les Atrébates, 
maar ze voegt er eerlijkheidshalve aan toe dat ze de gevel onlangs op het tv- 
journaal heeft teruggezien. De oorzaak van haar neerslachtigheid is "Flo'. Dat 
was haar vriendin, toen. Ook Flo is veelvuldig misbruikt door Nihoul en de 
anderen, zegt ze. Het blonde meisje uit Gent, iets ouder dan XI zelf, komt 
uitvoerig ter 



145 



sprake in het manuscript dat Tania aan de speurders gaf. XI mijdt liet 
onderwerp. Iets voor tweeën 's octitends wordt XI gevraagd of ze kan vertellen 
over die SM-fuiven. Ze staat op en haalt een bundel papier uit haar handtas. Ze 
begint voor te lezen uit een enkele jaren oud geschrift hoe men niet alleen 
allerlei soorten vibrators gebruikt, maar ook flessen, de achterkant van een 
zweep en iets wat volgens haar sterk op een mixer leek. "Ik kan het anders niet 
vertellen.' Met grote ogen kijken haar ondervragers naar de hoeveelheid papier 
die XI in haar tas heeft zitten. Hele stapels op een schrijfmachine getikte vellen, 
zwarte Atoma-schriftjes. Wat ze zonet heeft voorgelezen, zegt ze, dateert van 
de maand augustus. De beelden van Dutroux en Nüioul, deden een hoop 
verdrongen herinneringen opborrelen. Maar de rest gaat terug tot in de periode 
tussen 1989 en 1993. 

- Dat was voor uzelf bestemd? 

- Eh nee, "t is te zeggen. Ik begon met weinig, 
allez ja. 

-ja? 

- In die periode was ik volop aan het, tja... aan het genezen. Van mijn 
meervoudigheid en dat soort dingen.*13 Maar de mensen die het lezen, 
zullen verrast zijn door de namen die erin staan. 

De ondervragers zijn getroffen wanneer XI het hele pakket overhandigt. Dit is 
zichtbaar te veel om het in enkele dagen tijd, met het oog op dit verhoor, te 
hebben klaargestoomd. In een gerechtelijk onderzoek is papier eindeloos veel 
meer waard dan een gesproken getuigenis. Al wat XI vertelt, zal van nu af aan 
getoetst kunnen worden aan de wijze waarop ze daar de afgelopen jaren zelf 
mee omging. De overhandiging van de geschriften volgt kort na de herkenning 
van Nathaüe W Patrick De Baets Hjkt haar op de een of andere wijze te wiUen 
belonen voor haar moed, geraakt even niet uit zijn woorden en zegt dan, 
plechtstatig: "Wij brengen u ter kennis dat dit meisje eveneens verhoord wordt 
door ons. Ze is iets ouder dan u, eenendertig jaar, geloof ik.' XI knikt stilletjes. 
Haalt nog enkele schriftjes uit haar tas. "Kijk hier, september 1993.' 
Het analyseren van de hele vracht geschriften zal de speurders maanden werk 
kosten. Pas halfweg januari 1997 zullen zij hun eerste analyses afleveren. Slechts 
occasioneel heeft XI in haar notities een datum vermeld, maar na onderzoek 
van het papier en het handschrift - of de lettertekens van de schrijfmachine - 
staat het voor hen buiten kijf dat dit alles inderdaad van lang voor de zaak- 
Dutroux dateert. De meeste geschriften zijn blijkbaar tot stand gekomen tijdens 
slapeloze nachten. Soms is haar taalgebruik expliciet, meestal verhullend. "Hij 
[Tony] verhuurde me aan zijn vrienden en aan zakenrelaties', schrijft ze op een 
van de nietgedateerde vellen A4-papier. "De cameraploegen draaiden daar niet 
alleen reclame (...) Die mannen die daar gefilmd werden, droegen maskers.*13 

Eén van de geliefkoosde spelletjes tijdens de seksfuiven waar ze naartoe 
werd gebracht, was het verstoppertje spelen, lezen de BOB'ers. "Het kwam er 
op aan gevonden te worden op een comfortabele plek, een zetel of zo.' In 
hetzelfde 



146 



geschrift noemt ze enkele voornamen en plaatsen die al zijn opgedoken tijdens de 
eerste verhoren.*15 Op een gegeven moment, schrijft ze, heeft Tony het plan 
opgevat haar te laten figureren in een pubHciteitsspotje over zonnebanken. Ze doet 
het niet goed en krijgt slaag.*16 In alweer een ander geschrift heeft ze het over 
haar grootmoeder, beschrijft ze hoe die haar uitleende aan een klant en haar ver- 
plichtte sperma op te likken van de vloer.*17 In een op 16 november 1994 geda- 
teerde tekst heeft ze het over haar vader, over hoe ze die ooit betrapte toen ze de 
huiskamer binnenkwam en zag hoe hij voor de televisie aan het masturberen was. 
Bron van opwinding was een videotape waarop ze zelf figureerde.* 18 

In een op 20 maart 1995 neergeschreven tekst gaat XI terug naar de periode 
toen ze acht was en nog in Knokke woonde. "Regelmatig waren er vier klanten per 
dag.'*19 Wat verderop in de bundel stoten de speurders op een tekst die 
blijkbaar dateert van 24 april 1995. XI beschrijft hoe Tony haar heeft meegenomen 
naar een studio waar ze wordt geblinddoekt en vastgebonden aan een bed. 
"Iemand kwam binnen met een hond, die me zou verkrachten', schrijft ze. "Ik 
hoorde het gezoem van de camera's.'*^" 

In een zeer uitgebreid geschrift, twaalf pagina's lang en zonder datum, 
beschrijft ze hoe ze op een gegeven moment zwanger wordt en hoe Tony beslist 
dat het kind moet worden gedood.*21 "Ik vraag me af of Tony nog steeds overal 
loopt op te scheppen over zijn goede contacten met...', luidt het in een van mei 
1995 daterende geschreven tekst. Het gaat om een baron en een poMricus. In dit 
drie vellen tellende geschrift geeft ze tegelijk uiting aan haar vreugde omdat Tony 
al geruime tijd niks meer van zich heeft laten horen, maar vraagt ze zich af of ze 
ooit zal genezen. Haar leven, schrijft ze, is een permanente strijd met herinne- 
ringen, maar: "Nu ben ik vrij, ik ben jong. Zij zijn oud. "Ik wil het verleden ver- 
geten', klinkt het op de volgende vijf bladzijden. "Ik wil ze vergeten, die SM-feest- 
jes, die dieren, die riemen, die zwepen, die kettingen, die messen.. . ■z3 

In een van begin 1996 daterende tekst neemt Xl zich voor nooit meer naar de 
tv-journaals te kijken: "Ik zag daar iemand die ik moest vergeten.'*24 "Ik zou 
graag naar de flikken stappen, maar ik weet niet hoe', klinkt het elders. "Ik wil 
papa en mama er niet bij betrekken.' Ze schrijft dat ze zich schuldig voelt, dat 
een aangifte bij de politie misschien wel tot gevolg zou kunnen hebben dat haar 
kinderen worden weggehaald. "Tania begrijpt me niet', besluit ze. "Ze begrijpt 
niet dat ik zelf ook meisjes moest opleiden.'*25 

In een apart schriftje, blijkbaar bedoeld als een soort dagboek, wendt ze zich 
tot haar therapeute. Ze beschrijft hoe ze bepaalde verdrongen herinneringen bui- 
ten de therapie wil trachten te houden, hoe ze vaak terugdenkt aan AUan, de 
Canadese handelsreiziger die ze voor haar biologische vader aanziet. "Ik zie mijn 
daders vaak op de televisie', klinkt het. "Dan komen er van die details terug. I lun 
kleren, hun aftershave.' Ze haat mannen in maatpak, villawijken, dure meubelen, 
dure auto's... "Ik wil nooit meer bang zijn.'*26 

Half oktober meldt XI in een telefoontje aan De Baets dat ze opnieuw een 
dader heeft kunnen identificeren. Het gaat om de Brusselse advocaat E. van wie 
kortelings een foto is afgedrukt in een Vlaams weekblad. Het parket in 



147 



Neufchateau beschikt op dat ogenblik over meer dan serieuze aanwijzingen dat 
de man zeer nauw bevriend was met Michel Nüioul .*27 

De gebeurtenissen in de maand oktober 1996 laten de rijkswachttop en de 
nationale magistratuur geen andere keuze dan de kaart te trekken van de zoge- 
naamde "nevendossiers'. Allereerst is er de onrust bij de publieke opinie na het 
omwille van een bord spaghetti wegsturen van onderzoeksrechter Jean-Marc 
Connerotte. Een week later stappen 300.000 Belgen mee op in de witte mars. Op 
meer dan één spandoek wordt gerefereerd aan "namen' en aan "lijsten'. Protectie 
is in die dagen veel minder veronderstelling dan zekerheid. Dertien oktober is de 
dag van het bange aftellen. Politici, niet de minste, adresseren nauwelijks verho- 
len wenken aan procureur-generaal Eüane Liekendael van het Hof van Cassatie. 
Ze vragen haar "creativiteit' aan de dag te le^en in haar beoordeling van de door 
de advocaten van Dutroux en Nihoul ingediende klachten over gewettigde ver- 
denking van partijdigheid tegen Connerotte. Maar alleen al de gedachte aan 'soe- 
pele rechtspraak' bepleitende politici, doet de conservatieve magistratuur steige- 
ren. Gemeentebesturen sluiten zich aan bij het algemene verzet tegen het onver- 
mijdelijk lijkende spaghetti-arrest en organiseren petitieacties. Het ziet er naar uit 
dat het héle onderzoek-Dutroux uit Neufchateau zal worden weggehaald. 

Het is Connerotte zelf die op maandag 14 oktober, met wankele tred, de tv- 
camera's opzoekt met de bede het arrest van het Hof van Cassatie hoe dan ook te 
respecteren. "Indien de zaak mij wordt onttrokken, kunt u er zéker van zijn dat 
het werk zal verricht worden in dezelfde optiek en dat het onderzoek zal worden 
voortgezet. Laat ons redelijk blijven.' In de namiddag weet Nabela Benaïssa met 
een megafoon een volksopstand te voorkomen op de trappen van het Bmsselse 
justitiepaleis. Op vclc plaatsen leggen arbeiders het werk neer. 

In het aan die rumoerige maandag voorafgaande weekeinde meldt XI zich 
voor een derde keer aan in de gebouwen van de Brusselse BOB. Op zaterdag 12 
oktober is ze samen met de BOB'ers Rudy Hoskens en Stephan Liesenborgs naar 
Knokke gereden om er adressen aan te wijzen. Ze doet dat op overtuigende 
wijze. Voor de vUla van E. gedraagt ze zich paniekerig. De uitleg die ze opgeeft 
over de binnenkant van het huis en de verschillende toegangspaden verstevigen 
het vermoeden dat ze hier vaker is geweest. Ze wijst ook de Sunny Corner aan, 
de vroegere vUla van haar grootmoeder, en enkele hotels en villa's waar ze als 
kind naartoe is gestuurd.*28 

Het derde verhoor van XI, dat op zondag om twaalf uur 's middags begint, 
en tot tien uur 's avonds zal duren, wordt voor De Baets en Hupez een emotio- 
neel breekpunt. Xl start haar relaas met haar belevenissen met advocaat E. in een 
van een SM-kelder voorzien huis in Brussel. Er waren nog andere meisjes, zegt 
ze. "Ook Clo was daar.' Flo, Clo... Ging het hier misschien om één en dezelfde 
persoon? Ja. Flo was het pseudoniem in haar manuscript, Clo was de echte roep- 
naam van haar vriendin binnen het netwerk, zegt XI. Advocaat E. heeft bizarre 
voorkeuren, zo blijkt. 



148 



-Hij hield ervan dat je met naald en draad, euh, ja, zijn zak naaide, dat ook. 

- Dus ge praat wel degelijk over het naaien van het scrotum met naald en 

draad hé? 

- jaja. 

- Hebt ge dat veel moeten doen? 

- ja- 

- Kunt ge mij zeggen wat het resultaat was? 

- Het resultaat? 

- ja, na uw naaiactiviteiten. Wat gebeurde er toen? 

- Hij genoot er zeker van... En dan was het gedaan, ja.*29 



Kort daarna volgt een beschrijving van hoe kinderen in de buik en tussen de 
benen werden bewerkt met messen. Nihoul en E. raakten daar opgewonden van, 
vertelt XI. "Er waren meisjes die achteraf helemaal gek werden en die zag je dan 
nooit meer terug.' Zijzelf bleek taaier dan vele anderen en kwam naar eigen zeg- 
gen "in de harde tak van de SM-wereld' terecht. En zoals haar pijngrens evolu- 
eerde, zo verging het ook de wensen van de klanten. 

- Zijn er in uw aanwezigheid nog ergere dingen gebeurd, erger dan de 
feiten die ge tot dusver opsomde? 

- (na een lange stüte) Ik weet niet of ik mag praten. 

- Excuseer? 

- Ik weet niet of ik mag praten. 

- Hebt ge erover geschreven? 

- Nee. 

- Waren er ergere dingen? 
-Ja. 

- Met u of met andere meisjes? 

- Pff . pff .. Mijn baby was bijna op tijd geboren. En dan weet ge het zeker? 
Ik denk dat ik achtendertig weken zwanger was. 

- Op een gegeven moment waart gij zwanger? Hoe oud waart gij toen? 

- Veertien. 

- Gij hebt verklaard dat Tony u toen heeft geslagen? 

- Ik kreeg weeën. Hij was niet dood. Hij is levend geboren. 

- Hoeveel weken hebt ge hem gedragen? 

- Achtendertig weken. Een normale zwangerschap duurt veertig weken. 

- Dus de zwangerschap was bijna voltooid? 
-Ja. 

- Waar is het gebeurd? 

- (stilte) Dat weet ik niet meer. 

- Waart ge thuis? Of gaf Tony u dan geen pak slaag? 

- Toch wel. 
-Waar? 

Bij mij thuis. 



14 



- En de baby, wanneer is die geboren? 

- Dat weet ik niet meer, dat weet ik niet meer. 

- Wat is er gebeurd met de baby? Was het een jongen of een meisje? 

- Ik denk dat het een jongen was, maar ik weet het niet zeker. Ik heb hem nooit 
in mijn armen mogen houden. 

Wat De Baets en Hupez ook proberen, gedurende een minuut of tien krijgen ze geen 
woord meer uit haar. XI zit verwoed aan haar voeten te krabben, verbergt haar hoofd 
in haar armen. Ze knikt aldoor nee, af en toe eens ja. Meestal blijft het stil aan haar 
kant van de tafel. Rond tien uur 's avonds, vertelt XI, kreeg ze weeën, bij haar ouders 
in Gent. Ze belde Tony. Die kwam haar ophalen en reed stante pede met haar richting 
Knokke, bij grootmoeder. Tussen de eerste wee en de bevalling verstreken meer dan 
vijftien uren. 

- Tony was daar, uw grootmoeder was daar. Waren er nog andere mensen 

aanwezig? - (lange stilte) Toen nog niet. 

- Toen nog niet. Later wel? Zijn er mensen gekomen? Is er iemand gekomen? 
Spreek dan toch! Laat u gaan! Zeg het! Zég wat er gebeurd is! 

XI zit met betraande ogen in het niets te staren en blijft onbewogen bij het gebulder 
van De Baets. Hij bedaart, slaat opnieuw een minzame toon aan, maar moet ongeveer 
twintig minuten wachten op het eerste knikje. 

- Gij wilt u dat niet herinneren? 

- (stilte) 

- Dit is het ergste wat ge hebt meegemaakt, is het niet? 

- (kniktja) 

- En waarom wilt ge er niet over praten? Ge kunt erover praten. Help uzelf! 

- Ik wil morgen verder blijven leven. 

- Ja, precies daarom moet ge verder praten. Hebt ge hier eerder al met 
andere mensen over gepraat of is het... 

- ( schudt het hoofd) 

- Met niemand. En is dat niet zwaar om dragen? Ligt dat niet op uw maag? 
Vindt ge het niet noodzakelijk om erover te praten? 

- Het is zo moeilijk (...). 

- Iedereen kent het eindresultaat van wat ge gaat vertellen al, is het niet? 
Maar wij moeten weten in welke omstandigheden. En wij moeten weten 
wie daar aanwezig was en wat er gebeurd is. 

De BOB'ers komen aan de weet dat er luidens XI acht mensen aanwezig waren bij de 
bevalling, onder wie ook Michcl Nihoul en E. Lompe vragen halen haar uit haar 
verdoving, ontdekt Hupez, wanneer hij haar vraagt wie het kind verwekt had. "Hoe 
zou ik dat nu kuimen weten?!' Was er in haar omgeving dan niemand die iets merkte 
van de zwangerschap? ~Na zes maanden begon je dat te zien, voor- 



150 



dien niet. Ik heb nooit echt een... Wel ja, op het einde woog ik tweeënvijftig küo, 
dus...' In de laatste maanden van de zwangerschap was ze "in het circuit' bijzonder 
gegeerd, zegt ze. Ze noemt nog twee andere mensen die die bewuste nacht, 16 juni 
1983, holderdebolder naar de Sunny Corner Knokke reden: ex-politicus E. en "een 
of andere baron'. De Baets moet zichzelf bedwingen waimeer hij XI hoort 
preciseren dat Tony weliswaar had ingestaan voor de praktische organisatie van 
deze wansmakelijke bedoening, maar "zelf niet heeft meegedaan'. 

- Ja maar. Hij moet toch contacten hebben met die mensen. Hij gaat toch niet met 
u rondrijden? Het kan toch niet zo zijn geweest dat hij met u zomaar ergens 
naartoe reed en dacht: "Bon, we zullen hier eens aanbellen om te zien of ze u 
hier niet nodig hebben?' 

- veronderstel van niet, maar ik weet niet zo zeker o£.. Ja, ja. Hij kent die mensen 

Ik 

natuurlijk wel. Maar ja. 

- En diezelfde mensen waren daar op het ogenblik dat gij beviel? 

- Die harde types, ja. 



In het gezelschap zat volgens XI ook een arts. Het ontlokt Hupez een bedenking. 

Het kan toch niet dat men tijdens de medische onderzoeken op school niks gemerkt 
heeft? "Ik kreeg altijd een briefje mee van een dokter. Daardoor hoefde ik op school 
lüet te worden onderzocht.' 

- Is er na de bevalling nog iets gebeurd? 

- Toen Tony vertrokken was, ben ik opgestaan. Ik trok een T-shirt aan en ben naar de 
living gegaan om te vragen waar hij was, of ik hem mocht zien. Ze zijn me toen beginnen 
pesten. Als ge me pijpt, zal ik zeggen wat het is en moogt ge het vasthouden.' Dat soort 
dingen. Spelletjes, (stilte) Ik denk dat hij in de keuken was. Toen ik bezig was, heb ik hem 
horen huilen (...). 

- Wie was u aan het pesten? 

- Pff, iedereen. 

- Heb ge hen moeten bevredigen, daar in de living? Hebt ge dat gedaan? En hoe? 

- Met de mond. 

- Allemaal? 

- Tony. 

- Waren zij toen dronken? 

- Ze hadden wat gedronken, ja. Die maimen drinken de hele tijd door. 



Ze wordt geblinddoekt en komt na een autorit van een uur of twee aan op een plek waar 
opnieuw een groep mensen haar zit op te wachten. Ze wordt uitgekleed. Alleen de 
blinddoek blijft. Tony neemt haar hand en laat die op iets rusten. 

- Op wat? 

(Imge stilte) Ik voel mijn baby, zijn haren, zijn neus ... Ik was bijna blij... euh, gerustgesteld 
omdat... 



151 



- Ge waart blij omdat ge uw kind kon voelen? 

- (knikt ja, laat haar hoofd op de tafel rusten) Ik kan het niet vertellen. 



De speurders hebben wijselijk besloten deze keer gewoon te wachten, haar niet meer te 
dwingen. XI kijkt af en toe op, tracht zich te vermannen. 

- Hij vroeg me... (snikkend) hij vroeg me... hij vroeg me wie er moest sterven. Ik... of 
de baby (begint opnieuw te wenen). 

- Hij vroeg u wie er moest sterven, gij of de baby. 

- (snikkend) Ik zei, alsjeblieft, laat mij sterven, laat mij alsjeblieft sterven, 
alsjeblieft! 

- Gij smeekte hem om te sterven, is het dat? 

- Ja, zei hij. Ja, ge hebt de verkeerde keuze 
gemaakt. NOTEN 

1 Als voorwaarde voor medewerking aan het onderzoek heeft XI de BOB'ers doen 
beloven dat ze haar ouders met rust zullen laten. 

2 Verhoor XI, 20 september 1996, BOB Brussel, pv 114.035. De auteurs maakten 
gebruik van de Franse vertaling van dit verhoor, zoals dit op basis van de video- 
opnamen werd uitgeschreven. Het verhoor werd vertaald door Kirsten Van 
Grimbergen, 6 november 1996, pv 116.600. Zoals verder zal blijken, bevatten de 
Franstalige versies hier en daar kleine vertaalfouten. Ook werden enkele kleine 
wijzigingen aangebracht door de auteurs, om de leesbaarheid te bevorderen. 

3 XI heeft die naam eerder tijdens het verhoor genoemd. 

4 De advocaten van Michel Nihoul zullen later luidkeels protesteren tegen het feit dat 
het parket van Neufchateau een dergelijke foto van hun cliënt liet verspreiden. 

5 Ze zal later tot haar spijt moeten meedelen dat ze alle foto's van Nihoul en ook van 
Tony enige tijd geleden vernietigd heeft. 

6 Midden oktober gaat een speurder het huis in kwestie bekijken. Na een gesprek met de 
huidige bewoner besluit hij dat er opvallende gelijkenissen zijn tussen de beschrijving 
van XI en de situatie toen hij er zijn intrek nam. BOB Brussel, 13 oktober 1996, pv 
115.458. 

7 Verhoor XI, 29 september 1996, BOB Brussel, pv 1 14.037. Vertaald door Kirsten Van 
Grimbergen, 6 november 1996, pv 116.600. Terug uit het Frans naar het Nederlands 
omgezet door de auteurs. 

8 29 september, BOB Brussel, pv 
114.038. 

9 Pseudoniem. 

10 Noemt de naam van de politicus. 

1 1 Noemt de naam van een gewezen toppoliticus. 

12 Noemt de naam van een gewezen toppoliticus. 

13 Tijdens haar contacten met de BOB maakt XI er op geen enkel moment een geheim dat 
ze therapie volgt omdat ze aan dissociatieve stoornissen lijdt. 

14 Analyse schrift BI, XI, 22 januari 1997, BOB Brussel, pv 150.157. 

15 Analyse schrift B3, XI, 22 januari 1997, BOB Brussel, pv 150.159. 

16 Analyse schrift B4, XI, 24 januari 1997, BOB Brussel, pv 150.160. 

17 Analyse schrift B5, XI, 23 januari 1997, BOB Brussel, pv 150.161. 



152 



18 Analyse schrift B6, XI, 23 -nuari 1997, BOB Brussel, pv 150.162. 

19 Analyse schrift B7, XI, 23 januari 1997, BOB Brussel, pv 150.163. 

20 Analyse schrift B9, XI, 28 januari 1997, BOB Brussel, pv 150.165. 

21 Analyse schrift El, XI, 12 februari 1997, BOB Brussel, pv 150.276. 

22 Analyse schrift El 1, XI, 12 februari 1997, BOB Brussel, pv 150.328. 

23 Analyse schrift E13, XI, 12 februari 1997, BOB Brussel, pv 150.330. 

24 Analyse schrift E14, XI, 12 februari 1997, BOB Brussel, pv 150.331. 

25 Analyse schrift E16, XI, 12 februari 1997, BOB Brussel, pv 150.333. 

26 Analyse schrift F20, XI, 29 maart 1997, BOB Brussel, pv 151.010. 

27 BOB Brussel, 15 november 1996, pv 117.146. 

28 BOB Brussel, 12 oktober 1996, pv 115.334. 

29 Verhoor XI, 13 oktober 1996, BOB Brussel, pv 114.039. Vertaald door Kirsten Van 
Grimbergen, 19 november 1996, pv 117.153. Terug uit het Frans 
naar het Nederlands omgezet door de auteurs. 



153 



'Mag ik stoppen met naar foto's te 
kijken a. u. b. ? ' 

Getuige XI, 25 oktober 1996 



Halfweg het derde verhoor, na zo'n lange stilte, liet XI zich ontvallen dat ze hem 
soms nog hoort. In gedachten. Dan, vertelde ze, rent ze soms de trap op, gehoor 
gevend aan een instinct dat sterker is dan de zekerheid dat de baby daar niet zal 
zijn. De Baets en Hupez voelden er weinig voor om haar monoloog te verstoren. 
Maar het was hen niet ontgaan dat ze ook nog zei: "Wanneer ik nu mijn Clo hoor, 
dan twijfel ik soms.' Net voor het binnenrijden van Gent, schoof ze wat vooruit 
vanop de achterbank. "Clo is dood', zei ze, op de toon van een chirurg na ccn 
mislukte operatie. De Clo - alias Flo - waar ze zoveel over verteld had, was dood. 
Ze had dat verzwegen, legde ze uit, omdat ze haar herinneringen wou koesteren. "Ik 
wist in feite maar heel weinig over haar.' De Baets draaide zich om: "Wist ge waar 
ze naar school ging?' XI antwoordde dat ze haar één keer had vergezeld. "Dat was 
in de Wispelbergstraat.' 

Enkele dagen later zit eerste wachtmeester Stephan Liesenborgs in het stede- 
lijk atheneum aan de Gentse Wispelbergstraat in het kantoor van een secretaresse 
met vele jaren dienst. De vrouw, erg aangegrepen door de gebeurtenissen van de 
afgelopen maanden, heeft weinig woorden nodig wanneer ze verneemt dat ze het 
parket in Neufchateau kan helpen. "Er zijn hier in die tijd vreemde dingen gebeurd', 
zucht ze. Bereidwillig duikt ze in de archieven. Liesenborghs keert terug naar 
Brussel met een ringmap vol leerlingenfiches uit het begin van de jaren tachtig. Aan 
elk formulier zit een pasfoto vastgeniet. De secretaresse heeft hem deze map 
meegegeven omwille van één specifiek geval. "Daar hebben we hier nooit het fijne 
van geweten.' 

Het grote probleem met het Xl-onderzoek is, zoals later zal blijken, dat de 
speurders er zich aanvankelijk helemaal niet van bewust zijn hoe controversieel dit 
allemaal zal worden. De Baets heeft het niet nodig geacht om een proces-verbaal op 
te stellen van Xl's mededeling in de auto. Daardoor kan ten eeuwigen 



154 



dage twijfel blijven bestaan of het niet hijzelf is geweest die XI er - misschien wel 
onbewust - toe heeft gebracht een naam en een gezicht te geven aan Clo. Dat blijkt 
anders niet uit het resultaat van de speurtocht van Liesenborghs. Hij brengt uit 
Gent een map mee waarin alleen informatie voorkomt over meisjes van wie de 
familienaam alfabetisch gerangschikt zit tussen DR en DU. Carine Dellaert hoort 
in dat rijtje niet thuis. "Dat is wat ik nu al twee jaar probeer uit te leggen', zegt De 
Baets later. "Wij hadden toen echt geen flauw idee wie Clo mocht wezen.' 
Verifieerbaar is wel wat XI in hevenslang schreef. Het valt op dat XI toen al, ze 
was twintig, een beklemmend realistisch beeld wist te schetsen van wat kinder- 
prostitutie is. Bevreesd als ze was, noemde ze Tony in haar manuscript "Karei' en 
zichzelf "Gina' of "Reggie'. Flo is alomtegenwoordig. XI typeert haar als haar 
mentor, haar grote zus, haar enige toeverlaat. Er is een zekerheid. Het portret van 
Flo is jaren voor de verhoren ontstaan: 



Mijn dertiende verjaardag vierde ik met Flo. Zij kocht me sexy ondergoed en 
een pluchen beer (wat de contradictie van onze leefwereld benadrukte!) Ik 
bedankte haar en we gingen in een park een fles wijn leegdrinken. We kropen 
dicht tegen elkaar aan, het was koud en we ademden witte wolkjes (...). 

- "Karei had eigenlijk een gemakkelijk slachtoffer aan mij, maar ik gebruik hem 
ook, zie je? Hij koopt me kleren die ik anders nooit zou kunnen betalen. En al 
wat ik moet doen, is eventjes een vent pakken. Makkelijk toch?' 

Ik bewonderde haar kijk op de zaak 

- "Ik ga later voor mezelf werken. Zodra ik achttien ben, laat ik me 
ontvoogden en dan word ik animeermeisje. Ken je dat?' 

Ik beduidde van niet en ze schoot in een lach. 

- "Reggie, wat ben je toch een stomkopje. Animeermeisje, prostituee, 
hoertje. Het betekent allemaal hetzelfde!' 

-'Wat bedoel je Flo, zijn wij hoéren?' 

- "Ja, wat dacht je, stomkop. Natuurlijk zijn wij hoeren.' 
(...) 

- "Flo, wat een rotverjaardag!' 

Ze gaf me een kopje, en glimlachte. 

- "Reggie, til er toch niet zo zwaar aan! Hij houdt echt van je. Hij moet toch 
ook een inkomen hebben, niet? En wat geeft het ook? Het is een makkelijke 
job, niet?' Die avond liet ik me langzaam dronken worden en we vergaten ons 
verdriet in eikaars armen. Er was niets romantisch aan. We waren slechts 
twee meisjes die elkaar trachtten wijs te maken dat het allemaal zo erg niet 
was, dat we op een dag wel uit de situatie zouden geraken.' 

Wie met de later verworven kennis het oude manuscript doorbladert, zal zich 
verbazen over de naar jeugdboeken van het genre Tiny gaat op stap geurende stijl 
waarin Regina Louf haar wonderjaren beschrijft. Aan toespelingen op "veel ergere 
dingen' is in het manuscript nooit een gebrek, maar sterven doet niemand, ook Flo 
niet. Zij blijft in Levenslang in elk geval verder leven tot in november 1984, 



155 



wanneer Regina Louf tijdens een ruiterdoop haar huidige echtgenoot Erwin 
Beeckman leert kennen. Het meisje in wie de speurders later Clo menen te her- 
kennen, is verdwenen in 1982 en zeker voor november 1984 vermoord. XI is niet 
verrast wanneer men haar confronteert met de contradictie, zo blijkt uit een van de 
faxen die ze later naar De Baets stuurt: 'Als het je trouwens dwarszit: ja, mijn tijd 
met Clo klopt niet in mijn boek. Dat wist ik toen al, en dat heeft verschillende 
redenen. Mijn voornaamste reden was een emotionele: ik was er nog niet aan toe 
om toe te geven dat Clo er niet meer was. Ik wilde haar in mijn gedachten, en met 
haar de andere kinderen en mijn kindjes, levend houden. Dus liet ik haar in mijn 
boek niét sterven, maar spreidde de dingen die ik met haar heb meegemaakt uit 
over de jaren die ik in dat deel beschreef.'*2 

Er is geen lijn in te trekken. In de plastic zak vol losse geschriften en onvoltooide 
dagboeken die ze tijdens het tweede verhoor overhandigde, zit ook iets over Flo. 
XI beschrijft hoe haar vriendin midden 1983 een kind baarde. Dat laat tenminste 
toe te besluiten dat dit facet van haar relaas niet tijdens de verhoren is 
^geconstrueerd', zoals sommigen later beweren. 

Het hoofdonderwerp van het vierde verhoor, in de avond van 25 oktober, laat 
zich raden. Clo. XI steekt vrij rustig van wal, begint het verhaal bij de komst van 
Tony die haar thuis, in Gent, was komen ophalen. Ze werd geblinddoekt en moest 
op de achterbank van zijn auto gaan liggen. 'Dus wist ik dat er iets zou gebeuren.' 
De blinddoek ging pas af toen ze in "dat huis' aankwamen. Het was een gewoon 
huis, zegt XI. "Een gang, een vrij grote living, een soort Amerikaanse keuken.' 
Advocaat E. was er aanwezig, politicus O., Tony zelf en twee mannen van wie XI 
de naam niet kent. 

- En Clo is daar? 
-Ja. 

- Wat ziet ge? Wat ziet ge op dat moment? 

- Dat ze problemen heeft. 

- Wat voor problemen? 

- (stilte) Pff, ze heeft verschrikkelijke weeën, maar enfin, 
ze is compleet in paniek. Ze helpen haar niet. Ze is, 
allez, ha, ... 

- Clo heeft last van weeën? 

- Clo heeft last van weeën. 

- Was Clo zwanger? 

- Ja. ^ 



XI vertelt hoe ze Clo trachtte te kalmeren, met weinig succes. Clo lag op een bed 
en droeg alleen een T-shirt met sen fluo-opschrift. XI hielp haar op ritme te ade- 
men, een halfuur lang. Clo was er heel slecht aan toe. Bloed is inherent aan beval 
lingen, zegt XI, maar niet zoveel als bij haar. Ze is de anderen gaan aanklampen. 
"Ik zei iets als: we moeten met haar naar het hospitaal, of er moet een dokter 
komen. Tony is naar mij gekomen, hij heeft me vastgenomen en heeft me in de 



156 



kamer gegooid. Hij was erg kwaad geworden. Ik was de enige die bij haar was en 
ik moest haar nog doen zwijgen ook.' XI schat dat ze enkele uren aan de zijde van 
Clo doorbracht. Uit het relaas van XI valt op te maken dat dit geen situatie van 
perversiteiten was. Een van de meisjes was zwanger geraakt, er waren ver- 
wikkelingen. 

- En toen is haar baby... is haar baby geboren. Ik heb die op haar buik gelegd, 
maar ze keek niet, allez... erg... pff.. Dan laat ik hem een tijdje op haar buik 
liggen. Ik heb dan acrobatentoeren moeten uithalen om de baby vast te 
houden, zodat die niet weggleed, cn een mes nemen om de navelstreng door 
te snijden. Ik heb toen de navelstreng doorgesneden. Ik ben beginnen roepen 
voor de kleine, want blijkbaar, pff, allez, ja... (...). 

- Leefde de baby? 

- Op het moment dat ik hem had, leefde hij, 
ja. 

- Was het een jongen of een meisje? 

- Een jongen. 

- Hebt ge de baby horen wenen? 

- Op het moment dat hij geboren wordt? 
-Ja? 

- Hij heeft niet echt geweend. Nee, maar... 

- Hebt ge hem daarna horen wenen? 

- Nee, ik heb er niet meer op gelet, nee (stilte). 

- Wat is er daarna gebeurd? 

- Na een tijdje is Tony me komen halen. Ik moest met hem meegaan. Ik wou 
niet. Ik wou bij Clo blijven. 

- Wanneer Tony u komt halen, leeft Clo dan 

nog? 

- Ik weet het niet, ik denk het niet. 

Het werd haar niet met zoveel woorden gezegd, maar voor haar stond het vast dat 
haar vriendin overleden was. Voor de anderen kon dit de sfeer kennelijk niet tem- 
peren. Tevreden omdat dit ook alweer achter de rug was, reed het hele gezelschap 
naar Brugge, naar een Chinees restaurant. Tony ging niet mee, zegt XI, aangevend 
dat hij zich wellicht om de resten van Clo en de baby moest ontfermen. Toen ze 
aan de koffie toekwamen, werd het gezelschap uitgebreid met twee andere mannen. 
De ene is een zekere "Guy', een Franstalige, de andere identificeert XI later als een 
politieman die ze kende van bij haar grootmoeder in Knokke. Aan het eind van het 
etentje, laat in de avond, stelde O. voor om daar met z'n allen heen te trekken. Dat 
was niet zo ver rijden. "We gaan eens naar Cécile', hoorde XI hem zeggen. Daar 
aangekomen, moest ze met elk van de mannen naar bed. De ondervragers willen 
echter nog meer uitleg over het lot van Clo. 

- Waart ge al in dat huis geweest? 

- Ja, maar altijd 's avonds. Ja, wanneer het donker was, wist ik niet of het huis 
groot, vrij groot was. 



157 



- Was het een wit huis, rood? Is er geen detail over om het eender wat dat u 

is bijgebleven? 

- Wat is mij bijgebleven? Dat ge, als ge naar het huis toeging... aan de 

rechterkant lag een soort aangelegde vijver, maar allez... niet gelijk een 
natuurlijke vijver. Een vrij rechthoekigding zo. En bakstenen lagen daar, 
dat is mij opgevallen. Al de rest... 

- Bakstenen? 

- Ja, zo een vierkant gedoe, allez zo'n soort baksteen met een fonteintje. 

- Aan die vijver? 

- Ja, maar ik kan het niet echt een vijver noemen. Iets in die genre... hoe 

noemt ge dat? En er was water in. 

- Was er een hekken rond dat huis, of een kleine muur, of... 

- Euh, euh, een muurtje, die hoogte (wijst ongeveer een meter aan). Allez, zo 

hoekig, schuin en euh... en een hekken (...). En euh, de... ja, het paadje 
was, pff.. met stenen gelegd. Ik denk een soort natuursteen of zo. Dat 
kan ik niet zo juist zeggen. 

Zolang het om stenen of betonnen constructies gaat, is er voor XI geen enkel 
probleem. Het contrast met haar houding eens ze foto's met gezichten voorge- 
schoteld krijgt, is immens. Dat blijkt wanneer De Baets het resultaat van 
Liesenborgs' zoektocht bovenhaalt. Het zijn acht uitvergrote fotokopieën van 
pasfoto's, aangevuld met twee min of meer gelijkvormige fotokopieën van de 
foto's van Carine Dellaert. Die zijn op de valreep toegevoegd, nadat de speurders 
via het eigen archief nog op die ene onopgehelderde Gentse meisjesmoord uit de 
vroege jaren tachtig stootten. De twee foto's tonen Carine Dellaert in verschil- 
lende gedaanten. Op de ene foto ziet ze eruit als een mollig secretaressetype, met 
bril en krulletjes. De andere foto is diegene die destijds in de pers verscheen en 
waarop ze er veeleer uitziet als een verlegen hippie. De speurders weten op 25 
oktober 1996 over haar niet veel meer dan wat enkele oude persknipsels aan ken- 
nis kunnen bieden. De tien foto's zijn vastgehecht in een soort album. 

- En gaat ge ons zeggen wie ge herkent? 

- Pff, ik zal doen wat ik kan (krijgt de foto's toegeschoven). En wie zou ik 
van deze mensen moeten kennen? 

- Ah, dat weet ik niet. Dan herkent ge niemand? 

- (knikt nee, stilte) 

- Ge herkent niemand? 

- (knikt nee) Wat gebeurt er? 

- Ik weet het niet. Ik vraag u gewoon of ge iemand herkent. 

- (knikt nee) 

- Zou het niet mogelijk zijn een tweede keer te kijken. Ziet ge daar 
mensen die ge kent? 

- Ja, maar ik haat foto's. 

- Ge haat foto's? 

- Ik kan ze niet verdragen, het spijt me. Weet ge... Ik kan ze niet 
verdragen. 

- Wie herkent ge? 

Ik wil niet meer (lange stilte). Nee, nu ga ik tegen jullie beginnen... 
Nee, ik kan het niet, het spijt mij. 

158 



XI heeft maar heel even naar het album gekeken, maar gunt het meteen daarna geen 
blik meer waardig. Tijdens de zenuwoorlog die volgt, valt De Baets sneller dan zij uit 
zijn rol. 

- Ge moet het ons zeggen! 

- Wat?! 

- Ge zijt verplicht om ons te zeggen wie ge herkend hebt. 

- Neen! 

- Er zijn nummers. Geef ons dan de nummers. 

- Nee, ik wil niet. 

- Iemand die ook veel geleden heeft... 

- Ja, het spijt me, maar ik kan het niet doen. 

- Jawel, ge moet het doen. 

- Ik wil niet! 

- Wie houdt u zo tegen? 

- Ik maak een moeilijke tijd mee, weet ge (zucht). (...). 

- Hoeveel personen kent ge op deze foto's? 

- Ik weet het niet (stilte). Wilt ge het echt weten? 
-Ja. 

- Is er geen enkele manier om het te vermijden? Ik weet dat Clo ertussen zit. 

- Kunt ge ze aanwijzen? 

- Nee. 

- Kunt ge haar tonen? 

- Nee, ik wil niet. 

- Wat belet u om het te doen? 

- (stilte) 

Het wordt een dialoog van uren. "Geef mij een jaar of tien', pruttelt XI tegen. "Zoveel 
tijd hebben we niet', zegt Hupez. Een verongelijkte XI bootst de stem van Hupez na. 
"We hebben geen tijd... Ik ook niet. Ik heb geen tijd. Ik heb geen tijd om het te doen. 
Ik wil het niet (...).' 



- Hoeveel foto's van Clo hebt ge gezien in dat pakket? 

- (stilte, kijkt naar de foto's). Ik ben niet zot geworden, maar niets belet me om het 
nog te worden. Ik kan het niet, ik kan het niet, omdat... 

- Omdat? 

- Omdat ik me schuldig voel (...). Als ik het zeg... als ik het zeg, dan ben ik 
verplicht om het te voelen. 

- Wat zegt ge, als ik het zeg... 

- Ja, ik wil het niet voelen. Ik wil alleen... Ik wou het zo graag weten. Ik hield zo 
van haar, Flo... (stilte). Het is niet dat Flo daardoor ophoudt te bestaan, het is 
juist dat Flo daardoor begint te bestaan en het is daar dat ik bang van ben. 

- Waarom? 

- Als ik het u zeg begint ze voor mij opnieuw te bestaan. 



159 



- Ge moet Clo toch niet vergeten? 

- Nee. 

- Clo moet bij u toch verder blijven bestaan? Het was toch uw 
vriendin? Ge hebt haar nooit vergeten. 

- Toch, toch... Ik was haar wel vergeten. Weten jullie dat ik zelfs niet 
meer wist hoe ze eruit zag? Echt niet meer. 

- En nu weet ge het opnieuw? 

- Ik weet dat ik haar moet aanwijzen. Ik weet dat ik haar moet 
aanwijzen, omdat ik weet dat ik het moet doen (...). 

- Ge hebt haar geholpen met al wat ge kon. 

- Als ik haar nu help, dan zal ik daarvan niet kunnen slapen, vandaag. 
En morgen, en overmorgen, pff... ja... 

-Hm... 

- Misschien niet, misschien wel. Ik weet dat ik koppig ben. 
-Ja. 

- (Draait de foto's om tot op het moment dat een ervan bovenaan ligt.) 

- Is dat Clo? 

- Ik ben niet koppig genoeg. In de hoop dat..., ah, waarom geef ik de 
hele tijd toe wanneer ik niet wil toegeven? 

Al morrend en tegenpmttelend heeft XI het fotoboek geopend op 
pagina 7. Daar prijkt, onder de code X1-P7, een foto van Carine DeUaert. 

Voelen De Baets en Hupez, en aHe andere aanwezigen, op dat ogenblik de 
adrenaline in hun aderen, dan zal er later heel wat kritiek komen op de 
fotoherkenningen. Bij het uitvergroten van de acht foto's uit het 
schoolarchief op A4-formaat, zijn de nietjes waarmee ze op de fiches 
vastzaten, zichtbaar gebleven. Alleen op de foto's P4 en P7 (tweemaal 
Carine DeUaert) is dat niet het geval, want die komen niet uit de 
schoolarciiieven. Hoewel hij zelf met de aanmaak van de fotokopieën niks 
te maken had, zal De Baets er later van verdacht worden dat de nietjes een 
geheim hulpmiddel vormden.*4 Als het zo gegaan is, vraag je je af waarom 
de ondervragers niet gewoon op voorhand het juiste cijfer influisterden. De 
nietjeshypothese wordt nog flauwer wanneer blijkt dat XI diezelfde avond 
ook foto P4 eruit haalt, waarop Carine DeUaert er totaal anders uitziet dan 
op foto P7.5 

De fotoconfrontatie houdt na de aanwijzing van P7 niet op. De Baets 
vraagt XI onmiddellijk daarna of er nog andere foto's zijn die ze herkent. 
XI doet weer moeilijk, weigert, laat zich dan toch over de streep trekken en 
haalt enkele bladen uit het album en schuift die in de richting van haar 
ondervragers. Foto P4 zit ertussen, maar daamaast ook nog drie andere 
foto's. XI heeft een boze grimas op haar gezicht, wanneer ze het resultaat 
richting ondervragers schuift. 

- Mag ik stoppen met naar foto's te 
kijken a.u.b.? 

- Kent ge deze meisjes? 

- (knikt ja) 

- Het is de moeite niet meer. Ik wil ze niet 
meer. Ik ben het beu (legt haar hoofd op tafel)... 
Hm? 

160 



- Kent ge die meisjes? (wijst op de foto's dieX1 kerngegeven 
heeft) 

- Waarom wilt ge dat absoluut weten? 

- Omdat gij deze foto's geselecteerd 
hebt 

- En daarom moet ik u antwoorden?! 

Tussen een en twee uur 's nachts wordt een mstpauze ingelast. De eerste foto van 
Carine DeUaert is terzijde geschoven, en XI heeft nu een stapeltje van vier foto's 
gemaakt: PI, P2, P4 en P8. De tweede foto van Carine DeUaert Hgt er nu ook 
tussen, maar niettemin mag het waanzinnig Hjken dat drie van de acht lukraak 
gekozen oud-leerMngen van een Vlaamse middelbare school allemaal slachtoffers 
van kinderprostitutie zouden afbeelden. Toch is dat niet noodzakeüjk zo. Eén van 
de drie resterende meisjes is aangewezen door de secretaresse waarmee 
Liesenborghs ging praten. Hij krijgt in een later stadium van zijn onderzoek in de 
buurt van het Gentse Sint-Pietersplein een getuige aan de praat die kan verteUen 
dat het destijds een pubUek geheim was dat een groepje tienermeisjes uit het 
atheneum zich prostitueerde en zich vanuit een jongerencafé, BarbareUa genaamd, 
Uet ophalen voor "klussen' in dure villa's aan de rand van Gent. Dat is ook het 
verhaal dat XI over foto PI kwijt kan. Ze brengt haar in verband met SM- 
avonden in de vUla van een zakenman in Destelbergen. 

- Denkt ge dat Clo die meisjes rekruteerde om daar naartoe te gaan? 

- Dat zou me niet verbazen. 

- Clo was ouder dan gij? 

- (knikt ja) 

Carine DeUaert was inderdaad drie jaar ouder dan XI, zoals zij trouwens ook al 
aangaf in haar manuscript. Minder accuraat is XI wanneer het meisje op foto PI 
ter sprake komt. XI aanziet haar bUjkbaar voor iemand anders. Ze heeft het over 
een zekere "Marleen', een meisje van wie XI twee weken eerder het adres ging 
aanwijzen. Haar gelaat vertoont geUjkenissen met dat op de wazige Pl-foto, maar 
het gaat over totaal iemand anders. BHjkbaar leeft XI in de overtuiging dat aUe 
haar voorgelegde foto's slachtoffers laten zien en dat haar taak erin bestaat om er 
zoveel mogeUjk te identificeren. 

De secretaresse in de school had een specifieke reden om Liesenborgs de 
fardé DR-DU mee te geven. Omwille van dat ene meisje dat overleden was. P8 
toont het gelaat van Véronique D., dochter van een zakenman uit Gent. Zij is in 
september 1 983 overleden. De reactie van XI op deze foto doet De Baets en 
Hupez opschrikken. 

- Mag ik u foto P8 laten zien? 

- Ik verwachtte mij er al aan. Ik dacht al: wanneer gaat hij die tonen? 

- Wüt ge nu voortdoen? Wüt ge over die foto spreken? Wüt ge over 
dit meisje spreken? Wüt ge spreken over wat ge over haar weet? 
Ze hebben haar vermoord. 



161 



- Ze hebben haar vermoord. Kunt gij... ik weet het niet, ergens een structuur 
vinden om ons uit te leggen waar ge dit meisje gekend hebt, op welke manier en 
waar? 

- Kende ge haar naam? 

- Nee, maar ze kwam er 
regelmatig. 

-Waar? 

- Pff, op die feesten. 

- Weet ge wie haar 
bracht? 

- Nee (...). 

- Zoudt ge misschien weten waar zij vandaan kwam, dat meisje. Hebt ge 
gesproken met haar? 

- Dat interesseerde mij niet, nee... 

- Hebt ge nooit gesproken met haar? 

- Nee, ik sprak met niemand. Nee, zelfs niet met 
Clo. 

- Was zij een vriendin van iemand? 

- Ik veronderstel dat Clo haar kende, ja. 

- Waart gij aanwezig toen zij vermoord 
werd? 

-ja. 

- Kunt ge daarover spreken? Kunt ge ons zeggen wie daar was toen ze 
vermoord werd? 

- Oh, mijn god. 

- Wie het gedaan heeft. 

- Wie het gedaan heeft... Ik weet het niet. 

- Kunt ge de omstandigheden uitleggen... van wat ze met haar gedaan hebben? 

- (kijkt naar de tafel) Ze mocht niet stoppen met wenen en ze mocht niet 
stoppen zich te verzetten. 

- Ziet ge de mensen die daar waren? 

- (knikt ja) 

- Ziet ge ook waar het is? 

- (knikt nee) 

Er gaan nog vele knikjes overheen, voor XI aan haar verschrikkelijke verhaal begint. 
Ze moest het meisje vasthouden, zegt ze, op zo'n manier dat het zoveel pijn deed dat 
ze misschien die andere pijn niet kon voelen - de pijn van een scheermesje dat in 
haar vagina geduwd werd. De man die daarop kickte was Nihoul, zegt ze. Het mesje 
werd hem aangereikt door Annie Bouty. 

- De heb genoeg nachtmerries om een heel leven te vullen, pff.. (cynisch) Ik heb 
zelfs de keuze. Welke nachtmerrie zal ik deze nacht eens nemen? 

- Welke personen waren er nog aanwezig, die gij 
kent? 

- Die van de W .*6 Tony, eh... 

- De oude van de W? 

- En zijn... zijn oudste zoon, veronderstel ik. En die 
advocaat. 

- Dezelfde waarover ge al de hele tijd... 
- ja. 



162 



Ook Clo is er die avond, vervolgt XI, in het gezelschap van een volwassen vrouw. 
De beschrijving van hoe het meisje P8 die avond verder vergaat, valt XI veel 
moeilijker. Ze werd, zegt ze, verplicht om haar in de vagina nog meer te verwonden 
met een mes. Veel verder dan dat geraakt ze niet. XI staart naar de grond en zit te 
wenen. 



- Spreek! Laat het eruit komen! Verjaag het uit uw 
geest! 

- Nee. 

- Waarom niet? 

- Omdat ik nooit wil, nooit de controle verliezen. Dat is de reden. 

- Gij verliest de controle niet. Zij hebben u de controle doen verliezen. (...) 
Kunt gij ons vandaag iets vertellen? Waar waren die andere meisjes? 

- (knikt ja, maar kijkt opnieuw zwijgend naar de grond) 



Het heeft zich allemaal afgespeeld in Gent, in een huis "bij Clo', zegt ze wat later. Ze 
vertelt snikkend hoe ze haar plaagden met messteken en hoe ze verplicht werd haar te 
doden. Een lange stilte later stellen De Baets en Hupez hun laatste vragen. - Hoe oud 
waart gij toen? 



- Ik weet het niet. Nog geen veertien, denk 
ik. 

- Dat was in '83? 

- Ik weet het niet. 

- Wanneer ge nog geen veertien jaar waart, dan moet dat in '83 geweest 
zijn... 

- Ik weet het niet, ik weet het niet. 

- Weet ge wat ze met dat meisje gedaan 
hebben? 

- Nee. 

- Hebt ge het nooit gevraagd? 

- Nee, nee (...). 

- Wist ge dat ze Véronique heette? 

- Nee. 



Het verhoor eindigt iets na vijven 's ochtends en leidt enkele uren later al tot grote 

bedrijvigheid bij de BOB in Brussel. Het meisje op foto PI wordt geïdentificeerd als 
Sandra D., geboren in 1972.*7 De inmiddels 25-jarige vrouw weigert aanvankelijk 
om zich te laten verhoren, laat zich uiteindehjk toch overtuigen en maakt een 
ontspannen indruk. Geen van de voor haar geciteerde namen zeggen haar iets. Ze legt 
uit dat ze voor haar zestiende van haar ouders niet eens mocht uitgaan.* 8 Dit zal niet 
beletten dat XI in faxen en volgende verhoren verder zal blijven volhouden dat het 
hier ging om Marleen "die ook in het netwerk zat.' Een andere foto die ze die bewuste 
nacht in het stapeltje heeft gelegd, is die van Els D.' Zij is inmiddels uitgeweken naar 
Nederland en zal in de XI -onderzoeken nooit worden verhoord. 

Eerste wachtmeester Aimé Bille komt meer aan de weet over Véronique D. Zij 
blijkt op 4 september 1983 op 17-jarige leeftijd te zijn overleden. XI was toen 



163 



zelf veertien jaar en gaf dus een bijna correct tijdstip op. jVIinder overeenstemmend 
is wat Bnie over de doodsoorzaalt van Véronique D. verneemt. Het meisje overleed 
kenneMjk aan een lange en slepende ziekte, waardoor ze in de laatste maanden van 
haar leven bijna niet meer op school verscheen. In zijn overmoed dient BUle bij 
onderzoeksrechter Langlois meteen een verzoek in om een kantschrift dat toelaat 
de stoffelijke resten te gaan opgraven.*10 Vanuit het verre Neufchateau kan 
Langlois daar uiteraard niet op ingaan. Het verzoek wordt als minder dringend 
terzijde geschoven, in afwachting van afspraken met het parket in Gent. 

Er is in elk geval iets vreemds aan de hand met de overlijdensakte van 
Véronique D. Die is opgesteld door twee Oost- Vlaamse artsen, stelt BiUe vast. De 
een is een neurochirurg, de andere een neuroloog. Indien het klopt dat Véronique 
D. officieel aan kanker gestorven is, is het toch vreemd dat twee medici met een 
dergelijke specialiteit zich in haar laatste uren over haar zouden hebben ontfermd. 

In de jachtige sfeer van blijvende Dutroux-onrust spreken De Baets en Hupez tij- 
dens het vijfde verhoor, dat op 31 oktober een eind na middernacht begint, XI als 
volgt toe. 

- Uit het onderzoek blijkt dat Véronique een natuurlijke dood gestorven is, in 
tegenstelling tot wat gij hebt verteld. Wij hebben reden om te geloven dat 
gij de waarheid verteld hebt, maar we hebben een C3- formulier 
teru^evonden, ondertekend door twee artsen, te weten De Penner en De 
Vlaeminck.*l 1 Kent gij een van deze twee namen, of hebt gij er al over 
horen spreken? 

- Ik denk dat ik ze allebei ken, maar De Penner, die ken ik zeker. 

- Kunt ge ons zeggen wie De Penner is of kunt gij u hem herinneren? 

- Ik weet dat ik die naam verschillende keren gehoord heb en ik weet dat ik 
uiteindelijk in zijn bed beland ben. Maar oh... van daaruit naar te weten wie 
hem juist... en hoe zij... allez ja. Dat is moeilijk want ik had de indruk dat dat 
niet van Tony kwam. 

- Ge wilt zeggen dat het geen directe kennis was van Tony? 

- Nee. •12 

Met deze techniek van verhoren zou XI wel eens in staat mogen worden geacht 
om het hele mannelijke deel van de wereldbevolking van pedofilie te beschuldigen. 
De speurders hadden ook kunnen wachten tot ze foto's van de twee artsen in 
handen kregen, die vermengen met enkele andere en haar getuigenis op grond 
daarvan verder testen. Nu kunnen ze enkel luisteren hoe XI hen in verband brengt 
met de seksfeesten in de vflla van de zakenman uit Destelbergen. Alleen al dankzij 
hun nogal voortvarende manier van verhoren hoeft het Gentse parket begin 1997 
niet verder te zoeken naar argumenten om zowel het dossier van Véronique D. als 
haar stoffelijke resten verder in vrede te laten rusten. Toch zijn er redenen om de 
getuigenis van XI over Véronique D. niet zomaar terzijde te schuiven. 



164 



Reeds van in de maand september worden op alle op naam van Tony V gere- 
gistreerde telefoonlijnen de in- en uitgaande gesprekken geregistreerd. In januari 
1997, kort nadat enkele media voor het eerst melding hebben gemaakt van de 
explosieve nevendossiers van Neufchateau, ontvangt de vader van Véronique D. op 
zijn GSM drie oproepen van niemand minder dan Tony.*13 Op zich is het niet zo 
verwonderlijk dat beide mannen elkaar zouden kennen.* Ze zijn professioneel actief 
in met elkaar verwante sectoren. Niettemin beweert de vader van Véronique D. 
later, in het enige interview dat hij aangaande de Xl-saga kwijt wü, dat hij nog nooit 
van Tony V heeft gehoord. In omgekeerde richting blijkt Tony V de man wel te 
kennen.*14 Volgens iemand uit de directe entourage van Tony V, met wie de 
auteurs konden praten, kennen beide mannen elkaar zelfs zeer goed. Het GSM- 
toestel waarop vader D. door Tony V gebeld werd, staat op naam van een firma en 
blijkt het supergeheime nummer te zijn dat hij enkel aan intimi kwijt wiL De man 
blijkt ook zakelijk gelieerd te zijn met een van de hoofdfiguren uit het relaas van XI. 

Tijdens het vijfde verhoor is de sfeer aanvankelijk opperbest XI praat onge- 
dwongen, noemt namen van andere jongelui - zowel meisjes als jongens - die ze 

zowel in haar eigen schoolomgeving als op seksfioiven ontmoette. Tot De Baets 
informeert naar "andere gevallen van vermoorde meisjes'. 

- Zijn er eventueel namen of voornamen die ge u herinnert? 

- (denkt na en staart naar de tafel) Er waren er ook zonder naam... Katia. Ik denk 
dat ze Katia heette. Het eerste meisje dat ik, euh... Toen ik in Gent woonde... Ik 
ken er verschillende. Maar het is moeilijk... 

- Welke beelden ziet ge? 

- Te veel om op te noemen. Vanaf mijn... Van mijn vierde tot mijn vijftiende heb 
ik die dingen met een vrij grote regelmaat meegemaakt. 

- Welke dingen? 

- Dat ze kinderen vermoordden, of dat ze, allez... ja. 

- Houdt u niet in, spreek... 

- Het was ze zien sterven of soms... voordat hij me verplichtte om... 

- Vonden die feiten altijd in de omgeving van Gent of in Gent plaats? 

- Nee, nee... 

- Pff. Ik weet in elk geval.. We vertrokken naar de Ardennen of naar Luxemburg 
voor zaken, enfin... Daar waar er bossen waren, daar hebben ze enkele... enkele 
keren, ja, jachtpartijen georganiseerd. Maar dan echte... Dat hing ervan af Het was 
niet alleen in Gent, ah ja. Ik denk dat ik alle hoeken van België gezien heb, onder 
andere een enorme viUa met een strooien dak, ergens... 

Pas enkele vragen later begrijpen de speurders dat XI hier het onderwerp snuff moms 
is beginnen aansnijden. Ze heeft het over een manspersoon in een BMW Wanneer ze 
die zag - hij kwam haar soms ophalen na schooltijd - wist ze op voorhand dat er "iets 
vreselijks' te gebeuren stond. De fikns werden gedraaid in 



165 



een studio, gelegen in een industrieparle in de rand van Brussel, nabij de afrit van 
een autosnelweg. Ze kan het gebouw vrij goed beschrijven, en wanneer het een 
maand later geïdentificeerd wordt, blijkt dat ook te kloppen: glazen poort, veel 
aluminium, rode bakstenen, vierkant gebouw, een luchtfoto ervan in de entreehal, 
wachtruimte met vier donkerbruine netels en een grote witte asbak op een 
salontafel. Ze beschrijft de moord op een baby, waarover Tony V achteraf insi- 
nueert dat het wel eens haar eigen kind zou kunnen zijn. Niet alleen het beschre- 
ven tafereel, maar vooral de namen en de locaties die XI er later op plakt, geven 
vrij snel aanleiding tot een immens scepticisme binnen de rijkswachtleiding. 

Op 6 november zit XI opnieuw in de verhoorkamer van de Bmsselse BOB. Na de 
woelige weken voor en na de afzetting van Connerotte, Hjkt het land voor het 
eerst opnieuw iets als rust te hebben gevonden. Maar als het van XI en haar 
ondervragers afhangt, zal die van korte duur zijn. Tijdens het zesde verhoor vertelt 
ze hoe ze vanaf eind 1 982 met een groeiende regelmaat naar 'dat gebouw' werd 
gebracht, geblinddoekt nu, en hoe haar die specifieke geur is bijgeven. Dethol. 
Een uiterst krachtig ontsmettingsproduct dat diende om de bloedige restanten van 
een opnamesessie op te mimen. Ze herkende stemmen. Annie Bouty, Michel 
Nihoul, de man met de BMW een vriend van hem die haar in een later stadium 
ook geregeld kwam ophalen in Gent. 

- Ge zegt dat ge hem later nog gezien hebt op de televisie? 

- Ja, dat is al een hele tijd geleden. 

- Een hele tijd geleden? 

- Ja, zeker. 

- Kunt ge ze^en in welk programma? 

- Nee, nee. 

- Op de televisie? 

- Ik ben terug... ik ben de living binnengekomen. De televisie 
stond aan. Ik heb hem gezien. Ik heb me omgedraaid en ik ben 
voor enkele uren weggegaan. Ik had genoeg gezien. 

- Hebt ge daarover met iemand gesproken? 

- Nee, wat zou ik moeten vertellen?*! 5 

Pas enkele weken later krijgt deze passage een betekenis. De Baets en Hupez 
vermoeden dat XI het heeft over een figuur uit de entourage van een van hun 

excoUega's, Madani Bouhouche. Het toevallige weerzien met mensen van "dat 
gebouw' gebeurt wel vaker. In het weekblad Humo bijvoorbeeld, waar XI een 
trouwe lezeres van is. 

- Nee maar hebt ge u daar geen vragen bij gesteld? De ene zie ik op de televisie 
en de andere, de bewaker, heb ik eens in de Humo gezien? 

- Of ik me vragen gesteld heb? 

- Nee, nee. Hebt ge niet het verband gelegd, om zo te zeggen: wat 
komt die hier doen? 



166 



- (...) Nee, nee. Want ik bescherm me daartegen, aUez ja. 

-Ja, maar eigenlijk, voor u... Ais ge ze herkent, zou het interessant zijn om te 
weten waarom ze daar zijn. is er iets gebeurd met hen, zijn ze gepakt? 

- Er zijn er veel waarover ik inderdaad dingen lees, als ik ze zie of 
herken, maar... 

- Maar eigenlijk, dat moet u ergens toch interesseren, waarom die foto 
daar staatf 

- Dat is het juist. Dat interesseert me niet, want als me dat interesseerde, dan 
zou dat bij mij alles weer oproepen, allez ja... 

Kort na middernacht staat er opnieuw een reeks fotoherkenningen geprogram- 
meerd. De Baets en Hupez maken het XI opnieuw nogal gemakkelijk. Ze leggen 
haar uit dat het hier gaat om mensen die genoemd zijn in het dossier J J i /96 van 
Neufchateau.*^'' XI knikt meermaals ja, neemt de foto's in de handen, bevestigt 
dat ze hen allemaal wel eens als 'klant' heeft gehad, maar kan over geen enkele 
foto meer vertellen. Namen kent ze niet. De foto's die haar worden getoond, zijn 
die van de broer van een Waals minister, een gewezen topmilitair, een Bmsselse 
magistraat en advocaat W, waar Jean-Paul Raemaekers het constant over heeft. 
Alleen diens foto wordt door XI op een min of meer overtuigende manier uit de 
stapel gehaald, al zijn het haar ondervragers die haar moeten vertellen hoe hij heet. 
In de collectie van vandaag zitten ook foto's van een gewezen premier, over wie 
XI eerder verklaarde dat hij in Knokke nietsvermoedend op seksfuiven met 
kinderen aanbelandde. Ze herkent ook een andere gewezen toppoliticus. Uren 
verstrijken en XI belandt opnieuw in een moorddadige scène, waarbij ze met een 
revolver in de nek verplicht wordt om voor de camera een klein meisje om te 
brengen. Het is, zegt ze uiteindelijk, haar eigen kind. 

'Dat van die vier bevallingen, gevolgd door moorden, heb ik nooit geloofd', zegt 
adjudant De Baets later. 'Dat ze minstens één kind verloren heeft, dat Hjkt mij wel 
vast te staan. Wat haar het meest dwarszit, is dat dat kind door de geschiedenis 
uitgeveegd is. Je merkte tijdens de verhoren dat zij een hevige aandrang heeft om 
haar verloren kind - of kinderen - altijd een plaats te geven in haar relaas. Voor 
haar was dat het allerbelangrijkste. Ik aanzag dat niet als opzettelijk liegen. Het 
was duidelijk dat zij zelf heel moeizaam de weg vond in haar herinneringen. We 
hebben ons daar op een gegeven moment boos over gemaakt. Ze bleef maar 
feiten met elkaar vermengen waarvan je zag dat het niet kon kloppen. En toch 
moesten we luisteren, vond ik. We zaten pas in het begin. Ik schatte dat we, als we 
hadden kunnen doorgaan, pas na een jaar of twee een duidelijk beeld hadden 
verkregen van haar verleden. Tussenin moesten we verifiëren. En dat deden we 
ook, hoezeer ons achteraf ook werd verweten dat we dat niet deden.'*! 7 

Het kan toeval zijn, maar de eerste verificaties van de getuigenis van X! zijn 
voltreffers. Dat blijkt wanneer de Bmsselse BOB'ers op 18 november 1996 - een 
kleine maand na het verhoor - een kopie ontvangen van het dossier dat het 
Gentse parket destijds over de moord op Carine DeUaert samenstelde..*! 8 

Het was vroeg in de ochtend toen de arbeider met zijn kraanmachine het ach- 



167 



terkoertje van het oude schipperscafé Neptune opreed. Het café aan de 
Kuhlmankaai 2, langs het kanaal Gent-Terneuzen stond al jaren leeg en zou die 
dag, dinsdag 24 september 1985, gesloopt worden. Het werk was nog maar net 
begonnen, of de chauffeur verloor de controle over zijn machine. Het 
achterwiel zakte weg in een put naast wat eens een toilet was geweest. Toen 
arbeiders van het nabijgelegen Rhóne-Poulenc te hulp snelden om de machine 
recht te trekken, sprong het deksel van de aalput. ~We zagen iets bovendrijven', 
herinnert een van hen zich. "Het was een knie.' 

Enkele uren later krioelde het op de kaai van de politiemensen, gerechtsdes- 
kundigen en nieuwsgierigen. In de aalput lagen de stoffelijke resten van een 
vrouw. Het lichaam, of wat er van restte, lag in foetushouding, gekneveld met 
een wit elektrisch snoer, handen en voeten samengebonden. "Het was al in een 
zeer verregaande staat van ontbinding', weet een politieman nog. "We moesten 
het skelet in stukken naar het labo overbrengen.' Van de kleren van het meisje 
bleef weinig over. In zijn eerste vaststellingen sprak de wetsdokter van een 
vrouw die bij haar overlijden tussen de 19 en 29 jaar moest zijn geweest.*! 9 De 
expert was niet de eerste de beste. Het Gentse parket deed een beroep op de 
internationaal gerenommeerde gerechtsdeskundige professor Jacques 
Timperman. *20 Het lichaam werd geïdentificeerd aan de hand van de juwelen. 
Ze deden de Gentse substituut Nicole De Rouck meteen denken aan Carine 
DeUaert. 

Het was altijd een vreemde zaak geweest. Op 30 augustus 1 982 was ze 
verdwenen. Haar oudere zus lag ziek te bed, haar broer was op straat aan het 
spelen, moeder was gaan werken. Vader Emile Deïïaert had om 14.00 uur het 
huis verlaten. Toen moeder thuiskwam, was Carine weg. Geen sporen van een 
gevecht, geen afscheidsbriefje. Niets. Er ging een week overheen alvorens 
Errule DeUaert er op 6 september toe kwam aangifte te doen van de 
verdwijning. Het enige wat hij het gerecht kon overhandigen, was een 
onscherpe foto. Hij beweerde dat dat de enige was die hij van haar had. Van 
zoekacties was geen sprake. De dienst jeugdbescherming van het parket 
volgde de meest voor de hand liggende hypothese: weggelopen wegens 
spanningen in het gezin. Spanningen waren er. De ouders zouden scheiden. 
Toch mag het eerder uitzonderlijk genoemd worden dat een meisje van zestien 
dat van huis wegloopt, dat doet zonder identiteitskaart, kleren en geld mee te 
nemen. 

Hoewel vaak afwezig, was Carine DeUaert op school de onbetwiste 
leidster. Haar klasgenootjes verdrongen elkaar om haar aandacht. Zij bepaalde 
wie erbij hoorde en wie niet, ze leerde hen wat rebellie was en praatte 
honderduit over een wereld die anderen nog moesten ontdekken: seks. "Ze 
praatte daar heel open over', vertelt een klasgenote van toen. "Ze had veel 
problemen. Om de haverklap stond de politie aan de schoolpoort. Er was 
altijd wat. Soms beschuldigde ze een leraar ervan dat hij haar had trachten te 
verkrachten. Daardoor begon men haar vanuit die hoek te ontzien. Elke 
leerkracht die iets op haar houding aan te merken had, maakte kans te worden 
beschuldigd.'*21 

Tussen de aangifte van Emile DeUaert en de eerste echte onderzoeksdaad 
om te weten wat er met dit meisje kan zijn gebeurd, verstreek er ruim een 
maand. 



168 



Haar moeder uitte tijdens haar eerste verhoor meteen verdenkingen aan het 
adres van haar ex-man, die volgens haar meer bekommerd leek om de 
boedelscheiding dan om zijn dochter. "Morgen komt hij de meubeltjes en de 
andere bezittingen van Carine halen', verklaarde NoëUa Bovyn in oktober 1982 
aan de jeugdbescherming. Voor haar stond het vast dat haar ex "meer weet'. 
Toen ze twee maanden later nogmaals werd verhoord, noemde ze zijn houding 
"niet normaal'. "Hij is er veel te gemst in', vond ze.*22 De vader is eind oktober 
1982 inderdaad de spullen van Carine DeUaert gaan ophalen. En een grote hulp 
voor het onderzoek was hij zeker niet. Pas na lang aandringen van de dienst 
jeugdbescherming, overhandigde DeUaert vier recentere foto's van zijn dochter. 
Tijdens die zoektocht kwam aan het Hcht dat hij soms sensuele foto's maakte 
van zijn dochter. 

Omtrent JuHe Lejeune, MéMssa Russo, An Marchal, Eefje Lambrecks of Loubna 
Benaïssa is er in België veel gepraat over de voor het onderzoek kapitale uren en 
dagen na hun verdwijning. Bij Carine DeUaert duurde het een jaar en drie maan- 
den voor het Gentse parket in actie schoot. Pas in december 1983 werd het 
dossier overgeheveld naar het parket. De Gentse BOB kreeg de opdracht om te 
beginnen met een buurtonderzoek. Hoewel enigszins laattijdig, leverde dat toch 
nog enkele merkwaardige vaststellingen op. Vader DeUaert bleek de kleren van 
zijn dochter aan zijn nieuwe bijzit te hebben gegeven en verplichtte haar om die 
te dragen. Toen pas kwam men er achter dat er reeds in 1977 een gerechtelijk 
onderzoek was gevoerd tegen Emile DeUaert wegens incest. Op 30 januari 1977 
werd de toen tienjarige Carine DeUaert verhoord. Ze beschuldigde haar vader in 
kinderUjke termen. Vader DeUaert minimaliseerde de feiten en het kwam nooit 
tot een veroordeling. 23 

Emile DeUaert heeft een bewogen leven geleid. In juni 1965, tien maanden 
voor de geboorte van Carine, had hij zijn echtgenote al eens verlaten. Eind 1969 
keerde hij terug, na eerst gedurende drie weken met een minderjarig meisje in 
Nederland te hebben vertoefd. Z'n baantje bij de textielfabriek UCO was hij 
tegen die tijd kwijt. Eind 1977 trachtte NoëUa Bovyn haar kinderen te laten 
plaatsen. DeUaert belandde in die periode in een psychiatrische insteUing en 
ondernam ook nog een zelfmoordpoging. Hoewel één keer veroordeeld wegens 
zedenfeiten - buiten het gezin - bleek hij in Gentse sociaüstische middens steun 
te genieten. Hij kon aan de slag in een OCMW-ziekenhuis en toen hij ook daar 
wegens vermeende zedenfeiten werd weggestuurd, nam de stad Gent hem in 
dienst als ophaler van parkeermetermuntjes.*24 

Het buurtonderzoek bracht verder nog aan het Ucht dat DeUaert een erg 
autoritair gezinshoofd was, dat er ook klachten over seksueel misbmik waren 
van zijn tweede dochter en dat Carine DeUaert in de weken voor haar 
verdwijning de neiging had om luid te roepen. Volgens een vriendin was ze 
bang geworden in het donker, en had ze een panische angst voor bossen. Haar 
scoutsleider, daarin gesteund door andere getuigen, verklaarde "dat vader en 
dochter zich gedroegen als een verliefd koppel.'*25 

De leiding van het onderzoek was in handen van de Gentse onderzoeks- 



169 



rechter Pieters. Hij was zich erg bewust van de relativiteit van de getuigenissen 
tegen vader Dellaert. In echtscheidingsprocedures gebeurt het wel vaker dat 
man en vrouw in hun onderlinge strijd de grote middelen niet schuwen. Zo was 
er Noëlla Bovyn, de moeder van Carine DeUaert, die in maart 1984 uitpakte 
met een reeks beschuldigingen waar ze tot dan toe niet over had gesproken. 
Voor haar verdwijning droeg Carine een witte bloes met zwarte verticale 
strepen zonder mouwen en met een elastiek in de taille. "Veertien dagen later 
vond ik die bloes gewassen terug in de kast', zei ze nu. "De bloes was gewassen 
met een ander waspoeder dan datgene dat ik gebruik.' Omdat er kennelijk ruzie 
was ontstaan over het feit dat hij al haar spullen had meegenomen, bracht 
Emile Dellaert later een van de kasten van zijn dochter terug naar de moeder. 
Tot haar grote ontzetting merkte ze dat er zwangerschapskledij in zat ."^^^ De 
broer van Carine vertelde de BOB dan weer dat het hem in de dagen na de 
verdwijning was opgevallen dat er een spade en een rood deken in de garage 
lag. 

Voor zover anderen dat niet deden, maakte Emile Dellaert zichzelf verdacht. 
Op 13 juni 1984 schreef hij het parket een brief om melding te maken van de 
bevindingen van een paragnost die hij was gaan opzoeken in het Nederlandse 
Schiedam. Deze paragnost, schreef Dellaert, zag deze dingen: een boot, een 
zandvlakte, een zandberg, een weide, een brug met een groen geverfde 
afsluiting, water, hoge bomen... Al deze elementen bleken een jaar later 
aanwezig aan de Kuhlmankaai. De paragnost in kwestie werd verhoord, maar 
kon zich niets herinneren van een bezoek van Emile Dellaert. Daardoor rees de 
verdenking dat Dellaert dit hele verhaal had verzonnen om te kunnen peilen 
naar de stand van het onderzoek. De hypothetische paragnost zag' volgens 
Dellaert nog iets anders: "Een dagboek en een baby.'" 

Op 1 oktober 1985 werd Emile Dellaert gearresteerd op grond van drie nieuwe 
elementen. In de aalput was een koffielep eitje gevonden dat blijkbaar bij de 
huisraad van zijn buitenverblijf hoorde. Een vroegere buurman verklaarde dat 
hij Carine Dellaert vaak om hulp had horen roepen, wanneer zij alleen thuis 
was met haar vader. Daags na de arrestatie verklaarde de broer van Carine dat 
hij met eigen ogen zag hoe zijn vader op de dag van de verdwijning een auto 
vol "spullen' laadde. In de kofferruimte bemerkte hij het rode laken. Het was 
"gebobbeld, alsof er iets onder lag'. Het Gentse parket wou Emile Dellaert zo 
lang mogelijk in voorhechtenis houden, maar de man kreeg in de persoon van 
meester Piet Van Eeckhaut een uitmuntende advocaat toegewezen. Die wist de 
Kamer van Inbeschuldigingstelling op 27 december 1985 ervan te overtuigen 
dat het hele dossier "slechts berust op roddel.' Dellaert kwam vrij en het 
onderzoek begon te slabakken. Begin 1989 dook er nog een man op die de cel 
had gedeeld met Dellaert en nu beweerde dat die toen zou hebben bekend dat 
hij de dader was. Bij een confrontatie sloeg de man, een analfabeet, een zielig 
figuur. Toen ook dit spoor niks opleverde werd het gerechtelijke dossier 
GE.30. 18. 182411 785 onder de hoofding "zonder gevolg' teruggestuurd naar het 
parket. Einde van het onderzoek. 



170 



Het zou op zich niet hoeven te verbazen indien XI in de loop der jaren een 
en ander zou hebben opgevangen over de zaak. In de jaren zestig werkte haar 
eigen vader in dezelfde textielfabriek als Emile Dellaert. De neef van XI, Daniël 
Poupaert, zegt dat hij Carine Dellaert nog heeft gekend omdat zij net als hij lid 
was van de scoutsgroep De Zwaluw. Poupaert verklaart begin 1998 aan de 
Gentse BOB dat iedereen daar erg onder de indmk was toen het lijk werd 
gevonden en dat hij daar vaak over sprak, ook tegenover de ouders van XI: 
"Regina was daarij aanwezig, heeft gehoord wat ik gezegd heb en heeft daar niet 
op gereageerd. '*28 

Ook al zal Daniël Poupaert zich later in de Xl-saga ontpoppen tot de meest 
combattieve verdediger van de familie-eer en daarbij niet kijken op een leugentje 
meer of minder, zou dit wel eens de simpele verklaring kunnen zijn waarom XI 
Errdle DeUaert van meet af aan aanwijst als een van de "kleine garnalen' van het 
netwerk.*29 Gentenaars die de zaak van nabij volgden, hebben altijd geweten dat 
hij de enige verdachte was. De hypothese van het "van horen zeggen' kan ook 
opgaan voor het aanwijzen van de juiste school en de juiste leeftijd, maar houdt 
op wanneer XI het heeft over de zwangerschap van Clo. Dat Carine Dellaert ten 
tijde van haar verdwijning net zwanger geraakt zou zijn, is nooit in de pers ver- 
meld en was iets wat haar eigen broer bijvoorbeeld pas begin 1998 vernam. 

Dr. Jacques Timperman komt in de ochtend van 24 september om 11.30 uur 
aan op de plek waar het lichaam, in drie stukken, uit de beerput is opgevist. In 
zijn rapport over de eerste vaststellingen spreekt hij van "een vrouw voorzien 

van dikke vetrijke borsten en billen.' Voorts vermeldt zijn verslag "ter hoogte 
van het bekken een stukje mals houtachtig weefsel'. De arts signaleert dat het 
hier gaat om "een fragment van een laminariastift'. De laminariastift is 
onttrokken aan de wortel van de laminaria digitata. Dat is een uiterst zeldzaam 
plantje dat, voor zover bekend, enkel voorkomt aan de Ierse kust. Bijzonder aan 
dit plantje is hoe het op vocht reageert. Het weefsel kan ontzettend veel water 
opnemen en zet zeer snel uit. Op die manier werden laminariastiften in de oude 
geneeskunde gebruikt om bevallingen sneller te doen verlopen of om abortussen 
op te wekken. Het middel wordt zeer weinig gebruikt, omdat het bijzonder veel 
pijn veroorzaakt bij de moeder. 

Er moet een reden zijn geweest waarom er een laminariastift in het bekken 
van Carine Dellaert zit. De enige logische verklaring lijkt een opgewekte en 
uiterst pijnlijk verlopen bevalling. Precies zoals XI beschrijft. Dat Carine Dellaert 

zwanger zou zijn geweest, staat niet met zoveel woorden in het rapport- 
Timperman. Hij stipt wel aan dat het meisje een beha droeg van een cup 90C, 
grote maat. Dat is een veel omvangrijker maat dan Carine Dellaert volgens haar 
moeder en haar zus had. In dit verband signaleert Timperman in zijn verslag: 
"De aanwezigheid op de cup van een rechthoekig stukje gaas, wat wijst op een 
zwelling van de borsten en vochtverlies. Dit komt frequent voor bij 
nulliparae.'*30 

Wanneer Neufchateau-speurder Stefan Liesenborgs twaalf jaar later een syn- 
theserapport opstelt over het dossier-Dellaert, heeft hij blijkbaar nog nooit van 
de term "nulliparae' gehoord. Hij gaat ze opzoeken in een medische 
encyclopedie. 

"Nulliparae zijn vrouwen die voor het eerst zwanger zijn', voegt hij als 
voetnoot 



171 



aan i;ijn rapport toe. Dat is niet 100 procent juist, en wat Liesenborgs niet kan 
voorzien is, dat die voetnoot later de inzet zal worden van een zoveelste XI- 
controverse. Met medische encyclopedieën in de hand, poneren enkele media 
dat nuUipara integendeel de medische term is voor vrouwen 'die nooit zwanger 
zijn geweest'. Aangezien in het rapport-Timperman de term nuUipara wordt 
gebezigd, zo heet het, is daarmee het bewijs geleverd dat Carine DeUaert nooit 
zwanger was. Het parket van Gent zal enkele weken later tot hetzelfde besluit 
komen. 

Vreemd. Het volstaat om een medische encyclopedie open te slaan en te 
zien wat er echt staat onder het trefwoord nullipara: 'Vrouw die nog geen kind 
heeft gebaard.' Er staat niet dat het zou gaan om een vrouw die nooit zwanger 
is geweest. En als je even op Internet gaat surfen of enkele vakboeken over 
verloskunde raadpleegt, zie je meteen dat nullipara in de praktijk overal 
gebezigd wordt om vrouwen aan te duiden die voor het eerst zwanger zijn.*31 

Liesenborgs zat er blijkbaar toch niet zo ver naast. In een in december 
1997 tot 'case of the month' uitgeroepen medische bijdrage op de website van 
het Inselspital in Bern heeft de Zwitserse dr. R. KoUer het over een 25-jarige 
nullipara die 28 weken zwanger is en zelfs al een abortus achter de rug 
heeft.*32 

Wie het rapport-Timperman aandachtig leest, merkt meteen in welke con- 
text de term wordt gebruikt. Hij signaleert gewoon dat de zwelling van haar 
borsten en het vochtverlies 'frequent voorkomt' bij nuUiparae. Al wie dit niet 
wü begrijpen, verdedigt niets anders dan de stelling dat vooral meisjes van 
zestien jaar die niét zwanger zijn, constant last hebben van snel zwellende 
borsten en vochtverlies. Kortom, het rapport bevat zeer concrete elementen 
die toelaten te stellen dat Carine DeUaert zwanger was. 

Het politierapport over de vaststellingen bij het lijk van het meisje vermeldt 
nog andere intrigerende passages, met name over de voorwerpen die in de aalput 
werden gevonden. In totaal zijn het er negentien, hoofdzakelijk muntjes en juwe- 
len. Maar ook: 'Twee scheermesjes van het merk Gillette'. 

Op 29 september, reeds tijdens haar t\^reede verhoor, geeft XI voor het eerst 
enkele details over de plaatsen waar ze Clo ontmoette. Ze heeft het onder meer 
over een bar langs de Drongense steenweg in Gent die Co-CH-Co heette, maar 
die vandaag niet meer bestaat. Ze geeft een erg precieze beschrijving van waar 
de bar zich bevond. Verder onderzoek leert de speurders dat Carine DeUaert 
zelf eveneens aan de Drongensesteenweg woonde, op het nummer 82. De bar 
bevond zich op het nummer 215 en werd uitgebaat door een zekere Gustaaf D. 
Die naam komen de BOB'ers op 30 november nogmaals tegen wanneer XI 
hen de weg wijst naar de villa waar de bevalling van Clo plaatsvond. Op het 
aangewezen adres bevond zich ooit een firma waarin Gustaaf D. een van de 
vennoten is. Het kan toeval zijn, maar het lijkt toch te wijzen op een door de 
buitenstaander onmogelijk te vermoeden verband tussen bar en villa.*33 

Verder dan dit zal het onderzoek nooit geraken. De wijze waarop de 
commissie-Verwilghen net voor de jaarwisseling enkele magistraten heeft 
aangepakt, heeft de aanvankelijke sympathie voor 'Neufchateau' binnen de 
gerechteHjke kaste doen omslaan in verontwaardiging. Ook in Gent. 



172 



NOTEN 

1 Levenslang, Regina Louf, 1989 (ongepubliceerd manuscript). De auteurs brachten 
enkele kleine taalkundige correcties aan. 

2 Fax XI, 14 mei 1997, BOB Brussel, pv 151.556. 

3 Verhoor XI, 25 oktober 1996, BOB Brussel, pv 116.018. Vertaald door Emmanuel 
Vande Broek, 6 december 1996, pv 1 17.985. De geciteerde passages zijn door de auteurs 
uit het Frans terug omgezet naar het Nederlands. 

4 Dit blijkt uit alle verklaringen die nadien hierover worden afgelegd door speurders van 
toen, hetzij tegenover de auteurs, hetzij in het gerechtelijke onderzoek dat hierrond zal 
worden gevoerd. 

5 XI werd in de loop der zeventien eerste verhoren met tientallen foto's in alle mogelijke 
vormen geconfronteerd - omrand, niet omrand, geniet, niet geniet, voorzien van een 
paperclip et cetera... 

6 XI noemt de naam van een in Gent erg bekend bedrijf. 

7 BOB Brussel, 28 oktober 1996, pv 116.179. 

8 Verhoor Sandra D., BOB Brussel, 9 januari 1997, pv 100.395. 

9 BOB Brussel, 28 oktober 1996, pv 1 16.255. 10 BOB Brussel, 29 oktober 1996, pv 
116.262. 

1 1 De namen van de artsen werden omgezet in fictieve namen. 

12 Verhoor XI, 31 oktober 1996, BOB Brussel, pv 116.022. Vertaald naar het Frans op 
9 december 1996, pv 119.128. De geciteerde passages zijn door de auteurs uit het Frans 
terug omgezet naar het Nederlands. 

13 Deze oproepen worden geregistreerd op 4 januari om 15.46 uur en op 24 januari om 
15.40 en om 17.10 uur. BOB Brussel, 14 mei 1997, pv 151.511. 

14 Blik, 10 februari 1998. 

15 Verhoor XI, 6 november 1996, BOB Brussel, pv 116.024. Vertaald naar het Frans 
door Kirsten Van Grimbergen, 16 januari 1997, pv 100.641. De geciteerde passages zijn 
door de auteurs uit het Frans terug omgezet naar het Nederlands. 

16 Het gaat hier om het onderzoek dat inmiddels is geopend rond de verklaringen van 
JeanPaul Raemaekers. 

17 Gesprek met Patriek De Baets, 21 december 1998. 

18 Verdenkingen als zouden De Baets en Hupez XI via suggestieve vragen en voorkennis 
tot haar relaas over 'Clo' hebben geleid, worden dus tegengesproken door de 
chronologie. 19 La Demière Heure, 26 september 1985. 

20 De inmiddels gepensioneerde Timperman onderzocht tijdens zijn loopbaan een kleine 
6.000 lijken en kan bogen op veertig isax ervaring in binnen- en buitenland. 

21 Gesprek met vroegere leerlinge van de stedelijke basisschool Gezusters Loveling, 1 
december 1998. 

22 Verhoren Noëlla Bovyn, 10 oktober en 20 december 1982, opgenomen in 
synthesenota BOB Brussel, 7 januari 1997, pv 100.242. 

23 Synthesenota BOB Brussel, 7 januari 1997, pv 100.242. 

24 ibidem. 

25 ibidem. 



173 



26 Verhoor Noëlla Bovyn, BOB Gent, 14 maart 1984. 

27 Synthesenota BOB Brussel, 7 januari 1997, pv 100.242. 

28 Verhoor Daniël Poupaert, BOB Gent, 29 januari 1998, pv 100.368. 

29 ~Ze noemde mij... de pooier van mijn eigen dochter!', Emile Dellaert in Blik, 5 mei 1998. 

30 Autopsierapport Carine Dellaert, professor Jacques Timperman, 25 september 1985, opgenoinen in 
synthesenota BOB Brussel, 7 januari 1997, pv 100.242. 

31 "Traditioneel werd één 3 twee uren beschouwd als de hoogste limiet voor de normale duur van de expulsiefase 
bij de nuUipare', zo schrijven bijvoorbeeld de wetenschappers Michel Boulvain en William Fraser in een bijdrage 
over "functionele anomalieën in de progressie van de bevalling'. Het woord nullipare duikt drieinaal op in hun 
tekst, telkens met betrekking tot hoogzwangere vrouwen, net voor hun bevalling. Het artikel is op het Internet 
makkelijk te vinden: http://matweb.hcuge.ch/matweb/obst/ob_bulletin/ volume_21/21-2-4-l.html 

32 Dit artikel is te vinden op het volgende adres: http://www.anaesthesia.unibe.ch/ 
html%20english/fall297 e.htm 

33 Vaststellingen BOB Brussel, 30 november 1996, pv 116.252. 



174 



'Het was zo, zo... euh. 



Ze hebben haar verbrand. ' 

XI, ochtend 14 november 1996 



Als er één moment is waarop procureur Michel Bourlet zich moet hebben 
afgevraagd of het uitspreken van de woorden Si on me laisse faire wel 20 'n 
verstandige zet is geweest, dan is dat de vroege ochtend van 14 november 
1996 tijdens de lange rit, langs een verlaten E411, richting provincie 
Luxemburg.*! In de afgelopen weken is onder speurders en magistraten veel 
gepraat over XI . Mocht er ook maar een tiende van haar verhaal kloppen, zo 
is het overheersende gevoel, dan zou het wel eens kunnen dat de zaak- 
Dutroux niets anders is geweest dan de mineure proloog naar de implosie van 
het koninkrijk België. 

Deze nacht heeft de procureur het mysterieuze middelpunt van de 
belangstelling voor het eerst in levenden lijve gezien. Klein, eigenwijs, monter. 
In geen enkel opzicht beantwoordt ze aan het beeld dat zich spontaan heeft 
gevormd in de geesten van al wie de gerechtelijke stukken over haar onder 
ogen kreeg. Bourlet heeft niet alles begrepen van het integraal in het 
Nederlands verlopen verhoor. Wat hem het meest is bijgebleven, is het niets. 
De eindeloze stiltes. De vaak onhandige pogingen van Patriek De Baets en 
Phüippe Hupez om die te doorbreken. Het wenen, en het verbijten van pijn 
uit opengereten wonden. Niet alleen Michel Bourlet is er stü van geworden, 
ook de nationale magistraten André Vandoren en Patriek Duinslaeger en 
luitenant Alexandre Michot van het Centraal Bureau voor Opsporingen 
(CBO) zijn dat.*2 Met z'n allen zijn ze bij BOB'er Peter De Waele, de 
cameraman, gaan zitten in de benepen regiekamer van waaruit de verhoren 
worden gefilmd. Ze willen "het onderzoek van de eeuw' van dichtbij 
meemaken. 

Wanneer de toeschouwers die ochtend in het gebouw van de Brusselse 
BOB afscheid nemen, is de geloofwaardigheid van XI geen punt van discussie. 
Ze hebben gezien wie ze is, wat ze zichzelf aandoet om haar verhaal te 
vertellen. Op geen 

enkel moment komt het in hen op dat er wereldwijd voorbeelden bestaan van 



175 



soortgelijke onderzoeksdossiers die uitsluitend berusten op de verklaringen van 
jonge vrouwen met een uit een slecht verwerkt incestverleden voortvloeiend 
Jalse memory syndrome . 

Adjudant De Baets, die zelf op de komst van het viertal heeft aangedrongen, lijkt 
zich ervan bewust dat er over zijn schouder wordt meegekeken. Het iets voor 
elven 's avonds aangevatte verhoor komt onwennig op gang. De laatste dagen is er 
anders heel wat veranderd in de relatie tussen hem en XI. Steeds vaker hangt ze bij 
hem aan de telefoon om iets te melden dat haar te binnen is geschoten, of om een 
correctie aan te brengen bij een eerder geopenbaarde herinnering. Tijdens de ritten 
van en naar Gent gedraagt ze zich spontaner dan in dit zaaltje. Zo gebeurde het 
dat ze na afloop van het verhoor van 25 oktober, net voor het uitstappen in Gent, 
totaal onaangekondigd te kennen gaf dat ze zich een heleboel namen kon 
herinneren van meisjes die het netwerk niet hadden overleefd. In een razendsnel 
tempo ratelde ze die af. Perplex achtergebleven in de auto, noteerden De Baets en 
Hupez vluchtig de namen die ze meenden te hebben onthouden. Kristien, Mieke, 
Marie-Hélène... Of zei ze niet dat Mieke en Marie-Hélène één en dezelfde persoon 
waren? 

Verschillende Neufchateau-getuigen die dezelfde procedure doormaakten, 
vertellen later hoe de camera hen paralyseerde. De rechtopstaande microfoon deed 
Nathaüe W onwillekeurig denken aan een fallussymbool. X2 wou geen camera. XI 
vreest vooral zichzelf, zo blijkt na enige tijd. Foto's, zo is al gebleken, doen haar 
dan ook panikeren. I Iet is exacte wetenschap en in de tv-quiz die ze voor zichzelf 
van deze verhoren heeft gemaakt, staat het aanwijzen van een verkeerde foto gelijk 
met het verdict: bedankt, u was een fijne kandidaat. Voor De Baets en Hupez valt 
het niet altijd te achterhalen of haar koppige stilzwijgen tijdens fotoconfrontaties 
verband houdt met onwetendheid of gedissocieerde pijn. Ook de magistraten 
achter het glas hebben er het raden naar. Ze kijken verschrikt toe, in een 
voortdurende tweestrijd tussen weggaan of wachten tot het einde. 

- Ik denk dat het gaat om het eerste verhoor, toen wij u een album met de 
foto's van bepaalde personen heten zien. Ge hebt gezegd dat ge deze 
personen niet kende. 

- Ik heb dat gezegd, ja. 

- Is dat juist? Kent ge deze personen niet-' 

- Toch wel, maar ik wou het toen niet zeggen. 

- Waarom wou ge het op dat moment niet zeggen? 

- Wantrouwen. 

- Hebt ge nu nog steeds wantrouwen? 

- (Knikt nee.)*3 

Meer dan knikken, nu eens nee dan eens ja, doet XI ook deze keer aanvankelijk 

niet. Ze kijkt wat hulpeloos om zich heen. "Ja, dan moet ik het ook doen, ver- 
onderstel ik', doorbreekt ze zelf de drukkende stilte, en nadat De Baets ertoe 
gekomen is de namen Mare Dutroux, Michèle Martin en Bernard Weinstein uit 



176 



te spreken. Ze heeft die mensen gekend, zegt ze. Voor de juridische context van 
de lopende onderzoeken is dit van groot belang. Als het klopt dat deze lui deel 
hebben uitgemaakt van een netwerk zoals XI dat beschrijft, dan maken de door 
haar beleefde feiten inherent deel uit van het basisdossier-Dutroux in 
Neufchateau. 

- Kunt ge situeren in welke periode ge kennis hebt gemaakt met deze 
mensen? 

- (Knikt nee)... Ik weet zelf niet meer hoe. 

- Zijt zeker dat ge hen hebt gezien? 
-Ja. 

- Ge vergist u niet door iets wat ge op de televisie hebt gezien, of.. 

- Nee, nee. 

XI gaat in kleermakerszit op haar stoel zitten en laat het hoofd zakken. Het is 
alsof er deze nacht helemaal niks meer gezegd zal worden. Dan, toch: 

- Ik heb hen leren kennen via Nihoul. Voor jullie mag dit 
onwaarschijnlijk lijken, maar in feite kennen zij elkaar al heel lang. 
-Wat? 

- Ik zeg dat ze elkaar al heel lang kennen. Dat mag onwaarschijnlijk 
klinken, maar aMez ja. 

- Wie kent wie, volgens u? 

- Nihoul en Dutroux kennen elkaar al een heel lange tijd. 

- Dat is wat gij zegt. Maar waar ziet ge hen voor de eerste keer 

samen? 

- Bij hem, in zijn huis. 

- Bij wie? 

- Bij Nihoul (...). 

- Wie heeft u gebrachb" - Mijn moeder. 

- Uw moeder, is zij alleen? 

- (Knikt ja.) 

- Hoe oud zijt ge dan? 

- Ik weet het niet. 

- Om welke auto gaat het? 

- Een Chevrolet. 

- Een Chevroletf 

- (Knikt ja.) Een X1 1. 
-Hoe? 

- Het is gewoon grappig, X1 1. 

- De nummerplaat? 

- Nee nee, het model. 

- Ah ja, het model. Oké. Nu begrijp ik het. Het is grappig. 

Humor helpt. XI beschrijft wat ze zich herinnert van het "Brusselse mUieu'.Deze 



177 



groep komt nu en dan samen in het appartement van Nihoul. Haar moeder heeft 
haar dus gebracht, samen met een man waar ze in die periode kortstondig mee 
optrekt. 'Het is voor mij veel gemakkelijker om erover te praten wanneer iemand 
anders dan mijn moeder me heeft gebracht', zegt ze. ~Ik weet niet... als Tony me 
heeft gebracht is het anders. Ik weet niet wat ik haar heb misdaan, of hoe ik iets 
kon goedmaken. Waarom kon ze mij niet uitstaan?' Een prangende vraag van 
Hupez: moest ze dan niet naar school? Nee, het gebeurde meestal in het weekend. 
Ze woonde al in Gent, dat weet ze nog, en ze ging nog naar de basisschool. Ze 
doelt dus op een periode waarin ze elf of tw^aalf jaar oud was. 

De veelal tegenstrijdige of onmogelijke tijdsaanduidingen die XI die nacht 
opgeeft, zullen een jaar later mee aan de basis üggen van het ontmantelen van de 
naar haar genoemde onderzoeken. Alleen: het is niet altijd duidelijk welke datum 
ze nu precies aan welke gebeurtenis verbindt. Aanvankelijk spreekt ze over een 
welbepaalde gebeurtenis in een welbepaald appartement in Brussel wanneer ze 
zelf elf jaar is. Wat later kan uit haar woorden - 'in die periode van twee jaar' - 
worden opgemaakt dat ze aan het vertellen is hoe het er nadien of in het algemeen 
binnen dit netwerk aan toeging. Advocaat E. maakt er deel van uit, alsook een 
illustere onbekende die ze een meter zeventig gïoot schat en die een donkere bril 
draagt. Over Dutroux kan ze weinig kwijt. Ze ziet hem, sporadisch slechts, als een 
introverte nieuweling in de rol van tweederangsfiguur. Hij houdt van "spelletjes' 
en brengt soms zijn twee Duitse herders mee.*4 Ter\^djl ze met haar hoofd in een 
zetel wordt gedmkt, vertelt, laat Dutroux een van zijn honden los. Vraag van De 
Baets: hadden die honden ook namen? Kan ze zich die herinneren? 

- Van die eerste weet ik het nog. Hij heette... euh, van de andere weet ik het 
niet meer... 

- Hoe heette de eerste? 

- Hij heette Brutus. 

- Van de andere hebt ge de naam niet gehoord? 

- Ik weet het niet meer, echt, ik weet het niet meer. 

- Nee maar ja. Luister, hebt ge ook niet gehoord hoe zijn vrouw of iemand 
anders de naam uitsprak? 

- (Na een lange stilte.) Sultan. 

- Wie noemde hem Sultan, volgens u? 

- Zijn vrouw. 

Het dringt pas na enige tijd tot Mare Dutroux door waar zijn ondervragers op 
aansturen wanneer ze hem op 2 december 1996 beginnen te bestoken met vra- 
gen over de honden die hij in de loop der jaren heeft gehad. "In 1976, ten tijde 
van mijn eerste huwelijk had ik een Mechelse herder en die heette Black', ant- 
woordt hij. "Ik heb ook nog een vrouwelijke Duitse herder gehad, Diane. Later 
had ik er nog andere. Twee Duitse herders onder andere. Ze heetten Chera en 
Sultan.'*5 



De hond Sultan, zo blijkt later, kwam waarschijnlijk pas eind 1993 of begin 



178 



1994 ter wereld. Dat XI deze hond in het begin van de jaren tachtig kan hebben 
gekend, is dus uitgesloten. Toch blijft de vraag: hoe kan ze dit weten? Voor zover 
de speurders kunnen nagaan, heeft de pers nooit melding gemaakt van de namen 
van Dutroux' honden. Het feit dat ze begin december bij Mare Dutroux zelf te 
rade moeten gaan, geeft aan dat tot dan toe niemand de naam Sultan kende. 
Noemde Dutroux zijn hond in 1994 ter nagedachtenis van zijn vorige? Haalde XI 
twee gebeurtenissen door elkaar? Is het een toevallig juiste gok? Tot vandaag blijft 
het gissen naar de juiste verklaring. 

Na middernacht zet XI haar verhaal verder. 

- Ik moet ze^en dat na enige tijd, toen ik ongeveer twaalf jaar was, ik alles afwist van 
rituelen, van rituele moorden. Van al die zaken wist ik precies hoe ze in hun werk gingen 
Wat ze zeiden, wat ze tekenden, wat ik moest. Er waren bijvoorbeeld verschillende 
manieren om te slachten of te wurgen... 

- Wie leerde u die technieken? 

- Nihoul en zijn vrouw hielden zich daar in die tijd veel mee bezig. Dutroux was geen 
fanaticus, dat interesseerde hem zo niet. Zijn vriend wel. 

- De vriend van? 

- Van Dutroux. 

- Kent ge hem, deze vriend van Dutroux? 

- (Kniktja.) 

- Kunt ge hem een naam geven? 

- Weinstein. Wist ge dat een van zijn geliefkoosde spelletje erin bestond dieren levend te 

begraven? Echt amusant toch, nee? 

Hoewel later zal blijken dat Bemard Weinstein inderdaad een zeer morbide relatie 
had met dieren, Hjkt de rol die XI hem hier toedicht niet te kunnen kloppen. Ze 

zegt dat ze hem leerde kennen toen ze twaalf jaar oud is, in 1981 dus. In wer- 
kelijkheid zat Weinstein tot eind 1985 in de gevangenis in Frankrijk. Haar 
ondervragers gaan ervan uit dat er een redelijke kans bestaat dat XI Weinstein 
heeft gekend, maar hem als dader moet hebben "verplaatst' in haar geheugen. 
Bij het uitspreken van het woord "rituelen', corrigeert XI zichzelf. Het kwam er in 
de eerste plaats op aan het kind willoos te maken door het te doen kiezen tussen 
de dood van een geliefkoosd huisdier of het helpen martelen van een ander 
kind. Ach, weet u... Al dat gedoe rond satanische spullen zo, ja, ja... pfft. Tussen 
aanhalingstekens natuurlijk, want het ging gewoon om het plezier van beesten te 
doden - het plezier om...' 

- Om wat? 

- Als ik het goed deed, en dat is eigenlijk precies hetzelfde, als ik het goed 
deed... dan pijnigden ze een ander meisje. 

- Wat is hetzelfde? 

- Het amusante kwam op het laatst. Als ik het goed deed, dan deden ze een 
ander 



179 



meisje pijn. Maar als ik het niet goed deed, dan deden ze mij pijn. Dat 
systeem (...). Een van de meest onvoorspelbare en moeilijkste dingen was 
de loterij. Zo werd dan bijvoorbeeld beslist wie van de twee meisjes het 
meest zou afzien. 

- Het tweede meisje waar ge het over hebt, wie is dat? 

- Kristien, onder andere. 

- Hoe zegt ge? 

- Onder andere Kristien. 



In de verhoorkamer valt een drukkende stilte. Kristien is een van de namen die XI 
op 25 oktober heeft genoemd. In de auto hadden De Baets en Hupez hun geheugen 
zitten pijnigen over oude moordzaken die zouden kunnen corresponderen met de 
voornamen die XI noemde. De naam Kristien zei hen iets. Was dat niet de naam van 
dat meisje van k crime de la champifftonnière? Het was een van die mysterieuze 
zaken die door het brede publiek allang was vergeten. "Die moord was toch 
opgelost?', wierp De Baets die nacht op. Als ik me niet vergis, hebben ze toen enkele 
punks opgepakt, en hebben die ook de moord bekend.' Hupez twijfelde en nam zich 
voor om het uit te zoeken. 

Het was nationaal magistraat Patrick Duinslaeger die hen met de neus op de feiten 
drukte. De moord op do 16-jarige Christine Van Hees was nooit opgelost. Tegen de 
punks waren nooit bewijzen gevonden. Binnen een tijdsbestek van 48 uur denken de 
speurders maar liefst drie door XI aangewezen slachtoffers te hebben 
geïdentificeerd: Christine Van Hees, Carine Dellaert en Véronique D.' Onmiddellijk 
daarna, op 29 oktober 1996, was eerste wachtmeester Michel De Mulder bij de 
ouders van het meisje enkele foto's gaan ophalen.*8 Die zullen nu aan het eind van 
het verhoor aan XI worden getoond. 

Het is al na drieën in de ochtend. In de regiekamer wordt gegeeuwd. XI zit er nog 
relatief monter bij . 

- Wie is Kristien? Waar hebt gij haar leren kennen? 

- Ik heb haar leren kennen in deze omstandigheden. Ik weet het, het is heel 
moeilijk. 

- Het is heel moeilijk om u te volgen, op dit moment. 

- Het is heel moeilijk omdat... Ik ben... tracht mij te... 

- Als ge wilt, kunnen we vijf minuten stoppen, zodat ge uw gedachten kunt... 

- Nee, nee, het is al zo lang geleden en ik probeer... Ik denk dat ik elke week, elke 
week, op een andere plaats was. 

- Jamaar, kunt ge ergens situeren... 

- Dat is om zot te worden, ik wil zeggen... 

- Maar kunt ge dit nu situeren in de tijd? Ge legt ons alles uit over uw opleiding 
die waarschijnlijk... Op welke leeftijd begint uw opleiding en wanneer wordt dat 

intens? 

- Ja, nadat ik dat ene weekend had beleefd, was er bijna elke week iets. 

- Elke week. Wat gebeurt er dan? Men brengt u ergens naartoe? 
-Ja. 

- Zijt ge gebracht door iemand? 



180 



- Bijna altijd, ja. 

- En wie zijn die personen die u praktisch altijd brengen? 

- Meestal zijn het Nihoul of Tony, die mij daar naartoe brengen. 



Er valt opnieuw een lange stilte. Het is XI die ze doorbreekt, met een woede-uit- 
barsting. 

- Gij wilt dat ik het klaar en duidelijk zeg, maar begrijpt ge dat dan niet?! Hoe 
wilt ge dat ik dit uitleg als het godverdomme zo vaak gebeurd is? Wel, dan 
wordt ge knettergek! Echt, ik weet het niet meer! ik weet het niet meer! Echt 
niet! 

- Wat? Ge moet het zeggen. 

- Waar, hoe, pff.. 

- Wat is er gebeurd met Kristien? 

- Ze is echt geofferd. 

Nadat ze de woorden uitspreekt, maakt XI een verslagen indruk. 

- Kunnen wij dat feit ergens isoleren en eens gaan kijken? 

- In die periode was ik echt... Het is een van de allermoeilijkste 
dingen door mij, echt, de allermoeilijkste. Omdat, bijvoorbeeld, 
een van die dingen... Bij Kristien, om te beginnen, we waren 
nog... ge werd naar een klant gestuurd, ge waart daar bezig met 
hem en toen ge klaar was, kwamen ze u halen en dan gingt ge 
onmiddellijk mee... (lange stilte). Dat wil zeggen dat we er al een 
hele tijd naartoe moesten gaan... Ge waart al een hele tijd bezig. 
Het enige wat ik weet, is dat Kristien... Zij was een... Zij was 
alleen maar een vriendin, (lange stilte). Ik slaag er niet in... Ik 
slaag er niet in om er orde in te krijgen... Ik slaag er niet in om 
dat in... mijn hoofd. Ik slaag er niet in om er klaar in te zien. Ik 
heb alles geprobeerd (stilte). Wie dat meegemaakt heeft... kan dat 
niet. Het spijt mij. 

- Wilt gij nu even luisteren? 

- Ja, ik luister. 

- Kunnen wij werken met enkele vraagjes? 

- De probeer. 

- Kunt ge ons uitleggen wanneer ge Kristien hebt leren kennen? 

- Ik heb kennis gemaakt met dat meisje tijdens die opleiding. En 

in feite was cr een voortdurende rivaliteit. 

- ja, ziet ge dat meisje voor u? 

- Wat herinner ik me nog van haar? Haar stem, haar manier van 
bewegen, haar gezicht... vaag. 

- Probeert ge haar gezicht voor uw geest te krijgen? - (Knikt ja.) 

- Zullen we het chronologisch doen, door vragen te stellen? 
Wanneer hebt ge haar leren kennen? Hoe oud waart ge toen? 

- Elf jaar ongeveer. 

- Het was tijdens de opleiding? 



181 



-Ja. 

- Hoe oud was zij? 

- Dc zou het niet kunnen 
zeggen. 

- Ziet ge haar voor u? 

- Ja en nee. Ik ben echt doodsbang om terug te gaan. Ge hebt geen 
idee. 

- Als ge foto's zoudt zien, zoudt ge haar dan herkennen? Zou dat 
helpen? 

- Dc weet het niet, ik weet het niet. Ik heb geen flauw idee wat er zou kunnen 
helpen. Het enige wat ik weet is dat ze daar is, in de afdeling van personen die het 
moeilijkst te contacteren is. 

- Ja, maar Hoop kan ons helpen. Zou Hoop willen meewerken als hij de foto's 

ziet?' 

- Met foto's ja, misschien. 

- Zullen we het proberen? Zullen we dat doen om te zien of het helpt? 



Het helpt niet. Wat XI wordt voorgelegd is een soort album met vijf uitvergrote 
fotokopieën van portretten van tienermeisjes. De middelste foto, aangeduid met de 
code XI -12, is een fotokopie van dc twee weken eerder bij de ouders van Christine 
Van Hees opgehaalde foto. De vier andere foto's (aangeduid met de codes PI O, 
Pil, P13 en P14) zijn al eens getoond aan XI. Ze maakten deel uit van de reeks 
waar XI Carine Dellaert uithaalde. 

- Oh, mijn god. Ik zou wel eens willen weten of er nog iets amusanters bestaat 

dan dit. Toch niet weer, toch niet weer die foto's... Weet ge wat zo vreemd is? 
Die gevoelens komen terug (stilte). Jk wil niet, ik wil niet. Ik zou het graag 
willen doen, maar ik kan het niet. 

- Wie kan ons helpen? 

- Zij die het meegemaakt hebben... Als ik goed was geweest. Als ik zo was 

geweest, dan had ons moeder het uiteindelijk aanvaard en dan was het niet 
gebeurd (lange stilte). Hoe ze volwassenen dan behandelen, dat weet ik niet. 
Ik wil het niet... Ze mogen de volwassenen niet aankijken, ze mogen niet! Ze 
wiUen niet... ik vind geen mogelijkheid om... om... (lange stilte). Jk zie echt 
geen mogeUjkheid, het spijt me. Ik heb echt mijn best gedaan. 

- Gij hebt een fotografisch geheugen, hebt ge gezegd? - (Knikt ja.) 

- En ge hebt haar op foto herkend? - (Knikt ja.) 

- Hebt ge haar nu gezien? 

- Ik wil ja zeggen, maar het is zo moeilijk omdat... ik kan niet. Ik mag het niet 

zeggen omdat zij dat niet wil. Maar ook al wil zij het niet, ik heb haar 
herkend, ja. 

- Hier, tussen de foto's? 

- (Knikt ja.) 

- Ge moogt het niet zeggen... Kunt ge een teken geven wanneer ge bij de goede 

foto aanbelandt. Gewoon een teken. Hebt gij haar herkend? 

- Nee. 

- Wie heeft haar dan herkend? 

- Kelly. 



182 



Zo gaat het nog een half uur lang door. De Baets aanroept nogmaals ^Hoop', maar 
ook die is onbereikbaar. Ach, ik weet dat het nergens op slaat en dat jullie met dit 
alles weinig kunnen aanvangen', zucht XI. Het wekken van sommige 
deelpersoonlijkheden, zegt ze, staat gelijk met het herbeleven van die verschrik- 
kelijke nacht. En dat is precies wat ze al die jaren ten allen prijze heeft willen ver- 
mijden. Het is bijna vier uur in de ochtend. De Baets geeft niet af. Hij wil weten wie 
er bij was. Dezelfden als tijdens dat weekend, antwoordt ze, met toevoeging van 
Weinstein. 

- Ze heeft zo hard, zo hard... zo hard geroepen opdat iemand haar zou 
horen. 

- Heeft niemand haar gehoord? 

- Iemand zou haar gehoord hebben als er iets dichtbij was geweest. Huizen 
of zo. - Waren er dan geen huizen in de omgeving. Was er iets anders? 

- Ik weet het niet, ik weet het niet meer. 

- Waren er andere gebouwen? 

- Ik weet het niet, ik weet het niet meer. Het is zo... het is zo... Ik kan het 
niet, ik kan het niet. 

- Heeft ze lang geroepen? 

- (Knikt ja.) 

- Wie deed haar roepen? 

- Dutroux, Nihoul, zijn vrouw (...). 

- Hebben ze voorwerpen gebruikt? Ziet ge die voorwerpen? Ja? Kunt ge ze 
beschrijven? 

- Zo hebben ze me het geleerd. 
-Wat? 

- Zo hebben ze me het geleerd. Ze hebben me geleerd dat het, als ik het 
zou vertellen, nog erger zou worden. 

- Nu kan het niet meer erger worden. Ge zijt bij ons (...). 

- Ik heb geen schrik van jullie, maar van hén. Ik heb schrik, ik heb schrik. 
Het is zo'n moeiUjke keuze. Het is zo'n moeilijke keuze voor zij die het 
hebben gezien (stilte). Dc heb schrik om een fout te maken. Ik heb al 
zoveel fouten gemaakt. Ik heb al zoveel... 

- Bij ons kunt gij geen fouten maken. 



Terwijl De Baets verder op XI blijft inpraten, gaan in de regiekamer blikken van 
verstandhouding over en weer. De leeftijd die XI zichzelf op het moment van de 
moord geeft, klopt van geen kanten, maar gezien het trauma dat de jonge vrouw hier 
aan het bevechten is, lijkt dat slechts een niet terzake doend detail. Er gaat wat tijd 
overheen voor XI er weer toe komt om wat over Kristien te vertellen. Tussen hen 
beiden werd door Tony en door Nihoul een sfeer van voortdurende concurrentie 
geschapen, zegt ze. Wie "het' minder goed deed dan de ander, werd gestraft. Kristien 
werd harder gestraft dan zij. Vandaar de schuldgevoelens. 

- Hoe hebben ze haar dan gestraft? 

- Door haar te folteren. 



183 



- En wie folterde haar? 

- Die mannen die daar waren. 

- AUemaal? 
-Hm. 

- Kunt ge zeggen hoe ze haar folterden? 

- Oh, met alles, met alles. 

- Kon Kristien zich verdedigen? 

- (Knikt nee.) 

- Waarom niet? 

- Omdat ze dat niet kon. 

- Waarom kon ze dat niet? 

- Omdat ze vastgebonden was. Ze was vastgebonden. 



De nervositeit in de regiekamer stijgt. Een van de weinige dingen die de aanwezigen 
op dat ogenblik van het dossier-Van Hees afweten, is dat destijds rond het 
verbrande lijk de resten van een gesmolten elektrische draad werden aangetroffen, 
en dat uit de houding van het lijk kon worden opgemaakt dat het meisje aan handen, 
voeten en hals vastgebonden was. Uitleggen hoe dat in zijn werk is gegaan, wil XI 
niet. "Ik weet het niet, ik heb zo'n schrik dat... dat ik het dan nooit meer zal 
vergeten.' Opnieuw trachten de ondervragers haar moed in te spreken: "Zullen we 
haar helpen? Wij samen?' 

- Ik zal proberen... Ze hebben haar, ze hebben haar... Ik denk dat het een 
bezemsteel of zoiets was die ze achter haar rug hebben vastgemaakt. Ge 
weet wel... met haar armen achter haar rug en haar armen zo... zoiets van 
die aard (stilte). En toen hebben ze haar meegenomen, en ze hebben haar 
vastgehouden. Ik denk dat ze toen iets in haar vagina hebben gestoken. 

- Wie doet dat? 

- Ik moest haar kalmeren. Ze was... ze wilden koffie. Euh, Nihoul, 
Dutroux en E. hielpen. 

- Nihoul, Dutroux en E.? 

- Ja, en die... ik weet niet meer hoe hij heet. Hij duwde haar. Ik wou dat ze 
zweeg, maar dat deed ze niet. Ze moest zwijgen, anders deden ze 

hetzelfde met mij. 

- En het lukte niet om haar te doen zwijgen? Had ze zoveel pijn? Ge moest 
haar doen zwijgen? 

- (Knikt ja.) Ik had het moeilijk om dat te doen. Ik heb niet goed 
geprobeerd. Ik was zo... goh, op dat moment... 

- Wat probeert ge om haar te doen zwijgen? 

- Ik leg mijn hand op haar mond, ik durf zelfs niet hard duwen, goh. 
XI begint te wenen, prevelt iets over wat men haar verplicht te doen met een 
kachelpook die E. haar in de handen heeft geduwd en zegt dan plots iets over een 
wurgslang. De Baets tracht haar uit haar bui van halve hysterie te halen door haar in te 
prenten dat ze maar een kind was, dat er geen enkele reden is voor een 



184 



gevoel van verantwoordelijkheid voor wat er gebeurde. Hij oogst lange stiltes, 
onwaarschijnlijke wendingen, chaos, steeds meer verwijzingen naar deelpersoon- 
lijkheden. Het lag aan haar, heet het opnieuw. Ze krijgt een nog niet nader 
omschreven voorwerp in haar vagina geduwd en is dan in elkaar gestort. Als ge 
zoveel pijn hebt, wil het maar niet lukken om te geloven dat het zal overgaan, zoals 
de vorige keer.' Het is na vijven in de ochtend. 

- Ligt Kristien nog op de tafel? 

- Hmhm. 

- Vastgebonden? 

- Hinhm. 

- Ligt Kristien nog steeds op haar rug of op haar buik? 

- Op haar rug. 

- Op haar rug. Moet ge in haar keel snijden? 

- (Knikt ja.) 

- En dan houden de kreten op? 
-Ja. 

- Doen ze daarna nog iets? Doen ze u nog pijn? 

- (Kniktja.) 

- Verkrachten ze u? 

- (Knikt ja.) 

- Allemaal? 

- (Kniktja.) 

- Is de vrouw van Dutroux daar? Bhjft zij nog lang op die 
plaats? Blijft Bouty nog lang op die plaats? 

- Dat weet ik niet. 

- Ruikt gc iets op die plaats? 

- Ik weet goed dat, euh... dat... ik weet goed dat... 

- Is cr een geur op die plaats? 
-Ja. 

- Kunt ge die geur beschrijven? 

- Nee. 

- Is er iemand anders die die geur kan beschrijven? 

- Als ge toch al weet wat er gebeurt, waarom wilt ge dan dat ik 
het nog zeg?! 

-Als? 

- Als ge toch al weet wat er gebeurt, waarom wilt ge dan dat ik 
het nog zeg?! 

- Nee, nee. Ik weet niet wat er gebeurd is. Misschien weet ik 
wat er gebeurd is, maar dan moet ge mij helpen om te... Wilt 
ge niet helpen. 

- Jawel. Het was zo, zo... euh... Ze hebben haar verbrand. 

- Ze doen wat? 

- Ze verbranden haar. 



Er rollen nog steeds tranen over haar gezicht. In de regiekamer hebben de laatste 
drie woorden van XI nog meer twijfels weggenomen. De Kristien waar XI het 



185 



over heeft, kan ailecn Christine Van Hees geweest zijn. De Baets realiseert zich echter dat 
hij met een probleem zit. Er is deze nacht veel boven water gekomen, maar dat ene zo 
belangrijke detaü, het tijdstip van de moord, zit hem dwars. 

- Ktint ge ergens situeren in welke periode het gebeurd is? 

- Dat is nog zoiets waar ik voortdurend aan moet denken. Het is iets 
dat ik tracht te ontdekken. In die periode was tijd voor mij een 
abstract gegeven. 

- Kunt ge aan de hand van een vergelijking bij die periode komen? 

- Euh, dat weet ik niet. 

- Die mensen, hoe waren zij gekleed, bijvoorbeeld? 
-Goh... dat weet ik niet. Euh, ik weet het niet. 

- Was het koud op die plaats? 

- Dat is ook zoiets abstracts waar ik niet op gelet heb. 

- Hm. 

- Trouwens, ik heb nooit koud (...). 

- Kende gij Kristien al lange tijd daarvoor? 

- Lang is veel gezegd, maar toch al een zekere tijd. 

- Weet ge wie zich ontfermde over Kristien? 

- Nüioul. 

- Was het een meisje dat opgeleid was door Nüioul? 

- (Knikt ja.) 

- Heeft ze u nooit verteld hoe zij kennismaakte met Nihotil? 

- Niet echt. 

- Niet echt? 

- Ik heb u toch gezegd dat wc concurrentes waren. 

- Ja. Hebt ge nooit de kans gehad om met haar te praten? 

- (Knikt nee.) 

- Sprak zij Frans of Nederlands? 

- Een beetje... echt gelijk ik. Ze verstond het allebei. 

- Ge moet verstaan dat ons dat niet helpt. 

- Nee (...). 

- Kunt ge zeggen hoe zij op de dag van de feiten gekleed was? 

- Ik geloof dat ze sportschoenen droeg met veters. Ik denk een jeans en 
een sweater met het nummer acht erop, dat herinner ik me nog. 

- Ziet ge de kleur van de sweater nog voor u? 

- Euh, donkerblauw, niet zwart, maar heel donkerblauw met een 
nummer acht erop, zoals in het Amerikaanse voetbal. 

XI tekent de acht op papier. Dubbele witte lijnen. Met haar handen geeft ze aan hoe 
groot de acht was. 

- Dus, zij was een meisje van Nüioul, zegt ge nietwaar? Kunt ge ergens kijken, 
of is er iemand die ons kan zeggen hoe lang ze al bij Nihoul was? Hebt ge 
haar daar gezien? 



186 



- Tijdens de opleiding, denk ik. En daarna heb ik haar nog onmoet. 

- Dus de opleiding is in 1982 of zoiets? 

- Ja, ik veronderstel het ja. 

- Dus dan zijt ge twaalf, dertien jaar? 

- Ik denk dat het een beetje vroeger was. Dat is begonnen bij ons thuis, na Knokke, 
en dat is geëindigd, de opleiding dus hee, de dag voor mijn plechtige communie. 

- En die opleiding duurt ongeveer een jaar, waarbij ze u overal naartoe brengen? 

Wat XI zegt over de tweetaligheid van Kristien, is opnieuw een element dat de 

overtuiging sterkt dat het hier wel degelijk gaat om Christine Van Hees. Op geen enkel 
moment is haar gezegd dat het slachtoffer een Brussels meisje is, van wie de moeder uit 
Oostende afkomstig is, en bijna net zo goed Nederlands als Frans spreekt. 

- Weet ge of ziet ge wie Kristien heeft vastgebonden? 

- Euh... het is de beul, ... Dutroux en Nihoul. 

- Deden ze dat op een speciale manier? 

- Ja, maar vraag me alstublieft niet om het te beschrijven. 

- Waarom, weet ge het niet? Tijdens die conversatie hebt ge ons gezegd dat 
ze op een gegeven moment was vastgebonden aan een borstclsteel, met 
haar rug of met haar handen. Haar handen zijn vastgebonden of zo? 

- Ja, euh, enfin. 

- Is ze dan op een andere manier vastgebonden? Maken ze haar van die 
borstelsteel los? - Eerst laten ze haar nog een tijdje los, zodat ze een beetje 

op haar kunnen jagen (...). 

- En dan binden haar een tweede keer vast? 

- (Kniktja) 

- Ziet gij, met uw fotografisch geheugen, hoe ze haar hebben vastgebonden? 

- Ze binden haar vast, ze hebben haar op een tafel gelegd, met haar benen 
gespreid, haar voeten aan de poten van de tafel, allez... Het is moeilijk uit te 
leggen, weet ge. En ze binden haar vast op zo'n manier. 

- Haar benen aan de voeten van de tafel? 

- Haar handen uitgerokken achter haar. 

- Ook vastgebonden? 

- Hmhm. 

- Is er dan nog een andere manier om haar vast te binden? 

- Het is goed genoeg bedacht. 
-Hoe? 

- Dat het goed genoeg bedacht is. 

- Kunt ge het stap per stap beschrijven? 

- Oh, mijn god, nee. Niet echt... maar het doet me denken aan een konijn in 
een val. Hoe meer hij tegenstribbelt, hoe penibeler het wordt. 

De Baets snelt zichzelf voorbij. Ziet ze haar armen? Zijn ze ergens vastgebonden? 



187 



En haar benen, zijn die vastgebonden? Haar benen, zijn die geplooid? Gaat dat koord 
van haar handen naar haar voeten? XI beantwoordt al deze vragen door ja te knikken. 
~Zoals dat ik het zeg, Zoals bij een konijn.' 

- De plaats waar dat gebeurde, is die groot? 

- Pff.. 

- Is er iemand die kan zien... 

- In elk geval... het is niet klein (...). 

- Is er iemand die ons kan helpen om misschien een beschrijving te 
geven? 

- Balken in het plafond. 

- Balken in het plafond? 

- Ik denk... een vloer in natuursteen. Ik weet niet of het een vloer 
in natuursteen was. Ik denk... een nogal oude vloer en wit 
geschilderde muren, maar al van een hele rijd geleden. 

- Komt ge meteen op die plaats aan? 

- Euh, het was duidelijk dat het niet echt bewoond was. 

- Ziet ge hoe ge uit de auto stapt? 

- Ik probeer, ja (...)Goh... ik weet dat het geen effen weg is om daar 
te geraken. Ik denk dat achter het huis, waar men echt leefde, 
links dus, ik binnenkwam, oh, ja,... 

- Is het een huis voor u? 

- Ge hebt dat huis daar. Daar was dan eerst, er moest... 

- Zoudt ge de omgeving kunnen herkennen? 

- Ik hoop het, ja. 

- Wanneer ge daar aankwam, was het toen ücht of donker? 

- Licht (...). 

- Zullen wij het verhoor hier onderbreken en euh... Kunnen wij 
vragen dat gij van , uw kant nog een inspanning doet? Kunt ge 
nog eens naar de foto's kijken? Alstublieft? 

-Oh... 

- Het is belangrijk. 

- Ik weet het. 

- Hebt ge daarstraks gezegd dat ge haar gezien hebt? Op deze 
foto's? 

- Oh, het zou beter zijn om... waarom. Is het niet mogelijk om het 
op een simpele manier te doen? Kan het niet volstaan dat ik zeg 
dat ik het niet meer weet? AUez... dat is toch niet zo moeilijk? 

- Nee, omdat gij eerlijk zijt, moogt ge dat niet zeggen. 
-Oh... 

- Mag de verbalisant ze doorbladeren, en gij zegt ja. 

- Niks, alstublieft, oh... 

- We zijn er al in geslaagd om door het tekstgedeelte te geraken. 

- Ja, tekst hebben we wel, denk ik. 

- Gaat ge het zelf doen of is het de verbalisant die het moet doen? 

- Ik kan het niet doen, ik weet dat het stom is, maar... ik weet het 
niet. 

- We kunnen het samen doen. 



188 



- Al wat ik weet, is dat ik vanaf vandaag zal moet beginnen vechten met mijn 
persoonlijkheden. Ik kan het niet. 

- Probeer het. 

- Ik kan niet (...). 

- Daarstraks heeft het u een seconde gekost om haar te herkennen? Ge kunt het 
opnieuw doen (...). 

- Ik vind dat niet eerlijk. Als jullie weten wie het is, waarom moet ik dan nog eens 
door al die miserie? 

- Het is niet ons die ge moet overtuigen, maar er zijn nog andere mensen die 
overtuigd moeten worden. Verstaat ge? (...). 

- Ik heb echt schrik van die verantwoordelijkheid. 

- Maar dat is toch niet uw verantwoordelijkheid? 

- Maar jawel... 

- Tegenover? 

- Als ik het niet zeg, wie zal het dan zeggen? 

- Is er niemand die ons kan helpen? 

- Voila, ik weet niet of die verantwoordelijkheid... Het is stom hce. 

- Het is niet stom, het is menselijk. 

- En als ik de verkeerde opgeef? Ik heb daar ontzettend veel schrik van... Ik ben 
nog in staat om het te doen, straks. Ik heb schrik om te missen. 

- Zelfs als ge u vergist, heeft dat geen enkel belang. 

- Voor mij wel, want dan ga ik echt aan mijn eigen mogelijkheden beginnen 

twijfelen. Voor mij heeft dat wel een waarde. 

- Voor ons ook hee. Maar missen is menselijk. 

- Niet voor mij, omdat als ik iets doe... het juist moet zijn. 

- Als ge niks doet, dan kunt gc ook geen fouten maken. 

- Er zijn zo van die dingen. Ik w cct dat ik het moet doen, omdat jullie hier anders 
morgenavond nog zitten, goh. En ik die dacht dat ik koppig was... 

e ondervragers spreiden de vijf fotokopieën tiit op de tafel, rond de microfoon. XI 
in nu bijna geen andere kant meer opkijken. 

- Ik twijfel aan mijzelf. 

- Ah, uzelf? 

- Twijfelt ge over een foto die zich hiertussen bevindt? 

- Als ik niet zeker ben, wil ik het niet zeggen. Ik ben zo 
moeilijk. 

- Het is vervelend, maar ja, waar is de tijd gebleven dat 
ge mij nog een gemakkelijke vond, hee? 

- Ja, gij zijt nooit een gemakkelijke geweest, gij, maar 

wij weten dat moeilijk bij u ook gaat. 

- Dat is natuurlijk het gemakkelijkste. 

- Nee, het is niet het gemakkelijkste. 



189 



- En als ik het niet zeker weet? 

- Dan verstaan wij dat. 

- Wel, ik kan het u zeggen, begrijp dat. 

- Dus, als ge dan eerlijk zijt... ge hebt ze herkend? 

- Ik twijfel, ja, maar ik twijfel aan mijn eigen. 

- Ge twijfelt aan uw eigen, waarom? 

- Omdat ik ze zie in andere omstandigheden. 

- Ja, dan moogt ge ook twijfelen. 

- En., dan zag ge... dan zag ge niet dat kleine meisje op de foto, 

als ge begrijpt wat ik bedoel. 

- Ja, daar ben ik volledig van overtuigd, want er zijn dus geen 

foto's van getrokken in de omstandigheden waarin gij ze 
hebt gekend. Is het dat? 

- (Knikt ja.) 

- In uw twijfelzaak... kunt ge het nummer aflezen dat op de 

foto staat waar ge twijfelt? Dat moet ge toch kunnen doen? 
Ge weet waar hij ligt... waar dat ge twijfelt? 
-Ja. 

- Zonder kijken... kunt ge hem met uw vinger aanduiden? 

- Doe een laatste inspanning en doe het dan. 

- PIO... Wat? 

- Ik weet het niet. Wat hebt ge gezegd? 

- Hebt ge het niet gehoord toch? PIO! Mag ik nu naar huis? 

- Ja, gij moogt altijd naar huis. 
-Jaja. 

- Wij zullen het verhoor afsluiten. 

Het is 14 november 1996, vijf voor zeven 's ochtends. De foto met d:, code PIO toont 
het gelaat van een meisje genaamd Anik D., vandaag 37 jaar oud, gelukkig getrouwd en 
gezond als een vis. "Om objectief te kunnen beoordelen wat er daar die ochtend is 
gebeurd, zou je de videoband van dat verhoor moeten kunnen bekijken', zegt Regina 
Louf later. ~Het was zeven uur 's ochtends. Ik was het kotsbeu, ik wou naar huis. Indien 
ik toen Krisflen had aangewezen, was ik teruggekeerd en dan was De Baets vast en 
zeker nog een uur of drie doorgegaan. In mijn koppigheid wou ik hen laten voelen dat 
ze mij meer tijd moesten gimnen. Ik troost me met één gedachte: als de opvolgers van 
De Baets dit niet hadden aangegrepen om alles in twijfel te trekken, dan hadden ze vast 
wel iets anders gevonden.'" 

NOTEN 

1 Bourlet spreekt zijn historische woorden uit op 23 augustus 1996, tijdens een speciaal 
aan de zaak-Dutroux gewijde live-uitzending van de RTB£ Zijn uitspraak komt er 
nadat kinderrechtenactiviste Marie-France Botte in de studio hardop de vraag stelt of 
men de moed zal hebben om alle op bij Dutroux gevonden pornovideo's herkende 
mensen te vervolgen. 'Dat zal ik zeker doen', zegt Bourlet, waarop Botte repliceert: 
~Dat ze^en ze 



190 



altijd.' Het is duidelijk dat Bourlet in feite refereert aan het destijds aan zijn 
parket ontnomen aandelendossier in de zaak-Cools. 
2 De twee nationale magistraten bHjven tot een eind na middernacht, Michot vertrekt 
iets later. Bourlet büjft tot ongeveer vier uur 's ochtends. De twee magistraten komen 
in 1998 om een andere reden in het nieuws. Duinslaeger wordt kabinetschef bij 
justitieminister Stefaan De Clerck en zal dat ook blijven onder diens opvolger Tony 
Van Parijs. In de dagen na het aftreden van De Clerck wordt Vandoren in 
Wetstraatkringen 'getipt' als nieuwe justitieminister. In diezelfde periode wordt de 
publieke opinie overspoeld door berichten als zouden de verhoren van XI 
'gemanipuleerd' zijn. Geen van beiden voelt zich geroepen om daar in het pubHek een 
verklaring over af te le^en. 

3 Verhoor XI, BOB Brussel, 13 november 1996, pv 1 16.990. Het verhoor werd naar 

het Frans vertaald door Emmanuel Vande Broek, 16 januari 1997, pv 100. 132. De 
woordelijke dialogen zijn door de auteurs ten dele terug omgezet van het Frans 
naar het Nederlands. Sommige passages zijn authentiek. 

4 Dat klopt. Mare Dutroux had in 1983 inderdaad twee Duitse herders, zo weet de 
GPP van Aarlen op 4 december 1996 (pv 2.867) te achterhalen. Informatie, BOB 
Brussel, 11 december 1996, pv 118.279. 

5 Verhoor Mare Dutroux, BOB Marche-en-Famenne, 2 december 1996, pv 
100.351. 6 XI spreekt hier over het doden van dieren. 

7 BOB'er Aimc BiUc identificeert de twee overleden meisjes uit het Gentse bijna 
gelijktijdig met de constatering dat de moord op Christine Van Hees nooit is 
opgelost. BOB Brussel, 28 oktober 1996, pv's 116.256 en 116.257. 

8 BOB Brussel, 29 oktober 1996, pv 117.545. 

9 'Hoop' is een van de deelpersoonlijkheden van Regina Louf. Er komt achteraf 
kritiek op de gekozen psychiaters omdat zij te grote aanhangers zouden zijn van de 
leer die dissociatieve stoornissen al te makkelijk verbindt aan een verleden van 
seksueel misbruik. Tijdens de verhoren van 25 oktober en 13 en 18 november zijn 
de psychiaters Kristien Stiers en Dirk Vanmarcke. Doordat Vanmarcke korte tijd 
later zijdelings elementen uit het onderzoek openbaart in het weekblad Knack, zal 
hij worden vervangen door Chantal Van Elsuwege. 

10 Gesprek met Regina Louf, 29 juni 1998 



191 




'^Het enige probleem met mij is de tijd. ' 



Getuige XI, 18 november 1996 

Is het mogelijk dat ge u vergist van feiten? 

Vergist van feiten? 

Ja, dat ge feiten vermengt? 

Neen, niet vermengen, maar... 

Dus we mogen aannemen dat als ge een feit beschrijft, dat het dan het 
juiste feit is. Dus dat ge niet... 

Jaja, dat is geen probleem, dat is geen probleem. Maar het enige probleem 
met mij is de tijd. Het is een, euh... Dat is al even abstract als een 
driejarige die moet uitleggen wat een kubus is ... Tijd is mijn sterkste kant 
niet, maar als ik een feit vertel, dan is het, euh, ja ... 
Hebt ge ooit de ouders van Kristien gezien? 

Tenminste... misschien wel, maar niet dat ik wist dat het de ouders van 
Kristien waren, enfin. 

De dag dat ge naar Brussel komt... tijdens het vorige verhoor hebt ge 
gezegd: mijn moeder brengt me tot op een parking... 
Ja- 

Ergens, en daar kwam Tony me ophalen. 

Kunnen we vanaf daar hernemen? Wat er dan gebeurt, maar dan ergens 
in een logische volgorde? Was het een schooldag? 

Een schooldag, o jee, met al dat gespijbel... Dat weet ik eigenlijk niet. Ik 
heb geen idee (...). 
Vertelt hij u iets? 

Heel weinig. Hij zegt wat ik moet doen, ja. C'est tout. 

Wat vraagt hij u? 

Om hem oraal te bevredigen. 

Spreekt hij zo tegen u, Tony? 



192 



- Hm, nee... 

- Welke woorden gebruikt hij dan? 

- Of ik hem wil afzuigen? 

- Hij vraagt of ge dat wilt? 

- Nee, nee. 

- Nee, gebruik de woorden die hij gebruikt. 

- Goh, jeezes, het is niet gemakkelijk om hem te imiteren. Enfin, wat zegt hij precies? 
Meestal, stereotiep, dus zal dat ook wel zo geweest zijn: AUez, kom poezeke, doe 
mijn broek open, zuig mij af.' Zoiets. 

- En dan rijdt ge? AUez, hij rijdt? 

- Hij rijdt, ja, ik niet. Ik doe iets anders. Enfin, nadat hij is klaargekomen, leg ik 

gewoon mijn hoofd op zijn schoot. Het interesseert mij weinig waar ik naartoe ga. Ik 
denk dat we er al ongeveer waren toen ik mij recht gezet heb. Maar toen werd ik 
misselijk. Instappen, aanzetten... zo al die dingen. Daar wordt ge misselijk van. En 
dan, euh, heb ik gewoon mijn hoofd op zijn schouder gelegd. Ik geloof dat we daar 
als laatsten zijn aangekomen (...). 

- Kijkt ge dan naar de baan? 

- Is er iets dat u bijgebleven is van die weg? 

- Niets speciaals. Ik heb zoveel weggetjes gezien (...). 

- Was dat in de stad? 

- Neen, niet echt. Maar het was ook niet de boerenbuiten. Enfin, ja, hoe... hoe moet ik 

dat gaan beschrijven? Ik weet het niet. Ik zal trachten te beschrijven waar we 
uiteindelijk zijn aangekomen. Het was een soort grindweg, het was niet echt 
geasfalteerd, maar ook geen aardeweg. Ik veronderstel dat dat, euh, redelijk smal was 
en aan de linkerkant waren er bomen. En als ge op het einde waart, had ge de oprit 
van dat huis, dat zo een beetje schuin liep. Ongeveer zoiets. 

- Kunt ge het beter tekenen? 

- Misschien. Ik ga eerst eens naar het toilet. Mijn nieren...' 

Het is zaterdag 18 november 1996, 20.58 uur 's avonds. Een lichte wrevel is voelbaar, telkens 
De Baets en Hupez een vraag stellen. Om de een of andere reden is XI vastbesloten om alles 
zo vaag mogelijk te houden. Dit verhoor zal uitsluitend gaan over Kristien. De speurders 
zitten verveeld met de datum van de feiten. Een voorzichtige poging van De Baets om de 
gebeurtenissen chronologisch te ordenen, is bij het begin van het verhoor de mist in gegaan. 
Bij herhaling heeft hij haar gevraagd wanneer ze Kristien voor het eerst heeft ontmoet. Tk 
denk, ik denk dat ik ze met vrij onregelmatige tussenpozen gezien heb', stamelt ze. Tk denk 
dat de eerste keer een klein jaar daarvoor was, zeker. En dan met een paar maanden tussen, 
zo.'*2 Het levensverhaal XI kent blijkbaar maar één houvast: de verhuis, toen ze tien jaar 
oud was, van Knokke naar Gent. Christine Van Hees werd echter vermoord in 1984, 
minstens vier jaar later. De Baets blijft proberen, en helpt XI een beetje. 



193 



- Kunt ge dat situeren, met uw leeftijd in die periode? Of met de school, of 

met het studiejaar, of...? 

- Ik weet dat eigenlijk niet meer. Ik was nog vrij jong, ik was wel al uit 
Knokke. Ik denk kort, euh... kort na Knokke zeker. Ik weet het niet 
eigenlijk. 

- Waarschijnlijk moet het langer, euh... na 
Knokke zijn. - Ik weet het eigenlijk niet meer. 
Dat kan. Wanneer? Pff 

- Want in feite zegt ge in het begin van het verhoor dat gij al bij Tony hoort 

en dat zij bij Nihoul hoort. 

- Zij hoort bij Nihoul, ik nog niet echt bij Tony. Ik ben nog niet echt 
bij Tony. Ik kende hem al wel, maar het is nog niet echt voUe bak 
begonnen. Die tijd... - Denk eens goed na. 

- Ik weet het eigenlijk niet meer, goh. Het geeft 
een euh... - Hebt u vergelijkingspunten? 

- Ik zit eigenlijk met ernstige problemen omdat leeftijden voor mij vrij vaag 
zijn. Het is te zien bij welke personen, allez ja, het is ingewikkeld hoor. Ik 
weet het niet meer. 

Adjudant De Baets zit met een probleem, denken sommige van zijn collega's 
wanneer ze enkele dagen later het uitgeschreven resultaat van dit verhoor onder 
ogen krijgen. Tegenover procureur Michel Bourlet, nationaal magistraat André 
Vandoren en kolonel Henri Berkmoes van het CBO heeft hij de getuigenissen 
van XI al min of meer voorgesteld als zijnde een geheel van bewezen feiten. De 
speurders van het 3KOS die in die dagen niet voor Neufchateau zijn gaan wer- 
ken - een minderheid - beginnen nu al gewag te maken van "collectieve gekte'. 
De Baets, vinden ze, heeft zich zo al zo ver geëngageerd, heeft zoveel faciliteiten 
geëist en gekregen dat hij het zich niet meer kan veroorloven om de verklaringen 
van XI zelf nog in twijfel te trekken. 

XI beheerst deze avond als geen ander de kunst van het bedenken van afwij- 
kende en/of nietszeggende antwoorden. Euh, euh, ik weet het niet. Ik denk het. 
Het zou kunnen. Van de afgelegde reisweg heeft ze niks gezien. Of Kristien 
ouder of jonger was dan zijzelf zou ze niet kunnen zeggen. En toen ze daarginds 
aankwamen, waren ze "niet in de stad, maar ook niet op de buiten'. Na de 
sanitaire stop gaat ze onverstoord door met het debiteren van dit soort 
antwoorden. Het lijken tot mislukken gedoemde pogingen om een deel van haar 
oorspronkelijke krediet terug te winnen. Geen van de aanwezigen kan 
vermoeden dat ze daar een half etmaal later ook op de meest overtuigende wijze 
in zal slagen. 

XI begint te tekenen. Er is haar gevraagd een beschrijving te geven van de 
plaats waar de seksfuif begonnen is. Wat in de loop van de avond uit haar steeds 
omvangrijker schetsen naar voor komt, is een paardenmanege. Een hondenhok 
met een dobermann in. Een alleraardigst landhuisje, verlicht door kleine raam- 
pjes met rood-wit geruite gordijntjes. Een koeienvel voor de zachtjes knetterende 
open haard in het kleine salon en de uitpuilende boekenkast. Het aanwezige 
gezelschap roept minder idyllische sferen op: Michel Nihoul, Annie Bout\-, Mare 
Dutroux, Michèle Martin, Bernard Weinstein, een onbekende, Tony en de 
ouders van An.*3 Het eerste beeld dat XI van Kristien heeft, is een jong meisje 
dat 

194 



naast de open haard in een Suske en Wiske zit te lezen. Op de vraag in welk jaar- 
getijde dit allemaal gebeurde, zegt XI dit: "Ja, zo warm is het niet, maar het heeft 
al een tijdje niet meer geregend. Het was zo, zo... dat weet ik niet meer.' 

- En in feite was dat in het Brusselse, of bent u door Brussel gereden?*4 

- Dat weet ik niet. Door Brussel? 
-ja. 

- Door Brussel? 

- ja- 

- Nee, door Bmssel zijn we niet gereden. 

- Rond Brussel? 

- Dat kan, ik weet het niet 



Net als Kristien, zegt XI, wordt ze uitgekleed en verplicht om actief deel te 
nemen aan het "feest' dat de volwassenen op gang hebben gefloten. Vrij snel 
krijgt ze in de gaten dat dit geen gewone avond zal zijn. Het gaat niet goed met 
haar lotgenote. "Ze is niet spontaan genoeg. Te nerveus. Ze stelt teveel vragen. 
(...) Ze was ook zo beschaamd. Ik denk niet dat ze het vreselijk gewoon was om 
met een groep te werken.' Het is de niet nader geïdentificeerde vader van An die, 
alsof dat afgesproken is, op een gegeven moment overeind komt en uit een 
ladekast enkele stukken touw te voorschijn haalt. Hij duwt het XI in haar 
handen. De aanwezigen kijken toe. "Hij legt het in mijn hand. Enfin, surtout, wat 
ge heel goed ziet... het is een van de spelletjes (...). En zij, ja... bekijken wat ge 
ermee gaat doen. Nu, ik denk dat dat voor een stuk ons lot bepaald heeft. Ik ben 
naar Kristien gegaan, ik heb het in haar handen gestoken. Dat was het 
makkelijkste, dan ben ik van de verantwoordelijkheid af En ze heeft de bal 
onmiddellijk temggekaatst. 

- Wat heeft ze gedaan? 

- Figuurlijk dan, ze heeft de bal teruggekaatst Ze heeft dus... 

- Temggegeven? 

- Temggegeven. En dat is hetgene wat zo belangrijk was. Dat bepaalt uw lot hee. 

- Wenst u koffie? 

- Neen, dank u. Dat is echt zo, dat is echt zo... Dat bepaalt uw lot. Ik vind 
zoiets, het klinkt banaal, allez, als ge het gewoon zegt, klinkt het zo banaal, 
maar... 

Nauwgezet tekenend wie zich op welke plaats bevindt, beschrijft ze een groeps- 
verkrachting waarbij beiden onophoudelijk worden geslagen met een bezemsteel. 
XI vertelt dat ze de opdracht krijgt het meisje op de een of andere manier te 
doen zwijgen, wat niet lukt. Als een centraal thema loopt dat probleem de rest 
van de nacht verder door haar verhaal. Telkens ze het hulpgeroep van Kristien 
ter sprake brengt, benadrukt ze hoe dit bij enkele volwassenen alleen méér 
agressie opwekt 

Ergens, in de loop van de bewuste avond, hoort ze het getoeter van een auto 
195 



aan de afrastering. Tony gaat die openmaken, en wat later komt advocaat E. het 
landiiuisje binnen. Hij gaat bij de anderen zitten, die hun twee seksslavinnetjes 
inmiddels een uur of twee respijt hebben gegund. XI is bij Kristicn gaan zitten in een 
hoekje in het salon. Het kind, zegt ze, is totaal uitgeput en lijkt te slapen. E. heeft een 
idee: een wedstrijd. De twee meisjes krijgen de opdracht om het snelst het hele 
mannelijke deel van het gezelschap oraal te bevredigen. De uitslag, zegt XI, Ugt al 
bij voorbaat vast. Zeker wanneer ze na enige tijd merkt dat haar lotgenote niet eens 
probeert te wedijveren en klappen krijgt van de drie aanwezige vrouwen. 

- Hmhm, en daarom heb ik... ging ik in staking. Ik stop ermee. 

- Ge wilt niet meer verder doen? 

- Ik wil niet meer verder doen. Ik stop ermee. Goh, daarmee ging ik het weer 
eens bewijzen zeg. Ik redeneerde zo: als ik ophield, slechter dan ophouden, dat 
kon toch niet. Dus moesten ze naar mij vliegen in plaats van naar haar. Dat was 
niet zozeer omdat ik haar wou beschermen, het was... (...). Zij was serieus 
bezig mij het leven zuur te maken. Dus zat er maar een ding op, haar helpen. 
Dus, niet uit liefdadigheid hoor. Het was niet uit liefdadigheid, enfin. Ik ben 
dus in staking gegaan en het resultaat was dat zij nog meer kloppen kreeg. Zij 
werd gestraft voor alles wat ik misdeed, ook (...). Als ge niet in paniek slaat, 
dan weet ge van: goh... als ge ze laat doen, als ge het over u laat komen, dan 
zijt ge er binnen dit en zoveel tijd vanaf, maar als ge in paniek slaat, dan... dan 
kunt ge... allee, dan denkt ge daar niet meer over na, over hoelang het nog kan 
duren. Dan krijgt ge de volle lading over u. 

- Schijnbaar kent Rristien het systeem niet goed? 

- Nee, nee. 

- Kunnen we dan aannemen dat Kristien niet zo geïnitieerd was? 

- Nee. 

- Of niet zo lang...? 

- Nee. 

"... bezig was? 

- Toch niet op dat gebied. En de rest kan ik niet zeggen. Maar ze kent het 
systeem nog niet goed. Ik weet niet of gc dat begrijpt, waar ik het moeilijk mee 
heb... Ik heb het moeilijk met het feit dat ze zo onwetend was. 

Toetsing van wat XI vertelt aan het oude dossier over de moord in de oude cham- 
pignonkwekerij te Oudergem zal enkele weken later duidelijk maken dat Christine 
Van Hees inderdaad kort voor haar dood in contact moet zijn gekomen met een 
hoogst ongewoon milieu. Dat weten haar ondervragers nog niet. Ze laten haar praten. 
Horen plots het woord "slang' vallen. Kristien moet ooit tegen Michel Nihoul hebben 
gezegd dat ze daar als de dood voor was. Die uitspraak, zegt XI, is die dag op z'n 
pertinentie getest. 

- Waar komt die slang opeens vandaan? 



196 



- Vanwaar dat die komt? Bouty is die gaan halen. Waarschijnlijk zat die in de 
auto. In het begin, ik weet niet of ge dat weet, maar in het begin was die dus 
wreed stil. Dat was nog niets. Eens een slang het warm begint te krijgen, 
begint hij te bewegen. Ik denk dat het vooral daarom is dat ik een griezel heb 
van slangen. Dan begint dat ding nog te bewegen ook. Toen werd ze helemaal 
gek. En ik moest haar dus doen zwijgen. 

XI vertelt dat ook zij de behandeling met de slang moet ondergaan. Ze wordt 
vastgebonden op een tafel. Het beest kruipt over haar. Daar stokt het verhaal. Het 
is de eerste psychologische krachtmeting met De Baets CGe moét het vertellen!'). 
Het is al na middernacht en uit enkele zijdelingse toespelingen heeft men al 
kunnen opmaken dat XI nog niet eens een begin heeft gemaakt met haar relaas. 
De volwassenen in de villa kleden zich aan. XI en Kristien krijgen een zwarte 
satijnen zak over hun hoofden getrokken en worden in htm blootje meegenomen. 

- Ze gaan naar huis. 
-Wat? 

- Dat ze naar huis gaan. 
-Wie? 

- Euh, die mensen die er waren (...). 

- Voelt ge dat ge buiten komt? 

- (knikt ja) 

- Wat voelt ge? 

- De kou, ik was zo moe. 

Het hele gezelschap, vertelt XI, verdeelt zich over drie auto's. Kristien zit in een 
andere auto dan zij. Ze heeft geen flauw idee hoe lang ze rijden. Het antwoord dat 
De Baets na enig aandringen toch krijgt, is minder Loufiaans dan gevreesd: "Ik denk 
wel een twintig minuutjes.' Onderweg, zegt XI, wordt er bijna niet gepraat. 



- Waar we aankomen ? Ik weet het niet. Ik weet het niet aangezien ik nog 
altijd niets kan zien. Wat ik wel weet, is dat als ge zo met meisjes uitstapt, ge 
waarschijnlijk niet op straat geparkeerd staat. Als we uitgestapt zijn, hoor ik 
Kristien zachtjes... Ik weet niet wat ze aan het doen is, maar ... 

- Gij hoort haar? 

- (kniktja) 

- Weent ze? 

- Ja, ze babbelt zachtjes (...). 

- Zijt ge op uw blote voeten? 

- (knikt ja) 

- Als ge uitstapt dan, voelt ge iets onder uw voeten? 

- Euh ... 



197 



- Voelt ge uw voetjes?*5 Op wat... op wat wandelt ge? Voelt ge het? 

- Het is, het is scherp. 

- Wat denkt ge dat het is? 

- Kleine kiezelsteentjes of zoiets 

- Steenslag? 

- Hmhm. 

- Of plaveien? 

- Zoiets. 

- Het zijn dus geen plaveien of iets. Het is niet plat. Hebt ge pijn? 

- Redelijk, maar ik ben zo gewoon om op mijn blote voeten te lopen dat het mij 
niet zo... 

Voor De Baets en Hupez kan het niet anders of XI is hier dc oude champignon- 
kwekerij aan het naderen. Daar was begin 1984, blijkt later, inderdaad geen gebrek 
aan steengruis en puin. Toch hebben ze op dit ogenblik nog hun twijfels. Vele 
maanden later zal De Baets toegeven dat hij er op het moment zelf even geen touw 
meer kon aan vastknopen. In zijn logica is Christine Van Hees vermoord in een 
kelder. Tot nu toe heeft XI het enkel gehad over een huis.' 

- U komt ergens binnen ? - ja... Ik kan het niet. 

- Komt u ergens... ergens binnen? - Ik doe zo mijn best, maar ...pff. 

- ja, u komt ergens binnen. 

- Het ruikt er... maar ik weet niet naar wat het ruikt, anders... Kristien vindt mij en 
ze komt dicht bij mij staan. 

- Dus ge zijt binnen, ergens. Is het dat? Of staat ge nog buiten? - (knikt nee) 

- Ge staat binnen? Allemaal, iedereen? 

- Oh, jeezes. Weet ik veel... ik zie niets (...). 

- Maar het ruikt anders dan buiten? 
-Ah ja. 

- Dus buiten ruikt het daar fris? - Hmhm (...). 

- Neemt ge geluiden op? Hoort ge iets in het bijzonder? 

- Nee, het is, het is... heel vreemd. Niet iets, als ge ergens komt dat ge niet weet 
waar. Dan probeert gc uit te vinden waar ge zijt. Ge zoekt vertrouwde dingen en 
het maakt mij bang, omdat ik het niet ken. 

- Is het de eerste keer dat gij daar komt? 

- Euh... 

- Dus ge kent de plaats niet, maar ge rmkt het? 
-ja. 

- Ge kent die geuren niet? 

- Ik weet echt niet waar ik ben, ik weet het niet 

(...). 



198 



-Was er al iemand binnen voor jullie er kwamen? Was daar al iemand? 

- ja, maar ik weet niet wie. Een tweetal mensen, denk ik. 

- Maar niet van die groep? 

- Neen. 

- Dus juUie komen daar aan en dan zijn er al twee binnen? 
-ja. 

- Spreken ze tegen elkaar, zij die er nu zijn? Tegen zij die daar biimen 
komen? Hoort ge wie er tegen wie spreekt? Wie voert het woord? 

-Goh. 

- Wie kent de mensen die al binnen zijn? 

- Nihoul spreekt met hen (...). Hij vraagt of alles klaar is. Ik weet niet wat 
dat betekent voor Kristien, maar als hij vraagt of alles klaar is, dan krijg 
ik toch heel veel schrik... Ze maken alles klaar. Het is precies alsof ze tot 
een operatie willen overgaan (...). Ik ben zo bang om terug te gaan. 

- Ge moet niet bang zijn, wij zijn bij u. Het bestaat niet meer, daar waar ge 
geweest zijt, het is weg. Verstaat ge het? 

- Hmhm. 

- Dat bestaat niet meer en wij hebben u nodig opdat ge ons zou zeggen 
waar het was. 

Zij en Kristien, vertelt ze, dragen nog steeds die zakken over hun hoofden. 
Nadat ze uit de auto stapten, zijn ze een tiental passen vooruit gegaan alvorens 
ergens "binnen' te komen. Ze hoort hoe Kristien wordt geslagen. Een van de 
vrouwen duwt de beide meisjes in een hoek, ergens in het huis waar ze 
vertoeven. Daar krijgt ze, net als Kristien, een of ander motief op haar lichaam 
geschilderd. Eens dat gebeurd is, wordt ze terug naar de mannen gebracht. 

- Nog altijd biimen dezelfde plaats? 

- Nee, ik zeg het toch... maar ik weet niet waar. Ik ben daar een beetje het 

noorden kwijt. 

- ja, het is dat wat ze willen, hee? Dat ge het noorden verliest. Ze doen u 

lopen? 

- Hmhm. 

- Moet ge een trap opgaan, of afgaan? 

- Ik struikel over zoiets. Het is geen trap. Ik weet het echt niet. 

- Voelt ge u marcheren? Het is geen trap. Is het iets anders? 

- Over een verhoogje, allez... het is geen trap.' Ik sukkel erover, omdat ze mij 

niet vooruit geduwd heeft. En vrij kort daarna pakt iemand mij op. 

In het huis worden de zakken van hun hoofden getrokken. Tony duwt een mes in 

haar vagina cn vraagt haar of ze van hem houdt. Ook Kristien krijgt het hard te 
verduren. "Geloof het of niet', zegt XI, "de enige persoon op wie ik kwaad werd, 
was zij.' Haar lotgenote heeft de controle over zichzelf helemaal verloren, bevindt 
zich in een continue staat van panische angst. Dat maakt het verdere verloop van de 
avond onvoorspelbaar.' Kristien wordt opnieuw op een tafel vastgebonden. 



9999 



- Kunt ge eens enkele seconden stoppen? Kunt ge eens rond u kijken? Ziet ge 
iets? Vergeet even alle personen die er zijn en kijk eens rond u. Ziet ge de 
ruimte waar ge zijt? 

- (kniktja) 

- Kunt ge die beschrijven of kunt ge... Ziet ge dingen die ge kunt identificeren? 
Voorwerpen? 

-Pff 

- Gaat het? 

-Het is zo, het is zo, ja... 

- Wat is er? 

- Er staat gerief op de grond. 

- Er staat gerief op de grond. Kent ge dat gerief 

- ja en nee. Er staat een groene bus, er ligt touw. 

- Wat ligt er? 

- Touw. 

- Touw. Wat ziet ge verder? - Ik zie niets meer. 

- Die groene bus, is dat in plastic of in ijzer of.. Hebt ge die nog gezien, 
ergens? 

- Nee, het zoiets... het is alsof, goh, het is alsof het van het leger is, die kleur. 

- Kaki? Ziet ge de grond nu? 

- (kniktja) 

- Ligt er daar een vloer of iets? 

- Ik weet het niet. 

- Wat ziet ge? 

- Ik heb... ik kan... ik kan het niet zien. 

- Kunt ge het niet zien? Is het er donker? 

- Neen, het is niet zo donker. Het was met kaarsen en zo. Ik kan haar gewoon 
niet uit mijn hoofd krijgen. 



De Baets en Hupez schenken op het moment zelf nauwelijks aandacht aan wat XI 
hier zegt. Ze kunnen niet weten dat wat XI zonet heeft beschreven heel precies 
overeenstemt met wat de Brusselse GP in dc nacht van 13 op 14 februari 1984 in het 
huis naast de oude champignonkwekerij terugvond. Ze hebben nu meer 
belangstelling voor de twee onbekende mannen. Een van hen is vooraan in de dertig, 
spreekt met een onmiskenbaar Antwerps accent, draagt een fototoestel en heeft om 
zijn hals een gouden kettinkje met daaraan een hangertje met zijn sterrenbeeld: 
leeuw. Hij draagt een T-shirt zonder mouwen, wat zijn talrijke tatoeages duidelijk 
zichtbaar maakt. Ze heeft de man al eerder gezien en weet dat hij op zijn borst ook 
een grote tatoeage van een visarend heeft. Van de tweede persoon kent ze evenmin 
de naam. Ze schat hem achteraan in de dertig. Hij draagt blond haar in een staartje en 
valt vooral op vanwege zijn gestalte. "Ze noemden hem De Lange.' Hij is eveneens 
uit het Antwerpse afkomstig, maar spreekt perfect Frans. XI zegt dat ze hem al kent 
van tijdens haar opleiding. Het zijn vrienden van Tony. 



200 



Er volgt die ochtend ook nog een uitvoerige beschrijving van Me vader van 
An', over wie XI later zal melden dat ze helemaal niet zeker is of het wel de vader 
is of een minnaar. Ze schat hem vijfenveertig jaar. Hij heeft kort grijzend haar, is 
niet zo groot van gestalte en spreekt Frans. Tenslotte is er nog een illustere onbe- 
kende. Hem schat ze vooraan in de vijftig. Hij heeft lichtgrijs haar, draagt een bril, 
heeft geen baard en is niet zo groot. Ook hij is Franstalig. 

- Gaan we verder doen met Kristien? Wat doen ze met Kristien? 

- Fff., ze leggen haar op tafel (...). 

- Is dat een gewone tafel? 

- Een gewone? 

- ja. Is dat een tafel zoals er een in dat eerste huis stond? 

- Plomper. 
-Wat? 

- Plomper. 

- Plomper? 

- Zoveel grover. 



Kristien, zegt XI, heeft al een keer getracht van de tafel weg te komen. Wanneer 
dat niet lukt, schreeuwt ze om hulp. 

- Ge wordt daar woedend van, echt, ge wordt woedend. Ik loop naar 
Tony. 

- Ge loopt naar Tony? 

- ( kniktja ) Ik vlieg gewoon naar hem. Ik vlieg naar hem. Ik heb hem vast, ik 
schud hem door elkaar. Voor zover dat dat gaat, enfin. 

- Hoe reageert hij? 

- Ik vraag hem alleen van: hou op, hou ermee op, hou ermee op, 
alstublieft hou ermee op!... Hoe reageert hij? Hij reageert niet, hij 
glimlacht alleen een beetje. Totdat hij me vastpakt, euh. 

- Wie pakt er u vast? 

- Die met zijn 
tatoeages. 

- En wat doet hij met u? 

- Hij duwt mij gewoon op mijn knieën. Hij verkracht mij. Eens dat hij bezig is, 
zij hebben, dat is aan mij voorbij gegaan... ze hebben ondertussen Kristien 
goed stevig vastgebonden... En als ik zeg, in een konijnenstrik... ze bUjft 
schreeuwen. Ik zie ze met een bijl afkomen. 

- Met een...? 

- Met een soort bijl, iets in die zin. Ik kan het niet nog een keer. Goh, ze komen 
met die bijl naar haar en ze willen die op een niet al te zachtzinnige manier in 
haar vagi na... Ik heb met al de macht die ik had... hebben die bij mij een 
stamp langs achter gegeven met hun voet. Ik heb mij omgedraaid, ik denk dat 
ik nog nooit zo recht gezet... zo rap recht gesprongen ben als toen. Ik heb er 
mijn... ik heb er mijn hand voor gehouden. Het was in mijn hand. 

- Dus ge vermijdt dat ze met dat soort mes*9 in de vagina gaan. 



201 



- Ge ziet de punt nog altijd (toont een litteken aan haar rechterhand). 

- Wat gebeurt er dan? Ziet ge het koord waarmee Kristien is vastgebonden? 

- (knikt ja)... Hoe moet ge in godsnaam een koord gaan beschrijven, pf£. 

- Maar is het een koord? Kijk eens goed. 

- Ik zal u zeggen wat ik gewaar word, op dat moment. Ik hoor dat ze niet ophoudt 
met roepen. Ik sta te vergaan van de pijn. Hoe moet ge kijken, denkt ge? Hoe goed 
moet ge kijken? Het enige wat mij interesseert, is er iets aan te doen. Dat is wat mij 
interesseert. Ik zeg dat nu wreed kakn... (...) 

- Dus, wat doen ze verder? 

- Ze doen voort, ze doen gewoon voort. - Wie doet er wat voort? 

-Oh... wat doen ze voort... Ze draaien haar op haar buik. Ze verkrachten haar nog 
een keer. 

Een nieuwe dag is begonnen. De Baets en Hupez weten niet goed wat ze van het tot 
dusver bereikte resultaat moeten denken. Ruim acht uur ondcr\'ragcn heeft hen 
weliswaar, eens te meer, een vanwege haar emotionaliteit erg overtuigende getuigenis 
opgeleverd, maar van iets als een kelder is tot op dat ogenblik geenszins sprake geweest. 
Zou het niet kunnen dat ze over een totaal andere moord aan het praten is, die volgens 
een gelijklopend stramien is verlopen? Het kan. Maar kort nadat om 5.45 uur het 
verhoor wordt voortgezet, begint XI de twijfels verder weg te nemen. 

- Kunnen wij eventueel verdergaan? 

- Ik ga proberen het huis te beschrijven. Voor dat ik hier weer in gang schiet... Het is 
een huis dat ons doet denken aan... niet ver uit de buurt van mijn ouders waren er 
ook zo'n heieboel huizen die er leegstonden. En daar gingen dikwijls een paar 
kinderen spelen en zo. Het ruikt ongeveer op die manier. 

-Muf? 

- ja, als iets dat al een hele tijd niet meer verwarmd wordt en zo. 

- Hmm, wak, zoals ze ze^en.' Wanneer ge daar aankomt, ziet ge dat huis? 

- (knikt nee) 

- Voor u? 

- Nee. 

- Ah nee, nee, het is juist, ge kunt het niet zien. - Ge kunt het niet zien, ik kan het niet 
zien (...). 

- Ge voelt... en dan brengt Bouty u ergens naartoe. Ge zegt blijkbaar... 

- In een ruimte, allez waar we dan uiteindelijk verblijven. Euh.. 

- En daar, zegt ge, staat er een jcrr\'can, een bidon, zo groen, kakigroen... Daar Hggen 
koorden op de grond. Ziet ge ergens vensters zitten? Ziet ge deuren? 

- Nee, het is donker. Enfin, donker, niet pikdonker, maar het is er euh... er is alleen 
het Hcht van de kaarsen. Het doet een beetje, het doet een beetje denken aan, euh, 
een soort van kelder. Veel schaduw, ja, gewoon dingen die... 

Verlaat ge dat huis nog? 



- Achteraf. 

- Voor te vertrekken? 

- (kniktja) 

- Als, euh... dus ge gaat binnen en normaal gezien is het in een huis. Ge hebt... 
ge hebt dat gevoel en daarna komt ge ergens anders. Is dat dan zo groot... 
want ge zegt: ge loopt tien passen en dan pakken ze u op en komt ge gelijk in 
iets wat dieper Hgt of zoiets? 

- Ik veronderstel dat we door een gang gegaan zijn, of zo, zeker... Ik ben er 
maar één keer geweest. 

- ja, ja. 

- Dat is moeilijk om, euh... zo groot, pff, het is alleszins, als ge het met mijn 
huis vergelijkt, groter (...). 

- Bouty neemt u dicht bij haar, zegt ge. 

-Ja- 

- En ge moet... ze duwt u dus vooruit en dan struikelt ge over iets... 

- ja, ik struikel over... ik zal niet zeggen een trap. Het is, goh, een... een... een 
trede zo. 

- En gaat die naar omhoog? 
-ja. 

- Een trede naar omhoog? 

- Ah ja, want ik struikel erover. 

- ja, maar is dat een muurtje of zoiets dat daar staat? 

- Moest ik dat kunnen gezien hebben... 

- ja, maar, nee... ge struikelt tot daar, en dan neemt, ja... 

- Het voelt... ik heb het al gezegd. Het voelt... het is steen. Het voelt als arduin 
zo. Dat zou ik haast kunnen ze^en (...). 

- Als ge nu de eerste ruimte laat vallen, de tweede ruimte die ziet ge. De tweede 
ruimte die ziet ge want op zeker moment trekken ze die zak van over uw 
hoofd. 

- (kniktja) 

- En ziet, ziet ge dan... 

- Ze is breder... wacht hee... Als ik het vergelijk met mijn living, dan is ze 
breder. Mijn living is iets van een drieëneenhalve meter zeker? Omdat dat vrij 
smal is, is die dus breder. 

- Nu, ziet ge daar vensters in die ruimte? 

- Wacht zeg, ik weet het niet zeker meer, maar hier... de ruimte gaat zo, die 
muren zijn alleszins toe. Hier is de plaats waar ge binnenkomt. Er hangt geen 
deur. 

- Een... een plaats in de plaats? 

Nee, gewoon, ge gaat binnen, als ge het zo bekijkt. Als ge binnen gaat, komt 
ge binnen. Gelijk hier waar er een cbambranle is, een deurgat - een 
chamhranle, va?&t geen deur, pff. Ge komt in een vrij vierkante ruimte. Daar 
gaan we weer... mijn plattegrondjes (tekent een plannetje). Ik denk dat de 
ruimte ongeveer dat is (...). 

- Is het daar, dat muurtje waar ge over struikelt? 

- Nee, nee, dat muurtje, die looptrede, die loopt ongeveer hier. En als ik uit die 
ruimte kom, dan ga ik zo naar daar. Dan struikel ik hier over, en kom ik hier 
in de... 

- De ruimte? 



202 



203 



- In de ruimte. Er is een vloer. Het voelt te koud aan om euh... om een houten 
vloer te zijn. Hier staat die jerrycan. Er lagen nog wat zakken met gerief. Ik ben 

aan het peinzen waar die zakken staan. Dat is een plastic zak van euh... ik kan 
het niet volledig lezen, maar volgens mij van de Garmna of zo. 

XI is nooit eerder zo gedetailleerd geweest. De Baets en Hupez weten niet tot wat 
voor explosieve bevindingen dit tekenwerk later zal leiden. Ze werken nu op intuïtie. 
Die zegt hen niets anders dan dat hier iemand tegenover hen zit die haar uiterste best 
doet om zo eerlijk en correct mogelijk een plaats te beschrijven. Anderhalfjaar later, 
middenin de Xl-controverse zal De Baets honderdvoudig hetzelfde verklaren: "Had ik 
maar voor mezelf een kopie bewaard van de videobanden van de verhoren. De 
neiging zou groot zijn om ze aan al die critici te tonen. Hier was niks fake aan. Dit 
was echt.' Het verhoor gaat verder. 

- Liggen of staan daar andere dingen die ge ziet? Dat daar, ik weet niet. Het lijkt 
u iets dat niet verwarmd wordt, dat leeg staat, dat wak is. Ziet ge daar andere 
voorwerpen liggen? Ge spreekt daar van een zak, een plastic zak van Gamma, 
denkt ge. Ge ziet die jerrycan staan... 

- Ik ver... ik veronderstel dat die plaats in betere tijden ooit een soort keuken is 
geweest. Euh, of een bewaarplaats. Ik weet het niet, daarvoor was hij wat te 
groot. Mijn grootmoeder had dat ook nog in haar bijkeuken. Er hingen haken 
in het plafond, een stuk of drie... waar je hesp en zo kon aan hangen." 

- Ja, daar ook? 

- (knikt ja) In het plafond rechts. Rechts in de hoek. 

- Tekent ge ze? 

- Hier hingen ze... We zouden beter een nieuwe stift kopen om hier... Ik denk 
dat er hier een deur uit kwam, waar de trap in uitkwam. 

- Zijt ge langs die trap afgedaald? 

- Nee. 

- Hangt er geen deur of zoiets, waar ge een trap ziet? 

- In het begin als we er zijn, doet er één de deur open, gewoon om te kijken. Ik 
zie een deel van de trap. 

- Hoe is die? 
-Hm? 

- Hoe is die trap die ge ziet? 

- Een oude trap. 

- Een oude trap die naar de kelder gaat, of zoiets? 

- Neen, ik denk naar omhoog. Die naar de bovenverdieping gaat, zeker? 

- Die muren of het plafond... Als ge die haken ziet, dan ziet ge het plafond ook? 

- Het zijn, goh... geverfde plafonds, maar het zijn, euh... het zijn con soort 
vierkante tegels met latwerk. Dat is... ze liggen niet allemaal meer effen, de 
meeste zijn kromgetrokken door het vocht. Er staan een stuk of wat kartonnen 
dozen. Verder staat er niet zoveel speciaals (...). Alles ziet er zo anders uit met 
zo'n soort licht. Ik weet dat het redelijk bleke muren waren. Veel meer dan dat 
kan ik er niet over zeggen (...). 



204 



- Vorige week zegt ge in uw verklaring dat ze u naar buiten dragen op een 
trap, herinnert ge u dat? 

- Ja, maar ik ben nu aan het peinzen of dat er ergens, allez... of we ergens 
anders buiten gegaan zijn of dat we binnen gekomen zijn. En waar dat was, 
allez ja... ik wil bedoelen, op zo korte tijd... Ik weet dat er een trap was, dat hij 
me gedragen heeft. 

De oude kampemoeliekwekerij van Oudergem en de belendende panden zijn in 
1989 afgebroken. XI is dan twintig jaar cn woont in Gent. Het is inmiddels al een 
eind na zessen en liever dan het hierbij te laten, keert De Baets terug naar het lot 
van Kristien. De houding van XI slaat weer om. Tussen vragen en antwoorden 
vallen lange stiltes. XI legt uit hoe men het meisje even laat ontsnappen - kwestie 
van valse hoop op te wekken - om haar daarna weer vast te binden op de tafel. 
Daarop krijgt XI een mes in haar handen gedrukt, met de instructie haar vriendin 
om te brengen. Ze wil weglopen. 

- Zijt ge zeker dat ge gesneden hebt? 

- Als ge wilt weten of ze al dood was... nee, ze was nog niet dood. 

- Zijt ge zeker dat ge gesneden hebt? 

- Ja, alleen niet door... ik heb niet meer voortgedaan... Ik kon het 
niet. Ik kon het niet. 

- Roept Kristien nog? 

- Nee, nee, ze roept niet meer. 

- Wat gebeurt er dan? 

- Ik ben zo... pff, heel moeilijk, euh... ik kan eindelijk weg. Ze zetten 
mij ergens in een hoek. Gewoon met mijn handen boven mijn hoofd 
(...). Iemand, iemand roept mijn naam (...). 

- Wiens stem is dat, die roept? 

- Tony, en ik keek naar hem. Er is dus als laatst op mij geroepen... 
maar dat is het niet. - Wat is het dan? 

- Ze neemt een spul. 

- Een spul? Dat ze gebruikt hebben in dat eerste huis? 

- Het is met Kristien... 
-Wat? 

- Het spul dat ze bij Kristien gebruikt hebben. Dat is het. 

- Wat voor spul is dat? 

- Waarmee ze het vuur aansteken. 
-Wat? 

- Waarmee ze het vuur aansteken. 

- Een aansteker? 

- Neen. 

- Een vloeistof? 
-Ja. 

- Giet ze dat over u? 

- (knikt ja) En over haar. 

- Ja, en wie giet daarmee? 



205 



- Oh, hoe heet hij? 

- Waaraan ziet ge dat ze nog niet dood is? 

- Ik heb haar horen schreeuwen. De rest kunt ge wel raden. 

- Wie steekt er het vuur aan? 

- Tony, Tony houdt mij vast. Hij heft mij op en hij zegt tegen haar: 'Bouty, als ge 
nu niet ophoudt met haar te pesten.' (lange stilte) Ik kan het niet beschrijven... Ik 
kan het niet beschrijven, ik weet geen woorden, daarvoor... Ik kan het niet 
beschrijven (...). 

- Ze moeten u gerust laten? En is ze daarmee akkoord? 

- Ja, ongeveer. Ze is niet echt, ze is niet echt laaiend..., maar enfin. Ze laat, ze laat 
mij toch gaan. 

- Ze laten u gaan? Naar waar laten ze u gaan? 

- Ze steken ze dan in de fik. Ze laten mij gaan, ze nemen mij mee. 

- Wie steekt de brand aan? 
-Zij. 

- Bouty? 

- Daarmee was ze mij aan het pesten, met lucifers. - Ze pestte u met lucifers? 
-Ja- 

- Om u in brand te steken? En mteindeHjk steken ze Kristien in brand? - Hmhm. 

- Zijt ge er nog als ze dat doen? 

- Tony heeft mij opgepakt en ik kijk over zijn schouder. - Naar waar brengt Tony 
u? 

- Naar de auto. 

- In uw poedelnaakte? 

- In de koffer Mgt mijn sporttas, daar zitten kleren in. 

- Als ze, als ze... Kristien in brand steken, is ze dan dood? - (knikt neen) 

- Als ze die vloeistof over haar gieten, ligt ze dan nog altijd op haar zij? 

- Ik weet het niet, waar ze ligt. Ik weet het niet. 

- Op de grond? Ligt ze nog altijd op de tafel? 

- (knikt nee) 

- Ligt ze op de grond? 

- (kniktja) 

Buiten is het geluid van de zich op gang trekkende ochtendspits hoorbaar, maar in 
de verhoorkamer wordt daar geen acht op geslagen. 

- Als ge op die plaats zijt, wordt Kristien daar ergens verzorgd, op zeker 
moment? 

- (kniktja) 

- Door wie? 

- Door de moeder van An. 

- Door? 

- Door de moeder van An. 



206 



- Wat doet de moeder van An? 

- Haar tampons geven (...). 

- Waarom? 

- Omdat ze bloedt, omdat het voor het bloed is. 

- Ja. En waarom verzorgt de moeder van An Kristien? 

- Weet ge dat dan niet, dat dat de mensen hoop geeft, dat ge de mensen 
vreselijk kunt pesten, zo. Ge geeft ze een beetje, en ge pakt het weer af. Ge 
maakt ze gek. Daarom. 

Er volgt nog een reeks vragen over Kristien, over de rol van Mare Dutroux, over 
het huis en de aanpalende ruimten, maar de antwoorden worden korter, bitsiger, 
mismoediger - zeker wanneer De Baets opnieuw de foto's bovenhaalt. Het gaat om 
hetzelfde setje van vijf foto's met dezelfde code. XI heeft daar de vorige keer de 
verkeerde foto uitgehaald. XI zegt dat ze dat met opzet deed, omdat ze het verhoor 
kotsbeu was. Dat is nu niet anders, zo blijkt. 

- Mogen we u vragen om de foto's van vorige week nog een keer te bekijken, 
met een laatste inspanning? 

-Oh... oh. Niet dat ik ze gezien heb, maar... 

-Wat? 

- Niet dat ik ze gezien heb, maar... 

- Vorige week zat ze nog tussen de foto's die ge gezien hebt... Zat Kristien 
bij de foto's? 

- Ik herinner het mij toch... ik heb ze toch al gezien als ik Clo gezocht heb, en 
daar staat ze ook niet tussen... Ik weet het niet meer. Ik wil ze niet meer zien, 
doe me het mij niet weer aan (...).'^ 

- Zullen we ermee stoppen? 

- (kniktja) 

Het is twintig na zeven. Dit is het langste verhoor dat XI ooit heeft gehad. Tijdens 
wat een kort afscheid moet worden, nog even napraten, laat XI plots het woord 
'kelder' vallen. Misschien dat ze onvoldoende benadrukt heeft dat een deel van de 
feiten daar heeft afgespeeld. De Baets en Hupez kijken elkaar verschrikt aan. De een 
meent zich te herinneren dat ze het ook tijdens het opgenomen verhoor heel even, 
zijdelings, over een kelder heeft gehad, de ander is daar niet zo zeker van." Terwijl ze 
overleg plegen, zit XI in een aanpalende ruimte te zingen. Dat doet ze tijdens de 
pauzes haast voortdurend. "We zullen haar nog één liedje laten zingen', zegt De Baets. 
Om kwart na acht draait de camera weer. 

- Wie stelt er voor om naar beneden te gaan? Hoe komt het dat jullie daar opeens... 

- Op een bepaald moment zitten ze, zitten ze Kristien achterna. 

- Zitten ze Kristien... achterna? 

- Achterna. Ik weet niet echt wie dat beslist heeft om... ze jagen haar mee naar 
beneden. 

- Weet ge nog hoe ge naar beneden komt? In uw vorige verklaring zegt ge dat ge een 



207 



trap ziet die naar boven gaat. 



- De trap gaat naar boven. 

- Is er een andere plaats waar een trap naar beneden gaat, of moet ge naar 
buiten gaan, of...? 

-Juist. 

- Wacht, ik ga u liet plan geven (geeft haar de tekening van het huis terug). 

- Hier Hgt er een trap. (wijst de trap aan op de tekening). En die gaat, wacht hee, 
gaat die naar beneden... die gaat weg van die plaats daar beneden. 

- Van welke plaats? 

- Die gaat zo naar beneden. 

- Van die plaats? 

- Ja. Er is ... dat hier, hee. Dat is een soort houten wand met de helft hout, de 
helft glas zo ... ondoorzichtig glas (toont de wand op de tekening). Ik ga er 
achteraan, want ik wil haar niet alleen laten. 

- Wie maakt haar los? 

- Nihoul maakt haar los. In het begin blijft ze daar schoon 
liggen. 

- En wie helpt haar om van die tafel af te gaan? 

- Ik. In het begin kon ze zelfs niet zo goed gaan omdat ze te lang in dezelfde 
houding gelegen heeft. Dan gaat ze van de trap (lange stilte)... Ze gaan erachter, 
en ik wü haar niet alleen laten (...). 

XI vertelt dat ze terecht komt in een grote plaats met een stenen vloer. 

- Bouty heeft iets bij. 

- Wat heeft ze bij? 

- Het is een... het is een soort... het is zo'n soort metalen staaf. 

- Kunt ge ze beschrijven of kunt ge er een schets van maken? Ziet ge ze? 

- (knikt ja) 

- Kunt ge ze beschrijven of kunt ge ze tekenen? 

- Ze is hol vanbinnen... dertig centimeter lang. En E., en Nihoul... die nemen 
mij vast, leggen mij op de grond. Bouty, altijd dat... 

- Bouty? 

- Ik kan het niet. 

- Doet Bouty iets met die 
staaf? 

- Ik kan het niet zeggen. 

Aarzelend vertelt XI dat Bouty de staaf boven een kaars houdt en die in haar 
vagina duwt. Kristien staat op dat ogenblik naast haar, tegen een muur. 

- Wat gebeurt er? Doen ze u nog meer pijn? Heeft zij nog andere spuUen 
bij? 

- (kniktja) 

- Zijn die daar ter plaatse gevonden of heeft ze die 
meegebracht? 

- Dat is mij niet zo duidelijk, of ze die meegebracht heeft. 

- Ziet ge nog andere dingen die ge kunt 

beschrijven? 



208 



- (knikt nee) Ik weet niet of ik ze kan 
beschrijven. 

- Kunt ge ze tekenen? 

- (knikt nee) 

- Wüt ge het proberen? 

- Een schaar heeft ze mee... 

- Buiten die schaar, wat heeft ze nog mee? Kunt ge zeggen waar het op lijkt, als 
ge niet kunt zeggen wat het is? 

- Ik kan het niet, ik kan het niet. 

- Maar ge ziet ze, ge ziet ze toch? Ge weet toch waar ze op lijken? Dan kunt ge 
ze toch tekenen? Het is misschien gemakkelijker om ze te tekenen dan om ze 
te beschrijven. 

Op haar stoel heeft XI de vorm aangenomen van een triUend bolletje. Nu en dan 
verbergt ze haar hoofd in haar armen, slechts occasioneel nog een vraag beant- 
woordend en geenszins vatbaar voor de logica van haar ondervragers. 

- Gebeuren er zaken die sporen achterlaten op de vloer of op 
Kristien? 

- (kniktja) 

- Op allebei? 

- (knikt ja) 

- Kunt ge er ons iets over 
vertellen? - Ze verbranden ons. 

^ Wat? 

- Ze verbranden ons. 

- Ze verbranden 
jullie? 

-Ja. 

- Met kaarsen? 

- En sigaretten. 

Er volgt een verschrikkelijke passage die XI compleet doet blokkeren. De Baets 

tracht haar op een gegeven moment uit een soort emotionele trance te halen door - 
geheel tegen de voorschriften in - haar voornaam door de verhoorkamer te laten 
bulderen: ~Regina!' 

- Ze is niet meer vastgebonden? 

- (knikt nee) Nee, want ze laten haar nogal dikwijls los... zodat ze kan weg 
krabbelen, en dan moeten ze haar terug pakken. 

- Maken ze haar uiteindelijk niet terug 

vast? 

- Uiteindelijk wel (...) 

- Verplichten ze u dan te kijken? 

- (knikt ja) 

- Ton\' houdt u vast? 

- (kniktja) 

- En wat doet de vader van An? 



209 



- Hij bindt haar vast (...). Daarom moet ze met handen en voeten gebonden zijn. 
Ze slaan haar op haar rug. 

- Gij kijkt er naar? Gij moet er naar kijken? Met wat bindt hij haar vast? 

- Ik weet het niet. Ik sta daar niet bij stü (...). 

- Gaat iedereen dan naar beneden terug? 

- Maar ik wü niet! 

- Hebben ze dan nog iets gedaan met Kristien? 

- Ik denk dat ze bijna dood is. 

- Ge denkt? 

- Ik denk dat ze bijna dood is. 

- Is er iets veranderd aan de houding zoals ze lag, toen ge haar verlaten hebt? 

- Iets veranderd? 
-Wat? 

- Dat weet ik niet. Iets veranderd... 

- Is ze nog altijd vastgebonden? 

- (knikt ja) 

- Nog altijd op die manier zoals An haar vader dat gedaan heeft? 

- (kniktja) 

- Brengen ze haar nadien naar boven? 

- (knikt ja) 

- Wie draagt haar? 

- Ik weet het niet meer wie haar draagt. Ik wil eruit, ik wü weg. 

- Gebeurt er boven nog iets met Kristien? 

- Ah... ja... tot ze sterft. 

- Daarnet hebt ge nog gezegd dat ze nog leefde toen ze haar in brand staken. 

- Ah, ja. Ze gaan naar boven, tot ze sterft, en dan vervolgt het met die vloeistof 

Licht schijnt door de ramen. De Baets en Hupez zijn nog niet tevreden. Er is nog 
één klein detail waar ze eerder over gesproken heeft en verder niet wou op ingaan. 

- Zijn er nog lichaamsdelen die zwaar gekwetst worden door Nüiotil? 

- (knikt nee) 

- Nee? Door iemand anders? Waar? 

- Ik kan het niet. 

- Maar zeg welke lichaamsdelen. 

- Gans de rug. 
-Wat? 

- Stop de pijn! 

- Wordt er iets gedaan met haar armen of haar handen? Door wie? 

- Door... oh, door de advocaat. 

- E.? En wat doet hij? Wat doet E.? 

- Ik kan het niet, nee ik kan het niet. 

- Doe een laatste inspanning. Ge gaat hem toch niet sparen? 

- Euh... 



210 



- Wat doet hij aan Kristien? Wat doet hij? 
-Hij... 

- Wat doet hij? Laat iemand u helpen. 

- Hij doorboort haar handen. 

- Hij doet? 

- Hij doorboort haar handen. 

- Hij doorboort haar handen, haar armen ook? Weet ge met wat? 

- Neen. 

- Ziet ge hem bezig? Ziet ge hem als hij het doet? Ziet ge het hem doen? 

- Hmhm. 

- Maar wat doet hij juist? 

- Nee, ik wil niet. 

- Wat doet E. juist om haar armen te doorboren? 

- Ik wil niet. Ik kan niet meer. 

- Is hij bezig? Slaat hij met iets? - (kniktja) 

- Ziet gij wat hij in zijn hand heeft? Wat heeft hij in zijn hand? 

- Ik wü niet, hij heeft een bijl vast. 

- Hij heeft een bijl vast? Een pijl? 

- Neen. 

- Een bijl? En in de andere hand? Wat houdt hij in de andere hand? 

- Ik wü niet, ik wü niet. 

- Zeg me wat hij in zijn andere hand heeft. Wat heeft hij in zijn andere hand? 

- Neen. 

- Ge ziet het en ge kent het. 

- Ik wü niet. 

- Ge ziet het en ge kent het. 

- Neen. 

- Ge ziet het en ge kent het. Zeg het ons. 

- Maar ik kan het niet. 

- Toch, ge kunt wel. Gij weet wat hij in zijn hand heeft. Met die bijl kan hij die 
arm niet doorboren. Dus wat houdt hij in die andere hand? Zeg me wat hij in 
zijn andere heeft. 

- Hij heeft die buis in zijn andere hand. 

- De btiis die Bouty eerst warm gemaakt had? Is dat die? 

-h- 

- En die slaat hij door haar arm? 

- Hmhm. (lange stilte) 

- Komt ge terug bij ons? Komt ge? 

- Ik ben er al (...). 

- Gaan we afsluiten? 

- (knikt ja) 

- Wij sluiten het verhoor af op negentien november zesennegentig om vijf voor 
tien. 



211 



NOTEN 



1 Verhoor XI, 18 november 1996, BOB Brussel, pv 116.991. De weergegeven 
passages komen uit de integrale Nederlandstalige transcriptie van de video- 
opname. 

2 In de Franse vertaling van het verhoor van XI staat een kanjer van een vertaalfout. 
Daar waar XI duidelijk zegt dat ze Kristien 'een klein jaar' eerder voor het eerst heeft 
gezien, maken de vertalers ervan: 'C'était quelques ans plus tót' (enkele jaren eerder). 
Wanneer de verklaringen van Xl later worden getoetst aan het oude dossier- Van Hees 
wordt de bewering als zou het Brusselse meisje al "enkele jaren' in een 
prostitutienetwerk gezeten hebben, aanzien als een bewijs dat XI onzin verkoopt- 
zeker in de ogen van de ouders van het slachtoffer. 

3 In eerdere verhoren heeft XI An D. omschreven als een meisje dat, net als zij, door 
haar ouders aan een netwerk werd toevertrouwd. 

4 Tijdens het vorige verhoor heeft XI de gebeurtenissen zelf al in Brussel gesitueerd. 

5 In het Frans wordt dit vertaald als 'vos petits pieds', wat de dialoog verkeerdelijk een 
bijna erotische ondertoon geeft. In de perceptie van bepaalde Franstalige speurders 
en magistraten zal dit soort details een rol spelen. 

6 Pas wanneer ze twee weken later het oude gerechtelijke dossier kuimen inzien, 
komen de speurders erachter dat de feiten zich ten dele afspeelden in een huis naast 
de oude champignonkwekerij. 

7 De ondervragers weten het op dat ogenblik niet, maar in de ogen van een van de 
vroegere bewoners bevat dit ene zinnetje een onomstotelijk bewijs dat XI in het huis 
naast de oude kampernoeliekwekerij geweest is. 

8 Het verhoor wordt onderbroken van 2.10 tot 3.00 uur 's ochtends. 

9 Voor de ongemerkte transformatie van een bijl in een mes bestaan meerdere 
verklaringen. Volgens de tegenstanders van De Baets werd de getuigenis hier door 
hem opzettelijk 'bijgestuurd'. Anderen denken aan een verspreking vanwege 
vermoeidheid - het is inmiddels al bijna vijf uur 's ochtends. In een derde uiüeg, van 
XI zelf, heet het dat 'bijl' in het Oost- Vlaams een omschrijving is die ook kan gelden 
voor een mes. Het gaat hier in elk geval niet om een vertaalfout, zoals sommigen al 
hebben geopperd. 

10 'Wak' is dialect en betekent vochtig. 

11 In de Franse vertaling van het onderzoek heet het: '1 1 y avait des crochets dans Ie 

plafond, deux, trois...' XI spreekt in werkelijkheid wel degelijk van 'een drietal' 
vleeshaken. Het grote belang daarvan zal pas later blijken. 

12 Wie zich écht in het Xl-dossier wü verdiepen, moet dit antwoord van XI een keer of 

twintig lezen. Het is misschien wel het belangrijkste zinnetje uit het hele verhoor, 
zoals later zal blijken. Wie leest en herleest, zal merken dat XI met 'ze' niet doelt op 
de foto van Kristien, maar op de hele stapel foto's. Over dit pakketje foto's zegt ze 
immers heel duidelijk: '...daar staat ze ook niet tussen.' Het correct lezen van de 
woorden van XI Hjkt een futiele bezigheid, maar zal later in het onderzoek een 
immens belang krijgen. 

13 XI heeft ergens in het verhoor inderdaad gezegd: "Dat doet een beetje denken aan 

een soort kelder.' Wat de gesprekken tijdens de pauzes betreft, is het van belang te 

weten dat ook die integraal werden gefilmd. 

212 



6 Ik heb een ellendige kerst beleefd 
en een triest nieuwjaar. ' 

Brief van Christine Van Hees aan Pascal Lamarque, januari 1984 

Nooit zal achterhaald worden wie de hulpdiensten gealarmeerd heeft. 
Een politieman zal zich menen te herinneren dat de oproep, via de noodlijn 900, 

kwam 

van een in die tijd enkel aan gefortuneerden voorbehouden autotelefoon. Technieken 

om de herkomst van de oproep te achterhalen zijn er nog niet. Het is maandag 13 
februari 1 984. Om 20.47 uur loopt de melding binnen in de brandweerkazerne nabij de 
campus van de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Rookwolken in een verlaten huis op 
de hoek van de Strategiestraat en de Triomflaan. Wanneer de brandweer een minuut 
later ter plaatse is, is ook 'oude Jef er al. Jef woont in de buurt, kent de plek als geen 
ander en legt uit dat hier vroeger paddestoelen gekweekt werden. Onder de 
zwaailichten en het geronk van generatoren roept iemand dat er een tweede brandhaard 
is: daar, in een van de kelders. Terwijl de ene ploeg spuitgasten op aanwijzing van Jef 
het verlaten huis binnengaat, daalt de andere met zaklampen afin de kelder.* 1 Norbert 
Van den Berghe behoort tot de tweede ploeg die vrij snel de oorzaak kan lokaliseren en 
inziet dat het verdere brandgevaar niet hoeft te worden overschat. Hij ziet een 
smeulende stapel hout. 'Grote kratten', weet Vanden Berghen nog. 'Twee meter op 
twee. Omdat het vuur al bijna vanzelf was uitgedoofd, schopten we ertegen.' 

Hij ziet een verkoolde menselijke romp. Een deel van het hoofd is weggebrand. 
Van handen en voeten blijft weinig of niets over. 'Het was een meisje', spreekt de 
brandweerman na al die jaren met een nog even grote ontzetting. 'Ze 
lag op haar buik en was naakt. Een deel van haar rug was weggebrand. Haar handen en 
haar voeten waren aan elkaar gebonden met een soort ijzerdraad, die ook rond haar 
nek zat gedraaid. Haar benen waren naar achteren gebogen. Verschrikkelijk.' Er is iets 
dat de luitenant bijblijft: 'Dwars door de polsen van dat meisje had de moordenaar een 
dikke spijker geslagen.'*2 Hij schat de spijker acht centimeter lang en drie millimeter 
breed. 'Ik ben zeker dat ik meerdere spij- 



213 



kers heb gezien, vier denk ik. Ik meen mij te herinneren dat ze in het lichaam 
van het slachtoffer waren geslagen.'*3 

Zijn collega Yvan Leurquin is niet zeker of dat echt zo was, maar geeft 
toe niet lang te hebben gekeken - het was niet iets om lang naar te kijken. "Ik 
herinner mij spijkers, maar ik denk dat ze afkomstig waren van de kratten die 
op het 

Mchaam lagen.' Het hout is verpulverd, het metaal niet. De manier waarop de 

romp is vastgebonden, deed hem denken aan een gevechtstechniek van de 
paracommando's: de tegenstrever zodanig vastbinden dat hij zichzelf bij elke 
beweging van handen of voeten versükt.*4 

De eerste politieman die ter plaatse komt, is Jacques Dekock, de latere 
politiecommissaris van Oudergem. Hij is het die het allereerste proces-verbaal 
opstelt in wat tot anderhalf decennium na de feiten een van de meest 
besproken affaires 

uit de hoofdstedelijke gerechtelijke geschiedenis zal blijven. I^e crime de la 
champignonniere. Jacques Dekock stelt vast: "Het lichaam ligt op zijn buik, een 
ijzeren draad is verschillende keren rond de hals gedraaid en is verbonden met 
de benen die naar achteren geplooid zijn. Dichtbij het lichaam liggen meerdere 
houten kisten (...). Vaststellingen bij het slachtoffer: een spijker is in de 
linkerpols geslagen, twee kleine gaten aan de achterkant van de hals, geen 
handen en geen voeten meer, bloed komt uit het hoofd, de uiteinden van de 
onderste lichaamsdelen zijn verbrand en verscheurd (...),'*5 

Wanneer de deskundigen van het parket die avond ter plaatse komen, mer- 
ken ze dat de brandweerlui tal van sporen hebben uitgewist. X^olgens een van 
de aanwezigen heeft een van hen - ongetwijfeld met de beste bedoelingen - het 
lichaam enkele meters verplaatst door er de brandweerspuit op te richten. Wat 
ze behalve een verkoolde romp in de smeulende hoop terugvinden, zijn enkele 
persoonlijke bezittingen: juwelen en verkoolde stukjes stof van wat wellicht een 
sHp of een bh is geweest, een metalen draad waarmee het Uchaam is 
vastgesnoerd, een verbrande aansteker, twee metalen plaatjes met een gaatje op 
het eind, een rode sjaal.. .*6 Wat zich hier de voorbije uren heeft afgespeeld, is 
een raadsel. De eerste indruk is dat het slachtoffer uit vrije wü met de 
moordenaars is meegegaan. Voor het gezelschap in de kelder is afgedaald, zijn 
ze blijkbaar binnengedrongen in het verlaten huis waar de eerste brandhaard is 
ontdekt. Daar vinden speurders van de Brusselse gerechtelijke politie een zwarte 
lederen vest met rode strepen en een sticker van "Blondie' erop. Verder: een 
hamer, een koevoet, een 1 meter HO lang koord, een recipiënt met een 
amberkleurige vloeistof ("wellicht benzine'), een gescheurde affiche,*7 de 
verschroeide resten van een ringmap, een zak gevuld met zeven mappen met 
wat verbrande papieren in, een 50 centimeter lange lat waar aan een van de 
uiteinden ijzerdraad en drie spijkers zijn vastgemaakt, een kleine verroeste 
emmer met wat verbrande papieren in, een asbak in gebruind glas en een 
sigarettenpeuk met een witte filter.*8 De speurders zuUen het huis en de kelder 
op 2/ februari 1984 nog een tweede keer onderzoeken en opnieuw wat voor- 
werpen in plastic zakjes wurmen. Geen van die stukken Hjkt hen een stap dichter 
bij de dader(s) te brengen. 

"Doodsoorzaak onbekend', luidt in de ochtend van 14 februari de voorlop 



214 



ge conclusie van de wetsdokters Voordecker en RiUaert. Voordecker is die 
avond om tien na elf ter plaatse gekomen en heeft met enige moeite het 
geslacht van het slachtoffer kunnen bepalen. Een jonge vrouw. In zijn 
allereerste rapport is dokter Voordecker voorzichtig: "De eerste elementen van 
appreciatie na een extern onderzoek (...) laten toe te denken dat de 
doodsoorzaak verband houdt met verstikking of wurging. "*9 Hij stipt aan dat 
het lichaam nagenoeg volledig verbrand is en dat dit elke conclusie 
hypothekeert. In totaal zullen de wetsdokters drie autopsieverslagen afleveren, 
met telkens een even nadrukkelijk voorbehoud bij gevolgtrekkingen over de 
doodsoorzaak. In het tweede, meest gedetailleerde verslag heet het dat het 
onmogelijk te zeggen is of het slachtoffer nu overleden is door verbranding, 
verstikking, wurging of andere vormen van mishandeling. Zeker is dat ze elk 
van die martelingen ondergaan heeft. Wurging wordt nu minder waarschijnlijk 
geacht, aangezien er geen letsels op het kraakbeen in de hals zijn aangetroffen. 
Anderzijds worden in de longen geen rooksporen aangetroffen, wat toelaat te 
veronderstellen dat het meisje al overleden was voor te zijn verbrand. Aan het 
eind van hun verslag stellen de artsen: "Wat de geslachtsdelen betreft, en voor 
zover de staat van verbranding ons dat toelaat, kunnen wij stellen dat we geen 
sporen van traumatiserende kwetsuren hebben ontdekt De baarmoeder is leeg 
en la muqueuse is niet in een periode van menstruatie. De baarmoederhals is 
die van een Nullipare.'*10 In een derde rapport stellen de twee artsen dat het 
slachtoffer geen maagd meer was en haar dood waarschijnlijk niet te wijten is 
aan de verbranding, maar aan wurging met de metalen draad.*ll De wets- 
dokters weten het eigenlijk niet. 

De oude kampernoeliekwekerij staat leeg sinds 1972. Het is in twaalf jaar 
tijd een stadskanker geworden. Gebarsten ruiten, verrotte deuren, vermolmde 
koterijen. Alleen het huis, waar de vroegere uitbaters hebben gewoond, is nog 
min of meer toonbaar. Het telt twee verdiepingen, met op het gelijkvloers een 
grote ruimte waar ooit een soort industriële keuken moet zijn geweest. Via een 
gang en een tuinpad is die verbonden met de grote kelder. Daar is alles verrot 
en vermolmd. Als dat te vermijden is, loopt niemand hier alleen rond. Enkele 
jaren na de moord zullen de mïnes gesloopt worden om plaats te maken voor 
sociale woningen. Het dak zal van de kelder worden gelicht en de vloer zal 
worden geasfalteerd en gerecupereerd als bewonersparking. 

Pierre en Antoinette Van Hees horen op dinsdagavond, 14 februari, in het tv- 
journaal van RTL melding maken van de gruwelijke ontdekking, enkele straten 
verderop. De schrik slaat hen om het hart. Hun dochter Christine, zestien jaar, is 
de vorige avond niet thuisgekomen. Het echtpaar heeft onlangs een kranten- 
winkeltje geopend langs de Diamantlaan en een huis gekocht in de Kapitein 
Joubertstraat. Hun werkdag begint om halfzeven en eindigt om halfzeven. Ze 
hebben hun drie kinderen met grote toewijding opgevoed. De oudste is Eric, 
achttien, dan komt Christine en dan Michel, vijftien jaar. Het zijn drie droom- 
kinderen. Verstandig, zelfstandig, hyperactief. Mede daardoor dachten vader en 
moeder hun levenswens - een eigen zaak - te kunnen realiseren. Meestal zijn ze 



215 



al aan het werk wanneer de kinderen opstaan. Christine had tijdens het weekend 
gevraagd of ze maandagavond bij haar vriendin Muriel mocht blijven slapen. 
Dat verzoek was afgewezen. Toch was ze niet thuis gekomen. Wanneer 
Christine ook dinsdagavond nog geen teken van leven heeft gegeven, gaat 
Pierre Van Hees aangifte doen bij de rijkswacht. Hij is amper thuis, of daar 
klinken de begintonen van het tv-journaal. Het duurt tot in de nacht van 
woensdag op donderdag alvorens de GP hem kan melden dat zijn nachtmerrie 
werkelijkheid is. 

Het was de periode van de new wave. Christine Van Hees, geboren op 6 
april 1967, was een dromerige tiener. Ze voerde in de maanden voor haar dood 
wel eens discussies met haar ouders over kledij en uitgaan. Ze was een sportief 
meisje. Schaatsen, zwemmen, danslessen. Op haar dertiende leerde ze 
paardrijden in de manege van het Ter Kamerenbos. Schaatsen deed ze op de 
schaatsbaan Poseidon te Woluwe, waar heel wat jongeren samenkwamen. 
Zwemmen deed ze in het vlakbij haar ouderlijk huis gelegen gemeentelijk 
zwembad van Etterbeek. Daar, op de bovenverdieping, was de vrije radiozender 
Radio Activité gevestigd. Christine Van Hees ging naar school in Anderlecht, 
waar ze veel vrienden had, en was daar ook üd van de scouts. Tenminste, dat 
was wat haar ouders dachten. 

Het laatste teken van leven gaf ze die namiddag omstreeks 17.20 uur aan 
haar vroegere scoutsleider Didier L.B.d.H. Hij stond fotokopieën te maken in 
krantenwinkel Le Club in de Wayezstraat te Anderlecht. Ze was vergezeld van 
een vriendin toen ze hem kwam groeten. ~ Christine kwam na juli 1983 niet 
meer naar de activiteiten van de scouts', legt Didier L.B.d.H. de speurders uit. 
*12 Voor hen wordt dit een eerste indicatie dat het meisje er een soort 
dubbelleven op na hield. Tegenover haar ouders riep ze ook na juli 1983 
meermaals scoutsactiviteiten in als motief voor langere afwezigheden. Chantal 
V I. is de vriendin met wie Christine om 17.20 uur in de Wayezstraat Uep. ~Ze 
droeg zwarte laarzen', weet Chantal ML nog. Daarnaast had ze een paar nieuwe 
laarzen, net gekocht, bij zich. Over haar vriendin, die jonger was dan zijzelf, kan 
ze nog iets kwijt dat misschien van belang is voor het onderzoek. Christine had 
het plan opgevat om op school een theaterstuk op te voeren over een meisje dat 
wordt ingepalmd door een sekte. Chantal V I. was geknipt voor de hoofdrol, 
vond Christine. Chantal zelf vond dat maar niks.*13 

Het reconstrueren van de laatste uren voor de moord, is een geheel van 
zekerheden tot aan de metrorit. Chantal V.I. is samen met Christine Van Hees 
in het station Saint-Guidon opgestapt. Halverwege üjn IA is Chantal V I. uitge 
stapt. Normaal moet Christine \^an Hees iets voor zessen zijn aangekomen in 
het station PétUlon. Enkele getuigen hebben haar in de richting van haar 
ouderlijk huis zien stappen. 

Heeft niemand in de buurt dan iets gemerkt? Toch wel. Om 18.45 uur 
hoort poetsvrouw Yvonne L. vanuit een nabijgelegen school het luide 
geschreeuw van een jong meisje uit de richting van de oude 
kampernoeliekwekerij: 'Non, non, 

non. Arrêtez! Manvan!' Het geschreeuw houdt bijna een kwartier aan. Die jon- 
gelui weer, denkt Yvonne, en ze dweilt naarstig verder. Omstreeks 19.05 ziet ze 
twee mannen, die ze twintig tot vijfentwintig jaar oud schat, de Triomflaan over 



216 



steken en in de richting van de VUB lopen. "Ze droegen donkere kleren en ze 
leken niet gehaast', relativeert Yvonne L. dat deel van haar verklaring.*! 4 Een 
andere buurtbewoonster. Margriet D.P, hoorde eveneens gegü tussen 18.30 
en 18.50 uur.*15 Een ander heeft de kreten ook gehoord, maar dan om 19.30 
uur. Een anonieme getuige zegt dat ze van haar kapper heeft gehoord dat 
Christine Van Hees die avond 'gedrogeerd' in de richting van de oude 
kampernoeliekwekerij Hep 'in het gezelschap van verschillende jonge gasten.' 
*16 Wanneer kapper Raymond D. door de GP op de rooster wordt gelegd, 
ontkent die bij hoog en bij laag ooit zoiets te hebben gezegd.*17 De 
omwonenden hebben het niet zo begrepen op de jongelui die nu en dan in de 
ruïnes aan de Triomflaan joints gaan roken. Dat is wel duidelijk. Zo 
behulpzaam als de buurtbewoners zijn, zo gesloten blijven sommige vrienden 
en vriendinnen van Christine Van Hees. Telkens de GP'ers gaan polsen naar 
spij belgedrag, ontmoetingsplaatsen en kalverliefdes, komen ze terecht in een 
wondere wereld waar iedereen iets te verbergen lijkt te hebben. 

Elf dagen na de feiten verhoren de GP'ers Nathaüe G. Zij kent Christine 
Van Hees al van toen ze allebei vier jaar oud waren. Tk weet dat ze haar ouders 
niet altijd de waarheid vertelde', zegt Nathaüe G. 'Ze heeft in januari vier dagen 
gespijbeld omdat ze de school beu was. Rond Kerstmis heeft ze haar ouders 
verteld dat ze er een weekend opuit trok met de scouts. In feite is ze daar 
helemaal niet naartoe gegaan. Ze overnachtte in een café in de streek van 
Soignies. Dat heeft ze mij zelf verteld.'*18 

Jean-Claude J. heeft kort voor haar dood lang met Christine Van Hees 
gepraat. Dat was tijdens de bosklassen in het Waals-Brabantse Froidmont, nabij 
Rixensart, van woensdag 8 tot vrijdag 10 februari. Ze bekloeg zich er toen over 
dat haar ouders haar zo weinig vrijheid gunden, weet hij nog. Ze had een 
vriendje, Pierre S., en ze gebruikte haar vriendin Muriel A. als voorwendsel om 
hem vaker te zien dan haar ouders haar toestonden. Dan zei ze dat ze bij Muriel 
A. zou blijven slapen. 'Maar Muriel heeft me gezegd dat ze Christine al twee 
maanden niet meer gezien heeft.'*19 Dat is dan weer wél een zekerheid: 
nagenoeg alle leerlingen die deelnamen aan de bosklassen, bevestigen dat 
Christine Van Hees daar aanwezig was. En tijdens het daaropvolgende weekend 
zat ze de hele tijd thuis. 

In de archieven van het Instituut Maria Onbevlekt te Anderlecht vinden 
de GP'ers de bevestiging van wat Nathaüe G. beweert. Christine Van Hees 
heeft aan haar klastitularis een doktersattest overhandigd voor de periode van 
20 tot 24 januari 1984. Niemand weet waar ze die week is geweest. De arts 
die het attest afleverde, is dokter HaUard. Hij doet dat op 25 januari 1984. 
Met terugwerkende kracht dus .*20 De ouders Van Hees hebben nog nooit 
van deze dokter gehoord. Er is nog meer wat ze niet weten. De laarzen 
waarmee hun dochter maandagmiddag aankomt op school, hebben ze nog 
nooit gezien. Ze heeft die büjkbaar op de dag van haar dood gekocht, of 
gekregen van iemand. Wat wel bekend is, is dat Christine Van Hees inderdaad 
een vriendje had, Pierre S. Ze was van plan om hem die zondag voor te stellen 
aan haar ouders, maar daar wilden zij niks van weten, vertelt haar broer later. 
Ze was nog te jong, vonden ze. Pierre S. wordt 



217 



door de GP slechts één keer vluchtig verhoord. Dat gebeurt kort na de moord. 
Pierre S. verklaart dat hij haar in de zomer van 1983 heeft leren kennen, na een 
uitstap met de scouts naar Ierland. Hij woont zelf in Soignies, heeft haar in 
totaal een keer of twintig gezien en is eind 1983 één keer met haar naar bed 
geweest. *21 

Pierre S. kan maar partieel de bestaansreden zijn van de onbekende kant 
van haar tienerleven. Het is niet voor hem dat ze in de maand januari een week 
lang wegblijft op school. Soignies is een heel eind van Brussel vandaan en 
niemand heeft haar daar opgemerkt. Pierre S. zat overdag gewoon op school. 
Wie waren haar onbekende vrienden, als ze die had? In de avond van 14 
februari heeft vader Pierre Van Hees de speurders een brief overhandigd die hij 
op de kamer van zijn dochter vond. Hij is getiteld 'Brief aan Party, telt twee 
pagina's en eindigt als volgt: "Ik ben niet thuis op het nummer 24, ik ben daar 
waar ik liever niet zou wülen zijn. Ik mis de ambiance en de kameraden van de 
gemeenschap enorm, zodat ik wegzink in een diepe luiheid/nostalgie. 

Als Christine Van Hees geheimen had, dan heeft ze die gedeeld met Muriel 
A., zeggen klasvriend(inn)en. Anderen wijzen Patricia S. aan, de meer dan ver- 
moedelijke Party. Over haar zullen de speurders via klasgenoten vernemen dat zij 
kort na de moord her en der is gaan verkondigden dat ze weldra iemand zal ont- 
moeten die "meer weet'. Patricia helpt de onderzoekers geen stap vooruit. Ook 
zij vindt dat ze beter eens hun licht kunnen opsteken bij Muriel A. Zc haalt de 
schouders op wanneer men haar vraagt wat Christine Van Hees kan hebben 
bedoeld met "de gemeenschap'. Patricia S. bevestigt alleen wat de speurders al 
weten. Ook die ochtend voor haar dood, maandag 13 februari, heeft ze gespij- 
beld. Haar klas bracht die ochtend een geleid bezoek aan het justitiepaleis in 
Brussel. Christine kwam niet opdagen. Ze is iets voor enen 's middags op school 
aangekomen met, inderdaad, een paar nieuwe laarzen. Groen, en in daim, weet 
, Patricia S. nog. Zij heeft haar vriendin voor het laatst gezien aan het eind van 
de lessen, om 16.30 uur.*23 Patricia S., zegt een andere klasvriendin later, trok 
wel eens op met een 18-jarige jongen met een punkkapsel. 

De punks. Iedereen praat erover, niemand kent ze. Maar het volstaat hun uiter- 
lijk te aanschouwen om te veronderstellen dat ze niets goeds in hun schild voe- 
ren. Dat doet de Brusselse onderzoeksrechter Michel Eloy. Tenminste, in 
zoverre hij daar tijd voor heeft. De moord op Christine Van Hees gebeurt 
middenin een golf van aanslagen van de linkse terreurgroep CCC. Ook dat 
onderzoek is aan Eloy toevertrouwd. Geen enkele keer zal Eloy de ouders 
ontvangen. Antoinette en Pierre Van Hees kunnen zich geen advocaat 
veroorloven. Alsof de duivel ermee gemoeid is, wordt er kort na de feiten 
ingebroken in hun winkel, is er een probleem met de verzekering en zijn ze 
meer dan een miljoen armer. De banken gaan moeilijk doen over de lening van 
hun huis. Pierre en Antoinette Van Hees trachten te werken om te vergeten 
maar vergeten helemaal niet. Nooit. Als ik aan die periode terugdenk, of er 
gewoon maar even over praat, dan voel ik me daarna twee dagen ziek', zegt 
Antoinette Van Hees. "Niemand trok zich wat van ons aan. Als we de 
onderzoeksrechter of een van de speurders al eens te spreken kre- 



218 



gen, dan lieten ze ons voelen dat het al teveel was dat we belden.'*24 

Er is iets unieks aan de wijze waarop de Brusselse GP het onderzoek 

voert. Tegen alle logica in worden er twee onderzoeksleiders aangeduid: 
Georges Ceuppens en Guy CoUignon. Dit heeft als onaangename gevolg dat 
bepaalde pis 

tes tweevoudig worden onderzocht, andere helemaal niet. Het leidt ook tot 
een situatie waarbij de leidinggevende magistraat nauwelijks nog iets in de pap 
te brokken heeft. Zoals dat bij de GP zo vaak het geval is, wordt de 
"doorbraak' geforceerd via een informant. Het gaat om de baas van een café 
waar sommige CïP'ers regelmatig over de vloer komen. De cafébaas vertelt dat 
enkele jongeren aan zijn toog hun mond voorbij gepraat hebben. Christine 
Van Hees, zegt hij, is vermoord door een bende punks die zich in het centrum 
van Brussel ophouden in een kraakpand. Een van hen - "een zekere Jéróme' - 
is sinds 13 februari van het toneel verdwenen. En, weet de cafébaas nog, er is 
ook een Latijns-Amerikaans muziekgroepje bij de zaak betrokken.*25 

Naarmate de weken verstrijken, gaat het roddelcircuit zijn 

culpabiHserende gangetje. Heeft dat meisje het niet een beetje zelf gezocht? 

Waarom droeg ze zo graag zwart? Bij de GP lopen tips binnen waarin wordt 

gemeld dat Christine Van 

Hees wel eens "gezien' is tussen een groepje punks op de trappen van de 
Beurs, of in de Brusselse Agora-galerij, waar in die tijd enkele in extravagante 
kledij gespecialiseerde winkeltjes zijn. De GP verricht her en der 
huiszoekingen bij jonge punks, maar die leveren niets op. Het idee dat dit tuig 
de moord op zijn geweten heeft, werkt begeesterend - en niet alleen bij de CtE 
Op 26 aprü 1984 biedt de 17-jarige Serge S. zich spontaan aan bij de mobiele 
brigade van de Brusselse rijkswacht. Hij meldt dat hij heeft "horen zeggen' dat 
de dader een 1 meter 80 hoge punker is. Hij is te herkennen aan zijn blonde 
haar met een knalrode streep erin. De rijkswacht heeft enkele foto's kggen en 
kijk: daar is de man die ze hebben moeten. Alain Lenglet, 20 jaar oud, wonend 
in Oudergem. 

Wanneer Alain Lenglet diezelfde dag op de rooster wordt gelegd, 
ontkent hij over de hele lijn, maar verhoogt hij wel de spanning. Ook hij weet 
iets. Vrienden van hem hebben Christine Van Hees gekend en vertelden dat 
de moord het werk is van een sekte. "De Rode Sekte of iets van die strekking.' 
De sekteleden, zegt Lenglet, lopen rond in grote rode kappen en zijn vriend, 
die zich Le Petit Tondu laat noemen, weet er nog méér over. Deze punk komt 
ook wel eens in de Agoragalerij en las nooit kranten, behalve dan - verdacht - 
in de dagen na de moord op Christine Van Hees. Le Petit Tondu, kan Alain 
Lenglet nog vertellen, trekt regelmatig op met de Irokees.*26 De speurders 
worden nu al tureluurs van het gegoochel met pseudoniemen, maar kunnen 
achterhalen dat met Le Petit Tondu wordt gedoeld op de pas zeventien 
geworden Serge Braeckman en dat de Irokees niemand anders kan zijn dan de 
negentienjarige Serge Clooth. 

Op 22 mei 1984 verricht de Bmsselse GP een huiszoeking in een 
kraakpand langs de Brand Whitlocklaan 161 in Sint-Lambrechts-Woluwe. 
Daar is een leegstaand huis waar Braeckman en Clooth tot voor kort 
verbleven. Behalve een opiumpijpje en de restanten van enkele joints, vinden 
de speurders in het pand ook een geplastificeerd schoolschrift waar niks in 
geschreven staat, maar waar duide- 

219 



lijk bladen uit gescheurd zijn.*27 Uit gesprekken met klasvriendinnen is 

inmiddels gebleken dat Christine Van Hees een geheim dagboek bijhield en 
dat de "brief aan Party daar op de een of andere manier deel van moet hebben 
uitgemaakt. In dat dagboek, denken de speurders, moet de sleutel naar de 
opheldering van dit mysterie zitten. Wanneer het blanco schoolschrift aan 
Pierre Van Hees wordt getoond is hij 20 formeel als hij maar zijn kan: zijn 
dochter had er ook zo een.*28 In het huis aan de Brand Whitlocklaan worden 
ook enkele notities meegenomen. Enkele daarvan dragen de naam van een 
zekere Clochard, alweer een andere punk. 

Braeckman en Clooth vinden is makkelijker gezegd dan gedaan. Ze 
hebben geen adres en zitten waarschijnlijk in alweer een ander kraakpand. 
Naarmate de speurders hun Hcht opsteken in het punkmiMeu, begint het er 
meer en meer naar uit te zien dat de opheldering van de eerste satanische 
moord in België een feit aan het worden is. Muriel C, een punkmeisje met de 
naam Moustique, zorgt voor sensatie. "Le Petit Tondu heeft een flesje rond 
zijn hals hangen dat as bevat en dat hij gekregen heeft van een Franse druïde', 
zegt ze. Er zit ook een vrouw mee in de slag die thuis zwarte missen opvoert, 
daar een écht menselijk skelet heeft staan en persoonlijke geschillen beslecht 
met spelden en een rituele pop. Ook een zekere Beëlzebub en Lucifer zijn bij 
de zaak betrokken. *29 De vader van Moustique geeft de speurders de raad om 
zich te interesseren voor de man met wie Serge Braeckman optrekt. Die is ook 
al met zwarte magie bezig, zo heeft hij begrepen toen Braeckman hem 
vertelde hoe fijn het was geweest toen ze samen bij kaarslicht een kip hadden 
gewurgd. Wanneer de speurders zich een weg banen door het doolhof van 
punks, wekt de achttienjarige Sylvia Rossi hun aandacht op. Zij is goed 
bevriend met Clochard. Net als zovele anderen zegt ze Christine Van Hees 
nooit te hebben gekend en van de hele zaak niks af te weten, maar tijdens een 
huiszoeking komen ze terecht op een verduisterde meisjeskamer vol kaarsen, 
spinnenwebben en doodskoppen. 

Wanneer Braeckman op 3 0 mei 1984 wordt opgepakt, valt hij compleet 
uit de lucht. Hij legt bereidwillig uit wie hij in het milieu van punks en 
skinheads zoal frequenteert en dat zijn broer Christine Van Hees vaag heeft 
gekend. Op 2 8 juni wordt Clooth in Eupen gearresteerd. *30 Vader en 
moeder Van Hees lezen het kort daarna in de krant. Het zint hen helemaal 
niet dat daar in de meest affirmatieve termen wordt gesteld dat hun dochter in 
de weken voor haar dood zou zijn opgetrokken met snuivende en spuitende 
punks. Op 2 7 juli gaat Pierre Van Hees zijn beklag maken in de kantoren van 
de GP.*31 In plaats van wat begrip of een open gesprek, oogst hij weinig 
tactvolle opmerkingen over zijn dochter. 

Het is inmiddels zomer geworden en de overuren die de politiediensten 
eerder op het jaar dankzij Bende van Nijvel en CCC opstapelden, laten zich 
voelen. Een door Eloy gegeven bevel voor een huiszoeking bij en een reeks 
verhoren van Clooth wordt door de GP genegeerd. Nu valt er met de Irokees 
ook niet veel te beginnen. Hij is verslaafd aan lijm en kraamt tijdens de eerste 
verhoren alleen wartaal uit. Naast het schriftje, bevindt het meest bezwarende 
element zich op zijn borst. Daar staan negen letters getatoeëerd: "Christine'. 
AUes wijst erop dat 



220 



het er enkel nog op aankomt rustig af te wachten tot hij bekent. 

Op 3 0 juM wordt Clochard verhoord. De man van wie de naam in 
nogal wat notities van de twee hoofdverdachten opduikt, blijkt Mare Duriau 
te heten, is negentien jaar oud en wijst vooral Serge Braeckman met de 
vinger: "Hij heeft me 

zelf verteld dat hij haar verbrand heeft, dat hij benzine over haar gegoten 
heeft en dat hij haar heeft vastgebonden met prikkeldraad.' Zelf, zegt hij, 
heeft hij met de hele zaak niks te maken.*32 

Serge Clooth, negentien jaar, is een opvallende figuur. Knalrode 
hanenkam, metaal in de oren, legerlaarzen. Hij heeft al verschillende 
misdrijven achter zijn naam staan en is in 19 8 3 veroordeeld tot twee 
maanden cel wegens diefstal met 

geweld. In een psychiatrisch verslag heet het dat Serge Clooth "ernstig 
mentaal gestoord' is en "geen controle heeft over zijn daden'. Dat laatste 
zullen de GP'ers aan den Hjve ondervinden. 

In de avond van 12 september ziet het er nochtans allemaal 
veelbelovend uit. Na een urenlange onder\iTaging, waarbij hij aanvankelijk 
volhoudt dat hij Christine Van Hees nooit heeft gekend, gaat hij door de 
knieën. Hij heeft het meisje eind januari voor het eerst ontmoet, zegt hij. In 
het gezelschap van Moustique hing ze rond in de Agora-galerij. "Die 
Christine was een oude flirt van Kleenex', zegt Serge Clooth. Kleenex hebben 
de speurders inmiddels al kunnen identificeren: Alain Debois, eenentwintig 
jaar. Kleenex dankt zijn lapnaam aan zijn voorliefde voor meisjes van zestien. 
Hij pikt ze op en laat ze weer vallen als papieren zakdoekjes. Clooth zegt dat 
hij Christine Van Hees na eind januari nog een paar keer heeft gezien, samen 
met Moustique, Clochard en enkele anderen. Die avond, 1 3 februari, zag hij 
haar omstreeks 17.30 uur aan het metrostation Montgomery. "Ze was 
samen met Alain Lenglet, Vicious en een vriend van Lenglet.' De hele groep 
maakte een wandeling naar de esplanade van de VUB en trok naar een 
verlaten terrein met een grote kelder. Daar, zegt Clooth, begonnen Lenglet en 
zijn onbekende vriend het meisje lastig te vallen. Ze werd verkracht en 
gefolterd - hijzelf keek alleen maar toe. Volgens Clooth was het de onbeken- 
de die haar vastbond met ijzerdraad en besloot haar te verbranden. Wat 
Clooth niet kan verklaren, is het schrift dat in het door hem betrokken pand 
gevonden werd. Daar weet hij niets van a£*33 Wanneer Clooth die dag 
Vicious identificeert als Renaud Thill, lijkt de zaak opgelost. Wie precies wat 
deed, is nog een raadsel, maar voor Ceuppens en Coüignon lijkt het nu nog 
slechts een kwestie van arresteren en confronteren .34 

Diezelfde avond gaat Serge Braeckman terug de nor in, ook al blijft hij 
ontkennen .^5 Iets voor middernacht wordt Muriel C, aMas Moustique, 
opgepakt. Zij verklaart dat Clooth en Braeckman haar ooit in een café hebben 
verteld dat zij Christine Van Hees hebben vastgebonden met kettingen en in 
brand gestoken. "Maar dat heb ik nooit geloofd.'*36 Ook al zijn er nu sterke 
verdenkingen in de richting van Clooth, Lenglet, Braeckman en Thill, blijft het 
gissen naar een motief om het meisje zo gruwelijk toe te takelen. Op 15 
september bedient Serge Clooth zijn ondervragers opnieuw op hun wenken. 
Hij legt uit dat het in feite ging om een uit de hand gelopen "inwijdingsritueel', 
waarop een twintigtal punks 



221 



betrokken waren. Christine Van Hees, zegt hij, wou er vandoor gaan. Ze wou 
de politie verwittigen en daarop besloten Lenglet en Vicious dat ze op rituele 
wijze het zwijgen moest worden opgelegd. De punkpseudoniemen vliegen de 
speurders nu om de oren - twintig in totaal - maar veel geloof kunnen ze aan 
deze versie niet hechten. Ze denken dat Clooth zijn eigen rol tracht te 
minimaliseren.*37 

In een praatvaardige bui levert Serge Clooth hen op 28 september 1984 een 
niet minder sensationeel maar toch iets ernstiger klinkend motief. Alain 
Lenglet heeft me verteld dat Christine Van Hees op de hoogte was van een 
aanval op een kazerne, in Oostende of in Vielsalm', zegt hij, nu met grote 
nadruk bewerend dat hij zelf alleen in de buurt was en zelf niet aan de moord 
deelnam. "Het was de bedoeling dat men wapens zou stelen die zou dienen 
voor hold-ups. Ik ben ervan overtuigd dat dat meisje om die reden 
geëxecuteerd is.'-** Clooth vermeldt in zijn relaas enkele details over de oude 
kampernoeliekwekerij en verstevigt zo de vermoedens dat hij toch de 
hoofddader is. In deze nieuwe versie duiken alweer enkele nieuwe namen op. 
De hoofddaders, zegt Clooth, dat waren Coco en Lenglet. De GP heeft in 
1984 duidelijk niet veel zin om zich voor andere verdachten te interesseren dan 
de punks. Een andere piste, die in het begin van het onderzoek maar heel even 
werd gevolgd, berustte op de correspondentie die Christine Van Hees voerde 
met Pascal Lamarque. Hij was een jongen van negentien. Ze had hem in de 
herfst van 1983 op een trein ontmoet. Lamarque was op weg naar de 
gevangenis om er een straf uit te zitten en smeekte haar om nu en dan te 
schrijven. Hij schreef haar negen keer, Christine Van Hees antwoordde vier 
keer. Haar brieven werden teruggevonden in haar kamer. Op 20 december 
1983, minder dan twee maanden voor haar dood, schrijft Christine Van Hees 
dat ze van huis wil weglopen en haar levensstijl drastisch veranderen: "Ik 
smeek je, vraag me niet waar. Vraag me niet waarom, en nog minder waarom 
ik niet meer kan schrijven.' In de brief staan ook enkele regels waaruit op te 
maken valt dat ze getuige is geweest van een conversatie - "en ik ben zeker van 
wat ik hoorde' - die ze beter niet gehoord had. In een volgende brief schrijft 
ze: "Ik heb een ellendige kerst beleefd en een triest nieuwjaar. Maar tussen de 
twee was het echt fantastisch want ik heb de Liefde van mijn leven ontmoet.' 
In de brief verklapt ze dat het gaat om een jonge paracommando.^' 

Op 28 september wordt Serge Clooth voor onderzoeksrechter Eloy 
geleid. Het is de bedoeling dat Clooth zijn spectaculaire onthullingen, 
gedeeltelijke bekentenissen zelfs, daar zal herhalen. Dat is precies wat Clooth 
niet doet. Ja, hij 

was die avond in de kampernoeliekwekerij. Hij dreunt opnieuw een heel reper- 
torium bekende en onbekende punknamen af. Ze hadden daar samen een siga- 
retje gerookt en wat gedanst. "En toen is dat meisje tegen een balk gelopen. 
We dachten dat ze dood was en hebben haar daar achtergelaten.' Punt. Einde 
van het verhaal. Hoe Eloy en zijn speurders ook op Clooth inpraten en erop 
wijzen dat hij de vorige dag iets totaal anders heeft verklaard: het helpt geen 
zier. En Moustique dan? En Vicious en Le Petit Tondu? "Oh, die heb ik erbij 
gelapt omdat ik met hen een eitje te pellen had.' Wanneer Clooth later op de 
dag wordt 



222 



verhoord door de GP, bekent hij plots dat hij Christine Van Hees kort 
voor haar dood wel verkracht heeft, maar dat Alain Lenglet de moordenaar 
is.*40 

Eind september zijn er vier punks gearresteerd: Serge Braeckman (Le Petit 
Tondu), Serge Clooth (de Irokees), Alain Lenglet en Renaud ThiU (Vicious). 
Het zal de speurders stilaan worst wezen hoe de punks zich noemen. Voor hen 
is het duidelijk dat de punks de moord hebben gepleegd, de vraag is alleen 
welke. Het is in die sfeer dat de GP met afgrijzen kennisneemt van het feit dat 
een van de vier een ijzersterk alibi heeft. Renaud Thül vervult zijn militaire 
dienst in Duitsland en staat op de datum van 13 februari 1984 ingeschreven als 
zijnde aanwezig. De speurders denken dat er geknoeid is met het register, maar 
krijgen na enkele weken van het gerechtelijk lab en van de militaire overheden 
te horen dat ze zich vergissen. ThiU mag beschikken. Op 3 oktober 1984 
worden Clooth en Lenglet met elkaar geconfronteerd. Coup de theatre. De 
twee hoofdverdachten, waarvan werd vermoed dat ze elkaar naar het leven 
stonden, zijn het plots roerend eens. Al wat ik tot nu toe verklaard heb, is 
verzonnen', zegt Serge Clooth. "De details die ik u heb gegeven komen uit 
mijn verbeelding of vloeien voort uit de informatie die ik van u, verbalisanten, 
heb gekregen.' Alain Lenglet herhaalt dat hij Christine Van Hees nooit heeft 
gekend. *41 

Nieuwe zoektochten naar getuigen in het punkwereldje leveren echter 
steeds minder op. Midden oktober blijft er nog slechts een min of meer 
betrouwbaar ogende getuige over die de moord op Christine Van Hees in 
verband brengt met Lenglet en Clooth. De getuige heet Dominique L.. Hij is 
een 23-jarige medewerker van Radio Activité en vaste klant in het café Les 
Bouffons. Daar, zegt Dominique L., zag hij Christine Van Hees in het 
gezelschap van Alain Lenglet en een jonge paracommando die Goossens zou 
heten. Ook een zekere Thierry D. maakte volgens hem vaak deel uit van dat 
gezelschap.*42 Thierry D. komt echter met een heel ander verhaal. Volgens 
hem was dit "een politieke moord'. Christine Van Hees was in contact 
gekomen met een extreem-rechtse groupuscule, weet hij te vertellen. 

Op 16 november 1984 biedt de grootmoeder van Serge Clooth zich aan bij 

de rijkswacht van Kelmis, in Duitstalig België, waar de familie vandaan komt. 
Ze wil een verklaring afleggen. Onlangs heeft haar zoon Stanley, de vader van 
Serge dus, het bezoek gekregen van een jonge Brusselse advocate. Volgens 
haar is gebleken dat de GP haar kleinzoon tot bekentenissen heeft gedwongen 
door hem drugs en alcohol toe te dienen. De rijkswacht van Kelmis neemt ook 
de verklaring op van Stanley Clooth. Hij is overtuigd van de onschuld van zijn 
zoon, maar heeft weinig hoop: "Hij heeft me gezegd dat het hier om een 
politieke affaire gaat. Daarom is hij bang om namen te noemen.'*43 

Op 26 november 1984 gooit Serge Clooth in de lokalen van de Brusselse 
GP een pot vol sanseveria's tegen de grond. Hij krijgt een zenuwcrisis, tracht 
zich van zijn handboeien te bevrijden en begint te wenen als een kind. Een 
hele ochtend 

lang heeft hij zitten uitleggen dat alles wat hij tot nu toe verklaarde hetzij 
verzonnen was, hetzij hem voorgelezen door de GP'ers. Zijn ondervragers 
hebben 



223 



hem met een monkellachje zitten aankijken. Hoewel hij daar zelf niet van op 
de hoogte is, heeft Serge Clooth gegronde redenen tot razernij. Bij een vorige 
gelegenheid heeft hij ooit eens alibi opgegeven voor zijn bezigheden op 13 
februari 1984. Zelf is Clooth te verward om zijn strafdossier aandachtig te 
lezen, maar indien hij dat zou doen, zou het hem moeten opvallen dat het is 
nagetrokken en - wonder wonder - nog blijkt te kloppen. Hij heeft op 13 
februari, de dag van de moord, zijn rechterhand gebroken en is naar het 
militair hospitaal van Nederover-Heembeek getrokken om die in het gips te 
laten steken. Een attest van het ziekenhuis bevestigt dat.*44 Die avond was 
zijn eerste zorg de toestand van zijn hanenkam. Een vriendin heeft die toen 
zitten bijkleuren in het toilet van de Quick aan de Agoragalerij. En zie: de 
uitbater van de Quick is door de GP verhoord en meent zich effectief te 
herinneren dat hij het hinderlijke stel uit zijn zaak heeft verjaagd. 

Op 14 januari 1985 bekent Serge Clooth dat hij die avond samen met 
zeven anderen een "zwarte mis' heeft opgevoerd waarbij Christine Van Hees 
"aan Satan is geofferd'. Na een groepsverkrachting is ze vastgebonden, 
gekruisigd en in brand gestoken. Nadien hebben hij en z'n vrienden, vier 
jongens en drie meisjes, haar kleren verbrand in het huis naast de 
kampernoeliekwekerij. Clooth geeft nu een reeks details - de kleur van haar 
ondergoed, de kreten die ze uitbracht,... - die aantonen dat hij de mosterd wel 
érgens vandaan moet hebben.'*^ Op 16 januari 1985 herhaalt Clooth tegenover 
de onderzoeksmagistraat zijn bekentenis en zweert hij dat dit "zijn laatste en 
enige juiste versie van de feiten' zal blijven. Alsof het tegendeel nog zou 
kunnen verbazen, trekt Serge Clooth zijn bekentenis op 17 juni 1985 weer in. 

Niet alleen het onderzoek, maar ook de coördinatie ervan is in een sukkel- 
straatje terecht gekomen. In januari 1985 wordt onderzoeksrechter Eloy 
getroffen door een hartaanval, en later ook door een zenuwinzinking. Vijf 
maanden lang neemt hij ziekteverlof, om dan plots ontslag te nemen en zonder 
een woord uitleg te vertrekken naar de Seychellen. Er verstrijken nog enkele 
maanden alvorens op 1 oktober 1985 in de persoon van Jean-Claude Van 
Espen een nieuwe onderzoeksrechter wordt aangesteld. 

Voor de 38-jarige Van Espen wordt het een van de eerste dossiers waar hij 
vanuit zijn nieuwe functie mee te maken krijgt. Moord en doodslag. 1 let is niet 
echt zijn cup of tea. Van Espen is lange tijd advocaat geweest en voelt zich veel 
beter thuis in financiële dossiers. Hij stelt zijn volste vertrouwen in GP'ers 
CoUignon en Ceuppens, die onvermoeibaar verder wroeten in het milieu van de 
punks. Van Espen zal net zo min als zijn voorganger de ouders van Christine 
Van Hees ontmoeten. De plaats waar de feiten zich afspeelden, zal hij nooit 
bezoeken. Serge Clooth krijgt hij voor het eerst te zien op 20 november 1985. 
Wanneer Van Espen hem vraagt hoe het toch kan dat hij ontkent iets met de 
moord te maken te hebben, maar er terzelfder tijd zoveel details over kent, 
antwoordt Clooth: "Bij het opstellen van hun processen-verbaal lazen de mensen 
van de gerechtelijke politie me voor wat ik moest verklaren.' 

Serge Clooth zal in totaal zestien keer worden verhoord, elf keer zijn versie 



224 



wijzigen en exact drie jaar, twee maanden en vier dagen in voorarrest 
zitten. *46 Wanneer hij op 17 november 1987 eindelijk wordt vrijgelaten, is hij 
van zijn kjm- en andere verslavingen verlost en hebben maatschappelijk 
assistenten net zo lang op hem ingepraat dat hij büjgemoed een nieuw leven 
tegemoet stapt. In de loop der jaren is er slechts één element geweest 
waarover hij nooit zijn versie heeft veranderd: het schriftje. Hij kan het zich 
niet herinneren, sluit niet uit dat daar een schriftje van hetzelfde merk lag. En 
de tatoeage op zijn borst? Dat was een andere Christine, maar dat hebben de 
speurders nooit willen geloven. 

Clooth is zich op zeker ogenblik gaan verdiepen in het tegen hem opge- 
bouwde dossier en doet akelige ontdekkingen. Het punkspoor begon met 
twee tips. De eerste kwam van de cafébaas, de tweede van een zekere Jean 
Malotras. 

Die verklaarde in mei 1984 aan de GP dat hij had "horen zeggen' dat Clooth 
en Braeckman iets met de moord te maken hadden. Jean, weet Clooth nog, 
was een drugsdealer. Clooth en Braeckman hebben hem ooit overvallen en 
een impressionante partij hasj meegenomen. 

De zoete wraak van Jean Malotras? Zou kunnen. Niks van, zegt Malotras, 
wanneer we zovele jaren later met hem gaan praten. Hij heeft nooit iets van die 
strekking gezegd. "Wat ik wel nog weet, is dat die lui van die GP mij tijdens het 
verhoor vreselijk in de tang hadden. Ik voelde er weinig voor om te bekennen 
dat ik dealde. Dus hebben zij wat zit knutselen aan mijn verklaring. Voor mij 
was alles goed, als het woord hasj er maar niet in voorkwam.' Er is nog iets wat 
Malotras niet begrijpt. De overval van Clooth en Braeckman gebeurde enkele 
dagen na de moord op Christine Van Hees. "Oké, die twee waren erg geweldda- 
dig, maar als zij de moord zouden hebben gepleegd, dan moet het een uit de 
hand gelopen ongeval geweest zijn. Wel, dan kan ik me niet voorstellen dat ze 
zo stom zouden zijn om onmiddellijk daarna in de kijker te lopen door 
overvallen te plegen.' 

In de periode rond zijn vrijlating komt Serge Clooth in contact met de 
Brusselse advocaat Didier de Quévy Samen met diens nog meer 
gerenommeerde vriend en confrater Jean-Paul Dumont trekt hij met Clooth 
naar het Europees Hof van de Rechten van de Mens in Straatsburg. In 1991 zal 
de Belgische staat daar veroordeeld worden tot een fikse boete wegens het al te 
ruim overschrijden van de redelijke termijn van voorhechtenis.*47 De Quévy 
wijt de wispelturigheid van zijn jonge cliënt aan het feit dat de GP 
bekentenissen beloonde met drugs. Dat zou de reden zijn waarom hij die 
bekentenissen nooit wou herhalen tegenover de onderzoeksmagistraten. De 
Quévy verdedigt aan het einde van de jaren tachtig wel meer bizarre cliënten. 
Hij is ook de raadsman van een zekere Mare Dutroux uit Marcinelle, die zich 
voor het Hof van Beroep van Bergen moet verantwoorden wegens het 
ontvoeren, folteren en verkrachten van tienermeisjes in de streek van Charleroi. 

Hoe de marginale jongelui in het dossier- Van Hees aan hun advocaten 
geraakten, is op zich ook weer een boeiend epos. In de nacht van 31 juU op 1 
augustus 1986 vinden we vier oude bekenden terug op een drugsfuif in Brussel. 



225 



Ef wordt gesnoven en gespoten dat het een lieve lust is. Zijn aanwezig: Alain 
Lenglet, Sylvia Ros si, Mare Duriau (Clochard) en diens jonge advocaat Paul 
Blontrock. Duriau overleeft de nacht niet. Lenglet heeft hem een iets te royale 
dosis heroïne toegeschoven. Lenglet zal hiervoor veroordeeld worden tot een 
correctionele gevangenisstraf van zes jaar. Paul Blontrock wordt een jaar na de 
feiten gearresteerd wegens drugshandel met de Van Hees-arrestanten. Een van 
de punks zal vele jaren later verklaren dat "Clochard uit de weg geruimd is 
omdat hij teveel wist.' 

En dat is ook de visie van Clooth zelf Op 10 februari 1987 legt hij de 
speurders uit hoe hem ter ore is gekomen dat Clochard twee dagen voor zijn 
dood slaande ruzie heeft gehad met Lenglet. AUes draaide rond zijn alibi, zijnde 
zijn aanwezigheid in Agoragalerij, de avond van de moord. Clochard was daar 
ook, zegt Clooth. Hij had wroeging gekregen en wou alles gaan vertellen aan de 
GP Wat duidelijk tegen de zin was van Lenglet.''*^ 

Op 19 september 1991 stapt Pierre Van Hees de kantoren van de 
Brusselse GP binnen. Onlangs heeft hij een praatje gemaakt met Alphonse 
Van Asse. Die is, net als vader Van Hees zelf, uitbater van een krantenwinkel. 
De winkel van Van Asse ligt slechts enkele straten verwijderd. Na de dood 
van Christine Van Hees gebeurden er vreemde dingen. Er kwamen 
dreigtelefoontjes, stijl: ~We krijgen je wel!' Eén keer werd er ingebroken bij 
Van Asse, één keer werd er brand gesticht. Vader Van Hees merkt op dat zijn 
naam goed Hjkt op die van Van Asse en er in hoofde van de daders misschien 
wel een misverstand in het spel is. De GP neemt akte van zijn verklaring, en 
doet er verder niets mee.*49 

De familie Van Hees krijgt meer en het gevoel dat niemand zich nog 
echt interesseert in de moord. Enkele maanden na de feiten is GP'er Guy 
CoUignon, Michel Van Hees onaangekondigd uit de klas komen plukken. Hij 
reed met een dure Alfa Romeo, weet de jongere broer van Christine nog. 
Samen maakten ze een ritje dat eindigde voor de deur van de familie Van 
Hees. "Terwijl ik zat te eten, legde CoUignon me uit dat het onderzoek 
evolueerde in de richting van belangrijke, hooggeplaatste personen', zegt 
Michel Van Hees later. "Hij zei dat het beter was om die mensen met rust te 
laten, dat hij binnenkort promotie zou maken en zich waarschijnlijk niet meer 
met het dossier zou bezighouden.' Uit de wijze waarop hem dat verteld werd, 
maakte Michel Van Hees op dat ze maar beter alle hoop op het vinden van de 
dader konden opbergen.*50 CoUignon maakte korte tijd later promotie. 

In 1991 is er nog even een opstoot van speurijver te bemerken. Een nieuwe 
GP'er neemt de leiding van het onderzoek. Bij een herlezing van al wat er tot 
dan toe aan gegevens is ingezameld, valt zijn oog op proces-verbaal 5125 dat 
de poUtie van Oudergem op 27 februari 1 984, twee weken na de feiten, 
opstelde. Daarin komt een buurtbewoner aan het woord die zegt dat hij 
Christine Van Hees in oktober 1983 lang heeft zien praten met de bestuurder 
van een zwarte auto met een grote adelaar op de motorkap. Misschien is dat 
wel een spoor. Er wordt - ruim zeven jaar na de feiten - alsnog een 
buurtonderzoek verricht en verschil- 



226 



lende mensen herinneren zich eveneens een zwarte of donker gekleurde auto 
met een adelaar erop. Een klasgenoot meent dat hij zo'n auto net na de 
kerstvakantie van 1983-84 voor de school heeft opgemerkt. De twee 
inzittenden meden elk contact en hij denkt dat Christine die twee mannen 
kende. Hij schat ze twintig tot vijfentwintig jaar oud. ~Ze waren sportief 
gekleed, het waren geen punks of skinheads.'*51 Er komen nog andere 
getuigenissen over de donkere auto en via een spel van toetsing en eliminatie 
besluiten de speurders dat het moet gaan om een Pontiac Firebird Trans Am. 
Van dat model van sportu-agen is er in het begin van de jaren tachtig maar een 
klein aantal op de Belgische markt verkocht. In de standaardversie stond de 
zilverkleurige adelaar op elke motorkap. In totaal, blijkt later, reden er in België 
in 1984 een kleine duizend auto's rond die kunnen voldoen aan de 
beschrijvingen. 

Het verhoren van buren en kennissen, zovele jaren na datum, is niet zo 
gek als het Hjkt. De vriendinnen van Christine Van Hees praten nu makkelijker 
dan toen. Iedereen bUjkt altijd te hebben geweten dat ze regelmatig spijbelde 
en er ook soms 's nachts, wanneer haar ouders sUepen, aUeen op uittrok. 
Zeven jaar later blijkt echter niemand nog echt zo zeker te zijn of ze daarbij in 
punk- of aanverwante milieus terecht kwam. Een ander vermoeden uit 1984 
wordt nu wel een quasi-zekerheid. Christine Van Hees had een dagboek en 
hield dat op een obsessionele manier geheim. Uit vrees dat haar broers of haar 
ouders het zouden vinden, verstopte ze het in een verlaten huis nabij het 
metrostation Delta. Het huis werd "Le Chalet' genoemd en daar werd in mei 
1984 een bizarre vondst gedaan: een grote envelop waarin de rijkswacht de 
spuUen van gedetineerden opbergt tijdens hun transport. De envelop was 
afkomstig van de rijkswacht van VUvoorde en bestemd voor de brigade van 
Brussel.*52 

In 1991 is er plots weer een verdachte, een beroemde verdachte nog wel. 
Michel Strée, de labiele jongeman uit Luik die op 14 november 1980 een bus 
vol schoolkinderen kaapte en daarmee de tv-studio's van de RTBf 
binnendrong, reed in 1984 met een Pontiac Firebird Trans Am en een 
Chevrolet Caprice. Beide auto's waren zwart en hadden een adelaar op de 
motorkap. *53 Na een lange en intensieve zoektocht büjkt dat Strée in februari 
1984 onmogelijk in Brussel kan zijn geweest. Er wordt nog wat verder 
gespeurd naar de auto met de adelaar, maar het levert niks op. In juni 1996 
vinden de ouders van Christine Van Hees een brief van onderzoeksrechter 
Jean-Claude Van Espen in hun bus. Tot zijn grote spijt moet de magistraat hen 
melden dat de moordenaar van hun dochter Claudine niet gevonden is en het 
dossier nu zal worden teruggestuurd naar het parket. Einde van het onderzoek. 
Na dertien jaar kent de onderzoeksrechter nog steeds de naam van het 
slachtoffer niet. 

De ouders hebben in 1995 hun winkel verkocht. Vader Van Hees kreeg last aan 
het hart. Er zijn inmiddels kleinkinderen en die zijn ten aUen tijde welkom. Dat 
helpt om even aan iets anders te denken. De muren in de living doen dat niet. 
Daar lacht een levenslustige Christine vanop foto nog altijd alle aanwezigen toe. 
Bij het escaleren van de zaak-Dutroux kijken Pierre en Antoinette met verbazing 



227 



toe hoe Gino Russo, Paul Marchal en anderen menigten in beweging brengen 
rond een problematiek waar weinigen zo lang en zo pijnlijk mee geconfronteerd 
werden als zij. Elke dag, bij het openslaan van de krant, schreeuwt een nieuwe 
vader of moeder om aandacht voor een verdwenen of vermoord kind. Op geen 
enkel moment komt het bij hen op om aandacht te vragen voor Christine. Het is 
al zo lang geleden. En ook: niemand vraagt hen wat. Tot 29 oktober 1996, een 
week na de witte mars. De telefoon rinkelt. BOB Brussel. "Mogen wij heel even 
langskomen? In verband met uw dochter.' 

Michel De Mulder voelt het wantrouwen, die ochtend. De eerste wacht- 
meester van de antenne -Neufchateau heeft van zijn oversten het meest strikte 
verbod opgelegd gekregen om met ook maar een woord te reppen over XI. De 
Mulder prevelt iets over formaliteit, routine, databases, verificaties... niks bijzon- 
ders. Antoinette Van Hees geeft hem zeven foto's mee en hij moet beloven dat 
hij die zo snel als mogelijk weer terugbrengt. ~Maak er kopieën van.' Een kop 
koffie wil De Mulder wel, in de gauwte. "De gerechtelijke politie was goed bezig, 
maar er is daar toen het een en het ander gebeurd binnen die dienst en toen is 
het fout gelopen', zegt Pierre Van Hees hem. Langs zijn neus weg vraagt de De 
Mulder of ze ooit het dossier hebben kunnen inkijken. Nee, dat hebben ze niet. 
Ze hebben niks. Moeder Antoinette is door de GP voor het eerst verhoord... in 
1991. De meter van Christine is nooit verhoord. Nochtans kende ze het meisje 
heel goed. Toen de GP er in 1992 eindelijk toe kwam eens met haar te gaan 
praten, was ze al overleden. 

Op 4 december 1996 stappen de adjudanten Patriek De Baets en Mare 
Mertens het kantoor van nationaal magistraat Duinslaeger binnen. Daar ligt 
het. Tien dikke mappen. Het dossier-champignonnière. Duinslaeger heeft de 
verklaringep van XI zitten bestuderen. Het is hij die besloten heeft dat de 
"Kristien' waarvan sprake moeilijk iemand anders kan zijn dan Christine Van 
Hees. Hij heeft substituut Paule Somers in kennis gesteld van de nieuwe 
gegevens en zo de juridische weg geëffend voor een heropening van het 
onderzoek. "Zorg dat het intact blijft', zegt Duinslaeger. Zoveel papier. Nu 
zullen ze het misschien weten. Mertens is geen believer, allerminst. Hij 
verwacht meer van deze stapel bestoft papier dan van een tranendal in de 
verhoorkamer. Indien Dutroux en Nihoul iets te maken zouden hebben met 
de moord op Christine Van Hees, dan zou het in het oude onderzoek toch al 
behoorlijk mis moeten gelopen zijn als er geen enkele indicatie in die richting 
in zou zitten, redeneert hij. 

Wanneer De Baets en Mertens met hun vracht papier in de kantoren van 
de antenne-Neufchateau aankomen, staat eerste wachtmeester Aimé BiUe hen 
met spanning op te wachten. Dit is een kolfje naar zijn hand. In het onderzoek- 
Neufchateau is BiUe met grote voorsprong recordhouder inzake het produceren 
van processen-verbaal. BiUe is niet de grote strateeg. Hij is eerder het werkpaard, 
de gewetensvolle uitvoerder. Hij verhoort soms tien, vijftien mensen per dag. 
Verspüt geen tijd aan het koffieapparaat, gaat 's middags nooit lunchen. Zijn 
taak, zegt De Baets, zal er nu in bestaan een bevattelijke synthese te maken van 



228 



het oude gerechtelijke dossier. Hij krijgt daarbij de assistentie van wachtmeester 
Khalifa, een beginnend rijkswachter. Bij de Brusselse BOB is er inmiddels heel 
wat gebeurd. De antenne-Neufchateau is opgericht. Men gaat ervan uit dat deze 
speurderscel zich in lengte van jaren met niets anders zal bezighouden dan de 
nevendossiers. Er is een commandant aan het hoofd van de antenne geplaatst: 
Jean-Luc Duterme. Hij is een officier aan wie de demiHtarisering van de rijks- 
wacht compleet voorbij is gegaan, zo blijkt algauw. 

"En wat ben jij aan het doen?' vraagt commandant Duterme aan Büle, wan- 
neer die op zaterdag 14 december in de tien ringmappen zit te ploeteren. In de 
ogen van Duterme horen rijkswachters niet op zaterdag te werken, tenzij ze 
voor 

af minstens in tweevoud een goed gemotiveerde schriftelijke aanvraag hebben 
ingediend, die bovendien moet goedgekeurd zijn door zijn hiërarchische over- 
sten. "Mijn chef heeft mij gevraagd een synthese te maken', werpt Büle op. "Ik 
heb u nochtans niks gevraagd', zegt Duterme. Hij geeft BiUe de instructie de 
samenvatting zo snel als mogeUjk te voltooien. 

Op 23 december is een eerste 88 pagina's tellende samenvatting klaar. De 
woorden van commandant Duterme indachtig, heeft Aimé BiUe er enkel de 
voor de exploitatie van de getuigenissen van XI noodzakelijke dossierstukken 
in opge 

nomen. Wanneer de hele kwestie op 2 januari 1997 wordt besproken in het 
kantoor van substituut Somers, vraagt zij BiUe waarom hij niet het héle dossier 
heeft samengevat. Want zoals de zaken er nu voorstaan, zou het er kunnen op 
lijken dat men het onderzoek bewust oriënteert op basis van wat XI vertelt. 
BUle wü maar wat graag een complete synthese maken, krijgt daartoe de 
opdracht en gaat weer aan het werk. Hij krijgt prompt een sanctie van 
commandant Duterme wegens insubordinatie. Hij wordt op staande voet uit de 
antenne-Neufchateau verwijderd. Pas na bemiddeling van De Baets en Mertens 
mag hij terugkeren.*54 

Commandant Duterme maakt er geen geheim van dat hij gegronde 
twijfels heeft bij XI. Zijn hoofdbedenking getuigt van een gezonde 
nuchterheid: hoe kan Christine Van Hees in godsnaam Dutroux en Nihoul 
hebben ontmoet, wanneer uit aUe tot dan toe in Neufchateau verrichtte 
onderzoeksdaden gebleken is dat zij elkaar pas in 1995 hebben leren kennen? 
Wanneer Büle op 28 januari 1997 zijn syntheserapport aflevert, is hij ervan 
overtuigd dat Duterme hem met een verontschuldigende schouderklop zal 
onthalen. 

Een van de eerste dingen die Büle bij het doorbladeren van het dossier is opge- 
vaUen, is de transcriptie van een geluidscassette. Ze is als bijlage aangehecht bij 
het proces-verbaal met nummer 33797 dat de poütie van Etterbeek op 27 aprü 
1987 om 16.10 uur 's namiddags heeft opgesteld. Er is daar een anoniem tele- 
foontje binnengelopen en dat is destijds opgenomen. BiUe gaat het bandje 
ophalen bij de griffie van de Brusselse correctionele rechtbank en beluistert het. 

- Politie van Etterbeek? Excuseer mijnheer. Als u een beetje op de hoogte 
wü bUjven, ga dan maar eens naar het café Dolo, in de Phüippe 
Baucqstraat nummer 140. Agent: Wat gebeurt daar? 



229 



- U zou er misschien een en ander aan de weet kunnen komen 
over de Champignonnière. 

Agent: Hoe bedoelt u? 

- Op de hoek van de Phiüppe Baucqstraat, de Dolo. Als u daar af en toe 
naartoe zou gaan, zou u meer weten over de Champignonnière. 

Agent: Waarom zegt u dat, mijnheer? 



Daarop wordt de verbinding verbroken. Onderzoeksrechter Van Espen, merkt 

Bille, heeft op 30 april 1987 een kantschrift opgesteld waarin de GP wordt ver- 
zocht na te gaan wie de anonieme beller kan zijn geweest en op wat voor soort 
etablissement hij met zijn tip doelt. Op 22 mei stuurt GP'er Vercruysse zijn 
bevindingen naar Van Espen. Daarin is geen sprake meer van The Dolo. De 
GP'er heeft het over een café Chez Dolores en stelt dat de stem door de politie 
van Etterbeek geïdentificeerd is als zijnde die van "een jonge Noord- 
Afrikaan'.*55 Van enig verder onderzoek naar het soort klanten dat bij The 
Dolo over de vloer komt, is in het pv geen sprake. Er is geen enkele vorm van 
onderzoek naar verricht. 

Sinds 23 augustus 1984 zit er ook een verklaring in het dossier waarin de 
speurders ertoe worden aangemaand hun Hcht te gaan opsteken bij Radio 
Activité. Deze tip is niet anoniem. Ze komt van Freddy VD.S. Hij is vanaf eind 
1983 portier in de dancing New Inn langs de Waversesteenweg, vlakbij de oude 
kampernoeliekwekerij. Daar recht tegenover bevindt zich het café Les 
Bouffons. Daar komt nogal wat ruig volk over de vloer. Volgens Freddy 
V.D.S. kwam Christine Van Hees er eind 1983 meermaals, laat in de avond. Hij 
vond dat ze "erg uitdagend' gekleed was en zag haar in het gezelschap van een 
jonge paracommando genaamd Mare Goossens en enkele lui van Radio 
Activité, die van Les Bouffons hun stamkroeg hadden gemaakt.*56 De zender 
Radio Activité was gevestigd boven het gemeentelijk zwembad van Etterbeek, 
waar Christine Van Hees eens per week ging zwemmen. Büle begint te tellen 
hoeveel keren er in het oude dossier melding wordt gemaakt van Radio 
Activité. Dat is onbegonnen werk. Meerdere getuigen zeggen dat Christine Van 
Hees af en toe naar Radio Activité ging. Michel Nihoul was een vaste klant in 
The Dolo en zwaaide de plak bij Radio Activité. Toeval, misschien. Maar je kan 
er niks over zeggen, want de GP heeft al die jaren maar één piste willen zien: 
de punks. Ze krijgt daarbij de opmerkelijk actieve steun van een zekere 
Dominique L. Het is hij die Alain Lenglet de nor heeft ingepraat.*57 

Wanneer BiMe de naam van Dominique L. invoert in de 
rijkswachtcomputer, komt er een lijst van achttien feiten te voorschijn waar 
de man ooit mee in verband is gebracht. L. wordt in vijfvoud geseind via het 
Centraal Signalementen Blad (CSB) van de Belgische politiediensten. In 1990 
liep er tegen hem een onderzoek wegens ontucht met een meisje dat jonger 
was dan veertien. In dat verband is bij hem een onderzoek verricht en werd 
er kinderporno gevonden. Een bij het Brussels parket tegen L. geopend 
zedendossier wordt om onduidelijke redenen zonder gevolg geklasseerd. In 
1985 werd L. opgepakt wegens verbo- 



230 



den wapenbezit. Hij trachtte toen te ontkomen door te zwaaien met een kaart 
waarop hij zich identificeerde als inspecteur van de GP De kaart zag er wel uit 
als een GP-kaart, maar bleek vals. Toen dat werd ontdekt, verklaarde L. dat hij 
"heel veel mensen kent' bij de Brusselse GP - wat gezien zijn veelvuldige inter- 
venties in het dossier- Van Hees niet gelogen lijkt.*58 Zou het kunnen dat 
Dominique L. uitgestuurd is om de speurders op een dwaalspoor te brengen? L. 
moet Michel Nihoul in 1984 gekend hebben. Niet alleen zaten ze samen bij 
Radio Activité. Dominique L. werkte ook occasioneel voor de gemeente 
Etterbeek, wanneer men daar soirées organiseerde in de gemeentelijke zaal De 
Gerlache of in het beruchte kasteel Fauk-les-Tombes. Hij wordt later 
bovendien buitenwipper in The Dolo. 

Bij haar laatste pogingen om van dit onderzoek nog iets te bakken, is de 
GP in april 1 992 NathaMe G. voor een tweede keer gaan verhoren, zo stelt Büle 
vast. NathaMe G. was de jeugdvriendin van Christine Van Hees. Tijdens het 
verhoor geeft ze de speurders inzage in haar dagboek. In het oude dossier zit nu 
een fotokopie van wat ze op 29 februari 1984, twee weken na de moord, 
schrijft. Ze wendt zich in emotionele bewoordingen tot haar vermoorde 
vriendin: "Ik denk heel veel aan jou en aan alle stommiteiten die we samen 
hebben begaan. Er zal altijd een geheim blijven dat ons verbindt, een geheim 
dat altijd tussen ons zal blijven en dat niemand anders zal kennen.' Tegenover 
de speurders wil NathaMe G. met geen woord reppen over dit geheim. "Het 
heeft absoluut niks te maken met jullie onderzoek', bezweert ze hen.*59 
NathaHe G. zegt dat ze Christine Van Hees voor het laatst zag op zaterdag 11 
februari 1984. Nathalie G. woonde in dezelfde straat, en Christine was op 
bezoek gekomen. Ze gedroeg zich vreemd, vond ze. "Toen ze wegging, vroeg 
ze me aan de deur te blijven staan tot ze zelf haar huis binnen was. Dat had ze 
me nog nooit eerder gevraagd. "*60 

In een onderzoek naar de gruwelijke moord op een meisje van zestien 
beoordeelde de Brusselse GP dit klaarbMjkeHjk als een niet terzake doende 
bijkomstigheid. BiUe leest het hele dossier van achter naar voor en van voor 
naar achter, maar uit niets blijkt dat de GP iets heeft ondernomen om na te 
gaan door wie Christine Van Hees zich bedreigd kon voelen, tenzij door 
punks. "Het is nochtans écht waar', zegt NathaMe G. wanneer BiMe haar zelf 
gaat verhoren. "Christine vroeg me om haar te vergezellen tot ze haar huis 
binnen was. Ze was bang. Het was geen komedie. Ze was écht heel bang. Ze 
heeft me nooit uitgelegd waarom.' 

En ook dit heeft de GP nooit een vermelding in een proces-verbaal, laat 
staan verder onderzoek waard geacht: de nacht voor de moord bemerkte 
NathaMe G. een verdachte zwarte auto voor het huis van de Van Hees.' Een 
Volvo, of een Mercedes, meent NathaMe G. zich te herinneren. "Er zat een 
man achter het stuur. De auto bleef er staan van half twaalf tot één uur 's 
ochtends.' Bille laat Nathalie G. wat bladeren in een album met foto's en 
vraagt haar of ze mensen herkent die ze vroeger ooit in het gezelschap van 
Christine Van Hees heeft opgemerkt. Die daar, zegt ze. En die daar. De foto's 
die ze aanwijst, dragen de codes PIE en PIL. NathaMe G. heeft er zelf geen 
flauw benul van wie ze heeft aangewezen. Aimé BiMe weet dat wel. PIE en 
PIL zijn twee uit het begin van de jaren 



231 



tachtig daterende foto's van Mare Dutroux.*61 

Vaker nog dan de zender Radio Activité in het oude dossier duiltt de naam 
Poseidon op. De GP'ers hebben destijds een dertigtal vroegere bezoekers van 
de schaatsbaan in Sint-Lambrechts-Woluwe ondervraagd. Christine Van Hees 
k_wam er in de maanden voor haar dood bijna weitelijlts en ontmoette er 
jongeren van diverse pluimage. Ook het (trachten te) identificeren van de vele 
vrienden en vriendinnen die ze daar ontmoette, leidt tot een ellenlang lexicon 
van lapnamen en voornamen. Eén ervan is Mare C, ook wel bekend als "Mare 
de Zwitser'. Maar daarnaast was er nog een andere Mare, verklaart Poseidon- 
bezoekster Ariane M. in maart 1986. Volgens haar had Christine Van Hees 
kort voor haar dood een afspraakje met deze onbekende Mare. "Ik weet niet 
wie hij is, maar als ik me goed herinner, heb ik horen zeggen dat hij uit la 
provincc kwam, uit de streek van Bergen.' *62 

Was dit Mare Dutroux? Was het de nooit geïdentificeerde paracommando 
die zich Mare Goossens placht te noemen? De GP nam de moeite niet om het 
uit te zoeken, de speurders van de antenne-Neufchateau wel, maar zij zullen er 
in 1997 de tijd niet voor krijgen.*63 Zeker is dat er bij de bezoekers van de 
Poseidon nooit sprake is geweest van Mare Goossens, als dat al zijn familienaam 
is. De persoonsbeschrijving van Goossens stemt hooguit ten dele overeen met 
die van Dutroux. Wat wel zou kunnen overeenstemmen, is de verklaring van 
een vriendin van Christine Van Hees, die beweert dat ze kort voor haar dood 
"iemand uit een groep motorrijders' had ontmoet. Er zijn redenen om te geloven 
dat het hier gaat om de mysterieuze "Mare uit de streek van Bergen. '64 Het is 
Mare Dutroux zelf die eind 1996, na afloop van een verhoor, een gesprek 
aanknoopt met enkele BOB'ers. Het gesprek gaat over moto's. Hij heeft er meer 
dan tien jaar geleden ook nog één gehad, zegt Dutroux. En, voegt hij eraan toe: 
"Ik trok toen af en toe op met een motorbende uit de streek.'*65 

Van Mare Dutroux is geweten dat hij uitstekend kan schaatsen, en dat hij 
in het midden van de jaren tachtig meermaals jonge meisjes ging lastigvallen op 
schaatsbanen of aan de uitgangen van zwembaden. Hij leerde Michèle Martin in 
1981 kennen op de schaatsbaan van Vorst, waar hij een tijdlang opzichter was, 
samen met de toen negentienjarige Brusselaar Francis H. Niemand anders dan 
Michèle Martin zelf legt de speurders van Neufchateau op 4 december 1996 uit 
hoe en waar ze Dutroux tegen het lijf liep en wat ze in die periode samen deden. 
"In die tijd, toen we elkaar pas kenden, gingen we samen naar de schaatsbanen 
van Vorst en Woluwe, de Poseidon dus', verklaart Martin. "Dutroux ging toen 
elke week naar de Poseidon. Vanaf 1983, toen ik zwanger werd, ging Dutroux 
alleen schaatsen. Ik mocht zelfs niet meer mee om in het cafetaria te gaan zitten. 
Wat hij wou, was ongestoord meisjes kunnen verleiden.'*66 Frédéric Dutroux 
wordt geboren op 2 juni 1984. Op 13 februari van dat jaar is Michèle Martin 
bijna zes maanden zwanger. 

Op 12 aprü 1997 wordt Francis H. verhoord door de Brusselse BOB. Ook 
van hem willen de speurders meer te weten komen over het schaatsgedrag van 



232 



Dutroux. "Ik heb hem in 1981 leren kennen op de schaatsbaan van Vorst', ver- 
klaart hij. "Het is op de schaatsbaan van Vorst dat we Michèle Martin verleid 
hebben, hij dan vooral. We gingen later ook soms naar de Poseidon, maar 
Michèle Martin was daar nooit bij. Ik heb haar nooit zwanger gezien.' Wat 
Francis H. wel nog weet, is dat het schaatsen voor Dutroux toen al een 
voorwendsel was om jonge meisjes te kunnen lastig vallen. Verder dan eind 
1983 reikt de kennis van H. evenwel niet. Het kwam tot een fel dispuut met 
Dutroux omdat die had ingebroken bij hem. Dutroux reed in tijd ook al rond 
met een bestelwagen. Daar lag altijd een matras in, weet H. nog. "Dutroux 
overnachtte namelijk in zijn auto.'*67 

Francis H. werkte in het begin van de jaren tachtig bij de vrije radio Arc- 
en-Ciel in Schaarbeek. Daar werkte toen ook een zekere PhiHppe Moussadyk. 
Wanneer speurders van de Brusselse GP enkele dagen na de moord op 
Christine Van Hees haar slaapkamer doorzoeken, vinden ze een klein 
telefoonboekje. "Hoofdzakelijk klasvriendinnen, buren en familieleden', 
concludeert GP'er CoHignon in een proces-verbaal.*68 Daarin wordt ook 
verder onderzoek van de telefoonnummers aangekondigd, maar daar\ran vindt 
Aimé BiUe in het oude dossier geen spoor terug. In het telefoonboekje van 
Christine Van Hees staat onder meer dit: "736.16.43 = Phil Chevaüer, FM 
Inter'. Phil Chevaüer blijkt het pseudoniem te zijn van een deejay bij deze vrije 
radio. Zijn naam: Phüippe Moussadyk. Conclusie: Christine Van Hees ging 
schaatsen op dezelfde schaatsbaan als Mare Dutroux en was bevriend met een 
collega van diens beste vriend. Francis H. sluit zich sinds de zaak-Dutroux af 
voor de buitenwereld. Phüippe Moussadyk ontvluchtte België. 

Moussadyk is wel op 27 september 1984 door de Brusselse GP verhoord. 
Niet naar aanleiding van het telefoonboekje, maar doordat een vriendin van 
Christine Van Hees hem aanwees als iemand die haar goed heeft gekend. Wat 
Moussadyk die dag verklaart, werpt niet alleen een geheel nieuw Hcht op de 
tijdsbesteding van Christine Van Hees in de laatste maanden van haar leven. 
Het lijkt er sterk op dat Moussadyk iets wü verbergen. Hij vertelt een verhaal 
dat chronologisch langs alle kanten rammelt. "Ik leerde dat meisje meer dan 
een jaar geleden kennen', verklaart hij. "Ze had me gebeld omdat ze een opstel 
moest maken over de media, dat moet rond Kerstmis van 1983 zijn geweest. 
Alles samen, is ze zeven of acht keren bij mij geweest. Ze kwam altijd 's 
namiddags, en ik denk dat ze toen spijbelde. Ze kwam rond twee uur en bleef 
tot zes uur.' Ze is nooit verliefd geworden op hem, "maar we waren wel erg 
intiem.' Hij herinnert zich ook levendig hoe ze hem een op Valentijnsdag een 
geschenkje bracht. Hij ging ook wel eens met haar naar Radio Cinquantenaire, 
alweer een andere vrije zender, waar hij van november 1983 tot februari 1984 
actief was. Wanneer Moussadyk wordt gevraagd waarom hij niks van zich heeft 
laten horen, antwoordt hij dat hij niet wist dat ze vermoord werd. Nochtans, 
repliceren de speurders, hebben de kranten vol gestaan over de moord en is de 
foto van Christine Van Hees her en der ook gepubliceerd. "Ik lees geen 
kranten', zegt Moussadyk, wat op z'n minst vreemd mag worden genoemd 
voor iemand die tienermeisjes ontvangt om hen te helpen bij schoolwerkjes 
over "de media'. En er is nog iets vreemds. Christine Van 



233 



Hees is daags voor Valentijnsdag 1984 vermoord. Hoe kan ze hem dan een 
geschenk hebben gegeven? ~Ik heb me vergist, dat moet dan een jaar eerder 
geweest zijn', zegt de vrije radioman die even daarvoor nog verklaarde dat hij 
Christine Van Hees rond Kerstmis 1983 leerde kennen.*69 

Wat Philippe Moussadyk niét vertelt - de GP trekt het ook niet na - is dat 
liij buiten Radio Arc-en-Ciel, FM Inter en Radio Kiss ook nog bij een vierde zen- 
der actief is: Radio Activité.*70 Op zich is dat niet zo verwonderlijk. Doordat de 
Franse Gemeenschap in die tijd zuinig is met zendvergunningen, worden ze ver- 
plicht tot samenwerking.*71 In de periode waarin Michel Nihoul de duivel-doet- 
al is bij Radio Activité bestaat er een vorm van samenwerking en een intens 
wederzijds verloop van medewerkers. 

Een van de eerste mensen die in de maand december 1996 door de antenne- 
Neufchateau wordt verhoord, is ïvlichel Van Hees, de jongste broer van 
Christine. Het is best mogelijk dat hij op dat ogenbHk beïnvloed is door wat de 
BOB'ers hem vertellen of door de actualiteit, maar hij klinkt vrij zeker van zijn 
stuk: "Ik denk dat ik Michel Nihoul destijds in de cafetaria boven het zwembad 
van Etterbeek heb gezien, en Mare Dutroux op de schaatsbaan in Woluwe." 
Michel Van Hees is niet de enige die zich aan dat soort uitspraken waagt. In het 
voorjaar van 1997 wordt een veertigtal vaste Poseidonbezoekers uit 1984, zonder 
dat daar uitleg bij wordt gegeven, geconfronteerd met een dik fotoalbum. Er ste- 
ken onder meer beelden in van Mare Dutroux zoals hij er in het begin van de 
jaren tachtig uitzag, van Bernard Weinstein, van enkele Neufchateau-verdachten 
en van Jean Van Peteghem, de man die later samen met Dutroux kinderen ging 
ontvoeren. Bijna een op drie haalt de jonge Dutroux eruit. Een zevental schaat- 
sers van weleer wijst ook Bemard Weinstein aan. 

Wanneer de drie met Xl-dossiers belaste parketten in het voorjaar van 
1998 met een tussenpauze van enkele dagen in koor verkondigen dat Regina 
Louf niet langer kan worden beschouwd als een bruikbare getuige, is het 
substituut Paule Somers die namens het Brusselse parket uitleg geeft. Ze doet dat 
onder meer in De Morgen: ~Wij moeten zaken juridisch bewijzen, dat is onze 
taak. De kans dat Mare Dutroux en Christine Van Hees elkaar op de schaatsbaan 
tegenkwamen, is wel zeer klein. Dutroux ging in Vorst schaatsen, Christine in 
Sint-LambrechtsWoluwe. Slechts éénmaal ging ze naar Vorst schaatsen.'73 
Paule Somers heeft blijkbaar weinig gelezen van het dossier waar zij de ver- 
antwoordelijkheid voor draagt. De indicaties als zou Mare Dutroux aan het 
schaatsen zijn geweest op dezelfde baan als Christine Van Hees - niet in Vorst, 
maar in Woluwe - beperken zich niet tot de op zich toch al lichtelijk relevante 
verklaringen van zijn echtgenote en zijn schaatskompaan van toen. Op 13 augus- 
tus 1996, de dag van de beslissende arrestatie van Mare Dutroux, verricht de 
BOB van Charleroi een huiszoeking in zijn huis langs de Route de Philippeville te 
MarcineUe. Laetitia DeUiez en Sabine Dardenne worden die (eerste) keer niet 
gevonden. De speurders nemen wel een aantal documenten in beslag. En wat zit 
daartussen? De uurregelingen van de schaatsbanen van Charleroi, Namen, Vorst 
en... de Poseidon in Sint-Lambrechts-Woluwe. Zo staat het althans in het lang 



234 



en in het breed vermeld in het proces-verbaal dat de BOB over deze huiszoeking 
opstelde.*74 Later wordt, tijdens een huiszoeking in Sars-la-Buissière, ook een 
oude agenda van Michèle Martin onder de loep genomen. Men gaat voor de 
zekerheid na welke de telefoonnummers zijn die daarin voorkomen. Op één 
pagina staan twee nummers genoteerd: 021345.16.11 en 021762.16.33. Het eerste 
nummer is dat van de Nationale Ijsbaan van Vorst Het tweede is dat van de 
schaatsbaan Poseidon in Sint-Lambrechts-Woluwe.*75 

In de brief die Christine Van Hees kort voor haar dood aan haar vriendin 
Patricia S. schreef, heeft ze het over "de gemeenschap'. Dat doet de GP'ers in 
1984 spontaan denken aan een of ander luguber punkgenootschap. Uit de 
getuigenissen die hen bereiken, moet blijken dat Christine Van Hees zich 
aangetrokken voelt tot dat wereldje. Maar er zijn ook andere getuigenissen, zo 
ontdekt Aimé BiUe. Dit is wat hij in de eerste ringmap terugvindt. Het is de 
anonieme getuigenis van een meisje dat dagelijks samen met Christine Van Hees 
de bus nam. Tijdens haar eerste contact met de GP, op 20 februari 1984, wil ze 
enkel anoniem getuigen. 

We leerden elkaar kennen in oktober 1 983. Na verloop van tijd werden onze 
gesprekken steeds intiemer. Christine vertelde zo'n ongelofelijke dingen dat ik 
er van langsom meer van overtuigd raakte dat ze fabuleerde. Ze vertelde me 
dat ze kennis had gemaakt met een groep van mensen. Ze zag die regelmatig in 
een verlaten huis nabij haar eigen woning. Ze zag die mensen regelmatig in de 
maanden oktober en november 1983. Deze mensen waren ouder dan 
Christine. Ze legde me uit dat er in dat huis bijeenkomsten werden gehouden, 
er was een weg naartoe die niemand kende. In de groep zaten nog andere 
meisjes. Af en toe, zei ze, ging ze alleen naar dat huis om er in haar dagboek te 
schrijven. (Christine heeft hier nooit met meisjes van haar klas over gesproken. 
Ik was verbijsterd toen ze me vertelde wat daar gebeurde. Ze zei me dat als ze 
daar ooit over zou praten met haar ouders of haar broers, haar zogenaamde 
Vrienden' haar zouden vermoorden en haar huis in brand steken. Ze Het me 
verstaan dat in deze groep de vrije Hefde werd bedreven (...). Ze zei me dat 
deze groep haar tegelijkertijd aantrok en beangstigde. In het begin van 1984 
kwam het mij voor dat Christine erg veranderd was. Ze was vermagerd, bleker 
en minder goed verzorgd. Ze zei dat ze alle bmggen wüde opblazen omdat er 
erge dingen waren gebeurd. Ik merkte dat ze blauwe plekken had, en een 
brandplek van een sigaret op haar arm. Ze heeft me toen uitgelegd dat het 
begonnen was als een spel, dat die spelletjes langzaam begonnen, maar daarna 
gewelddadig werden. Christine was in conflict gekomen met een van de andere 
meisjes in de groep. Ze voelde zich erg aangetrokken tot een Hd van de bende. 
Ze zei me dat het mogelijk was om je seksueel aangetrokken te voelen tot een 
jongen, zonder daarbij echt van hem te houden. Ze spijbelde. Over haar 
vrienden zei ze: "Het zijn varkens, maar ik voel me goed bij hen.' Ze zei me 
dat, eens je in dat milieu terechtkwam, je er nooit meer uit geraakte. Het had 
weinig zin, zei ze, om er met iemand over te praten aangezien niemand haar 
zou geloven.'*76 



235 



De getuige legt haar ondervragers nog uit dat de mensen die Christine Van 
Hees beschreef "geen punlts, en ook geen sldniieads' waren. Voor zover ze uit 
de woorden van haar vriendin kon opmaken, reden enkelen onder hen met 
moto's, waren ze 20 a 25 jaar oud, en rookte een van hen zware Gitanes. 

Het meisje wordt wel een tweede keer verhoord in 1986. Bij die 
gelegenheid getuigt ze niet langer anoniem. Ze heet Fabienne K. en was even 
oud als Christine. Ze bevestigt haar hele verklaring van twee jaar eerder. Ze 
wordt in maart 1993 nog een derde en een vierde keer verhoord, maar is dan al 
minder openhartig. Daar zijn goede redenen voor. In een eerdere verklaring 
legde ze uit dat ze op jonge leeftijd een abortus heeft ondergaan in een aparte 
medische dienst van de ULB en voegde eraan toe dat Christine Van Hees 
destijds naar dat adres had geïnformeerd. Tot haar ontzetting verneemt 
Fabienne K. dat de GP daarop een huiszoeking heeft verricht bij de be\^aiste 
dienst. Van een dossier met betrekking tot Christine Van Hees wordt geen 
spoor teruggevonden. Tijdens de nieuwe verhoren bevestigt Fabienne K. 
niettemin nogmaals alles wat ze destijds al heeft verklaard, met deze kleine 
toevoeging: "Christine stelde me voor om te spijbelen en mee te komen naar 
die groep, maar dat heb ik geweigerd. '*77 

Aimé Büle ontwaart alweer een intrigerend detail. De man die Fabienne K. 
blijkbaar ongewenst zwanger maakte, heet Derochette. De BOB'er doet even 
navraag, en ja hoor: het gaat om een volle neef van Patrick Derochette. Hij zat 
in 1984 in dezelfde school als Christine Van Hees, maar heeft zo op het eerste 
zicht met de hele affaire niks te maken .*78 Fabienne K. zal door de antenne- 
Neufchateau nooit worden verhoord. Na haar schooltijd kreeg ze te maken met 
drugs en belandde ze in de prostitutie. 

Wat als Regina Louf niet had bestaan, maar het gerechtelijke apparaat in België 
eind 1996 al voldoende geautomatiseerd was om te reageren op trefwoorden 
als Radio Activité, Poseidon, Dolo of Francis H.? "Dan zou het dossier- Van 
Hees net zo goed zijn heropend', bHkt een ex-speurder van de antenne- 
Neufchateau terug. "Voor mijn part mag je alles, werkelijk alles uit het verhaal 
van XI elimineren en naar het rijk der fantasie verwijzen. Ik geloof, achteraf 
bekeken, ook niet zo veel van wat ze vertelt. Alleen het dossier van de 
Champignonnière, dat begrijp ik niet. Ik zou het willen begrijpen, maar ik kan 
het niet. Zelfs als die hele getuigenis tot stand is gekomen dankzij suggestieve 
vragen, een rijke fantasie en toevalstreffers, dan nog is dat geen verklaring voor 
alles wat er in het oude dossier staat. Dat zijn feiten.' 

Terug naar de auto met adelaar. De GP heeft in 1991 hemel en aarde 
bewogen om iemand te vinden die met zo'n auto rijdt en die Christine Van 
Hees kan hebben ontmoet. 'Ik werkte in die tijd als vrijwilliger bij Radio 
Activité', zegt Didier V "Ik kende Michel Nihoul goed. Hij reed in die tijd met 
een donkerbruine Mitsubishi Celeste, met een adelaar op de motorkap. Ook 
zijn vriendin Marleen De Cokere reed daarmee rond.'*79 "Het was een Datsun, 
of een Mitsubishi Celeste', meent buurtbewoner Jean-Pierre G.. "Ik zag die auto 
vaak voor de kantoren van Radio Activité. "*80 "Inderdaad, een bruine 
Mitsubishi', zegt 



236 



vrije radioman D.V "Ik weet niet of er een adelaar op dc motorkap stond afge- 
beeld, maar het zou kunnen." "Nihoul had in die tijd een bruine Datsun Coupé, 
twee deuren, met een adelaar op de motorkap', zegt Dolo-bezoeker en vrije 
radioman Christian V.G. "Hij heeft me meermaals een Hft gegeven met die 
auto."*82 Daags voor hij en zijn collega's uit het onderzoek worden verwijderd, 
bekomt eerste wachtmeester BiUe bij het ministerie van Verkeerswezen 
bevestiging dat Marleen De Cokere zich in aprü 1983 een Mitsubishi Celeste 
aanschafte.*83 

Wat de speurders over Mare Dutroux weten, is dat hij in 1984 een 
zwer\rend bestaan leidde en ongeveer op dezelfde wijze aan de kost kwam als 
tien jaar later. Auto's stelen, bouwwerven beroven... dat soort dingen. Maar wat 
leert een analyse van zijn bankrekeningen? Op 15 februari 1984, twee dagen na 
de tnoord op Christine Van Hees, opent Mare Dutroux bij de bank Crédit 
Professionel du Hainaut een rekening met nummer 125-3655647-02. Deze 
rekening wordt onmiddellijk gevoed met een storting van 35.000 frank. Twee 
dagen later, op 17 februari 1984, volgt een storting van 100.000 frank. Bij 
dezelfde bank hebben Dutroux en Martin nog een andere rekening, met het 
nummer 125-4471447-32. Op die rekening wordt eveneens op 15 februari 1984 
een bedrag van 50.000 frank gestort. Dezelfde dag arriveert op die rekening ook 
nog eens 15.000 frank. Alleen van de laatste twee stortingen is in de archieven 
van de bank iets terug te vinden. De 50.000 frank is cash overhandigd aan het 
loket, de 15.000 frank kwam per cheque. "In totaal wordt in de week na de 
moord op Christine Van Hees 200.000 frank gestort op de rekeningen van Mare 
Dutroux', concludeert Aimé Büle.^'* Zijn collega Baudouin Dernicourt heeft 
negen maanden eerder ook de rekeningen van Mare Dutroux bij de Crédit 
Professionel du Hainaut onderzocht. Hij stelt vast dat er op deze rekening sinds 
1986 geen financiële bewegingen meer geweest zijn en besluit: "Niets belangrijks 
te melden voor ons onderzoek. '*85 Merkwaardig, hoe twee BOB'ers binnen 
dezelfde onderzoekscel en op basis van exact dezelfde gegevens tot totaal 
tegenstrijdige bevindingen komen. 

Verontrustend is ook de wijze waarop de GP met dit onderzoek omsprong. Een 
destijds in de buurt van het misdrijf teruggevonden sjaal - mogelijk van Christine 
Van Hees - is zoek geraakt. Van een tijdens een huiszoeking in haar slaapkamer 
teruggevonden telefoonboekje blijken de nummers nooit te zijn nagetrokken. Het 
telefoonboekje zit trouwens niet meer in het dossier. De GP'ers hebben het 
gewoon teru^egeven aan de ouders, waar de BOB'ers het vele jaren later kunnen 
recupereren.... En wat blijkt dan? De GP'ers hebben er zelf met potlood notities 
in zitten maken. Bij een van de vriendinnen schrijven ze: "Geen contact meer mee 
gehad.' Wanneer de BOB de vriendin toch maar gaat opzoeken, zegt die dat ze 
Christine Van Hees een week voor haar dood nog heeft gezien.*86 

Christine Van Hees is begraven op 21 februari 1984. Bij die gelegenheid 
filmde en fotografeerde de GP een groot aantal aanwezigen. Van die beelden is 
in het dossier geen spoor terug te vinden. De "brief aan Party, het laatste signaal 
dat 

het slachtoffer voor haar dood uitzond, wordt pas in 1 989 aan het dossier 
toegevoegd. Dokter Hallard, de man die Christine Van Hees eind januari 1984 
aan 



237 



een vals ziektebriefje hielp, wordt niet eerder verhoord dan in december 1988, 
bijna vijf jaar na de feiten. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de dokter zich 
niets meer kan herinneren.*87 

In 1984 melden enkele getuigen dat ze Christine Van Hees meermaals 
hebben zien aanbellen voor een herenhuis aan de Adolphe BuyUaan 144 in 
Elsene. De GP beperkt haar speurtocht tot het even ter plaatse gaan en noteren 
welke 

namen er naast de huisbel staan vermeld. De antenne-Neufchateau zoekt 
verder, omdat ze geïntrigeerd is door een welbepaalde naam: Cl. Leroy. Vrij snel 
blijkt dat het niet ging om de vroegere Brusselse substituut, maar om een 
studente. Het onderzoek wijst tevens uit dat Christine Van Hees nooit in dat 
appartement is geweest De getuigen verwarden haar met een van haar nichtjes - 
wat meteen weer vragen doet rijzen over de manier waarop de GP getuigenissen 
registreerde.*88 

In de weken na de moord gaat de GP stiekem de nummerplaten noteren 
van de bezoekers van de Poseidon. Van de opgeschreven nummers wordt een Hjst 
toegevoegd aan het dossier, maar nooit zal de GP zich de logische moeite 

getroosten 

om na te trekken aan wie die nummerplaten toebehoren. Dat zal pas dertien jaar 
later gebeuren, wanneer de antenne-Neufchateau de zaak naar zich toetrekt.^' Op 
28 februari 1984 wordt Albert D.B. verhoord. Hij is een jonge fotograaf voor wie 
Christine Van Hees kort voor haar dood heeft geposeerd. Het zijn onder meer 
deze foto's die tot vandaag in de woonkamer van vader en moeder Van Hees han- 
gen. Wanneer hij eind febmari 1984 verhoord wordt door de GP - die op dat 
moment rog niets in handen heeft om achter de punks aan te zitten - wordt D.B. 
er naar eigen zeggen op onzachte wijze toe aangemaand meteen maar 
bekentenissen af te leggen. "Ze hebben er toen mee gedreigd dat ze me een injec- 
tie zouden geven, een soort waarheidsserum.'*90 

Op 2 juli 1991, meer dan zeven jaar na de feiten, laat de GP op basis van de ver- 
klaringen van een buurvrouw een robotfoto maken van een jongeman die zij op 
13 februari 1984 in de buurt van de oude kampernoeliekwekerij meende te heb- 
ben gezien. De robotfoto zal nooit worden verspreid en zal ook nooit aan de 
ouders, vrienden of vriendinnen van Christine Van Hees worden getoond. Oude 
Jef, de man die de bewuste avond de brandweerlui de weg wees, is nooit ver- 
hoord. Op 30 september 1988 vraagt onderzoeksrechter Van Espen zijn speur- 
ders om dat toch nog maar te doen. Drie maanden later moeten de GP'ers hem 
tot hun grote spijt melden dat Oude Jef in 1986 overleden is. 

Bij de Brusselse GP kan men het maar matig appreciëren dat de rijkswacht een 
soort onderzoek van het onderzoek aan het voeren is. In een brief aan de 
Brusselse procureur Benoit Dejemeppe geven Ceuppens en CoUignon op 7 
februari 1997 uiting aan hun ongenoegen over deze gang van zaken. Op basis van 
wat beide GP'ers er nog van afweten, vinden ze het waanzinnig om te veronder- 
stellen dat de moord op Christine Van Hees iets te maken zou kunnen hebben 
met de zaak-Dutroux.*91 

Gewezen inspectrice Michelle Bogaert, die van bij het begin mee het onder 



238 



zoek voerde maar in 1992 de Brusselse GP verliet, toont zich iets openhartiger. 
Ook zij moet op heel wat inhoudelijke vragen het antwoord schuldig blijven, 
maar schetst wel de sfeer waarin een en ander verliep. "Het is commissaris 
Christian De Vroom geweest die in deze zaak een tactische fout heeft begaan', 
vindt zij. "Hij heeft destijds twee verantwoordelijken aangewezen, de inspecteurs 
CoUignon en Ceuppens. In onze diensten was dat uniek. Twee ploegen werkten 
naast elkaar.' Hoewel alle aandacht die richting uitging, vond de ex-inspectrice de 
punkpiste nooit echt geloofwaardig. "Indien de punks het hadden gedaan, dan 
hadden ze volgens mij zeker de juwelen van het slachtoffer meegenomen. Dat 
deden ze niet.' Volgens Bogaert is het veel besproken geheime dagboek van 
Christine Van Hees uiteindelijk wel temggevonden, ook al wordt daar in het 
dossier met geen woord over gerept 'Ik zou niet weten waar dat geheime 
dagboek gebleven is.' Wat Fabienne K. betreft, is ze er tot vandaag van 
overtuigd dat zij veel meer van de zaak afwist, maar er om de een of andere 
reden niet over durfde te praten. Ex-inspectrice Bogaert herinnert zich vaag iets 
over een spoor naar Le Dolo, ze weet ook nog dat een aantal mannelijke 
collega's dat etablissement goed bleek te kennen, maar zegt geen idee te hebben 
waarom de tip niet verder is uitgezocht*92 

Bogaert heeft thuis nog enkele stukken uit het oude dossier liggen en ze is 
best bereid om die aan de antenne-Neufchateau te overhandigen. Dat gebeurt 
een week later. Bij het verlaten van de rijkswachtgebouwen, schiet haar iets te 
binnen. Het gebeurde ergens aan het einde van de jaren tachtig. Advocaat Jean- 
Paul Dumont kwam toen onze gebouwen binnen en sprak met enkele 
enquêteurs die met de zaak- Van Hees bezig waren. "Jullie zijn héél dicht in de 
buurt van het gouden horloge gekomen," zei hij. We vroegen hem wat hij 
daarmee bedoelde, maar hij zei dat hij vanwege zijn beroepsgeheim niet meer 
uitleg kon geven.'*'^ 

NOTEN 

1 Brandweer Bmssel, 13 februari 1984, interventierapport nr. 1499. 

2 Ayfer Erkul (De Morgen), gesprek met luitenant Vanden Berghen, december 1996. 

3 Verhoor Norbert Van den Berghe, GP Brussel, 20 maart 1986, pv 8528. 

4 Verhoor Yvan Leurquin, BOB Bmssel, 1 april 1997, pv 151.013. 

5 Politie Oudergem, 13 febmari 1984, pv 30.14.321 

6 GP Bmssel, depot bij de griffie van de correctionele rechtbank van Brussel, nr. 
3275. 

7 Op de affiche wordt een muzikale avond aangekondigd in het jeugdhuis 
Randstad in Molenbeek op 17 febmari 1984. 

8 GP Brussel, depot bij de griffie van de correctionele rechtbank van Brussel, nr. 
3275. 

9 Eerste rapport van medische expertise na afstapping ter plaatse op 13 februari 
1984. Dokter Voordeckers stuurde dit rapport naar het parket op 23 februari 
1984. 

10 Autopsie verricht op 14 februari 1984. 

11 De bevindingen van deze medische expertise, eveneens verricht op 14 febmari, 

zijn opgenomen in een verslag van de GP Brussel, 21 febmari 1984, pv 5790. 

12 Verhoor Didier LB.d.H., GP Brussel, 18 februari 1984, pv 6442. 

13 Verhoor Chantal ML, GP Bmssel, 23 februari 1984, pv 6959. 



239 



14 Verhoor Yvonne L., politie Oudergem, 15 februari 1984, pv 4880. 

15 Verhoor Margriet D.P, politie Brussel, 18 februari 1984. 

16 Anonieme getuigenis, GP Brussel, 15 maart 1984, pv 8077. 17 
Verhoor Raymond D., GP Brussel, 16 maart 1984, pv 8079. 18 
Verhoor Nathalie G., GP Brussel, 24 februari 1984, pv 7327. 19 
Verhoor Jean Claude J., GP Brussel, 23 februari 1984, pv 7213 

20 GP Brussel, 22 februari 1984, pv 7115. 

21 Verhoor Pierre S., GP Brussel, 6 december 1985, pv 24930. Pierre S. zal later met 
klem ontkennen dat hij die dag verhoord is. Volgens hem berust dit pv op de 
verklaringen die hij op 14 februari 1984 aflegde. 

22 Vaststellingen GP Brussel, 14 februari 1984, pv 648. 

23 Verhoor Patricia S., GP Brussel, 16 februari 1984, pv 
6443. 24 Gesprek met Antoinette Van Hees, 23 oktober 
1997. 

25 GP Brussel, 26 februari 1984, pv 4389. 

26 Verhoren Serge S. en Alain Lenglet, Mobiele brigade rijkswacht Brussel, 26 april 
1984, pv PV 1880. 

27 GP Brussel, 22 mei 1984, pv 12637. 

28 Verhoor Pierre Van Hees, GP Brussel, 22 mei 1984, pv 
12636. 29 Verhoor Muriel C, GP Brussel, 5 juni 1984, pv 12647. 

30 GP Brussel, lOjuü 1984, pv 16522. 

31 GP Brussel, 27 juli 1984, pv 16516. 

32 Verhoor Mare Duriau, GP Brussel, pv 16584. 

33 Verhoor Serge Clooth, GP Brussel, 12 september 1984, pv 19850. 

34 Wanneer Clooth op 13 september 1984 voor onderzoeksrechter Eloy wordt 

geleid, bevestigt hij zijn verklaring. 

35 GP Brussel, 12 september 1984, pv 19602. 

36 Verhoor Muriel C, GP Brussel, 12 september 1984, pv 19853. 

37 Verhoor Serge Clooth, GP Brussel, 15 september 1984, pv 19866. 

38 Verhoor Serge Clooth, GP Brussel, 28 september 1984, pv 20693. 

39 Analyse brieven Christine Van Hees, GP Brussel, 6 maart 1984, PV 
7541. 

40 Verhoor Serge Clooth, GP Brussel, 29 september 1984, pv 20691. 

41 Confrontatie Clooth-Lenglet, GP Brussel, 3 oktober 1984, pv 21309. 

42 Thierry D. is een getuige van het eerste uur. Hij verklaarde dat Christine Van Hees in 

contact was gekomen met een extreem-rechtse jongerenbende. Thierry D. is een van de 
mensen die op vrij jonge leeftijd zullen sterven. 

43 Rijkswacht Kelmis, 20 november 1984, pv 1467. 

44 GP Brussel, 26 november 1984, pv 24640. 

45 Verhoor Serge Clooth, GP Brussel, 14 januari 1988, pv 3623. 

46 Lenglet en Braeckman zijn in 1986 al vrijgelaten. 

47 De buiten vervolgingstelling wordt uitgesproken op 10 oktober 1990. Van dat moment af 

is de ~punkpiste' definitief afgesloten. Behalve Serge Clooth, Alain Lenglet en Renaud 
Thill, zijn ook Mare L. (Coco 1) en Alain D.B. (Kleenex) een tijdlang beschuldigd 
geweest. Serge Braeckman is al eerder buiten vervolging gesteld. 

48 Verhoor Serge Clooth, GP Brussel, 10 februari 1987, pv 4231. 



240 



49 Verhoor Pierre Van Hees, GP Brussel, 19 september 1991, pv 
40305. 50 Verhoor Michel Van Hees, BOB Brussel, 19 januari 1997, pv 
100.450 51 Verhoor RogerB., GP Brussel, 15 april 1991, pv 2858. 

52 GP Brussel, 28 mei 1984, pv 12639. Het is nooit helemaal duidelijk geworden waarom 
deze vaststelling destijds in verband werd gebracht met de moord op Christine Van Hees. 

53 GP Brussel, 8 november 1984, pv 44740. 

54 Reconstructie op basis van de nota 'Synthese van het werk dat ik verrichtte bij de antenne- 
NeufchSteau.' Eerste wachtmeester Aimé Bille maakte dit document op 22 september 1997 
over aan de raadsheer Marique, die op dat ogenblik onderzoeksdaden verrichtte voor de 

commissie- Verwilghen. 

55 GP Brussel, 22 mei 1987, pv 14976. Met 'Dolores' wordt gedoeld op de uitbaatster, 

Dolores Bara. 

56 Verhoor Freddy VD.S., GP Brussel, 23 augustus 1984, pv 18492. 

57 Verhoor Dominique L., GP Brussel, 22 augustus 1984, pv 18488. L. zal daarna nog 
meermaals worden verhoord en ook geconfronteerd met de mensen die hij beschuldigt. 58 
BOB Brussel, 10 april 1997, pv 151.131. 

59 Verhoren Nathalie G., GP Brussel, 14 en 17 april 1992, pv's 22424 en 29488. 

60 Nathalie G. herhaalt die verklaring op 20 maart 1997, wanneer de BOB haar verhoort. Ook 

dan houdt ze vol dat het "geheim' tussen haar en Christine geen enkele relevantie heeft 
voor het onderzoek. 

61 Verhoor Nathalie G., BOB Brussel, 20 maart 1997, pv 150.772. 

62 Verhoren Ariane M., GP Brussel, maart 1986, pv 8274. 

63 In een van haar brieven aan de jonge gedetineerde Pascale Lamarque vermeldde Christine 

Van Hees eind 1983 een datum waarop de onbekende paracommando zijn dienst zou 
hervatten. Aan de hand van die datum en de voornaam meende de ploeg-De Baets te 
kunnen achterhalen wie hij kan zijn geweest. Voor het zover kon komen, werd de hele 

ploeg van het onderzoek gezet. 

64 GP Brussel, 23 april 1987, pv 13073. 

65 Nadat de pers in 1998 melding heeft gemaakt van het Xl-dossier en het Brusselse parket 

de piste allang heeft afgesloten, wordt Mare Dutroux hierover nog eens verhoord. Dan 
ontkent hij plots ooit deel te hebben uitgemaakt van een motorbende. Hij zegt dat hij 
enkel in de jaren zeventig een tijdlang met een moto heeft rondgereden. Verhoor Mare 
Dutroux, BOB Brussel, 11 juni 1998, pv 151.231. 

66 Verhoor Michèle Martin, GP Aarlen, 4 december 1996, pv 2.867, toegevoegd aan 

onderzoeksdossier 96/109 van Neufchateau onder het nummer 1 18.723. 

67 Verhoor Francis H., BOB Brussel, 12 april 1997, pv 151.184. Wanneer Mare Dutroux 

Laetitia Delhez gaat ontvoeren in Bertrix, rijdt hij eveneens rond met een bestelwagen 
met een matras in. 

68 GP Brussel, 22 februari 1984, pv 71 14. 

69 Verhoor Philippe Moussadyk, GP Brussel, 27 september 1984, pv 20689. 

70 De naam van Philippe Moussadyk komt voor een personeelslijst van Radio Activité uit 
1984. BOB Brussel, 18 april 1997, pv 115.222. 
71 Beide zenders zullen lange tijd hetzelfde adres delen: Keltenlaan 3 in 
Etterbeek. 72 Verhoor Michel Van Hees, BOB Brussel, 15 december 1996, pv 
118.632. 



241 



73 Interview Paule Somers, De Morgen, 2 mei 
1998. 74 BOB Charleroi, 13 augustus 1996, pv 
103.313. 75 BOB Brussel, 26 april 1997, pv 
151.312. 

76 Anonieme getuigenis, GP Brussel, 20 februari 1984, pv 7112. 

77 Verhoren Fabienne K., GP Brussel, 9 en 22 maart 1993, pv's 25974 en 25976. 

78 BOB Brussel, 25 mei 1997, pv 151.662 

79 Verhoor Didier V, BOB Brussel, 25 mei 1997, pv 151.661. 

80 Verhoor Jean-Pierre G., BOB Brussel, 6 mei 1997, pv 
151.404. 81 Verhoor D.V, BOB Brussel, 10 mei 1997, pv 
151.456. 

82 Verhoor Christian V.G., BOB Brussel, 7 mei 1997, pv 
151.407. 83 Nummerplaat BOD 807, chassisnummer 

A733151329. 

84 Vaststellingen BOB Brussel, 2 en 4 juni 1997, pv's 151.797 en 
151.859. 85 BOB Brussel, 10 september 1996, pv's 113.508 en 113.509 

86 De speurders van de ploeg-De Baets zullen nooit de tijd krijgen om alle 32 in het 

telefoonhoekje vermelde personen te verhoren. 

87 Een snellere ondervraging had zeer interessant kunnen zijn, aangezien de ouders van 

Christine Van Nees nooit van dokter Hallard gehoord hadden. Verhoor dr. Francis 
Hallard, GP Brussel, 29 december 1988, pv 31.034. 

88 De antenne-Neufchateau doet dat wel, en stelt vast dat het gaat om een studente die 

toevallig dezelfde naam draagt als de gewezen substituut. 

89 De zoektocht levert niets op. Een aantal door de GP genoteerde nummerplaten blijkt 

nooit te hebben bestaan. BOB Brussel, 27 maart 1997, pv 150.873. 

90 BOB Brussel, 24 april 1997, pv 151.165. 

91 Onderzoeksrechter Jean-Claude Van Espen gaf de BOB'ers de opdracht de GP'ers te 

verhoren. 

92 Verhoor Michelle Bogaert, BOB Brussel, 20 mei 1997, pv 

151.599. 

93 BOB Brussel, 27 mei 1997, pv 151.678. 



242 



'Ik meen te mogen besluiten dat de 

persoon die dit beschreven heeft daar 

inderdaad geweest moet zijn. ' 

Zoon uitbater champignonkwekerij, 14 aprü 1997 



Aurora is een kleine en goedlachse Spaanse. Vlakbij het Brusselse Zuidstation, 

in de schaduw van de pensioentoren, serveert ze de beste tapa's van de stad. 
Spaanse families die wat te vieren hebben kennen het adres. Eenzame 
ambtenaren strijken er graag neer, en ook politiemensen die iets discreets te 
bespreken hebben. In de eerste weken van 1997 is dit de laatavondlijke 
verzamelplek voor adjudant De Baets en enkele van zijn collega's. Hun 
werkdagen beginnen niet zo lang na het sluitingsuur van Aurora en eindigen net 
voor ze hier 's avonds komen binnengewaaid. Het is een van de weinige 
gelegenheden tot verpozen die hen resten, al vallen alle gesprekken toch steeds 
weer terug op het werk. Dit is het dossier der dossiers, vertellen ze elkaar. 

De Baets weet anders zelf niet zo gek veel over de oude gerechtelijke 
dossiers die nu opnieuw de belangsteUing wekken. Als enquêteur principal is 
vergaderen zijn hoofdbezigheid. Daarnaast leest en herleest hij de 
verhoorteksten van XI en maakt hij dienstnota's van zaken die geverifieerd 
moeten worden. Het is slechts hier, in de tapabar, dat hij van zijn collega's 
tussen pot en pint verneemt hoe zelfs haar meest onmogelijk klinkende 
verklaringen altijd weer op hun pootjes terecht lijken te komen. Ze geraken 
niet uitgepraat over de spijker in de pols van Christine Van Hees. XI sprak 
nochtans niet over een spijker. Ze had het over "iets' waarmee advocaat E. 
"haar handen doorboorde'. Dit is niet te verzinnen. Als er iets is wat er 
omtrent de moord op Christine Van Hees nooit in de pers is verschenen - en 
geen enkele politieman kon weten noch suggereren - dan is het dit. 

En de tampon. XI vermeldde de tampon zijdelings, als een niet terzake 
doend detail. Wat stelden de speurders vast in het oude dossier? "Ontdekking 
van een bebloede tampax in het gebouw waar de eerste brandhaard werd 
opgemerkt.' 

In hetzelfde gerechtelijke stuk is sprake van een hamer, wat wel eens het 
voorwerp zou kunnen geweest zijn dat XI die avond advocaat E. zag 
hanteren. Er wordt 

243 



ook melding gemaakt van een touw, wat helemaal overeenstemt met wat 
XI vertelde. In een andere inventaris van toen is voorts sprake van kaarsen en 
van een jerrycan. 

Er is discussie mogelijk over de spijker. XI spreekt op 18 november niet 
over een spijker, maar over een hoüe metalen staaf, 'dertig centimeter lang'. 
Tussen de op de plaats van de moord teruggevonden voorwerpen zitten er 

twee metalen 

staafjes die aan die beschrijving beantwoorden. AUes wordt duidelijk na 
een gesprek met de zoon van de vroegere uitbater van de 
kampernoeliekwekerij. De vijftiger is opgegroeid naast de kwekerij en woonde 
er tot 1971. Bereidwillig laat hij oude foto's zien over hoe het kweken in zijn 
werk ging. Vergeelde prentjes uit het familiealbum tonen een trotse vader en 
oom, bakje vers geplukte paddestoelen in de hand. Het waren de beste 
paddestoelen van het land. Op de foto's zijn de opeengestapelde rekken 
zichtbaar waarop de paddestoelen groeiden. Fijne metalen staafjes stutten de 
rekken. Ze zijn aan elkaar gelast. 'In 1984 moeten er daar honderden van die 
staven in het rond hebben geslingerd', zegt de zoon. Hoe lang ze waren? 
Dertig of veertig centimeter. 

De man beleeft eind 1996 slapeloze nachten. Hij is op 23 december als een 
van de eerste buitenstaanders geconfronteerd met delen van de verklaringen 
van XI. Ze heeft tijdens het verhoor op 18 november zo ontzaglijk veel 
beschreven 

dat het nu mogelijk moet zijn om via hem te weten te komen of ze écht op 
de plaats des onheüs is geweest of niet. Sommige details blijken bijvoorbeeld 
niet te kloppen, toch niet na toetsing aan de plaatsbeschrijvingen die de politie 
van Oudergem in 1984 op papier zette. De zoon zorgt voor sensatie wanneer 
hem de teksten worden voorgelegd. 'Die politieman is daar niét binnen 
geweest, uw getuige XI wél', laat hij de stomverbaasde speurders acteren. De 
politieman in kwestie, Jacques Dekock, wordt er die avond bijgehaald en 
meteen geconfrpnteerd met de zoon. Lang duurt de confrontatie niet. Het 
klopt, moet hij toegeven. Hij was die nacht zo ondersteboven van dat Mjk dat 
hij het gebouw verder amper bekeken heeft. 

De zoon is niet direct iemand die je op het vlak van ruimtebeschrijvingen 
veel kan wijsmaken. Hij is ingenieur. Het relaas van XI verbaast hem minder 
dan anderen. Na het vertrek van zijn vader is het gebouw midden jaren 
zeventig in 

het bezit gekomen van een vastgoedspeculant, wiens plannen nooit werden 
gerealiseerd. De bewoonbare mimten werden toen verhuurd aan studenten, 
maar algauw wist niemand nog wie er woonde. In die tijd deden er verhalen de 
ronde over seksfuiven en andere 'zaken die het daglicht niet mochten zien', 
weet de zoon nog. Toch is dat niet de hoofdreden waarom hij er - tot vandaag 
- meer dan wie ook van overtuigd is dat XI de waarheid spreekt. Het complex 
is in 1989 afgebroken. Nergens is informatie beschikbaar over hoe het er in 
1984 uitzag. Het was een zo complex kluwen van huizen, koterijen, hangars, 
opritten, gangen en kelders dat al wie een gokje zou willen wagen op een 
plaatsbeschrijving direct door de mand zou vallen. En dat is het bizarre. De 
speurders kunnen kop noch staart krijgen aan hoe XI vertelde dat ze er met 
de auto aankwam, uitstapte, struikelde... De zoon van de uitbater heeft er 
helemaal geen moeite mee. In een 

244 



mum van tijd kan hij precies vertellen langs waar XI het gebouw is binnen 
gekomen en hoe ze de kelder bereikte. Dat ze struikelde in de gang is logisch, 
zegt hij. Dat deden vroeger wel meer mensen. Door het intern verbouwen 
van twee huizen tot één, was er een inkomhal ontstaan met twee trapjes: eerst 
omlaag, dan weer omhoog. Zoals XI het beschreef Dat ze vanuit het 
zogenaamde woonhuis de kelderruimte bereikte, is heel goed mogelijk, meent 
hij. 'In feite zat ze in de keuken', leidt de zoon af uit de beschrijving van 
behangpapier en tegels - die ook al tot in de perfectie klopt. Hij heeft het met 
zijn familie doorgenomen. 'Er zijn dingen die we in haar verklaringen lazen 
en die ons herinnerden aan details die we zelf allang vergeten waren, zoals het 
motief op de tegeltjes', zegt hij later. Vanuit de keuken was er inderdaad een 
aparte gang naar de kelder. En de vleeshaken? Nog zo'n detail dat pas nu 
opnieuw herinneringen oproept. 'Toen was ze natuurlijk in de charcuterie', 
zegt de zoon. Zijn oom vervaardigde vleespastei en had in een aanbouw een 
soort industriële keuken ingericht. Met de pen in de hand tekent de zoon het 
traject dat XI op de nacht van de moord moet hebben afgelegd. De ruwe 
houten tafel, de regenton... Jaja, die had vader daar bij zijn vertrek 
achtergelaten. Het is zonder meer verbluffend.*! 

Aurora heeft geen flauw idee waar dat groepje mannen in de hoek het over 
heeft wanneer ze één van hen iets hoort roepen over Fabienne K. of over de 
advocaat van de punks die in 1989 toevallig ook Mare Dutroux verdedigde. De 
Spaanse schudt het hoofd en strooit nog wat Proven^aalse kruiden over de 
champignons. Het enige wat ze heeft begrepen, is dat dat hele gedoe over la 
champignonnière alvast niets te maken heeft met haar tapa's. Aurora is niet de 
enige die niet kan volgen. Ook voor de Brusselse substituut Paule Somers gaat 
het allemaal wat te snel. De magistrate woont met echtgenoot en kinderen aan 
de rand van Brussel. Ze is nogal gesteld op familiale rust, zeker tijdens de 
kerstvakantie. Uitgerekend dan, op 30 december 1996, belt de jonge rekruut 
Khaüfa bij haar aan. De rijkswachter heeft een hele doos processen-verbaal bij 
zich, alsook een kant en klaar officieel verzoek om het dossier- Van Hees 
opnieuw 'in onderzoek te stellen'. Dat is nodig, legt Khalifa uit, om de telefoon 
van Fabienne K. te kunnen observeren. BiUe heeft hem dat gezegd. 

Het observeren van een telefoon is een 'actieve onderzoeksdaad' en kan 
enkel op bevel van een onderzoeksrechter. Juridisch gesproken, moet het 
dossier opnieuw 'in onderzoek'. Ook al zijn daar al eerder met de nationale 
magistraten afspraken over gemaakt, zit Somers verveeld met het 
onaangekondigde bezoek. Ze voelt er weinig voor om zich nu, ter plaatse, 
door de stapel pv's te werken. 'Hebben jullie dan niet een of andere synthese 
gemaakt van wat jullie al die weken hebben gedaan?' wil ze weten. Khalifa 
heeft geen idee. Hem is enkel gezegd dat hij deze vracht papier moest 
afleveren. Bij Somers komt de hele bedoening lichtjes over als die van een 
handelsreiziger, stijl: 'Wil u dan hier even tekenen?' Ze stuurt Khalifa weg met 
de mededeling dat ze haar antwoord in beraad wil houden.*2 



245 



De Baets en zijn collega's hebben het eind 1996 zo druk dat het bij geen van hen 
is opgekomen om eens een overzichtelijke synthese op te stellen van matches 
tussen de verklaringen van XI en de tastbare realiteit van het oude dossier - ook 
al zijn die er inmiddels in overvloed. Als enige antwoord op de vraag van Somers 
stellen De Baets, Büle en de chef van de onderzoeksploeg, Rudy Hoskens, op 2 
januari 1997 een drie velletjes tellend pv op waarin ze de hoofdlijnen van de 
getuigenis van XI weergeven, maar op geen enkele manier verduidelijken waar- 
om XI ernstig moet worden genomen.*3 

Het ontbreken van een goede synthese mag een procedureel detail in de 
geschiedenis lijken, maar is bepalend voor hoe de zaken verder zullen evolueren. 
"Procureur Bourlet en de nationale magistraten Duinslaeger en Vandoren waren 
in die tijd de voornaamste gesprekspartners van De Baets', zegt een collega van 
toen. "Zij kenden het dossier wel. Tenminste, ze wisten wat De Baets hen daar- 
over had verteld. Nu maakte De Baets af en toe bmggetjes. Als je hem mocht 
geloven, had XI effectief gesproken over een spijker in de pols van Christine Van 
Hees, en over scheermesjes bij de moord op Carine DeUaert. Het ging altijd om 
kleine dingen, maar wanneer die mensen dan later vernamen dat het toch niet 
helemaal precies zo was als hij het had verteld, begonnen ze natuurlijk te twijfelen 
- behalve Bourlet De sfeer was toen ook heel anders. Bourlet was de man van het 
moment. De Baets leefde in de overtuiging dat hij alleen aan hem rekenschap 
verschuldigd was. Dat was een zware misrekening.' 

De Baets zelf ziet het anders: "Magistraten hebben niks liever dan 
syntheses. Als het even kon, zouden ze willen dat je een onderzoek van drie jaar 
even samenvat in twee velletjes A4. Wel, ik ben daar principieel tegen, en ik niet 
alleen. 

Precies omdat een gerechtelijk onderzoek zo objectief mogelijk moet verlopen, 
heeft het coRege van procureurs-generaal enkele jaren geleden een richtlijn uit- 
gevaardigd die syntheses als juridische werkbasis verbiedt. Mede daarom is het 
XI -onderzoek het beste en het meest correcte onderzoek dat in dit land ooit is 
gevoerd. Het moest model staan voor hoe het in de toekomst zou gaan. Ik ben 
daar nog steeds trots op en zal dat altijd blijven.' 

Begin december volgen de verhoren van XI elkaar in een snel tempo op. Ze 
wordt op 9, 10, 11 en 15 december vier keer na elkaar langdurig verhoord over 
wat ze zich precies kan herinneren van "Kristien'. 

- Kunt ge dan zeggen wanneer ge I-Cristien ongeveer hebt leren kennen? 

- Euh, ik schat zo een maand of vier ervoor. Ik heb haar niet zo vaak gezien 
hoor, een paar keer. Ik heb ze... ze was nogal gek op Nüioul. 

- Kunt gij ons eventueel plaatsen uideggen waar dat gij haar gezien hebt met 

Nihoul? 

- Bij hem thuis een paar keer. 

- Bij hem thuis... Was dat in een huis of in een appartement? 

- Ik vermoed een appartement. Maar ik heb haar nog ergens gezien. Ik weet 
het niet meer juist. We zijn een stuk of twee keer ergens gaan eten, en daar 
was zij dan ook bij. (stilte) Ik ben een wreed moeilijke om contact mee te 
leggen, dus (...). 



246 



- ja, hoe kwam Kristien daar aan? 

- Ze is daar nog met haar fiets naartoe gereden.*4 

Indien XI Christine Van Hees vier maanden voor haar dood leerde kennen, dan 
is dat midden oktober 1983. Uit het oude dossier blijkt dat dat inderdaad de 
periode is vanaf wanneer ze zich volgens haar vriendinnen anders begint te 
gedragen. Na de zomervakantie gaat ze niet meer naar de scouts, maar doet ze 
tegenover haar ouders wel nog alsof. XI had het niet zo begrepen op de 
nieuwelinge, zo legt ze uit tijdens het verhoor van 9 december. Ze moest haar 
"opleiden' en voelde daar zeer weinig voor, heet het. 

- Ik vond het zo verschrikkelijk dom dat ze zo van in het begin, aUez ja... zo 
naïef.. Ik was al, allez, ik was al op een bepaald punt gekomen, het kon mij 

geen moer schelen dat ik ze moest leren, of wat ik ze moest tonen... als ze 
mij maar alstublieft mijn kop met rust Het... als ze maar niet zaagde over 
hoe graag ze hem zag, over hoe Hef en hoe schoon... (...). 

- Als Kristien daar aankomt, met de fiets daar op dat appartement of 
op die flat, komt ze dan van school of gaat ze ergens anders naartoe? 

- Ik weet het niet, ik denk dat ze van school komt. 

- Hoort ge ze niet spreken van: ik kom nu van daar, of ik moet nu naar 
daar, of ..? 

- (knikt nee) Het interesseert mij niet, dus ik... allez, ik... het is moeilijk 
hee? 

-Ja? 

- Moest ik weten dat het zo belangrijk was, zou ik missciiien meer mijn 
best gedaan hebben om te luisteren, dat weet ik wel nog. Ik weet dat ze... 
ik weet dat ze stekezot van hem was... als ze binnenkwam, dat ze recht 
rond zijn nek vloog, en wat weet ik allemaal niet. En meestal kon ze niet 
zo lang blijven, waarschijnlijk omdat ze het in het geheim deed voor haar 
ouders, denk ik. 

Lang niet aUe details die XI die dag vrijgeeft, krijgen bevestiging. Als favoriete 
muziek schrijft ze Kristien U2 en George Michael toe. De moeder van Christine 
noemt een ander genre: Richard Clayderman en Michel Fugain.^ Tijdens haar 
tiende verhoor heeft XI het over een seksfuif in een grote vUla aan de rand van 
Brussel, waar ze zowel "Kristien' als advocaat E. temgzag. Ze situeert die 
gebeurtenis "drie a vier weken' voor de moord. Als dat klopt, valt dat precies 
samen met de periode waarin Christine Van Hees, zonder dat haar ouders dat 
wisten, een voUe week wegbleef van school. 

Tijdens het elfde verhoor, op 10 december, wordt XI gevraagd een overzicht te 
geven van de seksfuiven waarop ze "Kristien' ontmoette. Naast enkele namidda- 
gen op een appartement, waar het er luidens XI eerder onschuldig aan toe ging, 
zijn het er slechts drie, blijkt nu. "Kristien' en zijzelf waren niet de enige slacht- 
offers, zegt ze. Het eerste feest vond plaats in een of andere viUa aan de rand van 
Brussel. Onder de meisjes bevond zich ook een zekere Belinda en een Marie- 
Thérèse, die door iedereen Mieke werd genoemd. 



247 



- Wie was Marie-Thérèse? 



- Een Franstalig meisje, euh... een jaar of 2estien..*6 



Over Mieke kan ze nog kwijt dat zij later vermoord werd, vermoedelijk in 
november 1984. Dat gebeurde te Knokke, zegt XI. Als aanwezigen op de eerste 
van drie seksfuiven vermeldt ze de Vlaamse industriëlen Y en W, advocaat E., 
Annie Bouty, Michel Nihoul, Tony en een handelaar in honden uit het Mechelse. 
Wat haar aan de vUla opviel, was het riante zwembad en een impressionante col- 
lectie modelboten die binnenin zowat overal stonden uitgestald. De kinderen 
werden verplicht naar een soort snuff movie te kijken, waarop volgens XI te 
zien was hoe twee door haarzelf gebaarde kinderen gemarteld werden. De 
bedoeling van de eerste avond was inwijding. De volwassenen droegen SM-kledij 
en slachtten voor de ogen van de inmiddels ontklede en vastgebonden kinderen 
een geit en twee konijnen. 

Volgens XI had het hele ritueel niks te maken met satanisme en nog 
minder met bizarre seksuele voorkeuren bij de volwassenen -'die haatten dit' - 
maar alles met een uitgekiende methode om de kinderen te conditioneren en te 
voorkomen dat een van hen ooit zou praten. Verhalen over geslachte geiten, 
konijnen en mannen in zwarte lederen pakken worden immers door niemand 
geloofd. Bij "Kristien' ging het echter helemaal fout, zegt XI. Ze bleef zich 
verzetten, weigerde te aanvaarden wat haar overkwam. XI en Mieke, die haar 
moesten dwingen om het hart van het pas geslachte konijn op te eten, trachtten 
haar te doen zwijgen - wat niet lukte. Het is het afwijzen van al die toestanden 
die "Kristien' het leven zou kosten, legt ze later uit. "Het was dat wat mij zo 
kwaad maakte', verzucht XI op zeker ogenblik in een lange monoloog. "Ik heb 
mij altijd vreselijk verant\^roordelijk gevoeld daarvoor. Ik had dus ook veel Hever 
meisjes of jongetjes die opgeleid waren, die wisten wat ze moesten doen, cüe 
gedragscodes kenden. En Kristien was al te oud. Kristien had een heel 
belangrijke periode van seksueel misbruik gemist, om zo te zeggen.' 

Volgens XI hadden de volwassenen "Kristien' met het oog op de 
zogenaamde inwijding gedrogeerd, of minstens dronken gevoerd. Als dat niet 
het geval was geweest, had ze achteraf misschien bewuster gereageerd, denkt ze. 
Want dat was 

het resultaat: "Kristien' trachtte te doen alsof er helemaal niets gebeurd was. 
"Niet meer weten of niet meer willen weten, dat laat ik in het midden', zegt XI. 
"Ze heeft het verdrongen hé.' 

De derde seksfuif vond plaats in een manege in de buurt van Brussel. Het 
was een beperkte groep en het gebeurde heel kort voor haar dood. Het is in dit 
deel van de getuigenis dat XI voor het eerst in duidelijke termen praat over het 
motief voor de moord. "Ik heb het zien aankomen, dat het verder zou gaan, 
omdat ik weet dat als meisjes problemen beginnen te maken, als het niet goed, 
aUez... vlot genoeg ging... Dan verdwenen die.' 

Hoewel ze "Kristien' zelf zoveel mogelijk meed en nauwelijks met haar praat- 
te, denkt XI te kunnen begrijpen waarom ze in de laatste dagen van haar leven 
geen alarm sloeg. Ze veronderstelt dat ze hetzelfde doormaakte als zijzelf, als 
kind. 

248 



Ge kunt dat geheim niet kwijt. Veel, veel slachtoffers kunnen dat geheim niet 
kwijt. Die durven dat niet zeggen en wat had ze... zeker in het geval van 
Kristien. Wat had ze moeten zeggen? Van... ik word verkracht door een vent 
die mijn vader kon zijn? Dan was alles... ze was haar vrijheid kwijt geweest, ze 
was we^enomen van huis... ik ken al die dingen, want dat waren net ook de 
redenen waarom ik zweeg. Als ge vertelt: wordt ge geloofd? Dat weet ge niet 
(...). De meeste vriendinnen zullen niet eens geweten hebben dat ze met een 
oudere vent was. Ze zal wel gezegd hebben dat ze ergens met een liefje zat, 
maar waarschijnlijk niet de leeftijd (...). Temeer omdat ze zeggen dat ze het 
doen uit liefde. Ze doen het voor u, aUez ja, zij zeggen u: "Volwassenen vrijen 
nu eenmaal zo, volwassenen hebben nu eenmaal seks op die manier en als ge 
bij ons wüt horen, als ge ons niet kwijt wüt, dan moet ge dat zo maar doen.' 

Voor de aanvang van het verhoor van 1 1 december maken Danny De Pauw en 
een coUega met XI een ommetje in de Brusselse periferie. Ter hoogte van 
Oppem-Meise herkent ze plots de weg en brengt ze de omgeving in verband met 
"de manege' waar ze de vorige dag over sprak. Het aanwijzen van de precieze 
route lukt haar niet. Sinds ze hier voor het laatst kwam, is de omgeving behoorlijk 
verbouwd, merkt ze op. Waar XI het buiten haar eigen geheugen zou kunnen 
gehaald hebben, is niet geweten. Feit is dat Michel Nihoul er ooit een paard had. 
Ook de chauffeur van de gewezen eerste minister over wie ze meermaals sprak, 
had hier een paard. De manege, zo blijkt later, opende de deuren in 1983 en sloot 
in 1986. In 1989 werd de exploitatie hervat door andere eigenaars. Ten opzichte 
van 1 984 zijn er rond de manege heel wat huizen gebouwd, zo kan de politie van 
Meise ook nog meedelen.*? 

Sinds ze De Baets haar vertrouwen schonk, heeft XI haar hele leven afgesteld op 
het onderzoek. Na een slopende nacht in de verhoorkamer moet ze bij haar aan- 
komst in Gent vaak meteen aan de slag in het hondenkapsalon. Ze slaat soms 
twee nachten slaap over. XI getuigt, bij wijze van spreken, tot ze erbij neervalt - 
wat ook gebeurt. Het t\^raalfde verhoor doet het onderzoek meer kwaad dan 
goed. XI begint ongevraagd te praten over haar zoontje Tiu, en heeft de onbe- 
dwingbare neiging om zijn dood in verband te brengen met de moord op 
"Kristien'. Tiu, zegt ze, is begin september 1983 geboren. Alleen haar ouders en 
een neef wisten er\ran af. Het kind was zes maanden oud toen advocaat E. het 
vermoordde, in de manege. *8 

Wat ze zich hier precies van kan herinneren, vertelt XI tijdens het laatste ver- 
hoor van 1996. Het is dan al 15 december. Indien adjudant De Baets het op dat 
ogenblik zou willen, zou hij kennis kunnen nemen van het oude dossier- Van 
Hees, XI bijsturen en informatie aanreiken die haar snel zou doen inzien dat ze 
allerlei gebeurtenissen door elkaar aan het halen is. Het resultaat van het dertiende 
verhoor zal later gretig aangegrepen worden om een punt te zetten achter de XI- 
onderzoeken. Ze vertelt die avond haar grootste drama. Tiu, zegt ze, werd 
vermoord in de manege, enkele uren voor "Kristien'. De moord op haar baby was 



249 



een straf omdat ze er niet in geslaagd was dat nieuwe meisje in de pas te doen 
lopen. E. sneed onder haar ogen de testikels van de baby af. Daarop werd het 
kind bewerkt met een hamer en een mes. Aan het eind werd XI met haar 
gezicht in de bebloede resten geduwd. Daarna werd ze verplicht om het kind 
zelf in een vuilniszak te gooien.*9 

Wanneer magistraten later zullen verklaren dat "de door XI opgegeven 
feiten en data niet kunnen kloppen', dan bedoelen ze in de eerste plaats dat het 
onmogelijk is dat aan de moord op Christine Van Hees nog een luguber 
weekeinde in een manege te Oppem-Meise voorafging. Dat is de materieel 
verifieerbare realiteit van het dossier uit 1984. Christine Van Hees kwam op 
zaterdag terug van een schooluitstap, verbleef nagenoeg het hele weekeinde bij 
haar ouders, spijbelde weliswaar in de voormiddag van maandag 13 februari 
1984, maar zat die namiddag weer op de schoolbanken. 

XI verklaart later dat ze tijdens de verhoren van 12 en 15 december 'hele- 
maal fout' zat. "Dat weet ik nu', zegt ze. "Maar toen was dat voor mij 
verdomme de eerste keer dat ik met iemand over Tiu sprak. Voor mij is die 
hele periode, 

begin 1984, één waas. Ik kan dat eenvoudigweg niet loskoppelen in dagen en 
uren. Het was dezelfde periode. Het zou een week eerder kunnen geweest zijn, 
of twee weken. Ik weet het gewoon niet meer. Toen, na wat ze Tiu hadden 
aangedaan, leefde ik als een zombie.'*10 

De BOB'er die het dossier- Van Hees het scherpst aanvoelt, is Aimé BiMe. 

Wanneer begin 1997 de eerste vragen worden gesteld bij de geloofw^aardigheid 
van XI, valt hij steevast terug op zijn stokpaardje: "Wij hebben XI niet nodig 
om die zaak op te lossen.' BiUe aanhoort in die dagen met een bijna afwezige 
blik wat men hem over de getuigenis vertelt en knikt. Het klopt, ja, het klopt. 
Of "Dat wist ik al.' BiUe is in hetzelfde bedje ziek als De Baets. Als er iets is wat 
hij niet kan, dan is het samenvatten. Tot driemaal toe zal hem worden gevraagd 
zijn bevindingen nu eens kort en bondig samen te vatten. Dat zal telkens 
resulteren in een nog langere en breedvoerigere opsomming van feitjes, data, 
namen en pvnummers. Weinigen begrijpen bijvoorbeeld waar hij het over heeft 
wanneer Büle zijn collega's bezweert dat er dringend moet worden verder 
gezocht "op de piste van NathaUe P' 

Nathaüe P is een jonge vrouw die eind 1996 tegenover de BOB 
verrassend vrijuit praat over Michel Nihoul, die ze gekend heeft ten tijde van 
Radio Activité, waar ze in haar jeugd als vrijwilligster werkte. Ze vertelt dat 
Nihoul vaak kwam opscheppen over zijn puike contacten bij de Brusselse GP 
en met oud-premier Paul Vanden Boeynants. In café Les Bouffons, het 
stamcafé van de mensen van Radio Activité, ontmoette ze ooit topgangster 
Patrick Haemers.*! 1 

Het is misschien toeval, maar Nathaüe P heeft reeds de interesse van 
Neufchateau opgewekt alvorens men vaststelt dat haar naam ook in het oude 
dossier- Van Hees opduikt - op een heel intrigerende manier nog wel.* 12 Een 
week na 

de feiten, op 21 februari 1984 tussen 22.10 en 22.30 uur, bemerkte de politie 
van Oudergem een geheimzinnige auto van waaruit vier mensen de ruïnes van 
de 



250 



oude champignonkwekerij leken te observeren. Toen de bestuurder de politie 
opmerkte, reed hij onmiddellijk in volle vaart weg, om vier minuten later terug 
te keren en opnieuw het hazenpad te kiezen.* 13 Een agent kon de wagen 
beschrijven: een Honda Civic met nummerplaat CXP 398. De met het 
onderzoek belaste GP'ers vonden dit destijds een belangrijk spoor - 
misdadigers keren altijd terug naar de plaats van het misdrijf - en gingen een 
hele dag lang op zoek naar de bestuurder. Ze vonden hem dezelfde nacht om 
half vier. De man legde uit dat hij "zomaar eens' een kijkje was gaan nemen op 
de plaats van de moord. Hij vertelde ook dat hij vergezeld was van twee 
vrienden en de verloofde van een van hen. Dat was Nathalie P'* AUe vier de 
inzittenden, blijkt later, werkten voor Radio Activité. AUe vier waren het 
kennissen van Michel Nihoul. 

Wanneer de antenne-Neufchateau dan toch kan beginnen met het 
observeren van de telefoonlijnen van Fabienne K., valt meteen op dat Nathaüe 
P haar belt op haar GSM.*15 Fabienne K. was het meisje met wie Christine 
Van Hees de 

bus nam en waaraan ze vertelde wat haar overkomen was binnen "een groep 
waarin de vrije liefde bedreven werd'. Is er in het oude moorddossier 
hoegenaamd niets dat in die richting wijst, dan kan nu worden vastgesteld dat 
Fabienne K. en Nathaüe P elkaar kennen. Over Nathaüe P vernemen de 
speurders midden 1997 nog dat er ooit bij het Brusselse parket een onderzoek 
tegen haar is geopend wegens zedenfeiten. Tot in 1 994 werkte zij in een bar- 
met-zwembad in Tervuren, waar geregeld seksfeesten plaatsvinden. Verder dan 
deze vaststelling is het onderzoek nooit geraakt. Voor de piste -Nathalie P kan 
worden aangeboord, worden de speurders rond adjudant De Baets uit het 
onderzoek verwijderd. 

"Ik durf met klem te zeggen dat de piste-Xl volledig is uitgediept', zegt 
Paule Somers begin 1999 in een interview.*16 Het heeft er aUe schijn van dat 
Somers ook na 30 december 1996 nooit de tijd heeft gevonden om haar 
dossier eens te lezen. Nathaüe P is nooit meer ondervraagd. Naar de bar in 
Tervuren is geen enkele vorm van onderzoek meer verricht. Om enig inzicht 
te krijgen in de relevantie van de verklaringen van XI was daar anders wel 
reden toe. Het etablissement werd in het begin van de jaren tachtig uitgebaat 
door een gewezen vertegenwoordiger van een van de bedrijven van een 
prominent figuur waar XI over sprak. De bar bestaat vandaag nog steeds - zij 
het onder een andere naam - en zet oudere Tervurenaars aan tot sappige 
verhalen over gillende vrouwen, platte seks en poHtie -interventies waar 
achteraf niks meer van werd gehoord. Het is een van die plekken in het 
Brusselse waar gefortuneerde Eurocraten en NAVO-functionarissen zich 
graag laten "verwennen'. Op de hoger gelegen verdiepingen zijn er privé- 
appartementen, waarvan er één jarenlang werd gehuurd door een van de 
zonen van de gewezen Zaïrese president Mobutu. De auteurs ontmoetten 
een vrouw die - zonder weet te hebben van een verband met het XI -verhaal - 
zegt dat ze in de Tervurense bar als prille tiener door haar vader tijdens 
seksfeesten werd uitgeleend aan andere mannen. 

Eind september 1996, lang voor XI voor het eerst de naam "Kristien' 
uitspreekt, biedt zich bij de Brusselse BOB een getuige aan die verklaart dat 
Nihoul als baas 



251 



van de vrije zender Radio Activité graag avondjes organiseerde waarop jongelui 
konden Icennismaiten met ontluileende sterren uit de chansonwereld. 
Aanvankelijk vonden deze feestjes, waar heel wat minderjarigen op afkwamen, 
plaats in de lokalen van Radio Activité zelf, maar later ook in de gemeentelijke 
zaal De Gerlache te Etterbeek en in het kasteel Faulx-les-Tombes. "Deze 
avondjes zijn snel afgegleden naar seksfuiven waarop de organisatoren - 
Nihoul en zijn entourage - zich weinig aantrokken van de aanwezigheid van de 
deelnemers', zo verklaart de getuige." "De rekrutering, met behulp van alcohol, 
gebeurde tijdens die avonden van Radio Activité. '*18 

Op een zaterdagochtend, kort voor haar dood, drong Christine Van Hees 
er bij haar moeder op aan dat ze zou deelnemen aan een quiz op de radio? Die 
stond afgestemd op een lokale zender? Radio Cinquantenaire, meent moeder 
Van Hees zich te herinneren? De prijzen waren niet echt aanlokkelijk te 
noemen - gratis koteletten bij de slager om de hoek. De moeder belde dus toch 
maar niet, tot grote teleurstelling van haar dochter? Zij bleef aandringen en zei 
dat ze de antwoorden met honderd procent zekerheid kende, maar zelf niet 
kon of wou bellen.*! 9 

Eric B? was een deejay met zin voor orde? I lij stelde de quizvragen ruim- 
schoots op voorhand op, en hield ze bij zich in een klein brieventasje? Hij 
waakte erover dat niemand de vragen en de antwoorden voor de uitzending 
onder ogen kon krijgen? Begin 1984 - de precieze datum herinnert hij zich niet 
meer - werd het tasje gestolen uit zijn auto, wat voor hem een kleine ramp was. 
De volgende zaterdag wist hij zich te behelpen met de vragen zoals hij die nog 
in z'n hoofd had zitten? Heeft Christine Van Hees de antwoorden gekregen 
van de dief? Kan dit een spoor zijn naar haar "slechte vrienden'? Het lijkt een 
logische deductie, al spreekt haar moeder heel nadrukkelijk van Radio 
Cinquantenaire, niet van Radio Activité, waar Eric B? destijds werkte? Indien 
zij de twee zenders met elkaar zou verwarren, zou dat echter niet hoeven te 
verwonderen? Ze zijn in het begin van de jaren tachtig nauw met elkaar 
verbonden, delen op een gegeven moment dezelfde golflengte en hetzelfde 
adres en kennen een vrij groot onderling verloop van medewerkers? Er is zelfs 
even sprake van een fusie? 

Wanneer Eric B. eind aprü 1997 door Büle verhoord wordt, blijkt hij de 
diefstal van zijn tas met quizvragen nog lang niet te zijn vergeten? Hij heeft 
altijd vermoed dat "iemand van Radio Activité' de tas gestolen heeft? Hij maakt 
dat op uit het feit dat een welbepaalde medewerker hem kort na de diefstal zei 
dat hij de tas op een braakHggcnd terrein naast het metrostation Thieffry had 
zien liggen. B? herinnert zich de naam van de bewuste medewerker nog goed? 
Hij heette Dominique L.*20 De aandachtige lezer kent hem misschien nog? 
Hij was de man die de speurders aanmoedigde het punkspoor te volgen, de 
man ook die via Radio Activité, Faulx-les-Tombes en de feestjes in de 
Etterbeekse zaal De Gerlache verbonden was met Michel Nihoul. L? was 
volgens een getuige ook portier in The Dolo. Ook dit spoor is na de 
verwijdering van de ploeg-De Baets niet verder uitgediept? 

Een van de vaste klanten in The Dolo, zegt uitbater Michel Forgeot, en 
ook 



252 



in de seksclubs die hij in de jaren tachtig in de Etterbeekse Atrebatenstraat uit- 
baatte, was GP-commissaris Guy Colügnon. Hij is de politieman die de broer 
van Christine Van Hees van de schoolbanken kwam plukken en meedeelde dat 
de moord wellicht nooit zou worden opgelost omdat er "belangrijke mensen' 
mee gemoeid zijn.*21 Ook dit soort wetenswaardigheden is terug te vinden in 
de rapporten die de collega's van De Baets begin 1997 opstellen. 

De speurders rond De Baets hebben lang niet alles ontdekt? Wie de tijd neemt 
om zich een beetje in het dossier te verdiepen, stoot op nog meer lugubere 
toevalligheden. Wat nu volgt, is integraal gebaseerd op gerechtelijke stukken 
die werden opgesteld ten behoeve van de magistraten in de zaak-Dutroux en 
aanverwante dossiers? Het zijn geen documenten die uit een andere kast 
komen? Ze lagen in dezelfde kast? Ze hoefden enkel gelezen te worden om te 
begrijpen dat XI helemaal niet alleen staat wanneer zij een verband legt tussen 
de moord op Christine Van Hees en het milieu rond Nihoul en Bouty? Dit 
keer is het geen getuige die het zegt? Het is geen verband dat via-via gelegd 
wordt, nee? De objectieve bondgenoot van XI is niets of niemand minder dan 
de Belgische Staatsveiligheid? 

In feite is het ongelofelijk? Op 24 maart 1997 verstuurt administrateur- 
generaal Bart Van Lijsebeth van de Staatsveiligheid een acht pagina's tellende 
nota naar procureur Bourlet en naar de nationale magistraten Vandoren, 
Duinslaeger en Van Heers. Van Lijsebeth heeft in de voorgaande maanden al 
uiting gegeven aan zijn wrevel omdat Neufchateau aardig in het vaarwater aan 
het komen was van wat zijn diensten eerder aan inlichtingen hadden vergaard 
over sekten? De nota - onder de altijd spannende hoofding "confidentieel' - 
beschrijft hoe de Staatsveiligheid zich is beginnen te interesseren voor de door 
Annie Bouty geleide sekte Celestian Church of Christ, een schakel in het 
netwerk van bedrijfjes en vzw'tjes waarlangs Bouty mensenhandel bedreef 
tussen België en enkele Afrikaanse staten? Een van de andere schakels, zegt 
Van Lijsebeth, was de vzw Asetanas, gelegen aan de Troonstraat 14, op de 
grens van Brussel met Elsene. Blijkens de statuten diende de vzw om de 
belangen van Afrikaanse studenten in België te behartigen? De stichtende 
leden zijn Claude Michel (voorzitter), Georges Bouty (secretaris) en Claude 
Ceresa (schatbewaarder)? Het interessante aan deze vzw, zegt Van Lijsebeth, is 
dat elk van de leden in nauw contact staat met Nihoul en Bouty, van wie 
Georges overigens de broer is? Dit hele gezelschap behoort bovendien tot de 
vaste klanten van de Brusselse bar The Coco Beach, die uitgebaat wordt door 
een vroegere maitresse van wijlen Patrick Haemers. 

Wat daar nu eventueel misdadig aan zou kunnen zijn, specificeert Van 
Lijsebeth niet? Uit zijn nota is op te maken dat hij niet meer wil doen dan te 
wijzen op de verbanden tussen de personen die hij noemt? Om die reden 
voegt hij 

in bijlage een opsomming toe van mensen die luidens de Staatsveiligheid tot de 
"mouvance Bouty-Nihoul' moeten worden gerekend? Van Lijsebeth citeert 

zeven namen: Georges Bouty, Claude Ceresa, Agim Memedov, Pascal 
Lamarque, Marie-Claire De Gieter, Max Slot en Joseph De Gieter? Voor elk 
van deze zeven 



253 



geeft de baas van de Staatsveiligheid een lange en volledige opsomming van 
hun gerechtelijke antecedenten. Omtrent Claude Ceresa - die inmiddels zijn 
naam heeft laten veranderen - kan hij meedelen dat het hier gaat om een 
homofiel met een reeks veroordelingen wegens allerlei oplichtingszaken en een 
frauduleus bankroet. De genaamde Pascal Lamarque komt in het rijtje voor 
omdat hij van 1984 tot 1990 samenwoonde met Ceresa. Hij is geboren in 1964. 
Zijn strafblad is merkelijk langer: elf veroordelingen tussen augustus 1983 en 
september 1995. Lamarque heeft ongeveer alles mispeuterd wat er te 
mispeuteren valt: diefstallen met geweld, verkrachtingen van minderjarigen, 
drugshandel, autodiefstal, slagen en ver\^'ondingen, smaad aan een agent, 
vluchtmisdrijf na een ongeval, beschadiging van monumenten.. .*22 Michel 
LeHèvre was duidelijk niet de enige marginale vriend van Michel Nihoul. 

Hoe onwaarschijnlijk dit ook mag klinken: totnogtoe heeft geen enkele 
speurder of magistraat, spijts meer dan een jaar "doorgedreven onderzoek', het 
verband opgemerkt. Pascal Lamarque is niemand minder dan de jongeman met 
wie Christine Van Hees in de laatste maanden van haar leven heeft 
gecorrespondeerd en met wie ze duidelijk een aantal geheimen deelde. Het is 
aan hem dat Christine Van Hees op 20 december 1983, minder dan twee 
maanden voor haar dood schreef dat ze van huis wü weglopen en haar 
levensstijl drastisch veranderen: "Ik smeek je, vraag me niet waar. Vraag me niet 
waarom, en nog minder waarom ik niet meer kan schrijven.' En wat later: "Ik 
heb een ellendige kerst beleefd en een triest nieuwjaar. Maar tussen de twee was 
het echt fantastisch want ik heb de Liefde van mijn leven ontmoet.' 

De Bmsselse GP heeft kort na de moord de hand weten te leggen op negen 
brieven van Pascal Lamarque aan Christine Van Hees en vier die in de 
omgekeerde richting gingen.*23 Er moeten nog méér brieven zijn geweest, met 
name van Christine Van Hees aan Lamarque. Het Hjkt vast te staan dat de twee 
elkaar maar één keer hebben ontmoet, op de trein te Soignies, eind 1983. Niet 
alleen Lamarque verklaart dat achteraf, Christine Van Hees schrijft dat ook in 
een van haar brieven. De brieven doen vraagtekens rijzen bij een heleboel 
eerdere 'zekerheden' in het gerechtelijke dossier. Pierre S., de jongen die 
Christine Van Hees tegenover haar ouders en vriendinnen omschreef als haar 
vaste vriend, bestempelt ze in een van de brieven lichtjes denigrerend als haar 
vacancier ("mijn vakantielief). De toon is en blijft verbazend vertrouwelijk, 
zoals ook blijkt uit een brief waarin Christine Van Hees alludeert op een niet 
nader omschreven misdrijf waarvan Lamarque wordt beschuldigd en waarvan 
hij volhoudt onschuldig te zijn, maar blijkbaar besloten heeft de schuld op zich 
te nemen. "Ik begrijp niet dat je niet kan bewijzen dat je daar niet was, op het 
ogenblik van het misdrijf Je had me nochtans gezegd dat je toen bij vrienden 
was geweest?' 

Dat Christine Van Hees correspondeert met een jonge crimineel die door 
de Staatsveiligheid wordt geviseerd als lid van "mouvance Nihoul' kan uiteraard 
op toeval berusten. Onbegrijpelijk wordt het echter als blijkt dat het Brusselse par 
ket begin 1998 met veel bombarie verkondigt dat "werkelijk alles' onderzocht is 



254 



en dat het vaststaat dat er "geen enkel' verband bestaat tussen de 
vriendenkring van Christine Van Hees en de door XI geciteerde personen. 

Eind 1998 kregen wij Pascal Lamarque een paar keer aan de telefoon. Hij 
zat eens te meer in de gevangenis. Hijzelf kan de moord alvast niet gepleegd 
hebben, zegt hij, want ook in februari 1984 zat hij vast. Hij kende in die tijd 
wel Michel 

Nihoul en voor hem Hjkt het vrij evident dat Christine Van Hees hem toen bij 
Radio Activité wel eens tegen het Hjf moet zijn gelopen... Hij Met ook nog 
weten dat hij na de zaak-Dutroux nooit werd verhoord. 

Ook de Xl-speurders hebben nooit het verband gelegd tussen de nota 
van de Staatsveiligheid en de brieven van Christine Van Hees. De vraag is of 
ze dat konden. De nota bereikt Bourlet op 24 maart 1997, op een ogenblik 
waarop het er binnen de antenne-Neufchateau al bovenarms op zit.*24 Ook 
Van Lijsebeth heeft het waarschijnlijk nooit geweten, want hij heeft geen 
inzage in het dossierVan Hees. Hij kon alleen constructief meewerken en 
signaleren. En dat heeft hij ook gedaan. 

De Baets en zijn collega's hebben Pascal Lamarque niet nodig om te besluiten 
dat XI aanwezig moet zijn geweest bij de moord. Begin april gaan twee van 
hen nog eens praten met de zoon van de vroegere uitbater van de 
champignonkwekerij .^^ Ze confronteren de man nu met alle uitspraken die XI 
tijdens haar verhoren over het gebouw ooit deed. Ze hebben alle 
plaatsbeschrijvingen uitgeprint. De zoon mag nu de hele bundel mee naar huis 
nemen, en krijgt de tijd om alles eens rustig te bestuderen en voor te leggen 
aan zijn broer, zijn zussen en zijn echtgenote. Allemaal hebben ze in het 
gebouw geleefd en ze herinneren zich alle hoeken en kanten. De tweede test 
verandert niets aan de eerste bevindingen van de zoon, integendeel. 

De familie is unaniem, zo deelt hij op 14 april 1997 mee. Zich bewust van 
het grote belang van dit onderzoek, zijn ze met z'n allen rond de tafel gaan zit- 
ten, als vormden ze een examencommissie. Ze staan versteld. Uit de 
verklaringen van XI hebben ze twaalf specifieke punten gehaald waarover geen 
enkele discussie kan bestaan dat ze in het oude gebouw aanwezig waren. "Deze 
zaken zijn soms slecht gesitueerd, maar ze stemmen wel overeen met de 
realiteit', zegt de zoon. Hij heeft het onder andere over de tekening die XI 
tijdens een verhoor maakte van een deur. Die zag er precies uit zoals XI ze 
tekende. De overige punten zijn nog impressionanter: plaats en uitzicht van de 
betegelde binnenkoer, de glazen wanden (onderaan in hout, bovenaan in glas), 
de ruimten met vensters met roosmotief, de ruimte met boogvormig plafond, 
plaats en uitzicht van de grijsbruine marmeren schoorsteenwand (ook die heeft 
XI tot in de perfectie nagetekend), diverse trappen die het huis binnenin zo 
specifiek maakten, de gootsteen en het kleine raampje in het washok, plaats van 
de trap naar de eerste verdieping, plaats en uitzicht van de centrale 
zekeringenkast, hoog venster in de keuken, de route die XI binnen zegt te 
hebben afgelegd om de kelder te bereiken. Het gaat al niet echt meer om voor 
meerdere interpretaties vatbare pietluttigheden. De familie denkt te kunnen 
begrijpen waarom XI zich al deze zaken zo scherp herinnert. Als 



255 



ze inderdaad maar één keer in het gebouw is geweest, dan kan dat alleen betekenen dat ze 
toen iets bijzonder traumatisch liccft beleefd. Aan het eind van zijn verhoor komt de zoon 
van de uitbater tot deze conclusie: ~Ik meen te mogen besluiten dat de persoon die dit 
beschreven heeft inderdaad op een bepaalde dag in het bewuste huis moet geweest zijn/ 

NOTEN 

1 Na de eerste reeks verklaringen van XI over de oude kampernoeliekwekerij wordt de 
zoon van de uitbater, die er tot in 1971 woonde en ook daarna nog regelmatig kwam, 
tweemaal verhoord. BOB Bmssel, 23 december 1996 en 21 januari 1997, pv's 119.120 
en 101.019. De auteurs hadden een gesprek met hem op 28 aprü 1999. 

2 Somers beschrijft het bezoek van de rijkswachter later in een nota (waarin ze overigens 
de verkeerde rijkswachter citeert als ongenode bezoeker). Volgens Somers hebben De 
Baets en eerste wachtmeester Bille tijdens een voorafgaand telefoongesprek laten 
verstaan dat het goed zou zijn om de zaak ~nu in onderzoek te stellen' omdat de 
onderzoeksrechter met wachtdienst op 30 december 1996 Anne Gruwez is. Zij is een 
magjstrate waar De Baets al jaren een hechte band van wederzijds vertrouwen mee 
heeft. Somers ontwaart een manoeuvre om onderzoeksrechter Van Espen, de 
vroegere leider van het onderzoek, buitenspel te zetten en geeft te kennen dat ze zich 
niet wou laten gebruiken in een "lastercampagne' tegen Van Espen. Deze magistraat 
wordt op dat ogenblik, zoals later zal blijken, zeifin meerdere nevendossiers van de 
zaak-Dutroux vernoemd. Nota van Patile Somers aan procureur des Konings Benoit 
Dejemeppe, 22 juH 1997. 

3 BOB Brussel, 2 januari 1997, 100.053. 

4 Verhoor XI , BOB Brussel, 9 december 1 996, pv 1 1 8.728. De weergegeven 
passages komen uit de integrale Nederlandstalige transcriptie van de video- 
opname. 

5 Verhoor Antoinette Vanhoucke, BOB Brussel, 11 december 1996, pv 118.323. 

6 Verhoor XI, BOB Brussel, 10 december 1996, pv 118.727. De weergegeven 

passages komen uit de integrale Nederlandstalige transcriptie van de video- 
opname. 

7 BOB Brussel, 4 april 1 997, pv 1 50.759. 

8 Verhoor XI, BOB Brussel, 11 december 1996, pv 119.127. 

9 Verhoor XI , BOB Brussel, 1 5 december 1 996, pv 1 1 8.454. 

10 Gesprek met Regina Louf, 20 juni 1998. 

11 Verhoor NadiaHe P, BOB Brussel, 20 december 1996, pv 119.130. 

12 Nathaüe P wordt halfweg december 1996 reeds verhoord, niet over de zaak- Van Hees, maar over 
Michel Nihoul. BOB Brussel, 11 december 1996, pv 118.412. 

13 PoHüe Oudergem, 21 februari 1984, 23.40 uur, pv 5050. 

14 Verhoor Bruno K., GP Brussel, 22 februari 1984, pv 7066. 

15 BOB Brussel, 21 mei 1997, pv 151.514. 

16 Humo, 19 januari 1999. 

17 BOB Bmssel, 26 september 1996, pv 114.226. 

18 Op dit verhoor komt later felle kritiek van opperwachtmeester Phüippe Pourbaix, een speurder bij 
de antenne-Neufchateau die nauw bevriend is met Virginie Baranyanka, de advocate van Michel 
Nihoul. Volgens deze BOB'er ging het niet om één anonieme getuige, maar om een mengelmoes 
van Veronderstellingen en deducties' van twee 



256 



anonieme getuigen. Nota Philippe Pourbaix aan de commandant van de BOB 
Brussel, 30 maart 1998. 

19 Verhoor Antoinette Vanhoucke, BOB Bmssel, 11 december 1996, pv 
118.323. 

20 Verhoor Eric B., BOB Brussel, 29 april 1997, pv 151.355. 

21 Verhoor Michel Forgeot, BOB Bmssel, 30 december 1996, pv 119.249. 

22 Vertrouwelijke nota administrateur-generaal Bart Van Lijsebeth, 
Staatsveiligheid, 24 maart 1997. 

23 GP Bmssel, 3 maart 1984, pv 7536. De brieven werden bij de Bmsselse griffie 

gedeponeerd onder het nummer 3467/84. 

24 Uiteraard gingen de auteurs aan de hand van geboortedatum, geboorteplaats en adressen 

na of het hier werkelijk om dezelfde Pascal Lamarque gaat. Het is dezelfde. Wat de 
betrokkene tegenover de auteurs overigens ook bevestigde. 

25 Een van de twee BOB'ers die zich dit deel van het onderzoek aantrekt, is zowat de 

laatste die ervan kan worden verdacht dat hij de zoon zou hebben trachten te 
beïnvloeden. Het gaat om opperwachtmeester Danny De Pauw, die zich in de zomer 
van 1997 tot het "andere kamp' zal bekeren en om die reden niet uit de XI- 
onderzoeken zal worden verwijderd. In een nota zal hij later aanstippen dat deze 
beschrijving van XI voor hem altijd een raadsel gebleven is. 

26 Verhoor zoon van ex-tiitbater, BOB Bmssel, 14 april 1997, pv 150.360. 



257 



'De rijkswachttop wilde graag een groot 
pedofilienetwerk oprollen, maar bij 
voorkeur één zonder rijkswachters erbij. ' 

Adjudant Patfiek De Baets, 21 december 1998 



Sinds 30 november 1996 is het bestaan van de antenne-Neufchateau 

geofficialiseerd. Dat heeft geleid tot de creatie van een aparte, bijna vijftig man 
sterke speurdersploeg die haar intrek heeft genomen in een afzonderlijk 
modern kantoorgebouw - top secrecy voor alles. Knusser is het daar niet. Witte, 
kale muren, koude sfeer. Niet alleen de omgeving is nieuw, ook een van de 
ondervragers is dat. PhiHppe Hupez, die samen met De Baets de eerste acht 
verhoren voor zijn rekening nam, is niet mee overgestapt naar de antenne. 
Voor de zaak-Dutroux werkte hij aan enkele financiële onderzoeken. Hij gaf 
er de voorkeur aan om die af te werken, maar Het XI beslissen. Ze vond het 
spijtig, maar overtuigd als ze was dat de naar haar genoemde zaak loopbanen 
kon breken, had ze zijn vertrek zonder meer aanvaard. De nieuwe 
ondervrager is opperwachtmeester Danny De Pauw. Hij heeft pas enkele 
dagen eerder voor het eerst van het bestaan van XI gehoord en begrijpt 
amper wat hem overkomt. Hij is op zijn eerste dag meteen in een wagen 
geduwd die richting Gent reed, waar XI werd opgepikt. "Ze zal trachten het 
huis terug te vinden waar Clo stierf, is het enige wat een verbouwereerde De 
Pauw te horen krijgt. XI doet de twee BOB'ers de gewestweg naar Eeklo 
oprijden en doet even voor het binnenrijden van Waarschoot een teken: "Hier 
rechts.' Via een bochtige landweg leidt ze hen naar het huis waar ze het tijdens 
het verhoor van 25 oktober over had. 

Voor De Pauw gaat het allemaal razendsnel. Eerder die dag heeft hij van 
De Baets de opdracht gekregen om ergens veertig foto's van oude rijkswachters 
te gaan opscharrelen. De Baets heeft enkele namen opgegeven. Hij moet de por 
tretten van deze lui vermengen met andere, zodat XI moet zoeken. De Baets, 
zo blijkt, "wil wel eens weten' hoe zij zal reageren wanneer hij haar confronteert 
met de meest recente informatie uit het onderzoek naar de Bende van Nijvel, 
dat in die dagen een heropleving kent. 



258 



Acht dagen daarvoor, op 22 november 1996, hebben de advocaten 

Michel Graindorge en Xavier Magnée in Charleroi een grote persconferentie 
gehouden. Doordat zij de familie van enkele slachtoffers vertegenwoordigen, 
hebben zij toe 

gang gekregen tot de muur van papier die het Bende-dossier inmiddels 
geworden is. Zij spreken nu over een "extreem-rechts netwerk dat tussen 1975 
en 1985 een destabilisatie van het land trachtte te bewerkstelligen en zo een 
staatsgreep voorbereidde.' De advocaten troffen in het dossier een twintigtal 
namen aan van (ex-) rijkswachters die volgens hen betrokken waren bij, of 
minstens kennis hebben over de motieven van de gangsters die in de eerste 
helft van de jaren tachtig bij wüde schietpartijen en raids op grootwarenhuizen 
minstens 29 lijken achterlieten. De namenlijst van de advocaten bevat enkele 
oude bekenden, zoals Madani Bouhouche en Robert Beijer, maar ook 
Christian Amory en Martial Lekeu. Nieuwe namen zijn die van de toevallig 
kort daarvoor overleden oudgeneraal Beaurir, de al eerder gestorven kolonel 
Mayerus en minder bekende namen als Poncelet, Marbaix, Depaus, Gombert, 
Mievis, Maquet, Pattyn, Trotsaert, Galetta, Fievez, Fastrez, Lhost, Tchang en 
Grigniez.*l 

De Baets werkt die dag methodisch. De foto's spaart hij op voor het laatst. Hij 
wil eerst nog iets weten over "Clo'. XI tracht de laatste maanden van haar leven 
te beschrijven. Ze had ergens in Gent een vriendje zitten waarbij ze nu en dan 
bleef overnachten, weet XI. Over de familie van "Clo' weet ze weinig. Te oorde- 
len aan wat XI vertelt, kwam haar vriendin helemaal niet meer thuis. Eén klein 
detail doet de speurders wel de oren spitsen: "Ze zei niets over haar moeder, 
maar haar vader... dat is iets problematisch, ja.' 

Danny De Pauw luistert aandachtig, stelt zich geen vragen. Diezelfde 
namiddag heeft hij iets heel bizars meegemaakt. Alvorens aan het verhoor te 
beginnen, heeft hij samen met een collega - niet De Baets - nog een ander 
autoritje 

gemaakt met XI op de achterbank. Het was de bedoeling dat ze hen de weg 
zou wijzen naar "de fabriek', waar ze in een vorig verhoor al eens over 
sprak. Ze had het toen over een geheime studio waar snujf mooies werden 
opgenomen. De Pauw kon zijn ogen niet geloven. Op de E40 Brussel-Luik 
had ze de afrit Sterrebeek aangewezen. Van daaruit liet ze de speurders 
doorrijden tot aan een kruispunt. 'Hier links', zei ze. Enkele kilometers 
verderop deed ze wagen stoppen. Dat was ze, "de fabriek'. De Pauw keek en 
zag een groot bord met een naam erop. Het was het bedrijf van een 
zakenvriend van een door XI aangewezen politicus. Het bedrijf was ooit 
uitgebreid in het nieuws gekomen vanwege aanwijzingen over corruptie bij 
een grote overheidsbestelling en het inschakelen van een netwerk van 
callgirls. Het mag BOB'er De Pauw misschien verbazen, zijn collega's iets 
minder. Nathalie W, een andere getuige, heeft tijdens haar verhoren 
gesproken over een jongen die in alle opzichten bleek te beantwoorden aan 
een beschrijving die een ex-prostituee in de jaren tachtig opgaf van een van 
de vaste aanwezigen op seksfuiven met prominenten, onder meer in villa's 
in Knokke. De zaakDutroux en de Roze Balletten. Voor de speurders rond 
De Baets is er al niet veel twijfel meer. "Er is een duidelijk verband.' 



259 



XI keek vanuit de auto minachtend naar tiet bedrijfspand. "Het is veran- 
derd', merkte ze op, doelend op een deel van het gebouwencomplex dat sinds 
enkele jaren daadwerkelijk aan een ander bedrijf bleek te zijn doorverhuurd. Ook 
de beschrijving die ze van "de fabriek' had gegeven tijdens het verhoor van 3 1 
oktober stemde overeen. 

De stap naar de Bende van Nijvel wordt tijdens het verhoor van 30 november 
gezet. XI beschrijft de BMW - "donkere ramen waarlangs je van binnen naar 
buiten kon kijken, maar niet omgekeerd' - en brengt De Baets meteen tot het 
vermoeden dat het hier moest gaan om het soort wagens waar de Groep Dyane 
mee reed. Deze Groep Dyane, een gevechtseenheid binnen de rijkswacht, is altijd 
het speerpunt geweest in de theorie over een extreem-rechts complot.*2 Dat 
komt mede doordat daar ooit een spectaculaire wapenroof plaatsvond die nooit 
werd opgehelderd, maar waarvan achteraf bleek dat enkele wapens opdoken bij 
de toen nog bij de Brusselse BOB werkende Bouhouche en Beijer. Bouhouche 
verrichtte mee onderzoek naar misdrijven waarvan hij later zelf werd verdacht en 
kon bijvoorbeeld naar believen ballistische expertises in zijn voordeel vervalsen. 

De Baets komt niet zomaar tot zijn vermoeden. Reeds in het begin van het 
onderzoek zijn de speurders in privé -geschriften van XI gestoten op een kleine 
intrigerende passage. In een schriftje dat ten laatste van september 1996 kon 
dateren schreef ze over 'een rijkswachter' die haar verkrachtte terwijl hij een pis- 
tool tegen haar hoofd gedmkt hield.*3 Hij droeg altijd een donkerbruine zonne- 
bril. Een vluchtige lectuur van wat XI verklaarde, zou veel mensen doen denken 
aan de meest clichématige slechterik uit een Amerikaanse tv-serie. De Baets' 
gedachten gaan naar Madani Bouhouche. Die avond wordt de proef op de som 
genomen. 

- Kunt ge de serie foto's goed bekijken en kunt ge mij zeggen wie ge herkent 
op deze foto's? 

- (bekijkt de foto's) 

- Kent ge mensen op die foto's? - (knikt ja) 

- Kunt ge ze aan de kant leggen? Ze gaan u niets doen. Ge moet er geen 
schrik van hebben. Zijn er meerdere personen die ge herkent, en zijn er 
meerdere personen die ge verbindt met de BMW of met de fabriek? 

- (bekijkt de foto's ponder iets te ^ggen) 

- Gaat het-" 

- Hmhm. Ik moet ze opzij leggen, hee? 
-Ja? 

- Oh, mijn god. 

- Ofwel wijst gij ze aan en leggen wij ze aan de kant, ofwel legt gij ze aan de 
kant. 

- Goh,... pff (wijst een foto aan) 

- Deze? 
Deze. 



260 



- Wel. Neem ze. Deze? 

- (kniktja) 
-Foto 41. 

- (wijst een tweede foto aan) Deze. 
-Welke? 

- Deze. 

Ook zonder een ruime weergave van de ellenlange dialoog die volgt, zal de lezer 
inmiddels wel begrijpen hoe het in zijn werk gaat. Het geschuif met foto's, 
steeds weer gevolgd door eindeloos gevit - "ge moet niet bang zijn' - duurt tot 
tien na elf 's avonds. XI heeft aan het eind acht foto's aangeduid. Wanneer De 
Baets en De Pauw die nacht de resultaten overschouwen, staan ze sprakeloos. 
De foto's 28 en 18 lieten nooit in de pers verschenen beeltenissen zien van 
Bouhouche en Amory. De foto's 2 en 4, die ze ook aanwees, toonden de 
gezichten van de gewezen rijkswachtkolonels René Mayerus en Gérard Lhost. 
De twee namen kwamen voor op de lijst van de Bende-advocaten, maar slechts 
een beperkt aantal fanatieke dossierkenners mag in staat worden geacht hun 
gezichten te herkennen. 

Op 12 mei 1997, een half jaar na het verhoor van XI, moet Lhost in de 
kamer voor de Bendecommissie-bis verschijnen. Hij wordt er geïnterpelleerd 
over het onderzoek naar de grote wapenroof bij de in die tijd door hem geleide 
Groep Dyane, januari 1982. Heel wat commissieleden zien die dag eerdere 
indrukken bevestigd: Lhost heeft er toentertijd alles aan gedaan om het onder- 
zoek weg te manoeuvreren van een aantal evidente indicaties in de richting van 
rijkswachters die actief waren bij extreem-rechtse terreurgroepen als Westland 
New Post of het Front de la jeunesse. Precies in die sferen situeren zich de Bende- 
theorieën en nu ook, ten dele toch, de XI -theorie. 

Nadat Lhost eind 1985 de rijkwacht verliet, kwam hij terecht bij de veilig- 
heidsdienst van de Europese Unie in Brussel. Dat leek toen een toevluchtsoord 
te zijn geworden voor in opspraak gekomen extreem-rechtse elementen uit het 
Belgische politiewezen. Lhost kreeg er onder meer Pierre EveiUard als collega, 
een gewezen kabinetslid van Paul Vanden Boeynants en een van de vaakst 
genoemde stamgasten van The Dolo. In precies dezelfde sferen begaf zich ook 
René Mayerus, een goede vriend van Bouhouche en wijlen WNP-leider Latinus 
en mede-oprichter van de Groep Dyane. Het was Mayerus die in de jaren 
zeventig de Franse rechtse extremist Jean-Francis Ferrari-Calmette bij de 
rijkswacht binnenhaalde om training te geven aan zijn manschappen. Calmette 
gaf dergelijke opleidingen ook aan lui van WNP en FJ. Er is nog een vreemde 
toevalligheid in de door XI aangeduide foto's. Een van de aangewezen 
personen was ooit chauffeur bij een dienst die geleid werd door Lhost en over 
zware BMW's beschikte. 

Sommige door XI aangewezen figuren zijn werkelijk zo onbekend als rijkswach- 
ters maar onbekend kunnen zijn. Foto 22 toont J.D., geboren in 1936 en nooit in 
wat voor publicatie ook in verband gebracht met aan de Bende of extreem 



261 



rechts te liëren situaties. Zijn foto is puur toevallig in de stapel terecht gekomen. 
Foto 41 toont eveneens een volslagen onbekende. Het is M.I L, geboren in 1939 
en eveneens nooit opgevoerd in de pers. Deze foto zit er niet toevallig tussen. 
De Baets heeft ze opgevraagd nadat hem een vaag verhaal ter ore is gekomen 
over een moord in Leuven die verband zou houden met chantage via seksfuiven 
en waar deze M.H. "iets mee te maken zou hebben gehad'. 

Met XI is het deze avond niet anders dan bij vorige gelegenheden. 
Intrigerende elementen worden afgewisseld met zaken die totaal onmogelijk zijn. 
De foto's 24 en 29 lieten geen rijkswachters zien. Het waren de portretten van 
twee onbeduidende criminelen die Danny De Pauw aan de stapel toevoegde om 
aan een rond getal van veertig te komen. De twee mannen blijken te zijn gebo- 
ren in 1976, zijn dus zeven jaar jonger dan XI zelf en kunnen dus bezwaarlijk 
enige rol van betekenis hebben gespeeld in het door haar beschreven criminele 
netwerk uit de jaren tachtig. Over een van hen heeft XI een heel verhaal opge- 
dist, als zou hij een van de "waakhonden' zijn geweest, tijdens de seksfuiven. 

XI identificeert Madani Bouhouche als de erg gewelddadige bestuurder 
van de BMW die haar naar "de fabriek' bracht en Christian Amor\' als een soort 
slavendrijver die haar en haar lotgenootjes naar opnamestudio's leidde of naar 
parken waar oudere welstellende heren op vluchtende kinderen schoten. Een 
van de kolonels behoorde tot die groep, zegt XI. Haar relaas over dit soort 
jachtpartijen op menselijk wild, waar later ook X2, X3, X4 en NathaHe W over 
praten, is veruit het meest omstreden deel van haar getuigenis. De woordelijke 
weergave van de verhoren van XI daarover vormen voor velen het meest 
hilarische onderdeel van het hele onderzoek - ook al spreekt ze hier slechts 
occasioneel en met voelbare tegenzin over. 

- Dus in feite lieten ze u los op een groot domein, of een groot 
terrein? 

-Ja. 

- En dan moesten ze u 
vangen? 

-Ja. 

- En wat gebeurde er dan? 

- Dat we bijna eindigden tegen een muur, gelijk een hertenkop. Ja, wat 
gebeurde er dan? 

-Ah ja? 

-Ja. Dan... was het feest 

hee. - Hoe? 

- Dan was het feest 

- Dan was het feest' Ze vangen u en dan is het feest Nee, maar... Zo 
kunnen we niet verder doen. Ge legt ons niets uit 

- Nee, maar.. 

- Het is heel vermoeiend om zo verder te doen. 

-Ja, dan mochten ze... dan mochten ze... dan mochten ze met ons doen wat 
ze wilden. Diegene die ons kon vangen... mocht aMes doen. Verkrachten, 

folteren (...). 

- Kunt ge ons in twee woorden zeggen waar het over ging? 



262 



- Ze hebben er ook meisjes vermoord. 

- Meisjes vermoord? 
-Ja, ze schoten erop. 

- Ze schoten erop? Met wat? 

- Dat heb ik hen niet gevraagd. 

- Nee, maar hebt ge het gezien? 

- Met een wapen, veronderstel ik. Zeker niet met pijl en boog.*4 



Na afloop van het verhoor, nog steeds dat van 30 november, zijn de ogen van 
ondervragers De Baets en De Pauw gevallen op de geboortedata van de twee 
nietrijkswachters. 1976. Vele maanden later zal De Pauw in een (gretig door de 
pers geciteerde) nota poneren dat De Baets dit gegeven liever wou achterhouden. 
De Baets houdt van zijn kant vol dat het omgekeerd was en dat het "niet veel had 
gescheeld of ik had die De Pauw een lap om zijn oren gegeven toen ik merkte dat 
hij de geboortedata niet wüde vermelden in zijn proces-verbaal. '*5 Volgens De 
Baets sprak het voor zich dat XI om de haverklap "zaken met elkaar vermengde' 
en moest men er ook rekening mee houden dat de twee jongemannen mogelijk 
later in een ander deel van het onderzoek terug zouden opduiken. 

In zijn nota, die mee aanleiding zal geven tot een grondige koerswijziging 
van de XI -onderzoeken, uit De Pauw nog meer beschuldigingen aan het adres 
van zijn vroegere chef. Die zou in de hoogdagen van het onderzoek elke kritische 
vraag over XI categoriek van de hand hebben gewezen, verbanden hebben 
gelegd die er niet waren en elk element dat tot twijfel noopte bewust naar de 
achtergrond hebben verdrukt Over wat kan worden aanzien als hét spektakelstuk 
uit de hele Xl-episode, de aanwijzing van de zes rijkswachters, slaat De Pauw 
echter een andere toon aan. Dat XI deze mensen wist aan te duiden, kan hij niet 
verklaren. Dat De Baets haar zou hebben "geholpen', zoals sommigen later 
beweren, kan eenvoudigweg niet De Pauw ging de foto's, afkomstig van oude 
dienstkaarten van rijkswachters, die dag eigenhandig ophalen bij het CBO. De 
Baets heeft ze vooraf nooit onder ogen gekregen en toen XI ermee begon te 
jongleren, zat De Pauw er zelf bij en kon hij elk woord en elke gelaatsuitdmkking 
volgen. Het verhoor werd bovendien gefilmd. In zijn nota schrijft hij: "Ik wil niet 
verbloemen dat ik er momenteel nog steeds geloof aan hecht. In die zin, dat het 
naar mijn gevoel items blijven die de moeite waard zijn om verder te worden 
uitgespit, door grondiger verhoor van XI hieromtrent.'*6 

Patriek De Baets zelf noemt het vallen van de namen van twee kolonels later 
"een keerpunt' in de wijze waarop zijn oversten tegen het Xl-dossier aankeken. "De 
rijkswachttop was ons aanvankelijk zeer gunstig gezind, wilde graag een 
groot pedofiüenetwerk oprollen, maar bij voorkeur één zonder rijkswachters erbij', 
zegt hij. "En dat werd nu plots een heel groot probleem.'*7 

Tegen de achtergrond van dc publieke "ontmaskering' van XI die later volg- 
de, Mjkt het soms alsof De Baets wel bezeten is van complotten. En toch laat de 
reconstructie van het onderzoek onverklaarbare zaken zien. Zo is er die interne 
nota, anderhalve maand nadat XI enkele hoge rijkswachtofficieren aanwees als 



263 



daders. Ze is opgesteld door commandant Duterme en gericht aan een collega 
in Neufchateau. In die periode is er helemaal nog geen discussie over de 
geloofwaardigheid van XI, integendeel. Een week later wordt het dossier-van 
Hees officieel heropend en worden voorbereidingen getroffen voor een reeks 
nationale coördinatievergaderingen voor wat "het onderzoek van de eeuw' 
wordt genoemd. Duterme somt zeven bezwaren op tegen het Xl-dossier, en 
stelt onder punt 6 openlijk de vraag of de magistratuur wel "haar 
verantwoordelijkheid zal nemen' en de door XI geciteerde personen zal durven 
in voorhechtenis nemen tot het proces. Punt 7 klinkt vervolgens zo: "Zal de 
hiërarchie van de rijkswacht binnen het scenario van een globale operatie de 
nodige versterking ter beschikking kunnen stellen van de opdrachten die uit de 
arrestaties voortvloeien en van de veelvuldige telefoontaps die daarmee gepaard 
gaan?'*8 Wie een beetje tussen de regels kan lezen, kan zich moeilijk ontdoen 
van de indruk dat Duterme hier aankondigt dat de rijkswachttop het XI- 
onderzoek krachtdadig zal boycotten. "Wat uiteindelijk ook gebeurd is', zegt 
De Baets. "In die nota lanceert Duterme een hoop dwaasheden. Hij stelt het 
voor alsof wij niets anders deden dan met een beaat gezicht luisteren naar XI, 
en al wat zij zei als een soort gerechtelijk evangelie aanvaardden. Dat beeld 
heeft men later ook opgedrongen aan de media.' 

Hij heette Edmond Vissers, zij Maria-Louiza Vanruyskensvelde. Hij was 
geboren in 1928, zij in 1927. Hij kwam occasioneel aan de kost als fotograaf. 
Zij plaatste als prostituee advertenties in de krant en ontving "aan huis'. Dat 
wüde zeggen: in een gammele caravan op de camping La Hetraie in Sint-Joris- 
Weert, OudHeverlee. Het was een toevluchtsoord voor mensen die de snelle 
stijging van de huurprijzen in Brussel niet konden volgen. Over de koterijen die 
hier werden bewoond, viel soms moeilijk te zeggen of het nu ging om caravans, 
chalets o f tot chalets verbouwde caravans. Zo'n soort camping. 
In de ochtend van 3 februari 1985 werden de lijken van Vissers en 
Vanruyskensvelde ontdekt. Vissers was afgemaakt met een kogel in zijn 
linkeroog en een achter een oor. Vanruyskensvelde had drie kogels in haar rug 
en een achter een oor. In zijn ene hand hield het lijk van Vissers een nog niet 
aangestoken sigaret vast, in de andere een aansteker. Het leek er sterk op dat hij 
de dader moest hebben gekend. Tussen de moord op Vissers en die op zijn 
echtgenote, blijkt later, lag bijna een halfuur. Kennelijk werd zij al die tijd onder 
schot gehouden, werd er gepraat. Op een gegeven ogenblik moest de oude 
prostituee een stuntelige vluchtpoging ondernomen hebben. Dat leidden de 
eerst aanwezige Leuvense politiemannen af uit de kogel die door de rug van de 
prostituee heen ging en de bloedsporen die ze aantroffen op de deur van de 
caravan. Haar Ujk, zo stelden ze vast, was nadien weer binnengesleept. *9 
De manier waarop het paar werd geëxecuteerd, leek sterk op de wijze waarop 
FN topman Juan Mendez een jaar later werd omgebracht. Met Mendez zit men 
opnieuw in Bende-sferen, want tot vandaag zijn er redenen om aan te nemen 
dat hij wapens leverde aan de Bende. De techniek van het schot in of achter 
het oor, bij voorkeur met inwendig ontploffende kogels, was enkele extreem- 
rechtse fana- 



264 



tici in de vroege jaren tachtig aangeleerd in de Practical Shooting-duhs. Ook de ex- 
BOB'ers Amory, Beijer en Bouhouche waren Md van die clubs en beschikten 
over dit soort wapens en munitie. De Leuvense politieman Robert Brueknans 
zag nog andere verbanden. Via een kleine rondvraag bij de campingbewoners 
kwam hij aan de weet dat Vissers tot in 1983 de medeuitbater was van een 
seksclub aan de Generaal Jacqueslaan in Etterbeek, vlakbij het hoofdkwartier 
van de rijkswacht dus. Een van zijn taken bestond er daar in stiekem foto's te 
nemen van deelnemers aan groepsseks. Waarom en in \^iens opdracht hij dat 
deed, had Vissers nooit verteld. Het was ook niet duidelijk waarom hij uit de 
Brusselse beau monde was verbannen. Wel was geweten dat hij van die foto's 
een hele collectie negatieven bewaarde. Toen de poKtie na de moord zijn 
caravan doorzocht, lag alles daar overhoop. 

Er was nog iets anders dat deze moord eerder ongewoon maakte, vond 
Brueknans. De houding van de overige bewoners. Pas omstreeks 10.00 uur 's 
ochtends verwittigde campinguitbater Jean-Marie V de politie. Dit, terwijl hij 
later zou toegeven dat hij "tussen twee en drie uur 's ochtends' schoten had 
gehoord. Hoe kon het dat hij toen niets had gemerkt? Zijn chalet stond pal naast 
die van Vissers en Vanruyskensvelde. 

In de chalet zelf vond de politie een adreskaartje. Het ver^^ees naar een 
wapenbedrijfje in Elsene dat uitgebaat werd door Robert DarviUe. DarviUe was 
in 1985 niet veel meer dan een onderwereldfiguur van dertien in een dozijn. Hij 
werd pas bekend toen hij in augustus 1989 in de nasleep van het onderzoek naar 
de ontvoering van oud-premier Vanden Boeynants geïdentificeerd werd als de 
wapenfreak van de misdaadbende rond topgangsters Patrick Haemers en 
Phüippe Lacroix. Een beperkt aantal politiemensen kende Darviüe in 1985 reeds 
als een van de vaste bezoekers van de club Jonathan, die z'n roem dan weer 
dankte aan de veelbesproken seksfuiven-in-confituur. Naast de fine j7«»rvan de 
Brusselse onderwereld mocht de club ook figuren als de adjunct-gevangenisdi- 
recteur van Sint-GiUis Jean Bultot, BOB'er Martial Lekeu, FJ-leider Francis 
Dossogne en de Brusselse GP'er Feddo Godfroid tot haar klantenkring rekenen. 
Voor zowel Bultot, Lekeu als Godfroid was de Jonathan een tussenstap in hun 
metamorfose. Darville was ook een zeer goede kennis van Juan Mendez. Tijdens 
een huiszoeking werd bij hem ooit een plannetje teruggevonden waarop de 
route stond aangeduid om naar de woning van Mendez te rijden. 

Bruelmans kende Darville op dat ogenblik nog niet, maar ook zonder het 
adreskaartje was het hem al duidelijk dat het motief voor deze moord wel eens 
gezocht zou moeten worden in Brusselse seksorgieën. Jean-Marie V, zoon van 
een schatrijke notaris en mislukt als rechterstudent, was een ver\^roed échangist. 
In hun gloriedagen waren Vissers en Vanruyskensvelde elk weekend van de par- 
tij op seksfuiven in diverse Brusselse etablissementen, meestal om en rond het 
Ter Kamerenbos. Ze werkten vooral voor Robert M. Vissers werd door deze 
man belast met het huren van appartementen waar de klanten ongestoord hun 
gangetje konden gaan. M. was van dezelfde generatie als de twee slachtoffers. 
Hij had 



265 



in 1985 al de gezegende leeftijd van 65 bereikt. Kort na de dubbele moord ver- 
richtte de Leuvense GP een huiszoeking bij M. De aandacht ging vooral naar 
zijn agenda, en al bladerend nam de interesse alleen toe. De speurders stootten 
op de namen van allerlei hoge pieten uit het bank- en financiewezen, enkele 
kopstukken uit de Antwerpse diamantwereld, diplomaten, fianctionarissen van 
de Europese Gemeenschap en enkele bekende Belgische edellieden. Misschien, 
dacht Bruelmans, had het aan lager wal geraakte koppel wel het malle plan 
opgevat om een van de klanten te chanteren. 

In de agenda van M. staan onder de D twee opvallende telefoonnummers 
genoteerd, al zeggen ook die de GP'ers op dat ogenblik niets. Er staat: doIo 
Michei 734.43.78, 145 rue dcs Attébatcs cn Dolo 649.22.09. De twee 
nummers verwijzen naar de ons inmiddels welbekende bar, en vermoedelijk 
meer bepaald naar uitbater Michei Forgeot. Wanneer de speurders van de 
antenneNeufchateau begin 1997 een kopie van het dossier 55/85 van de 
Leuvense onderzoeksrechter Raymond Decoux in handen krijgen, wachten hen 
nog meer verrassingen. Zoals kon worden gevreesd, is de moord nooit 
opgehelderd. En te oordelen aan wat er met de in beslag genomen 
overtuigingsstukken gebeurde, hoeft dat ook niet te verwonderen. De met 
bloed besmeurde deur van de caravan is zoek. Volgens het Leuvense parket is 
deze goudmijn van sporen destijds wel degelijk onderzocht, maar heeft dat niets 
opgeleverd. Voor het feit dat de deur kwijt is, heeft men niet direct een 
verklaring. Onderzoeksrechter Decoux tilt niet zo zwaar aan het verdwijnen van 
de deur. "Als we er toen geen sporen op konden vinden, dan zal dat nu ook wel 
niet meer kunnen.' Bij de antenne-Neufchateau is men daar begin 1997 niet zo 
zeker van. In 1 985 was DN A-onderzoek nog niet mogelijk. Vandaag wel. 

Er is ook iets eigenaardigs gebeurd met het register waar de uitbater de 
namen van alle bezoekers inschreef. Op de griffie te Leuven treft de antenne- 
Neufchateau begin 1997 twee versies aan van dit register: een origineel en een 
fotokopie. De kopie is in de eerste dagen na de moord gemaakt door Decoux 
zelf. Zo kon hij het document rustig bestuderen zonder zich te hoeven 
bekommeren over vlekken. Op het origineel, zo blijkt nu, zijn verschillende 
namen met Tippex uitgewist en vervangen door andere. Hoe zoiets kon 
gebeuren, weet niemand. Vermoedelijk heeft de rijkswacht het register 
teruggegeven aan de uitbater en is het na door hem te zijn beklad weer in beslag 
genomen door politie of GP Ook van dit voor\ral ligt Decoux niet wakker. "Die 
hele zaak baadde een beetje in de sfeer van de poHtieoorlog', herinnert hij zich. 

De nervositeit heeft een oorzaak. Een van de verdachten heet M.D. en is 
rijkswachter. Hij is meer bepaald een vertrouweling van kolonel Gérard Lhost. 
Volgens enkele campingbewoners moet M.D. de laatste - of de op een na laatste 
- zijn geweest die Maria-Louiza Vanmyskensvelde in leven heeft gezien. Hij is 
die avond de camping binnengekomen om 20.00 uur. Verschillende bewoners 
kunnen daarover getuigen. Weinigen hebben hem echter zien vertrekken. 
Hierover aan de tand gevoeld, zegt M. D. dat hij om 00.10 uur is vertrokken, 
één van de getuigen bevestigt dat ook. Wat had hij op dat late uur te zoeken in 
de caravan 



266 



van de 57-jarige prostituee? M.D. zegt dat hij reageerde op een advertentie in 
een krant, maar dat hij haar "iets te oud' vond. M.D. had blijkbaar meer dan 
vier uur nodig om tot die bevinding te komen. 

Een van de in het register uitgewiste namen verwijst naar een coUega- 
rijkswachter en goede vriend van M.D., de elf jaar later door XI op foto 
herkende M.H. Hij moet minstens één keer op de camping zijn geweest, en 
iemand moet er belang bij hebben gehad om daar de sporen van uit te wissen. 
De naam van M.H. duikt nog om een andere reden op in dit dossier. Het is hij 
die M.D. een alibi heeft bezorgd voor diens tijdsgebruik in de nacht van de 
moord. M.H. zweert dat M.D. rond een uur of één 's nachts bij hem is 
aangekomen. Daardoor kan hij met de tussen twee en drie gepleegde moord 
niets te maken hebben... De GP'ers die in die tijd aan het onderzoek werken, 
voelen aan hun kleine pink dat de twee rijkswachters hun verklaringen op 
elkaar hebben afgestemd. Die indruk wordt bevestigd wanneer later bij beiden 
huiszoekingen worden verricht. "Normaal zijn mensen verontwaardigd 
wanneer je bij hen binnenvalt en ze meeneemt voor een verhoor', zegt een 
speurder van toen. "Niet zo bij dit duo. Je merkte duidelijk dat ze getipt 
waren.' Een maand na de moord gaat M.H. met pensioen. Hij was tot dan toe 
- hij ook al - actief bij de Groep Dyane. 

In 1989 is nog een deel van Vissers' fotoarchief teruggevonden tijdens een 
huiszoeking bij Jean-Marie V Het blijft onduidelijk wat de berg negatieven 
daar lag te doen. Uit alles blijkt dat het slechts het restant is van een veel 
omvangrij 

ker collectie. In elk geval is op geen enkele van de beelden een minderjarige te 
zien. Het onderzoek naar de brutale dubbele moord is officieel nooit 
afgesloten, maar Decoux is zovele jaren later bijzonder pessimistisch. Na de 
kortstondige opwinding over een mogelijk verband met het Xl-onderzoek en 
het elimineren van de ploeg-De Baets, gaat het hele dossier terug in de lade en 
gebeurt er niets meer. 

Er is heus niet veel verbeelding nodig om de moord op het oude partouze- 
koppel te kaderen in de politionele schemerzone van seks, chantage en 
corruptie van het begin van de jaren tachtig. De bewaker op camping La 
Hetraie was een 

gewezen cipier van de gevangenis in Sint-GiUis, waar Jean Bultot in die tijd de 
plak zwaaide. Een van de chalets werd bewoond door de broer van AchiUe 
Haemers. Haemers senior werd zelf heel vaak gezien op de camping. Een van 
de bij het onderzoek betrokken GP'ers wordt enkele jaren later dood 
aangetroffen met drie kogels in het hoofd. Zelfmoord, besloot justitie. 
De enige die na de mislukte huiszoekingen bij H. en D. nog in hun betrok- 
kenheid bleef geloven, was politieman Robert Bruelmans. In de jaren die 
volgden, kreeg hij echter problemen met zijn hiërarchie, voelde hij zich 
systematisch 

tegengewerkt in al wat hij in dit dossier nog wou ondernemen en werd hij uit- 
eindelijk gedwongen om het politiekorps te verlaten en met ziekteverlof te 
gaan. 



267 



NOTEN 



1 ~Bende-advocaten zoeken sleutel extreem-rechts netwerk bij twintig 
rijkswachters'. Het Nieuwsblad 23 november 1996. 

2 Later zal blijken dat in dat verband binnen de rijkswacht verdenkingen waren gerezen 
tegen Johan Demol, die in die periode bij de Groep Dyane werkt en actief is bij de 
extreem-rechtse terreurgroep Front de la Jeunesse. De actuele Brusselse voorman van 
het Vlaams Blok zal begin 1998 spontaan een actieve rol spelen in het elimineren van 
adjudant De Baets. Mogelijk komt dat gewoon doordat België een klein land is, maar 

er is natuurlijk een andere verklaring mogelijk. 

3 Analyse tekst Cl 1, BOB Brussel, 13 oktober 1996, pv 116.391. 



4 Verhoor XI, 30 november 1996, pv 150.502. Voor de weergave van dit verhoor werd de 
Franstalige versie terug omgezet naar het Nederlands waardoor de uitgesproken woorden 
niet altijd authentiek kunnen zijn. 

5 Hoewel het dispuut over het al of niet "willen vermelden' van de geboortedata later breed 
wordt uitgesmeerd in de pers en aanleiding zal geven tot diverse ondervragingen door 
onderzoeksrechter Jacques Pignolet, is de discussie zonder inhoud. Want wat blijkt? De 
geboortedata staan keurig vermeld in het eerste proces-verbaal dat over het bewuste 
verhoor is opgesteld. BOB Brussel, 30 november 1996, pv 1 16.251 . 

6 Vertrouwelijke nota van opperwachtmeester Danny De Pauw aan de commandant van de 

BOB Brussel, 15 september 1997. 
7 Gesprek met Patriek De Baets, 21 december 1998. 



8 Fax commandant Duterme aan majoor Guissard (rijkswacht Neufchateau), 20 januari 
1997. 

8 Synthese dossier 30.67.1 19/85 van het parket Leuven, BOB Brussel, 15 april 
1997, pv 150.930. 



268 



4 Winter 1996-1997 

Dwaalsporen 



'Er is geen sprake van 

een toegevoegde politieke waarde. ' 

Onderzoeksrechter Anne Gruwez, 16 november 1996 



"De verdenking valt op Elio Di Rupo tijdens de nacht van 15 op 16 
november 1996. Wanneer hij naar buiten komt na een diner op het 
Egmontpaleis, waar hij gesproken heeft met John Goossens, de zaakvoerder 
van Belgacom, Herman De Croo, de voorzitter van de VLD, en met iedereen 
die enig gewicht heeft in de Vlaams- en Franstalige societywereld, ademt de 
vice-premier de koude lucht in die op zijn auto kristallen gevormd heeft. Hij 
heeft zopas geluisterd naar een uiteenzetting van Jacques Santer over dit 
Europa dat hij als ultraliberaal beschouwt en geeft zich over aan zijn 
gedachten. De nacht zal lang worden, heel lang, maar dat weet hij dan nog 
niet. Tussen middernacht en één uur 's ochtends wordt het alarmsignaal 
gegeven. Jean-Luc Dehaene heeft Philippe Busquin al een schok bezorgd 
door hem in te lichten over de onthullingen die de volgende dag in de 
Vlaamse pers zullen verschijnen. Ze hebben afgesproken dat ze samen 
contact zullen opnemen met EMo Di Rupo, die al urenlang onbereikbaar is. 
De eerste minister heeft de eerste pagina weten te bemachtigen van De 
Standaard, die tot de CVP-strekking behoort. Philippe Busquin en Jean-Luc 
Dehaene voegen zich bij de vice-premier. De eerste krijgsraad van deze 
bewogen periode zal een deel van de nacht in beslag nemen (...). Op zaterdag 
1 6 november vindt er een eerste crisisberaad plaats in de groene Saab van de 
vice-premier. De auto is op weg naar Bergen (...). EHo Di Rupo Hjdt zowel 
fysisch als mentaal onder deze brutale inbreuk op zijn privé-leven, maar staat 
klaar om de strijd aan te binden. '*1 

Het was november 1996, de zaak-Dutroux en de Witte Mars zinderden 

nog na. Een Belgische topminister werd plots verdacht van pedofilie. Elk 

verhaal begin banaal. Ook dit. 

OHvier Trusgnach is een jonge 22-jarige homofiel en werkt als ober in het 

prestigieuze restaurant Scholteshof in Hasselt. In de zomer van 1996 maakt hij 

gebruik van de afwezigheid van zijn baas Roger Souvereyns om aan de haal te 



270 



gaan met diens waardepapieren en zilverwerk. Hij verdwijnt ermee naar het 
buitenland. Het onderzoek wordt gevoerd door de rijkswacht van Hasselt - 
zonder veel succes en dat zint Roger Souvereyns logischerwijze niet. Hij 
besluit zich daarover te beklagen bij een van zijn vele bekende klanten, 
Christian De Vroom, commissaris-generaal bij de gerechtelijke politie. Tussen 
de soep en de patatten beslist De Vroom voor dit geval van huisdiefstal de 
23ste brigade van de GP in te schakelen. Deze dienst hoort zich normaal bezig 
te houden met de bestrijding van zware criminaliteit. 

Trusgnach wordt opgespoord in Groot-Brittannië, maar wordt daar met 
rust gelaten. Hij komt uit vrije wil terug naar België en biedt zich op 21 
oktober 1996 spontaan bij de rijkswacht van Hasselt aan. In tegenstelling tot 
wat velen aanvankelijk denken, is dat niet het begin van de zaak-Di Rupo. 
Luidens het rapport dat het Comité P - de politie van de politie - hierover later 
opstelt, moeten we nog iets verder terug in de geschiedenis: "Begin september 
1996 krijgt commissaris Georges Marnette van de gerechtelijke politie te 
Brussel een verslag van inspecteur Antipine waaruit blijkt dat ene Oüvier 
Trusgnach gegevens zou kunnen meedelen over de rol die hoo^eplaatste 
personen bij het onderzoek naar pedofiele netwerken hebben gespeeld. Dit 
verslag is gebaseerd op de verklaringen van een toevallige informant. De 
informatie is niet erg nauwkeurig, maar wel erg explosief (er worden diverse 
bekende personen genoemd, waaronder vice-premier EHo Di Rupo). Er wordt 
beslist de naam van de informant geheim te houden en hem overeenkomstig 
de bestaande instructies te behandelen. '*2 

Nauwelijks is Trusgnach aangehouden of commissaris Georges Marnette 
begint hemel en aarde te bewegen om hem te ontmoeten. Hij telefoneert her- 
haaldelijk naar de GP van Hasselt, waar commissaris Peelos hem naar het 
Parket doorverwijst. Vervolgens legt hij aan substituut Durwael uit dat bij het 
Brusselse parket een dossier is geopend met betrekking tot de pedofiele 
praktijken van bepaalde personen, waaronder (onder meer) vice-premier EHo 
Di Rupo. Commissaris Marnette deelt mee dat de verklaring die Trusgnach 
tegenover de rijkswacht heeft afgelegd, voor dit onderzoek van belang kan 
zijn. 

In Hasselt steHen zowel de onderzoeksrechter als de substituut zich 
vragen bij de zichtbare belangstelïïng van de Brusselse GP Voor zover zij 
begrepen hebben, houdt de zaak-Trusgnach enkel verband met geld en wat 
zilverwerk. Ze verzoeken de plaatseHjke rijkswacht die Trusgnach daarover 
maar eens te ondervragen. Dat gebeurt op 22 oktober om 10.50 uur. In zijn 
eerste verklaring heeft Trusgnach het over zijn privé-leven, zijn mondaine 
relaties, zijn homoseksuele voorkeur en zijn intieme betrekkingen met 
hooggeplaatste personen, waaronder EHo Di Rupo. Uit niets van wat hij 
vertelt, kan worden opgemaakt dat hij slachtoffer zou zijn geweest van iets, 
laat staan dat hij voor zijn achttiende seksuele betrekkingen zou hebben gehad 
met een volwassene. *3 

Twee dagen later gaat de gerechteHjke poUtie van Brussel, gewapend met 
een kantschrift van het Brusselse parket, op haar beurt OHvier Trusgnach 
ondervragen in de gevangenis van Hasselt. Hij herhaalt in grote Hjnen wat hij 
al aan de rijkswacht heeft verklaard, maar zegt nu dat hij ten tijde van de 
vrijpartijen pas 



271 



de waarin de X-dossiers aan het ontkiemen zijn. En, toeval: het is onder meer 

de ploeg De Baets die die vrijdagavond en catastrophe wordt opgeroepen, om 
er later van te worden verdacht te hebben geholpen bij het "opzetten' van de 
zaak-Di Rupo... 

In het dossier dat de gerechtelijke overheden aan de Kamer overmaken om de 
opheffing van de parlementaire onschendbaarheid van minister Di Rupo te 
vragen, werden de drie processen-verbaal opgenomen waarin Olivier 
Trusgnach eerst vertelt dat hij op z'n negentiende, vervolgens op z'n 
zeventiende en tenslotte op z'n vijftiende seksuele omgang met de minister 
heeft gehad. Deze toch wel opvallende verjonging in enkele dagen tijd, wekte 
meteen de wrevel op bij de kamerleden. Ze stellen ook vast dat het dossier 
voor de rest is opgebouwd uit beschuldigingen en aanklachten waarvan de ene 
nog onsamenhangender en onbetrouwbaarder bHjkt dan de andere - meestal 
met gebruikmaking van roddels uit de tweede of derde hand. 

Nog voor het zover komt, wordt Olivier Trusgnach door vrienden en ken- 
nissen afgeschilderd als een mythomaan en een fantast die niet aarzelt allerlei 
titels voor zichzelf te verzinnen (prins, graaf, ridder...), die alle even 
hoogdravend als uit de lucht gegrepen zijn. Hij is zelfs zover gegaan dat hij valse 
geboorteakten voorlegde die hem een prestigieus voorgeslacht moesten 
bezorgen, dit tot verdriet van zijn echte familie. 

Het Belgische parlement heeft de parlementaire onschendbaarheid van 
minister Di Rupo nooit opgeheven. Enkele weken later wordt hij na een 
onderzoek door het Hof van Cassatie onschuldig verklaard.' Commissaris 
Marnette wordt daarentegen door onderzoeksrechter Laffineur beschuldigd 
van schending van het beroepsgeheim. Marnette blijft tot vandaag ontkennen. 
Laffineur is belast met het onderzoek naar de oorsprong van de lekken in deze 
zaak, die de Belgische regering gedurende enkele weken aan het wankelen 
bracht. 

Op 14 augustus 1999, op een dag na drie jaar na het uitbreken van de 
zaak Dutroux, hangt inspecteur Grégory Antipine zich op in zijn woning in 
Waremme. Hij had blijkbaar privé-problemen. Volgens zijn vroegere chef 
Georges Marnette "was hij na de zaak-Di Rupo nooit meer dezelfde'. 

Wanneer minister Di Rupo een paar w-eken nadat zijn problemen ten 
einde zijn, door RTBf-journaMst Alain Gerlache wordt geïnterviewd tijdens het 
politiek kwartiertje van A bout portant, probeert hij een antwoord te vinden op 
de enige vraag die rest: waarom? Tk denk dat wat mij is overkomen, misschien 
gediend heeft om veel ergere zaken die zich in dit land afspelen, te verbergen.' 
NOTEN 

1 Uit Elio Di Rupo, van rups tot vlinder, Chantal Samson en Livio Serafini, uitg. Luc 
Pire, 1997. 

2 Verslag van het Permanent Controlecomité voor de Politiediensten, Onderzoek van de 

wijze waarop de politiediensten hebben opgetreden met betrekking tot het opstellen van 
een dossier dat aanleiding heeft gegeven tot de procedure van artikel 103 van de 
Grondwet 



274 



ten aanzien van vice-premier Di Rupo. 

3 Verhoor Olivier Trusgnach, rijkswacht Hasselt, 22 oktober 1996. Het verhoor vindt plaats 

binnen het kader van een nieuw geopend dossier HA.90.42. 103825 196. 

4 GP Brussel, 22 oktober 1996, pv 824. 

5 Verhoor Olivier Trusgnach, GP Brussel, 28 oktober 1996, pv 39.686. 

6 "Gerecht zoekt naar bewijzen tegen ministers over pedofilie', De Standaardl 
Het Nieuwsblad 16 november 1996. 

7 De Franse gemeenschapsminister Jean-Pierre Grafé nam ontslag op 9 december 1996. Het 

onderzoek, dat draaide rond de verklaringen van Trusgnach en van een minderjarige over 
pedofiele praktijken in het Luikse appartement van de minister, werd toevertrouwd aan 
het Luikse gerecht. Het parket stelde Grafé in september 1998 buiten vervolging. 



275 



^Geen probleem! U hindert niet. ' 



Politiemensen tegen journalisten tijdens de huiszoeking bij 

Abrasax, 21 december 1996 



21 december 96. Iets voor achten 's avonds. Meer dan honderd speurders, 
rijkswachters, GP'ers en gemeentelijke agenten zijn op oorlogspad in de regio 
van Charleroi. Neufchateau zet zijn eerste stap in een onderzoek tegen 
Satanisten - om te voorkomen dat ze een kind zullen offeren. AUes is in het 
diepste geheim voorbereid. 

Er wordt gezegd dat dit de meest delicate en meest gevaarlijke operatie van 
Neufchateau is sinds de arrestatie van Mare Dutroux. De radio is verzocht te 
zwijgen en enkele journalisten die op de hoogte zijn is gevraagd hun mond te 
houden. Een van hen, werkzaam bij de RTBf Charleroi, staat echter al twee 
dagen op wacht met een speciaal bestelbusje dat normaal gebruikt wordt voor 
het lachprogramma met de verborgen camera. Hij krijgt het even benauwd 
wanneer twee mannen van het observatieteam hem opmerken. Ze stellen hem 
al snel gerust: "Geen probleem, u hindert niet.' 

Eens het startsein gegeven is, wordt de Emile Vanderveldestraat in 
Forchiesla-Marche in beide richtingen afgesloten. Rijkswachtcombi's met 
zwaailichten blokkeren de straat. Het verkeer wordt omgeleid. Niemand komt 
er nog door. 

Het machtsvertoon is zo groot dat het al snel duidelijk wordt dat hier niet 
'toevallig' wordt gewacht op de eventuele "genodigden' van een Satanisch 
offerfeest. De enige aanwezigen zijn Dominique Kindermans en haar 
partner, Francis Desmet. Met hun pantoffels al aan zitten ze naar de 
televisie te kijken als er aan de deur gebeld wordt. De deur van nummer 223 
in de Vanderveldestraat. Een witte gevel van een rijhuis aan het begin van 
de straat, met naast de voordeur een koperen bord met daarop: Instituut 
Abrasax, vzw - Psychotherapie - Magie: Francis Desmet heeft de deur 
nauwelijks open gedaan of de tot de tanden bewapende mannen dringen 
binnen. Dominique Kindermans grijpt zich vast aan haar stoel: 'Is dit een 
overval?' vraagt ze. 'Nee mevrouw, dit is de rijkswacht!' 



276 



De huiszoeking duurt de hele nacht. De cameraman van de RTBf, die 

zijn schuilplaats heeft verlaten, filmt het komen en gaan van de onderzoekers 
die tot de vroege ochtend allerhande dozen en materiaal wegdragen. Ze 
nemen zelfs de 

inhoud van een kleine koelkast - en iets later ook de ijskast zelf - in beslag. De 
gerechtelijke politie, verklaart ze later, beschikt zelf niet over een ijskast om 
de in beslag genomen flacons met bloed te conserveren. Francis Desmet en 
Dominique Kindermans worden de hele nacht ondervraagd. Ze hebben niets 
te verbergen, zeggen ze. Het beste bewijs is dat ze enkele jaren eerder hebben 
meegewerkt aan de uitzending Lêcran têmoin van Fran^oise Van de Moortele 
op de RTBf, die aan hekserij was gewijd. Ze hebben toen ook toegestaan dat 
er bij hen gefilmd werd tijdens een zwarte mis. Francis Desmet, in zijn tenue 
van "Grootmeester', is er te zien ter\^ijl hij voor een altaar staat waar een 
naakte en gemaskerde vrouw op ligt. Desmet en Kindermans leggen uit dat 
Abrasax een vzw is en geen sekte. Dat er een financieel onderzoek is geweest 
toen Abrasax, dat in 1990 in Sauvenière is opgericht, zich in 1991 in de regio 
van Charleroi wüde komen vestigen. Dat de GP van Charleroi en substituut 
Lambert de statuten en boeken hebben nagekeken en dat zij tot de conclusie 
zijn gekomen dat alles in orde was. "Er is geen minderjarig kind hier, net 
zomin als er menselijke of zelfs maar dierlijke offers te vinden zijn. Het is zo 
dat we soms bloed gebruiken voor bepaalde rituelen, maar dat is dan 
afkomstig van het hart van een dier, gekocht bij de slager. En nee, we kennen 
Mare Dutroux niet. Noch Bernard Weinstein.'*l 

Daar gaan de vragen van de onderzoekers nochtans over. Helemaal in het 
begin van het Dutroux-onderzoek heeft de rijkswacht van Charleroi een huis- 
zoeking verricht in de verlaten chalet van Bernard Weinstein in Jumet. Tussen 
de 

vrachten rotzooi die daar toen werden buitengesleept, werd een papiertje aange- 
troffen, in vieren gevouwen met een paar getypte zinnetjes: "Bernard, vergeet 
niet dat het feest nadert en dat de hogepriesteres haar cadeau verwacht. 
Anubis.' In het proces-verbaal van de huiszoeking is geen spoor te bekennen 
van deze toch wel wonderlijke boodschap.*2 Het is duidelijk dat de speurders 
hun "ontdekking' pas enkele dagen of weken nadien hebben gedaan. 

Anubis, dat is ook de rituele naam van "grootmeester' Francis Desmet. Die 
naam is aUes behalve geheim: Anubis en Nahema-Nephthys, aUas Dominique 
Kindermans, hebben enkele jaren eerder een boek gepubliceerd, Le prince de ce 
monde, een "handboek voor Westerse demonologie en woordenboek der demo- 
nen'.*3 Een boek dat ze ondertekenen met hun rituele namen, compleet met 
foto's en biografieën. Voor de speurders kan de hogepriesteres uit de 
boodschap aan Weinstein niemand anders zijn dan de parmer van Anubis, 
Dominique Kindermans. En wat kan het cadeau dat ze verwacht anders zijn 
dan een kind - een kind om te offeren? 

De speurders verlaten het gebouw van Abrasax in de vroege ochtend, 
zonder Desmet en Kindermans nog lastig te vallen. Ze hebben niets gevonden. 
Er was ook niets te vinden. Het koppel wordt enkele maanden later ontvangen 
door de speurders. Die zeggen nog steeds geen verklaring te hebben voor deze 
totaal foute piste. "We hebben erop aangedrongen om meer details te krijgen 
over dat 

277 



beroemde Weinstein-papiertje', legt Dominique Kindemans uit: ~De 
speurders hebben ons gedurende meer dan een half uur duidelijk proberen 
maken dat dit briefje wel van ons moést komen. Volgens het onderzoek dat de 
gerechtelijke politie van Charleroi heeft uitgevoerd, is het briefje afgedrukt op 
een inktjetprinter. Ze hebben ons echter verteld dat de verschillende stukken 
die ze in het chalet van Weinstein hebben gevonden zo nat waren dat ze eerst 
moesten drogen in het rijkswachtgebouw te Jumet voor ze bruikbaar waren. 
Dat was ook zo met de documenten waartussen deze boodschap zich bevond. 
Ik heb hen er toen op gewezen dat de vochtigheid een tekst die met een 
inktjetprinter gedrukt is zou moeten hebben aangetast. De tekst zou gaan 
uitlopen. Daarop zeiden ze me dat het ongetwijfeld een fotokopie was.'*4 
Waar komt deze boodschap vandaan? Wie heeft hem geschreven? Waarom 
werd hij bij Weinstein gevonden? Allemaal vragen waarop tot op heden gaan 
antwoord is gegeven. Sommige getuigen hebben gesproken over een andere 
Anubis, een voormalig lid van Abrasax, nu werkzaam in Brussel. Maar een 
onderzoek naar deze persoon heeft niets opgeleverd. Dominique Kindermans 
heeft zo haar eigen hypothese. Zij is ervan overtuigd dat het document een 
vervalsing is. Dat het opzettelijk werd neergelegd in het chalet in Jumet of 
tussen de spullen die lagen te drogen. "Zo werd het zeer gemakkelijk om 
Abrasax verdacht te maken, misschien om onze organisatie te kelderen, 
misschien ook om het hele onderzoek richting satanisme te sturen. Maar we 
weten natuurlijk niet wie dat zou kunnen hebben gedaan.' 
Ondanks de flop van de huiszoeking in Forchies-la-Marche, wordt de hele 
zaak-Abrasax opgeblazen in de pers. Die heeft het door procureur Bourlet 
uitgeroepen 48-uren-embargo eerst gerespecteerd, maar laat zich daarna 
helemaal gaan. Meerdere dagbladen en zenders berichten dagenlang over de 
gruwel. We schrijven 23 december, twee dagen voor Kerstmis. De Belgen 
worden bedolven onder de inlichtingen over satanisme, offers, bloed. De pers 
maakt gewag van de sinistere "bestelbon' in deze zaak: er wordt uitgelegd dat 
sommige rituelen, op bepaalde dagen, slachtoffers van een bepaalde leeftijd 
vereisen, en dan vooral zeer jonge slachtoffers. Sommige kranten maken 
melding van speciale rituelen waarbij ledematen van het slachtoffer worden 
afgesneden'. 

Het is bijna niet geloven dat dat ene verfrommelde papiertje de enige 
aanleiding vormde tot het machtsvertoon in Forchies-la-Marche. Dat is ook 
niet zo. "Verschillende elementen die alle in de richting van Abrasax wijzen', 
klinkt het bovenaan het proces-verbaal waarmee twee dagen eerder de aanzet 
is gegeven tot de spectaculaire inval in Forchies-la-Marche. Wie aandachtig 
leest om wat voor elementen het dan wel mag gaan, vindt er vijf en begrijpt 
vervolgens dat hier maar twee hjjpothesen zijn: die van een bewust gecreëerde 
valse piste of die van enkele politiemensen die compleet aan het flippen zijn 
gegaan. Het pv vermeldt, in alle ernst: "Een in 1993 rond de vzw Abrasax 
verricht onderzoek wees uit dat er 150.000 frank werd uitgekeerd als 
terugbetaling op een lening. 150.000 frank is tevens de prijs waarover Mare 
Dutroux zei dat hij die kon krijgen voor het leve 



278 



ren van een meisje.' Als die lijn logisch was doorgetrokken naar alle Belgen die 
ooit een bedrag van 150.000 frank betaalden of ontvingen, dan had 
onderzoeksrechter Langlois - onder wiens leiding dit allemaal gebeurde - vele 
duizenden huiszoekingsmandaten mogen afleveren. 

Als tweede "aanwijzing' vermeldt het pv een incident dat op 9 aprM 1994 
de aandacht trok van de rijkswacht van Rebecq. Een in het zwart geklede dame 
stond te urineren op straat. Ze werd meegenomen naar de kazerne voor een 
ver 

hoor. Dat Hcp niet van een leiden dakje. In de verhoorkamer begon ze zich te 
ontkleden en te masturberen voor de ogen van de rijkswachters. Ze riep 
dingen als Neem mij Anubis!' en 7k draag het kind van Satan!' Voorts wordt in 
het pv ruimschoots geciteerd uit Le Prince de ce Monde, meer bepaald daar 
waar Desmet en Kindermans op pagina 62 uideggen: "Bij offers met bloed gaat 
het op dezelfde manier als bij de Drie Ceremonieën. Men snijdt bij het kind of 
het dier de keel over boven het altaar...' Wat rijkswachter Poncelet, opsteller 
van het pv, er niet bij vertelt is dat dit allemaal symbolisch bedoeld is en dat de 
auteurs enkele pagina's verderop aangeven dat ze serieuze twijfels hebben bij 
de nu en dan opduikende verhalen over het bestaan van echte mensenoffers. 
Het vijfde element is vemit het opwindendst: "Een informant van de BOB van 
Brussel signaleert ons dat een vrouw gedwongen zou zijn een kind af te staan 
om te worden geofferd volgens de satanische kalender en dat de vzw Abrasax 
ernstig moet worden genomen.' Voorts wordt ook nog fijntjes gemeld dat over 
twee dagen, op 21 december, de winterzonnewende daar is. "Dat is een 
belangrijke datum voor het satanisme en het luciferianisme.'*^ 

Zelfs na de flop van 21 december 1996 zullen enkele speurders nog ijverig blij- 
ven verder zoeken in het milieu van sekten en andere occulte figuren of 
organisaties. Dat gebeurt - vreemd genoeg - door mensen van- de Aarlense 
GP, de rijkswacht van Charleroi, de Brusselse GP.. stuk voor stuk 
poHüemensen die enkele maanden later op de eerste rij zullen staan om de 
verklaringen van de X-getuigen als een kind met badwater weg te gieten. 
"Satanisme in het onderzoek van Neufchateau?' klinkt het dan, "maar weet u 
dan niet meer wat er bij Abrasax gebeurd is?' XI, X2 en X3 hebben gruwelijke 
dingen beschreven, maar het woord "satanisme' is niet over hun lippen 
gekomen - tenzij om er de spot mee te drijven. 

NOTEN 

1 Gesprek met Dominique Kindermans en Francis Desmet, 23 december 1996. 

2 Huiszoeking bij Bemard Weinstein, Daubressestraat 63 in Jumet, rijkswacht 
Charleroi, 19 augustus 1996, pv 102.434. 

3 Le Prince de ce Monde, uitg. Savoir pour Etre, 1993. 

4 Gesprek met Dominique Kindermans, januari 1997. 

5 Inlichtingen Abrasax, rijkswacht Charleroi, 19 december 1996, pv 100.532 

L4175. 



279 



3 



Vandaag weer niets gevonden in Jumet. ' De 
pers, 13 december 1996 - 27 mei 1997 



- Ze komen terug, ik weet het zeker. Vandaag of morgen zijn ze terug. 

- Enfin, Jacky, wanneer zwijg je daar nu eens over? Ze vinden niks in 
Jumet. Geen dooie kip, geen botje, niks. 

- Wel, ik kan me niet voorstellen dat ze hier en catastrophe bomen komen 
omhakken zonder een bedoeling. En Dutroux kende de streek... Eugène! 

-Huh? 

- Jij hebt als kind toch met hem in de klas gezeten? 

- Met wie? 

- Dutroux tiens, hier in de gemeenteschool van Roux. 

- Pff.. Ja. Het kereltje van de achterste bank. 

- Jacky, als je 't mij vraagt zullen ze niet beginnen graven met de feestdagen 
voor de deur. 

- Misschien net wel. 



Het is net vrijdag 13 december 1996 geworden. In café Etangs Caluwaert. aan de 
voet van de oude mijnterrü in het gehucht Roux, onderhoudt uitbater Jacky 
Courard zijn laatste klanten met weetjes over de zaak die iedereen beroert. Er is 
iets op til, zo heeft hij opgevangen van een journalist die hier twee maanden gele- 
den zijn adreskaartje achterliet*! Jacky was nostalgisch beginnen terugdenken aan 
de maand oktober. Het mediacircus dat hier neerstreek nam genoegen met slappe 
frieten en soep met boterhammen. De financiële verliezen door het wegblijven 
van om rust en stilte smekende vissers werden ruimschoots gecompenseerd. 

Het was allemaal begonnen met dat vreemde groepje wandelaars, in de 
avond van vrijdag 4 oktober. Jacky had als eerste Mare Dutroux herkend, gehuld 
in een kogelvrij vest en omringd door rijkswachters. De groep üep de weide in en 
verkende daar de ingang van de oude Bordia-tunnel, aan de voet van de mijnter- 



280 



rü. Dutroux wees naar links en naar rechts. "Hier is misschien iets interessants te 
vinden', moet hij gezegd hebben. Ook Mchèle Martin was ter plaatse gebracht. 
Zij had wat hulpeloze gebaren gemaakt, aangevend dat ze het ook maar van 
horen zeggen had. Jacky las het enkele dagen later in de krant. Neufchateau was 
op het spoor van nieuwe kinderlijken. Vlak voor zijn deur nog wel. 

Eigenlijk wisten de speurders zelf niet goed wat ze precies zochten toen ze 
hier voor het eerst waren beginnen graven. Nadat Michel LeMèvre kort na zijn 
arrestatie een vreemd verhaal had opgedist over Dutroux' manie voor putten en 
steenkool, had Martin in vage bewoordingen verwezen naar een oud mijnterrein 
in Jumet.*2 Dat aUes deed pas een belletje rinkelen toen er in Neufchateau getui- 
genissen binnenliepen uit het dorpje Roux. Bewoners meldden dat Mare 
Dutroux hier een deel van zijn jeugd doorbracht. Twee weken lang ploeterden 
het identificatieteam van de rijkswacht (DVT) en de civiele bescherming door het 
sHjk. De speurders daalden met zaklampen af in de tunnel en haalden emmers 
modder en kolengruis boven. Na enige tijd dreigde er verzakkingsgevaar, wat hen 
voor een dilemma plaatste. Misschien had Dutroux wel eerst de lijken verstopt en 
daarna de boel doen instorten. Hoe moeilijker het werd, hoe groter de kans dat 
ze goed zaten, argumenteerden sommigen. De media berichtten dagelijks over de 
zoekacties. Uiteindelijk werd er niets gevonden. Op een goede dag was iedereen 
weer vertrokken en leek de Bordia-tunnel vergeten.*3 

Nu, halfweg december 1996, heerst in het dorp een gespannen rust 
Buurtbewoners hebben opnieuw mannen in gele overalls en met zuurstofflessen 
op de rug zien rondlopen. Ze spanden delen van het bos af met rood-witte Hn 
ten. Jacky is al eens gaan kijken en weet het zeker. Vandaag of morgen is zijn café 
opnieuw het middelpunt van de wereldactualiteit Hij kan maar beter de rekken 
aanvullen. 

Terwijl de café-uitbater die nacht met zijn klanten zit te lallen, rinkelt ruim 
honderd kilometer verderop omstreeks halfeen 's ochtends de telefoon ten huize 
van Tiny Mast, de moeder van Kim en Ken Heyrman. De twee kinderen, elf en 
acht jaar oud, verdwenen in de avond van 4 januari 1994 aan de Noorderlaan in 
Antwerpen. Het verminkte Hjk van Kim werd een maand later met sporen van 
verkrachting opgevist uit het Asiadok. Ken is nog steeds vermist Aan de 
telefoon vraagt een inspecteur van de Antwerpse GP Tiny Mast of ze "efkens 
naar den bureau kan komen'. De relatie tussen de moeder en de speurders kan 
gelden als een toonbeeld van hoe het niét moet Na de vondst van het lijkje van 
Kim sprak een GP'er in het openbaar van een "hoer in een doodskist'. 
Geconfronteerd met dit soort "tact', werd Tiny Mast ooit hardhandig uit een 
verhoorlokaal verwijderd en uitgescholden voor hysterica. In de lokalen van de 
GP laat men haar nu eerst een tijdje wachten op een bankje in de gang. 

- Mevrouw Mast, men heeft mij gevraagd u ervan op de hoogte te brengen 
dat de graafwerken in Jumet over enkele uren hervat worden. Er is nieuwe 
informatie. 

- Wat zoeken ze? 

- Men gaat op zoek naar kinderlichamen. 



281 



- Denkt u dat Ken erbij is? 

- Men zegt mij dat er tachtig procent Icans is.*4 

Dat is het. Tiny Mast mag naar huis. Zij is niet de enige die in de 
daaropvolgende uren de spookbeelden zal trachten te verjagen. Ook Marie- 
Noëlle Bouzet, de moeder van Elizabeth Brichet, krijgt te horen dat er een 
'serieuze kans' bestaat dat men het lichaam van haar kind zal vinden. Bij 
enkele andere ouders van vermiste kinderen komt de mededeling langs de 
telefoon. 

De dorpskern van Roux, een gehucht van Jumet, telt niet meer dan een paar 
straten met een handvol asgrauwe huizen. Aan de achterkant verrijst, te 
midden van drassige velden en bossen, de massieve steenkoolberg van de 
Saint-Louismijn die in 1965 werd gesloten. Sindsdien is de voorstad van 
Charleroi mee opgeklommen tot in de hoogste regionen van de 
werkloosheidsstatistieken. De mijntoren is al jaren afgebroken en de oude 
mijnwerkershuisjes zijn ingenomen door OCMW-steuntrekkers en 
schroothandelaars. 

Alleen de berg kolenafval Hgt er nog. Hij rust op een door mensen gemaakt 
mierennest dat al dertig jaar verlaten is. Sommige mijngangen zitten niet zo 
diep, vertellen grootouders hun kleinkinderen. Er was een tijd dat men in 
Roux de stemmen van de mijnwerkers in de huiskamer kon horen. Vele 
bewoners zijn het bestaan van het ondergrondse gangenstelsel vergeten. 
Tientallen putten en schachtpijpen werden na de sluiting van de mijn 
gedempt met afval van CockeriU Sambre. Andere stortten in of groeiden 
dicht met braamstruiken. Spelende kinderen ontdekten nu en dan in het Bos 
van Heignes nog eens een donker gat, een oude luchtpijp ingepalmd door 
konijnen. 

In de ochtend van 14 december Hjkt Roux een vesting in staat van oorlog. 
AUe wegen zijn hermetisch afgesloten. Behalve de bewoners zelf komt 

niemand erin. Boven in de bossen krioelt het van rijkswachters, beneden in 
het dorp verrichten ze huiszoekingen. Ze verspreiden zich over de velden en 
doorzoeken de tuinen van de mijnwerkershuisjes. Journalisten proberen het 
gebied binnen te dringen. Fotografen en cameramensen worden uit de bosjes 
geplukt en met combi's naar de rand van het spergebied teruggevoerd. Er 
komt iets groots, iets spectaculairs op ons af, vertellen de journalisten elkaar. 
Er wordt niet langer gesproken over een of twee slachtoffers, maar over een 
massagraf. 

In de gevangenis van Namen luisteren de drie bewoners in cel 66 die avond 
naar de nieuwsberichten op radio Bel RTL. Terwijl de nieuwslezer vertelt 
over de invasie van speurders in het kleine dorpje Roux, verliest Jean-Paul 
Raemaekers zijn celgenoot, Guy Focant, geen seconde uit het oog. Een dag 
later, op zondagochtend 15 december 1996, brengt hij verslag uit in de 
lokalen van de Brusselse BOB. 

- Ik zeg u, hij zag lijkbleek. 

- Vanwege het radiobericht? 

- Ik zag hem nauwgezet naar het nieuws luisteren. Tien minuten later kroop hij in 



282 



bed. Hij zei dat hij rugpijn had, maar ik denk dat hij bijna een 
hartaanval kreeg. Dat nieuws bezorgde hem een schok. Hij heeft geen 
woord meer gezegd tot de volgende ochtend.*5 

Raemaekers is eind september 1996 geworden wat hij altijd al zo graag wou 
zijn: interessant. Met zijn verklaringen over seksfuiven met magistraten, 
politici, zakenlui en diplomaten heeft hij een plaats verworven in de galerij 
der kroongetuigen van Neufchateau. Bijna alle andere verklaringen komen 
van slachtoffers. Hij is de enige dader die praat. Tk doe het voor de goede 
zaak', klinkt het. Tk ben een boetende pedofiel. Eén keer per week laat ik mij 
verzorgen door een psychiater én door een psycholoog. Elke dag denk ik aan 
mijn slachtoffers en heb ik berouw, met heel mijn hart. Ik wil mezelf temg 
verdienen door de voUe waarheid te vertellen.'*6 Er zijn redenen om te 
geloven dat achter Raemaekers' praatvaardigheid andere motieven schuilen, 
maar de sfeer is er eind 1996 niet naar om daarbij stil te staan. 

Na een reeks nieuwe arrestaties in het onderzoek naar de moord op PS- 
topman Cools is er in september 1996 heel wat te doen rond spijtoptanten. 
Minister van Justitie De Clerck laat verstaan dat er in België, naar analogie 
met de pentixx in Italië, een regeling moet komen waarbij criminelen die 
Justitie helpen in de strijd tegen de georganiseerde misdaad aanspraak kunnen 
maken op strafvermindering. In theorie, weet Raemaekers, zal hij als 
levenslang veroordeelde moeten wachten tot 2003 of 2005 om een eerste 
keer te kunnen genieten van penitentiair verlof. De rekening is gauw 
gemaakt. 

Het rond Raemaekers' verklaringen gebouwde nevendossier 96/111 
viseert aanvankelijk in de eerste plaats advocaat W, van wie met zekerheid 
kan worden gesteld dat Raemaekers hem heel goed moet hebben gekend. In 
de hoofdstad gaan er al jaren geruchten over de pedofiele obsessies en de 
seks feestjes waarop W een machtsimperium van relaties en chantage zou 
hebben gebouwd. 

De Brusselse BOB'ers die Raemaekers verhoren, hebben er een goed oog in. 
Zo aangenaam en zo meegaand hebben ze hem nooit gekend. Een maand 
lang gaat alles prima. Maar op woensdag 9 oktober 1996 loopt er om 12.50 
uur 's middags een telefoontje binnen. De speurder die opneemt is eerste 
wachtmeester Dany Lesciauskas, een van de vaste ondervragers. Raemaekers: 
Tk ben met de dood bedreigd, help!' Lesciauskas kan uit het geratel van zijn 
getuige opmaken dat zijn overkomst dringend gewenst is. Het dreigement, zo 
heeft hij begrepen, werd woordelijk geuit door een van de naaste 
medewerkers van advocaat W, die in de gevangenis met hem is komen 
praten. 

Wanneer Lesciauskas die namiddag, samen met wachtmeester Serge 
Winkel, Raemaekers gaat opzoeken in de gevangenis üjkt die de bedreiging al 
helemaal te zijn vergeten. De BOB'ers krijgen nu een verward verhaal te 
horen over een man die sinds vijf dagen met hem in de cel vertoeft. Het gaat 
om de 62-jarige Guy Focant, zo op het eerste gezicht een "kleine' pedofiel die 
is overgeplaatst uit de gevangenis van Saint-Hubert. 



283 



- Voor ik spreek, wil ik eerst een paar garanties. 

- Zeg maar. 

- Het moet geheim blijven. Ik bedoel, mijn celgenoot mag absoluut niet 
te weten komen dat ik hier met jullie over gepraat heb. 

- Nee nee, vertel nu maar. 

- Ik wil ook dat hij, als hij er toch op een of andere manier achter zou 
komen, onmiddellijk naar een andere gevangenis wordt overgebracht. 

Begrijpt u? Anders vermoordt hij me. 

- Dat komt vast wel in orde. 

- Bon. Jullie raden het nooit. Sinds kort zit ik in de cel met die man. Jullie 
weten toch dat hij verhoord werd door Neufchateau in verband met 
Nihoul? 

- Euh... Ja, natuurlijk. 

- Tegenover de speurders heeft hij natuurlijk alle contacten met Nihoul 
ontkend. Maar aan mij heeft hij toevertrouwd dat hij Michel Nihoul jaren 

gekend heeft. Als klant van een pedofilienetwerk waarin hijzelf tien jaar lang 
meedraaide. Hij heeft me het hele systeem van a tot z uitgelegd.' 

De essentie van wat Raemaekers vertelt, wordt diezelfde dag door de BOB'ers in 
een fax met de hoofding "confidentieel' als volgt samengevat voor onderzoeks- 
rechter Connerotte: "De betrokkene zit gevangen binnen het kader van een 
pedofiliezaak en, wetende dat Raemaekers ook een pedofiel is, zou hij hem 
bepaalde zaken toevertrouwen. Het gaat om Focant Guy (...). Raemaekers legt 
uit dat deze man betrokken is in de ontvoeringen van kinderen, maar dat hij bij 
een ondervraging alles formeel zou ontkennen. Inderdaad, 62 jaar oud zijnde, 
zou hij tot levenslang worden veroordeeld en nooit meer levend de gevangenis 
verlaten. Hij legde aan Raemaekers uit dat hij al tien jaar jongens en meisjes van 
zeer jonge leeftijd ontvoert. Zij zijn bestemd om aan Nihoul te worden 
geleverd.'*8 

In hun fax vermelden de BOB'ers tussendoor de naam van een Luikse top- 
magistraat, door Raemaekers aangewezen als "een belangrijke klant van het net- 
werk.' Ze geven ook het resultaat weer van de verificaties die ze hebben verricht. 
Die ogen indmkwekkender dan ze zijn. Raemaekers zei dat Focant hem vertelde 
dat hij al 42 jaar getrouwd is. Dat klopt, stellen de speurders. 

Op maandag 14 oktober 1996, vijf dagen nadat Raemaekers de aanzet lijkt 
te hebben gegeven tot het ontmaskeren van het grote netwerk, wordt Jean-Marc 
Connerotte door het Hof van Cassatie van de zaak-Dutroux ontheven. Uit een 
eerste contact met de nieuwe onderzoeksrechter Jacques Langlois kunnen de 
speurders echter opmaken dat die wel wat ziet in dit spoor. In de ochtend van 
zaterdag 19 oktober wordt Raemaekers opnieuw uit zijn cel gehaald en onder 
escorte naar de Bmsselse BOB overgebracht. Bij een eerste oogcontact merken 
de speurders meteen dat er weer heel wat te melden valt "Ik wens u een detail te 
melden dat zijn belang heeft', zegt Raemaekers. "We waren aan het discussiëren 
over de plaatsen in België waar Focant zich bevoorraadde en ik begon te praten 
over de kleine Elizabeth Brichet. Ik zei hem dat ik het bizar vond dat men haar 
nooit heeft teruggevonden. Hij blokkeerde compleet en heeft geen woord meer 



284 



gezegd. Ik was getroffen door die reactie. "*9 

De 62-jarige Guy Focant, van wie Raemaekers beweert dat hij de sleutel is tot het 
netwerk rond Nihoul, verblijft nog maar een paar dagen in de gevangenis van 
Namen, maar zijn reputatie als oude zeur is al in de hele vleugel bekend. De man 
klaagt godganse dagen over hart- en rugproblemen en brengt het grootste deel 
van de dag door in zijn bed. Er is maar één gespreksonderwerp waarmee de oude 
man uit zijn lethargie kan worden gewekt: Spanje. Hij wü emigreren. Zijn kleine 
huisje in Comblain-au-Pont staat te koop. "Het is een kneuterig dorp', haalt 
Focant de neus op. "Ik ga er nooit meer terug.' 

Dat is precies wat de inwoners van Comblain-au-Pont in die dagen willen 
horen. Het Ardense dorpje in de Ourthe-vaUei, op amper dertig kilometer van 
Luik, is van het soort waar landschapsschilders soms dagenlang naar zoeken. 
Overal ademen de bossen en de keurig onderhouden straatjes een Twin Peaks- 
achtige sfeer uit. Toen Guy Focant hier aan het begin van de jaren tachtig neer- 
streek, was het onthaal argwanend. Hij kwam uit Seraing en werkte daar als 
transportbediende bij CockeriU Sambre. Na een hartinfarct was hij arbeidsonge- 
schikt verklaard. Hier werd hij een actieve senior met meer hobby's dan vrije tijd: 
tenor in een mannenkoor, verzamelaar van antiek, houtgraveerder, regisseur in het 
amateurtoneel. Hij had ook een duistere kant, zo merkten de bewoners van 
Comblain-au-Pont. Nauwelijks was hij in z'n nieuwe woonst geïnstalleerd, of daar 
begon het komen en gaan van excentrieke gasten. Ze arriveerden rond een uur of 
negen 's avonds en vertrokken met veel kabaal wanneer het hele dorp al lag te 
slapen. Een keer bracht een buurman de moed op om te vragen wat dit allemaal 
te betekenen had. "We doen aan parmerruü', antwoordde Focant büjgemoed. 
Gênant werd het pas echt toen deze Waalse versie van Sjef Van Oekel op een 
avond, het was al laat, bij zijn buurman ging aanbellen met de melding dat hij 
door zijn voorraad pomovideo's heen was en vroeg of die soms niet iets lekker 
goors üggen had: "Ik moet dringend masturberen.' 

In juni 1995 registreerde de verderop wonende wijkagent de eerste klacht. 
Een slagersknecht vertelde hoe Focant hem als jongen van dertien mee naar 
huis nam en seksfeestjes organiseerde. Focant had de ouders op de mouw 
gespeld dat hij hun zoon zou leren houtgraveren. De jongen vertelde later dat 
hij werd meegenomen naar een theatervoorstelling in Grace-HoUogne. Tijdens 
de pauze moest hij enkele mannen bevredigen. Focant bracht hem ook naar een 
parking in de bossen van Sart-Tilman. Daar werd hij uitgeleend aan mannen die 
in het struikgewas wachtten op het signaal van koplampen. De slagersknecht 
kreeg van Focant nu en dan een beloning. Een paar uit hout gesneden klompen, 
of een gra\aire met zijn lijfspreuk: "On ne désire pas ce qu'on ne connait pas.' 

Een plankje met dezelfde tekst hangt aan de muur van enkele andere huis- 
gezinnen in (]omblain-au-Pont. De slagersknecht was niet het enige slachtoffer. 
Na de slagersknecht meldden zich twee andere jongens en een vrouw. De seks- 
speUetjes waren al sinds 1983 aan de gang, zo leerde een onderzoek van het par- 
ket in Hoei. "We hebben naar sporen van een netwerk rond Focant gezocht, 
maar 



285 



nooit gevonden', blikte procureur Fransldn van Hoei later terug. "De man was 
een seksneuroot, dat zeker. Un pervers pur et dur... Via een postbus 
correspondeerde hij met homofielen uit de hele wereld. Van al die mensen 
hield hij zorgvuldig de afmetingen van hun geslachtsdelen bij. Dat soort 
dingen. Zijn zogenaamde netwerk bestond uit een trio van bejaarden. Een van 
hen was een vierdewereldfiguur die in een caravan woonde en eigenlijk niet 
eens geïnteresseerd was in jongetjes. Hij deed mee uit eenzaamheid.'* 10 

Dat er nog andere klanten waren, werd sterk vermoed. Geïdentificeerd 
werden ze nooit, geeft procureur Franskin toe. "Maar echt sterk was onze 
juridische basis voor een verder onderzoek ook niet. De meeste slachtoffers 
waren mentaal gehandicapten, wat hun getuigenis niet meteen veel gewicht 
gaf' Focant kreeg begin 1996 vijf jaar cel, waarvan twee jaar met uitstel.*ll 

Over één ding heeft Raemaekers niet gelogen, stellen de BOB'ers vast. Guy 
Focant is enkele weken geleden inderdaad verhoord over Michel Nihoul. Dat 
gebeurde nadat de slagersknecht bij de politie van Luik was gaan aankloppen. 
Hij had een van de klanten herkend. Het was die buikige man die ervan hield 
om, alvorens tot de daad over te gaan, zijn slachtoffer met water te 
besprenkelen met een gieter. Dat was Nihoul, zegt de slagersknecht nu: 
"Nihoul is twee keer gekomen.' Wanneer de jongen in Luik een foto van 
Nihoul toegeschoven krijgt, krimpt hij in elkaar. "Het is die meneer daar, ik 
ben er zeker van', fluistert hij.* 12 Tijdens zijn verhoor, twee dagen later, 
ontkent Focant formeel dat hij ook maar een van de verdachten in de zaak- 
Dutroux ooit van dichtbij zou hebben gezien.*13 De slagersknecht, blijkt later, 
is geen toonbeeld van psychische stabiliteit. Enkele weken na zijn getuigenis 
meldt hij zich als novice in een slotklooster. 

De oogst van Raemaekers' detectivewerk Hjkt nu eens spectaculair, dan weer 
niet. De BOB'ers vernemen dat Focant actief is bij de theatergroep Les 
HoUognoises uit Grace-HoUogne, dat hij een homovriendje heeft en dat hij in 
de cel zit op te scheppen over zijn goede contacten met gewezen PS-minister 
Alain Van der Biest, de vroegere burgemeester van Grace-HoUogne. "Een van 
de PS-schepenen daar is overigens ook pedofiel', zegt Raemaekers. "Ik heb ook 
vernomen dat Focant en Nihoul minderjarige jongens prostitueerden, zonder 
dat hij me daarbij meer details gaf. Ik heb ondertussen vernomen dat ze er vier 
hebben geprostitueerd en dat een van de vier de feiten bekendgemaakt heeft. 
Wat de ontvoeringen betreft, heeft Focant me gezegd dat hij minderjarige 
jongens en meisjes schaakte en vergoed werd door Nihoul (...). Zo heb ik 
vernomen dat hij twintig a vijfentwintig jongens ontvoerde en enkele meisjes. 
Zijn slachtoffers waren tussen de dertien en vijftien jaar oud. Hij zei dat hij 
vooral met Duitsers werkte. Wat de vergoedingen betreft, zei hij me dat hij op 
een bepaald moment 500.000 frank had verdiend.'*14 

In een moeite door praat Raemaekers over politici over wie Focant zou 
hebben gezegd dat ze hem beschermen. Het gaat om EHo Di Rupo en Jean- 
Pierre Grafé. Hij zegt dit op 19 oktober 1996, een maand voor het 
neponderzoek van 



286 



Georges Marnette de voorpagina's haalt. Heeft Raemaekers visionaire gaven of 
is hij een van de poppen in de kast van zij die de zaak-Di Rupo verzonnen? 

Wie halfweg oktober in de Brusselse IJzerenkruislaan, waar de BOB haar 
hoofdkwartier heeft, de twee BOB'ers met Raemaekers ziet aankomen, zou 
nooit vermoeden dat deze laatste een veroordeling tot levenslange dwangarbeid 
aan het uitzitten is. Raemaekers loopt losjes met hen mee, soms zelfs met 
enkele meters vrije ruimte ertussen. De BOB'ers gaan samen met hem op 
restaurant, laten hem alleen naar het toilet gaan en praten over koetjes en 
kalfjes. Op een gegeven moment zullen ze zelfs een ommetje maken om ergens 
een computer op te halen. De getuige steekt een handje toe en staat op zeker 
ogenblik moederziel alleen op straat met een beeldscherm in zijn armen. 

Raemaekers kan het goed vinden met Dany Lesciauskas. Die Hjkt een 
onvoorwaardelijke beüever te zijn van al wat Raemaekers vertelt. Op 29 
oktober is dat weer heel wat. Elizabeth Brichet is andermaal het 
hoofdonderwerp. "Dat is een geval dat je moet zien met Michel Nihoul', 
herhaalt Raemaekers de woorden die Guy Focant hem zou hebben 
toegefluisterd. 

Raemaekers vervolledigt zijn uiteenzetting met nieuwe namen van politici 
en noemt een hotel in Spa waar die zich aan de door Focant geleverde kinderen 
vergrepen zouden hebben. Om het geheel nog overtuigender te maken, laat hij 
de speurders een kopie maken van zijn zakagenda. Daarin heeft hij in de week 
van 21 tot 27 oktober de ontboezemingen van Focant genoteerd.*15 

Bij het parket van Namen is kort na de zaak-Dutroux een cel-Brichet 
opgericht die een aantal oude sporen is beginnen uitvlooien. Daarbij hoorde 
een nieuwe zoektocht op de Canarische Eilanden, waar het twaalfjarige meisje 
destijds, in de maanden na haar verdwijning, door Belgische vakantiegangers 
werd opgemerkt. Wanneer Bel RTL daar op 6 november melding van maakt, 
dat bekend raakt, gebeurt er in cel 66 iets vreemds, zo verklaart Raemaekers: 
"Focant heeft me onmiddellijk gezegd dat het ging om een vals spoor aangezien 
ze dood is en zich in België bevindt. Hij noemde de naam van Jean-Michel 
Nihoul als dader van deze ontvoering en heeft me iets verteld over hoe het is 
gebeurd. Het is Nihoul die Elizabeth zou hebben gedood. Ik heb niet meer 
details kunnen bekomen, maar het is duidelijk dat het hier gaat om een 
onderwerp waarover hij moeilijk kan praten.'*! 6 

In cel 66 is het intussen een komen en gaan van met zedendossiers beladen 
gedetineerden. Voor de speurders in het dossier 1 1 1 /96 heeft dat het voordeel 
dat er een derde partij kan meeluisteren naar wat Focant en Raemaekers elkaar 
vertellen. Maar de derde man zal het mysterie alleen vergroten. Vanaf 14 
oktober is dat Claude Jasselette, 36 jaar. Hij is een verwoed consumerende 
pedofiel die zijn laatste gerechtelijke problemen dankt aan zijn betrokkenheid 
bij het netwerk van de Hasseltse rijkswachter Hedwig Huybrechts. Die maakte 
van zijn Mercedes een mobiel escortbureau en reed het hele land rond met 
kinderen uit ex-Joegoslavië. Over Jasselette wordt gezegd dat hij Mare Dutroux 
goed moet hebben gekend. 



287 



Hij was de peet\rader van het dochtertje van Bruno Tagliaferro, de schroothan- 
delaar uit Keumiée met wie Dutroux wel eens zaaltjes deed. 

Jasselette houdt zich in cel 66 op de vlakte. Hij heeft het helemaal niet 
begrepen op zijn celgenoten. Het opdringerige gezwets van Raemaekers kan hij 
nog net verdragen, maar het geklaag van Focant maakt hem wanhopig. Na zes 
dagen roept Jasselette religieuze motieven in voor een transfer naar een andere 
cel. Zijn plaats wordt meteen ingenomen door een zekere Joël Glaude, die maar 
twee dagen in cel 66 blijft. Vanaf 22 oktober wordt het derde bed beslapen 
door een figuur die nog kleurrijker is dan zijn voorgangers: Francis Debuisson, 
een 41-jarige vanwege een arbeidsongeval vervroegd gepensioneerde 
spoorwegarbeider. De nieuwkomer is van het huilerige soort. Verbaasd kijken 
Focant en Raemaekers toe hoe de man het voeteneinde van zijn bed omtovert 
tot een klein altaar en er smeekbeden richt aan de Maagd Maria. 

Debuisson wordt er door het parket van Namen van beschuldigd zijn 
twee oudste zoontjes tegen betaling te hebben uitgeleend aan een zekere René 
Potemberg, net als Focant een al wat oudere houtbewerker met veel vrije tijd en 
pedofiele trekjes. "Maar hoe kon ik dat nu weten?!' jammert Debuisson. "René 
Potemberg was een jeugdvriend. Hij woonde bij ons in de straat en kwam elke 
week langs. Hij was dol op de kinderen. We zijn arm. Potemberg was rijk en 
kon de kinderen cadeaus geven die wij ons niet konden veroorloven. Op een 
keer stelde hij voor om ze mee op vakantie te nemen. Waarom niet, dachten 
mijn vrouw en ik. Nu worden we ervan beschuldigd dat we onze kinderen 
hebben uitgeleend. Dat is volstrekt onwaar. Ik verhonger nog liever!' 

Met interesse bestudeert Raemaekers de foto's van Emmanuel en 
Laurent Debuisson, zeven en negen jaar oud. Debuisson heeft een klein 
plastic fotomapje meegebracht waarin hij troost hoopt te vinden. Er zit een 
foto bij van zijn huisje in Meux, een dorpje op het platteland rond Namen. 
"Daarmee is Mies begonnen', zucht Debuisson. "Het regende binnen. Mijn 
vrouw en ik hadden geen geld om het dak te laten herstellen. Toen stelde 
René Potemberg me voor om ons de nodige 105.000 frank te lenen. Hij zei 
dat we het geld niet meteen hoefden terug te betalen. Toen de politie de door 
ons ondertekende schuldbekentenis terugvond, beschouwde ze dat als het 
bewijs dat we onze kinderen hadden verhuurd.' Raemaekers neemt dit hoopje 
ellende goed in zich op en zegt: "Wat jij nodig hebt, is een goede 
advocaat.'*! 7 Het draait erop uit dat de Brusselse meester JeanMarie 
Flagothier enkele dagen later ook Francis Debuisson kan toevoegen aan zijn 
klantenbestand. 

Terugblikkend op de Jumet-episode, valt het op hoe müd het oordeel van de 
media is. Eind oktober 1997, enkele maanden na het beëindigen van de graaf- 
werken in Jumet, schrijft het goed geïnformeerde weekblad Le Soir lUustré: 
"Men weet, of men zou moeten weten, dat een onderzoek geen lineair proces 
is. Bepaalde werkhypothesen moeten regelmatig worden verlaten omdat de 
verificaties daartoe nopen. Zo is het bijvoorbeeld met de graafwerken in 
Jumet. Die moesten worden ondernomen, maar hebben niets opgeleverd.'*! 8 



288 



Wat hier staat, is illustratief voor een inhoudelijke lijn die zich enkele maan- 
den later als een olievlek over de andere media zal uitspreiden. De journalisten 
die moord en brand schreeuwen over de X-getuigenissen, stellen de 
graafwerken in Jumet voor als een al iets serieuzere onderneming. Gezien de 
getuigenissen vanuit cel 66, zo luidt het, kon Langlois niet anders dan de hele 
mijn ondersteboven keren. Ook het Vlaamse weekblad Knack heeft het halfweg 
1998 over "in de geest van de tijd onvermijdelijke' graafwerken. Uit een 
reconstructie van wat er precies aan voorafging, is helaas maar één conclusie te 
trekken. Als er van één gerechtelijke actie op het terrein perfect kon worden 
voorspeld dat ze volslagen nutteloos was, dan was het wel Operatie Jumet. 

Op 1 november 1996 is Raemaekers opnieuw te gast bij de BOB in Brussel. 

Voor de verandering gaat zijn verhaal nog eens over advocaat W Meer bepaald 
over de adressen waar hij in het begin van de jaren negentig samen met W 
kinderen ophaalde om die daarna af te leveren op seksfuiven: "In de loop van 
de maand mei 1992 ben ik samen met de betrokkene (W) in de streek van 
Namen naar een dorpje gegaan waarvan de naam begon met de letter M, 
gevolgd door een klinker. In het begin van de namiddag is hij er twee jongetjes 
gaan ophalen die volgens mij ongeveer vijf, zes of zeven jaar oud waren. De 
oudste van de twee had de voornaam Emmanuel en de andere Laurent. Ik 
meen mij te herinneren dat Emmanuel een bril droeg. Er schiet mij een naam te 
binnen, namelijk Debuisson of Dubuisson. Nu u mij daarover interpeUeert: 
deze naam stond op de brievenbus. We zijn de kinderen gaan ophalen in een 
alleenstaande eengezinswoning. Een soort sociale woning, waar werken aan de 
gang waren.'*19 

Raemaekers geeft vervolgens een perfecte beschrijving van het huisje en 
vertelt hoe hij en W de kinderen inlaadden en de autosnelweg naar Bmssel 
namen via de oprit Belgrade. "Ik herinner me nog dat W me zei dat hij maar 
zelden naar dit adres ging. Volgens mij heeft W de kinderen een nacht bij zich 
gehouden in een hotel.' 

De BOB'ers Lesciauskas en Winkel zijn buiten zichzelf van vreugde 
wanneer ze deze gegevens inbrengen in de computer. Onder het kopje 
"opzoekingen/verificatie' melden zc op het voorblad van hun proces-verbaal 
115.444 in bijna euforische bewoordingen: "Wij stellen vast dat de door 
Raemaekers Jean-Paul verstrekte gegevens en de hierboven vermelde 
administratieve gegevens op alle punten overeenstemmen. Het is dus 
waarschijnlijk dat wij beschikken over de identiteiten van twee potentiële 
slachtoffers van W'*20 

Wat de speurders niét doen, is nagaan in welke Naamse cel Debuisson ver- 
toeft. Hadden ze dat wel gedaan, dan zouden ze onmiddellijk merken waar 
Raemaekers de mosterd haalt. Het is de speurders niet eens opgevallen dat 
Raemaekers de leeftijd van de twee kleine Debuissontjes fout heeft 
omgerekend. Emmanuel en Laurent kunnen in 1992 niet ouder zijn geweest 
dan drie en vijf jaar. 

Wanneer Raemaekers in de avond van vrijdag 1 november in zijn cel terug- 
keert - hij houdt zijn celgenoten voor dat hij wordt verhoord in verband met de 



289 



nv PEFI - geeft hij Debuisson een vriendschappelijke klap op de schouder. 
'Ik heb vandaag heel positieve verklaringen afgelegd over jou. Je zal zien, nu 
komt alles in orde.' 

Een week later maakt Raemaekers het nog bonter. Mogelijk is hij zelf gaan 
beseffen dat een bMk in de registers van de Naamse gevangenis kan volstaan 
om hem te ontmaskeren. Dus brengt hij alles en iedereen maar samen in één 
groot wijdvertakt netwerk. Dezelfde Debuisson die zijn kinderen uitleende 
aan advocaat W, zegt hij nu, was ook een goede kennis van Guy Focant. 
Prompt voegt Raemaekers er nog wat namen aan toe: een zekere René 
Potemberg en Claude Jasselette. 'Deze drie personen zijn goed gekend in het 
müieu van de pedofilie.'*21 Het hoeft niet te verbazen dat ook dit na 
verificatie blijkt te kloppen. Het is Debuisson zelf die Raemaekers heeft 
verteld dat zijn kinderen spraken over een zekere 'Claudy', beter gekend als 
Claude Jasselette.*22 De speurders slikken het allemaal. Dit alles gebeurt 
vóór de start van de graafwerken, niet erna. 

Op 15 november is het dan zover. Raemaekers heeft 'explosief nieuws'. 
Het wordt de prelude van de grootste huiszoeking uit de Belgische 
misdaadgeschiedenis. De actie zal acht maanden duren en tientallen 
miljoenen frank kosten. 

Hier komt het grote nieuws, verteld door Raemaekers zelf "In de loop van 
vorige week, meer bepaald woensdag toen Focant, Debuisson en ik in de cel 
zaten, luisterden we naar de nieuwsberichten op Bel RTL, om zes of om 
zeven uur 's avonds. (...) Er werd gesproken over de stopzetting van de 
graafwerken in de mijngang in Charleroi, alsook over de afstand waarbinnen 
de opzoekingen waren verricht. Op dat ogenblik zei Guy Focant woordelijk: 
"Quelle bande de cons, üs n'ont pas été assez loin."'*23 

Het moet de aandachtige lezer opgevallen zijn dat er amper twee weken 
verstreken zijn sinds Raemaekers zijn verhaal deed over "het dorpje M.' Nu 
maakt hij er geen geheim meer van dat Debuisson een van zijn celgenoten is. 
Vreemd genoeg staat geen van de ondervragers daarbij stil. 

Francis Debuisson doet in de cel maar drie dingen: eten, jammeren en sla- 
pen. Het is die laatste bezigheid, zegt Raemaekers, die maakt dat hij de 
historische woorden van Focant niet heeft gehoord. Maar, vervolgt hij, toen 
Debuisson 

de volgende dag even de cel had verlaten, kreeg hij Focant zo ver opnieuw 
iets te lossen over Elizabeth Brichet: "Ik heb toen vernomen dat ze dood 
was, maar dat haar dood een gevolg was van een zaak die slecht was 
afgelopen. Haar lichaam bevindt zich in België, meer bepaald in een 
mijngang. Gegeven het feit dat de vorige dag op Bel RTL gezegd was dat er 
graafwerken waren ondernomen in een mijngang en men die vervolgens had 
stopgezet, concludeerde ik dat het precies die mijngang moest zijn waar zij 
begraven lag, maar dat de speurders niet ver genoeg gegraven hadden.' 

Raemaekers doet er nog tijdens hetzelfde verhoor een schepje bovenop. 
"Tijdens de conversatie merkte ik op dat het vreemd was dat men de 
kleine Ken nooit had teruggevonden, terwijl zijn zus verdronken werd 
teruggevonden. Hijantwoordde me onmiddellijk: "Oui, il est enterré avec 
Elizabeth ."'*24 Ik besluit 

290 



hieruit dat Ken en Elizabeth op dezelfde plaats moeten liggen (...). Ik heb nog 
gevraagd, in afwezigheid van Debuisson, of hij op de hoogte was van andere 
ontvoerde kinderen in Nederland. Hij heeft mij in affirmatieve zin 
geantwoord, zonder meer bijzonderheden te geven. '^^ 

Er verstrijkt een week alvorens Raemaekers weer naar Bmssel wordt 
overgebracht voor een verhoor. Bij het begin ervan schuift hij Lesciauskas en 
Winkel met tintelende ogen een verfrommeld stuk papier onder de neus 
waarop grote cirkels en pijlen gekribbeld staan. 

- Wat is dit? 

- Een plannetje van de plek waar Elizabeth en Ken begraven Kggen. 

- Heeft Focant dit getekend? 

- Ja, op mijn verzoek. 

Raemaekers ghmt van trots bij de stilte die daarop valt. Hij verklaart zich 
nader: "Op 15 november heb ik vernomen dat de lichamen zich dichtbij de 
plaats van de vorige graafwerken bevinden. Guy Focant heeft mij het getal vijf 
genoemd. Dat is een getal dat moet verwijzen naar de plaats van de mijngang 
waarin de lichamen werden begraven. Ik kan u echter niet zeggen of het hier 
gaat om mijn nummer vijf, put nummer vijf, mijngang nummer vijf of iets 
anders. Ik ben echter wel formeel om u te zeggen dat het in deze omgeving is 
dat de lichamen zich bevinden. In feite, teneinde er meer over de weet te 
komen, heb ik gezegd dat de zoekacties plaatsvonden in de streek van 
Charleroi. Guy Focant heeft me toen geantwoord dat ik me vergiste en dat 
het in Jumet was. Ik heb aangedrongen en heb hem gezegd dat het wel 
degelijk Charleroi was. Hij heeft aangedrongen en heeft voor mij een plan 
getekend.' 

Het is vooral de passage die dan volgt die in de eerste dagen van 
december een aantal twijfelaars over de streep zal trekken: "Hij heeft me 

gesproken over een ingang met een lift waarlangs de mijnwerkers vroeger in 
de mijn afdaalden. Vervolgens heeft hij mij een beschrijving gegeven van de 
plaats waar de lichamen liggen door op een stukje papier een plannetje te 
tekenen, dat ik dan uit mijn geheugen heb nagetekend in mijn agenda. Later 
heeft hij het plan vervolledigd omdat ik deed alsof ik het niet begrepen had. 
Hij zei me dat er dichtbij de schachttoren een ingang is. Omtrent de 
schachttoren denk ik dat hij preciseerde dat die zich in een slechte staat 
bevond. Hij heeft me dan nog gesproken van "iets geels', zonder dat ik u kan 
zeggen wat.'*26 

Raemaekers overhandigt niet één papiertje, maar twee. Het ene is een 
vage schets van Jumet ten opzichte van Roux en Courcelles. De oude Saint- 

Louismijn is met een kruisje aangeduid. Dat is het plannetje dat Focant heeft 
getekend. Hij heeft het in de vuilnisbak gemikt, waar Raemaekers het stiekem 
heeft uit opgevist. Het plannetje met de routebeschrijving naar de lichamen is 
een kopie van een schets van Focant, die Raemaekers achteraf heeft 
nagetekend. De ingang naar het graf is verborgen achter struikgewas, luidt het. 
Om er te geraken moet je langs een asfaltweg die uitmondt in een aarden 
wegje. Focant zou er zelf naartoe 



291 



zijn gereden. Waren daar dan geen risico's aan verbonden, vroeg Raemaekers 
hem nog. "Dat kan mij niet schelen, daar komt toch nooit iemand.' Nog meer 
aanwijzingen. Er is iets met de afstand "tachtig meter'. Waar Focant begon te 
meten en waar dat dan eindigde, kan Raemaekers zich niet herinneren, maar 
Lesciauskas en Winkel noteren: tachtig meter. 

Op 30 november kan Raemaekers zijn ondervragers opnieuw verblijden: 
hij heeft Focant iets horen zeggen over "de Revolutiestraat'. Er is nu opeens 
sprake van twee schachttorens. Focant heeft inmiddels ook meer 
bijzonderheden vrijgegeven over de wijze waarop hij EUzabeth Brichet 
ontvoerde, zegt Raemaekers. "Hij drukte zijn hand op haar mond en trok haar 
die witte bestelwagen binnen. Daar heeft ze een slag gekregen die haar dood 
veroorzaakt heeft.' Daarna werd meteen koers gezet richting Jumet. "In het 
begin van de week heeft Focant woordelijk gezegd dat er daar waar ze 
gegraven hebben, nog andere lichamen zijn. Debuisson was erbij en zal u dat 
kunnen bevestigen. Toen we alleen waren, heeft hij me gezegd dat hij 
eigenhandig EHzabeth Brichet en de kleine Ken begraven heeft.'*27 

De mannen die cafébaas Jacky Courard begin december het bos in en uit 
zag lopen, zijn Lesciauskas en Winkel, vergezeld van enkele leden van het 
DVI. Ze zijn de verklaringen van Raemaekers komen toetsen aan de realiteit 
van het terrein en doen interessante vaststellingen. In Jumet bestaat er 
inderdaad een Revolutiestraat, vlakbij de oude mijn nota bene. Daar is ook een 
put met het nummer vijf *28 

Sinds hij de taken van Connerotte heeft overgenomen, is onderzoeksrechter 
Jacques Langlois onder een lichte druk komen staan. Het feit dat aan zijn aan- 
stelling ei zo na een revolutie voorafging, heeft de magistraat gevoelig gemaakt 
voor wat de kranten over hem schrijven. Hier en daar is al een toespeling 
gemaakt op het feit dat er "in Neufchateau niet veel meer gebeurt'. Onder de 
speurders heerst een soort actiedrang. Dagelijks zien ze collega's en oversten 
Mve op de televisie gekapitteld worden in de commissie-Dutroux. Bij het CBO, 
het paradepaardje van de rijkswacht, is men er zich ten voUe van bewust dat 
het geblunder met Operatie Othello ook nog aan de beurt zal komen. Men wil 
graag anticiperen door te presteren. Het initiatief om holderdebolder in Jumet 
neer te strijken, is er dan ook vooral gekomen onder impuls van het CBO. 
Daar heeft men op het computerscherm de verbinding gemaakt tussen het 
dossier-Raemaekers en enkele verklaringen van Mare Dutroux en Michèle 
Martin. 

Operatie Othello was een hypergeheime onderneming waarmee de rijks- 
wacht vanuit Charleroi Dutroux wou klissen als ontvoerder van Juüe en 
Melissa, maar het nooit nuttig achtte om speurders en magistraten in Luik in 
te lichten over de schat aan informatie die was vergaard en de schaduwacties 
die rond Dutroux werden verricht. Othello berustte voornamelijk op 
anonieme verklaringen van Claude Thirault, aan wie Dutroux een paar keer 
voorgesteld had te helpen bij kinderontvoeringen. Het toeval wü nu dat 
Dutroux, zoveel maanden later, de ex-schoonbroer van Thirault ervan 
beschuldigt dat die ook kinderen ont- 



292 



voerde, en dat hij de lijkjes verstopte in een oude tunnel, vlakbij zijn huis in de 
Kanaalstraat 3, aan dc rand van het oude mijnterrein in Jumet. Ook Michèle 
Martin heeft verklaringen in die zin afgelegd.*29 

Bij deze beschuldigingen past enig voorbehoud. Zowel Dutroux als 
Martin hebben inzage in het gerechtelijke dossier 86/96. Ze moeten er dus 
onvermijdelijk achter zijn gekomen dat Thirault, hun vroegere knecht, hen al 
sinds 1992 

trachtte te verlinken aan de rijkswacht. Dat dit wel tot de Operatie Othello, 
maar verder tot niets leidde, heeft voor hen geen belang. Thirault is in de ogen 
van Dutroux en Martin een verrader. Je mag er\ran uitgaan dat ze hem met 
plezier een koekje van eigen deeg willen bezorgen. Nu is dat achteraf makkelijk 
gezegd, en kan niemand beweren dat de huiszoekingen bij Kellner er beter niet 
waren gekomen. Of men in een beweging het héle oude mijnterrein moest 
gaan omwoelen, is minder zeker. Niemand maakt zich de bedenking hoe 
makkelijk het voor Raemaekers moet geweest zijn om vanuit de gevangenis, 
eventueel via zijn advocaat, een plattegrond van Jumet op te snorren, om daar 
dan - zoals hij dat met Debuisson deed - accuraat klinkende gegevens uit te 
citeren. 

De huiszoekingen in de krotjes in de Kanaalstraat leveren niets op. De 

eigenares blijkt de potdove en bejaarde mevrouw Montreuil te zijn. Zij betrekt 
zelf, om de hoek, een armoedige mijnwerkerswoning en verhuurt de huisjes in 
de Kanaalstraat aan haar dochter Cathy en haar echtgenoot Luc Kellner. Haar 
schoonzoon is geen zachtgekookt eitje, weet mevrouw Montreuil, maar 
Dutroux heeft ze nooit over de vloer zien komen. "Neen, ik weet ook niet wat 
ze precies willen', roept moeder Montreuil in het oor van haar nog dovere 
moeder. Vanuit een stoeltje in de keuken zit zij onbegrijpend toe te kijken hoe 
politiemensen met een barse bMk het erf binnenstebuiten keren. "Ze draaien 
steeds maar rond een oude regenput in de tuin', foetert Cathy.*30 

Luc Keüner zelf plaatst de speurders voor een probleem. Hij leidt hen 
rond in zijn kelders vol rommel en puin. Daar, in huis nummer drie, wijst hij, 
was vroeger inderdaad een verbinding met een mijngang, "maar die hebben we 
gebetonneerd.' Vanwege het water. Na een lange zoektocht in een mesthoop 
van persoonlijke spullen vindt Kellner nog een stapeltje van 21 foto's terug, 
genomen tijdens het dichtgooien van de kelder. Een trotse zwartwerker grijnst 
naar de camera. Niets wijst in de richting van een bergplaats voor ontvoerde 
kinderen. Een blik in de kelders doet vermoeden dat al te driftig zoekwerk wel 
eens tot gevolg zou kunnen hebben dat de drie krotjes pardoes inzakken. De 
speurders laten het hierbij. "Ik ken Dutroux niet', verzekert Kellner. "Ik heb 
nooit kinderen ontvoerd.'" De huiszoeking in bad- en slaapkamer levert de 
vondst op van enkele illegale wapens en een traangasbom, waarvoor een apart 
onderzoek wordt geopend in Charleroi. Maar niets in de marginale woonst is 
bruikbaar voor Neufchateau. Van dat moment afwordt op het oude 
mijnterrein in Jumet enkel nog gezocht naar de door Jean-Paul Raemaekers 
aangewezen bergplaatsen. "Na de huiszoekingen in de Kanaalstraat was het 
eigenlijk de bedoeling om ermee te kappen', zegt een speurder. "Maar net toen 
we daarover moesten beslissen, kwam 



293 



er nieuwe informatie uit de gevangenis van Namen.' 

Je zou verwachten dat een kindermoordenaar die op de radio verneemt 
dat de politie op het punt staat het door hem gegraven massagraf te 
ontdelclcen, enige teltenen van paniek begint te vertonen. Focant, zegt 
Raemaekers, werd wel lijkbleek maar niet minder spraakzaam. "De volgende 
dag had ik de gelegenheid om te vernemen dat hij zich samen met drie 
medeplichtigen naar Jumet had begeven om EHzabeth Brichet te begraven. 
Hij vertelde me dat je, om die mijngang te bereiken, voorbij een gebouw met 
gebroken ruiten moest. Hij preciseerde dat dat gebouw zich aan de 
binnenkant van het oude mijnterrein bevond. Vanaf dat gebouw kon men 
bewoonde huizen zien (...). Hij vertelde dat ze lieslaarzen nodig hadden 
omdat de ingang van de tunnel onder water stond. Dan kwam hij in een 
kleinere gang, waar hij op handen en voeten moest kruipen en het Kjk achter 
zich aan moest slepen (...). Het lichaam van EHzabeth lag niet ver van dat van 
de kleine Ken. De lichamen waren niet verpakt in plastic zakken, maar 
werden in hun eigen kleren begraven. Hij vertelde ook een anekdote: op een 
dag, toen ze een blond kind aan het begraven waren, hebben ze zich moeten 
haasten, want er kwam een auto aan. Het was een koppeltje dat een rustige 
plek zocht om te vrijen in hun auto.'^^ 

Op zaterdag 14 december, een dag na de start van de tweede graafwerken, 
wordt Francis Debuisson uit cel 66 geplukt om in Luik voor de raadkamer te 
verschijnen. Bij die gelegenheid wordt hij door de Brusselse GP verhoord 
over wat zijn celgenoten bespraken. Debuisson, blijkt nu, is zich nergens van 
bewust. Flij besteedt nauwelijks aandacht aan wat de politiemensen hem 
vragen over Jumet, Elizabeth Brichet, Ken Heyrman en Guy Focant. Het 
enige wat hem beroert, is zijn eigen situatie. "Wanneer kom ik nu vrij?' Enkel 
dankzij hun engelengeduld kunnen de speurders van zijn gestamel iets 
bakken dat op een verklaring lijkt. Ja, Focant scheen wel wat af te weten van 
in Jumet verstopte lijken. "Hij legde uit dat men, om ze terug te vinden, 
enkele meters verder moest graven, voorbij de instorting. Hij zei ook dat de 
detectieapparaten van die Britse politieman John Benett onbruikbaar waren 
omdat de grond vanwege de steenkool te vettig was. Focant zei dat hij zeker 
was dat de lichamen van Elizabeth Brichet en Ken Heyrman zich in Jumet 
bevonden, samen met die van andere kinderen van wie hij de namen niet 
noemde.'*33 

Debuisson herinnert zich ook gesprekken met Focant die een heel nieuw 
licht werpen op diens vermeende rol als begraver van kinderlijken. "Ik heb 
hem niét horen zeggen dat hij zelf de lichamen ging verstoppen', benadmkt 
hij. "Ik heb op zeker ogenblik ook horen zeggen dat hij nog nooit in Jumet 
was geweest. Ja, dat was inderdaad een beetje vreemd. Maar hoe kon ik weten 
dat wat daar in de cel gezegd werd van enig belang was voor het onderzoek? 
Mij leek het meer op kletsen om de verveling tegen te gaan.' 

Die avond wordt Francis Debuisson overgeplaatst naar de gevangenis van 
Lantin. Ter\^djl hij aan het voeteneinde van zijn nieuwe bed een altaartje 
inricht, vindt hij in zijn zak een propje papier. Dan herinnert hij zich dat 
Raemaekers 



294 



hem dat die ochtend, bij zijn vertrek, in zijn handen heeft gestopt met de raad- 
geving: "Hier staat alles op wat je moet doen als dc poHtic je ondervraagt. Lees 
het straks in de combi, en vernietig het daarna.' Debuisson vouwt het open en 
herkent het dansende geschrift van Raemaekers: "Vertel hen wat je uit de 
mond van Focant hebt gehoord. Vertel hen dat hij heeft gezegd dat hij 
kinderen heeft begraven in Jumet.'*34 Debuisson zucht en verscheurt het 
briefde. Hij nestelt zich voor zijn altaartje en begint aan het avondgebed. 

Het grauwe Marcinelle, het desolate Sars-la-Buissiére en het stinkende Mar- 
chienne-au-Pont. De impressie die de modale Vlaming eind 1996 dankzij de 
zaak-Dutroux van het Waalse landsdeel krijgt, is niet bepaald verheffend te 
noemen. Dan stellen de tv-journaals het beeld nog wat scherper met berichten 
over satanisten uit Forchies-la-Marche. In de dagen voor Kerstmis zakt de 
stemming verder beneden het vriespunt met de beelden van het mijnterrein in 
Jumet. Tussen de kale bomen liggen metersdiepe kuilen en bergen 
steenkoolgruis. Graafmachines schuiven van links naar rechts. Meer dan 
honderd speurders hakken zich een weg door de bevroren ondergrond en 
geven blijk van een onwankelbaar optimisme. Elke avond hebben de tv- 
journaals dezelfde oneliner: "Vandaag weer niets gevonden in Jumet.' Wanneer 
de per straalverbinding aangesproken reporter in beeld verschijnt, deelt die 
mee dat "het morgen wel eens een zeer belangrijke dag zou kunnen worden'. In 
werkelijkheid dwalen de speurders als kippen zonder kop over het terrein. De 
grondplannen zijn zoek geraakt in de archieven van de oude mijnmaatschappij. 
De speurders moeten zich behelpen met oude prentkaarten van de streek, 
waarvoor ze de ruilbeurzen van Jumet afschuimen. De 4,5 hectaren grote site 
is in de loop der jaren ingrijpend van uitzicht veranderd: er zijn sportterreinen 
en voetgangerswegen aangelegd. Af en toe wordt een bejaarde mijnwerker uit 
zijn zetel gehaald om de speurders de weg te wijzen naar een of andere ingang. 
Ook dat helpt niet. Commandant Joan De Winne, hoofd van het DVT, piekert 
zich suf over "iets geels', "de ingang waarvoor je Heslaarzen nodig hebt' en "het 
aarden wegje'. Al die elementen worden ergens wel gelokaliseerd, maar zijn 
nooit met elkaar te verbinden. 

Op de dag waarop in heel België de kalkoenen en braadkuikens Hggen te 
ontdooien, zorgen de speurders in Jumet voor grote opwinding. Ze hebben 
hun hebben en houden verhuisd naar de achterkant van de terrü. Daar staat 
een gebouwtje met gebroken ruiten en uitzicht op de bewoonde wereld. De 
temperaturen zijn intussen tot een eind onder het vriespunt gedaald. Putten 
waar een week eerder nog water in stond zijn nu ijskelders. 

Aan de pers heeft procureur Michel Bourlet tijdens een bezoek aan het terrein 
verteld dat er gezocht wordt op basis van verklaringen van Dutroux en Martin. 
Het is een leugentje om bestwil, in het belang van het onderzoek. Ook minister 
Stefaan De Clerck en procureur Thierry Marchandise van Charleroi komen de 
speurders in Jumet een hart onder de riem steken. Het bezoek is een dankbaar 
onderwerp voor de pers, die in Jumet al dagenlang met de verkleumde duimen 



295 



zit te draaien. Dat de journalisten dagelijks uitgebreid melden dat er niets 
gebeurd is, komt enkel door het feit dat elk van hen is op het hart gedrukt dat 

het slechts een kwestie van dagen is. Zijn het niet enkele loslippige speurders die 
hen dat hebben verzekerd, dan is het de advocaat van Raemaekers zelf - in een 
sfeer van extreme geheimdoenerij. 

- Klopt het dat daar in Jumet zeven kinderlijkjes begraven liggen? 

- Zeven? Laat mij even denken. EMzabeth, Ken, die ene uit Vlaanderen... ik 
vergeet altijd haar naam. 

- Nathalie Geijsbregts? 

- Dat zou kunnen. Ik ben slecht in namen. Als ik me niet vergis, waren er 
zes of zeven Belgische slachtoffers en minstens vijf Duitse jongetjes, van 
dezelfde leeftijd als Ken. Dat maakt, in totaal dus, elf of twaalf 

kinderlijken. 

Het gesprek dateert van begin januari 1997 en vindt plaats in het kantoor van 
advocaat Jean-Marie Flagothier. Hij ontvangt in die tijd wel meer journalisten en 
draagt zo zijn steentje bij tot het creëren van een sfeer van vrees voor een consti- 
tutionele Apocalyps. "Het was nogal belangrijk dat we Raemaekers konden weg- 
trekken uit de invloedssfeer van Jean-Paul Dumont', zegt Raemaekers' advocaat. 
"Toen pas is hij weer op het juiste pad gebracht.'*35 

We keren even terug naar het verhoor van 1 5 december, kort nadat men in cel 
66 heeft vernomen dat er opnieuw gegraven wordt in Jumet. Raemaekers tovert 
weer een nieuw "bewijs' uit zijn hoed: "In eerste instantie, om precies te zijn op 
zaterdag 14 december rond 11.30 uur, vroeg Guy Focant mij om niet meer te 
praten over de zaak van EHzabeth Brichet en er ook geen vragen meer over te 
stellen. Hij gaf me de indruk zeer gekweld te zijn. 's Namiddags vroeg hij me of 
ik de flikken op een vals spoor kon zetten. Ik vroeg hem of dit iets te maken had 
met de graafwerken in Jumet. Hij antwoordde: ja. Ik heb hem gezegd dat dit bin- 
nen mijn mogelijkheden lag, maar dat hij me dan een plaats moest noemen waar- 
heen ik de "flikken" moest "leiden". Hij zei me dat het doel erin bestond om ze 
te verwijderen van de huidige site, liefst zo ver mogelijk, tot in de regio van Luik. 
Hij bood me een bedrag van 1 miljoen frank aan om deze valse inlichting te lan- 
ceren (...). Ik heb gezegd dat ik bereid was de politie op een vals spoor te zetten, 
in ruü voor de betaMng van 1 miljoen frank.'*36 

De BOB'ers Lesciauskas en Winkel zijn zeer in hun nopjes met de schran- 
derheid van hun getuige. Als die Focant zo ver kan krijgen om te betalen voor 
valse informatie over Jumet, dan is dat een materieel bewijs dat de oude man 
daar iets te verbergen heeft. Vanuit een politionele logica is dat bijna evenveel 
waard als een bekentenis. Indien Focant betaalt, zal het er enkel nog op 
aankomen de man daarmee te confronteren tijdens een verhoor.De BOB'ers 
geven Raemaekers de opdracht zo snel mogelijk op het voorstel in te gaan. Op 
woensdag 1 8 december hangt hij al aan de telefoon. Het gaat allemaal prima, 
verzekert hij. Focant beluistert aandachtig de nieuwsberichten over Jumet en 
heeft ze becommenta- 



296 



rieerd met alweer een historische uitspraak: "Ze zijn toch wel dom om niets te 
vinden, maar zoveel te beter.' 

Met Focant heeft hij nu afgesproken dat die een tussenpersoon zal contacte- 
ren die een voorschot van 200.000 frank zal overhandigen op een nog aan te 
duiden plaats. Raemaekers zal daar dan op zijn beurt een tussenpersoon 
posteren - 

iemand van de BOB, uiteraard - om het geld in ontvangst te nemen. Raemaekers 
kan tussendoor melden dat Focant het nu al heeft over "zeven lichamen' en dat 
dat van Ken Heyrman tweeëneenhalve meter verwijderd Mgt van dat van 
EHzabeth Brichet.*37 

In de avond van 21 december 1996 liggen politiemensen op de loer rond de 
Pont de Fragnée in Luik. Van een huis langs de Degneffelaan 59 hebben ze hun 
hoofdkwartier gemaakt. Vloekend van de kou staat de Brusselse BOB'er Michel 
De Mulder in het midden van de brug. Uit zijn jaszak laat hij zichtbaar een 
exemplaar van Het Laatste Nieuws puilen. Conform Raemaekers' instructies is 
hij om 17.30 uur stipt aangekomen per taxi en wacht hij de twee 
contactpersonen op. Twee personen, heeft Raemaekers gezegd. De een zal het 
geld overhandigen, de ander zal de omgeving in het oog houden.*38 In de 
dagen voor het rendez-vous loopt Focant volgens Raemaekers rusteloos rond, 
slikt hij kalmeringsmiddelen en voert hij gesprekken met aalmoezenier Marcel 
Hoek. Aan hem zou hij de ontvoering van EHzabeth en Ken hebben 
opgebiecht. "Hij vertrouwde de aalmoezenier toe dat er zeven Hjken liggen 
begraven in een mijntunnel. Zeven op een rij. '-^' 

De speurders wachten een halfuur. Niemand is De Mulder komen 
aanspreken. Aangezien dertig minuten naar de normen van de misdaadwereld de 
uiterste Hmiet is om te laat te komen, maken de politiemensen zich uit de 
voeten. "Wat stom toch', roept Raemaekers uit, wanneer hij die avond de kans 
ziet om vanuit de gevangenis de BOB te bellen. "Focant heeft zojuist met zijn 
contactpersoon gebeld. Ze zaten vast in de avondspits en ze zijn daar pas om 
kwart over zes aangekomen.'*40 

Het besef dat er toch iets mis moet zijn met deze informant, begint het 
eerst door te dringen bij de speurders op het mijnterrein zelf. Niemand van de 
leidende officieren ter plaatse heeft ooit met Raemaekers te maken gehad. Geen 
van hen heeft een idee wat voor kolderfiguur hen door het mijnlandschap leidt. 
De enige informatie waarover Joan De Winne en luitenant Vinassa van de 
civiele bescherming beschikken, zijn de faxen die binnenlopen in de 
commandowagen. Daarin staat een beknopte weergave van de verhoren van 
Raemaekers. Net voor Kerstmis loopt op die fax een mwe schets van een 
kindersandaaltje binnen. Ze is oorspronkelijk getekend op een 
gevangenisenveloppe en daar heeft Raemaekers eerder die dag in de 
verhoorkamer triomfantelijk mee staan wapperen. Het sandaaltje behoort 
volgens Raemaekers toe aan een van de kinderen die in Jumet begraven liggen, 
vermoedelijk EHzabeth Brichet. Het is verloren gegaan toen het Hjkje daar 
begraven werd, zegt Raemaekers te hebben vernomen. Als u dus een Hchaam 
opgraaft, moet u aan een van de voeten zo'n sandaaltje vinden. Hij heeft er zelfs 
een tekening van gemaakt die ik u bij deze overhandig.' 



297 



Hoewel het hem nu zo onderhand toch duidelijk zou moeten zijn dat 
Raemaekers in contact staat met de speurders - waarom zou hij hem anders een 
miljoen aanbieden om hen op een vals spoor te zetten? - gaat Focant kennelijk 
onverminderd door met het maken van tekeningetjes en het verschaffen van 
details over de plaats waar de lijken liggen. "Ik wens te preciseren dat ik deze 
week vernomen heb dat er in totaal elf lichamen liggen in die mijngang', laat 
Raemaekers de speurders op 22 december acteren. En wat het massagraf 
betreft - want dat is het onderhand toch wel - lijkt hij hen opnieuw wat hoop te 
willen geven: "Ik heb vernomen dat zich daar vlakbij een sluikstort bevindt. De 
site is groot en relatief plat (...). De mijngang is makkelijk toegankelijk. Dichtbij 
de ingang is er een vloer. Hij zei me ook dat de mijngang zich dicht bij de 
oppervlakte bevindt en dat je daar naar boven of naar beneden moet.'*41 

Terwdjl zijn collega's in de commandocar enkele dagen later op hun plannen 
zitten te zoeken naar een sluikstort en een stenen vloer, neemt een speurder 
rustig de tekening van het sandaaltje in zich op. "Tiens, werd Eüzabeth Brichet 
niet ontvoerd in de maand december?' vraagt hij hardop. "Sinds wanneer dragen 
kinderen sandalen in het putje van de winter?' 

Bij de Brusselse BOB heeft men intussen eindelijk eens de moeite genomen 
om na te trekken met wie Focant sinds 19 december zoal gebeld heeft. Vooral 
met zijn echtgenote, zo blijkt. Focant belt haar om de twee dagen, telkens gedu- 
rende iets meer dan tien minuten. Dat was ook het geval op 21 december om 
19.14 uur, twintig minuten voor Raemaekers' mededeling dat de 
tussenpersonen vast zaten in een file. Onmiddellijk daarna ging er van bij 
mevrouw Focant een telefoontje naar een pizzeria in het nabijgelegen Esneux. 
Er zijn maar twee mogelijkheden: ofwel had mevrouw Focant die avond zin in 
een pizza, ofwel is de pizzeria het vertrekpunt van een ingenieuze keten van 
contacten.*42 Hoewel heel wat magistraten dat tegenwoordig al voor veel 
minder doen, zijn er in het dossier 111196 nooit telefoongesprekken 
afgeluisterd. Was dat wel gebeurd, dan was meteen gebleken dat mevrouw 
Focant die avond gewoon een pizza bestelde. 

Op 31 december wordt Claude Jasselette opnieuw naar cel 66 gebracht. Het is 
jammer, vinden de speurders, dat er tijdens de gesprekken over de 
geldoverdracht geen derde gedetineerde aanwezig was. Zo hadden ze misschien 
kunnen vernemen wat er toen echt is gebeurd. De weinige contacten die de 
speurders in de laatste week van 1996 met hun getuige hebben, leren dat Focant 
hen wou doen graven op een braakliggend terrein in het Luikse Sclessin -'waar 
de graafmachines onmiddellijk in de modder zouden wegzinken' - en dat er nog 
even sprake is geweest van een nieuw rendez-vous. Dat zou dan op vrijdag 27 
december zijn vastgelegd op het minder drukke middaguur aan een bushalte 
aan de Zénobe Grammesquare in Luik. Op 6 januari, tijdens zijn eerst\rolgende 
verhoor, zegt Raemaekers dat Focant nogmaals is gaan bellen met zijn 
contactpersoon en terugkeerde met deze boodschap: "Vergeet de hele zaak en 
zeg aan je flikken dat ik niet meedoe.' 

Het is Raemaekers beginnen dagen dat het hele avontuur in Jumet wel 
eens 



298 



op een voor hem zeer pijnlijke manier zou kunnen aflopen. De ware fantast 
herkent men aan zijn vermogen tot anticipatie: "Van een cipier vernam ik dat 
het aantal personeelsleden in Jumet is teruggebracht tot vijftig personen en dat 
men nog steeds niets gevonden heeft. Teneinde zijn reactie te zien, bracht ik dit 
ter kennis aan Guy Focant (...). Daarop zei hij me: "Ze graven opzettelijk op de 
verkeerde plaats omdat Nihoul beschermd wordt door ministers."'*43 

Bij wijze van nieuwjaarsgeschenk krijgen Raemaekers, Focant en Jasselette op 4 
januari televisie in hun cel. Elke avond kijken ze nu naar het tv-journaal van 
RTL-TVi. Kort daarna wordt het voltallige journalistenkorps door Neufchateau 
uitgenodigd naar de kazerne van Jumet, om de plannen van het mijnterrein te 
bekijken. De journalisten reageren verbaasd: zoveel service zijn ze niet gewoon. 
In de kazerne staan grote borden opgesteld, behangen met uitvergrote platte- 
gronden van de oude mijn. Terwijl architecten en landmeters deskundige uitleg 
geven, houden enkele speurders de cameraman van RTL-TVi in het oog. Het 
plan is eenvoudig: de televisiezender zover krijgen dat ze een plattegrond van 
het mijnterrein in beeld brengen. Misschien is Focant wel zo stom om de plaats 
van het kindergraf met zijn vinger op het scherm aan te duiden. Het plan 
mislukt. RTL-TVi acht de mijnplannen niet interessant genoeg. 

"Nu niet flauw gaan doen', praat Raemaekers zijn ondervragers moed in. 
"Wat moet ik dan zeggen? Terwijl jullie mannen gezellig in de buitenlucht 
bezig zijn, zit ik hier in een cel met de gevaarlijkste man van België. Bij elke 
hap die ik neem, kan ik vergiftigd worden. En 's nachts doe ik geen oog 
dicht.' In een ultieme poging om zijn gelijk te bewijzen bedient Raemaekers 
(R) zich nu van een dictafoontje om een conversatie met Focant (F) op band 
op te nemen. We luisteren mee naar de commentaren in cel 66, tijdens de 
nieuwsuitzending van RTL-TVi op 9 januari 1997. 

F: Ha, nu zie ik tenminste waar het is! 
R: Enne... wat ben je daar gaan doen? 
F: Oh, gewoon, wandelen. 
R: Ahaaü! 

F: Hoezo, is dat verboden? 

R: Nee, maar het is toch wel een vreemde plek om te gaan wandelen. 
F: Hou op, ik heb nu geen zin om te discussiëren.*44 

De BOB'ers gingen er altijd van uit dat Raemaekers zeer subtiel en gewiekst te 
werk ging bij het uithoren van Focant. Deze opname doet het tegendeel ver- 
moeden. Afgaand op wat Guy Focant hier zegt, lijkt het vast te staan dat er in 
cel 66 al eens eerder over Jumet is gesproken, maar dat weten de speurders 
dankzij de verklaring van Debuisson allang. Praten over Jumet is niet hetzelfde 
als bekennen dat je er een dozijn kinderlijken hebt begraven - hoezeer 
Raemaekers ook met het bandje staat te zwaaien als zijnde "het bewijs'. 

"Eigenlijk stond het al na twee weken vast dat we ons voor de gek hebben 



299 



laten houden', blikt een speurder terug. "Het mislukken van de under- 
coveroperatie en de vaststelling dat Focant alleen maar naar zijn vrouw had 
gebeld, had ons moeten doen besluiten ermee te stoppen. Het onderzoek stond 
op dat ogenblik echter onder veel te grote druk van de publieke opinie. Dus werd 
er beslist om verder te graven, tegen beter weten in eigenlijk.' 

Op 16 januari 1997 doorbreken de kranten La Demière Heure en La Lanteme het 

door Bourlet gevraagde embargo. Het gebeurt uitgerekend op de dag waarop 
Marie-Noëlle Bouzet en Tiny Mast de werken in Jumet komen bezoeken, wat de 
woede van de speurders nog groter maakt. Erg precies is de gepubliceerde infor- 
matie niet, maar ze bevat voldoende elementen om Focant aUes te doen begrij- 
pen. Focant wordt die ochtend meteen in een afzonderlijke cel geplaatst, om twee 
dagen later te worden overgebracht naar Lantin. Het lek is het startsein voor huis- 
zoekingen bij moeder en dochter Focant en bij zijn homovriendje. Het resultaat is 
driemaal negatief. *45 Nu hoeft dat op zich niets te betekenen: het huis van 
Focant is vier maanden eerder, na de getuigenis van de slagersknecht, al eens 
doorzocht en ook toen werd niets gevonden dat wees op enig contact met Michel 
Nihoul, noch met wat voor pedofiel genootschap ook .^^ 

Kopstukken van pedofiHenetwerken hebben doorgaans dure advocaten met 
een schimmig verleden. Dat kan niet echt worden gezegd van de vrouw die 
Guy Focant juridische bijstand verleent. Ze woont bij hem om de hoek en heeft 
een vrij bescheiden praktijk. De berichten over Jumet heeft ze amper gevolgd. 
De naam Raemaekers zegt haar eind januari '97 wel iets. "Toevallig heeft mijn 
cliënt me tijdens ons laatste contact nog over die man gesproken', zegt ze. "Hij 
stelde zich voor als bankdirecteur en verzocht te worden aangesproken als 
Alexandre. In de gevangenis deed hij niks anders dan opscheppen over zijn 
connecties bij de rijkswacht. Gesteld dat mijn cliënt iets te verbergen zou 
hebben gehad, dan zou die Raemaekers echt wel de allerlaatste zijn geweest om 
er zijn geheimen mee te delen. Die man is zo gek als een achterdeur. 47 

Op 20 januari wordt Claude Jasselette verhoord. Hij bracht in cel 66 
weliswaar veel minder tijd door met Focant en Raemaekers dan Francis 
Debuisson, maar lijkt iets meer van deze wereld. Jasselette is echter net zo 
verbaasd als de advocate van Focant "In de tijd die ik met Focant in de cel 
doorbracht, heb ik van zijn kant op geen enkel moment een reactie of een 
commentaar gehoord die me lieten veronderstellen dat hij betrokken zou zijn 
bij op die plaats gebeurde feiten (...). Ik kan u wel zeggen dat Focant stil was 
wanneer daarover werd bericht op de radio of de televisie. Ik moet u ook 
zeggen dat ik veel over de graafwerken heb gesproken met Raemaekers, maar 
Focant mengde zich niet in onze gesprekken.' Een confrontatie met de 
verklaring van Debuisson - die Focant hoorde zeggen dat EMzabeth Brichet en 
Ken Heyrman begraven U^en in Jumet - doet Jasselette niet van mening 
veranderen: "In mijn bijzijn heeft Focant nooit iets dergelijks gezegd.'*48 
Met het weghalen van Focant uit cel 66 üjkt de rol van Raemaekers te zijn 



300 



uitgespeeld. Hij is kroongetuige af Op 30 januari belt hij in de vooravond naar 
de BOB met de vraag wanneer ze hem nog eens komen halen voor een verhoor. 
"Voorlopig niet meer', luidt het antwoord. Raemaekers haakt in en belt vijf minu- 
ten later nog eens terug. "Ik heb nochtans nog diverse inlichtingen', roept hij uit. 
"Trouwens, diverse media hebben mij inmiddels gecontacteerd. En ik zal op die 
vraag ingaan op twee voorwaarden: de betaling van 1 miljoen frank en een ver- 
mindering van mijn straf tot vijftien jaar.' Op de vraag van een BOB'er hoe jour- 
nalisten in godsnaam voor een strafvermindering zouden kunnen zorgen, ant- 
woordt Raemaekers dat ze "vele en diverse contacten hebben met magistraten, 
echtgenoten van magistraten, broers, neven en nichten.' Het gesprek eindigt met 
een diepe, nerveuze zucht vanwege Raemaekers: "Ik begin aan mijn vijfde jaar 
cel, weet u. Ik ben stilaan zwaar genoeg gestraft, vind ik.'*49 

Van aMe mensen die bij de nevenonderzoeken betrokken zijn, is er maar één die 
iets zinnigs over Raemaekers weet te vertellen. Dat is Regina Louf Zij kreeg tij- 
dens een verhoor in december van adjudant Patriek De Baets een foto van de 
man voorgelegd en beloofde wat ze zich van hem herinnerde per fax over te 
maken. Ze verstuurt haar notities midden februari, wanneer de pers nog met 
geen woord gerept heeft over Raemaekers. Regina Louf kent het verhaal over 
Focant kennelijk niet, wat een indicatie is dat de speurders haar niet hebben 
geholpen. 

Hai. Je vroeg me of ik meer kon vertellen over mijnheer Pedo, en ik zal het 
proberen. Zoals ik al zei, is hij een echte pedofiel of pedoseksueel om het in 
de nieuwe term te ze^en. Hij is labiel, hengelt voortdurend naar aandacht, 
maar is tegelijkertijd ook sluw en dol op spelletjes. Ik ben er dan ook van 
overtuigd dat hij met jullie een echt kat- en muisspel aan het spelen is. Dat is 
een van de redenen waarom hij nooit tot de kern is doorgedrongen, hoewel 
dat wel zijn ambitie was. Onderschat hem trouwens niet. Hij is misschien wel 
gepakt voor "gewone' pedofilie, maar dat wil nog niet zeggen dat hij geen 
kinderen vermoord heeft. De kinderen die hij misschien weet liggen... heb je 
er al aan gedacht dat hij ze misschien een beetje te goed kent? Hij praat me té 
graag. Hij wü ze^en waar ze ongeveer zijn, maar niet precies. Toch was nie- 
mand van de kern zo gek om hem te vertellen waar ze de lijkjes heen 
brachten. Ik zal het nog meer specificeren: ze zeiden het zelfs aan elkaar niet. 
Laat staan aan een man die er nog mee pochte ook (...). 
In Nederland, ik weet niet precies waar, had hij een selecte vriendenkring die 
vele kinderen naar daar brachten, in een fiat, speciaal voor die doeleinden 
ingericht (...). Er was een probleem, namelijk: Nihoul, Tony en de rest waren 
géén pedoseksuelen. Zij behoorden tot een andere categorie. Zij namen 
alleen kinderen omdat dat macht hielp verwerven. Pedofilie op zich zei hen 
niets. Tenzij er iets bij te winnen viel natuurlijk... 

Pedo heeft dat blijkbaar nooit begrepen, dat ze hem daarom goed konden 
gebruiken als randfiguur die leverde, net als Mare en Weinstein en nog een 
boel anderen. (...) Hij leverde gewoon aan hen, en zette zijn eigen handeltje 
op in zijn eigen besloten 



301 



kring. Ze maakten hun eigen films, voor liet "grote publiek", zal ik maar 
zeggen. Ze hadden een sub-nets^^erk, en hij had daar veel mee te maken. (...) 
Ik kan alleen maar concluderen dat, als hij kinderen weet üggen, hij er 
dichter bij betrokken is dan hij wil toegeven. Hij vindt het leuk, die 
belangstelling, vergeet dat niet. En hij weet dat hij jullie van het kastje naar 
de muur kan sturen. (...). Ze hebben hem zeker niet zomaar verteld waar ze 
kindjes gedumpt hebben, wees daar maar zeker van.*50 

Half febmari bellen journalisten zich nog suf om meer te weten te komen over 
"kroongetuige' Raemaekers. Niemand weet hem zo raak te portretteren. 

In Jumet is het aantal gravende manschappen inmiddels verminderd tot een 
vijftiental. Heel even is er nog een opstoot van opwinding na de ontdekking van 
'ouverture 0.54'. Die plek is recentelijk volledig heraangelegd en moet daarvoor 
min of meer hebben beantwoord aan een compilatie van wat Raemaekers in de 
loop der weken heeft verteld. Als ook daar niets te vinden blijkt, laat Langlois nog 
een stel wetenschappers aanrukken die de pers overdonderen met mededelingen 
over gravimetrie, seismografische metingen, de studie van elektrische weerstand 
en "de methode van elektromagnetische veldvariatie.' Halfweg februari raakt 
bekend dat Neufchateau ook twee paragnosten heeft ingeschakeld. Het is lente 
geworden en het zoeken naar een massagraf doet in niets meer denken aan de 
martelgang van rond de jaarwisseling. De vogeltjes fluiten, er komen blaadjes aan 
de bomen en Jumet ziet er veel minder mistroostig uit. De wetenschappers heb- 
ben na enkele weken ongeveer de hele ondergrond in kaart gebracht, maar vinden 
niets dat tot verder graven kan aanzetten. 

In de vroege ochtend van 5 mei 1997 wordt er aangebeld in de 
Chainiastraat 59 te Meux. Francis Debuisson is sinds enkele weken weer een vrij 
man. De kinderen wonen weer bij hem in en cel 66 is enkel nog een nare 
herinnèring.*51 Niet voor lang. "Meekomen', snauwen enkele rijkswachters hem 
toe. Debuisson wordt geblinddoekt en brengt uren door op de achterbank van 
een combi en in een wachtzaaltje. Na alweer een nieuwe rit, nog steeds 
geblinddoekt, wordt hij aangemaand uit te stappen. Hij kan bosgeur opsnuiven en 
voelt oneffen grond onder de voeten. "Losmaken', zegt iemand. Hij knippert met 
de ogen en overschouwt een puinhoop van modder en steenkoolgruis. 

- Is het hier? 

- Wat bedoelt u? 

- Was het hier dat er kinderlijken werden begraven? 

- Mijnheer, ik zou echt niet weten waar u het over hebt 

- De graafwerken van jumet, nooit van gehoord? 

- Jawel, maar ik weet daar niets van af Ik ben hier nog nooit geweest. 

Het is niet helemaal duidelijk wie op het idee gekomen is om op deze manier de 

apotheose van het dossier 111196 tot stand te brengen. Meer dan twintig speur- 
ders kijken nieuwsgierig toe. Onderzoeksrechter Langlois en substituut Pavaneüo 



302 



zijn speciaal uit Neufchateau overgekomen. Met camera's worden alle bewegin- 
gen en uitlatingen van de vroegere bewoners van cel 66 geregistreerd. Maar de 
reactie van de eerste van de drie, Francis Debuisson, valt behoorlijk tegen. "Het 
is wel een diepe put, moet ik ze^en', brengt hij uit, zodra hij zich met het Hcht 
en de rest van de absurde situatie heeft verzoend. Hij kan enkel nogmaals 
beamen dat hij Focant ooit heeft horen zeggen dat EHzabeth Brichet en Ken 
Heyrman hier ergens begraven liggen. "Ik heb dat nooit ernstig genomen, wat 
daar gezegd werd', zegt Debuisson. "En nu nog altijd niet'*52 

De verwachtingen stijgen wanneer Jean-Paul Raemaekers op het terrein 
wordt gebracht. Hij heeft de hele voormiddag vol ongeduld zitten wachten in de 
rijkswachtkazerne van Jumet. Tegen de rijkswachters die hem naar het bos bren 
gen klaagt hij dat hij uren heeft moeten doorbrengen in het donker, zonder eten 
of drinken, pas de petit pipi, niets! Zijn stemming verandert wanneer ook hij de 
vogeltjes hoort fluiten. Nog voor iemand zijn blinddoek kan afnemen, staat 
Raemaekers op het terrein te springen als een kozakkendanser. Hij gilt: "Ik voél 
het! De kinderen moeten hier vlakbij liggen!' Hij verzet enkele stappen, verliest al 
huppelend het evenwicht en belandt bijna zelf in een put. "Ik weet het zeker!' 
stampvoet de ex-kroongetuige. "Een gebou^itje, een lift waarlangs de 
mijnwerkers vroeger afdaalden, een verharde weg en wacht... de lieslaarzen 
natuurlijk! Waar zijn onze laarzen?! Dan moeten we verder op handen en 
voeten.' Als om zijn woorden kracht bij te zetten gaat hij door de knieën en 
maakt grote zwaaibewegingen, daarbij vergetend dat hij geboeid is. De camera 
zwenkt naar Unks en rechts om zijn bewegingen te volgen. "Drie meter naar 
Unks, twee trappen naar beneden, dan naar rechts... Ooooh, ik ben 
gedesoriënteerd!' 

Anderhalf uur lang duurt de opvoering van de geblinddoekte Raemaekers. 
Onderzoeksrechter Langlois staat er ongemakkelijk bij te schuifelen, hier en daar 
begint een speurder te gniffelen. Terwijl Raemaekers zich met voUe overgave 
stort 

in zijn rol als balletdanser, maakt een zwijgende gestalte zich los van het gezel- 
schap en gaat op een afstandje een sigaretje rollen. Het is Joan De Winne. Hij 
heeft genoeg gezien. 

De situatie is al meer dan gênant geworden wanneer blindeman nummer 
drie komt aangestrompeld: Guy Focant. De oude pedofiel uit Comblain-au-Pont 
geeft geen krimp. Wanneer zijn blinddoek wordt verwijderd, wendt hij zich tot 
Langlois. "Monsieur Ie juge, ik zweer u: ik heb geen kinderen gedood.' Er dreigt 
nog een gevecht in regel wanneer Focant en Raemaekers elkaar in het oog krij- 
gen. "Die smeerlap komt niet bij mij in de auto!', roept Raemaekers.*53 

Die avond stappen commandant De Winne en luitenant Soumoy met dui- 
delijke tegenzin naar de wachtende journalisten. De anders zo synchroon inge- 
stelde woordvoerders leggen totaal tegenstrijdige verklaringen af. De realiteit is 
dat ze in zak en as zitten. Hun zoektocht is bij hun collega's de afgelopen weken 
op steeds luider klinkend hoongelach onthaald. Na het schouwspel van vanmid- 
dag, rest er niet veel twijfel meer: Jumet was een dwaalspoor. 

De aalmoezenier over wie Raemaekers verkondigde dat Focant bij hem te biech 



303 



ten was gegaan wordt nog verhoord. Hij kan zich niets van die strekking herinneren." 
Een foto die in oktober 1996 ter gelegenheid van de eerste graafwerken in La Demière 
Heure verscheen, laat het omvergevallen gele bord zien waarover Raemaekers sprak. 
Een aandachtige lectuur van wat hij over het functioneren van de oude mijn vertelde - 
met paarden en contragewichten - maakt duidelijk dat hij dit waarschijnlijk uit een 
toeristische folder haalde. 

Claude Jasselette, die nog maandenlang bij Raemaekers is achtergebleven in cel 66, 
verklaart midden april dat die hem voorstelde om voor 30.000 frank zijn strafdossier 
te laten stelen op de griffie van Namen. Jasselette geeft een uitvoerige beschrijving 
hoe de twee met uzi's gewapende huurlingen, een Fransman en een Spanjaard, hun 
slag zouden slaan in de nacht van 19 op 20 april. ~De advocaat van Raemaekers zit 
zeker mcc in dc combine', zegt Jasselette en hij geeft aan dat dit altijd het geval is, bij 
alles wat Raemaekers onderneemt. Raemaekers tracht zoveel mogelijk gedetineerden 
te binden aan zijn eigen advocaat. Dat overkwam ook Jasselette: "De enige keer dat ik 
in dc spreekkamer de kans kreeg een advocaat te ontmoeten, was dat Flagothier. In 
aanwezigheid van Raemaekers, wat totaal verboden is. Het is daardoor dat ik kan 
zeggen dat meester Flagothier zowel mondeling als schriftelijk inhchtingen geeft aan 
Raemaekers. Ik zou ook willen preciseren dat Raemaekers zijn advocaat wekelijks 
ziet en praktisch altijd in de cel terugkeert met documenten, fotokopieën en 
inlichtingen met betrekking tot al zijn beschuldigingen. Die noteert hij dan ijverig in 
zijn klein blauw schriftje.'*55 

Een week na de confrontatie stuurt Guy Focant via zijn advocate een open brief de 
wereld in. Die werpt een nieuw licht op de kennis die Raemaekers over steen- 
koolmijnen tentoonspreidde. 

Tijdens mijn verblijf in dezelfde cel als Raemaekers werd deze, bizar genoeg, 
regelmatig weggehaald om te worden verhoord. Hij stelde het voor alsof hij de 
speurders zou helpen bij het ontmantelen van een netwerk van pedofielen dat in 
de hoogste lagen van dc maatschappij opereert (...). Ik maakte me geen zorgen 
over de precieze en gedetailleerde vragen die hij me stelde over de steenkoolmijn 
van Jumet. Hij stelde die vragen ook aan een cipier die in deze regio woont (...). 
Raemaekers blijft leugenachtige beschuldigingen uiten, voorhoudend dat ik hem 
bepaalde zaken zou hebben verklapt. Duizenden vragen zijn mij gesteld. Wat kan 
ik antwoorden, aangezien het de eerste keer was dat ik een steenkoolmijn zag? Ik 
ben kapot, geschokt over al die vragen over hypothetische kinderhjken en het feit 
dat men mij associeert met deze gruwel (...). In afwachting, en om redenen die ik 
niet ken, worden de graafwerken op basis van fantaisistische beschuldigingen 
voortgezet. Het geld is naar meer dan alle waarschijnlijkheid verspild en mijn 
leven is in gevaar. *56 

Op 27 mei 1997 wordt een punt gezet achter de graafwerken. Jacques Langlois komt 
persoonlijk naar Jumet, preciseert tijdens een persconferentie dat er sinds 13 
december 1996 in totaal 6.090.000 kubieke meter aarde is verplaatst en legt 



304 



uit dat de taak van een onderzoeksrechter er nu eenmaal in bestaat "te kijken wat er 
achter de deuren zit alvorens die te sluiten'. Hij dankt alle speurders en benadrukt 
dat hij en niemand anders verantwoordelijk was voor deze episode. 

Het parket in Neufchateau betoont achteraf verbazend weinig belangstelling 
voor de vraag wie nu eigenlijk echt verantwoordelijk is voor deze ontsporing van 
het onderzoek: Raemaekers alleen, Raemaekers en Focant, Raemaekers en 
Flagothier of Flagothier en onbekenden? En waarom? 

Een aantal pohtiemensen dat met hart en ziel aan de onderzoeksdelen Nihoul 
en XI werkte, werd achteraf gestraft. Tot nu toe heeft nog niemand ook maar 
geopperd of voor het hoofdstuk Jumet een "onderzoek van het onderzoek' 
opportuun zou kunnen zijn. 

NOTEN 

1 Gesprek met jacky Courard, 13 december 1996. 

2 Lelièvre meent te weten dat Dutroux ooit in zijn huis te Marchienne-au-Pont putten heeft 
gegraven in de hoop steenkool te vinden. Verhoor Michel Lelièvre, BOB Neufchateau, J 7 

augustus 1996, pv 100.221. 

3 De eerste graafwerken begonnen op 4 oktober en eindigden op 18 oktober 1996. 4 

Gesprek met Tiny Mast, januari 1997. 

5 Verhoor Jean-Paul Raemaekers, BOB Brussel, 15 december 1996, pv 117.130 

6 Brief van Jean-Paul Raemaekers aan de auteurs, 10 juni 1997. 

7 Reconstructie op basis van gesprekken met Jean-Paul Raemaekers. 

8 Fax van BOB'crs Lcsciauskas en Winkel aan Connerotte, 9 oktober 1996. 

9 Verhoor Jean-Paul Raemaekers, BOB Brussel, 19 oktober 1996, pv 1 15.439. 

10 Gesprek met procureur Franskin, december 1996. 

1 1 Correctionele rechtbank Hoei, 9 februari 1996. 

12 Verhoor Jean-Yves H., politie Luik, J6 september 1996, pv 63.901. 

13 Verhoor Guy Focant, GP Brussel, 18 september 1996, pv 10.488. 

14 Verhoor Jean-Paul Raemaekers, BOB Brussel, J 9 oktober 1996, pv 115.439. 

15 Verhoor Jean-Paul Raemaekers, BOB Brussel, 29 oktober 1996, pv 115.442. 

16 Verhoor Jean-Paul Raemaekers, BOB Brussel, 9 november i996, pv 115.445. 

1 7 Reconstructie op grond van gesprek met Francis Debuisson, 22 juni 1997. 

18 PhiUppe Brewaeys en Jean-Frédérick Deliège in Le SoiriUustré, 29 oktober 1997. 

19 Verhoor Jean-Paul Raemaekers, BOB Brussel, i november 1996, pv 115.444. 

20 BOB Brussel, 1 november 1996. pv 115.444. 

21 Verhoor Jean-Paul Raemaekers, BOB Brussel, 9 november J996, pv 1 15.445. 

22 We ontmoetten Laurent en Emmanuel op 22 juni J 997 en legden de kinderen een foto 
voor van advocaat W De jongens verzekerden deze man nooit te hebben gezien. Jasselette 
herkenden ze wel. Hij vergezelde Potemberg toen die hen meenam tijdens nachtelijke 
uitstapjes in het centrum van Namen en een vakantie in Oostende, in de zomer van 1996. 

23 "Wat een bende onnozelaars, ze zijn niet ver genoeg gegaan.' 

24 "Ja, hij is samen met Elizabeth begraven.' 

25 Verhoor Jean-Paul Raemaekers, BOB Brussel, 15 november i996, pv ii 7.123. 

26 Verhoor Jean-Paul Raemaekers, BOB Brussel, 23 november 1996, pv ii 7.125. 



305 



27 Verhoor Jean-Paul Raemaekers, BOB Brussel, 30 november 1996, pv 117.126. 

28 Synthese, BOB Brussel, 5 december 1996, pv 117.128. 

29 Samenvattend rapport, BOB Marche-en-Famenne, 12 december 1996, pv 100.416. 

30 Gesprek met moeder en dochter Montreuil tijdens de huiszoeking, 13 december 
1996, Kanaalstraat 3, Jumet. 

31 Verhoren Luc Kellner, BOB Marche-en-Famenne, 13 december 1996, pv's 100.419 
en 100.420. 

32 Verhoor Jean-Paul Raemaekers, BOB Brussel, 15 december 1996, pv 117.130. 

33 Verhoor Francis Debuisson, GP Brussel, 14 december 1996. De man doet zijn 
verhaal later nog eens over: BOB Brussel, 28 januari 1997, pv 150.132. 

34 Gesprek met Francis Debuisson, 22 juni 1997. 

35 Gesprek met Jean-Marie Flagothier, januari 1997. 

36 Verhoor Jean-Paul Raemaekers, BOB Brussel, 15 december 1996, pv 117.130. 

37 BOB Brussel, 18 december 1996, pv 117.131. 

38 BOB Brussel, 18 december 1996, pv 118.636. 

39 Verhoor Jean-Paul Raemaekers, BOB Brussel, 22 december 1996, pv 117.132. 

40 BOB Brussel, 21 december 1996, pv 118.639. 

41 Verhoor Jean-Paul Raemaekers, BOB Brussel, 22 december 1996, pv 117.132. 

42 BOB Brussel, 6 januari 1997, pv 100. 164. 

43 Verhoor Jean-Paul Raemaekers, BOB Brussel, 6 januari 1997, pv 100. 162. 

44 Verhoor Jean-Paul Raemaekers, BOB Brussel, 21 januari 1997, pv 100.512. 

45 BOB Brussel, 16 januari 1997, pv's 100.501, 100.505. 

46 BOB Luik, 18 september 1996, pv 104.351. 

47 Gesprek met advocate Marianne Goyens, 29 januari 1997. 

48 Verhoor Claude Jasselette, BOB Brussel, 20 januari 1997, pv 100. 508. 

49 BOB Brussel, 30 januari 1997, pv 150.169. 

50 Fax XI aan BOB Brussel, 12 februari 1997, pv 151.262. 

51 Alhoewel. Debuisson wordt op 21 juni door de correctionele rechtbank van Namen 
veroordeeld tot 18 maanden cel. Het feit dat zijn naam in de pers meermaals is 
verbonden aan de graafwerken in Jumet en er in die context altijd werd gesproken 
over "drie pedofielen' heeft tot gevolg gehad dat de rechter amper de moeite nam 
om te luisteren naar de argumenten van de verdediging. Zonder dat ze vooraf in 
beschuldiging was gesteld, werd overigens ook Debuissons echtgenote in een 
moeite door veroordeeld, tot 12 maanden cel. Debuisson is niet te spreken over de 
wijze waarop meester Flagothier zijn belangen behartigde en vond uiteindelijk een 
andere advocaat. Er werd inmiddels beroep aangetekend tegen de veroordelingen. 

52 Verhoor Francis Debuisson, BOB Brussel, 5 mei 1997, pv's 151.412 en 151.413. 

53 Reconstructie op basis van gesprekken met Debuisson en Raemaekers en speurders 
die er toen bij waren. 

54 Verhoor Marcel Hoek, BOB Brussel, 14 mei 1997, pv 151.448. 

55 Verhoor Claude Jasselette, GP Namen, 14 april 1997. 

56 Persmededeling Guy Focant, 13 mei 1997. 



306 



5 Lente 1997 

Nog meer getuigenissen 



1 



'Dit is Anthony, een vriend van Nihoul. ' 

Getuige Nathalie W., geconfronteerd met een foto van Tony V., 
2 november 1996 



15 febmari 1997, Ovifat, Duitstalig België. Aan de receptie van het sjieke 
Domaine des Hautes Fagnes zit de receptionist met nachtdienst gebogen over 
een kruiswoordraadsel. Er is geen sneeuw, dit jaar. Toeristen zijn er nauwelijks. 
Om twe& uur 's ochtends strompelt wel nog iemand het hotel binnen, een 
nerveuze jonge vrouw met een gezwoUen gezicht. De receptionist heeft haar 
anderhalfuur eerder zien buitengaan. Ze begeeft zich meteen naar haar kamer. 

- Nathalie! Waar zat je? 

- Het netwerk heeft me opgeroepen, via de semafoon. Marie-France, zo 
doen ze het altijd! Ze tikken de postcode in van een gemeente en daar 
wachten ze dan op mij aan het station. Dit keer was het 4970. Verviers. 
Het was al bijna middernacht. Ik heb een taxi genomen. 

- Wat is er met je gezicht-' 

- Ckudio... Hij heeft me geslagen. Hij wilde weten hoe het staat met het 
onderzoek. Ze waren met z'n drieën. Ckudio sloeg me, maar ik heb niks 

gezegd. 

- En toen? 

- Toen hebben ze me kten gaan. 

Marie-France Botte weet niet goed wat ze ervan moet denken. Er zijn 
vreemde dingen gebeurd, die avond. Even na middernacht rinkelde in haar 
kamer twee keer de telefoon. Er werd niets gezegd, alleen ingehaakt. Toen 
ze ging kijken in de kamer van Nathalie, bleek die leeg. 'Heb jij me 
daarstraks gebeld?', vraagt ze. Nathalie schudt het hoofd en begint te 
huilen. 

Marie-France Botte bevecht al jaren de kinderprostitutie in Thailand. Dat heeft 

haar roem, erkenning en zelfs de verheffing in de adelstand opgeleverd. De 
Belgische publieke opinie leert haar pas echt kennen in augustus 1996. Ze is rad 



308 



van tong, zegt precies die dingen die België wil horen en trekt van tv-studio naar 
tv-studio. Op de rekeningen van de Opérations Marie-France Botte stroomt 
meer geld binnen dan ze kan besteden. Een deel van dat geld, 545.183 frank om 
precies te zijn, ging naar steun en opvang voor Nathalie W ' Voor Botte is de 
28jarige vrouw niet alleen een welgekomen uitgavenpost, maar ook een 
retroactieve bron van informatie. Lichtjes overmoedig heeft de barones in 
september 1996 staan pochen dat ze beschikt over "een üjst' met klanten van 
Dutroux. Met de camera's op zich gericht, stapte ze met die belofte het 
justitiepaleis van Neufchateau binnen. Pas later verklaart procureur Bourlet dat 
Botte hem nooit wat voor Hjst ook heeft overhandigd. 

Marie-France Botte ontmoette Nathalie W voor het eerst in december. Ze 
was een en al oor toen ze besefte dat het hier ging om een van die getuigen van 
Neufchateau, waar iedereen zo geheimzinnig over deed. Ze hoorde haar uit over 
het onderzoek en beloofde te zullen helpen waar ze kon. Dat kon. BHjkbaar had 
Botte ook bij de Brusselse BOB aanbidders. 'Toen ik daar op het laatst kwam, 
hing daar een gigantische affiche van Marie-France', zegt Nathalie W kter. De 
reden waarom de twee vrouwen het Valentijnsweekeinde samen doorbrengen in 
Ovifat is vrij bijzonder. Marie-France Botte zou Nathalie W ondervragen. 'Doet 
ze moeilijk? Laat haar maar aan mij over', had ze tegen de speurders gezegd. 
Vrouwen onder elkaar, dat ging beter. En ja: na afloop zou ze een verslag 
opstellen voor de BOB. Een Kjst. 

Wanneer Botte op 17 febmari 1997 bij de BOB langsgaat, is haar 
boodschap weinig hoopgevend: 'Dat mens is zo gek als een achterdeur.' Een 
kleine dosis simpele logica bracht Botte al een eind vooruit 4970, de postcode 
waarmee Nathalie door 'haar pooier Ckudio' naar het station van Verviers werd 
geroepen via de semafoon, was het postnummer van Stavelot. Waarom ging 
Nathalie dan aan het station van Verviers staan? BOB'er PhUippe Pourbaix gaat 
enthouskst verder speuren en vindt de taxichauffeur terug die Nathalie die 
nacht voor het hotel heeft opgepikt. Ze wilde inderdaad naar de trein, maar 
aangezien er in Stavelot noch Malmédy een station is, was het Verviers 
geworden, zo herinnert de chauffeur zich. 'Ze heeft me nog gevraagd wat de 
postcode van de regio was', zegt hij nog. Volgens de taximan die haar naar het 
hotel temgbracht, bleef Nathalie een uur lang doelloos rondwandelen aan het 
station van Verviers.*2 Ze was de hele tijd alleen. Gewond was ze niet, toch niet 
aan haar gezicht. Blijkbaar heeft Nathalie zichzelf net voor haar temgkeer in het 
hotel wat meppen toegediend. De BOB'ers trekken de herkomst na van de 
telefoontjes die Marie-France Botte in haar hotelkamer ont\nng. Ze werden 
beide gepleegd vanuit de openbare telefooncel recht tegenover het station van 
Verviers.' Ook voor het biepje per semafoon en de blauwe plekken op haar 
gezicht heeft Nathalie W zelf gezorgd, blijkt later. Wanneer het dossier 'MouUn' 
op 25 aprM 1997 wordt afgesloten, is Nathalie onder de speurders een voorwerp 
van spot 

Aanvankelijk wordt de getuigenis nochtans beschouwd als belangrijker dan wat 
dan ook. Nathalie was een X avant la lettre. In februari 1996, een half jaar voor 



309 



de zaak-Dutroux, is ze samen met haar therapeute al naar een inspecteur van 
de Brusselse GP getrokken. Ze vertelde over haar vader, die haar voor het 
eerst verkrachtte toen ze zes was. Later, zegt ze, leende hij haar op feestjes in 
villa's in en rond Waterloo uit aan vrienden en familieleden. Het verhoor is 
geëindigd met een zucht van de GP'er: "Dit kan ik niet opschrijven.' Nathalie 
was boos weggelopen, zonder de verklaring te ondertekenen. Vier maanden 
later had ze meer succes. Na een toevallige ontmoeting met haar therapeute, 
namen de Brusselse BOB'ers Joël Gérard en Théo Vandyck wel de tijd om te 
luisteren. Op 6 juM 1996 stelden ze een uitvoerig proces-verbaal op, waarin 
Nathalie de contouren schetste van het netwerk dat haar jarenlang misbruikte. 
Er volgde een lange opsomming van namen en voornamen - vooral 
voornamen. Toen ze tien was, vertelde Nathalie, emigreerde haar vader naar 
Spanje en leverde hij haar af bij ene Vincent, veertig jaar, 1,90 meter groot. Hij 
nam haar als prille tiener mee naar seksfeesten in kastelen in Waals- en 
Vlaams-Brabant. Drie keer is ze zwanger geweest - één keer van haar vader - 
drie keer volgde een abortus. 

Later zal er discussie ontstaan of Nathalie die dag écht gesproken heeft 
over "Mick uit Brussel'. Zeker is wel dat het na de arrestatie van jVIichel Nihoul 
een kwestie van dagen is voor alle stukken rond Nathalie W worden 
overgemaakt aan het parket van Neufchateau. "Het was Joël die me belde met 
de vraag of "Mich' Nihoul was. Ja, zei ik. Ik had hem onmiddellijk herkend op 
tv. Ik zag hem niet als de belangrijkste persoon. Hij was erbij in de periode van 
de Atrebatenstraat, toen ik vijftien a zestien jaar was. Dat was alles.'*3 Bij 
Nathalie W verlopen de verhoren nog moeizamer dan bij de X-getuigen. De 
stiltes duren nog langer, om de haverklap geeft ze te kennen dat het "niet meer 
gaat'. Soms verliest ze zich in doelloos gestamel, wordt ze hysterisch en 
verklaart ze dat wat ze eerder zei verzonnen is. 'Je moest geduld hebben met 
haar', vergoelijkt Théo Vandyck later. "Maar als je ziet wat zij ons in een vroeg 
stadium van het onderzoek allemaal kon vertellen, dan weet je: zij kent het 
milieu dat ons toen zo interesseerde door en door.' 

Begin september 1996 praat Nathalie W voor het eerst over de vroegere 
privé-club in de Atrebatenstraat in Etterbeek. Het is inderdaad een adres waar 
Nihoul vaste klant is geweest. "Het was een ontmoetingsplaats voor de 
daders', zegt Nathalie. "Ik heb er nog andere kinderen gezien.' Nathalie wijst 
een van de vaste klanten van The Dolo aan, waarvan de speurders later 
ontdekken dat die te maken heeft met een reisbureau dat bekend staat 
vanwege seksreizen naar Thailand. Lang voor de media daarover berichten, 
identificeert ze enkele andere klanten en wijst ze hun villas aan. Ze meent ook 
Bernard Weinstein ooit te hebben gezien in The Dolo.*4 Later heeft ze het 
over een adres in Etterbeek waar ze zegt verkracht te zijn. Het gebouw in de 
Dietrichstraat blijkt bij de politie van Etterbeek een slechte reputatie te hebben 
vanwege zedenfeiten. *5 

In een van haar verklaringen vermeldt Nathalie W ook leden van de 
familie de Borchgrave als intieme vrienden van Vincent - of hoe die ook mag 
heten.*6 De speurders letten er niet op, en Nathalie W schijnt het zelf niet te 
weten, maar de bewuste familie is in het begin van de jaren negentig zwaar in 
opspraak gekomen doordat een van haar telgen in het huwelijk trad met een 
jonge joods 



310 



Amerikaanse. Na de scheiding en haar terugkeer naar de VS schreef zij 
een boek over haar belevenissen. Sheri Heller, alias barones Sheri de 
Borchgrave, portretteerde het deel van de Belgische adel dat ze zelf te zien 
kreeg als extreem pervers. Tijdens haar jaren in België, zegt ze, werd ze door 
haar man meegetroond van seksfuif naar seksfuif, was ze getuige van incest 
en werd ze verplicht tot echangisme. Ze kreeg van haar tijdelijke familieleden 
onder taboes beladen verhalen te horen over een erg jong dienstmeisje dat 
tijdens een van de feestjes de dood had gevonden.*? Het zou kunnen dat 
Nathalie W daar ooit iets van opgevangen heeft, maar erg evident is dat niet. 
De familie de Borchgrave Het het boek destijds meteen uit de handel nemen. 

Velen zijn geneigd Nathalie te geloven, wanneer zij in de eerste weken 
beweert dat "het netwerk' het onderzoek op de voet volgt. Nathalie beklaagt 
zich over bedreigingen en anonieme telefoontjes. Op 14 oktober 1996 dient 
een onbekende man haar klappen toe op een parking langs de autosnelweg 
in Bettincourt. Op basis van haar beschrijvingen wordt een robotfoto 
verspreid, wat ertoe leidt dat Nathalie Jean-Louis Delamotte herkent op foto 
- de partner van Nihoul in het autobedrijf Asco. De speurders merken dat 
iemand met een mes een "V in haar arm heeft gekerfd. Een aandenken van 
Vincent, zegt Nathalie. Ook hij is haar komen afraden om nog verder te 
getuigen. Er volgt nog een t^^^eede incident op een autoweg, dit keer op de 
Brusselse Grote Ring. Een man in een groene wagen heeft haar van de weg 
trachten af te rijden, heet het. Even wordt een verband gelegd met een 
klacht van de Luikse procureur-generaal Anne Thily. Zij zegt in oktober 
1996 te zijn achtervolgd door een groene wagen.*8 Marie-France Botte deelt 
in de klappen. Een man wachtte haar voor haar woning op en trachtte haar 
te wurgen. Het Brussels parket opent een apart dossier rond deze bedrei- 
gingen en aanslagen, maar dat zal na iets meer dan een jaar zonder gevolg 
worden afgesloten. 

Drie rijkswachters en een psycholoog moeten Nathalie W op 12 
december tijdens een verhoor overmeesteren en tot bedaren brengen. Het is 
het begin van een reeks verhoren over extreem seksueel sadisme, rituele 
babymoorden en iets wat verdacht sterk lijkt op zwarte missen. Het is de 
periode waarin sommige speurders zich in alle ernst het hoofd breken over 
geheime, satanische genootschappen waar Dutroux en Weinstein banden 
mee zouden hebben. Op 16, 23 en 30 januari 1997 wordt Nathalie W in de 
verhoorkamer onder hypnose gebracht door dokter Mairlot, een specialist 
terzake. Het onderzoek wordt er niet minder chaotisch op. "Het bloed van 
de baby wordt vermengd met dat van het geslachte schaap (...). Ze 
verbranden de baby en het schaap, en iedereen vrijt met iedereen (...). Het 
monster is vertrokken. Ze rukken het hart van de baby uit? Aan het eind van 
deze sessie verklaart NathaHe dat ze de indruk heeft dat ze het spektakel 
vanuit verschillende invalshoeken zag, alsof zijzelf in meerdere persoonHjk- 
heidsvormen aanwezig was. Als er ook maar een deel klopt van wat zij ons 
vertelt, dan is het perfect normaal dat dat op deze manier gebeurt', bezweert 
Théo Vandyck zijn collega's. 



311 



Sommige onderzoeksgegevens zijn niet te reconstrueren. Even fel als 
ze er later van worden beschuldigd hun getuigen te hebben "geholpen', 
houden Vandyck en zijn collega's tot vandaag vol dat ze er rigoureus over 
waakten dat de X-getuigen via hen niets maar dan ook niets te weten 
konden komen over hun geestelijke zusjes. Als dat klopt, blijven enkele 
kleine gegevens uit het dossier 110/96 vragen oproepen. Begin november 
1996 wordt Nathaüe een hele collectie foto's voorgelegd van mannen en 
vrouwen. De foto van XI zegt haar niets, maar ze haalt er wel een andere 
uit: "Dit is Anthony, een vriend van Nihoul.' De aangewezen foto is die 
van Tony V.*10 Later haalt Nathalie W ook de moeder van X4 uit een 
reeks foto's en noemt ze die ook correct bij de voornaam. Omgekeerd 
wordt Nathalie W als slachtoffer herkend door zowel XI als X4. XI 
herkent dan weer de foto van de vader van Nathalie. 

Eind januari, kort na het meest schokkende van de drie 
hypnoseverhoren, wordt Théo Vandyck geveld door een hersenbloeding. 
Hij was de enige politieman die Nathalie W volledig vertrouwde. Nu 
nemen Philippe Pourbaix en Baudouin Dernicourt de rol van ondervragers 
over. Zij hebben kort daarvoor in een verbazend snel tempo het 
vermogensonderzoek rond Mare Dutroux afgerond. Pourbaix windt er 
geen doekjes om: hij gelooft geen sikkepit van wat Nathalie W beweert. 
Nathalie reageert op haar manier. Ze overhandigt de BOB een uitnodiging 
voor een "offerfeest' op een blad vol bloedplekken en haren. Haar eigen 
naam is geschreven met bloed. De speurders nemen al niet meer de moeite 
om na te trekken waar het feest kan plaatshebben. Voor hen staat het als 
een paal boven water dat Nathalie de brief met haar eigen bloed heeft 
geschreven - wat later overigens bHjkt te kloppen. 

Nathalie W kan het helemaal niet goed verkroppen dat men haar van 
de ene dag op de andere voor een gekkin aanziet. De stoppen slaan door. 
Claudio, Vincent, de prins... Nu eens omschrijft Nathalie W de een als 
rechterhand van de ander, dan weer zijn Vincent en de prins één en 
dezelfde persoon. Dan weer Claudio en Vincent. "Hoe verklaren we dan de 
"V die in haar arm is gekerfd, indien nu blijkt dat deze persoon niet 
Vincent heet?', schrijft BOB'er Pourbaix op 10 maart 1997 in een rapport 
waarin hij brandhout maakt van de getuigenis.*! 1 Dat Dernicourt en 
Pourbaix het spuugzat zijn, is ergens begrijpelijk. Op 18 maart hebben ze 
van een vriendin van Nathalie vernomen dat die de beschreven kastelen 
vooraf is gaan verkennen. Ze is zelfs bij het kantoor voor toerisme enkele 
foldertjes gaan ophalen.*! 2 Of het klopt wat derden over Nathalie W 
vertellen, is Dernicourt en Pourbaix nauwelijks een zorg. "Zij heeft aan een 
getuige bekend dat ze haar eigen medisch dossier heeft gestolen', klinkt het 
op 10 maart. Nathalie W "bewees' eerder dat ze ooit zwanger was aan de 
hand van een echografie. De twee BOB'ers melden nu dat de naam van de 
patiënt van de foto is weggeknipt en dat dit vast niets anders kan 
betekenen dan dat Nathalie de boel heeft vervalst. 

Op 17 maart 1997 doet Nathalie haar beklag tegenover "Philippe' - ook 
tegenover BOB'er Pourbaix stapt ze niet af van haar vaste gewoonte om 
iedereen bij de voornaam aan te spreken. 



312 



- Met Théo ging het helemaal anders. Hij vertrouwde me. 

- Laat ons dan op een of andere manier zien dat je niet aan het liegen bent. Bel 
die Claudio van jou eens op. 

- Nee. 

- Komaan. Je hebt ons drie telefoonnummers van Claudio gegeven. Bel hem dan 
op, nu, hier. 

- Ik wil niet. Mijn vertrouwen in jullie is weg. Ik stop ermee. *1 3 



In het verslag dat Philippe Pourbaix achteraf over dit onderhoud met Nathalie 
maakt, verduidelijkt hij dat hij de drie zogenaamde telefoonnummers van 
Claudio vooraf heeft nagetrokken, en vaststelde dat zij niet bestonden. 

'De houding die de speurders zich in dit dossier hebben aangemeten is op 
zijn minst twijfelachtig', zegt advocaat Laurent Arnauts, de raadsman van 
Nathalie. "Nathalie heeft het hen lastig gemaakt, zoveel is zeker. Maar 
omgekeerd is dat nog meer het geval.' Therapeut Yves de Keyser, die Nathalie 
W een tijdje in behandeling had, beschrijft haar als een getraumatiseerde 
vrouw die haar verleden van seksueel misbruik nooit verwerkte. "Ze was 
eigenlijk niet klaar om ermee naar het gerecht te stappen. Ze kon de dingen 
die ze meemaakte niet helder zien.' 

Nathalie W zelfheeft er geen problemen mee om toe te geven dat ze soms 
spelletjes speelde. "In Ovifat ben ik inderdaad door niemand bedreigd', zegt 
ze. "Maar de weergave van de feiten door Marie-France was ook eenzijdig. We 
hadden zogezegd alle tijd van de wereld. Wel, voor Marie-France kon het niet 
snel genoeg gaan. Het was Valentijn. Haar vriendje zou zondagavond 
overkomen uit Brussel. Ik was plots het derde wiel aan de wagen. Tijdens ons 
laatste gesprek keek ze de hele tijd op haar klok. Ik moést en zou namen 
noemen. Nu, meteen. Het werd een puinhoop. Er was iemand van wie ik me 
meende te herinneren dat hij Deridder heette of zoiets. Ze vroeg me of hij een 
blauw pak droeg. Dat zou kunnen, zei ik. Voild, dat werd dan 
rijkswachtgeneraal WiUy De Ridder. Naar mijn protest luisterde ze niet eens. 
Hetzelfde gebeurde met Framjois-Xa-^der, een dader van wie ik alleen deze 
voornaam kende. "Zozo', zei Marie-France: "De burgemeester van Brussel.' Ik 
riep nog dat het helemaal niet om de Donnéa ging, maar ze had blijkbaar geen 
zin om te schrappen.' 

Marie-France Botte, zo blijkt later, heeft met haar vriend in Ovifat voor 
rekening van de vzw voor vele duizenden franken wijn geconsumeerd en er 
ook nog een compleet "gastronomisch weekeinde' doorgedraaid. "Ik was 
geschokt', zegt Nathalie W "Ik zat erdoor, hoopte op een avondje nakaarten. 
Toen die vriend kwam, wou ik daar onmiddellijk weg, om het even hoe. Ik 
wou inderdaad de trein nemen naar Brussel, maar die was al weg.' Andere 
"onthullingen' over de wijze waarop ze het onderzoek zou hebben vervalst, 
wuift Nathalie W weg. "Die echografie was wel degelijk van mij. Ik heb die 
inderdaad gestolen in het ziekenhuis van Braine-FAUeud, anders had ik die 
nooit in mijn bezit gekregen. Ncc, mijn naam staat er niet op. Maar in die tijd 
was abortus nog verboden en was het overal de gewoonte om de naam van de 
patiënt weg te knippen. Anders riskeer 



313 



den die artsen een gevangenisstraf. Als de speurders nu doen alsof ze dat niet 
weten, zijn ze van kwade wil.~*14 

Laurent Arnauts stelt voor om een beroep te doen op een psychiater. 
Dat wordt Mare Reisinger, die later op de voorgrond zal treden als de 
pleitbezorger bij uitstek van Regina Louf. Na vijf consultaties, samen goed 
voor vijf uur gesprekken, levert Reisinger een rapport af dat echter 
zondermeer vernietigend is voor NathaHe. Volgens hem lijdt ze aan 
"pathomimie, een ziekelijke drang tot fabuleren'. Hij sluit zelfs niet uit dat 
NathaHe W is "gestuurd' om alles in het honderd te doen lopen. Het rapport is 
waardeloos, repHceert Arnauts dan weer. "Reisinger had twee ontmoetingen 
van amper drie kwartier met NathaHe, een keer in het bijzijn van de speurders. 
Voor het overige staat zijn rapport vol elementen die veel met roddel, maar 
weinig met psychiatrie te maken hebben. Die man Het zich leiden door wat de 
speurders en enkele journaKsten hem toen vertelden.' 

Volgens Reisinger toont de reactie van Arnauts aan tot op welk punt hij 
"bedot' is door zijn cliënte. "Men vroeg mij om me uit te spreken over de 
waarde van haar getuigenis, niet over de vraag of zij een slachtoffer was of 
niet. Het is ook niét zo dat ik mij op sleeptouw liet nemen door haar 
toenmalige ondervragers, zoals Arnauts beweert. Ik heb in een totale 
onafhankeHjkheid kunnen werken.' Reisinger kan ook, de eigen administratie 
in de hand, aantonen hoe vaak hij NathaHe W op consultatie kreeg. 

Begin maart 1997 start de BOB met het ondervragen van familie, ex- vriend en 
buren. Het beeld dat van NathaHe naar voren komt, is zoals te verwachten 
weinig verheffend: ze is een gepatenteerde leugenares, geobsedeerd door een 
hunkering naar aandacht... Haar moeder kleurt het beeld bij door haar af te 
schilderen als "een gevaarlijke mjithomane die probeert mensen te vernietigen 
als zij hen iets kwaHjk neemt'.*15 Volgens haar zijn de beschuldigingen aan het 
adres van haar exman voUedig uit de lucht gegrepen. Die steUing krijgt bijval 
van grootmoeder, broers en ex-vriend: dat NathaHe door haar vader lastig 
gevaUen werd, is ondenkbaar. Schande. Twee mensen worden niet 
ondervraagd. Nathalie's vader, over wie de Spaanse politie bij de aanvang van 
het onderzoek aan de speurders signaleerde dat "deze man beschermd schijnt 
te worden'. Ook zijn nieuwe echtgenote wordt niet ondervraagd. Zij zou 
Nathaüe vanuit Spanje zorgelijk gecontacteerd hebben om te verteUen dat haar 
vader "opnieuw begonnen is'. 

Toch zijn de meningen over NathaHe W helemaal niet zo eensluidend als 
uit de processen-verbaal moet bHjken. Na het bezoek van deze speurders 
schrijven enkele vriendinnen - en zelfs haar grootmoeder - boze brieven aan 
Bourlet en Arnauts. Cécile Z., de levensgezellin van Nathaüe, schrijft: 
"Pourbaix bleef maar herhalen dat aUes wat NathaHe verklaarde geverifieerd 
was en dat niets klopte (...). Hij stelde me voor om de spullen van NathaHe te 
doorzoeken en zo mijn eigen onderzoek uit te voeren (...). 'Aan het eind van 
haar brief schrijft Cécile Z., die zelf poHtieagente is, dat ze ook wel weet dat er 
in een gerechteHjk onderzoek harde bewijzen nodig zijn. "Maar beweren, zoals 
Pourbaix deed, dat NathaHe een 



314 



fantaste is, een psychopaat, een mythomane en de grootste manipuleerster van 
de wereld, dat gaat echt te ver. Geloof me, dit zijn geen interpretaties, dit zijn 
de woorden die ik letterHjk gehoord heb.'*16 

Ludmüla D., psychologe bij de stichting Opérations Marie-France Botte, 
schrijft dat zij meermaals getuige was van gesprekken waarbij de speurders er 
alles aan deden om hun getuige zo gek en gevaarlijk als mogelijk af te 
schilderen. "Volgens mij was dit opgezet spel en ging het om foutieve 
informatie, die niet aUeen bedoeld was om het slachtoffer uit evenwicht te 
brengen, maar ook om haar minder geloofwaardig te maken tegenover haar 
omgeving.'*! 7 Marie-France Botte is een persoonHjkc vriendin van Dernicourt 
en zou met hem al voor het vertrek naar Ovifat enkele gesprekken hebben 
gevoerd over NathaHe W Botte staat in die periode ook in nauw contact met 
Mare Reisinger. 

In wat voor klimaat het onderzoek na de hersenbloeding van Vandyck 
verloopt, bHjkt misschien nog het duidelijkst uit het relaas van Marie-(]hristine 
M., de buurvrouw van NathaHe. Op 19 maart 1997 komt er een rijkswachter 
langs die haar waarschuwt dat NathaHe "gevaarlijk kan zijn' en dat ze haar 
kinderen zeker niet met haar moet alleen laten. De rijkswachter zegt dat hij dit 
weet "van de BOB van Bmssel'. Wanneer Marie-Christine M. enkele dagen 
later een telefoontje krijgt van Pourbaix, neemt ze het gesprek op. Pourbaix 
geeft op het bandje toe dat hij de rijkswachter gevraagd heeft om haar te 
waarschuwen. "Je weet nooit wat ze zou kunnen doen, zei Pourbaix. Ze zou 
de dingen die ze heeft meegemaakt kunnen herhalen. Statistieken bewijzen 
dat, zei hij nog.' Marie~ Christine is vrij geschokt over wat hier aUemaal 
gebeurt, en laat NathaHe W naar de opname luisteren. NathaHe belt 
onmiddeUijk Pourbaix, wil een verklaring. Het enige antwoord is een 
huiszoeking bij NathaHe, op 1 aprü 1997, waarbij de gewraakte cassette in 
beslag wordt genomen. Dezelfde dag belt PhiHppe Pourbaix naar Marie- 
Christine M. om haar mee te delen dat hij een cassette met daarop hun 
telefoongesprek heeft gevonden. "Hij dreigde ermee een proces-verbaal op te 
steUen voor het verbreken van de geheimhouding van een onderzoek', schrijft 
Marie-Christine in haar klachtenbrief «is 

Laurent Arnauts maakt deze en andere verklaringen over aan 
onderzoeksrechter Langlois en vraagt op zijn beurt uitleg. Die krijgt hij nooit. 

Begin april bemoeit ook commandant Jean-Luc Duterme zich met de zaak. 
Hij stelt een proces-verbaal op waarin hij de magistraten persoonHjk wH 
waarschuwen voor "het gedrag van NathaHe W' Hij stelt dat NathaHe W van 
plan is om klacht in te dienen tegen Pourbaix. "Zij doet alsof het onderzoek in 
de doofpot is gestopt en vertelt alles wat ze weet van het onderzoek aan 
vrienden en famiHe door.' Duterme ontwaart ook een risico op een 
mediacampagne "aangezien NathaHe contact opneemt met journaHsten'. De 
speurders lopen zo het risico op represailles, stelt Duterme. Het duurt amper 
twee weken of er komt in de media inderdaad een soort campagne op gang. 
Niet diegene waar Duterme voor heeft gewaarschuwd, maar tegen NathaHe W 
zelf In de pers groeit de 31-jarige vrouw uit tot een symbool van het 
"ontsporen' van de onderzoeken in Neufchateau. 



315 



Weekbladen en kranten laten geen spaander van haar heel. Haar getuigenis is 
niet alleen te gek om los te lopen, NathaHe W zou ook nog haar eigen 
medische dossiers hebben vervalst en bedreigingen hebben geënsceneerd. De 
kranten vermelden gretig hoeveel gevangenisstraf ze riskeert. 

Voor Théo Vandyck, halfweg 1997 nog steeds herstellende, wordt het 
vrij snel duidelijk waar de pers de mosterd haalde. Twee dagen nadat het 
RTBf-programma Au Nom de la hoi zijn getuige breedvoerig door het slijk 
haalt, schrijft hij een lange brief aan Langlois. Hij legt uit dat hij tijdens zijn 
herstelperiode af en toe zijn ex-collega's van de antenne-Neufchateau ging 
opzoeken en verbaasd was over de plotse agressie waarmee sommigen praatten 
over Nathalie. "Philippe Pourbaix hield maar niet op om het slachtoffer uit te 
maken voor allerlei slechts', aldus Vandyck. "Volgens hem was Nathalie een 
"hoer" (sic). Hij probeerde mij ook te beïnvloeden door Nathalie een 
"leugenaarster' te noemen "die niets anders deed dan iedereen manipuleren'. 
Ergens in mei vorig jaar, ik denk dat het vrijdag 17 mei 97 was, kwam ik tegen 
11.45 uur aan op het bureau. Ik \^ilde mijn collega's uitnodigen voor een 
etentje (...). Philippe Pourbaix sloeg mijn uitnodiging af met de mededeling dat 
hijzelf, Baudouin Dernicourt, Yves D'hainaut en Patrick Nolier een afspraak 
hadden met de journalist Philippe Brewaeys van het weekblad Le Soir lllustré. 
Op mijn vragen antwoordde hij dat hij de bommen moest ontmijnen die 
Nathalie had gelegd. Hij legde me uit dat zij de media had gecontacteerd om 
een echte lastercampagne op gang te zetten. Ik kreeg echter al zeer snel de 
indruk dat de onderzoekers zelf deze campagne op touw hadden gezet. Op dat 
moment verschenen er inderdaad regelmatig artikels in de pers over 
verschillende getuigen van Neufchateau en dan vooral over Nathalie (...). 
Pourbaix vertelde me trouwens dat hij van plan was de journalist Gérard 
Rogge op te zoeken in dezelfde context.' Daarna, schrijft Vandyck, heeft hij 
Pourbaix nog gebeld, in de hoop hem tot rede te kunnen brengen en hem te 
wijzen op de gevaren voor een sanctie wegens schending van het 
beroepsgeheim. Maar daar was blijkbaar geen gevaar voor. "Hij zei dat hij alles 
deed met goedkeuring van de onderzoeksrechter, en dat zowel commandant 
Duterme als kolonel Brabant achter hem stonden. Zij waren op de hoogte van 
zijn acties en keurden die ook goed (...) Tijdens dit gesprek Ket Philippe 
Pourbaix me weten dat de pers nu op de hoogte was van de waarheid en hij 
raadde me aan om naar de uitzending van A.u nom de la loi te kijken, want dan 
zouden "eindelijk" (sic) de puntjes op de i worden gezet'.*19 

Als enige antwoord krijgt Vandyck van onderzoeksrechter Langlois een 
korte zakelijke brief met de dwingende raad zich niet meer met het onderzoek 
rond Nathalie W te bemoeien. Later blijkt dat Pourbaix inderdaad van zijn 
oversten toestemming heeft gekregen om zijn visie op de hele zaak uit te 
spreiden voor journalisten. Dat is vrij uniek, zeker in een onderzoek waar alle 
speurders enkele maanden eerder te horen kregen dat het minste lek zou 
worden bestraft met ontslag op staande voet. "Het is juist dat ikzelf en 
Dernicourt Baudouin, met de toestemming van onze hiërarchie alsook van 
onderzoeksrechter Langlois, bepaalde journalisten hebben ontmoet die initieel 
benaderd werden door Nathalie W.', 



316 



verklaart hij begin 1998 tijdens een verhoor door het Comité P "Zij is inderdaad 
"haar verhaal' gaan vertellen en het was nodig dit te rectificeren.. Dit alles is ech- 
ter niet gebeurd in de maand mei 1997, zoals Vandyck voorhoudt, maar op 
woensdag 18 juni 1997, toen we de journalisten (...) hebben ontmoet. Een ver- 
slag werd opgesteld ter attentie van de onderzoeksrechters Langlois en 
Vandermeersch op datum van 21 januari 1998.'*20 Het verslag zit aangehecht 
aan het pv van Pourbaix' verhoor. Merkwaardig: het verslag dateert van enkele 
dagen nadat een krant melding heeft gemaakt van de brief van Vandyck en van 
het feit dat leden van de commissie -Verwilghen zich grote vragen stellen over 
deze gang van zaken.*21 

Laurent Arnauts blijft verwonderd achter. Het heeft er alle schijn van dat de 
speurders Nathalie W aanzien als een groter gevaar voor de samenleving dan 
de hele bende-Dutroux bij elkaar. Dernicourt, NoUcr en Dehainaut, dienen 
een klacht in tegen Nathalie W wegens "laster en eerroof nadat ze in een 
weekblad haar beklag heeft gemaakt over de wijze waarop ze werd behandeld. 
Dat gebeurt - voor een goed begrip - na de smeuïge verhalen over haar in _L« 
Soir lllustré en andere media. Tijdens schietoefeningen in de kazerne vervangt 
Pourbaix de roos door een foto van Nathalie W 

De moegetergde vrouw is halfweg 1998 allang niet meer geïnteresseerd in 
wat voor vorm van getuigen ook. Het dossier 110/96 is al een jaar eerder 
afgesloten. Wanneer ze in die periode eindelijk een baan vindt in een 
grootwarenhuis, 

is het maar een kwestie van dagen of daar staat de rijkswacht plots aan de 

deur. "Ze zat toen nog in haar proefperiode', vertelt Arnauts. "Waar alles tot 
dan toe, zoals het ook hoort, discreet was verlopen, kwamen ze nu luidmchtig 
aan haar oversten melden dat ze moest worden verhoord "in verband met de 
zaakDutroux'. Een brief schrijven of even bellen kon plots niet meer. 
Nochtans is Nathalie met haar semafoon altijd en overal bereikbaar. Uiteraard 
was ze haar baan kwijt.' 

NOTEN 

1 Brief Opérations Marie-France Botte aan onderzoeksrechter Langlois, 17 april 1997. 

2 Inlichtingen na onderhoud met Marie-France Botte, BOB Brussel, 17 februari 1997, pv 
150.272. 

3 Gesprek met Nathalie W, 14 november 1997. 

4 Verhoor Nathalie W, BOB Brussel, 5 september 1996, pv 113.788. 

5 Het gaat om een maison de passé, waar koppels blijkbaar kamertjes kunnen huren per uur. 
VaststelUngen BOB Brussel, 12 december 96, pv 118.416. 

6 Inlichtingen na verhoor Nathalie W, BOB Brussel, 1 1 februari 1997, pv 150.265. 

7 A dangerous Liaison, Baroness Sheri de Borchgrave, New American Library, 1993. Een 
Nederlandse vertaling werd onder de titel Adel Verplicht gedrukt bij de Standaard Uitgeverij, 
maar nooit op de markt gebracht. De uitgeverij bereikte daarover een akkoord met de familie de 
Borchgrave. 

8 Fax GP Brussel, 2 november 1996, opgenomen in dossier 376/96 van onderzoeksrechter 
Vandermeersch. 



317 



9 Verhoor NathaUe W, BOB Brussel, 30 januari 1997, pv 150.035. 

10 Verhoor Nathalie W, BOB Brussel, 2 november 1996, pv 
116.063. 

1 1 Analyse verklaringen Nathalie W, BOB Brussel, 10 maart 1997, 
pv 150.521. 

12 Inlichtingen, BOB Brussel, 18 aart 1997, pv 150.729 

13 Reconstructie, gebaseerd op verslag Pourbaix, BOB Brussel, 17 

maart 1997, pv 150.733. 

14 Gesprek met Nathalie W, 14 november 1997. 

15 Verhoor Simonne C, BOB Brussel, 1 april 1997 pv 150.941. 

16 Brief Cécile Z., 28 april en 28 mei 1997. 

17 Correspondentie van Véronique L. aan Laurent Arnauts en aan 
procureur Bourlet, 5 mei 1997. 

18 Correspondentie van Marie-Christine M. aan Marie-France 
Botte en aan Laurent Arnauts, 27 april en 5 september 1997. 

19 Correspondentie van Ludmilla D. met Laurent Arnauts, 7 
september 1997. 

20 Verhoor Philippe Pourbaix, Comité P, 27 maart 1998, dossier 
3728/98, pv 984.366. 21 De Morgen, 12 januari 1998. 



318 



'Dan kies ik negenenzestig' 

Getuige X69, 10 december 1996 



Naast Regina Louf en Nathalie W waren er nog vijf anderen. Hoewel slechts 
een handvol speurders, magistraten en journalisten weten wie ze zijn, geldt de 
noemer 'de X'en' in de ogen van een groot deel van de publieke opinie als een 
synoniem voor rariteitenkabinet. Alle zeven meenden ze dat de zaak-Dutroux 
de tijd rijp had gemaakt om met tot dan toe diep gewantrouwde politiemannen 
over hun verleden te praten. ~We hadden eigenlijk maar een ding met elkaar 
gemeen', zegt getuige X4. 'We wilden anoniem blijven, in het belang van 
onszelf en onze naasten die vaak nog geen fractie afwisten van ons verleden.' 

Elk groot strafonderzoek bestaat grotendeels uit getuigenissen. In elk onder- 
zoek waar het vermoeden bestaat dat het mikpunt een gevaarlijke bende is 
waarvan nog enkele leden vrij rondlopen, duiken er anonieme getuigen op. 
Komt het tot arrestaties, dan krijgen de verdachten immers toegang tot het 
gerechtelijke dossier en kan de getuige gevaar lopen. Elk groot strafrechtelijk 
onderzoek heeft z'n As, z'n B's of z'n X'en. Om een nog op te helderen reden is 
op zeker ogenblik echter beslist dat het in de zaak-Dutroux anders moest, dat er 
in deze zaak geen plaats was voor getuigen. 

Dat wist X2 niet toen ze op een goede dag tijdens een vergadering met aan 
het parket van Neufchateau verbonden politiemensen hoorde praten over XI. 
"Ze kromp in elkaar', herinnert een van de aanwezigen zich. X2 werkt voor een 
politiedienst en was betrokken bij een deel van een onderzoek-Dutroux. De 
WaalsBrabantse vrouw stond bekend als erg bekwaam, gemotiveerd en 
opgewekt. "Het is de stomste beslissing van mijn leven geweest', zegt ze later. 
Ze sprak met eerste wachtmeester Michel Clippe, die ze goed kende. Hij 
overhaalde haar. Procureur Bourlet was een van de weinigen die wist wie X2 
was, en hoe ze in die rol was verzeild geraakt. 



Haar eerste inbreng in het onderzoek vindt plaats op 6 november 1996. Ze 

319 



rijdt die dag met twee speurders naar Knokke en wijst er enkele villa's en 

hotels aan waar ze in het begin van de jaren tachtig aanwezig zegt te zijn 
geweest tijdens seksfuiven. X2 kwam daar niet als het willoze kind dat haar 
lotgenote XI blijkbaar was, eerder als toeschouwster, meegebracht door een 
volwassene. Het kan niet helemaal dezelfde wereld zijn geweest. Slechts één 
van de door X2 aangewezen plekken, een vüla, komt tevens voor in de 
getuigenis van Xl.*l Het milieu waarin ze de daders situeert, doet daar anders 
wel sterk aan denken. Haar 'minnaar', een veel oudere man, had haar overtuigd 
- soms met argumenten, soms met brute fysieke kracht - dat dit 'zo hoorde'. 
Ze keek toe hoe enkele topbankiers en magistraten in Knokke de stress van 
zich af neukten. Een van hen was O., een van de machtigste mensen van 
België, die ook in het relaas van XI een prominente rol speelde. Te oordelen 
aan hoe X2 het zich herinnert, speelde het zich niet alleen af in de geheime 
geborchten van goed bewaakte villa's. Er was zo'n feest, weet ze nog, waar 
zowat iedereen binnenkon die ervan afwist en tweeduizend frank wou 
neertellen. De enige voorwaarde was dat je iemand meebracht.*2 

In de loop van de elf verhoren ontrolt zich de film van hoe België in de 
jaren tachtig blijkbaar is bestuurd. Ons kent ons. Tal van de door haar 
genoemde namen keren terug in andere getuigenissen. Van advocaat W, waar 
Jean-Paul Raemaekers over sprak, tot een van de hoofdonderzoekers in het 
oude dossierVan Hees en de in opspraak gekomen Brusselse substituut Claude 
Leroy. Ook Michel Nihoul heeft ze een paar keer gezien - al aanzag ze hem 
nog als een van de meest minzame van al die mensen. Voorts waren er die 
GP'er die in het Neufchateau-onderzoek actief was, enkele toppolitici en een 
Bekende Vlaming. 

X2 vindt van zichzelf dat ze 'maar weinig gezien' heeft. Slechts enkele keren 
was ze ooggetuige van gebeurtenissen waarover ze zich achteraf grote vragen 
stelde. Het meisje van vijftien of zestien dat tijdens een orgie in een kasteel 
"naar de SM-kamer' werd meegetroond en nooit meer werd teruggezien.' Eva. 
X2 had haar al meermaals ontmoet in het circuit. Eva sprak met haar vaak over 
vreselijke dingen die gebeurden op het domein van een adellijke dame in het 
Brusselse.*3 Jonge kinderen waren er tijdens dit soort gelegenheden bijna altijd, 
zegt ze. Niemand wist waar ze vandaan kwamen, en niemand stelde zich daar 
ook vragen bij. 

De band tussen X2 en haar ondervragers is niet zo emotioneel als tussen 
adjudant De Baets en XI. Met hoofdondervrager Christian Pirard kan ze goed 
opschieten, met zijn collega Luc Delmartino iets minder. Tk weet het niet, die 
vent leek mij behoorlijk geobsedeerd', zegt ze later. Tk vertelde iets over de 
penis van een dader en was al over iets anders bezig toen hij weer tussenkwam: 
hoe lang was die penis precies? Ik toonde het met mijn vingers. Hij vroeg of ik 
zeker was, haalde er een meetlat bij. Voor hem leek het wel een spelletje.'*4 
Naar analogie met de andere X-getuigen wordt eind maart een psycholoog 
aangetrokken die bijstand zal verlenen tijdens de verhoren. Het draait erop uit 
dat zij de psy moet zitten opbeuren. De man is depressief geworden van wat hij 
heeft gehoord. X2 heeft niet alles zelf gezien, vertelt zaken die ze tijdens de 
feesten gehoord heeft van andere meisjes. Ze heeft, zegt ze, 'maar' vier jaar in 
dat milieu gezeten, van 1984 



320 



tot 1988. Tijdens een bijeenkomst van deze lui in een kasteel in de Ardennen 

hoorde ze in het park vreemde kreten van kinderen. Tiet was verschrikkelijk, 
het was onbeschrijfelijk', zegt ze.*5 Uit de toespelingen die ze hoorde maken, 
deduceerde ze dat het hier ging om een jacht op kinderen. 

Zonder enige zekerheid te hebben dat 'Eva' de echte naam kan geweest 
zijn, gaan de speurders van de antenne-Neufchateau in het rijksarchief op zoek 
naar in de jaren tachtig overleden kinderen die die voornaam droegen. Tange 
lijsten van Eva's laten veel mogelijkheden open, maar leveren nooit iets op.^ 
Halfweg de maand mei zet X2 elke medewerking aan het onderzoek stop.*7 Ze 
wil niet meer worden verhoord. De directe aanleiding is dat de oversten van 
Michel Cüppe hebben ontdekt dat hij en X2 hun onderlinge contacten niet 
hebben onderbroken. Achteraf is dan in de pers geschreven dat ik zijn 
minnares was, dat hij mijn ondervragingen leidde', zegt X2. 'Dikke bullshit. Hij 
heeft me nooit verhoord, hij heeft zelfs nooit iets te maken gehad met de 
verificaties van mijn verklaringen. Hij was een vriend die ik al lang kende. Ik 
had zijn morele steun nodig. Toen ik zag hoeveel moeilijkheden hij kreeg, en 
hoe mijn eigen dossier evolueerde, heb ik besloten om ermee te stoppen. In elk 
geval zag je toen al heel duidelijk dat die mensen rond De Baets collectief met 
hun koppen tegen de muur aan het lopen waren. Ze hadden geen schijn van 
kans.' 

Cüppe wordt uit de antenne-Neufchateau verwijderd. X2 tracht te doen 
alsof ze nooit X2 geweest is. Het is vooral op grond van haar getuigenis dat 
Bourlet begin 1997 heeft verklaard dat het onderzoek in de zaak-Dutroux 'een 
werk van jaren' kan worden. Niemand heeft de speurders een scherper inzicht 
bezorgd in het onmogelijke van de missie waarmee ze zichzelf hebben belast 
dan zij. Ze kent het politie- en justitiewereldje door en door, getuigt over hoe 
het onderzoek naar de Bende van Nijvel vakkundig werd verknald, hoe men de 
gerechtelijke realiteit steeds verder weg deed evolueren van de echte. 'En dat 
gebeurde hier opnieuw', blikt X2 terug. 'De enige vraag die mij vandaag in dat 
verband nog bezighoudt, is hoe ik toen zo naïef kon zijn. Je m 'en fotis. Het was 
zo voorspelbaar.' 

Eind 1998 wordt een Brusselse vrouw van in de vijftig ontvangen op het 
kabinet van minister van Justitie Tony Van Parys. Ze heeft een onderhoud met 
zijn kabinetschef Patrick Duinslaeger, twee jaar daarvoor als nationaal 
magistraat nog een van de drijvende krachten achter het XI -onderzoek. 
Duinslaeger wordt daar liever niet aan herinnerd. In de Wetstraat is het werk 
van Bourlet en zijn mensen tegen die tijd alleen nog goed voor hoongelach. De 
Franstalige vrouw heeft in de maand december een brief geschreven aan de 
minister. Daarin uit ze haar verwondering over het gemak waarmee na het 
afsluiten van de XI -dossiers werd geconcludeerd dat er in België geen 
georganiseerde kindermishandeling zou bestaan. 'Hoe wü u dat, in de huidige 
omstandigheden, andere slachtoffers nu nog spreken?', had ze geschreven. 'Ik 
geloof niet dat het nuttig is te weten wie er nu juist verantwoordelijk is, maar 
wel hoe de georganiseerde criminaliteit met kinderen in elkaar zit. Daarom mag 
er geen verjaringstermijn zijn voor georgani 



321 



seefde misdaad waarvan kinderen het slachtoffer 2ijn.'*8 Het was een 
beetje tot haar eigen verbazing dat ze meteen werd uitgenodigd voor een 
gesprek. Haar codenaam was X3. 

Er gaan vijf lange gesprekken overheen alvorens eerste wachtmeester 
Serge Winkel op 10 december 1996 het eerste proces-verbaal opstelt over zijn 
contacten met deze vrouw. Ze is een kennis van Marie-NoëUe Bouzet, moeder 
van de verdwenen EHsabeth Brichet. Al voor de zaak-Dutroux heeft ze de 
aandacht-wiUen vestigen op het bestaan van netwerken van half-famüiale, half- 
commerciële kinderprostitutie. In interviews en in een boek vertelde ze - 
anoniem - over haar verleden, en dat van haar zus, die door de hel die haar 
jeugd was, in de psychiatrie terecht kwam. Herinneringen aan hun vader die 's 
nachts in hun kamer het ücht aanknipte en de tweestrijd in de hoofden van de 
twee meisjes. Wat was groter, de angst of het schuldgevoel dat de ander die 
nacht uit bed zou worden gehaald? Het kaartspel onder gedempt ücht. De 
winnaar mocht met haar, een klein kind nog, doen wat hij wou. Letterlijk. Een 
van de winnaars sneed haar onderbuik open - ze was acht. Haar ouders 
brachten haar naar "avondjes' in chique villa's. Daar werden heren aangevoerd 
in Mercedessen-met-chauffeur. Ze zag er hoe een jongen van acht gruwelijk 
werd gefolterd, hoe de apotheose van de avond erin bestond dat zijn 
genitaliën werden afgesneden en op zijn buik gelegd. Zelfs het begraven van 
de jongen was aanleiding tot een soort ceremonie. 

Regina Louf is tot buiten 's lands grenzen aan de schandpaal genageld voor 
zaken die ze nooit heeft verklaard. Over XI is gezegd dat ze satanische 
rituelen beschreef en dat ze leden van het koningshuis beschuldigde. In 
werkelijkheid heeft ze nooit iets van die strekking verklaard. X3 deed dat wel. 

Geen wereld kent zoveel ongeschreven wetten als het politiewezen. Eén 
ervan wil dat elk gerechtelijk onderzoek onverbiddelijk haar eindpunt heeft 
bereikt van zodra daarin, op wat voor wijze ook, een referentie wordt gemaakt 

naar een lid van het Hof. Bij de financiële sectie van de Brusselse BOB, 
waar de X-getuigen verhoord worden, weet men dat beter dan wie ook. Het is 
ooit voorgevallen in een fraudezaak. Het constitutionele drama dat Serge 
Winkel in de maand november 1996 in de lucht voelt hangen, heeft weinig te 
maken met bewezen feiten, maar aMes met een niet in te calculeren risico op 
een soort volkswoede die het protest na het wegsturen van Connerotte, enkele 
weken daarvoor, in het niets kan doen verzinken. Rond de nevendossiers zijn 
de scherpste maatregelen genomen voor de handhaving van de discretie, maar 
lekken zijn nooit uit te sluiten. De door X3 beschreven feiten dateren uit de 
periode tussen 1950 en 1962. Ze hebben niks te maken met Mare Dutroux - 
die toen nog in de luiers zat. Maar de getuigenis wordt wel afgelegd tegenover 
het parket van Neufchateau, in het dossier 109/96, waarin ook de verklaringen 
van XI, X2 en later X4 terecht komen. Dit zijn geen gewone tijden. Nooit 
eerder is de pers zo hongerig geweest. De publieke opinie heeft weinig nodig 
om achter de verwijdering van Connerotte achterkamertjespolitiek te zien. 
Winkel ziet de koppen al voor zich: ~Hof betrokken bij zaak-Dutroux!' 

De vrouw die hem haar levensverhaal vertelt, doet dat heel sereen. Binnen 



322 



de wereld van de hulpverlening aan slachtoffers van seksueel geweld geniet ze 
veel aanzien. De Franstalige kinderrechtencommissaris Claude Lelièvre heeft 
haar gevecht tegen kinderprostitutie gesteund. De tijd is er niet naar om haar 
zonder meer weg te sturen. In samenspraak met zijn oversten besluit Winkel 
X3 zo lang als mogelijk aan de praat te houden en zo weinig mogelijk te 
noteren. De Xlspeurders zullen later het voon^^erp uitmaken van een 
gerechtelijk onderzoek waarin hen wordt verweten dat ze niet alles wat hun 
getuige verklaarde onmiddellijk in een proces-verbaal hebben gegoten. Hun 
collega's van de derde ploeg worden ertoe aangezet het omgekeerde te doen. 
Ze voeren met X3 breedvoerige gesprekken op 7, 19 en 28 november, en nog 
eens op 4 december. Toch duurt het tot 10 december 1996 voor het allereerste 
pv wordt opgesteld.' Daarin vertelt X3 de grote lijnen van haar verhaal, maar 
niets over de notabele mensen die ze zich herinnert. Ze heeft vanaf haar 
twaalfde als een kindhoertje gefungeerd, zegt ze, werd toen ook even in een 
bar geplaatst, moest in haar omgeving andere kinderen zien te vinden. Die 
moest ze dan "initiëren'. Op haar vijftiende hield ze aan de mishandeling door 
een klant enkele breuken over. Dat werd op school uitgelegd als het gevolg- 
van een val met de fiets. 

Er verstrijken zes maanden voor er een eerste echt verhoor van X3 
plaatsvindt. Het dossier vermeldt 26 mei 1997 als datum, maar het is verre van 
zeker of er tussenin niet nog meer niet-geregistreerde "gesprekken' zijn 
geweest.*! O Zeker is wel dat het proces-verbaal eindigt met een vrij 
merkwaardig zinnetje: Tdentiek verhoor als 151.829, maar nu citeert zij geen 
personen die verbonden zijn aan het Hof~*ll Er bestaan blijkbaar twee 
versies van de verhoren van X3, eentje mét verschrikkelijke beschuldigingen 
aan het adres van het Hof en eentje zonder. De maand mei, de periode waarin 
de verklaringen van X3 eindelijk aan het dossier 109/96 worden toegevoegd, 
is de periode waarin onder leiding van commandant Jean-Luc Duterme 
aanvang is gemaakt met het ontmantelen van de getuigenissen van XI. De 
vrees voor constitutionele drama's is dan al weggeëbd en datgene wat Mare 
Verwüghen later "de restauratie' zal noemen, is al volop aan de gang. Tijdens 
haar op 26 mei gedateerde verhoor beschuldigt X3 een gewezen topminister 
van de SP, de door XI ook al genoemde ex-toppoKticus E., een bekende 
Brusselse bou\^ipromotor, een vooraanstaand PSC-poMticus en enkele 
kennissen van haar eigen ouders. 

In een dossierstuk dat gedateerd is op 2 juni 1997 doet X3 haar hele 
verhaal. Een gruwelijk verhaal. Over een door een park omgeven kasteel waar 
kinderen in kerkers opgesloten zaten "om hun beurt af te wachten'. In het 
torentje van het kasteel, zegt ze, was er een soort expositie van kinderlijken in 
diverse stadia van ontbinding. Het was een vaste groep van mensen, een 
vijftigtal slechts, en ze kon er maar weinigen van herkennen. De avondjes, 
hier, eindigden nooit zonder doden. Notabelen maakten met behulp van 
dobermannen in het park jacht op losgelaten naakte kinderen. Kinderen 
werden vastgebonden aan planken en gefolterd met scheermesjes en naalden. 
"Ik heb ook menselijk vlees moeten eten, vingers van kinderen die werden 
opgediend in gelatine.'*12 

Wie de getuigenis wü projecteren op de latere perceptie van de X-dossiers 

in 



323 



de media, staat voor een raadsel. De getuigenis van X3 üjlct wel een 
persiflage op alles wat in de marge van de zaak-Dutroux is gefluisterd en 
geïnsinueerd. Je zou verwachten dat X3 nog veel eerder dan de andere 
Neufchateau-getuigen zou zijn afgeblaft door de speurders die na het 
wegsturen van adjudant De Baets het roer in handen namen. Je zou 
verwachten dat haar verklaringen veelvuldig zijn herlezen en geridiculiseerd en 
dat er een compleet dossier zou worden aangelegd met verklaringen van 
jeugdvriendinnen die zich alleen nog herinneren dat ze "wel eens een beetje 
doorsloeg'. Toch is dat blijkbaar niet gebeurd. 

Wanneer in januari 1998 in de media de Xl-storm losbreekt, laat X3 
onmiddellijk van zich horen. In een kort interview met de krant Le Soir zegt ze 
dat zij alvast niets heeft gemerkt van problemen in het door de antenne- 
Neufchateau gevoerde onderzoek: "Persoonlijk heb ik geen enkele reden tot 
ongerustheid. Er blijven ernstige speurders, wier bedoeling het is een ernstig 
onderzoek te voeren (...). Ik ken alleen mijn eigen verhaal. En ik herhaal dat ik 
voor tweehonderd procent vertrouwen heb in de speurders met wie ik werk 
(...). Er zijn van die momenten dat die gedachten door mijn hoofd schieten: 
een persconferentie houden en alles ineens te zeggen en dan, op het eind van 
de getuigenis, de namen te noemen van de betrokken personen. Maar ik doe 
het niet, in het belang van het onderzoek en in het belang van de kinderen (...). 
Als het de bedoeling is een einde te maken aan het lijden van de kinderen, als 
men wil dat het stopt, dan moet men geduldig zijn.'*13 

In he Soir heeft X3 het ook over een speurder die haar enkele maanden 
eerder belde en die haar er blijkbaar wou van overtuigen dat het niets zou 
worden met dat hele onderzoek. Hij vroeg haar of ze er niet eens over wou 
praten. Het ging om Michel CHppe, zo blijkt later. X3 is het er helemaal niet 
mee eens en belt diezelfde dag naar een van de speurders die aanwezig was 
tijdens haar verhoren. Het gaat om eerste wachtmeester Dany Lesciauskas, de 
favoriete ondervrager van Jean-Paul Raemaekers. Lesciauskas stelt tegen zijn 
ex-coUega meteen een procesverbaal op over een "poging tot 
destabilisatie."*14 X3 heeft het nochtans niet zo bedoeld, zo blijkt. Ze 
beschouwde Clippe als een speurder "met een groot hart' die alleen iets te hard 
van stapel wou gaan. "Hij probeerde mij dingen te doen zeggen die ik nooit 
heb gezien', zegt ze, zonder daar kwade wil achter te zoeken. Het pv van 
Lesciauskas voegt zich wel toe aan de reeks van disciplinaire onderzoeken die 
binnen de rijkswacht tegen Clippe zijn geopend-en die overigens op niets 
zullen uitdraaien. 

X3 gaat in 1998 nog af en toe langs bij de antenne-Neufchateau. Ze wordt 
er zeer hartelijk ontvangen door commandant Jean-Luc Duterme en door 
enkele van zijn gezellen. Er wordt haar verteld dat het onderzoek nog "volop 
aan de gang is'. Ja, Langlois heeft ook voor haar dossier een herlezing bevolen, 
maar dat zal wel meevallen. Ze moet natuurlijk wel begrijpen dat moorden in 
België na maximaal twintig jaar verjaard zijn en dat geen van de door haar 
gesignaleerde feiten - hoe schokkend en onaanvaardbaar ook - nog in 
aanmerking kunnen komen voor ver\rolging. Ze moet ook inzien dat een 
aantal van de door haar genoemde mensen een bij de grondwet gegarandeerde 
immuniteit voor rechts 



324 



vervolging geniet. Ze hebben daar bij de Brusselse BOB ook andere X'en over 
de vloer gehad, zo laat X3 zich vertellen, maar hun getuigenissen konden niet 
worden geobjectiveerd, zo heet het. Tot begin 1999 leeft X3 nog steeds in de 
overtuiging dat er met man en macht rond haar getuigenis gewerkt wordt. Het 
is niet duidelijk of X3 zich er zelf van bewust is welk effect haar verklaringen 
op het onderzoek in de marge van de zaak-Dutroux heeft gehad. 

Wordt X3 voor de gek gehouden? Je zou denken van wel. Wanneer de 
commissie-Verwilghen in de zomer van 1997 begint aan het tweede deel van 
haar zoektocht - naar bescherming dit keer - wordt raadsheer Etienne Marique 
van het Brusselse hof van beroep aangetrokken. Mare Ver\^i'ilghen heeft echo's 
opgevangen over een malaise bij de antenne-Neufchateau. Marique krijgt de 
opdracht enkele leden van de antenne te verhoren. Een van de eerste speurders 
die aan de beurt komt, is eerste opper%-achtmccster Jean-Luc Decker, de 
rechterhand van commandant Duterme. Het verhoor vindt plaats op 17 
augustus 1997. Enkele weken later brengt Decker zijn bazen in een lichtjes 
paniekerig klinkende nota - onder de hoofding "vertrouwelijk' - op de hoogte 
van wat er tijdens het onderhoud met Marique is gezegd. Decker verwondert 
zich erover dat de raadsheer zoveel weet. Hij kent de grote lijnen van de X- 
getuigenissen, heeft een vrij duidelijk beeld van welke speurders er met welke 
dossiers bezig zijn en is ook op de hoogte van de spanningen binnen de 
onderzoekscel. Deze passage uit zijn nota, verstuurd aan majoor Guissard in 
Neufchateau en mee ondertekend door Duterme, geeft een idee over wat er in 
die periode achter de schermen gebeurt: "Wat de verklaring van X3 betreft, die 
de koninklijke familie in opspraak brengt, moet men weten dat deze verklaring 
tot op heden niet in de procedure zit (beslissing van Mijnheer Langlois). Ik heb 
van de gelegenheid gebruik gemaakt om tegenover raadsheer Marique te 
preciseren dat geen enkele speurder van de antenne-Neufchateau onderzoek 
verrichtte tegen personen die onschendbaarheid, immuniteit of een privilege 
van jurisdictie genieten. In dezelfde gedachteorde heb ik gepreciseerd dat geen 
enkele magistraat ook maar de minste onderzoeksopdracht heeft uitgeschreven 
betreffende deze personen.'*! 5 

Wat kan je hiervan bakken? Langlois heeft beslist dat er niet tegen leden 
van het Hof of tegen andere ongenaakbaren mag worden getuigd. Met welk nut 
X3 dan zovele keren is verhoord door de BOB, is onduidelijk. Er rijst nog een 
andere vraag: waarom gaan de speurders terzelfder tijd als razenden te keer 
tegen de andere X-getuigen en wordt X3 bij elk bezoek als een prinses 
ont\rangen, wordt ze later zelfs ontboden op het kabinet-Justitie? Er is niet veel 
verbeelding nodig om tot een min of meer coherente hypothese te komen. 
Zonder het zelf te beseffen, heeft X3 het dossier 109/96 doen exploderen. Het 
ging niet meer om haar geloofwaardigheid of die van andere getuigen, het ging 
allang niet meer om onopgeloste moorden of om de antecedenten van Dutroux 
en/ of Nihoul. Het ging over politiek. X3 creëerde blijkbaar een patstelling. 
Door ook maar een fractie van het dossier 109/96 te credibüiseren - 
bijvoorbeeld door een oude moord op te lossen - zou een soort constitutionele 
bom aan het tikken zijn gegaan. "Liever dan dat risico te lopen, is halfweg 1997 
beslist dat de onderzoeken kapot 



325 



moesten, goedschiks of kwaadschiks', zegt een speurder van toen. 'Je moet je 
trachten te verplaatsen in de leefwereld van magistraten. Voor hen is een pv in 
de eerste plaats een juridisch stuk, een klein heiligdom. Als zoiets van X3 op pv 
staat, dan is dat iets dat hun loopbaan kan kraken. De geringste positieve 
evolutie in de X-dossiers, verhoogde het risico dat de verklaringen van X3 de 
pers zouden halen. Ook al staan de diverse getuigenissen los van elkaar. In zo'n 
situatie moet alles wijken voor de raison d'état. ' 

"Wees Hef tegen me, want ik ben geconditioneerd om te doden', waarschuwt 
X4 ons, wanneer we haar op een winterse dag in 1998 voor het eerst 
ontmoeten in het buffet van Bmssel-Zuid. Ze is nogal lacherig, groot van 
gestalte, vooraan in de dertig, pretoogjes. Het is niet geheel onbegrijpelijk dat 
de XI -critici binnen de antenne-Neufchateau zich op zeker ogenblik de vraag 
gaan stellen of X4 wel eens uit dezelfde soort hulpverlening zou kunnen 
komen als XI . Ze heeft dezelfde morbide gewoonte om het meest schokkende 
met de breedst mogelijke grijns te vertellen. Eén klein verschil toch: X4 zegt er 
niet altijd bij wat als grap bedoeld is en wat niet. Ze gaat de geschiedenis in als 
de X-getuige die paus JohannesPaulus II een vermelding gaf in het dossier van 
Neufchateau. Dat ging dus wél meteen 'in de procedure', in tegenstelling tot de 
verklaringen van X3 over het Hof. 'Maar dat was verdorie een grap', roept X4 
uit. 'Kom zeg, moet ik dat nu écht uitleggen? Dat was na afloop van een heel 
slopend verhoor, begin 1997. Die twee BOB'ers zaten vooraan in de wagen 
mistroostig voor zich uit te kijken. Ze waren zo doivn. Dus, dacht ik: tijd voor 
wat humor.' 

Niet iedereen wordt vrolijk van X4. De speurders wisten niet wat hen 
overkwam toen ze hun supergeheime getuige begin 1997 met naam en 
familienaam aantroffen in een populair Vlaams weekblad. Het artikel ging over 
sekten. Als 

voormalig sektelid vertelde X4 hoe ook vooraanstaande Ie den van bepaalde 
politieke partijen zich daarin lieten opnemen. X4 zapt al sinds haar zestiende 
van geloof naar geloof. Eerst bij de christengemeenschap, daarna bij het Leger 
des Heils en uiteindelijk bij de Pinkstergemeenschap. De speurders die haar 
getuigenis maar wat graag onbruikbaar willen verklaren, hoeven halfweg 1998 
niet ver te zoeken. Enkele binnen door haar gefrequenteerde groepen 
circulerende geschriften over Goed, Kwaad en Satan kunnen ruimschoots 
volstaan om Langlois te overtuigen. 

Voor het overige berust haar eliminatie uit het onderzoek vooral op bevin- 
dingen die haar verhaal aanvankelijk nochtans aannemelijk deden lijken. 'Het 
was grotendeels hetzelfde verhaal als dat van XI ', zegt een speurder. 'Bij X4 
hadden we echter van meet af aan een probleem. Telkens ze een vraag 
beantwoordde, voegde ze er meteen aan toe: kan dat? "Dat moet ge niet aan 
ons vragen", zei adjudant Mare Mertens dan. "Gij zijt de getuige." Eigenlijk 
was dat geen slecht systeem. Mertens was tijdens de verhoren de bad guj, zijn 
collega de good guy. Maar wanneer ze haar vroegen of ze zeker was of de man 
wiens naam ze had vernoemd de dader was, had je altijd weer miserie. Ze 
begon te giechelen, wou nooit zeker zijn. Ooit zei ze woordelijk: "Ik ben voor 
vijfentachtig procent zeker.'" 



326 



Het eerste contact tussen X4 en de antenne-Neufchateau vindt plaats op 20 
november 1996. Het is er gekomen via een Gentse vrouw, Corry, die een 
gerechtelijke strijd levert met haar ex-echtgenoot, omdat die haar dochtertje 
seksueel 

misbruikte. De vrouw geeft X4 de raad naar de Brusselse BOB te stappen, waar 
het volgens haar dankzij de zaak-Dutroux eindelijk menens is met 'het luisteren 
naar slachtoffers'. In Brussel krijgt X4 adjudant Mertens en eerste wachtmeester 
Peter De Waele tegenover zich. De Waele fungeerde wekenlang als cameraman 
bij de Xl-verhoren, Mertens is op dat ogenblik na De Baets de 'tweede man' 
van het onderzoeksteam. 

Een eerste reeks verhoren levert een verhaal op dat stilaan bekend klinkt. 
Ze vertelt hoe haar moeder haar uideverde aan Jacques V., toen een man van 
een eind in de vijftig. Hij regisseerde SM-filmpjes met kinderen, onder wie ook 
X4 zelf. Verhoor na verhoor worden de grenzen verlegd. Extreme pijniging, 
verkrachtingsscènes, moorden op baby's onder het oog van mannen met zwarte 
kappen. Vrij snel in het onderzoek vallen de namen van de politici O. en E. als 
'vaste klanten'. Die zijn inmiddels ook door XI en X3 aangewezen als 
kindermoordenaars. X4 vermeldt ook de prins die in het relaas van Nathalie W 
centraal stond. In de maand januari wijst ze een hotel aan in Knokke dat ook 
XI vermeldde. In diezelfde periode wijst ze foto's aan van jeugdvriendinnen 
van XI die delen van haar getuigenis bevestigden. Zonder zelf blijkbaar goed te 
weten over wie ze het heeft, beschrijft X4 ook een hoge overheidsfunctionaris 
waarvan de naam ooit voorkwam in het dossier-Pinon, dat de voorbode was 
van latere onderzoeken naar de Roze Balletten. Het kan drie dingen betekenen. 
XI en X4 kregen ofwel te maken met dezelfde daders, ofwel met een zelfde 
soort hulpverleners. Of, eenvoudiger misschien: een van de speurders heeft in 
haar bijzijn zijn mond voorbij gepraat over de stand van zaken in de andere 
dossiers. 

Na de eerste reeks verhoren, die duurt van december 1996 tot februari 
'97, laat adjudant Mertens weten dat hij niet langer betrokken wü zijn bij dit 
onderzoek. X4 geeft niks concreets, argumenteert hij. Het is jammer voor X4, 

maar in 

dit geval kunnen we er maar beter mee stoppen, zegt hij haar op het einde van 
die eerste reeks verhoren. Mertens ziet zichzelf als de corrigerende factor van 
De Baets. Samen hebben ze jarenlang een perfecte tandem gevormd. 'In die 
tijd zei Mertens dat het al een groot succes zou zijn als we de moorden op 
DeUaert en Van Hees konden oplossen', weet een collega nog. 'Hij was niet 
meer aan te spreken toen hij hoorde dat Peter De Waele toch maar met een 
tweede reeks verhoren van X4 begonnen was.' 

Bij die tweede reeks gedraagt De Waele zich een stuk kritischer. Wanneer 
X4 in juH tijdens een verhoor vertelt hoe respectabele lieden van het Opus Dei 
tot de meest sadistische klantenkring behoorden, komt hij plots terug op dat 
verhaal over de paus. Kan ze dat nog even toelichten? X4 blijft benadrukken 
dat het een grap was. Haar ondervragers lijken evenwel door hun oversten te 
zijn verplicht daarop terug te komen. 

Dit is dan weer het bizarre van de X-saga. Na de zomer van 1997 wordt XI 
nog wel occasioneel verhoord, maar dat mondt onvermijdelijk uit in geruzie 
met 



327 



haar nieuwe ondervragers Eddy Verhaeghen en Danny De Pauw. Tijdens 
gesprekken off the record - waarvan ze nadien wel rigoureus verslagen opstellen 
- trachten ze haar te doen toegeven dat ze het misschien toch "plezant vond'. 
Na een contact met haar therapeute Bie Heyse over hoe ze XI het best 
kunnen aanpakken opdat ze zich op haar gemak zou voelen, doen ze precies 
het omgekeerde van wat zij hen adviseert. NathaMe W en X2 hebben 
inmiddels afgehaakt. Het enige getuigenonderzoek waar op z'n minst de schijn 
van voortzetting wordt opgehouden, is dat van X4. Begin 1998 is er zelfs 
sprake van heükoptervluchten om de door haar beschreven plaatsen te 
lokaliseren. Speurders spreken over X4 nochtans in cynische termen als "de 
meest komieke van het hele gezelschap'. Toch is er weinig twijfel over 
mogelijk dat de jonge West-Vlaamse in haar kindertijd uitzonderlijke 
verschrikkingen moet hebben gekend. Op haar zestiende is ze van huis 
weggevlucht. Ze kwam terecht in een opvangtehuis in Wingene. Een rapport 
uit die tijd maakt melding van zware psychische problemen, een sociaal iso- 
lement en "slagen en echte pesterijen, naar het sadistische toe, vanwege haar 
ouders'. Het is niet X4 die met het rapport naar de speurders is getrokken. Ze 
zijn het zelf gaan opzoeken, mogelijk met de bedoeling aan te tonen dat ook 
dit weer zo'n geval was waar tijdens haar jeugd niemand wat had gemerkt. Al 
tijdens haar eerste verhoren beschuldigde X4 Noël V, een goede kennis van 
Jacques V Het zijn de speurders die erachter komen dat de man zowel in 1983 
als in 1990 al eens werd veroordeeld wegens zedendelicten met kinderen. Een 
van de toen geïdentificeerde slachtoffers was de zus van X4. 

Net als bij de andere getuigen worden ook van X4 jeugdfoto's vergeleken 
met kinderporno waarop tijdens eerdere gerechtelijke acties beslag kon worden 
gelegd. Een wazige foto van de blijkbaar nog erg jonge X4 duikt op in de collec- 
tie van Raemaekers. "Ze hebben mij dat beeld laten zien', zegt ze. "Ik huiverde. 
Dat gaf een schok. Ik zei dat ik niet met zekerheid kon zeggen of ik het was. Ik 
heb hen daarna wel van alles verteld over Raemaekers, maar ja... Ik weet 
intussen hoe het er daar bij de BOB aan toegaat. Ze heeft dat vast weer ergens 
gelezen, redeneren ze. Er is me toen verteld dat ze dat beeldje wetenschappelijk 
zouden onderzoeken. Ik heb er niks meer van gehoord.'*! 6 Navraag leert dat er 
inderdaad twijfel is of het echt om X4 gaat. En met twijfel kan justitie niets 
aanvangen. 

X4 schreef begin 1998 een brief naar de commissie-Verwilghen. Ze uitte 
haar verwondering over de vraag van de speurders, halfw^eg 1997, om haar 
anonimiteit op te geven. Ze stelde zich vragen over het verloop van het 
onderzoek, dat haar het gevoel gaf als een soort speelbal te zijn gebruikt. Ze 
vond het niet prettig om urenlang met onbekende mannen in de auto te moeten 
zitten. Nu eens was de beloofde vrouwelijke psychologe er, dan weer niet. Naar 
wat de BOB nu dacht aan te vangen met de door haar verstrekte informatie, had 
ze nog steeds het raden. "Feedback over het onderzoek is een middel om tot 
kwaliteitsverbetering te komen, wat dan ook de enige bedoeling van dit 
schrijven was', zo besluit ze haar brief *1 7 

Wat de Brusselse BOB met haar getuigenis vooral van plan is, blijkt pas ach- 
teraf X4 moet een handje helpen bij het ontmantelen van de XI -dossiers. Op 
17 



328 



november wordt haar vriendin Corry verhoord.* 18 C^orr}' bracht X4 in 
contact met Neufchateau. De BOB'ers Eddy Verhaeghen en WiUy 
Vandeput, enthousiaste krachten achter de "herlezing' van het Xl-dossier, 
bestoken Corry urenlang met vragen over wie zoal wie kent binnen het 
wereldje van de Gentse vrouwenbeweging en hulpverlening. De twee 
BOB'ers hebben namelijk iets ontdekt: Corry kent Tania V, de vrouw die 
namens XI naar Connerotte belde. In het pv dat na afloop van het verhoor 
wordt opgesteld, bezigen de speurders een taaltje dat sterk doet vermoeden 
dat het hier gaat om de strijd tegen de maffia. Met blokletters en 
uitroeptekens wordt aangestipt wie wie kent en wie wie zou kunnen kennen. 
Het verhoor van Corry heeft anders weinig meer opgeleverd dan dat ze 
"bekent' dat ze Tania V al jaren kent en eraan toevoegt dat ze niet meteen 
inziet wat daar verkeerd aan kan zijn. Vrouwen met problemen vanwege 
gewelddadige mannen staan overal ter wereld voor twee keuzes: zichzelf 
bedelven onder zelfverwijt of hulp gaan zoeken bij mensen die hulp 
aanbieden. Corry en Tania zijn mensen die voor de tweede optie kozen. Ze 
leerden elkaar kennen bij de vzw Tegen Haar Wil (THW). Daar heeft ook 
Regina Louf ooit - om dezelfde reden - als vrijwilligster gewerkt, maar Corry 
heeft geen flauw idee over wie Verhaeghen en Vandeput het hebben 
wanneer ze haar willen doen "bekennen' dat ze ook XI goed kent. 

Nu hoeft de hypothese van de twee BOB'ers op zich helemaal niet zo 
dwaas of irrelevant te zijn. Het zou kunnen dat THW een soort 
zelfhulpgroep was waar misbruikte vrouwen tijdens praatsessies elkaar 
onder de al of niet deskundige leiding van enkele therapeuten opjutten tot 
steeds gruwelijker beschrijvingen van hun eigen ervaringen. Alleen: THW 
was geen zelfhulpgroep. Het was een organisatie die juridische bijstand 
trachtte te verlenen aan slachtoffers van seksueel geweld, die op een 
zinvolle manier trachtte door te verwijzen en die de overheid bewerkte met 
voorstellen voor een menswaardiger opvang. Dat THW vandaag niet meer 
bestaat, komt ten dele doordat de Vlaamse overheid er de stuwende 
krachten wegplukte voor functies binnen de eigen administratie. 
Praatsessies zijn er nooit geweest. 

Dat is, in een notendop, wat Corry de BOB'ers probeert duidelijk te 
maken. Ze moet bij herhaling antwoorden dat zij XI niét kent en dat XI en 
X4 elkaar zeker niet kennen aangezien X4 al enige tijd pogingen 
onderneemt om meer te weten te komen over die andere Gentse 
Neufchateau-getuige - en blijkbaar niet weet waar te beginnen. Ze belt begin 
1998 zelfs journalisten op, in de hoop aan het telefoonnummer te geraken 
van de dan nog anonieme XI . In een proces -verbaal dat ter attentie van 
onderzoeksrechter Van Espen wordt opgesteld binnen het kader van het 
dossier over de moord op (^hristine Van Hees, ontwikkelen Verhaeghen en 
Vandeput niettemin hun stelling: "Meerdere elementen in het onderzoek 
bevestigen dat er een verband bestaat tussen deze personen.'*19 

Merkwaardig, hoe speurders iemand verhoren en aan de magistraat 
precies het omgekeerde melden van wat uit het verhoor is gebleken. Want 
wat nu precies die mysterieuze "elementen' zijn die aantonen dat XI en X4 
elkaar kenden, zal nooit blijken. Het werkstuk van Verhaeghen en Vandeput 
is een van de processen-verbaal waarop minister Stefaan De Clerck zich 
later zal baseren om te 



329 



melden dat, in tegenstelling tot wat bepaalde media melden, het onderzoek naar 
de moord op het Brusselse meisje "zeker niet stilligt'. 

- En u kunt me garanderen dat aUes anoniem blijft? 

- We kunnen een X van u maken. 

- Een wat? 

- Een X. Anonieme getuigen in dit dossier krijgen een nummer. XI, X2, X3... 

- Leuk. En welk nummer zou ik dan krijgen? 

- Even kijken... Ik heb mijn papieren hier niet bij. Bon, zegt u maar 
een getal tussen de tien en honderd. 

- Mag ik zelf kiezen? 
-ja. 

- Echt? 

-jaja. 

- Dan kies ik negenenzestig. 

Er mag al eens gelachen worden, denken de twee Brusselse BOB'ers, wanneer ze 
die zondagnamiddag op 17 november 1996 een proces-verbaal opstellen met de 
aanhef "Nous entendons X69, qui nous déclare... ' Het verhoor vindt niet plaats in 
de rijkswachtkazerne, maar in de studio's van de Franstalige tv-zender RTL-TVi. 
Dat gebeurt op verzoek van de getuige. De man die zichzelf graag vereenzelvigt 
met zijn seksuele activiteiten is een Franstalige prostitué. "Normaal praat je in dit 
vak niet', benadrukt hij. Nu wil hij een uitzondering maken. "U moet weten dat 
ik voor mijn beroep geregeld op seksfeesten kom.' Wat hij enkele jaren geleden 
op een van die gelegenheden meemaakte, was voor hem minstens even trauma- 
tisch als de ontdekking van de meisjesMjken bij Dutroux, vertelt hij. 

De getuige heeft zijn verhaal enkele uren eerder al gedaan 'achter een 
masker in het zondagse praatprogramma Controverse. Nu zit hij ongemakkelijk 
heen en weer te schuiven tegenover BOB'ers BiMe en Pirard. X69 werkt als 
travestiet in de onzachte sector. Sadomasochisme en scatologie zijn z'n 
specialiteit. De man laat geen kans onbenut om toespelingen te maken op zijn 
liederlijke leven met panty's en pruik. De BOB'ers worden ongeduldig. Eén 
verkeerd woord, weten ze, en de getuige stapt op. Dat hebben ze enkele weken 
eerder bij hun eerste kennismaking ondervonden. Toen eiste hij dat de 
BOB'ers een document zouden ondertekenen, met daarin de bindende 
garantie dat hij drie weken later nog zou leven. Dat was een onmogelijke vraag, 
hadden de BOB'ers hem uitgelegd. "Wel, dan zeg ik niks', had de getuige 
geantwoord. 

Drie weken later is hij dus nog springlevend, en zien de BOB'ers hem tot 
hun verbazing op de televisie. Ondanks de vervormde stem in het donker her- 
kennen ze hem meteen. De man is niet mals voor de rijkswacht. "Ze willen 
daar 

helemaal niks onderzoeken', beweert de stem. "Toen ik wilde getuigen werd ik 

behandeld als een fantast!' Nog tijdens de uitzending nemen de speurders con- 
tact op met Bourlet. Die vraagt hen om toch maar een tweede poging te 
wagen. *20 Het verhaal begint op een vrijdag in 1993 of 1994, wanneer X69 
zijn uren sHjt 
330 



achter een Antwerpse vitrine en van een bevriende pooier een aanbod krijgt 
om op één avond 50.000 frank te verdienen. Het Hjkt een routineklus. X69 
moet als 'attractie' deelnemen aan een seksfeest. Plaats van het gebeuren is een 
viUa in Berendrecht, een landelijk dorp op de weg tussen Antwerpen en 
Nederland. Wanneer X69 er die avond opgetut als vrouw aanbelt, staan er 
grote Amerikaanse wagens voor het huis geparkeerd. Er staat ook een grijze 
Mercedes met een nummerplaat van het Consulair Corps (CC). Een vrouw 
doet open en leidt hem naar de huiskamer, waar hij vier mannen en drie 
vrouwen aantreft. Ondanks het oranje gedempte Hcht is het er niet echt 
gezellig. X69 heeft de indruk dat het pand al een tijdje leegstaat en dat de 
meubels - drie canapés, een salontafeltje en een spiegel - er voor de 
gelegenheid gezet zijn. "Dat viel me op omdat er helemaal niet de sfeer hing 
die ik van andere seksfeesten gewoon was. Het was intiemer. Normaal is er 
altijd veel meer volk."*21 In de zetel zitten ook vier kinderen, drie meisjes en 
een jongen. X69 schat ze tussen de acht en de dertien jaar oud. "Ik denk niet 
dat ze uit België kwamen, maar uit Duitsland of Nederland. Ze waren wellicht 
verkocht of uitgeleend door hun ouders. -'^^ 

De vrouwen zijn prostituees, veronderstelt X69, die niemand van de aanwe- 
zigen zegt te kennen. Twee gezichten herkent hij zovele jaren later wel: "Het 
waren Michel Nihoul en Annie Bouty.' Wat volgt is een beschrijving van hoe de 
avond evolueert van een "warming up-pary waar de deelnemers kennis maken 
bij het rondgaan van vaHumpiUen en alcohol, tot het serieuzere werk. Koppels 
beginnen elkaar op te vrijen en trekken zich na middernacht een voor een terug 
op de kamers van de eerste verdieping. Sommigen nemen een kind mee. Het is 
X69 opgevallen dat Nihoul zich vooral voor de drie meisjes interesseert. "Hij 
zocht toenadering door hen vriendelijk toe te fluisteren: ben je verlegen? 
Kom.'*23 De kinderen worden ook door andere koppels gesolliciteerd. "Maar ik 
heb hen niet aangeraakt', benadrukt X69. Hij houdt zich bezig met een vijftiger 
die geopteerd heeft voor een "sado-uro'-scenario, wat erop neerkomt dat hij 
urine in de mond wü. 

X69 voelt zich op zijn ongemak. Nihoul, die in het begin van de avond in 
een gewoon driedelig pak is gekleed, verschijnt later op de avond met een bed- 
denlaken rond zijn Hjf, gedrapeerd als een toga. "Ik heb effectief kunnen vaststel 
len dat Nüioul een van de vw&& meisjes verkrachtte. (...) Een ander koppel 
begon het tweede meisje te betasten. Ze vroegen mij om mee te doen. Ik 
antwoordde dat ik gevraagd werd in de kamer ernaast. Ik ben uit de kamer 
gelopen en hoorde de twee meisjes roepen. "*24 Annie Bout\% zegt X69 nog, 
raakt de kinderen niet aan. Zij heeft seks met een dertiger, terwijl de jongen en 
een van de meisjes verplicht toekijken. X69 gaat zich opfrissen in de badkamer 
en vraagt zich af wat hij eigenlijk op deze ongewone party te zoeken heeft. 
Niets, besluit hij. "Ik ben terug naar de eerste kamer gegaan om de gezichten te 
zien van de twee mannen, om honderd procent zeker te zijn dat de dag dat ik 
problemen zou krijgen, ik hen zou kunnen herkennen.' X69 verlaat het huis 
samen met zijn partner van die avond. "Mijn vijftigduizend frank heb ik nooit 
gezien.' 

In eerste instantie Kjkt er iets niet te kloppen in het verhaal van X69. Nog 



331 



dezelfde avond rijden de BOB'ers met hem naar Berendrecht. X69 kan de villa 
nergens terugvinden. Ook wanneer de speurders overdag met hem terugkeren, 
blijft dc villa onvindbaar. Wel duidt X69 zonder aarzelen een ander huis aan. 
"Daar woonde Micha', wijst hij. Micha is de pooier die hem aan die rotklus 
hielp. "Micha woonde in die periode samen met Petra, een prostituee. De vüla 
van het seksfeest bevond zich in dezelfde straat.' De informatie over het tweede 
huis blijkt te kloppen. Op het adres woont inderdaad ene Petra, die tot voor een 
paar jaar met haar pooier Micha samenwoonde. Maar Micha is inmiddels 
verhuisd. Het brengt de speurders geen stap dichter bij de bewuste vüla. 

De aanwezigheid van Nihoul en Bout)' intrigeert de speurders. Om uit te 
zoeken of X69 niet zomaar wat uit zijn mouw schudt, stellen ze een 
confrontatie voor. De travestiet stemt toe - met de nodige omhaal. "U zal me 
wel thuis moeten komen ophalen. Het is mogelijk dat zij me niet herkennen, 
aangezien ik als vrouw verkleed was.' Wanneer X69 in afwachting een reeks 
foto's krijgt voorgelegd waar hij Nihoul moet uithalen, gebeurt er iets vreemds. 
De travestiet duidt foto 5 in het album aan. De man op foto 5 is niet Michel 
Nihoul, maar L.V. Hij is de hoofdverdachte in de zaak 136/96, een ander 
nevendossier van de zaakDutroux. In hoofdstuk 5.4 gaan we nader in op dat 
dossier. L.V lijkt als twee druppels water op Nihoul. Het zou wel eens kunnen 
dat de vele getuigenissen tegen Nihoul over verkrachtingen en pogingen tot 
kinderontvoering in feite stomweg betrekking hebben op L.V. De speurders in 
de zaak-X69 lijken er eind 1996 echter weinig voor te voelen om hier verder 
over na te denken. In hun pv melden ze droogweg: "Deze foto is echter die van 
een man wiens identiteit door ons gekend is, die betrokken is in een ander 
dossier onderzocht door onderzoeksrechter Langlois, en waarvan we kunnen 
zeggen dat hij fysieke gelijkenissen vertoont met Nihoul.'*25 Meer niet. 

Pas drie weken later herkent X69 tijdens een nieuwe verkenningsrit een 
gebouw dat hem sterk doet denken aan de vüla waar hij geweest is. Ligging en 
omgeving stemmen overeen met zijn beschrijving, maar aan het huis zelf zijn 
er opvallende verschülen. De kleur van de muren klopt niet en er lijkt een 
ander dak op te Hggen. "Het is zo vreemd', zegt de travestiet. Hij herinnert 
zich de voordeur en die ramen helemaal niet. En waar is dat afdak voor de 
auto's gebleven? "Nu ja', voegt X69 er aan toe: "Het is al een tijdje geleden en 
ik had al aardig wat amaretto's op toen ik aankwam.' De speurders weten niet 
wat ze horen: "Ja, en wat nog?' Schoorvoetend geeft X69 toe dat hij die avond 
ook aan de vaüumpiüen heeft gezeten. "Ik ben er ook van overtuigd dat ze 
nog iets in mijn glas gedaan hebben, want normaal word ik niet zo snel 
dronken.' 

Waar sommige BOB'ers de travestiet een hoog Raemaekers-gehalte 
toeschrijven, blijven anderen zich afvragen welk voordeel de man dan wel 
uit zijn openhartigheid haalt. Zijn getuigenis is niet zonder risico. Anders 
dan bij de overige X-en gaat het niet om een slachtoffer maar iemand uit 
wat men de 'dadersgroep' zou kunnen noemen. Dat kan verklaren waarom 
hij voortdurend als een paranoïde gek om zich heenslaat. Zijn natuurlijk 
wantrouwen jegens "de rijkswacht' lijkt overschaduwd door een nog grotere 
angst voor "het milieu'. 



332 



Een paar dagen na het eerste verhoor belt X69 in paniek naar Pascal 
Vrebos van RTL-TVi. Hij gaat onderduiken bij een vriend, zo kan de 
presentator uit het . verwarrende betoog van de travestiet opmaken. X69 
zegt dat hij "gezocht' wordt. Nog een paar dagen later belt X69 naar de 
BOB. Zijn getuigenis op televisie bezorgt hem niets dan ellende, klaagt hij. 
Nu wordt hij afgeperst. 25.000 Duitse Mark (500.000 Bf) heeft hij moeten 
afdokken, beweert X69. Cxelukkig hebben vrienden hem de som geleend 

Heeft X69 dit hele verhaal in elkaar gestoken in de vage hoop de 
rijkswacht een half müjoen lichter te maken? De BOB'ers beginnen steeds 
meer te twijfelen. Begin december stellen ze anderzijds vast dat bepaalde 
dingen in zijn verhaal toch kloppen. De beschrijving van de vüla in 
Berendrecht stemt tot in de puntjes overeen met wat de huidige eigenaar 
weet te vertellen. Het huis heeft twee jaar leeggestaan en is daarna grondig 
verbouwd. Niet alleen zijn de deuren en ramen vervangen, er is ook een 
nieuw dak gelegd en de buitenmuren werden verhoogd. Het afdak voor de 
auto's is we^ehaald.*27 Over het interieur van de vüla heeft X69 de 
speurders weinig kunnen verteMen. Wel tekent hij een schets van de 
opdeling van de kamers, waar de trap liep, waar de badkamer was, en waar 
de keuken stond. Ook daar zijn belangrijke punten van overeenkomst, 
steUen de speurders vast tijdens een huiszoeking.*28 

De eigenaar van de \dlla heeft al twdntig jaar huurders zien komen en 
gaan. Zelden trok hij zich iets van hen aan, zolang de huur maar werd 
betaald. De laatste huurders hebben bij hem een iets diepere indruk 
achtergelaten. Wanneer ze 

eind 1993 hun koffers pakken, laten ze een puinhoop achter. "Ze 
hadden het helemaal laten verloederen', zegt de eigenaar aan de BOB. Er 
waren ook klachten van de buren over het koppel. Omdat ze veel 
nachtelijke feestjes gaven en de omwonenden wakker hielden. Wanneer de 
BOB in de buurt gaat informeren, krijgen ze steeds dezelfde verhalen over 
de vroegere bewoners. "Er werd enorm veel gedronken en er was altijd 
lawaai. Die mensen kregen bijna elke avond bezoek. Hun oprijlaan stond 
altijd vol wagens.' Ook de huidige bewoners van de vüla, die er pas sinds 
1994 wonen, zijn op de hoogte. "Het schenen nogal seksueel actieve 
mensen te zijn. Er wordt gezegd dat ze naakt in de tuin rondliepen.' 

Na het buurtonderzoek in Berendrecht, dat nochtans nieuwe 
interessante gegevens oplevert, sterft het dossier een stille dood. X69 
heeft daar zelf een beetje schuld aan. De communicatie met de speurders 
verloopt steeds stroever. Op de antenne-Neufchateau slorpen andere 
dossiers de aandacht op. Bijna niemand vindt tijd voor de veeleisende 
getuige. Onderzoeksploegen schuiven X69 als een hete aardappel naar 
elkaar door. Op 8 januari 1997 komt het tot een hoogoplopende ruzie 
tussen X69 en de BOB'ers Patrick Nolier en Baudouin Demicourt. Zij 
zijn net klaar met het vermogensonderzoek rond Dutroux en steUen zich 
vragen bij de processie van X-getuigen waar Bourlet zoveel van schijnt 
te verwachten. "X69 wil niet meer gecontacteerd worden, behalve via 
zijn advocaat van wie hij de naam weigert te geven', lezen we in het 
proces- verbaal over dit laatste contact met X69.*29 Het dispuut ging 
over het mysterieuze lid van het Consulaire Corps, over wie X69 zegt dat 
het niet alleen een brave huisvader is, maar boven 

333 



dien zijn beste klant. "Waarom willen jullie hém? Hi] heeft geen 
kinderen misbruikt!' Niemand kan reconstrueren hoe de discussie precies 
verlopen is, maar blijkbaar is het X69 helemaal in het verkeerde keelgat 
geschoten dat een van de BOB'ers iets zei in de trant van: 'Als jij hem niet 
aanduidt, zullen we hem wel zelf vinden.' 

Een breuk met een getuige is altijd vervelend voor een onderzoek, maar 
doorgaans betekent het niet het einde. Bij het dossier met codenaam X69 ügt 
dat anders. Tal van hypotheses blijven. X69 is één keer in die vUla geweest en 
heeft al de rest verzonnen. Hij hoopte informatie te krijgen in ruM voor wat 
hij gaf. Hij was op geld uit. "CC speelde een veel actievere rol dan X69 wou 
doen uitschijnen en werd door hem onder druk gezet om ermee te kappen... 
De laatste onderzoeksdaad is een aanvraag voor een rogatoire commissie 
naar Dortmund in Duitsland, waar Micha inmiddels gelokaliseerd is. Daarna 
verdwijnt het dossier met de lachwekkende naam in een lade. 

In de avond van 20 februari 1997 hebben enkele gewapende agenten 
van het Speciaal Intenrentie Escadron (SIE) van de rijkswacht zich 
verschanst in de Bérangerstraat in de Brusselse gemeente Vorst. Doelwit van 
hun geheime operatie is een zekere 'OMvier', een man van wie wordt 
vermoed dat hij het vuMe werk opknapt voor PhHippe C. Er is sprake van een 
transactie van beeldmateriaal van seksfuiven waarop politici, magistraten en 
andere hoogwaardigheidsbekleders te zien zouden zijn. Neufchateau is al een 
half jaar vruchteloos aan het speuren naar dergelijk materiaal en denkt bij 
Phiüppe C. aan het goede adres te zijn. De Brusselaar werd in 1986 tot drie 
jaar gevangenisstraf veroordeeld in een affaire die aanvankelijk veel inkt had 
doen vloeien.*30 Er werd gesproken over seks- en cocaïnefuiven op de 
eerste verdieping van de bekende dancing Mirano in SintJoost-ten-Node, 
waar de jeunesse dorée van Brussel uitging. De pers had het over de zaak van 
de cocaine mondaine. Ze barstte los na de dood door een overdosis van de 
schoonzoon van een Brussels magistraat, op 14 aprü 1985. De dertien 
beklaagden, waaronder Phüippe C, werden enkel berecht wegens 
drugtrafiek. Iedereen die de zaak kent, weet dat er ook een belangrijk luik van 
zedenfeiten aan het onderzoek was verbonden, dat nooit de rechtbank heeft 
bereikt. Er was sprake van erg compromitterende filmopnames die de 
uitbaters van hun klanten zouden hebben gemaakt. Bewezen is er nooit wat. 
'Uit de lezing van het dossier blijkt dat de hierin vermelde zedenfeiten tijdens 
het onderzoek nauwelijks werden nagetrokken, hoewel hiertoe meer dan 
voldoende redenen bestonden', stelt de commissie- Verwilghen later in haar 
tweede eindrapport.*31 

Yves Zimmer stond van 1982 tot 1987 aan het hoofd van de sectie 
zeden van de Brusselse GP In 1984 begon hij op grond van de verklaring 
van een informant een onderzoek naar seksfuiven in het Brusselse.*32 De 
hoofdingrediënten waren klassiek. Het gebeurde 's nachts, tijdens de 
weekends, in chique villa's en er waren hooggeplaatsten uit de politieke, 
justitiële en financiële wereld op aanwezig. Zimmer werkte een strategie uit 
waarbij een koppel 'in opdracht' dit milieu moest infiltreren in de hoop 
daders op heterdaad te betrappen bij feiten met min- 



334 



derjarigen. Tussen 27 april 1985 en 8 januari 1986 werd een tiental ultrageheime 
operaties uitgevoerd, in Brussel, in de rand van Brussel en in het beruchte 
kasteel van Faulx-les-Tombes. Rond deze adressen lagen met walkietaUdes uitge- 
ruste agenten in de struiken, klaar om in te grijpen. Halfweg 1985 was de hoop 
op succes het grootst, nadat de Brusselse BOB in een ander onderzoek op ver- 
klaringen was gestoten over chantage met videocassettes. Op vraag van de magi- 
straten werd besloten dat de twee politiediensten samen zouden werken?*33 Elf 
keer werd met man en macht uitgerukt, maar geen enkele keer werd ook maar 
een gUmp opgevangen van kinderen. *34 

Yves Zimmer kwam later in opspraak in de zaak-Reyniers, werd ook 
veroordeeld en geschorst, maar later gerehabiliteerd. Hij belandde als 
commissaris bij de GP van Aarlen. Het was zijn ploeg die dienst had toen de 
verdwijning werd 

gemeld van Laetitia DeUiez. Zimmer is daardoor de verantwoordelijke 
geworden voor de inbreng van de GP in het onderzoek te Neufchateau. Er is 
één nevendossier dat Zimmer zich begin 1997 persoonlijk heeft aangetrokken: 
VMl . Dat is de code van de meest anonieme van alle anonieme Neufchateau- 
getuigen. VMl is geen zielig meisje dat in de verhoorkamer tegen een 
beschadigd geheugen zit te vechten, het is geen neurotica of een MPS- 
patiënte, het is ook geen travestiet. VM staat voor Victime Moeurs. Zijn 
beroep: gangster. 

VMl is een bekende figuur in de Brusselse onderwereld. Hij heeft enkele 

gewapende overvallen op zijn actief. Slechts één politieman kent, vanwege zijn 
ervaring, het geheim dat VMl al bijna vijftien jaar lang torst. Het is Yves 
Zimmer. Hij kent VMl niet persoonlijk, maar is in een ver verleden op zijn 
naam gestoten. Voor zover Zimmer kon nagaan, fungeerde VMl een 
kwarteeuw geleden onvrijwillig als seksobject en begon hij op latere leeftijd 
dan een actieve, "logistieke' rol te ver\-ullen in een netwerk van 
kinderprostitutie. Zimmer is altijd blijven hopen op een gelegenheid om hem 
ooit aan de praat te krijgen. Eind 1996 is hij gaan uitzoeken wat er van VMl 
geworden is. Groot is zijn verbazing wanneer blijkt dat de man zovele jaren 
later tipgever geworden is van de rijkswacht. Zimmer gaat op zoek naar de 
runner en stoot op een van enthousiasme overlopend Kuifje-type. De jonge 
rijkswachter heet Mare Toussaint en is wachtmeester bij de brigade in Ukkel. 

In de eerste helft van 1998 haalt Toussaint meermaals de landelijke pers. 
Een eerste keer komt dat doordat hij ontslag heeft genomen als rijkswachter en 
in interviews zijn oversten ervan beschuldigt pooiers en gangsters een hand 
boven 

het hoofd te houden, een tweede keer doordat de Brusselse onderzoeksrechter 
Jacques Pignolet bij hem een huiszoeking verricht en documenten aantreft die 
uit het onderzoek-Neufchateau komen. Bij een derde gelegenheid, kort na de 
ontsnapping van Dutroux, ontpopt Toussaint zich tot originele actievoerder. Hij 
trekt een tent op voor de deur van rijkswachtbaas WiUy De Ridder om diens 
ontslag te vragen. Later blijkt dat Toussaint samen met onder meer de Brusselse 
psychiater André Pinon - de aanstichter van het eerste onderzoek naar de Roze 
Balletten - op eigen houtje graafwerken is gaan verrichten bij een oude man in 
Schaarbeek. Die beweerde dat Patrick Derochette zijn tuin met lijken heeft 

335 



bezaaid en dat het Brusselse gerecht het vertikte om die te komen 
opgraven.*35 "Het is mij bekend dat velen zich vragen stellen over mijn 
optredens in die periode', zegt Mare Toussaint nu. "Ik wou provoceren, omdat 
ik van dichtbij getuige ben geweest van de moord op een onderzoek. Niemand 
hoefde te weten dat ik maandenlang rechtstreeks onder het gezag van Bourlet 
en Zimmer heb gewerkt om hen bewijsmateriaal te bezorgen. Ik werkte in het 
geheim, achter mijn uren, zonder dat mijn oversten bij de rijkswacht van 
Ukkel iets mochten weten. Men was op dat ogenblik in Neufchateau al tot de 
conclusie gekomen dat dat de enige manier was om zo'n zaak tot een goed 
einde te brengen. Men vreesde obstructie, zoals die toen in de X-dossiers 
duidelijk voelbaar was. Het ging zo ver dat ze me in het weekend stiekem de 
Mercedes van adjudant Legendre lieten gebruiken.'*36 

Op 16 februari 1997 zitten vier volwassenen samen te wenen in het 
kantoor van commissaris Zimmer. Rond de tafel zitten Yves Zimmer zelf, 
Michel Bourlet, Mare Toussaint en VMl. Die dag vindt het vijfde verhoor 
plaats. De gangster legt zijn ziel bloot, vertelt hoe hij als kind van negen vanuit 
een gebroken gezin terecht kwam in een tehuis in Mont-Saint-Guibert en daar 
op geregelde tijdstippen door een jeugdrechter werd opgehaald om te worden 
afgeleverd in riante villa's in de buurt van Brussel. "Vier jaar lang, tot z'n 
dertiende, stond het gros van de weekends van de kleine VMl in het teken van 
het seksueel misbruik', vertelt Toussaint. "Hij zag moorden op kinderen 
gebeuren, vernam hoe voor het eerst geïnitieerde maar onwillige "gasten' om 
het leven kwamen in vreemde verkeersongevallen. Hij is later in een tehuis in 
Brasschaat terechtgekomen, en ook daar kwam de jeugdrechter hem ophalen.' 

VMl vertelt ook honderduit over zijn jaren in de Mirano. "Ik moest kinde- 
ren oppikken en ze daar dan dronken voeren of drugs toedienen, om ze 
daarna naar het privé-gedeelte te brengen, waar ze werden misbruikt.' Lijkt het 
levens 

verhaal van VMl op het eerste gezicht heel ver verwijderd te staan van de 
zaakDutroux, dan is de binding met de X-dossiers snel gemaakt. De Mirano 
behoorde tot de ontmoetingsplaatsen bij uitstek voor een groot aantal van de 
door de X-getuigen genoemde prominenten. In datzelfde milieu duiken ook 
enkele wapenhandelaars op en andere onderwereldfiguren. Het is een 
gevaarlijke mix van misdaad en goede reputaties. 

Tijdens het in 1986 gevoerd Mirano-proces bleek dat hoofdverdachte 
PhUippe C. jongetjes Het oppikken aan het Brusselse Fontainasplein. Er werd 
toen gesproken over grote hoeveelheden beeldmateriaal dat (]. van zijn 
"klanten' 

had gemaakt. Het Brusselse parket bleef echter blind voor alles wat niet 
direct met cocaïnegebruik te maken had. Rechter Claire De Gryse zei tijdens 
de zitting zonder verpinken dat ze het in beslag genomen materiaal niet eens 
bekeken had "omdat iedereen mij verzekerde dat er niets tussen zat dat zelfs 
een kapucijn zou kunnen choqueren.'" Merkwaardig. Tijdens datzelfde proces 
verklaarde openbaar aanklager Talon dat Philippe C. in het onderzoek had 
bekend dat tijdens de cocaïnefuiven in de Mirano kinderen voor een "speciale 
attractie' z<)rgden?*38 

Philippe C. was niet de eerste de beste. Samen met zwaargewichten uit de 



336 



vastgoedsector en de directe kennissenkring van oud-premier Paul Vanden 
Boeynants richtte hij in 1985 de nv Pare Savoy op. Het bedrijf, dat zich tot 
doel stelde bars en restaurants uit te baten en "culturele en maatschappelijke 
bijeenkomsten' te organiseren, bleek te zijn gelieerd met de zeer invloedrijke 
Cercle des Nations. Dat is een privé-club met onder de 81 stichtende leden tal 
van edellieden, zakenmensen, bankiers, diplomaten en politici, waarvan 
bepaalde namen door de X-getuigen geciteerd worden. 

Een van de dertien veroordeelden in het Mirano-proces was Alexis 
Alewaeters. Hij kreeg vijf jaar cel.*39 Alewaeters is een oude kennis van 
Michel Nihoul, die hem in 1993 een Porsche leende - en nooit meer 
terugzag.*40 Toen de nog erg jonge Alewaeters in 1980 voor het eerst 
problemen kreeg met het gerecht, snelde Annie Bouty hem te hulp.*41 Via 
haar bedrijf Cadreco trachtte ze zijn voorwaardelijke vrijlating te bespoedigen 
en bezorgde ze hem ook een advocaat: Didier de Quévy. Alexis Alewaeters 
vinden w'e ook nog terug als tijdelijke uitbater van het benzinestation van 
Casper Füer in Anthée, die daar later Michel LeMèvre aan een baantje hielp. 

In de avond van 18 februari 1997 krijgt Toussaint een telefoontje van VMl. 
Hij zegt op straat te zijn staande gehouden door twee mannen die hij niet 
kent, maar die blijkbaar weten dat hij met zijn verhaal naar Neufchateau is 
gestapt. Ze eisten dat hij "de foto's' onmiddellijk aan hen overmaakt. "Voor 
het Neufchateauonderzoek had hij met mij nog nooit gesproken over foto's, 
beeldmateriaal of wat dan ook', zegt Toussaint. "Ik wist eigenlijk niets van zijn 
verleden af. Nu was VMl compleet over zijn toeren. Ik wist ook niet wat ik er 
moest van denken, en dat weet ik nu nog steeds niet. Wat ik wel zeker weet, is 
dat hij Philippe C. goed heeft gekend en jarenlang voor hem gewerkt heeft.' 

Toussaint belt die avond naar Neufchateau, waar hij majoor Guissard aan de 
Hjn krijgt. Van hem krijgt Toussaint de raad een proces-verbaal op te stellen 
over zijn tot dan toe supergeheime getuige. De jonge rijkswachter doet wat van 
hem 

opgedragen wordt. "De rest van het verhaal laat zich een beetje raden', vervolgt 
hij. "Mijn pv kw^am terecht bij majoor Decraene van het CBO, die van dat 
moment de leiding nam over de zaak. Je kan je de razernij bij de rijkswacht wel 
voorstellen: een van hun mensen was achter de rug van de hiërarchie met 
Bourlet en Zimmer in zee gegaan. Al wat ze deden en zeiden, was erop gericht 
de hele zaak zoveel mogelijk te ridiculiseren.' 

VMl , zo luidt het, heeft van de twee mannen op straat 48 uur de tijd gekre- 
gen om hen te bezorgen wat ze willen. Ze hebben hem op een stukje papier een 
telefoonnummer meegegeven. Hij moet twee dagen later terugbellen en de daar 
verkregen instructies volgen om "het materiaal' over te dragen - zoniet is hij 
tegen het einde van de week dood. Het is op grond van deze gegevens dat het 
SIE in de avond van 20 februari in actie komt. Het onderzoek is inmiddels 
overgenomen door leden van de IKOS van de Bmsselse BOB. De 
rijkswachters vatten post voor de met het telefoonnummer corresponderende 
adres in de Bérangerstraat in Vorst. De Hjn wordt afgetapt. Het is de bedoeling 
dat VMl zal 



337 



bellen en dat de SIE, afhankelijk van de bekomen reactie, de man zal volgen of meteen 
inrekenen. VMl zat daar doodsangsten uit te staan', herinnert Toussaint zich nog. 'De 
politiemensen rond hem maakten grapjes. Dit is vast weer zo'n nepadres van de 
Staatsveiligheid, zei iemand. Op dat moment zelf sta je daar niet bij stil. Maar het is wel 
bizar. Toen ik enkele dagen later nog eens navraag deed naar dat telefoonnummer, bleek 
de lijn te zijn afgesloten: _Le numéro composé nest pas attribué. ' Bizar wordt het pas 
echt wanneer de speurders de geheimzinnige OHvier het huis zien binnengaan en VMl 
het signaal krijgt dat hij mag bellen. 

- Ik bel u, zoals afgesproken. Ik heb het pakket dat u me gevraagd hebt bij mij. 

- Ik ken u niet. Ik weet niet wie u bent. U kent mij ook niet. Ik weet niks van 
een pakketje af. Beschrijf mij, beschrijf hoe ik eruit zie.*42 

'Het was onwaarschijnlijk', zegt Mare Toussaint. 'Die vent hield daar aan de telefoon 
een monoloog van vijf minuten, alsof hij verwittigd was. Als je iemand aan de telefoon 
krijgt die verkeerd verbonden Hjkt te zijn, reageer je toch niet op zo'n manier? Het had 
alles weg van opgezet spel om VM 1 af te doen als bidon. Die lui van de IKOS waren 
echt opgetogen, ze vonden het prachtig dat het zo was afgelopen.' 

Toussaint bleef nog enkele weken lobbyen met zijn getuigenis, maar kreeg niets 
dan problemen met zijn hiërarchie. VMl heeft de les begrepen, denkt Toussaint. 'Hij 
wou niks meer van het onderzoek horen, en van mij ook steeds minder. Ik heb hem 
nog een paar keer aangesproken over dat zogenaamde beeldmateriaal. Dat zit veilig 
verborgen, zei hij. Het was de eerste en de laatste keer dat hij met justitie over zijn 
verleden wou praten. 43 

Na de VMl-episode werd geen vermeldenswaardige poging meer ondernomen 
om meer aan de weet te komen over de mogelijke verbanden tussen Bouty en Nihoul 
en de groep rond Philippe C. 

NOTEN 

1 Vaststellingen BOB Brussel, 6 november 1996, pv 116.799. 

2 Verhoren X2, BOB Brussel, 19 november en 3 december 1996, pv's 117.535 en 117.437. 

3 Verhoor X2, BOB Brussel, 24 april 1997, pv 151.419. 

4 Gesprek met X2, februari 1 998. 

5 Verhoor X2, BOB Brussel, 27 maart 1997, pv 151.044. 

6 Vaststellingen BOB Brussel, 16 mei 1997, pv 152.186. 7 BOB Brussel, 15 mei 1997, pv 
151.521. 

8 Ga^t van Antwerpen, // december, 1998. 

9 Verslag contacten met X3, BOB Brussel, 10 december 1996, pv 118.069. 

10 Volgens sommige van hun collega's hebben de ondervragers van X3 haar in totaal meer dan 

twintig keren gezien. 

11 Verhoor X3, BOB Brussel, 26 mei 1997, pv 151.688. 

12 Verhoor X3, BOB Brussel, 2 juni 1997, pv 151.829. 

13 'Een X: geen dreiging van obstructie.' Soir, 7 januari 1998. 



338 



14 BOB Brussel, 1 september 1997, pv 152.330. 

15 Nota Jean-Luc Decker aan majoor Guissard, geviseerd door commandant Duterme, 23 
september 1997, nr. 250/Ant. 

16 Gesprek met X4, 29 juni 1998. 

17 Brief X4 aan de commissie- Verwilghen, Gent, 14 februari 1998. 

18 Corry is, op verzoek van betrokkene, een pseudoniem. 

19 Verhoor Corry, BOB Brussel, 17 november 1997, pv 152.590. 

20 Verhoor X69, 17 november 1996, BOB Brussel, pv 116.917. 

21 Verhoor X69, 10 december 1996, BOB Brussel, pv 118.176. 

22 Verhoor X69, 19 november 1996, BOB Brussel, pv 117.319. 

23 Verhoor X69, 17 november 1996, BOB Brussel, pv 116.917. 

24 Verhoor X69, 19 november 1996, BOB Brussel, pv 117.319. 

25 Verhoor X69, 10 december 1996, BOB Brussel, pv 118.176. 

26 Vaststellingen houding X69, 22 november 1996, BOB Brussel, pv 117.321 en 1 december 
1996, pv 117.719. 

27 Verhoor eigenaar vUla in Berendrecht, 2 december 1996, BOB Brussel, pv 118.876. 

28 Huiszoeking villa Berendrecht, 20 december 1996, BOB Brussel, pv 118.874. 

29 Contact met X69, 8 januari 1997, BOB Brussel, pv 150.013. 

30 Correctionele rechtbank Brussel, 24 maart 1986. Philippe C. kreeg drie jaar voor 
voorwaardelijk. Het Brusselse Hof van Beroep zette die straf op 8 oktober 1986 om in een 
effectieve celstraf. 

31 Tweede eindrapport commissie- Verwilghen, afdeling 4, 'Het relatienetwerk rond Nihoul', 
passage 3.1.1.5. 

32 Het informatieve onderzoek stond onder het gezag van de Brusselse substituten Peytier en 
Vandoren. Het dossier droeg het nummer 38.11.562/84 . Vandoren werd later, vanaf 1988, 
nationaal magistraat. 

33 Het ging om de zaak-Feluy. 

34 Nota van Yves Zimmer aan procureur Michel Bourlet, Neufchateau 13 juni 1997. 

35 De botjes die Toussaint er boven haalde bleken van dierlijke oorsprong te zijn. 

36 Gesprek met Mare Toussaint, 5 december 1998. 

37 Le Soir, 25 februari 1986. 

38 HetLMatste Nieuws, 25 februari 1986 en Het Volk, 26 februari 1986. In deze passage werd 
ook geput uit het boek De Namen uit de Doofpot, Stef Janssens, Epo, 1998. 

39 Die straf werd later door het hof van beroep bevestigd. Telex persagentschap Belga, 8 
oktober 1986. 

40 Geruchten en feiten, Michel Nihoul, Dark & Light Publication, 1998. 

41 Verhoor Alexis Alewaeters, BOB Brussel, 7 mei 1997, pv 151.431. 

42 Verloop van het telefoongesprek volgens Mare Toussaint. 

43 Gesprek met Mare Toussaint, december 1998. 



339 



3 'Tijdens deze verhoren heb ik voortdurend 

de neiging om te wenen, maar ik weet niet 
waarom. ' 

Getxiige X7, jeugdvriendin van XI, 1 februari 1997 



Het was een van de vele dingen die Odette nooit begreep. Was het nu 's 
ochtends vroeg of 's avonds laat, het kon ten allen tijde over zijn lippen 
komen: "Zeg, ik moet nog even bij Madame Poupaert langs/Wanneer zij hem 
vroeg wat hij daar nu weer te zoeken had, kon het antwoord variëren van "een 
koffietje gaan drinken' tot "zaken'. Eén keer keerde hij terug met een immense 
wonde in zijn gezicht. Een hond had hem gebeten, had hij uitgelegd. 

Madame Poupaert was bijna vijftig en beantwoordde in geen enkel 
opzicht aan het type waar Tony V op viel. Ze was een verzorgde dame, wist 
Odette, met één dochtertje en een man die nooit wat zei. Ze begreep het niet 
zo goed. Ze had al een paar keer een jaloerse toespeling gemaakt. Hij had haar 
verontwaardigd aangekeken: "Ik en Madame Poupaert, hoe kom je daarbij?' 
Dat zijzelf niet zijn enige buitenechtelijke vriendin was, daar was Odette zeker 
van. Tony leidde een jachtig leven van seks, leugens en videotapes en dat 
aanvaardde ze. "Ik was zelf nogal hongerig naar seks en zoals hij was er in bed 
geen betere', vertelt ze. Tony was gehuwd, maar zelden thuis. Zijn wettige 
echtgenote scheen alles prima te vinden. 

Wanneer ze op haar tijd met Tony terugblikt, is het woord magie nooit 
ver weg. Hij was gewelddadig, brutaal, arrogant, bezitterig, macho. Zij was een 
moderne, zelfstandige vrouw. Ze had hem voor niks nodig. Toch het ze zich 
gewillig commanderen. "Hij ging helemaal in je op. Hij trachtte alles te weten 
over je. Soms had ik het gevoel dat zijn hoofd een computer was met een 
speciaal programma waarin aMe zwakke plekken van de mensen in zijn 
omgeving opgeslagen zaten. Hij hield ervan om mensen het gevoel te geven 
dat hij ze kon chanteren. Ik stond daar verder niet bij stü.' 

Madame Poupaert bleef het grote mysterie. Voor ze haar in levenden 
lijve had gezien, had ze zich het beeld gevormd van een voor rimpels immune 
schoon 



340 



heidskoningin. Dat beeld bleek dan toch niet te kloppen. Ze was 
helemaal zoals Tony haar op een keer omschreven had, vond ze: "Een ei'. Ze 
had madame Poupaert eens gezien met haar dochtertje. Ze schatte het kind 
tien, elf jaar, sloeg er nauwelijks acht op. "Het was echt een poppemieke, zo'n 
doodbraaf stil kind met een plooirokje en pas gepoetste schoentjes. Ze heette 
Regina. Het laatste wat in mij opkwam, was dat Tony voor dat scharminkel 
drie tot vier keer per week zo dringend naar Gent moest. Ik weet niet wat ik 
moet denken van de hele XI affaire en ik kan moeilijk geloven dat Tony iets te 
maken heeft gehad met kindermoorden. En toch. Als ik het boek van Regina 
Louf lees, kan ik niets anders zeggen dan dat alles wat zij over Tony schrijft, 
klopt. Tot in de kleinste details. Voor mij was dat een schok."*! 

Odette wordt begin 1998 één keer verhoord door de BOB van 
Antwerpen. Het parket van Gent, dat later pretendeert een onderzoek te 
hebben uitgevoerd naar de jeugd van XI, kent haar verhaal niet. Enkele 
elementen die men achteraf zal aanwijzen als "ongerijmdheden in de 
verklaringen van XI' zijn dat na een gesprek met Odette plots veel minder. Zo 
heeft XI haar ondervragers meermaals tot wanhoop gedreven door het 
antwoord schuldig te blijven op de vraag welke route ze aflegde om op een 
bepaalde plek aan te komen. Haar excuus klonk gaandeweg stereotiep. Ze zei 
dan dat ze niets had gezien omdat ze in de auto Tony had moeten pijpen. 
Odette brengt het tijdens onze ontmoeting zelf ter sprake. "Tony was werkelijk 
de specialist terzake. Hij kickte daarop. Dat gaf hem een machtsgevoel. Hij 
zette zich dan op de rechterrij strook, vertraagde tot honderd per uur en duwde 
je hoofd tegen zijn kruis. Er waren tijden dat werkelijk elke autorit van een 
halfuur of langer op die manier verliep.' Tony V had nog meer van die grillen. 
Vrouwen die zich op commando moesten masturberen. Vagina's penetreren 
met flessen en kaarsen. Eén keer was Odette er getuige van hoe Tony een 
vriendin verkrachtte. Hij leek het probleem niet te zien. 

Wat de kleine Regina Louf niet kon, kon de maitresse wel: protesteren. 
Dat draaide uit op luidruchtige scènes waarbij hij in haar appartement alles 
kort en klein sloeg. De politie kwam Tony dan uit het huis zetten en acte 
nemen van haar klacht. Maar Tony had ook zijn charmerende kant. Kleine 
attenties, bloemstukken. Het resultaat was dat ze na elke klacht terug naar de 
politie stapte om ze weer in te trekken. 

In verband met Madame Poupaert herinnert Odette zich dat die zich 
door Tony voor een totaalbedrag van 120.000 frank publiciteit in de bioscoop 
had laten aansmeren en dat daar een probleem rond gerezen was. Ze kon de 
factuur blijkbaar niet betalen. 120.000 frank is tevens het bedrag dat XI noemt 
wanneer ze zegt dat ze door haar moeder aan Tony "verkocht' is. "Hij was 
verkoper van pubHciteitsfiknpjes in bioscopen', vertelt Odette. "In het bedrijf 
waar hij werkte, was hij veruit de meest succesvolle vertegenwoordiger. Hij 
smeet met geld. Voor hem was een nachtje stappen die naam niet waardig 
wanneer er geen twintig of dertig flessen champagne werden ontkurkt. Soms 
leek het alsof het erdoor jagen van zoveel mogeüjk geld per weekend een doel 
op zich was. Hij was perfect tweetalig en had overal in België zijn adressen.' 



341 



op één klein feitje na, heeft Odette nooit iets gemerlet dat zou leunnen 
wijzen op Icinderprostitutie, pornotiandel of Idndermoorden. Eén kieer tieeft 
ze Tony V betrapt in tiet bed van haar dochter. Er was niets gebeurd, 
verzekerde het meisje. Zij had een hartsgrondige hekel aan de nieuwe vriend 
van haar moeder. Wat haar moeder opviel, was dat Tony V de prille tiener 
bijna obsessioneel trachtte te surveilleren. Hij verbood haar een vriendje te 
hebben en stond erop haar bijna dagelijks zelf van school te gaan afhalen. 
Vreemd, voor iemand die zelf dag-in dag uit zijn penis achterna loopt, vond 
de maitresse. Nu pas stelt ze zich vragen bij een aantal gebeurtenissen van 
toen. "We hebben toen een duidelijke grens getrokken. Tony heeft die nog een 
paar keer trachten te overschrijden, maar er is daarna niets meer gebeurd.' 

Dat Tony overal in België belangrijk volk kende, staat voor Odette wel 
als een paal boven water. In Luik was de vader van een plaatselijk substituut 
zijn vaste fuifgezel. In Gent was hij een graag geziene gast in stripteasebars, 
waar hij 

in het begin van de jaren tachtig reclamefilmpjes regisseerde. Hij was, 
zegt de maitresse, nauw bevriend met de vader van Véronique D. en een 
zakenfamüie die door XI in verband werd gebracht met verschillende 
kindermoorden. Tn dat miHeu was elke gelegenheid goed voor een feest. Het 
waren receptiebeesten. Tony had daar veel vrienden. Hoewel hij toch maar 
een vertegenwoordiger was, en niet meer dan dat, viel het mij op hoe goed ze 
hem allemaal kenden. Ik herinner mij ook een café in Gent waar hij geregeld 
afsprak met een of andere rijkswachtcommandant.' Ook in het Antwerpse had 
Tony een metgezel in politionele kringen: de Schotense rijkswachter B.V.H. 
Tony V was dol op paarden en was kind aan huis in maneges te 
Grobbendonk, Knokke, Bevekom en Libramont. 

De speurders van de antenne-Neufchateau weten begin 1997 niet zo 
ontzaglijk veel over de vermeende spilfiguur in hun onderzoek. Ze stellen wel 
vast dat hij nog steeds in contact staat met de ouders van XI. 'Kort nadat zij 
op 16 november 1996 tijdens een gesprek met haar moeder heeft gezegd dat 
ze ertoe wou helpen bijdragen dat geen enkel kind ooit nog dezelfde 
lotsbestemming zou kennen als Julie en Melissa, heeft die Tony V gebeld.*2 
Zes maanden later, op 28 mei 1997 om 19.50 uur, registreert de BOB een 
telefoontje in omgekeerde richting. Het gesprek duurt iets minder dan 
negentien minuten.*3 

Eind 1996 heeft XI al een tiental namen genoemd van vrouwen die 
mogelijk iets van haar jeugdjaren kunnen bevestigen. In de eerste weken van 
het nieuwe jaar begint de antenne-Neufchateau deze vrouwen een voor een te 
contacteren. Vrij snel blijkt dat de slechtst mogelijke methode er hierbij in 
bestaat om met de deur in huis te vallen en op barse toon mede te delen dat 
het de zaak-Dutroux is die hen tot hier heeft gebracht. De eerste die wordt 
gecontacteerd, is Sandra D. - door XI genoemd als een van de aanwezigen bij 
de moord op Véronique D. Sandra D. weigert elk contact. Ze kan zich niets 
herinneren van problemen in haar jeugd whatsoever. 

Een al even afwijzende reactie krijgt de BOB op 9 januari aanvankelijk 
ook van Nora De Boodt.*4 Zij is een vroegere vriendin van XI die meermaals 
zou zijn 



342 



verkracht door Tony V en door diens vrienden toen ze samen op vakantie gin- 
gen in Knokke. Getuige X4 heeft Nora bovendien midden december uit een 
setje foto's gehaald. Zij vertelde erbij dat Nora vaak werd gebruikt voor 
pornografische foto- en filmopnamen.*5 Nora lijkt zich aanvankelijk weinig 
van die aard te herinneren. Ze blijft herhalen dat ze niet inziet wat ze te 
vertellen zou kunnen hebben. Ze was van haar tiende tot haar veertiende 
inderdaad de beste vriendin van XI, zegt ze. XI woonde toen al in Gent, en 
tijdens de vakanties mocht Nora wel eens mee naar de vüla van de 
grootmoeder. Wat ze zich daarover nog zegt te herinneren, stemt hooguit voor 
een fractie overeen met het relaas van XI. "Het was ten strengste verboden om 
naar de eerste verdieping van het huis te gaan. Die grootmoeder was heel 
streng.' XI, wist ze nog, had haar in die tijd verteld dat ze verliefd was op 
Tony. "Ook die moeder was verliefd op die man.' 

Wanneer de speurders haar pro forma nog wat vragen stellen over haar eigen 
jeugd, heeft Nora het stilletjes over haar vader die haar een paar keer heeft 
'aangeraakt' toen ze veertien was. Maar verder geen problemen. Net voor de 
speurders haar willen bedanken voor de tijd, stort Nora in. Tussen de tranen 
door horen ze haar iets zeggen over haar vader en over "dingen waarover ik 
niet kan praten.'*6 Wanneer de speurders een tweede keer gaan aankloppen bij 
Nora, herhaalt zich het scenario. De vrouw heeft op twee dagen tijd een lichte 
metamorfose ondergaan. Ze heeft diepe wallen onder haar ogen en maakt een 
bijna doodse indruk. Ze herhaalt dat ze echt niet begrijpt waar de BOB haar 
tijd aan verdoet. Er was heus niets mis, daar in Knokke. Aan het einde van het 
gesprek krijgt Nora stuiptrekkingen en murmelt ze iets over "monsters' die haar 
in haar dromen achtervolgen. '*7 

Tijdens haar derde verhoor geeft Nora te kennen dat ze wil meewerken, maar 
dan enkel als anonieme getuige. Ook zij krijgt haar code: X7. Meewerken blijkt 
bij haar een relatief begrip. Ze praat over van alles en nog wat, maar zelden 
over haar jeugdvriendin. Waar ze de kans ziet, fietst ze een eind om dat heikele 
onderwerp heen en beschrijft ze haar eigen jeugd. Haar zus zit al zeven jaar in 
de psychiatrie en wordt hysterisch van zodra iemand haar probeert aan te 
raken. "Er moeten heel erge dingen gebeurd zijn.' Haar vader had een fotolab 
en daar mochten ze als kind nooit binnen. "Ik weet dat er met mij iets gebeurd 
is, maar ik weet niet wat. Ik durf niet in de spiegel te kijken en haat het 
wanneer ik gefilmd of gefotografeerd word. Ik heb vaak depressies. Dan vlucht 
ik altijd weg in een kamer (...). Tijdens deze verhoren heb ik voortdurend de 
neiging om te wenen, maar ik weet niet waarom.'*8 

De speurders proberen het begin maart nog eens, maar hoe langer het duurt, 
hoe minder X7 over XI praat en hoe meer over haar zus, haar vader en haar 
nachtmerries. Haar vader had de gewoonte om haar zus met sigarettenpeuken 
te verminken, weet ze nog.*9 Tijdens een laatste verhoor komt X7 er 
uiteindelijk toch toe om wat over XI en Tony V te vertellen, maar meer dan 
een simpele bevestiging van het feit dat ze een seksuele relatie hadden levert 
dat niet op.*10 "Er was iets met die vrouw, dat stond vast', zegt een speurder. 
"Ze was een oester die voor ons onderzoek waarschijnlijk een parel bevatte. 
We kregen helaas niet de tijd om 



343 



de oester open te maken.' Wanneer ze later wordt verhoord door de BOB van 
Gent, klapt Nora De Boodt helemaal dicht. Ze vertrouwt deze speurders voor 
geen cent en wil slechts praten nadat men haar duidelijkheid verschaft over 
geruchten als zouden er pornografische video-opnamen van haar zijn 
terugvonden. Ze vraagt uitleg. Al was het maar om voor mezelf de dingen op 
een rijtje te kunnen zetten. Ik heb het gevoel dat men mij aan het lijntje 
houdt.*ll 

Heel wat Xl-sceptici achten het aannemelijk dat Regina Louf ergens tussen 
haar twaalfde en haar vijftiende in contact is gekomen met Tony V en dat al 
haar verhalen terug te voeren zijn op de seksspelletjes die hij met haar speelde. 
Dat zij ook in de periode daarvoor seksueel misbruikt zou zijn, toen ze nog 
inwoonde bij haar grootmoeder, lijkt dan erg onwaarschijnlijk. Toch is er één 
getuige die dit deel van het verhaal bevestigt. XI heeft haar naam al tijdens het 
tweede verhoor laten vallen: Conny De Windt* 12 uit Knokke. Conny is een 
jaar ouder dan XI. Zij zou met medeweten van haar ouders zijn misbruikt en 
in de vüla van grootmoeder zijn ingeschakeld als kindhoertje. Ook zij is door 
getuige X4 op foto herkend. XI beschreef hoe zijzelf en Conny in Knokke 
tegen elkaar werden 'uitgespeeld'. Als de een niet bereidwillig genoeg was, dan 
moest de ander dat bekopen. XI was niet zeker of Conny zou willen praten en 
gaf de speurders de raad mee te informeren naar 'kamers 7 en 9'. 

Tijdens het eerste contact met de speurders barstte Conny De Windt in 
tranen uit.*13 Ze begreep meteen waarover dit zou gaan. Nog voor het tot een 
eerste verhoor kwam, overhandigde ze een stapel geschriften en tekeningen uit 
haar jeugd en uit de periode waarin ze werd opgenomen in de psychiatrische 
afdeling van het AZ in Brugge. Haar verhaal komt hierin naar voren in 
cr5^tische afbeeldingen van duivels met enorme geslachtsorganen, naakte 
mannen en vrouwen, scharen en vibrators. Conny De Windt is de eerste 
getuige die de gruwelijke krachtlijnen van het verhaal van XI zal bevestigen. 
Ze vertelt hoe haar het beeld is bijgebleven van de grootmoeder die XI met 
een revolver bedreigde omdat die geweigerd had te voldoen aan de wensen van 
een klant. Conny moest naar eigen zeggen ook zelf klanten 'ont\rangen'. 
Geconfronteerd met enkele foto's van huizen in Knokke wijst ze de villa van 
de grootmoeder van XI aan als een van de adressen waar dat gebeurde. Eén 
feit herinnert ze zich heel levendig. In de vUla werd ze op een bed gegooid 
door een man die haar verplichtte hem te pijpen. Tk weet niet meer wie het 
mij heeft geleerd, maar ik wist hoe ik mannen met de mond moest bevredigen. 
Ik ben daar ook anaal verkracht. Ik verbeet de pijn in de gordijnen.'*15 

De vrouw wordt in totaal vier keer verhoord. Druppelsgewijs komt het 
verhaal naar boven, worden de details scherper en vallen haar remmen om te 
praten weg. 'Het gebeurde altijd in een van twee welbepaalde kamers in het 
hotel van die grootmoeder, altijd dezelfde', vertelt ze op 25 febmari 1997. 
'Vooraf werd mij gezegd in welke kamer ik moest zijn.' Van de daders 
herinnert Conny De Windt zich één naam: Monsieur. Het is een van de 
bijnamen die XI tijdens haar allereerste verhoor noemde. Andere namen kan 
ze zich niet herinneren. 'De klanten 



344 



werden ons ook niet voorgesteld', zegt ze. 'Ik weet dat ze Nederlands 
spraken, en dat ze ons gewoon behandelden als hoertjes.' 

De grootmoeder van XI waakte er volgens Conny over dat de meisjes 
aan de klanten gehoorzaamden. Als ze dat niet deden, sloeg ze met een ijzeren 
liniaal op hun ^dngers. Afhankelijk van de wensen van de klanten, werd ze 
door XI of door haar grootmoeder aan een bed vastgebonden. Zelf moest ze 
XI ook soms vastbinden. Vaak werd van hen verlangd dat ze samen vrijden 
voor de ogen van een zich masturberende klant. Wanneer het allemaal 
gebeurde, weet Conny De Windt niet zo goed meer. Ze lieert de ergste feiten 
aan het vierde leerjaar, toen ze negen a tien jaar oud was.*16 

De getuigenis van Conny De Windt zet begin 1997 een zware 
steunpilaar onder het Xl-dossier. Hoewel haar relaas weinig toevoegt aan wat 
XI zelf al vertelde, maakt ze duidelijk dat, mits enig geduld, zelfs de meest 
onwaarschijnlijke delen van dit verhaal wel degelijk te verifiëren zijn. Op 20 
mei komt er echter een abmpt einde aan de verhoren van Conny. In een 
telefoontje aan de BOB meldt ze dat ze niet langer wil meewerken. De 
spanningen binnen haar gezin zijn onhoudbaar geworden. Haar man wist 
eigenlijk niet alles. Tijdens het Pinksterweekeinde heeft ze eens goed met hem 
gepraat. Het gevolg was dat hij in een bui van razernij in zijn wagen is 
gesprongen en naar haar vader is gereden om die voor verrot te schelden. 
Conny's vader geeft bij die gelegenheid toe dat hij haar 'een paar keer' naar 
villa's in Knokke heeft gebracht, maar zegt dat hij geen idee had wat daar 
gebeurde... Na enige discussie heeft hij het over 'oude histories' die het 
oprakelen niet waard zijn en dat zijn dochter misschien beter opnieuw 
geïnterneerd kan worden. Dat is ook het resultaat. Daags na de ruzie neemt 
Conny De Windt een hoge dosis medicijnen. Ze heeft de voorbije jaren al vier 
zelfmoordpogingen achter de rug, zo bHjkt later. Verdere pogingen om met 
Conny te praten worden niet meer ondernomen. Wanneer hij wordt 
verhoord, laat haar vader de speurders luidruchtig weten dat 'het allemaal de 
schuld is van de groene lijn van Connerotte.' En een week later wordt Conny 
in een psychiatrische insteUing opgenomen.*! 7 

Het is merkwaardig hoe magistraten en politiemensen begin 1998 met een uit- 
gestreken gezicht aan de goegemeente komen vertellen dat ze ondanks 
anderhalf jaar onderzoek 'niemand' hebben gevonden die de verklaringen van 
XI wil bevestigen. Over Nora De Boodt en Conny De Windt bestaan 
honderden pagina's processen-verbaal. Eén keer gebeurt het ook dat een 
vermeende dader van feiten zoals beschreven door de X-getuigen zichzelf gaat 
aangeven bij de politie. Dat gebeurt in december 1996. 

In een Brussels restaurant heeft een gewezen schatbewaarder van de 
hoofdstedelijke PSC-jongeren plots de controle over zichzelf verloren. Mogelijk 
beïnvloed door de ruchtbaarheid die de pers gegeven heeft aan de huiszoeking 
bij Abrasax, doet hij aan zijn tafelgenote een verward verhaal over satanisch 
geladen rituelen waar hij tien jaar geleden door een advocaat en een notaris 
naartoe is geleid onder het voorwendsel 'opgenomen te worden in de hogere 
kringen'. 



345 



Hierbij zijn Idnderen omgebracht, beweert de man. Zijn disgenote brengt de 
politie van Sint-Lambrechts-Woluwe op de hoogte van het gesprek: en enkele 
weken later zoekt een politieagent contact met de man. Hij beeft als een riet, 
beweert dat "ze' hem zullen weten te vinden en stemt slechts in met een 
verhoor indien hij niets moet ondertekenen.* 18 Nog een week later doet hij 
zijn verhaal en vallen opnieuw de namen die de speurders van de antenne- 
Neufchateau inmiddels al zo vertrouwd klinken. Het gaat onder meer om de 
hoofdverdachte in-het dossier 96/111 en om een van de mannen die later door 
XI wordt aangewezen als betrokken bij de moord op Katrien De Cuyper.*" 
Een erg gezonde indruk laat de man niet na. Zijn relaas over tienermeisjes die 
met messen werden afgeslacht en bloed dat door de aanwezigen werd 
gedronken, gaat gepaard met verregaande paranoia. Hij heeft het over een 
leven vol dreigementen, intimidaties, een "door hen' gebroken carrière en 
zelfmoordplannen. De man, blijkt later, is al eens een ander wild verhaal gaan 
doen bij de rijkswacht van Woluwe. Hij is knettergek, zegt de eerste 
wachtmeester die hem daar al eens over de vloer heeft gehad.*20 En daar stopt 
het onderzoek. 

Onder de meisjes die volgens haar door Tony werden "getest' om te zien of ze 
verhandelbaar waren, noemde XI Myriam Verstraeten.*21 Haar is weinig 
overkomen, zegt ze, "maar ze moet wel veel hebben gezien'. XI leerde Myriam 
kennen in 1981, in het zesde jaar van de lagere school. XI woonde toen al in 
Gent. Ze zaten slechts een jaar lang in dezelfde klas, maar bleven vriendinnen. 
Myriam ging wel eens met XI mee op vakantie in Knokke. Volgens XI heeft 
Tony V een paar keer getracht haar in seksspeUetjes te betrekken, maar is dat 
nooit gelukt. In een van haar faxen schrijft XI dat Myriam in Knokke wel 
getuige moet zijn geweest van de brutaliteiten van haar grootmoeder en het 
seksueel misbruik door Tony.*22 Wanneer de antenne-Neufchateau Myriam 
Verstraeten weet'op te sporen, blijkt die zich niet zo veel van die aard te 
herinneren. In Knokke heeft ze niets abnormaals opgemerkt, zegt ze. Het was 
daar gezellig, die grootmoeder was een schat van een vrouw en bij XI heeft ze 
nooit iets gemerkt van zwangerschappen of verwondingen. Myriam hangt 
voorts een weinig flatterend beeld op van XI. "Ze stond altijd alleen op de 
speelplaats, waste zich te weinig en kwam soms uren te laat. Ze had een 
moeilijk karakter.' 

Myriam kwam elke woensdag op bezoek in het hondensalon van moeder 
XI . Ze trok grote ogen. Ze herinnert zich de poetsvrouw die met iedereen die 
er over de drempel kwam naar bed wou. "Er waren seksuele contacten tussen 
XI, die Tony, de moeder van XI en de poetsvrouw', weet ze nog. Tony V had 
haar een keer met een onmogelijke smoes weggestuurd toen ze op een 
ongelegen moment kwam aanbellen. "Soms had ik het gevoel dat mijn 
aanwezigheid daar hinderlijk was.'*23 Voor de speurders blijft het koffledik 
kijken in hoeverre de vrouw bepaalde zaken verzwijgt, dan wel een eerlijk 
relaas doet. Ze hebben nu wel een nieuwe potentiële getuige: de 
schoonmaakster CV 

Voor de speurders die CV moeten verhoren, wordt het moeilijk om te 

geloven dat uit dit milieu ooit kindhoertjes zouden zijn voortgekomen die 

geleverd 



346 



werden aan toppolitici en zakenlui. Het verhaal lijkt zich integendeel steeds 
meer te reduceren tot dat van een wat marginale familie waar alles draaide rond 
seks en alcohol. CV. is een volkse vrouw uit Gent die zonder problemen vertelt 
hoe ze op een goede dag met haar hond het salon van moeder XI binnenstapte 
en er met open armen ontvangen werd. In die mate zelfs, dat ze er gedurende 
drie maanden haar toevluchtsoord van kon maken toen ze problemen kreeg met 
haar eerste man en alleen achterbleef met een kind van achttien maanden. "Ik 
werd daar de kuisvrouw', vertelt ze. "Het was duidelijk die Tony die daar de baas 
was. Hij kwam er bijna elke dag, en bracht altijd wijn mee. Ik dacht dat hij iets 
had met de moeder. Met de dochter ging hij wel naar de manege. Ja, en soms 
ging hij bij haar op de kamer zitten, '«z* 

CV. is geboren in 1962. Ze kan hooguit twintig jaar oud geweest zijn toen 
ze bij de familie XI haar loopbaan als schoonmaakster begon. Veel heeft ze er 
op dat vlak kennelijk ook niet van terecht gebracht, want na Myriam duiken nog 
andere getuigenissen op die tenminste op dat vlak unaniem klinken: in dat huis 
was het altijd een smeerboel. Wanneer CV. begin maart voor een tweede keer 
aan de tand wordt gevoeld, gaat het verhaal steeds meer lijken op Les Misérables. 
cv. herinnert zich hoe haar ouders scheidden toen ze zeven was, en de 
zelfmoordpoging van haar moeder, twee jaar later. Op haar zestiende leert ze 
haar eerste man kennen, en op haar achttiende is ze voor het eerst zwanger. Het 
is met dat kind, een dochtertje, dat ze in 1982 haar intrek neemt bij de familie 
XI. In totaal zullen drie verschillende mannen haar vier kinderen schenken. Het 
leven van CV. is een onontwarbaar kluwen van geruzie over hoederecht. Al tien 
jaar lang is ze in therapie bij een psychiater. *25 

"Dat moet daar een echt bordeel geweest zijn', schrijft een speurder van de 
antenne-Neufchateau als commentaar onder de samenvatting van een fax die 
XI op 11 februari 1997 opstuurt om te vertellen over de schoonmaakster. 
Tijdens haar verhoren heeft ze zelf nooit over CV. gesproken, omdat ze zich 
moeilijk kon voorstellen dat haar rol van enig belang kon zijn voor het 
onderzoek naar kindermoorden. Daar had CV. ook absoluut niks mee te 
maken, schrijft XI. Wat haar ergerde, was dat de vrouw zonder meer "haar' 
plaats in het gezin leek in te nemen: "Ze kreeg mijn bed. Haar kind sHep ook in 
mijn kamer, en ik mocht slapen waar er plaats was. Ik had niets meer van 
mezelf. Ook Tony werd anders. Hij zag haar best zitten, en dat maakte me niets 
uit, maar wat me pijn deed was dat hij naar mij niet meer omkeek (...). Vele 
avonden zaten ze met z'n allen aan tafel: mijn moeder, soms mijn vader, W, 
Tony, Ad en al wie Tony maar meebracht (...). Meestal moest ik ook nog haar 
en mijn moeder naar boven sleuren omdat ze te dronken waren om nog op hun 
benen te staan (...). Het klinkt gek, maar ik was zo beschaamd. Ik schaamde me 
als hij me nam terwijl CV erop kon zitten kijken. Ik vond het vervelend dat hij 
het dochtertje betastte. Ik wilde het niet meer zien, niet op mijn eigen 
terrein. "*26 

Op 22 maart 1997 worden XI en CV. in de lokalen van de antenne- 
Neufchateau tegenover elkaar gezet. Het resultaat van de confrontatie valt posi- 
tief uit voor XI. CV. heeft de neiging die hele periode te vergoelijken. Ze zegt 



347 



eerst nadrukkelijk dat ze niks gemerkt heeft van seksuele contacten tussen XI 
en Tony V, maar beseft blijkbaar niet dat aMes gefilmd wordt. Tijdens een van 
de pauzes zegt ze dat ze het natuurlijk wel wist - en ze wist ook dat XI toen 
pas dertien jaar oud was - maar voegt eraan toe dat ze destijds geen reden zag 
om daar zwaar aan te tillen. Iedereen scheen het normaal te vinden. 'Ik geloof 
niet dat zij Kegt', zegt CV halfweg de confrontatie, 'maar ik heb een kruis 
gemaakt over mijn verleden en ben alles vergeten.' Het was een periode waarin 
ze veel dronk en het evenwicht een beetje kwijt was, wimpelt ze andere vragen 
van adjudant Mertens af Eén uitspraak springt na afloop van de con&ontatie 
in het oog. XI heeft CV op zeker ogenblik zo ver gekregen iets te lossen over 
de reden waarom ze na drie maanden plots halsoverkop de familie-Louf 
verKet. 'Op zeker dag is mijn dochtertje wenend bij mij gekomen', vertelt ze. 
'Twee dagen later hebben we dat huis verlaten (...). Mijn dochtertje heeft 
gedragsstoornissen gekend na het verblijf bij de ouders van XI, maar ze heeft 
er nooit willen over praten.'*27 

Het feit dat het bij CV ging om een baby van achttien maanden, werpt 
voor de onderzoekers een nieuw licht op de zaak. De dochter van CV, begin 
1997 al zestien jaar oud, wordt opgespoord en verhoord, en alweer zal dat 
resulteren in ingewikkelde praatsessies en paniekreacties. Voor de ploeg-De 
Baets hierop kan doorwerken wordt ze bedankt voor bewezen diensten. 

Wanneer de speurders in maart 1997 de in- en uitgaande gesprekken op de 
telefoonlijn van CV natrekken, blijkt dat de vrouw in de dagen voor en na 
haar verhoren regelmatig communiceert met XI 's jeugdvriendin Myriam 
Verstraeten en met onderlinge kennissen. Op één dag krijgt CV 38 
telefoontjes van verschillende familieleden en kennissen die diezelfde dag ook 
contact opnemen met Myriam. Dit zou er kunnen op wijzen dat de twee 
vrouwen hun versies op elkaar willen afstemmen.*28 

Wat de jeugdvriendinnen van XI vast niet kunnen vermoeden, is dat hun ver- 
klaringen begin 1997 mee aanleiding geven tot een primeur in de geschiedenis 
van het Belgische justitiewezen. Over de op til zijnde 'doorbraak in de zaak- 
Dutroux, is al zoveel gefluisterd, dat de onderzoeksleiders er een soort 
lakmoesproef voor politie en justitie van gemaakt hebben. Nooit eerder zal een 
onderzoek zo perfect mogen verlopen als dit, zo heet het. Na overleg met het 
college van procureurs-generaal (PG's) hebben de nationale magistraten André 
Vandoren en Patrick Duinslaeger begin 1997 de opdracht gekregen om eens 
per maand alle betrokken magistraten uit de verschillende gerechtelijke 
arrondissementen rond de tafel te brengen. Ook al gaan deze vergaderingen - 
vijf in totaal - in principe over alle mogeMjke uidopers van de zaak-Dutroux, 
toch blijft XI steevast de agenda beheersen.*29 De belangstelling is groot voor 
deze onder de geheime codenaam 'Obelix' gehouden bijeenkomsten. Er zijn 
telkens zo'n dertig mensen aanwezig. Het gaat onder meer om Duinslaeger en 
Vandoren zelf, de procureurs Michel Bourlet (Neufchateau), Benoit 
Dejemeppe (Brussel) en Jean Soenen (Gent), de subsituten Nicole De Rouck 
(Gent) en Paule Somers (Brussel), de onderzoeksrechters Michel Jordens 
(Antwerpen), Jacques Langlois (Neufchateau) 



348 



en Jean-Claude Van Espen (Brussel), een aantal rijkswachtofficieren - onder 
meer van het CBO - de leiders van de speurdersteams van BOB en GPP en cri- 
minele analisten. Al deze mensen koesteren hun kennis over XI en haar verkla- 
ringen als een staatsgeheim. 

In aanloop naar de tweede vergadering, op 7 maart 1997, hebben de 
speurders van de antenne-Neufchateau 's ochtends geluisterd naar een 
uiteenzetting van de aan de KathoHeke Universiteit Leuven (KUL) verbonden 
psychiater Paul Igodt. De man is op dat ogenblik nog maar net bij het 
onderzoek betrokken en kan nog niet veel zeggen over de waarde die de 
getuigenis van XI in zijn ogen heeft. Glad ijs is het verhoren van een persoon 
met dissociatievc stoornissen zeker, waarschuwt hij. Dit soort slachtoffers 
betrekken in een gerechtelijk onderzoek is voor België totaal nieuw. Ze vergen 
een heel specifieke benadering. De Baets krijgt niettemin te horen dat hij het er, 
al improviserend, nog niet eens zo slecht vanaf heeft gebracht. Voelen De 
Baets en zijn collega's de voormiddag aan als erg interessant, dan is dat 's 
namiddags iets minder het geval wanneer ze geconfronteerd worden met de 
magistraten die verondersteld worden vroeg of laat iets te doen met dit dossier. 
Voor de speurders is het alsof ze per teletijdmachine worden temggeschoten 
naar het tijdperk van voor augustus 1996. De Luikse procureur-generaal Anne 
Thily, die de eerste vergadering voorzat en de tweede hoort te leiden, heeft haar 
kat gestuurd. De vorige keer stak ze haar desinteresse niet onder stoelen of 
banken. Ze sprak amper een woord, maar kreeg toen wel de opdracht het 
'contactpunt' te worden tussen Obelix en het college van procureurs-generaal. 
De Gentse procureur Soenen loopt evenmin over van enthousiasme. Hij laat 
zich vergezellen door substituut De Rouck die voor al wat ze doet en zegt 
toestemming Hjkt te moeten vragen aan hem. Van Soenen is het niet helemaal 
duidelijk of hij de hem toegestuurde stukken over het dossierDellaert heeft 
gelezen. 

Adjudant Mertens heeft een poging ondernomen om dit gezapige 
gezelschap wakker te schudden. Hij heeft die middag een video meegebracht en 
laat iedereen, bijna onaangekondigd, kijken naar een van de tapes van Jean-Paul 
Raemaekers. 'Toen is het héél stil geworden', zegt een van de aanwezigen later. 
'Er kwam daarna een crimineel analyst van het CBO nog een of andere uiteen- 
zetting geven, maar niemand luisterde. De meesten zaten lijkbleek voor zich uit 
te staren. Even leek het alsof de magistraten eindelijk beseften waar ze mee 
bezig waren, maar dat bleek achteraf ijdele hoop.' 

Onderzoeksrechter Van Espen brengt die dag verslag uit over de stand 
van zaken in het dossier-Van Hees. Het is voor alle aanwezigen duidelijk dat 
dit onderzoek het verst gevorderd is. Tijdens de vergadering wordt 
afgesproken dat de parketten van Gent en Antwerpen voorlopig niets zullen 
ondernemen, in afwachting van de verdere evolutie in Brussel. In het relaas 
dat XI over de moord op 'Kristien' deed, duikt geen enkele politicus, 
magistraat of andere vooraanstaande op - wat heel wat speurders doet 
besluiten dat het om 'het makkelijkste dossier' gaat. Wat het makkelijkst 
lijkt, komt eerst. Van Espen krijgt die dag zonder meer een sleutelrol 
toebedeeld. 



349 



Tijdens de derde coördinatievergadering wordt uitgebreid gepalaverd over de 
foto's die XI onder de neus kreeg geduwd.*30 Is dat eigenlijk geen inbreuk op 
de privacy van deze mensen? Kan men wel foto's van onschendbaarheid 
genietende ministers of parlementsleden tonen zonder eerst het Hof van 
Cassatie te hebben geconsulteerd? Men komt er die dag niet uit. De kwestie 
wordt uitgesteld tot een volgende vergadering, waar ze opnieuw zal worden 
uitgesteld. Het is de bedoeling dat dit soort kwesties via Thüy wordt 
voorgelegd aan het college van PG's. Maar TWly komt niet meer opdagen. Ze 
laat zich vervangen door advocaat-generaal Alain CzapMcki. Die neemt mstig 
akte van de te signaleren zaken en daar wordt dan niks meer van gehoord. 
Tijdens de tweede vergadering heeft Bourlet de aandacht gevestigd op de 
"bekentenissen' die XI in een fax aflegde over de moord op het Brasschaatse 
meisje Katrien De C^jper. Bourlet is zelf van oordeel dat de gedwongen 
prostitutie waar XI het slachtoffer van werd, kan worden aangezien als een 
Voortdurend misdrijf. In die optiek bestaat er geen juridisch verschil tussen 
een minderjarige en een meerderjarige XI en blijft het dus mogelijk haar 
verder te verhoren als getuige. Aangezien niemand kan voorspellen wat de 
verhoren nog meer aan verrassingen zullen opleveren, vraagt Bourlet dat het 
college van PG's advies verstrekt of richtlijnen uit\raardigt. Moet XI 
gearresteerd worden? Moet er voor haar een soort spijtoptantenstatuut worden 
uitgewerkt? Czaplicki noteert. Bourlet wacht nog steeds. 

Wanneer de krant Het Laatste Nieuws een jaar later uitpakt met het 
bericht dat Regina Louf de moord op Katrien De Cuyper heeft "bekend', geeft 
dit bij de publieke opinie vrij snel aanleiding tot een collectief gek verklaren 
van de getuige.*31 Claude Eerdekens (PS), lid van de commissie- Verwüghen, 
gaat zover om zich tijdens een tv-debat hardop af te vragen waarom ze niet in 
de gevangenis zit. Juristen doen hun zeg en hebben het over een ontspoord en 
slecht georganiseerd onderzoek. Geen van de mensen die een jaar eerder aan 
de Obelix-vergaderingen deelnamen laat iets van zich horen. Blijkens de 
verslagen gaat de aandacht van 's lands topmagistraten in de maand maart 1997 
naar een totaal ander onderwerp: wie zal optreden als perswoordvoerder? 

De krant De Standaard zal begin 1998, middenin de XI -controverse, de 
vraag stellen waarom men de ouders van XI nooit aan de tand is gaan voelen 
en ook pooier T nooit is verhoord. Ook deze kwestie komt tijdens de 
vergaderingen ter sprake, namelijk op 22 mei 1997. Connerotte heeft XI 
anonimiteit beloofd en die verbintenis kan niet zomaar herroepen worden, 
tenzij op initiatief van XI zelf. Al wat de speurders kunnen doen, is discreet 
onderzoek verrichten rond enkele jeugdvriendinnen - wat ze dus ook doen. 
Omtrent het toetsen van de verklaringen van XI aan de versies van de door 
haar meest geciteerde daders, lezen we in het verslag van de vergadering: 
"Probleem van confrontatie met T, Nihoul en Bouty is essentieel, maar 
voorbarig. "32 De magistraten en politiemensen beslissen niets en hervatten de 
discussie over wie zal optreden als perswoordvoerder. Onder de rubriek 
"problemen' vermeldt het verslag van de vergadering dan: Album-photos + 
relations avec la presse. toujours pas de réponse!'*33 

Als er al ooit echt sprake geweest is van een vastberaden sfeer, dan blijft daartij 



350 



dens de vergadering van 22 mei 1997 niks meer van over. Binnen de antenne- 
Neufchateau staan op dat ogenblik twee clans van speurders met getrokken 
messen tegenover elkaar. Commandant Duterme en enquêteur principal De 
Baets spreken niet meer met elkaar. Alle op de Obelix-vergaderingen 
aanwezige magistraten weten dat. Ze scharrelen even in hun documenten, 
zetten hun brillen recht op hun neuzen en doen verder niets. Er wordt nog een 
zesde vergadering gepland voor 26 juni 1997, maar die zal nooit doorgaan. 

Kort voor Kerstmis 1996 gaan op verschillende krantenredacties geruchten 
over een grote spectaculaire actie: een reeks huiszoekingen waarover wordt 
verteld dat het parket in Neufchateau een touringcar heeft gehuurd om er een 
hele horde VIP's mee over te brengen naar de gevangenis. Het is misschien 
wel het meest sappige van aUe XI -verhalen, maar er klopt weinig of niets van. 
In november 1996 is BOB'er Michel CHppe belast met het opstellen van een 
"operatieorder'. Binnen de BOB is dat een normaal procédé bij alle grote 
onderzoeken die eventueel tot acties op het terrein kunnen leiden. In de 
operatieorder worden alle gegevens opgeslagen die nodig kunnen zijn bij het 
opstellen van huiszoekingsmandaten. Zonder een dergelijk mandaat - af te 
leveren door een onderzoeksrechter - kan er geen huiszoeking verricht 
worden. Jacques Langlois heeft zelfs nooit hoeven overwegen om een dergelijk 
mandaat uit te schrijven. De enige die daar rond Kerstmis wel wat voor voelde, 
was Michel Bourlet. Van invallen bij deze of gene ex-minister of zakenman 
was echter geen sprake. Zijn voorstel bestond erin binnen te vallen bij mensen 
die XI in haar jeugd hadden gekend. In zijn optiek speelde de tijd in het 
nadeel. België is een land van roddelaars. Het zou niet lang duren voor alle 
betrokkenen hun voorzorgen zouden nemen. 

"Het grote probleem, eind december '96, was dat enkele journalisten lucht 
gekregen hadden van het bestaan van de X'en', zegt een speurder. "Bourlet 
vond het toen beter meteen in actie te schieten. Hij heeft zich toen tegenover 
een journalist, bij wijze van boutade, iets laten ontvallen over een touringcar 
vol hoo^eplaatsten. Wie Bourlet een beetje kent, kent ook zijn humor. De 
weinige journalisten die op de hoogte waren, hebben dat blijkbaar zeer ernstig 
opgevat. Zo is het verhaal een eigen leven gaan leiden.' 

Op een gegeven moment circuleert er een concrete datum waarop de golf 
van huiszoekingen zou plaatsvinden: 23 december 1996. Journalisten vertellen 
elkaar dat ze in Neufchateau een bus gezien hebben en dat er op de luchthaven 
van Zaventem een Hjst klaarligt van prominente Belgen die het land niet meer 
uitmogen. Maar wat is er op 23 december echt aan de hand? Niets. De 
operatieorder van Clippe telt dan welgeteld dertien doelwitten. Het gaat om 
jeugdvriendinnen van XI, familieleden, Tony V, de woning van XI zelf... Op 
de Mjst staat één min of meer bekende naam: die van advocaat E. Zelfs Annie 
Bouty is nog niet opgenomen in de operatieorder. "Iedereen wilde toen een 
interventie', blikt De Baets terug. "Er moést een grote interventie komen. 
Iedereen was het daarover eens: de rijkswachttop, de magistratuur... Ik heb mij 
daar toen tegen verzet omdat ik vond dat we meer bewijzen moesten hebben. 
Ik heb 26 jaar ervaring in 



351 



gerechtelijke onderzoeken. In al mijn dossiers waren er altijd lange vooronder- 
zoeken. Met een huiszoeking begeef je je op het terrein, treed je met je 
onderzoek in de openbaarheid en worden er onvermijdelijk mensen in opspraak 
gebracht. Voor je iemand in opspraak brengt, moet je zéker zijn, vind ik. Een 
huiszoeking is in feite de laatste stap, een formaliteit waarbij je de laatste 
bewijzen vergaart voor wat inmiddels al voor 99 procent zeker is. Dat wilde ik 
ook toen: méér verifiëren, méér observeren... Iedereen weet dat je met Regina 
Louf niet voor een assisenhof kan verschijnen. Ik ging er vanuit dat we haar 
gedurende een jaar of twee, drie zouden bHjven verhoren, tegelijk parallel 
verificaties verrichten en dan pas naar buiten komen. Blijkbaar waren sommigen 
erg gehaast.' 

Volgens ex-speurders van de antenne-Neufchateau komt het eind 
december 1996 tot hoogoplopend geruzie tussen Bourlet en De Baets. "Dat is 
ook zo', zegt de adjudant. "Hij wou actie. Hij zei me voortdurend: "Maar 
verdorie, De Baets, bij Dutroux hadden wij veel minder in handen, toch deden 
wij huiszoekingen." Ik trachtte hem duidelijk te maken dat dat niet zo was. Zij 
hadden toen een deel van een nummerplaat, er was een kind ontvoerd. Wij 
werkten met een slachtoffer waar we nog veel te weinig over wisten.'*34 

En toch, zeggen ex-coUega's van De Baets, had Bourlet het bij het rechte 
eind. "Het Xl-dossier was eind 1996 nog niet gedecentraliseerd', merkt een 
speurder op. "Neufchateau deed nog wat het wou. Het was de laatste kans om 
van de door de zaak-Dutroux ontstane goodwill te profiteren. Onze oversten 
smeekten ons om iets zichtbaars te doen. Al wie deel uitmaakte van de antenne 
herinnert zich hoe kolonel Berkmoes van het CBO eind 1996 op bezoek kwam 
en woordelijk zei: "JuUie zijn de redders van de rijkswacht." Ons korps lag in 
die dagen in het parlement zwaar onder vuur. Men heeft al het krediet verspild 
met de zaak-Abrasax en die belachelijke graafwerken in Jumet.'^^ 

Halfweg februari telt de operatieorder al 43 doelwitten. Nog steeds vindt 
De Baets het te vroeg en Bourlet te laat. "Toen is hét tij beginnen keren', weet 
De Baets nog. "Commandant Duterme informeerde naar de operatieorder, we 
legden hem de stand van zaken uit. Hij zei dat vijf of zes huiszoekingen wel 
zouden volstaan.' 

Op 20 maart 1997 vindt de "grote actie' dan toch plaats, maar geen 
enkele journalist is op de hoogte. In plaats van 43 adressen wordt er één 
bezocht: de Morekstraat 169 in Gent. Het is de huurwoning van Regina Louf 
en haar man ?^ 

Die dag verricht een ploeg BOB'ers, aangevoerd door eerste wachtmeester Luc 
Vergnon, in opdracht van Van Espen een huiszoeking bij Xl.*37 Er wordt 
beslag gelegd op een videocassette over MPS, een knipsel uit het weekblad 
Knack, een Atoma-schriftje met persoonlijke notities, kopies van alle faxen die 
XI naar De Baets stuurde, vier albums met familiefoto's en een map met 
notities over haar persoonlijkheden.*38 Regina Louf is verbijsterd en scheldt 
de speurders voor verrot: "Ik hoop dat jullie de volgende keer bij de daders 
binnenvallen!' Later toont ze begrip, zeker wanneer ze verneemt dat men 
eigenlijk op zoek was naar krantenknipsels waaruit ze haar kennis over de 
moord op Christine Van Hees zou kunnen hebben geput. Die worden niet 
gevonden. 



352 



Drie dagen na de huiszoeking gaat ze zelf enkele stukken overhandigen die 
de speurders over het hoofd hebben gezien. Tussen de boeken die ze dan 
meebrengt - "misschien wel interessant voor jullie onderzoek' - zit een rood 
schriftje dat ze vanaf 1989 heeft gebruikt als dagboek.*39 Ze vond het in een 
sinds een vorige verhuizing nooit geopende kartonnen doos in een stofferige 
kamer. Opperwachtmeester Danny De Pauw, die de kamer moest doorzoeken, 
heeft een allergische aandoening, is maar heel even binnen gebleven en heeft 
het schriftje niet opgemerkt. Later blijkt dat het schriftje uitpuilt van voor het 
onderzoek erg belangrijke informatie. 

Een van de zeldzame besluiten die op 25 april 1997 tijdens een van de 
Obelixvergaderingen worden genomen, is het aantrekken van een college van 
vijf experts die psychiatrisch onderzoek zullen verrichten rond XI. Het 
initiatief daartoe is maanden eerder al genomen door adjudant De Baets, maar 
sinds magistraten uit alle hoeken van het land zich met de zaak bemoeien, gaat 
het allemaal wat trager.*40 De vijf leden hebben elk hun specialisatie en 
worden geacht samen, en elk vanuit hun eigen professionele invalshoek, tot 
een evaluatie te komen van XI en haar getuigenis. Het college zal worden 
geleid door de Leuvense neuropsychiater professor Paul Igodt (KUL) en zal 
voorts bestaan uit zijn collega's Peter Adriaenssens (KUL) en Herman 
Vertommen (KUL), de aan de psychiatrische kliniek in Kortenberg verbonden 
dokter Johan VanderUnden en psychiater Rudy Vereist (KUL). 
Kinderpsychiater Peter Adriaenssens krijgt vanwege zijn specialisatie de 
bijzondere taak de kinderen van XI te onderzoeken, maar zal daar nooit toe 
komen. 

Het college krijgt de opdracht het geheugen van XI te onderzoeken en na 
te gaan of er tijdens de verhoren sprake is geweest van suggestiviteit bij de 
speurders.*41 Het feit dat dat met zoveel woorden in de opdracht van 
onderzoeksrechter Van Espen staat, maakt duidelijk dat die eind april al 
gebrieft is over de 'herlezingen' die door toedoen van commandant Duterme in 
het geheim zijn gestart. Tot op dat ogenblik heeft niemand iets aan te merken 
gehad op het verloop van de verhoren, en worden die integendeel her en der 
aangeprezen als "exemplarisch'. De enigen die daar anders over denken, zijn 
Duterme en enkele van zijn getrouwen. 

"Ik voelde duidelijk aan dat de psychiaters zelf snel inzagen dat hun werk er 
al niet meer toe deed', zegt Regina Louf. "Het begin ervan viel ongeveer samen 
met het wegsturen van De Baets. In totaal heb ik daar meer dan dertig uren 

gespendeerd aan gesprekken en psychologische proeven. Soms waren het 
echt van die kinderachtige tests, maar die mensen trachtten eerlijk hun werk te 
doen. Ze zaten tussen twee vuren, denk ik. Ze hadden contact met de 
speurders en die zullen hen vast wel verteld hebben dat ik knettergek was. 
Wanneer ze met mij spraken, hing er altijd zo'n sfeertje van: jamaar, wij vinden 
u oké, maar men zegt ons dat... Tijdens een laatste gesprek adviseerde 
Vertommen me niet in te gaan op voorstellen - als die er zouden komen - om 
me te laten verhoren onder hypnose. Hij gaf me de raad aan mijn gezin te 
denken en me erbij neer te leggen dat ze met mijn getuigenis weinig zouden 
aanvangen.'*42 



353 



Wanneer je raad vraagt aan wetenschappers, krijg je zelden zwart of wit, en 
meestal grijs met veel wisselende tinten. Dat is ook zo met het acht pagina's 
tellende rapport dat professor Igodt op 8 oktober 1997 naar Van Espen stuurt. 
Daarin wordt erop gewezen - zoals XI van de eerste dag af zelf al deed - dat 
men hier te maken heeft met iemand die aan een dissociatieve 
identiteitsstoornis Hjdt. Igodt spreekt op zeker ogenblik zelfs van een 
"borderüne persoonlijkheidsstoornis'. Maar, voegt hij er aan toe: "Dankzij 
jarenlange therapie is betrokkene er wel in geslaagd (...) een zekere 
geïntegreerde wijze van functioneren te bewerkstelligen, en werken de 
verschillende personen (alters) in haar, waarvan ze er een aantal kan noemen, 
vrij goed samen en weet betrokkene op een vrij goede manier controle uit te 
oefenen op elk van deze persoonsdelen; zodanig dat er slechts in beperkte 
mate en in uitzonderlijke mate van controleverHes sprake is. Een situatie die 
ook tijdens het klinisch psychiatrisch anamnistisch onderzoek op te merken 
viel. Buiten een wat ongecontroleerd lachen, meer bepaald wanneer het om 
het meest gruwelijk seksueel misbruik ging, kan patiënte zich vrij goed onder 
controle houden en vielen geen dissociatieve veranderingen op te merken. 
Zoals reeds vermeld valt dit hoogst waarschijnlijk in belangrijke mate toe te 
schrijven aan de vrij lange periode dat betrokkene reeds in psychotherapie is.' 
Omtrent de vraag hoe dit komt, pleit Igodt nadrukkelijk in het voordeel 
van XI: "Het klinisch psychiatrisch anamnistisch onderzoek bevestigt wel het 
vermoeden van massief seksueel misbruik in betrokkenes voorgeschiedenis. Op 
de vraag of dit misbruik zich heeft voorgedaan en effectief qua intensiteit 
belangrijk is geweest, Hjkt bevestigend te moeten worden [g]eantwoord. Dit 
massaal misbruik Hjkt ook de belangrijkste etiologische factor voor de aanwezige 
psychiatrische ziektebeelden te zijn, hetgeen conform is aan de overvloedige 
onderzoeksresultaten hieromtrent.' 

Hoe krakkemikkig geschreven ook, kan het rapport-Igodt wellicht 
worden aanzien als een van de zeldzame objectieve onderzoeks elementen die 
na de zomer van 1997 nog aan het dossier worden toegevoegd. Hij wijst op de 
gevaren voor "contaminatie' van het geheugen van XI - "zonder dat er bij haar 
sprake is van intentioneel liegen' - door haar therapie, haar belangstelling voor 
haar eigen situatie en haar duidelijke motivatie om te strijden tegen seksueel 
kindermisbruik. Igodt legt uit dat de credibiliteit van wat iemand zich over zijn 
of haar jeugd herinnert, gemeten kan worden aan de manier waarop het wordt 
verteld. Neemt het relaas de vorm aan van een "gestroomlijnd verhaal' met een 
afwezigheid van twijfels, dan is de kans groot dat het verhaal verzonnen of 
"gereconstrueerd' is. Hoe warriger de getuigenis klinkt, hoe authentieker, zo is 
zijn stelHng. Want getuigen over iets wat je als kind hebt beleefd, moet bijna 
klinken alsof het verteld wordt door een kind. Vervolgens zegt Igodt dat XI 
haar verhaal als "een vrij goed gestroomlijnd verhaal brengt'. Het is zeer de 
vraag waarop de professor zich buiten zijn eigen gesprekken met XI baseert 
om die vaststelling te doen. Wie er de teksten van de verhoren van XI op 
naleest, zal niet direct geneigd zijn om ze als "gestroomlijnd' te omschrijven. 
Igodt bekeek enkele videobanden van verhoren en gaf later toe dat er een 
evolutie zichtbaar was in de manier waarop XI over haar verleden sprak. 



354 



Halfweg zijn rapport laat Igodt ook uitschijnen dat de getuigenis van XI 
blijkbaar "niet of slechts gedeeltelijk met objectieve geverifieerde feitelijke 
gegevens overeenstemt.' Het feit dat dit er met zoveel woorden staat, geeft een 
idee over hoe de opvolgers van De Baets het college van experts "begeleid' 
hebben. Nagenoeg alle zogenaamde "objectieve gegevens' waar Duterme en co 
mee schermen, vloeien voort uit de zogenaamde rapporten van herlezing. Uit 
het volgende hoofdstuk zal blijken hoe relatief die "objectieve gegevens' zijn. 

De professor heeft echter ook zijn bedenkingen bij de wijze waarop de 
verhoren zijn verlopen. Hij vreest dat de band tussen De Baets en XI te 
vertrouwelijk is geworden en er een al te nadrukkelijk verwachtingspatroon 
heeft meegespeeld, zodat XI werd gestimuleerd om steeds meer en steeds 
gruwelijker feiten te beschrijven. Ondanks dit alles laat de expert zich in zijn 
besluit niet uit over de geloof\vaardigheid van XI. Eigenlijk wordt er een open 
deur ingetrapt: "Wat validiteit en credibliteit van de getuigenis betreft, dient er 
te worden gesteld dat gezien de jarenlange therapie, de herhaaldelijke 
ondervragingen en de eigen lectuur van betrokkene reeds heel wat 
contaminatie van het geheugen opgetreden is, waardoor het waarheidsgehalte 
van de getuigenis zeer moeilijk beoordeelbaar is (...) Concluderend kan dan 
ook worden gesteld dat informatie van betrokkene enkel belang kan hebben 
als element voor het verder onderzoek, nieuwe sporen kan introduceren, maar 
zeker niet als bewijsmateriaal zonder bevestiging via andere objectieve bronnen 
kan worden gebruikt. Wat de toekomstige verhoren betreft, dient erop te 
worden gewezen dat deze best in een zo neutraal mogelijk klimaat gebeuren. 
Hiervoor zij verwezen naar de hoger vermelde aanbevelingen''*^ 

Het rapport-Igodt laat vele interpretaties toe. Mits enig selectief citeren, 
kan je er het hele XI -verhaal finaal mee de grond inboren. Wie het citeren 
beperkt tot de passage over het "massief seksueel misbruik' en de theorie van 
Igodt over een al of niet gestroomlijnd verhaal, kan het rapport met even 
sterke argumenteren als een soort proeve van authenticiteit voor XI gebruiken. 
Dat is precies wat na het losbarsten van de mediastorm rond XI gebeurt. Voor 
het merendeel van de pers is het opduiken van de term "borderline' voldoende 
om te besluiten dat XI eerder thuishoort in een gekkenhuis dan in een 
verhoorkamer. Het is professor Igodt zelf die begin 1998 zal protesteren tegen 
het eenzijdige interpreteren van zijn rapport. Hij doet dat onder meer op RTL- 
TVi." Tijdens een debat met enkele journalisten en Regina Louf zelf, doet hij 
een vergeefse oproep om een einde te maken aan de geloofsstrijd en noemt hij 
Regina Louf, gezien haar voorgeschiedenis, een uitzonderlijk evenwichtige 
vrouw wier getuigenis wel degelijk haar belang kan hebben. Igodt krijgt meteen 
te horen dat hij een believer is. 

NOTEN 

1 Ge.sprek met gewezen vriendin Tony V, 10 november 1998. Odette is een pseudoniem. 

2 Tony V nam niet op. Vaststellingen BOB Brussel, 17 december 1996, pv 118.725. 

3 Vaststellingen BOB Brussel, 29 mei 1997, pv 
151.517. 

4 Pseudoniem 

5 Verhoor X4, BOB Brussel, 14 december 1996, pv 1 18.575. 



355 



6 Onderhoud met Nora De Boodt, BOB Brussel, 9 januari 1997, pv 100.526. 

7 Onderhoud met Nora De Boodt, BOB Brussel, 1 1 januari 1997, pv 100.528. 

8 Verhoor X7, BOB Brussel, 1 februari 1997, pv 150.027. 

9 Verhoor X7, BOB Brussel, 1 maart 1997, pv 150.434. 

10 Verhoor X7, BOB Brussel, 14 mei 1997, pv 150.754. 

1 1 Gesprek met Nora De Boodt, februari 1998. 

12 Pseudoniem. 

13 Onderhoud met Conny De Windt, BOB Brussel, 7 januari 1997, pv 100. 107. 

14 VaststeUingen BOB Brussel, 17 februari 1997, pv 150.154. 

15 Verhoor Conny De Windt, BOB Brussel, 4 februari 1997, pv 150.816. 

16 Verhoor Conny De Windt, BOB Brussel, 25 februari 1997, pv 150.817. 

17 VaststeUingen BOB Brussel, 21 mei en 4 juni 1997, pv's 151.525 en 151.441. 

18 Politie Sint-Lambrechts-Woluwe, 8 januari 1997, pv 250 Z156. 

19 Verhoor, pohtie Sint-Lambrechts-Woluwe, 16 januari 1997, pv 466 Z156. 

20 BOB Brussel, 17 februari 1997, pv 150.346. 

21 Pseudoniem. 

22 Fax XI, BOB Brussel, 15 januari 1997, pv 150.012. 

23 Verhoor Myriam Verstraeten, BOB Brussel, 4 februari 1997, pv 150.106. 

24 Verhoor CV, BOB Brussel, 10 februari 1997, pv 150.109. 

25 Verhoor CV, BOB Brussel, 2 maart 1997, pv 150.546. 

26 Fax XI, BOB Brussel, 11 februari 1997, pv 150.310. 

27 Confrontatie CV met XI, BOB Brussel, 22 maart 1997, pv 150.885. 

28 Vaststellingen BOB Brussel, 25 maart 1997, pv 150.767. 

29 De vergaderingen vinden plaats op deze data: 22 februari, 7 maart, 21 maart, 25 april en 22 mei 

1997. 

30 De Baets heeft haar onder meer geconfronteerd met foto's van magistraten en 

rijkswachtofficieren. 

31 Het Laatste Nieuws, 27 januari 1998. 

32 Verslag vergadering Obelix, 22 mei 1997, A.3/145/97. 

33 De eerste antwoorden van het college van PG's, over de foto's en over de vraag wie het woord zal 

voeren. Komen er pas op 16 juni 1997. Dan heet het dat de pers zich moet wenden tot de 
woordvoerster van de rijkswacht, die zich op haar beurt moet wenden tot de bevoegde 
magistraat. Omtrent de ^bekentenissen' van XI geven de PG's geen advies. Brief nationaal 
magistraat Van Heers aan onderzoeksrechter Van Espen, 8 juli 1997, ref. A3/145/97-0. 

34 Gesprek met Patriek De Baets, 8 oktober 1998. 

35 De commissie-Verwilghen schrijft later in haar tweede eindrapport: ^Op 16 december 1996 komt 

kolonel Berkmoes naar de anterme. Ten overstaan van de leden van de antenne zegt hij alle steun 
toe. Voor wat de werkingsmiddelen betreft, stelt hij dat de onderzoeken van Neufchateau alle 
prioriteit genieten en dat men niet dient te aarzelen om overuren te presteren of tijdens het 
weekend te werken, enz... wanneer het nodig is voor het onderzoek.' 

36 Het koppel zal enkele maanden later verhuizen naar een kleine hoeve in De Pinte. 37 Huiszoeking 

bij Regina Louf, BOB Brussel, 20 maart 1997, pv 150.822. 



356 



38 Voor een goed begrip: met 'persoonlijkheden' wordt gedoeld op de diverse personages die Regina 

Louf als MPS-patiënte ontwikkelde. Het bijhouden van deze notities gebeurde op aanraden van 
haartherapeute. 

39 BOB Brussel, 24 maart 1997, pv 150.757 

40 Reeds op 24 januari 1997 ontvangt de antenne-Neufchateau een officiële opdracht in die zin van 

de Brusselse substituut Paule Somers. 

41 Kantschrift onderzoeksrechter Van Espen aan P Igodt, P Adriaenssens, H. Vertonmien, J. 

Vanderlinden en R. Vereist, Brussel, 30 april 1997. 

42 Gesprek met Regina Lou, 13 februari 1999. 

43 Deskundig verslag van getuige XI. Professor Paul Igodt, 8 oktober 1997. 44